Treffers 1,401 t/m 1,450 van 5,326
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 1401 | datum o.s. | Adriaans, Jacob (I67)
|
| 1402 | datum o.s. | Adriaans, Jacob (I67)
|
| 1403 | datum o.s. | Adriaans, Jacob (I67)
|
| 1404 | datum o.s. | Adriaans, Jacob (I67)
|
| 1405 | Datum overlijden: 25-08-1936 Plaats overlijden: Alphen aan den Rijn Tijdstip: 10:00 uur Overledene: Lambertus Leendert van der Velden (geb. Aarlanderveen, won. Alphen aan den Rijn, 84 jaar, zonder beroep, weduwnaar) Partner: Sara Anthonia van der Lee Vader: Lambertus van der Velden (overleden) Moeder: Jannigje Rijnsburger (overleden) Aangever: Dirk Hendrik Göbel (32 jaar, begrafenisondernemer, Alphen aan den Rijn) Soort akte: Akte van overlijden Bron: GA Alphen a/d Rijn, Archief BS Alphen a/d Rijn (toegangsnr. 110.1.26), inv.nr. 11, aktenr. 121, d.d. 26-08-1936 --- Begraven te: Aarlanderveen Graf: 191 Overledene: Lambertus Leendert van der Velden (84 jaar) Bron: GA Alphen a/d Rijn, Archief gemeente Aarlanderveen (toegangsnr. 111.1.07), inv.nr. 996, p. 69, d.d. 28-08-1936 | van der Velden, Lambertus Leendert (I3214)
|
| 1406 | Datum van overlijden blijkt uit de huwelijkse bijlagen van Neeltje van der Burg die op 5 mei 1819 te Rotterdam trouwt met Johan Frans Andreas Devilliers. --- Ouden op 't Zuijderkerkhoff Bregje 't Hart, Prinsestraat f 6:-:- Bron: Rotterdam - NH begraven --- 4 mon[dige kinderen] p[rodeo] ma[andag] Bregie 't Hart, overl. 27, wed Pieter van der Burch, Prinsestraat bij Banketstraat Zkhoff [= zuiderkerkhof] | 't Hart, Bregje Hendriks (I1294)
|
| 1407 | de 14 dito Hilletje Arij Janse Langelaen Voorweg Catrijntje Hendriks [getuige] Neeltje Jans | Langelaan, Hilletje Ariens (I2035)
|
| 1408 | De 18 April de huwelijks gebooden tuschen Otte Lambert en Trijntje Everts beide van Oudeberkoop De 19 April ... De 1ste proclam: De 26 April ... De 2de proclam: De 3 maij ... De 3de proclam: De 10 maij sijn voorgeschreven persoonen te Oudeberkoop getrouwt | Gezin: Otte Lammerts de Vries / Trijntje Everts (F1754312913)
|
| 1409 | De 22 dito - Pieter Joosten Roos - schuijtemaker vader van, Joost Hendirk etc op oostenburg - in de groote straat in de drie kivitten - voet en baar voldaan | Roos, Pieter Joosten (I2740)
|
| 1410 | De 23 Aefken Cornelis Dircsz, Sijbrug Jans Dirc Pietersz, Leentge Dirx | Aldernering, Aagje Cornelis (I109)
|
| 1411 | de 30 December 1646 gedoopt Theunis Willemsz sijn dochter genaemt Stijntje Theunisd. de getuijgen zijn Leendert Adriaensz, Meijchien Adriaens ende Ariaentjen Bastijaens | Trompert, Stijntje Teunis (I3165)
|
| 1412 | de 5 April Maarte Leenderse Huijsert Marijtje Pieters Siewedijk Kind: Kornelia Test: Stobijna Pieters Blok | Huijser, Cornelia Maartens (I1537)
|
| 1413 | De aanname dat Jan Jans Neelen de vader van Neeltje is, is gebaseerd op het feit dat Neeltje Jans haar zus Lijsje vaak als doopgetuige heeft bij haar kinderen. Lijsje/Elisabeth is ook een dochter van Jan Jans Neelen. Zij wordt op 5 augustus 1655 in Benschop gedoopt. Bovendien zijn zowel Neeltje als Lijsje doopgetuigen bij de doop van de kinderen van Cornelis, hun broer (gedoopt in 1651 te Benschop) --- NH dopen Benschop: 16-11-1651 Corneles; o. Jan Jan Neellen 23-10-1653 Neeltgen; o. Jan Jansen Neelen 05-08-1655 Elisabet; o. Jan Jan Nele; g. Heijndrick Pancke 01-11-1657 Hendrickje; o. Jan Jansen Nelen 01-11-1660 Gerrichje; o. Jan Jansen Nelen 21-12-1662 Metje; o. Jan Jansen Nelen 13-09-1665 Geertje; o. Jan Jansen Nelen ouderlinkh 02-08-1668 Marriechje; o. Jan Jansen Nelen | Neelen, Jan Jans (I2372)
|
| 1414 | De achternaam Korfvanger verschijnt in 1690 in Amsterdam bij Pieter Sijbrantsz Korfvanger, wiens grootvader is Pieter Sijbrantsz, de broer van Giertje en zoon van Sijbrant Claes. | Claas, Sijbrand (I564)
|
| 1415 | De achternaam varieert tussen Lepel en De Spa (maar ook Spat en Sepa). Ook wordt Losiees, Lousie, Loeschie, Logys, Louchet, Roesie en Lockie gebruikt. --- Lijsbet heeft minimaal drie zussen: - Anna Logijs ondertrouwt op 09-10-1670 met Jan Cordenier; haar getuige is Marij de Cuijper, haar moeder. Zij ondertrouwt als Anna Losiees op 06-05-1689 met Philp Jacobsz; haar getuigen zijn haar zussen Sara Losiees en Jannetge de Lepel. a. 24-03-1675 Josine; o. Jan Cordenier en Anna Loeschie; g. Maria de Coninck b. 01-03-1678 Abraham; o. Jan Jansz Kordenier en Anna Francois Louchain; g. Jan Jansz Nancy en Marij Pieters Poussain - Jannetgen de Lepell, afkomstig uit Kantelberch [= Canterbury], ondertrouwt op 30-04-1678 met Jean Monie; haar getuige is Marij de Kuijper, haar moeder. Zij ondertrouwt als Jannetje Lousie op 12-03-1695 met Michiel Blanjon; haar getuigen zijn haarzussen Sara de Lepel en Annetge Lepel. a. 05-03-1679 Maria; o. Jean Monnie en Jeannie Louchie; g. Pierre Louchie, Pierre Descamps, Catherine Monnie en Marie Hubert b. 02-03-1681 Thomas; o. Jean Monnie en Jeanne Pasquier; g. Thomas Pasquier, Jean Landa, Sara Mortier en Elisabeth Pasquier c. 22-09-1683 Thomas; o. Jean Monnier en Jeanne Passagier; g. Abel Jantine, Jean Passagier, Marthe Goderack en Elisabet Passagier d. 01-07-1685 Catherine; o. Jean Monnier en Jeanne Louchée; g. Jacob Viar, Catherinne Descamps en Catherine Robert e. 02-11-1687 Jacob; o. Jean Monnié en Jeanne Louchie; g. Isaac le Rorix, Jacob Wiau, Catherine des Carpentries en Pieronne de Carpentries f. 08-04-1691 Marie; o. Jean Monnie en Jeanne Louchie; g. Jean Robert en Marie des Camps - Sara Roesie [= Loesie], afkomstig uit Canterbergh, ondertrouwt op 13-06-1682 met Isaack Jansz Remijn; haar getuige is Marija de Kuijper, haar moeder. Bij alle drie is moeder Marij de Cuijper getuige bij het huwelijk. a. 23-05-1683 Frans; o. Isaack Remijn en Sara Spaa; g. Jannetje Jansdr en Maria Spaa b. 23-12-1685 Jannetje; o. Isaak Jansz en Sara Spaa; g. Sara Spaa c. 28-03-1688 Anne; o. Isaac Remy en Sara Louchet; g. Bernard Brassens en Anne Louchet [louche = lepel] d. 22-04-1691 Marij; o. Isaak Jans Romeijn en Sara Spat; g. Charel de Tombes en Lijsbeth Hanner e. 02-08-1693 Sarah; o. Isaak Jansz en Sarah Spa; g. Phlip van Nek en Anna Spa f. 12-04-1700 Jannetgen; o. Isaac Romain en Sara de Spaa; g. Michiel Blonjouw en Jannetgen de Spaa g. 08-07-1703 Magdalena; o. IJsaac Jansz Deremeijn en Sara Spadee; g. Philip Jacobsz Eckera, Magdaleena Jansdr Kordenijn en Marijtje Philipsdr Eckera --- NH dopen Leiden: 28-02-1644 Magdeleine; o. Pierre Loset; g. Glaude des Jardin, Pierre Wekenné, Catelijne Lambert en Marie Torion 31-03-1649 Piere; o. Pierre Losée en Catharina Lemon; g. Jenne --- Pierre Loughe, geboren te Rijssel, ondertrouwt op 14-09-1657 met Margariet Cangé, geboren te Leiden; zijn getuige is Anthony Bucquel, zijn neef, en haar getuige is Anna Cardon, haar moeder. a. 16-02-1661 Pierre; o. Pierre Luchez; g. Jean le Roy, Anthoine Bucail, Anne Cardon en Jaqueline Batman b. 07-07-1663 Elisabeth; o. Pierre Luche en Marguerite Quigne; g. Charles du Vilié, Vincent Ovrain, Jeane Quigne en Elisabeth Loubert c. 19-07-1665 Anne; o. Pierre Luche en Marguerite Evigne; g. Jos del Bock, Anthoine du Rieu, Anne le Roy en Marie Hestin d. 19-06-1667 Jean; o. Pierre Luchié en Marguerite Guinquie; g. Francois Juchié, Miché Blondeau, Esttonet Cardon en Marie Lottar e. 30-06-1669 Marie; o. Pierre Luchié en Margueritte Chuinez; g. Pierre Werain en Anne Luchié f. 24-05-1671 Marie; o. Pierre Luchie en Marguerite Henique; g. Pierre Vierain, Marie le Cler en Anne Luchie g. 19-03-1673 Judith; o. Pierre Loucie en Margueritte Cuegne; g. Pierre Loucie, Judith del Rue en Marie des Bleumortier h. 21-04-1675 Jacob; o. Pierre Louché en Margueritte Quiée; g. Jacob Wiar en Marie Oucrin i. 12-12-1677 Caterine; o. Pierre Louché en Marguerite Cuignet; g. Isaac le Roue en Catherine Monníe --- Pierre Losijn ondertrouwt op 12-12-1682 met Judick de Neu; zijn getuige is David Labaer, zijn oom. a. 19-10-1683 Pieter en Marij; o. Pieter Lusij en Judith de Neeu; g. Pieter Vuren, Antonij Arrij, Lijsbeth de Neeu, Margriete Lusij, Pieter Monij, Pieter de Neeu, Francijntje Kerson en Marijtje Lowij b. 24-03-1686 Marguerite; o. Pierre Louchié en Judith le Neu; g. Anthoine Henry, David Hubert, Marguerite Tuigué en Anne Louchié c. 23-04-1688 Pierre; o. Pierre de Louchié en Judith du Neu; g. Philippe Anurin, Elisabeth du Neu en Marie Louchié d. 02-08-1690 Jean; o. Pierre Louchie en Judith du Veu; g. Pierre du Veu, Jacques Monté, Cornelia Corneille en Marie des Milchamps | de Lepel, Lijsbet (I2174)
|
| 1416 | De afstammelingen van Arnt van Riede en de parenteelstaat van Lijsbet Coosen door J.F.F. Lots en H. den Boer Bron: Ons Voorgeslacht, 1983, p. 197-205 | Coosen, Dirk (I627)
|
| 1417 | De bonis in Odijck. Primo ab Arnoldo Verreem, quonda a Johanne Ernesti de 11 ingeribus sparsun iaren. in quatier parteculis, que hubans. huberti colere plebat ad decem anos inchoan. petri anno 41 pro 10 scuti anti facit. [Mogelijke vertaling: Van goederen in Odijck. Eerst door Aert Vereem en daarna door Jan Ernsten, ongeveer 11 morgen in de vier delen, van Hubert Herberenszi, voor 10 jaar ingaande op Petri 1541 tegen 10 schilden.] Vanaf bestand 353: Primo ab Adriano Andree quonda. ab Arnoldo Vereem Bron: HUA, Kapittel van Oudmunster te Utrecht 489-5 (bestand 49). 21-2-1541: Aert Aertsz Vereem heeft van het Kapittel van Oudmunster de Utrecht in pacht ontvangen, voor 10 jaar lang, ingaande Petri 1541, 10 morgen land gelegen in vier percelen in het gerecht Odijk. Hij betaalt 10 gouden schilden 10 kapoenen per jaar. Bron: HUA, Kapittel van Oudmunster te Utrecht 1243-2. 21-1-1558: Procuratie. Marichgen Aernt Aerntsz Vereems Doude wedue als boedelharster mit Peter van Aelst haeren voocht in deser zaecke ende constde. Meerlo et Alios met ratificatie. Actum den 21en januarij 1558. Bron: HUA, Hof van Utrecht 227-2 (bestand 181/400). --- 1517 nov. [St Marie 957-2 fol. 166vso] Aert Vereem Aertsz ontving 13m waarvan hij 11m (O107) zelf lest had en 2m (O116) die Ludolphus Dirckx had in Cockengen 1531 3/2 [St Marie 1421 + 957-3 f.56vso] pachtbrief voor Aert Vereem die Jonge van 13m, 6m strekkend uit Wykerwetering tot de Meent, boven erfg. van Dirck van Rossum, beneden Jfr van Driebergens wedue; 4m N Jfr van Driebergen strekkend aen de boogaert die eertyts Dirck Alertss van den huyse van Beverweert in erfpacht had, boven St Marie, beneden Vinckenborchsteghe; 1m Z land van papel. proven van Odijk, boven Jfr van Driebergen en beneden Vinckenborchsteghe; 2m strekkend uit Wykerwetering tot Atteveltseweg toe, boven scholasterie van de Dom, beneden Wouter Willemsz; voor hem zegelt Anthonis de Man borger te Utrecht (O107,116) 1540 17/3 [Maris nr.283] beleend met een hofstede met 2m land Sweertgen Jan Eerstendr, Aert Aertsz' echtgenote, na dode haars vader; zij lijftocht haar man in de minste helft (O134) -1545 10/6 Johan Aertsz Vereem na dode van zijn moeder Zweertgen Johan Eerstendr. Hulder tot zijn mondige jaren: Aert Aertsz zijn vader; hij trp eodem die een losrente van 30 car. gu op dit land aan Cornelis Jan Berntsz, met zijn vier vierendelen te weten: Aert Aertsz de Jonge zijn vader, Aert Aertsz Vereem de Oude zijn oudevader, Claes Aertsz Vereem zijn oudoom van vaderszijde – Herberen Hubertsz oom, Jan die Cruve oudoom en Johan Ernsten Stoeck van moederszijde -1555 30/4 Johan Aertsz Vereem maakt Aert zijn broer, Janneke, Anna en Deliana zijn zusters Jonge Aert Vereems kinderen bij Zweertgen Jan Eerstendr 150 gu ingeval van huwelijk -1577 11/10 Willem van Zomer, burger tUtrecht na opdracht van Jan Aertsz Vereem 1540 [Oudmunster 489-5,6] Jan Ernsten na Hubert Herberensz 11m -1541 Aernt Vereem na Jan Ernsten 11m -1551 Adriaen Adriaensz x Evertgen, olim Aert Vereem (bij afterstallen, wed. Aert Vereem) -1561/9 Anthonis Willemsz olim Adriaen Andriess 11m aen 4 percelen 1542 24/10 [RAU 252-1] kwestie tussen Aert Aertsz (Vereem) versus Fytgen Jan Eersten wedue. Verklaringen van: Cornelis Hubertsz, brouwer en schout te Odijk 43 jr: Jan Eersten zaliger, weleer man van zijn nicht (?) kocht van Peter van Boeler rentmeyster 6m (O134) te Odijk, nu eigendom van gedaagde. Wouter Willemsz bouman te Odijk 46jr, Jacob Willemsz hudecoper te Odijk 80 jr, Floris Roerickx scipper te Odijk 50 jr, Herbert Hubertss, soen van de impetrant bouman te Odijk 50 jr, Anthonis Gelisz dachhuerre te Werchoven 30 jr en getrouwd met de zuster van gedaagde geheten Gheertrude Jan Eerstendr te Werchoven oud 29 jr; Peter van Boeler te Utrecht, 63 jr -vervolg van deze informatie 1543 23/2: Jacob Dirckx te Werchoven 55 jr meldt dat Aert Vereem gelost heeft een rente die zaliger Jan Eersten had op heerlijk goed waeraf hij deposant als mede-erfgenaam van Hanneke Gerrit Cleutinckx wedue van Aert Vereem ontving. Willem Woutersz x Geritgen te Odijk 35 jr zegt ook ontvangen te hebben van de erfenis van de ouders van zijn huisvrouw – de vrouw van gedaagde is nl. een halve zus van Geritge. Willem Dirckx in Tollesteghe 43 jr x Lysbeth is een zuster van Geritgen vrsz, Aert Vereem te Odijk, vader van gedaagde, oud 56 jr meldt dat zijn zoon gehuwd was met Sweertgen (Jan Erstendr) 1548 [HUA RA 391-1] Evertgen Jansdr wed. Aert Aertsz te Odijk veroordeeld in zaak tegen Herbert Hubertsz c.s. tot 8 pont 1549 24/7 [HUA RA 154-1] Aernt Vereem te Odijk impetrant versus Evertgen Jans wed. van de Jonge Aernt Vereem ook aldaar gedaagde Bron: RAZU, Collectie Digitale Bronnen (toegangsnr. 061), inv.nr. 33; Bestanden van dr. M.S.F. Kemp | Vereem, Aart Aarts (I3886)
|
| 1418 | De broer van Jacob, Franchoys Herrewijn, ook saaiwerker, ondertrouwt op 21 april 1606 te Leiden met Janneken Smits. Hij wordt tijdens de ondertrouw vergezelt van zijn vader: Franchoys Herrewijn. --- Herrewijn Jacob Hogewoerd fol. 56v. Goris Lydya (vrouw van J. Herrewijn) Hogewoerd fol. 56v. Bron: Index Hoofdgeld 1622 stad Leiden door P.J.M. de Baar --- NH dopen Leiden: 14-11-1621 Hester; o. Jacob Herrewijn en Lijdia Goris; g. Claes Janssen, Marijtgen Jacobs en Jannetgen Jans 11-05-1625 Sara; o. Jacob Herrewijn; g. Lijdia de Gores 02-11-1627 Abigael; o. Jacob Herwijn; g. Pieter Donnatou en Grietgen Ghersz 27-01-1630 Lijdia; o. Jacob Herwijn en Lijdia de Craton; g. Janneken Elias | Herrewijn, Jacob Frans (I1400)
|
| 1419 | De broer van Lydia trouwt als Pieter Decreton met Maycken Huysmans in 1608 te Leiden. Hij hertrouwt in 1612 als Pieter Decreton met Tanneken van Roockigem, die als getuige van Lydia bij haar huwelijk optreedt. Pieter heeft bij beide huwelijken een neef als getuige mee: Jan Schildewaert en Lambert Caulier. Pieter Gregoris Decreton legt in 1612 de poorterseed af. Hij heeft daarbij opnieuw zijn neef Jan Schildewaert mee als borg. --- In 1622 leeft er ook een Jaques Creton in Leiden, getrouwd met Mary Grison. | de Creton, Lydia Goris (I773)
|
| 1420 | De doopgegevens van Calslagen uit de periode van de geboorte van Arij Gijlswijk zijn verbrand. | Gijlswijk, Arie Jans (I1152)
|
| 1421 | De eerste keer dat Dirck Cornelisz voorkomt in een morgenboek, is in 1568 in het morgenboek van de Gnephoek, samen met zijn broer Claes: Die ziecken buijten Leijden eijgenaers Claes ende Dirck Cornelis zonen bruijckers 21 morgen 2 hond. Hij blijft samen met zijn broer eigenaar van dit stuk land tot 1608. Daarna is het vanaf 1612 eigendom van Jan Cornelisz Victorij en Bruijn Florisz Stam. Dirck is vanaf 1580 ook eigenaar van het belendende perceel van 14 morgen, dat in 1568 nog eigendom is van de pastorie van Hoogmade. In 1580 wordt hij Dirck Neel Ghijsz genoemd. In 1612 is dit perceel eigendom van een aantal van zijn kinderen: Cornelis, Ghijsbert, Meijnsien en Maritgen, en in 1628 en 1644 helemaal van Ghijsbert Dircksz (Oom Ghijsgen/Ghijsz). --- Dirck Cornelisz, man en voogd van Machtelt Dircksdr, Dirck Jansz, man en voogd van Maritje Dircksdr, Barbara Dircksdr en Neeltje Dircksdr, ongehuwde personen met Vranck Baenensz, wonende te Jacobswoude hun gekoren voogd, allen kinderen van Dirck Gerritsz Capiteijn en Maritge Arisdr ......, verkopen Aris Dircksz Capiteijn, hun broer, een bezegelde schoutenbrief van 03-06-1578 gepasseerd bij jonge Dirck Jacobsz Rijck voor hemzelf en vervangende Govert Jansz, zijn zwager en jonge Jan Jacobsz Rijck, broers, sprekende van een woning en landen gekocht ten behoeve van Maritge Arisdr doch gepasseerd op de naam van Aris Dircksz Capiteijn en verkopen alsnog aan dezelfde Aris Dircksz Capiteijn 2½ morgen land in het Rietveld gekomen uit de boedel van Dirck Gerritsz Capiteijn, belend ten oosten Pieter Dircksz, wonende op de Hogeburch met zeker leengoed, ten westen Pieter Hendricksz, metselaar, ten noorden de Hoornse molenkade en ten zuiden de erfgenamen van Claes Mast te Leiden, belast met 30 stuivers per jaar er Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 553, d.d. 16-04-1582 --- Dirck Cornelisz, wonende in de Gnephoek, verkoopt en is schuldig Cornelis van der Nath Lenartsz een losrentebrief van 18 gulden 15 stuivers per jaar, hoofdsom 300 gulden. Gesteld onderpand: zijn huis, berg, schuur en beplanting met 14 morgen land onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkend uit de Rijn tot het Woudambacht, belend ten oosten Dirck Cornelisz zelf met "de leprosen tot Leijden" e.a., ten westen de pastorielanden van Hoogmade. Een broer van Dirck Cornelisz is Cornelis Cornelisz. De rentebrief is geroijeerd 25-06-1617 ten behoeve van Lenert Jansz van der Nath. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 1v, d.d. 28-02-1585 --- Dirck Cornelisz, wonende in de Gnephoek, is schuldig zijn broer Claes Cornelisz, een losrente van 6 gulden per jaar, hoofdsom 106 gulden. Gesteld onderpand: 13 morgen land onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkende uit de Rijn tot het Woudambacht, belend ten oosten de comparant, ten westen de pastorielanden van Hoogmade. Geroijeerd 09-05-1594. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 95, d.d. 27-11-1587 --- Dirck Cornelisz, wonende in de Gnephoek, is schuldig zijn broer Ghijsbert Cornelisz een losrente van 6 gulden per jaar, hoofdsom 106 gulden. Gesteld onderpand: 13 morgen land onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkende uit de Rijn tot het Woudambacht, belend ten oosten de comparant, ten westen de pastorielanden van Hoogmade. Geroijeerd 09-05-1594. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 95v, d.d. 27-11-1587 --- Dirck Cornelisz, wonende in de Gnephoek, is schuldig Meijnsgen Cornelisdr, zijn zuster, een losrente van 6 gulden per jaar, hoofdsom 106 gulden. Gesteld onderpand: 13 morgen land onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkende uit de Rijn tot het Woudambacht, belend ten oosten de comparant, ten westen de pastorielanden van Hoogmade. Geroijeerd 26-12-1588. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 96, d.d. 27-11-1587 --- Dirck Cornelisz, man en voogd van Machtelt Dircksdr, wonende te Alphen, Jan Willemsz Capteijn namens Barber Dircksdr, wonende te Aarlanderveen, Dirck Jan Govertsz, man en voogd van Maritje Dircksdr, wonende te Alphen en Neeltje Dircksdr, ongehuwd persoon met haar neef Vranck Baenen, verkopen hun broer Aris Dircksz Capiteijn broer viervijfde deel van 2 morgen land in Alphenhoorn volgens de oude brief, belend ten oosten Stijn Jacob Rijcken met pachtland en ten westen Gerrit Cornelisz en Sijmon Hendricksz elk met eigen en erf, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de dwarska, waarvan de koper een vijfde gedeelte toekomt. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 365v, d.d. 29-12-1593 --- Dirck Cornelisz, wonende in de Gnephoek, is schuldig aan Eeuwout Pietersz een jaarlijkse losrente van 6 ponden Hollands, hoofdsom 118 Hollandse ponden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 167v, d.d. 03-05-1598 --- Jan Jansz, met opdracht van zijn moeder Neeltgen Dircxdr, voor de helft en nog voor 1/7 deel, Dirck Gerritsz Capiteijn voor zichzelf en vervangende de onmondige kinderen van zijn overleden zuster Machtelt Gerritsdr, Jan Gerritsz en Pieter Evertsz, getrouwd met Geertgen Gerritsdr, allen kinderen van Gerrit Dircxdr Capiteijn en Claesgen Jacobsdr, mede voor 1/7 deel, Dirck Arrisz Capiteijn voor zichzelf en vervangend zijn broer Cornelis Arrisz Capiteijn, Cornelis Dammasz, getrouwd met zijn zuster Maritgen Ariensdr, vervangend zijn verdere zusters, allen kinderen van Arris Dircxsz Capiteijn en Geertgen Jansdr, mede voor 1/7 deel, Cornelis Dircxsz en Gijsbert Dircxsz, broers, mede Pieter Toomasz van Heijningen, getrouwd met Meijsgen Dircxdr, vervangende Jan Corsz, getrouwd hebbend Aeltgen Dircxdr, Jacob Claesz, getrouwd met Lijsbeth Dircxdr en Aelbert Florisz, getrouwd met Maritgen Dircxdr en de onmondige kinderen van Jonge Cornelis Dircxz, kinderen en kleinkinderen van Machtelt Dircxdr Capiteijn, mede v GAAR, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 18, fol. 65v, d.d. 20-04-1625 --- Jan Jansz, met opdracht van zijn moeder Neeltgen Dircxdr, voor de helft en nog voor 1/7 deel, Dirck Gerritsz Capiteijn voor zichzelf en vervangende de onmondige kinderen van zijn overleden zuster Machtelt Gerritsdr, Jan Gerritsz en Pieter Evertsz, getrouwd met Geertgen Gerritsdr, allen kinderen van Gerrit Dircxdr Capiteijn en Claesgen Jacobsdr, mede voor 1/7 deel, Dirck Arrisz Capiteijn voor zichzelf en vervangend zijn broer Cornelis Arrisz Capiteijn, Cornelis Dammasz, getrouwd met zijn zuster Maritgen Ariensdr, vervangend zijn verdere zusters, allen kinderen van Arris Dircxsz Capiteijn en Geertgen Jansdr, mede voor 1/7 deel, Cornelis Dircxsz en Gijsbert Dircxsz, broers, mede Pieter Toomasz van Heijningen, getrouwd met Meijsgen Dircxdr, vervangende Jan Corsz, getrouwd hebbend Aeltgen Dircxdr, Jacob Claesz, getrouwd met Lijsbeth Dircxdr en Aelbert Florisz, getrouwd met Maritgen Dircxdr en de onmondige kinderen van Jonge Cornelis Dircxz, kinderen en kleinkinderen van Machtelt Dircxdr Capiteijn, mede voo Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 18, p. 65v, d.d. 20-04-1625 | Cornelis, Dirk (I3784)
|
| 1422 | De enige vermelding van de achternaam 'van Swieten' van Trijntje Sijmens van Swieten is in het ondertrouwboek van de hervormde gemeente in Oudshoorn. Ze woont op het moment van ondertrouwen in de Ridderbuurt van Oudshoorn. In 1685, ongeveer drie weken na het ondertrouwen van Trijntje, wordt in Oudshoorn de erfenis van Dirck Cornelis van Swieten opgemaakt. Daarin wordt geen Trijntje Sijmens genoemd. Ze zal dus niet de dochter zijn van Sijmen Dircks van Swieten. Een alternatief is Sijmon Cornelisz van Swieten. Hij laat in 1663 in Oudshoorn met Josina Joosten een dochtertje dopen, genaamd Maritgen. | van Swieten, Trijntje Simons (I3095)
|
| 1423 | De familie Oskam(p) is afkomstig van de Ossenkamp, gelegen in de polder Zevenhoven bij Ameide. Nog steeds stroomt hier de oude Oskamper Vliet, nu onder de naam Oskamps-sloot. Waarschijnlijk woonden Jan en zijn vader al op de Ossenkamp en waren ze bekend als 'van de Ossenkamp'. Ten tijde van Jan's zoon Adriaan was dit al verbasterd tot Oskamp. Later kwam deze naam ook voor als Oskam. Bron: http://home.planet.nl/~emhabben/oskam.html | Dirks Van De Ossenkamp, Jan (I897)
|
| 1424 | De familienaam wordt op verschillende wijzen geschreven: Faloens, Faloen, Feloen, Verven, Falloen, Felloen, Feloens, Faleens, Falano, Felleuso, Fijloens, Velloen | Faloen, Jacomijntje (I1053)
|
| 1425 | De heer Cornelis van der Leeden 17 -:- voor een dagh overstaen 6 -:- | van der Leede, Cornelis Jans (I2075)
|
| 1426 | De Hervormde Gemeente De Meern, historisch geschetst van haar oorsprong to aan heden, door Jac. de Bruijn Gens Nostra 1972, blz. 269. | van Bremen, Maria Jans (I461)
|
| 1427 | De kinderen van Jan Vredricksz het eerste ghenaempt Aeltjen Jans het ander Haesien Jans sijn op den xi feb 1627 ten dope ghepresenteert de ghevader van het eerste Arien Gijlofsz, en de peten waren Aefien Pieters en Aijghen Willems de ghevadervan het tweede was Gijsbert Jansz Blanckaert ende de peten waren Marighen Cornelis en Neel Kriecken. | Jans, Aaltje (I1664)
|
| 1428 | De moeder van Jan Coenraetsz van Groeningen in tgraft van Catrijn van Noortwijck een leeger gegunt is 9-11- Den 1 uur de groote klock is 9-10- voor de kist en baer 10-0- Begraven in dit graf: Cornelis Dirxzn, 1573 Dirck van Noortwijk, 1573 Cathrijn van Noortwijk, 1573 Catrijn Cornelis, 21-05-1606 Claartge Hendrix Amels, 19-06-1607 Merritgen Dirxdr, 02-10-1623 Jacob Dirxzn, 25-09-1643 Catrina, dochter van ds. Gijboo, 07-07-1652 Aefgen Dircks, vrouw van Ghijboo, 28-11-1660 Gibbo Theodori Aberst, 10-08-1667 De moeder van Jan Coenraetsz van Groeningen, 24-02-1673 | Prins, Grietje Jans (I2612)
|
| 1429 | De naam van Marckenburgh stamt uit de omgeving van Geervliet. Vlak onder Geervliet, ook ten weste van Spijkenisse, ligt Simonshaven. Dit dorpje is gesticht door (in de 13e of 14e eeuw) en vernoemd naar Heer Simon van (Putten en) Marckenburg,broer van Heer Nicolaas III van Putten en Strijen. 1555. Cornelis Ewoutszn, secretaris, gekomen van Maasland is poorter van Vlaardingen geworden. (Poorterboek ASV inv 60, bl 54) Cornelis Ewoutszn, secretaris van Vlaardingen (regering van Vlaardingen) 1567 Weesboek Isbrant Jansz, wever, getrouwd met Marritgen Cornelisdr, weduwe van Cornelis Ewoutsz, eertijds secretaris van Vlaardingen heeft de 3 weeskinderen uitgekocht. Kinderen zijn Ewout, Cornelis en Marritgen Cornelisdr. Hij stelt als borg zijn huis en erf .... Accoord met Cornelis Pietersz op Maasslandersluis als oom en voogd. (ASV nr 273, bl. 441 19.4.1567) Bron: Stamboom Vennik | van Markenburg, Cornelis Eeuwouts (I2265)
|
| 1430 | De op 22-01-1688 gedoopte Cornelia trouwt met 03-03-1709 te Molenaarsgraaf met Arien Pieterse Huisman. De oudere zus Cornelia is waarschijnlijk gedoopt rond 1684, wat veel beter past bij een huwelijk in 1704. Op 05-11-1713 laat Cornelis Jans Verhoef te Ottoland een zoontje Jan dopen, met Cornelia Jans Verhoef, tante uit Goudriaan als doopgetuige. Op 05-07-1716 laat hij een dochtertje Neeltje dopen, met Neeltje Jans, tante van Molenaarsgraaaf als doopgetuige. Dat maakt Jan Teunis Verhoef en Neeltje Jans Vasen de ouders van deze Cornelia, aangezien zij in 1713 te Goudriaan een kind laat dopen. | Verhoef, Cornelia Jans (I3297)
|
| 1431 | De Oude Molen (Molen Altena) 1613 Jacob Jacobs - molen gelegd, eigenaar en papiermaker 1648 Daniel Jacob Schut - eigenaar en papiermaker 1698 Reyder en Gerrit Schut [broers] - eigenaren en papiermakers Bron: Het verborgen verleden van het Engelanderholt | Schut, Jochem Daniels (I2854)
|
| 1432 | De Oude Molen/Altena te Ugchelen "In 1613 kregen Marten Orges en zijn vrouw Geertgen Schut(ten) de erfpacht van het water voor een papiermolen in Ugchelen. Niet Orges zelf maar Jacob Jacobs, zoon van Jacob Lucas, Geertgens eerste man, bouwde er de eerste Ugchelse papiermolen." Bron: http://www.molendatabase.org | Lucas, Jacob (I2211)
|
| 1433 | De Oude Molen/Altena te Ugchelen: "In 1613 kregen Marten Orges en zijn vrouw Geertgen Schut(ten) de erfpacht van het water voor een papiermolen in Ugchelen. Niet Orges zelf maar Jacob Jacobs, zoon van Jacob Lucas, Geertgens eerste man, bouwde er de eerste Ugchelse papiermolen. De molen werd gelegd op de Steenbeek. (...) Tot midden 19e eeuw bleef de molen in bezit van de familie Schut, afstammend van Jacob Jacobs, die de achternaam van zijn moeder - Schut - had aangenomen." Bron: http://www.molendatabase.org --- 1613 Jacob Jacobs - molen gelegd, eigenaar en papiermaker 1648 Daniel Jacob Schut - eigenaar en papiermaker 1698 Reyder en Gerrit Schut - eigenaren en papiermakers 1715 Jan Aart Jochem Schut - eigenaar en papiermaker 1730 Barthold te Water - papiermakersknecht Bron: Het verborgen verleden van het Engelanderholt | Schut, Jan Aart Jochems (I2853)
|
| 1434 | De ouders van Jannigje Rame zijn een aanname. Qua chronologie zou het kunnen. Bij het trouwen van Jannigje Rame in 1684 is haar moeder getuige, Jannechie Rame genaamd. De overeenkomst in achternaam tussen moeder en dochter geeft te denken datde achternaam van de moeder eigenlijk de naam van haar man is. Rame is niet echt een typisch Nederlandse naam. | Rame, Jannigje (I2632)
|
| 1435 | De overlijdensdatum wordt genoemd in de akte van 5-12-1775 te Oudshoorn, genoteerd bij Jacob Cornelis Rijnsburger, de zoon van Marijtje. --- Den 29 Dito Heeft Jan Corn: Rijnsburger aangevinge gedaan weegens 't lijk van zijn moeder Marijtje Dirkse Outshoorn gehoorende onder de classis van de onvermogenden off ... Prodeo Bron: Oudshoorn - Registers van ontvangst van de impost op het begraven | Outshoorn, Marijtje Dirks (I2449)
|
| 1436 | De rentmeester van de heer van Cruijningen en van Hazerswoude verhuurt de korentienden in 3 bonnen. Het oostbon wordt gehuurd door Cornelis Dircksz in het Rietveld voor 25 1/2 gulden. Borg Martijn Jacobsz. Govert Jacobsz heeft 3 stuivers gehad als trekgeld omdat hij het bod op 24 gulden had gezet. Het westbon wordt gehuurd door Jan Mattheusz voor 85 1/2 gulden. Borg Aelbrecht Brunenz. Govert Jacobsz ontvangt 5 stuivers omdat hij het bod had gezet op 84 1/2 gulden. Het middelste bon wordt gehuurd door Andries Claesz voor 17 gulden 10 stuivers. Borg Cornelis Claesz. Govert Jacobsz ontvangt 3 stuivers omdat hij het bod op 17 gulden had gezet. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 25v, d.d. 01-08-1555 --- Govert Jacobsz en Adriaen Jacobsz beloven hun broer Joost te vrijen van alle contracten die zij drien verleden hebben ten behoeve van Huijch Willemsz, brouwer te Leiden en wel dat Govert zal leveren aan Huijch 8 bronten turf en Adriaen 700 tonnen turf. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 30, d.d. 29-09-1555 --- Verhuur van de smaltienden aan Govert Jacobsz voor 54 stuivers. Borg Cornelis Vranckensz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 70, d.d. 01-06-1556 --- Verhuur van de korentienden. Het oostbon heeft Govert Jacobsz laatst verhoogd op 43 gulden en daarmee gewonnen van de rentmeester 4 1/2 stuivers en is gehuurd door Cornelis Dirck Willemsz voor 53 1/2 gulden. Borg Dirck Jansz. Het middelste bon gemeen met de pastoor heeft Gijsbert Gijsbertsz laatst verhoogd op 23 gulden en 5 stuivers en daarmee gewonnen 3 1/2 stuivers en is gehuurd door Wouter Cornelisz voor 24 gulden, borg Cornelis Claesz. Het westbon heeft Govert Jacobsz laatst verhoogd op 81 gulden en daarmee gewonnen 10 stuivers en ook gehuurd voor hetzelfde bedrag. Borg Adriaen Jansz backer. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 72, d.d. 01-08-1556 --- Verhuur van de smaltienden van heer van Cruijningen vanaf 01-05-1557 door Govert Jacobsz voor 60 stuivers. Borg Cornelis Gerritsz Keijser. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 89, d.d. 17-05-1557 --- De heer van Hazerswoude verhuurt de korentienden. Govert Jacobsz huurt het oostbon voor 20 gulden, borgen Joost Jacobsz en Adriaen Jacobsz, Wouter Cornelisz ontvangt het trekgeld. Adriaen Jacobsz huurt het middelste bon voor 9 gulden, borgen Joost Jacobsz en Govert Jacobsz. Govert Jacobsz huurt het westelijk bon voor 55 gulden, borgen Jacob Willemsz Craen en Wouter Cornelisz, terwijl het trekgeld naar Jacob Willemsz Craen gaat. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 100v, d.d. 01-08-1557 --- Verhuur van de tienden. Het middelste bon met de pastoor gemeen heeft Cornelis Dirck Willemsz gehuurd, borgen Dirck Jansz in het Rietveld en Willem Sijmonsz; het westbon is gehuurd door Govert Jacobsz, borgen Joost Jacobsz en Govert Jansz. Gedaan ten huize van Marijtje, weduwe van Pieter Hugenz in presentie van Hendrick Jansz, Claes Pietersz, Dirck Willemsz Craen, jonge Dirck Claesz, jonge Jan Cornelisz, Adriaen Cornelisz, Jacob Cornelisz Craen en Jasper Eijmbrechtsz c.s. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 171v, d.d. 21-07-1558 --- Adriaen van der Does is schuldig aan Govert Jacobsz 24 1/2 gulden wegens een koe en een varken. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 186, d.d. 00-11-1558 --- Jan Jacobsz verkoopt aan Govert Jacobsz 10 1/2 hond land, belend ten oosten Cors Jacobsz Craen en Gerrit Claesz de Blindt, ten westen de woning van Cornelis Hendricksz Plomp en Jan Gerritsz Bijl, ten zuiden Neel Vrericksz en ten noorden de Achterweg, belast met 30 stuivers 's-heren pacht. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 235v, d.d. 00-10-1559 --- Govert Jacobsz verkoopt aan Jan Jansz van Velsen 1 morgen land zoals hij het gekocht had van Adriaen Cornelisz volgens de oude brief. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 236v, d.d. 00-10-1559 --- Govert Jacobsz verkoopt aan Jan Jansz van Velsen 1 morgen land boven weg, belend ten oosten Cornelis Vrericksz, ten westen Eijmbrecht Hendricksz, ten zuiden de weduwe en erfgenamen van Cornelis Dircksz en ten noorden Toenis Adriaensz. Jongste waarbrief d.d. 07-02-1553. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 332, d.d. 07-07-1560 --- Joost Jacobsz en Govert Jacobsz verkopen aan Anthonis Geerlofsz een binnen weg zate van 15 hond genaamd Noeijssen zaet die zij met een oude waarbrief waar deze brief doorgestoken is van Jacob Govertsz, hun vader, te erve genomen hebben, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Vranck Gerritsz en ten westen Adriaen Willemsz Craen, belast met 12 gulden losrente ten behoeve van Joris Cornelisz Schoeneman, 3 gulden lijfrente ten behoeve van Aechte Dircksdr, 5 gulden per jaar ten behoeve van Aemt Gerritsz te Leiden met waarborg door Govert Jacobsz op een woning met 3 morgen land, huis, berg en schuur, belend ten westen Cornelis Willemsz Craen, ten oosten Mees Adriaensz, ten zuiden de verkoper en ten noorden de Achterweg; Joost Jacobsz op een woning met 10 1/2 morgen land, belend ten oosten Govert Jacobsz, Jan Jansz en Claes Hendricksz, ten westen Dirck Jacobsz, ten zuiden de verkoper en ten noorden de Achterweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 370, d.d. 20-12-1560 --- Cornelis Jacob Hugenz is schuldig aan Govert Jacobsz 3 gulden per jaar met hypotheek op een woning met huis groot 12 1/2 hond binnen weg, belend ten oosten Jacob Dircksz, ten westen Andries Claesz en Jan Mattheusz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 371, d.d. 22-12-1560 --- Maritje Philipsdr, weduwe van Huijch Aelbrechtsz en haar kinderen verkopen aan Govert Jacobsz twee akkers land aan de Achterweg, belast met 11 gulden en 24 stuivers per jaar eeuwige pacht die de koper tot zijn last neemt volgens de erfpachtsbrief daarvan zijnde, eertijds gepasseerd bij Frans Gerritsz Gool, rustende onder Joost Claesz de Blindt, mede wonende aan de Achterweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 254v, d.d. 10-03-1561 --- Govert Jacobsz verkoopt Bruijn Ponsz, wonende aan de Achterweg, een slagturfakkertje aan de boven weg, belend ten oosten Jan Ponsz, ten westen de koper en Wouter Cornelisz, ten zuiden Stijntge Boonen en Dirck Engebrechtsz, ten noorden Jan Adriaenszen IJsbrant Cornelisz, betaald met een rentebrief, met waarborg 3 morgen land, belend ten oosten Mees Adriaensz, ten westen Cornelis Willemsz Craen, ten zuiden Govert Jacobsz zelf en ten noorden de Achterweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 278v, d.d. 18-08-1561 --- Volgt schuldbrief ten behoeve van Govert Jacobsz groot 6 pond hollands per jaar met hypotheek op het gekochte alsmede op 14 1/2 hond slagturfland waarvan de penningen roerende zijn, alsmede op zijn huis, berg, schuur en 2 morgen land, belend ten oosten Adriaen Roelofsz, ten westen Mees Adriaensz, ten noorden de Achterweg en ten zuiden de schuldenaar, 9 1/2 hond land waarin een vogelkooi is, belend ten oosten Jan Adriaensz en IJsbrant Cornelisz en de schuldenaar, ten westen Mees Adriaensz en Adriaen Willem Hendriksz, ten zuiden Wouter Cornelisz en ten noorden de schuldenaar en Adriaen Roelofsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 279, d.d. 18-08-1561 --- Govert Jacobsz verkoopt aan Aernt Gerrit Eeuwoutsz, poorter te Leiden, de voornoemde rentebrief op Bruijn Ponsz van 6 pond hollands. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 280, d.d. 01-09-1561 --- Volgt schuldbrief van Govert Jacobsz, groot 55 gulden met hypotheek op het gekochte. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 510, d.d. 08-12-1562 --- Govert Jacobsz verkoopt aan Willem Aertsz 14 hond land, belend ten oosten Maritje, weduwe van Meijnert Berens, ten westen de Oostkade, ten zuiden de Kerkweg en ten noorden Hendrick Aertsz met waarborg een huis, berg en schuur en 3 morgen land, belend ten oosten Mees Adriaensz, ten westen Cornelis Willemsz Craen, ten zuiden de verkoper en ten noorden de Achterweg alsmede de beterschap van 3 1/2 morgen land, belend ten oosten Jan Hugenz, ten westen Joost Jacobsz, ten zuiden Jan Jansz en ten noorden de Achterweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 579, d.d. 03-10-1563 --- Cornelis Cornelisz alias jonge Coninck is schuldig aan Govert Jacobsz 3 gulden per jaar met hypotheek op 3 1/2 morgen land buiten weg, belend ten oosten Joosje, weduwe van Dirck Wittebol, ten westen Willem Eeuwoutsz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Joosje, weduwe van Dirck Wittebol en Willem Eeuwoutsz; het recht en de actie dat hem competeert tot een huis, schuur en berg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Willemsz Craen en ten westen zijn vader Cornelis Jansz met de werf van Jan Willemsz of in plaats daarvan zodanige penningen die hem toekomen van Adriaen Cornelisz aliter ouwe Adriaen, die de woning heeft gekocht. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 686v, d.d. 26-11-1564 --- Govert Jacobsz verkoopt aan Cornelis Willemsz van Hout 11 hond land buiten weg, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Neuwe vaart, belend ten oosten Gerrit Ponsz en ten westen Maritje Nelemans weduwe, belast met 6 gulden ten behoeve van Aernt Gerritsz te Leiden met waarborg een woning met 3 morgen land boven weg, belend ten oosten Mees Adriaensz, ten westen Cornelis Willemsz Craen, ten zuiden de verkoper en ten noorden de Achterweg alsmede op de beterschap van 3 1/2 morgen land, belend ten oosten Jan Hugenz, ten westen Joost Jacobsz, ten zuiden Jan Jansz en ten noorden de Achterweg. Joost Jacobsz gaat met alles accoord. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 705v, d.d. 05-02-1565 --- Govert Jacobsz is schuldig aan de curator van de boedel van Sijmon Jan Reijersznz 200 gulden met waarborg 6 morgen land eertijds gekomen van Erckenraet oude Dirck Claesz weduwe, belend ten westen een weer van 3 morgen 5 hond land door Zweer Harmensz van de boedel gekocht, ten oosten een weer van 6 morgen 1 hond eertijds gekomen van Jan Jansz en door Cornelis Adriaensz van de boedel gekocht, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de Nieuwe vaart toe, afgelost 12-03-1597. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 466, d.d. 18-09-1570 --- Govert Jacobsz verkoopt Dirck Willemsz, coman te Leiden, een bezegelde brief van 6 morgen 2 hond land van 18-09-1570, zijnde op een andere brief van meer land van 15-12-1559 getransfixeert. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 556, d.d. 08-12-1571 --- Roelof Adriaensz, secretaris alhier stelt op verzoek van Melten Aelbertsz en Anna, Govert Jacobsz weduwe en Pieter Adriaen Reijersz op 12-01-1579 als hijpothecaire crediteuren van een woning en land bij Cornelis Jacob Hugenz alias van Dorp achtergelaten in het openbaar te verkopen en wordt verkocht een weer daarop een woning gestaan heeft met 2 morgen ½ hond land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg toe, belend ten oosten Dirck Cornelisz butterman en ten westen de weduwe van Andries Claesz, belast met 3 gulden per jaar losbaar met 50 gulden en geboden door Adriaen Jacobsz op 225 gulden. Hij heeft gemijnd voor Pieter Adriaen Reijersz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 9, d.d. 31-10-1580 --- Roelof Adriaensz curator van de desolaten boedel van Bruijn Ponsz heeft ten verzoeke van Vincent van Wijeringen, Mr Gerrit van Hogeveen als bewindhebber van de boedel van Sijmon Jan Reijersznz en Maritje Sijmonsdr, weduwe van Adriaen Roelofsz, crediteuren van de boedel met consent van Soetje Jansdr, weduwe van Bruijn Ponsz, verkocht 6 morgen ½ hond land aan elkander beoosten de landen van Claes Dircksz van Montfoort, zijnde zowel het land dat Bruijn Ponsz gekocht had van Govert Jacobsz als het land en de woning die hij gedurende lange jaren bezeten heeft en er wordt nu verkocht 3 morgen 4 hond land met timmerage gelegen boven weg, belend ten oosten Adriaen Roelofsz weduwe, Adriaen Sijmonsz, IJsbrant Cornelisz en Hubert Pietersz alsmede de boedel van Bruijn Ponsz zelf en ten westen Claes Dircksz van Montfoort tot Leiden en Jan Mattheusz, ten noorden de Achterweg en ten zuiden Wouter Cornelisz belast met de helft van 4 stuivers 1 blanc waarvan Wouter Cornelisz de wederhelft betaald als eeuwige erfpacht Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 11, d.d. 31-10-1580 --- Jan Joostensz voor de helft en Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz, met Jacob Govertsz, haar oudste zoon, voor de helft zijn schuldig aan Jannetge Woutersdr, haar nicht, voor haar zelf en namens Lucia Woutersdr, haar zuster, 450 gulden met hypotheek op 4 morgen 5 hond 69 roe land gelegen buiten weg, strekkende het zuideinde van de Voorweg het noordeinde aan het land van de erfgenamen van Dirck Jan Sijmonsz, eertijds wonende te Koudekerk, belend ten oosten Aert Sijmonsz rietdekker en Grietje, Cornelis Craen weduwe en ten westen de gemene laan, Michiel Boonenz en Roelof Adriaensz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 560v, d.d. 20-05-1582 --- Roelof Adriaensz aan de ene zijde en Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met Jacob Govertsz, haar zoon en gekoren voogd ter andere zijde ruilen goederen. Roelof draagt op aan Anna 7 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Cornelis Hendrick Engebrechtsznz en ten westen Maritje Sijmonsdr, weduwe van Adriaen Roelofsz, strekkende van de Achterweg zuidwaarts tot Adriaen Sijmonsz land toe alsmede 16 hond land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten de erfgenamen van Claes Hugenz en ten westen Adriaen Cornelisz. Anna draagt op aan Roelof 2 campen land gelegen buiten weg, strekkende het zuideinde van Jan Joostensz land af noordwaarts tot Dirck Jan Sijmonsznz kinderen land toe,belend ten oosten Margriet, weduwe van Cornelis Cornelisz Craen en ten westen Roelof Adriaensz, belast met de helft van 9 gulden, waarvan de andere helft ten laste komt van Jan Joostensz, met toegift door Anna aan Roelof van 484 gulden, betaald met een schuldbrief. Roelof Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 151, d.d. 05-02-1584 --- Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met Jacob Govertsz, haar zoon, verkoopt Roelof Adriaensz, secretaris, een rentebrief ten laste van Leendert Adriaensz, eertijds schout van Koudekerk, van 47 stuivers met hypotheek op 3 morgen land van 31-01-1576. Afgelost 08-06-1604. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 318, d.d. 02-12-1586 --- Maritje Dircksdr, weduwe van Jacob Jansz Wittebol en Annetje Jacobsdr en Jan Jacobsz Wittebol elk voor hen zelven en Jan nog als voogd van zijn moeder en zuster verkopen Sijmon Dircksz hun broer en oom 1/3 gedeelte van 11 morgen 1½ hond land met huis, berg en schuur op hetzelfde 1/3e gedeelte, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de kopers land toe, zodat nu de koper het gehele weer competeert, strekkende voorts tot de oude dwarswetering toe, belend ten oosten Jacob Vasz werff en BertgeGijsbrechtsdr, weduwe van Jan Engebrechtsz en ouwe Cornelis Joostensz, haar zwager en ten westen Leendert Crijnenz, onder overhandiging van de oude brieven die zij van hetzelve goed hadden als gekomen van Pieter Jansz Wittebol, die gehuwd was met de weduwe van Gerrit Jacobsz Craen als een erfpachtsbrief van schepenen van Leiden waarbij het gehele weer land, strekkende van de Voorweg tot de Rijn eertijds in erfpacht was uitgegeven aan Govert Jacobsz voor 13 pond hollands per jaar met een transport onder het zegel v Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 589, d.d. 03-04-1588 --- Heijltje Adriaensdr, weduwe van Jacob Aelbertsz met Jan Jacobsz, haar zoon en gekoren voogd, verkoopt Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz, 15 1/2 hond land, belend ten oosten Job Jansz en ten westen de weeskinderen van Melten Aelbertsz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg toe. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 386v, d.d. 22-03-1594 --- Cors Hugenz als boedelhoudster van Maritje Govertsdr ter eenre en Jacob Govertsz, Jasper Govertsz, Cornelis Govertsz en Pieter Govertsz elk voor hen zelf en vervangende hun zuster Emmetje Govertsdr ter andere zijde. Cors heeft met Maritje uit de boedel van hun moeder Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz als haar vaderlijk erfdeel ontvangen de helft van 7 hond slagturfland welke hem aangerekend zijn voor 200 gulden, gelijk Jasper Govertsz tevoren mede uit de boedel genomen heeft en met zulke regelingen, dat de andere 4 kinderen en erfgenamen van Govert Jacobsz elk 1/6 morgen land van zekere 3 morgen genaamd het pachtland daarvan zouden hebben of 200 gulden, doch het land is nu verbeterd en hoger in prijs en daarover was kwestie ontstaat. Zij komen nu overeen dat Cors Hugenz de 50 gulden die hij gedurende 6 of 7 jaar uit de boedel aan renten had ontvangen, mag behouden. Cors heeft zelf ook 4 weeskinderen en zal deze als moederlijk erfdeel elk 100 gulden betalen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 378, d.d. 01-01-1595 --- Adriaen Dircksz Gool, poorter van Leiden, verkoopt Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met Jacob Govertsz, haar zoon en gekoren voogd, 10 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Cornelis Corsz, ten westen de kinderen en erfgenamen vanCornelis Hugenz, ten zuiden Pieter Govertsz met 2 morgen 3 hond 50 roe welke hij van de voorsz. Adriaen Dircksz had gekocht en ten noorden de nieuwe vaart, onder overhandiging van de oude brief op 21-04-1597 door Cornelis Cornelisz Wittebol, wonende te Waddinxveen, gepasseerd. Voldaan met 125 gulden gereed geld en een rentebrief van 300 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 719v, d.d. 23-01-1600 --- Adriaen Dircksz Gool, poorter van Leiden, verkoopt Pieter Govertsz 2 morgen 3 hond 50 roe land gelegen buiten weg, belend ten oosten Cornelis Corsz, ten westen de kinderen en erfgenamen van Cornelis Hugenz, ten noorden de verkoper en nu Anna Jaspersdr, moeder van de koper met 10 hond land en ten zuiden de Voorweg, onder overhandiging van twee oude brieven, de laatste van 15-12-1597. Voldaan met 200 gulden gereed geld en een rentebrief van 300 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 720, d.d. 23-01-1600 --- Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz, is schuldig aan dezelfde 300 gulden met hypotheek op het gekochte. Afgelost 29-07-1601. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 721, d.d. 23-01-1600 --- Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met Gerrit van Tol, secretaris van Hazerswoude als haar gekoren voogd voor de helft, Jasper Govertsz, Cornelis Govertsz en Pieter Govertsz elk voor henzelf, Jan Jacobsz Wittebol, man en voogd van Emmetje Govertsdr, Adriaen Jansz met Reijer Hugenz, voogden over de vier kinderen van Maritje Govertsdr bij Cors Hugenz, waarvan de voorsz. Adriaen Jansz de oudste Geertje Corsdr heeft gehuwd, elk voor 1/5 in de wederhelft, allen erfgenamen ab intestato van Jacob Govertsz en Anna Jaspersdr. Zij ontvangt voor haar helft 16 hond weiland gelegen binnenweg, belend ten oosten de boedel van Christiaen Cornelisz en de boedel van Jan Jansz van Velsen, ten westen Aelwijn Dircksz en Roelof Jansz, strekkende vande Achterweg noordwaarts tot de Voorweg, een losrente van 7 gulden per jaar welke zij zelf schuldig was volgens obligatie welke mits deze gecasseerd is, een nieuwe schuit met zeil en gereedschap en het bed dat Jacob toekwam, des zij een ander bed dat minder waard is geven Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 21, p. 33v, d.d. 17-12-1609 --- Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met haar zoon Jasper Govertsz en haar zwager Jan Jacobsz Wittebol als haar gekoren voogden, verkoopt haar zoon Cornelis Govertsz, wonende aan de Achterweg, de voorsz. 16 hond land. Voldaan met een rentebrief van 1000 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 21, p. 35v, d.d. 18-12-1609 --- Anna Jaspersdr, weduwe van Govert Jacobsz met haar gekoren voogd Gerrit Hendricksz van Tol ter eenre, Jasper Govertsz, Cornelis Govertsz en Pieter Govertsz, Jan Jacobsz Wittebol, man en voogd van Emmetje Govertsdr, Adriaen Jansz, man en voogd van Geertje Corsdr, Jan Cornelisz, man en voogd van Maertje Corsdr en Jasper Govertsz en Reijer Hugenz als voogden over Lucas en Govert Corsz, kinderen van Maritje Govertsdr bij Cors Hugenz, allen kinderen en kindskinderen van Anna Jaspersdr ter andere zijde. Anna is hoog bejaard en impotent en de kinderen komen overeen, dat moeder al haar goederen afstaat en dat de kinderen haar zullen onderhouden en wel elk kind 20 gulden per jaar. Anna heeft buiten de betaalde 100 gulden per jaar nog 75 guldenper jaar inkomsten aan losrenten; mocht Anna daar niet van kunnen komen dan zullen de kinderen samen nog 25 gulden per jaar betalen. De goederen worden verdeeld. Jan Jacobsz Wittebol ontvangt een huis en erf met 3 morgen 50 roe land en 4 hond 25 roe land of water daar ach Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 22, p. 353, d.d. 25-09-1614 | Jacobs, Govert (I1619)
|
| 1437 | De rentmeester van de heer van Cruijningen en van Hazerswoude verhuurt de korentienden in 3 bonnen. Het oostbon wordt gehuurd door Cornelis Dircksz in het Rietveld voor 25 1/2 gulden. Borg Martijn Jacobsz. Govert Jacobsz heeft 3 stuivers gehad als trekgeld omdat hij het bod op 24 gulden had gezet. Het westbon wordt gehuurd door Jan Mattheusz voor 85 1/2 gulden. Borg Aelbrecht Brunenz. Govert Jacobsz ontvangt 5 stuivers omdat hij het bod had gezet op 84 1/2 gulden. Het middelste bon wordt gehuurd door Andries Claesz voor 17 gulden 10 stuivers. Borg Cornelis Claesz. Govert Jacobsz ontvangt 3 stuivers omdat hij het bod op 17 gulden had gezet. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 25v, d.d. 01-08-1555 --- Wouter Cornelisz verkoopt aan zijn vader Cornelis Claesz een huis, erf met berg, schuur en 2 1/2 morgen land, belend ten oosten Jan Bloc, ten westen Gerrit Claesz, Pieter Jansz en Jan Dircksz Wittebol, strekkende van de Voorweg over de nieuwe vaartzuidwaarts tot aan de Achterweg, belend en belast zoals hij het gekocht heeft van Adriaen van der Does, onder overhandiging van de oude waarbrief d.d. 12-12-1552. Maart 1556. Doorverkoop aan zijn broer Andries Claesz met waarborg 2 1/2 morgen landin de Watergang, belend ten oosten Cornelis Vranckensz, ten westen Dirckje, weduwe van Adriaen Pietersz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de Voorweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 61v, d.d. 00-03-1556 --- Hendrick Jansz, Andries Claesz en Huijch Gerritsz als kerkmeesters van Hazerswoude, stellen dat Claes Jorisz op 04-04-1520 in erfpacht heeft ontvangen een perceel van 6 morgen land om 5 pond hollands per jaar, waarvan Claes vrij verkocht heeft tweemorgen, belend ten oosten Jacob Lourisz, ten westen Neel Craen, ten zuiden Jacob Willemsz Craen en ten noorden de wetering, waarvoor hij geen toestemming had van de kerkmeesters. De rest is gekocht door Willem Aert Willemsz met consent. De totale grootte blijkt na opmeting 5 morgen 2 hond en nu belend ten oosten Willem Dircksz Ket, ten westen Eeuwout Cornelisz Schoeneman, ten noorden Willem Dircksz Ket bruiker, ten zuiden de dwarsweg, voor 4 gulden min 5 stuivers per jaar erfpacht. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 65v, d.d. 00-04-1556 --- Jan Pietersz is schuldig aan Claes Adriaensz van Dam, rentmeester en ten behoeve van Willem van Bouckhorst een rente van 4 gulden per jaar met hypotheek op 2 1/2 morgen land, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Jan Joostensz en Zweer Harmensz van der Pol en ten westen Vranck Bouwensz, Pieter Jansz en Gerrit Claesz. Borg Andries Claesz met een huis, berg, schuur en 2 morgen land, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Lambert Woutersz en ten westen Aernt Cornelisz, belast met 3 gulden per jaar ten behoeve van de kerk van Hazerswoude, terwijl de woning van Jan Pietersz belast is met 6 gulden per jaar ten behoeve van Jaep Gerritsz Loeij te Gouda, 3 gulden ten behoeve van de Heilige Geest, 3 gulden 15 stuivers ten behoeve van Willem Jacobsz Craen. Afgelost door Claes Fransz op 01-05-1619. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 501, d.d. 20-11-1562 --- Andries Claesz verkoopt aan Huijbert Cornelisz 11 1/2 hond land binnen weg, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten westen Leendert Pietersz en ten oosten Claes Meesz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 639, d.d. 28-02-1564 --- Andries Claesz is schuldig aan Quirijn Claes Garbrantsz, drapier te Leiden, 24 gulden per jaar met hypotheek op een huis met berg en schuur en 2 morgen land, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten westen Arent Cornelisz en ten oosten Lambrecht Woutersz, belast met 3 gulden losrente ten behoeve van het Godshuis van Hazerswoude en 6 gulden ten behoeve van Joost Jacobsz, wantsnijder te Leiden, volgens de oude brieven, in welke brieven nog 3 morgen gespecificeerd staan min 1 hondwaar de renten ook op rusten, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten westen Neeltje, weduwe van jonge Dirck Claesz en ten oosten Cornelis Jacob Hugenz en Jan Jansz, 9 morgen min 1 hond land, strekkende van de Voorweg tot de oude dwarswetering, belend ten westen Jan van Rijswijck te Leiden, Neel Claes Woutersz, Wouter Cornelisz en Pieter Claes Jorisz te Koudekerk en ten oosten de weduwe van Michiel Cornelis Vranckensz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 693v, d.d. 11-01-1565 --- Jan Pietersz is schuldig aan zijn schoonvader Andries Claesz, mede wonende te Hazerswoude, 7 gulden per jaar met hypotheek op een huis en erf met berg en schuur en 2 morgen 2 1/2 hond land, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Zweer Harmansz van der Pol, schout en Jan Joostenz Block, ten westen ..... en Pieter Jansz en het huis waar Matthijs Cornelisz in woont. Afgelost 27-03-1618. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 696, d.d. 11-01-1565 --- Neeltje Claesdr, weduwe van jonge Dirck Claesz met haar zoons Jan Dircksz Een Ooch en Claes Dircksz als haar voogden, verkoopt aan haar zoon Cornelis Dircksz met raad en advies van haar buurlieden Jacob Dircksz en Andries Claesz, twee delen van land dat zij kortgeleden van haar overleden zoon Jan Dircksz geërfd heeft, te weten zo veel als Jan Dircksz aangedeeld was van zijn vaders erfenis, zomede dat gedeelte dat Pieter Corstensz, man en voogd van Trijn Dircksdr, was aangedeeld en Jan Dircksz van Pieter Corstensz had gekocht, belend ten oosten Andries Claesz en Willem Sijmonsz, ten westen Claes Dircksz en Jan Jansz, ten noorden de koper met het land dat hem hierna verkocht wordt en ten zuiden de Achterweg en Claes Dircksz Joachim Hendricksz, man en voogd van Magdalena Dircksdr, Maritje Dircksdr, weduwe van Claes Adriaensz met haar zwager Pieter Adriaensz en haar broer Claes Dircksz als haar voogden, verkopen aan hun broer Cornelis Dircksz elk de helft van een kamp land, dat henis aangedeeld, belend t Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 4, d.d. 25-08-1565 --- Matthijs Pietersz, scheepstimmerman, verkoopt aan Andries Claesz en Vranck Bouwensz, kerkmeesters van Hazerswoude, ten behoeve van de kerk zijn huis met berg en schuur zoals hij het bewoont, belend ten oosten Jan Dirck Claesznz, ten westen de weduwe van Neel Adriaen IJsbrantsznz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden Thijs Pietersz snijder, belast met 3 pond hollands per jaar de penning 20. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 29, d.d. 22-11-1565 --- Andries Claesz verkoopt aan Quirijn Claes Garbrantsznz te Leiden een rentebrief d.d. 11-01-1565 van 7 gulden ten laste van zijn zwager [= schoonzoon] Jan Pietersz met waarborg 2½ morgen gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Jacob Hugenznz en Jan van Velsen en ten westen Neeltje, weduwe van jonge Dirck Claesz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 60, d.d. 26-03-1566 --- Huijbert Cornelisz, wonende te Waddinxveen, heeft gekocht van Leendert Pietersz tot Boskoop een binnen weg saete groot 10½ hond, belend ten oosten de koper met land dat hij gekocht heeft van Andries Claesz en ten westen Lijsbeth Claesdr, belast met19½ stuivers pacht ten behoeve van het Heilig Kruis Gilde te Hazerswoude en 6 gulden 5 stuivers erfpacht ten behoeve van de erfgenamen van Willem Jacobsz Craen, welke pachten door Leendert Pietersz mede gevestigd zijn op andere landen in Boskoop, waarvoor Huijbert vrijwaring geeft. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 412v, d.d. 09-01-1570 --- Andries Claesz stelt dat hij 18 of 19 jaar geleden gedeeld heeft met Pieter Andriesz een zaete gelegen binnen weg in de Waterganck, groot 2 morgen 3½ hond nu belend ten oosten Adriaen Jansz backer bruiker, de monniken te Warmond eigenaar en ten westen Andries Claesz voorsz., strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belast met 20 stuivers ten behoeve van de Heilige Geest van Hazerswoude, 3 pond hollands ten behoeve van de Kerk van Hazerswoude wegens Pieters moederlijk erfdeel tot 200 pond en draagt alsnog over, terwijl Pieter Andriesz verkoopt Pieter Dircksz wonende te Leiden de zaete belast als voren, behalve 9 gulden per jaar die Pieter Dircksz op de woning van Pieter Andriesz heeft sprekende; Pieter Andriesz verklaart diverse renten aan diverse personen schuldig te zijn, die sprekende zijn eerst op zijn woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen min ½ hond land alsmede op de voorsz. binnen weg saete, welke renten hij tot zijn laste behoudt, met waarborg de voorsz.woning, belend ten oos Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 582v, d.d. 22-02-1572 --- Andries Claesz is schuldig aan Frans Cornelisz wegens koop van 1/3 van zekere woning met landen door zijn zoon Claes Andriesz, in wiens naam hij deze schuld zal voldoen. Andries krijgt in mindering van zijn huwelijks goed 250 gulden met waarborg een huis met berg en schuur alsmede 11 hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten Wouter Lambrechtsz en ten westen Aernt Cornelisz, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, 8 morgen 10 hond weiland, gelegen buiten weg, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de dwarswetering, belend ten oosten Chieltje Neel Vranckensz weduwe, ten westen Jan van Rijswijck houtland en Neel Claes Woutersznz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 643v, d.d. 27-02-1572 --- Andries Claesz is schuldig aan Quirijn Claes Garbrantsznz, wonende te Leiden, 12 gulden per jaar met hypotheek op 9 morgen min 1 hond weiland met zekere hennepakker, belend ten westen Johan van Rijswijck te Leiden, Cornelis Claes Woutersznz, WouterCornelisz en Pieter Claes Jorisznz te Koudekerk en ten oosten Michiel Cornelis Vranckensz weduwe, strekkende van de Voorweg tot de dwarswetering; 4 morgen 1½ hond weiland, belend ten westen IJsbrant Claesz en Gerrit Nijss en ten oosten Gerrit Cornelisz, strekkende met het zuideinde op de nieuwe vaart noordwaarts tot de oude dwarswetering toe. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 649, d.d. 20-04-1573 --- Pieter Baerntsz, wonende te Boskoop, is schuldig aan Machtelt Cornelisdr, weduwe van Jan Willemsz van der Meer te Leiden 12 gulden per jaar met hypotheek op 3 morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten Maritje Andriesdr en ten westen AdriaenCornelisz, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, welk land hem is aangekomen van zijn schoonvader Andries Claesz, belast met 30 stuivers per jaar. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 25, d.d. 22-09-1577 --- Maritje Gerritsdr, weduwe en boedelhoudster van Andries Claesz met Roelof Adriaensz haar neef en gekoren voogd ter eenre zijde, Claes Andriesz, Maritje Andriesdr, weduwe van Jan Pietersz met Claes Andriesz haar broer, Gerrit Cornelisz Keijser, man en voogd van Neeltje Andriesdr, Claes Gerritsz, man en voogd van Claertje Andriesdr, Gerrit Claesz, man en voogd van Maritje Andriesdr tezamen kinderen en erfgenamen van Andries Claesz ter andere zijde. Boedelscheiding. Maritje voorsz. voor de helft de woning als huis, berg en schuur alsmede 10 hond 98 roe land, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten de weduwe van Wouter Lambrechtsz, ten westen Wouter Hugensz; 2 morgen 4 hond 2 roe land strekkende als voren, belend tenoosten de erfgenamen van Cornelis Jacob Hugensz en Jan Jansz van Velsen en ten westen Cornelis Dircksz; de helft van een zate land gelegen binnen weg, groot 1 morgen 4 hond 89 roe, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot Wouter Hugensz land, belend ten oosten de erfgenam | Claas, Andries (I567)
|
| 1438 | De selfde tijt t' kint Adriaan Oud: Willem Pietersen van Ruijten, Aefjen Adriaans Get: Pieter Gerritsen, Aegjen Adriaans. | van Ruiten, Adriaan Willems (I2758)
|
| 1439 | De soon van Aert Cornelissen in Roosendael genaemt Hendrick | Vergeer, Hendrik Aarts (I3270)
|
| 1440 | De twee nagelaten weeskinderen van Herman Adriaensz op de Haar, met namen Elizabeth en Anna Hermans, dochters, verwekt bij Marrichgen Arisdr, zijn huisvrouw. Henrick Claesz Spruijt, de zwager van voornoemde weeskinderen, heeft aangenomen op rente 133 gld. 13 st. 2 pen.; nog een hoofdsom van 233 gulden met 6,25% rente ten behoeve van de weeskinderen vanwege hun vaderlijke erfenis. Als onderpand geldt 4,5 morgen erfpacht gelegen in de Lagepolder onder Linschoten, belend ten zuiden en noorden de baron van Montfoort. Voogden van de voornoemde weeskinderen zijn Cornelis Adriaensz en Goswijn Adriaensz. In de marge: Op 08-08-1593 zijn Henrick Jansz de Jonge te Barwoutswaarder, man en voogd van Lijsgen Hermanesdr, en Willem Jacob Claesz als voogd van Annichgen Hermansdr ontvangen van Hendrick Claesz Spruijt, hun zwager, 133 gulden 13 st. 2 pen. vanwege hun vaders erfenis. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 94, d.d. 04-02-1580 --- De weeskinderen van Herman Adriaensz zaliger op de Haar, met namen Elizabet en Anna Hermans, dochters, verwekt bij Marrichgen Arisdr, zijn huisvrouw. Marrichgen Herman Adriaensz weduwe voor haarzelf en geassisteerd met Jonatas van Duijsel, haar gekozen voogd, en Henrick Claesz Spruijt beloven dat de voornoemde weeskinderen bij hun huwelijk van Marrichgen Henricxsdr, hun moeder, een goede koe of 25 gulden krijgen, aangezien Henrick Claesz bij zijn huwelijk ook een koe heeft ontvangen. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 95, d.d. 04-02-1580 --- De twee onmondige weeskinderen van Beertgen Hermansdr zaliger verwekt bij Henrick Claesz Spruijt, haar echtgenoot, met namen Claes, een zoon, en Grietgen, een dochter. Henrick Claesz Spruijt heeft uitgekocht de kinderen van hun moederlijke erfdeel. Hij zal de twee kinderen opvoeden en onderhouden. Als ze mondig zijn geworden, krijgen de kinderen 800 gulden met rente. Als onderpand geldt 4 morgen land, gelegen in de zuidzijde van de Lange Linschoten, strekkende van de Linschoten tot de Snelrewaardse landscheiding, belend ten oosten Jan Claesz en ten westen Peter Rijckensz c.s. Voogden van de kinderen zijn Goswijn Adriaensz, oudoom en bloedvoogd en Willem Jacob Claesz. In de marge: Henrick Claesz Spruijt heeft het erfdeel van zijn kinderen verhoogt van 800 naar 1.000 gulden, 18-05-1595. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 264, d.d. 18-02-1591 --- De drie weeskinderen van Cornelis Claesz Spruijt zaliger, met namen Claes, een zoon, Janneken en Neeltgen, dochters, verwekt bij Elizabeth Cornelisdr, zijn huisvrouw. Elizabeth Cornelisdr, weduwe van Cornelis Claesz Spruijt, geassisteerd door Cornelis Reijersz Ketelman, haar vader en gekozen voogd, doet uitkoop van de kinderen. De weduwe zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Als ze mondig zijn, krijgen de kinderen 1.500 gulden. Als onderpand geldt 9 morgen eigen land, gelegen in de Hogenpolder onder Linschoten, belend ten oosten het Kapittel van Oudmunster en ten westen Jan Henrick Huijgsz bruiker; nog 6 morgen eigen land in de zuidzijde van de Lange Linschoten, gemeen met 2 morgen van de Memorieheren te Montfoort, belend ten oosten Henrick Claesz Spruijt en ten westen Delffgen en Nellichgen Jans; nog 1 morgen eigen land in Cattenbroek. In de marge: Henrick Claesz Spruijt als bloedvoogd van Claes, Jannichgen en Neeltgen, kinderen van Cornelis Claesz Spruijt verwekt bij Elizabeth Cornelisdr geven aa Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 39v, d.d. 20-11-1593 --- De twee onmondige weeskinderen van Beertgen Harmansdr zaliger, verwekt bij Henrick Claesz Spruijt, haar echtgenoot, met namen Claes, een zoon, en Grietgen, een dochter. Henrick Claesz Spruijt, vader van de twee kinderen, doet uitkoop van de moederlijke erfenis van de kinderen, met o.a. een huis, land, hof, huisraad, inboedel, enz. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden. De kinderen krijgen, als ze mondig zijn, elk 1.000 gulden met rente. Als onderpand geldt 6 morgen land gelegen in de hofstede in een weer van 10 morgen, waarvan de andere 4 morgen eigendom zijn van Hector Aertsz Obijn, strekkende van de Hogenpolder tot de Lange Linschoten noordzijderkade, belend ten noorden Thonis Henricxsz Spruijt c.s. en ten zuiden de heren van Oudmunster te Utrecht. In de marge: Henrick Claesz Spruijt vertoont een kwitantie d.d. 10-01-1610 waarin Cornelis Cornelisz als man en voogd van Grietgen Henricxdr aangeeft betaald te zijn door zijn schoonvader van het moederlijke erfdeel van zijn vrouw, 26-12-1611. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 54, d.d. 18-05-1595 [Het land van Hector Aertsz Obijn is mogelijk nr. 20 uit het repertorium op de lenen van de hofstede Heulestein.] --- De vier onmondige kinderen van Antonis Henricxsz Spruijt zaliger, met namen Henrick, een zoon, Dieverken, Marrichgen en Thoengen, dochters, verwekt bij Willemgen Ariensdr, zijn huisvrouw. Kopie. Uitkoop. Jan Ariensz is broer en voogd van de weduwe. Peter Petersz Spruijt en Cornelis Petersz molenaar zijn bloedvoogden van de onmondige kinderen. Als onderpand verbindt de weduwe 2 morgen eigen land, gelegen in een weer van 7 morgen, op Linschoten, gemeen met de Heiligegeest te Utrecht, met huis en getimmerte, belend ten zuiden Henrick Claesz Spruijt en ten noorden Peter Petersz Spruijt. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 134, d.d. 27-09-1600 --- De vijf onmondige nagelaten weeskinderen van Adriana Jansdr zaliger, met namen Jan, een zoon, Beertgen, Marrichgen, Mechtelt en Annichgen, dochters, verwekt bij Henrick Claesz Spruijt. Henrick Claesz Spruijt, de vader van de kinderen, doet uitkoop van de kinderen ten overstaan van Jacob Jansz Coppert, hun oom en gerechte bloedvoogd. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun mondige dagen, waarbij hij zijn kinderen in totaal 1.300 gulden zal uitkeren. Deze kinderen zullen net zoveel recht hebben op de 11 hond erfpachtland in de boedel als zijn andere voorkinderen. Als onderpand gelden alle onroerende goederen. In de marge: Op 12-12-1619 heeft Claes Jansz Spruijt vertoond een akte [lastig leesbaar, [Merrichgen] Hendricx weduwe van Claes Petersz bakker heeft ontvangen 300 gulden?] In de marge: Heden compareerde Heijnderick Claesz Spruijt. Luijt Huijgen is bloedvoogd, 07-06-1617. In de marge: Gwuijde Aertsz, getrouwd met Berntgen Henricx, heeft uit handen van Hendrick Claesz Spruijt, zijn schoonvader, 300 gulden ontvangen, 26-10-1624. In de marge: Dirck Claessen, getrouwd met Annetgen Henricx Spruijt, heeft ontvangen van Claes Jansz Spruijt 200 gulden ter voldoening van haar moederlijke erfenis, z.d. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 111, fol. 372, d.d. 25-01-1615 --- Er was onenigheid ontstaan tussen Jacob Jansz Coppert, schout te Rietveld, en Jan Claesz Spruijt, voogd van de vijf weeskinderen van wijlen Heijndrick Claesz Spruijt, verwekt bij Ariaentje Jansdr, aan de ene, en Merrichgen Jacobs, weduwe van Heijndrick Claes Spruijt, geassisteerd door Cornelis Jacobsz Juffer, haar echte man, met diens nagelaten kinderen aan de andere zijde. Het heeft te maken met waar de kinderen recht op hebben. Er zijn arbiters aangesteld. Jan Heijndricksz krijgt uit de boedel van Heijndrick Claesz, zijn vader, 7 jaar rente van 260 gulden hoofdsom met 6,25% wat neerkomt op 113 gld. 15 st.; Claes Pietersz, getrouwd met Merrichgen Heijndricksdr, krijgt voor 9 jaar aan rente 146 gld. 5 st.; Machtelt Heijndricksdr krijgt voor 4 jaar aan rente 65 gulden; Annichgen Heijndrixdr krijgt voor 1,5 jaar aan rente 24 gld. 7 st. 8 pen. Voor hun uitzet krijgen Jan Heijndricksz, Merrichgen en Machtelt Heijndrixdr elk 25 gulden en Annichgen Heijndrixdr als jongste dochter 50 gulden. Bron: RHC RL, ONA Montfoort, (beheersnr. M023), inv.nr. 1446, fol. 123v, d.d. 04-06-1627 --- De twee onmondige weeskinderen van Hendrick Claesz Spruijt met namen Claes Hendricxsz en Trijntgen Hendricx. Jan Jacobsz als oom van de voornoemde weeskinderen heeft aangenomen van Jan Claesz Spruijt als bloedvoogd van de weeskinderen de hoofdsom van 100 gulden met 6% rente. Als onderpand stelt hij zijn huis, gelegen te Linschoten bij de Rooster, belend ten oosten ..., ten westen de dijk en ten zuiden het Rooster. In de marge: Claes Hendricksz Spruijt en Trijntgien Henrickx Spruijt hebben ontvangen uit handen van Jacob Jansz de hoofdsom van 100 gulden met rente, 26-05-1650. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 112, fol. 145v, d.d. 02-09-1627 --- "Claes Janssen Spruijt, huijsman wonende aende Linschoter Haer voor hem selven ende hem sterckmaeckende ende caverende de rato voor Jan Claessen Spruijt sijnen vader ter eenre, ende Trijntgien Henricxdochter geassisteert met Jan Hendricksen haeren halven broeder, mitsgaders Cornelis Cornelisz, Anthonis Aertsen, ende Cornelis Ghijsbertsen Sluijs haer swaegers hemluijden voor de selve Trijntgien mitsgaders Claes Hendricksen haeren broeder sterckmaeckende mits desen ter andere sijden, ende seijde de voorn. Claes Janssen Spruijt dat sijn vader sich gedraegen hebbende neffens Jan Jacobsen sal: over de voorn. Claes ende Trijntgien onmundige kinderen van Hendrick Claessen Spruijt, ten behoeve van deselve gecocht hadden van Willem van de Poelsal: op den vierden october anno 1629 een halve viertele eijgen lants leggende op de Linschooter Haer voor negen hondert gulden" Naam: Claes Hendricksz Spruijt Hoedanigheid: erfgenaam, bloedverwant Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 113, fol. 41, d.d. 22-11-1642 --- Linschoten 215. 2 morgen land in de Polre (1626: gemeen met 9 morgen van Gijsbert van Hardenbroek en mr. Johan Strick), boven: Gerard van Eycke (1622: weduwe en kinderen Albert Gozewijnsz.), beneden: Gijsbert die Gruter (1610: Marietje Jansdr., weduwe Jan Hendrik Hugenz.), (1626: oost: erven Hendrik Nikolaasz. Spruit, west: Jan Jansz.). 8-8-1540: Nikolaas Cornelisz. bij overdracht door Cornelis Willemsz., zijn vader, 288 fol. 89. 4-3-1567: Cornelis Nikolaasz. bij dode van Nikolaas Cornelisz., zijn vader, 288 fol. 89, 290 fol. 163. 18-4-1594: Hendrik Spruit Nikolaasz. voor Nikolaas Spruit, zijn neef, bij dode van Cornelis, diens vader, 290 fol. 163. 13-5-1610: Albert Gozewijnsz. bij overdracht door Nikolaas Spruit Cornelisz. met lijftocht van Elisabeth Cornelisdr., zijn vrouw, 290 fol. 163. Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort --- Linschoten Polre [Polder] [Fol. 368] Noch die gemeen Choerheeren tot Montfoort twee mergen lants, bruijckt IJsbrant voorsz tsjaers den morgen om xliiij st. facit ij out schilt iiij st. Nu bruijcker Henrick Claesz Spruijt Noch Oudemunster ‘t Utrecht twee mergen landts, bruijckt IJsbrant voorsz den mergen tsjaers om xxxvj st. facit j out schilt xxx st. Nu bruijcker Henrick Claesz voorsz [Fol. 368v] Cornelis Willemsz Spruijt bruijckt vj5 mergen lants erffpachts bij eede tsjaers den mergen om xxiiij st. facit iij out schilt xxx st. Nu Henrick Claesz Linschoter Haar [Fol. 437] Dirck Aertsz Obijn voorsz xiiij mergen lants, daer die vier mergen off erffpacht zijn, bruijckt Heijltgen Adriaens wedue bij eede die mergen tsjaers om ij phs. gul. facit xvj out schilt xxviij st. Nu eijgenaers Aert Dircksz Obijn, ende die wedue ende erffgen. van Herman Crom elcx van vier mergen, Henrick Claesz Spruijt in erffpacht vier mergen ende twee mergen hem eijgen toebehorende, nu bruijcker der voorsz xiiij mergen Henrick Claesz Spruijt voorsz [Fol. 438v] t’Bagijnhoff vier mergen lants, bruijckt Cornelis Willemsz Spruijt tsjaers om iij out schilt xiiij st. Den eijgen blijft, nu bruijcker Henrick Claesz Spruijt Noch bruijckt Cornelis voorsz anderhalve mergen erffpachts, bij eede tsjaers om j out schilt Nu eijgenaer ende bruijcker Henrick Claesz Spruijt [Fol. 439] Noch bruijckt Cornelis voorsz xvj5 mergen lands, hem selver toebehorende, bij eede die mergen j gouden gul. facit xj out schilt Nu eijgenaers ende bruijckers Henrick Claesz Spruijt van iij5 mergen, ende Pieter Pietersz Spruijt xiij mergen Bron: Oudschildgeld 1600 | Spruijt, Hendrik Claas (I2972)
|
| 1441 | De twee onmondige weeskinderen van Beertgen Harmansdr zaliger, verwekt bij Henrick Claesz Spruijt, haar echtgenoot, met namen Claes, een zoon, en Grietgen, een dochter. Henrick Claesz Spruijt, vader van de twee kinderen, doet uitkoop van de moederlijke erfenis van de kinderen, met o.a. een huis, land, hof, huisraad, inboedel, enz. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden. De kinderen krijgen, als ze mondig zijn, elk 1.000 gulden met rente. Als onderpand geldt 6 morgen land gelegen in de hofstede in een weer van 10 morgen, waarvan de andere 4 morgen eigendom zijn van Hester Antsz Obijs, strekkende van de Hogenpolder tot de Lange Linschoten noordzijderkade, belend ten noorden Thonis Henricxsz Spruijt c.s. en ten zuiden de heren van Oudmunster te Utrecht. In de marge: Henrick Claesz Spruijt vertoont een kwitantie d.d. 10-01-1610 waarin Cornelis Cornelisz als man en voogd van Grietgen Henricxdr aangeeft betaald te zijn door zijn schoonvader van het moederlijke erfdeel van zijn vrouw, 26-1 Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 54, d.d. 18-05-1595 --- "Claes Janssen Spruijt, huijsman wonende aende Linschoter Haer voor hem selven ende hem sterckmaeckende ende caverende de rato voor Jan Claessen Spruijt sijnen vader ter eenre, ende Trijntgien Henricxdochter geassisteert met Jan Hendricksen haeren halven broeder, mitsgaders Cornelis Cornelisz, Anthonis Aertsen, ende Cornelis Ghijsbertsen Sluijs haer swaegers hemluijden voor de selve Trijntgien mitsgaders Claes Hendricksen haeren broeder sterckmaeckende mits desen ter andere sijden, ende seijde de voorn. Claes Janssen Spruijt dat sijn vader sich gedraegen hebbende neffens Jan Jacobsen sal. over de voorn. Claes ende Trijntgien onmundige kinderen van Hendrick Claessen Spruijt, ten behoeve van deselve gecocht hadden van Willem van de Poelsal. op den vierden october anno 1629 een halve viertele eijgen lants leggende op de Linschooter Haer voor negen hondert gulden" Naam: Cornelis Cornelisz Hoedanigheid: bloedverwant Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 113, fol. 41, d.d. 22-11-1642 --- "Cornelis Cornelisz ende Grietgen Heijndricks echte man ende vrouw woenende op Cromwijck in de lande van Woerden vernt., mij notario ende de onder. getuijgen well bekent, sijnde de voors. Cornelis Cornsz. gesont lichaem ende de versz. Grietgen Heijndricks sieckelijck in een staell sittende doch beijde bij vollen verstande (...) wijders verclaeren sij testateuren dat sijl. met haren soon Pieter Cornsz. bij huijwelijck hebben gegeven een somme van drie hondert guldens ende dat sijl. met haren soon Heijndrick Cornsz. ende hare dochter Jannichgen Corns. mede ten huijwel. geven sullen elcx gelijcke drie hondert guldens, sij testateuren verclaren elcx hare voorsz. drie genoemde kinderen gelegateert, geschoncken ende voor uijtgegeven te hebben bij forme van donatie inter vivos, ofte gifte onder den levende, twee hondert ende vijftich gul. (...) waer tegens hare andere kinderen met name Hermen, Claes ende Corns Cornsz, soonen, mitsg. Aeltge ende Merrichge Corns dochters, elcks tot huijwel. goedt bij heur test Naam: Cornelis Cornelisz Beroep: boer Woonplaats: Kromwijk Hoedanigheid: huwelijkspartner, testateur Bron: RHC RL, ONA Woerden, (beheersnr. W054), inv.nr. 8505, aktenr. 24, d.d. 29-08-1644 --- "soo sijn geresolveert te vergaderen opden echten huijwelijcken staete Jacob Jansz Hammert, iongesell toecomende bruijdegom geassisteert ende versterckt met Jan Jansz Hammert sijne vader ter eenre sijde, mitsg. Aeltgen Cornsdochter, ionge dochter, toecomende bruijt geassisteert ende versterckt met Corns Cornsz van Cromwijck haren vader ter anderen sijde" Naam: Cornelis Cornelisz van Cromwijck Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: getuige, bloedverwant Bron: RHC RL, ONA Woerden, (beheersnr. W054), inv.nr. 8508, aktenr. 18, d.d. 01-02-1648 --- soo bekenden Grietgen Heijndricks weduwe wijlen Cornelis Cornelisz op Cromwijck, ter eenre zijde mitsg: Pieter en Claes Cornelisz soonen Jacob Jansz Hammert man en voocht van Aeltgen Cornelis, Cornelis Cornelisz als getrouwt hebbende Merrichgen Cornelis en Jan Elberden van Segvelt getrouwt zijnde met Jannichgen Corns gesamentlijcke kinderen en mede erffgen. van voorn. Corns Cornelisz za: gedachte.. te samen en met den anderen vercocht te hebben aen Heijndrick Cornelisz den Haen haer soon,broeder en swager respective die oock bekende gecocht te hebben" Naam: Cornelis Cornelisz den Haen Woonplaats: Kromwijk Hoedanigheid: erflater, huwelijkspartner, bloedverwant Bron: RHC RL, ONA Woerden, (beheersnr. W054), inv.nr. 8514, aktenr. 161, d.d. 12-11-1652 --- "Pieter Cornelisz den Haen, Claes Cornelisz den Haen, Hendrick Cornelisz den Haen, Jacob Jansz Hammert als man ende voocht van Aeltgen Cornslidr Haen, Cornelis Cornelisz van der Vooren als man ende voocht van Marichgen Cornelisdr Haen, ende Jannicgen Cornelisdr Haen wed. van sa. Jan Elbertsz geassisteert met Pieter Cornelisz haren broeder, ende Cors Elbertsz haren swager haren gecoren voochden deser, alle te samen kinderen ende erffgen. van sa. Cornelis Cornelisz den Haen ende Grietgen Hendricxdr Spruijt haere overleden vader ende moeder Hendricxdr. Spruijt haer overleden vader ende moeder" Naam: Cornelis Cornelisz den Haen Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: erflater, huwelijkspartner Bron: RHC RL, ONA Woerden, (beheersnr. W054), inv.nr. 8537, aktenr. 84, d.d. 09-08-1655 | de Haan, Cornelis Cornelis (I1253)
|
| 1442 | De verwantschap tussen Leendert Ariens Ouwerkerck en Jan Leenderts Ouwerkerck is gebaseerd op de naam en de plaats. Leendert Ariens Ouwerkerck woonde aan de Rotte, buiten de Hofpoort en in de Doelstraat. De huidige Doelstraat in Rotterdam voldoet aan deze eisen. Dat is niet ver van Hillegersberg, waarbij mogelijk wel opgegroeid is. De akte uit 1653 waarbij een aantal erfgenamen genoemd worden, wekt de indruk dat Leendert Ariens Ouwerkerck geen kinderen had, waardoor er toch twijfel isover de verwantschap. --- Allert van der Duyn, brouwer in de Roode Leeuw, verkoopt aan Leendert Aryenss Ouwerkerck, de bostel uit zijn brouwerij vanaf nu tot Allerheiligen 1629 voor 4 stuivers per zak. Dirck Aryenss Ouwerkerck te Schiedam stelt zich borg voor zijn broer Leendert. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 132, aktenr. 114, d.d. 15-01-1628 --- Pieter Meesz, 30 jaar, en Jan Maertensz Vlas, 38 jaar, verklaren op verzoek van Henrick Ariensz Pijl dat tussen de laatste, Arien Gerritsz wonend te Segwaert, Maerten Meesz en Kornelis Leendertsz Kalf een contract is gesloten dat degene die het eerst in het huwelijk treedt het gelag zal betalen, of 6 gulden. Pijl machtigt in aanwezigheid van Leendert Ouwerkerck en Cornelis Claesz, Jeremias Verburch, procureur te Segwaert, om daartoe 6 gulden van Arien Gerritsz te innen. Gedaan in het huis waar 'Mechelen' uithangt op de Doelwech. NB: Betreft: weddenschap. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 184, aktenr. 90, d.d. 02-09-1629 --- Adriaen Leenertsz van der Meer of Adriaen Leenertsz Vermeer brouwer in de brouwerij de Hoop, heeft verkocht aan Leendert Adriaensz Ouwerkerck bostelcooper alle bostel die hij in zijn brouwerij zal produceren. De akte is opgemaakt ten huize van Hendrick Jacobsz in Cool ambacht buiten de Delftse poort. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 67, aktenr. 90, d.d. 18-06-1630 --- Aeltgen Aryensdr Bent, vroetvrouwe, oud 33 jaar, Hilletje Willemsdr, weduwe van Barent Harmens, oud 67 jaar, Itgen Aryensdr, weduwe van Willem Aryens, scheepstimmerman, oud 48 jaar, Maertgen Aryensdr, huisvrouw van Leendert Ouwerkerck, oud 48 jaar,Lysbeth Jansdr, huisvrouw van Jacob Dirxs, oud 34 jaar en Pietertgen Aryensdr, huisvrouw van Jan Joosten, oud 29 jaar, verklaren op verzoek van Maertgen Claesdr van Leeuwen, dat zij bij haar bevalling aan Aeltgen Aryensdr heeft gezegd dat Thomas Denisz de vader van haar kind is en beloofd heeft met haar te trouwen. NB: Betreft buitenechtelijke geboorte. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 141, aktenr. 194, d.d. 15-05-1631 --- Op verzoek van Pieter Ariensz verklaart de bij hem inwonende Maertgen Cornelisdr, 26 jaar, vrouw van de tuynder Engel Pietersz, dat op 05-12 jl. een pachter van de zeep op haar kamer met een stok in haar vleeskuip heeft geroerd. Haar man, 25jaar, en de buren Leendert Ariensz Ouwerkerck, in de 50, en Pieter Ariensz, in de 40, verklaren bovendien dat toen 2 deurwaarders met de pachter meekwamen, het huis doorzochten, o.a. 26 stukken kaas vertrapten en als 'geweldighers" en rovers tekeergingen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 185, aktenr. 260, d.d. 16-12-1633 --- Daniel Haneko of Hannico verhuurt aan Gerrit Jorisz de halve molen van wijlen Joris Waelwycx, genaamd het Rottenest, buiten de Delffsche poort, met het hele huis aan de zuidzijde en de helft van de stal aan de noordzijde, inclusief het gereedschap en het paard, dat nog getaxeerd moet worden, voor 210 gulden per jaar, te betalen aan Aefken Gerritsdr, weduwe van Joris Waelwijcx, in overeenstemming met haar voogd Leendert Ariensz Ouwerkerck. Borg is Cornelis Louwerisz van der Schansch, molenaerop de molen van de Witte Leeuw, schoonvader van de huurder. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 185, aktenr. 347, d.d. 21-03-1634 --- Leendert Adriaensz Oudekerck en zijn vrouw Maertgen Adriaensdr Dieloff, benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam, met een legaat van 100 gulden aan Sara Adriaensdr, die bij hen inwoont, en met de bepaling dat na de dood van de eerst overlijdende van hen beiden de helft van de nagelaten goederen moet worden uitgekeerd aan diens naaste bloedverwanten. Hiervan worden echter uitgesloten de kinderen, resp. kleinkinderen, van comparantes halfbroer Adriaen Cornelisz in zijn leven secretaris te Segwaert. Comparanten herroepen hun testament gemaakt op 10.02.1625 t.o.v. Jan Angillis notaris te Leyden. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 74, aktenr. 83, d.d. 20-10-1635 [Adriaen Cornelis Dieloff komt voor in de dingboeken van Zoetermeer; volgens ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 258, aktenr. 40, d.d. 31-07-1635 is Adriaen Cornelisz Dieloff van Segwaert 81 jaar oud. Maartje Ariens heeft waarschijnlijk dezelfde moeder als Adriaen Cornelisz, maar dan uit een later huwelijk.] --- Cornelis Dircxsz Boogaert, man van Neeltge Pietersdr, dochter van Pieter Cornelisz Turff te Vlaerdingen, machtigt Pieter Berckel, secretaris te Benthuysen en Leendert Adryaensz Ouwerkerck om namens hem en de andere erfgenamen van Marritge Jorrisdr,weduwe van Cornelis Crijnen te Schiedam, een kopie te verkrijgen van het testament van haar grootmoeder en een kopie van de scheiding tussen Leendert Pietersz Ruychrock en laatstgenoemde weduwe. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 258, aktenr. 177, d.d. 16-10-1636 --- Op verzoek van Jacob Jansz van Uuythuysen wonende te Haerlem, verklaren Lenert Adriaensz Ouderkerck, 54 jr., en Jan Lievensz Jongbloet, 50 jr., dat Jan Engelen huysman wonende te Pernis, in november 1635 beloofd heeft een grijs rode vaars te verzorgen voor Jacob Jansz van Uuythuysen voor een bedrag van 18 gulden. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 75, aktenr. 111, d.d. 24-10-1636 --- Cornelis Claesz (40), Christiaen Jaspersz (36), Dirck Pietersz (21), timmerluyden, Andries Jansz (36), Jan Sijmonsz (22), metselaers, Evert Jansz (22), brandewijnbrandersknecht en Priamus Robberts (34), opperman, verklaren op verzoek van Arien Maertensz, timmerman, dat zij in het pakhuis van Antony van Kempen aan de Delffschevaert waren waar Leendert Ouwerkerck Arien Maertensz zonder enige aanleiding voor dief uitmaakte. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 326, aktenr. 153, d.d. 05-06-1638 --- Antony van Kempen, brandewijnbrander en Leendert Ariensz Ouwerkerck komen nadere bepalingen overeen bij het bouwen van een muur door de eerste tussen zijn branderij met pakhuis en het huis en erf van Ouwerkerck aan de Doelstraet. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 326, aktenr. 162, d.d. 11-06-1638 --- Johan van Driel, brouwer in "de Roode Leeuw", verkoopt aan Leendert Arijens Ouwerkerck, voor de tijd van 3 jaar de bostel van de brouwerij. Dirck Arijens Ouwerkerck, wonend te Schiedam, stelt zich borg voor Leendert Ouwerkerck voorn. en Joost Verschuijr de Jonge stelt zich borg voor Dirck Ouwerkerck voorn. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 402, aktenr. 191, d.d. 26-10-1638 --- Annetgen Jans, weduwe van Cornelis Claesz Schout, en Leendert Ariens Ouwerkerck en Albert Claesz de Haes, als voogden over haar kinderen, ter ene zijde, en Jacob Jacobs Couwenhoven ter andere zijde hebben een verschil van mening over de aflossing van de rente van de koopsom van 9575 gulden, die de erfgenamen van Reyer Jans de Vos op het gekochte huis hebben. Couwenhoven wil gevrijwaard worden van de borgtocht die op een stuk land in Nieuwerkerck rusten. Dirck Ariens en Leendert Uutenbroeck, zwagers van de weduwe, namens de weduwe en de voogden, leggen met Couwenhoven de zaak voor aan de advocaten meesters Dirck van der Wolff en Pieter Walenburch, en Egbert Jacobs van der Heul, raedt en vroetschap, als arbiters. Als borg voor de weduwestaat haar huis aan de Delftschevaert. Belend ten zuiden en noorden Antony van Kempen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 328, aktenr. 50, d.d. 10-02-1640 --- Lenaert Adriaensz Ouwerkerck, wonend buiten 't Hoffpoortgen buiten Rotterdam, 58 jr, en Cornelis Jansz Speck, voerman, 36 jr, leggen een verklaring af op verzoek van Pieter Pietersz Thondetgen, waard in 't Swaenshals in Cort Crooswijck buiten Rotterdam. Zij zeggen dat Thondetgen ruzie heeft met zijn buurman Sebastiaen Jacobsz de Rije. Sebastiaen noemt Thondetgen een dief en schelm en zegt dat zijn zusters hoeren zijn. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 451, aktenr. 32, d.d. 08-08-1640 --- Lenaert Adriaensz Ouwerkerck, wonend buiten het Hofpoortje, en Jan Claesz Pols, zoon van wijlen Claes Symonsz Brouckwech, komen met Symon Claesz Brouckwech te Zoetermeer, mede namens diens broers, overeen dat Jan Pols zich verder houdt aan het testament van Claes Symonsz, en dat Jan nog 100 gulden krijgt boven de rente(brief) van 1.200 gulden. Lenaert beheert de rentebrief volgens het testament van Claes Symonsz, gepasseerd d.d. 06-11-1640 voor notaris Pieter Dircxsz van Leeuwen te Leiden. Claes Symonsz Brouckwech is te Zoetermeer overleden. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 458, aktenr. 17, d.d. 02-02-1641 --- Aelbert Claesz de Haes, wijnkoper, 54 jr, en Leendeet Adriaensz Ouwerkerck, bostelkoper, 60 jr, leggen een verklaring af op verzoek van Lenaert Jacobsz Roosh. Zij kennen Kooth ca. 31 jaar, van jongs af aan, hij is geboren in de Ambacht van Hillegersberch in de bailliuschap van Schijelandt en is tegenwoordig gehuwd met Maritgen Adriaensdr, een dochter van Adriaen Aertsz van Cralingen. Kooth en zijn vrouw hebben zich altijd behoorlijk gedragen, zij hebben nooit gehoord dat Kooth een vechtersbaas genoemd wordt. Zij hebben wel gehoord dat Jan Claesz Crooswijck (voodat hij door Kooth verwond is) sexueel verkeer met de vrouw van Kooth gehad zou hebben, hetgeen zij niet geloven. Crooswijck en zijn vrouw waren berucht in de tijd dat zij in deNieuwe herberg woonden. Na het overlijden van Crooswijck is zijn weduwe wegens haar kwalijke en oneerlijke lichtvaardigheid naar het spinhuijs te Gouda gebracht waar zij nu nog verblijft. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 451, aktenr. 67, d.d. 25-11-1641 --- Leendert Arijensz Ouwerkerk woonachtig buiten het Hoffpoortghen verklaart wegens geleende gelden een bedrag van 600 gulden schuldig te zijn aan Maerten Jansz Bleijswijck of aan de toonder van de akte. N.B.: in de marge is vermeld dat de schuld is voldaan op 17 augustus 1647. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 307, aktenr. 1, d.d. 05-03-1642 --- Meester Joan van Driel, schepen en brouwer in "de Roode Leeuw", verkoopt aan Leendert Arijens Ouwerkerck de bostel van de komende 3 jaar. Borgen zijn Dirck Arijens Ouwerkerck, zijn broer, en Johan Verschuijr de Jonge. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 402, aktenr. 381, d.d. 24-05-1642 --- Leendert Aeryens Ouwerkerck, wonend aan de Rotte, 60 j., legt een verklaring af op verzoek van Leendert Jacobs Coot, die ook aan de Rotte heeft gewoond. Hij verklaart dat in 1640 Jan Claesz Crooswijck door Coot zodanig was verwond dat hij naenkele dagen is overleden. Crooswijck heeft, op zijn doodsbed, verklaard dat hijzelf de schuld was van het gebeurde. Hij had eerst Coot gemolesteerd. Hij heeft dit ook verklaard ten overstaan van de predicant Lansbergen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 307, aktenr. 143, d.d. 05-06-1643 --- Lenaert Adriaensz Ouwerkerck, bostelkoper wonend buiten het Hofpoortgen, en Dirck Dircxsz Romeijn, herbergier in de Stadtsherberg buiten de Delffsepoort, leggen een verklaring af op verzoek van Andries Jansz van der Hebben. Zij zijn aanwezigals Anthonij Nijs, brouwer in de Twee Paarden, in aanwezigheid van schout en 2 schepenen van Blommersdijck, Beuckelsdijck en de Landen van Cool, zegt bereid te zijn van Andries Jansz van der Duijn, gehuwd met Geertgen Henricxdr, het eigendom te ontvangen van een gedeelte land, waarvan Henrick Pijl, als stiefvader van Geertgen, de rest toekomt. Thomas van der Helm, secretaris, gaat weg en weigert de gifte te lezen en de akte te tekenen, hoewel Ouwerkerck en Romeijn en van der Duijn protesterenen zeggen dat van der Hebben de zaak niet aangaat die Pijl en Romeijn hebben wegens de gifte van het huis van Romeijn. Pijl en zijn vrouw gaan ook weg. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 451, aktenr. 155, d.d. 13-08-1643 --- Henrick Pijl en Arien Jansz van der Duijn, getrouwd met Geertgen Hendricx, dochter van Maertgen Dircx, overleden echtgenote van Pijl, verklaren door tussenkomst van Jan Jacobsz Verschie, schout van Blommerdijck, Beukelsdijck en Cool, Leendert Ariensz Ouwerskerck en Cornelis Leendertsz van der Wint dat Pijl de betimmering mag behouden die bij het leprooshuis op het land van heer Hendrick van Raephorst staat. Hij moet daar een bedrag voor betalen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 435, aktenr. 103, d.d. 01-09-1643 --- Jacob Isaacxz van der Hout, gehuwd met Annetje Jansdr, die weduwe was van Cornelis Claesz Schout, zegt 2100 gulden ontvangen te hebben van Antony van Kempen, coopman, in mindering van de koopsom van een huis en erf aan de westzijde van de Delftschevaert of Doelwech. De koopakte was gepasseerd voor notaris Leendert Uitenbrouck op 14-11-1641. Claes Arien Harbertsz, Leendert Ariensz Ouwerkerck en Pieter Cornelisz Kater die in Schiebroeck woont stellen zich borg. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 331, aktenr. 295, d.d. 29-09-1643 --- Leendert Ariens Oude Ouderkerck, bostelverkoper, wonend buiten de Hoffpoort, bekent een schuld van 200 gulden te hebben aan Huijch Maertens en Hadewijtge Maertens, kinderen van Maerten Jans Bleijswijck, ter zake van een lening. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 498, aktenr. 120, d.d. 13-04-1644 --- Maritgen Adriaensdr, echtgenote van Leonard Adriaensz Ouwerkerck, wonend buiten het Hofpoortje, bostelverkoper, verklaart op haar ziek-/sterfbed dat zij tot nu de boekhouding van haar man inz. in-/verkoop van bostel nauwgezet en eerlijk heeft bijgehouden en dat de openstaande posten nog door debiteuren moeten worden voldaan aan haar man. Betalingen zijn correct verricht. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 458, aktenr. 132, d.d. 17-05-1645 --- Lenaerd Adriaensz Ouwerkerck, bostelkoopman, en echtgenote Maritgen Ariensdr, wonend buiten het Hofpoortje, geven een aanvulling op hun testament d.d. 20-10-1635 voor notaris Willem Jacobsz. Het kind van Aelbert Pietersz en het kind van Maritgen Pietersdr zullen erven ipv hun ouders in hun deel in de nalatenschap; wel zullen de ouders het vruchtgebruik hebben. Het legaat aan hun dienstmaagd Sara Adriaensdr (gehuwd met Jan Augustijnsz) van 300 gld. gaat naar dezer dochter Geertge Jans. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 455, aktenr. 88, d.d. 19-11-1645 --- Jan Jacobsz Verschie, schout van Beuckelsdijck, Blommersdijck en de landen van Cool, en Lenaerd Adriaensz Ouwerkerck, schepen aldaar, leggen een verklaring af op verzoek van Andries Jansz van der Duijn, wonend buiten de Delffsepoort, betreffende deverdeling van de stal, staande aan het Leprooshuis op de grond van de Heer van Raephorst. Tijdens de Rotterdamse kermis in 1643 komen Van der Duijn, gehuwd met Geertge Henricxdr, de dochter en erfgenaam van de overleden Maritgen Dircxdr, vrouw vanHenrick Pijll, en Henrick Pijll overeen in de herberg van Cornelis Lenaertsz van der Wint, waard wonend aan de Blommersdijck, dat van der Duijn 900 gulden met kosten aan Pijll zal betalen zodat Pijll eigenaar wordt van de hele stal. Zij zullen daarvan de volgende dag een koopceduul maken. De akte zal worden opgemaakt in de herberg van 't Roo Leeutgen in de Lombertstraet maar van der Duijn en Pijl krijgen ruzie over de aflossing en de rente. De zelfde dag maakt notaris Basius een conceptvan de koop dat door hen, Vers Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 451, aktenr. 242, d.d. 23-12-1645 --- Johan van Driel, schepen en brouwer in de brouwerie van de Roode Leeuw, verkoopt de bostel (= afgewerkte mout) die de brouwer binnen de komende 3 jaar vanaf Allerheiligen 1644 produceert aan Leendert Arijensz Ouwerkerck voor 5 stuivers en 4 penningen per zak. De koper moet elke 3 maanden betalen maar krijgt dan ook een kan cleijnbier en op elke kuip bostel een kid bestebier en jaarlijks 2 halfvaten bestebier, mits de koper jaarlijks 2 schepen met misse op zijn kosten naar Wassenaer zalbrengen. De verkoper blijft bostel leveren aan 3 bekenden en familie en voor zichzelf, zoveel als zij nodig hebben, volgens het oude contract. In het oude contract d.d. 24-5-1642 staat dat Johan van Driel, schepen en brouwer, bostel verkoopt aan LeendertAryensz Ouwerkerck vanaf Allerheiligen 1643 tot Allerheiligen 1644 onder de voorwaarden die gebruikt zijn in het nieuwe contract d.d. 29-3-1645. In beide contracten zijn zijn broer Dirck Arijensz Ouwerkerck en Joost Verschuijer de jonge borg. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 367, aktenr. 58, d.d. 29-03-1646 --- Grietgen Jansdr, weduwe van Dirck Jorisz, bekent schuldig te zijn aan Lenaerd Adriaensz Ouwerkerck, bostelcooper, wonend aan de Rotte in de jurisdictie van de stad Rotterdam, een bedrag van 584 gulden, ter zake van geleend geld. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 446, aktenr. 152, d.d. 11-06-1646 --- Jan Cornelis Nieuwerkerck, wonend op de Botersloot, bekent schuldig te zijn aan Leendert Arijensz Ouwerkerck, een bedrag van 200 gulden, ter zake van koop en leverantie van een bostelschip. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 446, aktenr. 212, d.d. 17-07-1647 --- Leendert Aerijensz Ouwerkerck, 66 jr, en Michiel Pietersz, beenhackersknecht, 19 jr, verklaart op verzoek van Jacob Dirck Tijsz, wonend te Hillegontsberch, dat zij onlangs ten huize van Claes Leendertsz Besemer, beenhacker, wonende in de Oppert zijn geweest om een koebeest te zien slachten, die de laatste van Jacob Dirck Tijsz had gekocht, op voorwaarde dat voor ieder pond smeer 1 gulden betaald zou worden. Hij heeft gezien dat het 'scheelen' van de darmen en de pens van het beest zeer onzorgvuldig geschiedde, zodat er tussen Tijsz en Besemer grote ruzie ontstond, waarbij de eerste het huis uitliep. Dit wordt bevestigd door Leendert Aeryensz Ouwerkerck, 66 jr, die ook ten huize van Besemer was gekomen. Een en ander eindigde met een schermutseling waarbij ook de vrouw van Besemer was betrokken. N.B.: dezelfde akte als ONA 272, aktenr. 272. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 309, aktenr. 145, d.d. 28-10-1647 --- Leendert Aryensz Ouwerkerck, bostelkoper buiten het Hofpoortgen, machtigt Frans Boogert, die optreedt bij de Vierschaar in Delfland, namens hem zijn zaken te behartigen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 453, aktenr. 197, d.d. 12-02-1649 --- Jan Adriaensz, bostelverkoper, 30 jr, wonend op de Botersloot, en Grietge Cornelisdr, jongedochter van 26 jr, wonend buiten het Hoffpoortge, leggen een verklaring af op verzoek van Leendert Adriaensz Ouwerkerck, bij wie Grietge in huis woont. Ongeveer in mei 1650 komt Gerrit van Leeuwen, secretaris van Pijnacker, bij Leendert. Zij horen dat Leendert woorden heeft met Gerrit over restanten van door Gerrit in te vorderen rekeningen. Leendert wil van Gerrit af. Gerrit weigert zijn rekeningen van ontvangsten en nog openstaande rekeningen af te geven, hoewel Leendert hem zijn loon voor alle vorderingen aanbiedt. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 451, aktenr. 412, d.d. 02-09-1650 --- Leendert A(d)riensz Ouwerkerck 'bostelkoper' (bostel=veevoer of mest) weduwnaar van Maritgen Adriaens, tevens optredend voor de erfgenamen van wijlen zijn vrouw, machtigt procureur Maerten van Eversdijck. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 454, aktenr. 4, d.d. 23-01-1651 --- Adriaen Dircxsz Kerckhoven, bostelkoper, en Lambert van Heuckelum, wijnkoper, verklaren op verzoek van Leendert Adriaensz Ouwerkerck, bostelkoper, dat ze kennis genomen hebben van de acties die Ouwerkerck wil ondernemen, omdat hij het niet eens is met het bedrag van ruim 216 gulden waarvoor Samuel de Back, brouwer in het "Seeuswapen" hem aanslaat. Ze hebben de papieren goed bekeken en vinden dat Ouwerkerck gerechtigd is om van een partij van 2233 zakken bostel van het bedrag van 216 gulden, 55 gulden af te trekken, en bovendien nog een bedrag van 75 gulden, die hem volgens de heren arbiters toekomen. En Ouwerkerck claimt nog een bedrag van 9 gulden en nog eens 3 gulden voor een half vat bier. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 452, aktenr. 4, d.d. 27-01-1651 --- Leendert A(d)riensz Ouwerkerck 'bostelkoper' (bostel=veevoer of mest) weduwnaar van Maritgen Adriaens, tevens optredend voor de erfgenamen van wijlen zijn vrouw, machtigt procureur Maerten van Eversdijck. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 454, aktenr. 4, d.d. 23-01-1651 --- Bostelmaker Lenaerd Adriaensz Ouwerkerck, weduwnaar van Maritge Adriaens, tevens optredend voor haar erfgenamen, machtigt procureur Maerten van Eversdijck om, volgens uitspraak van het Hof van Hollant, voor hem op te treden en bij schuldenaars geldte innen. Lenard zelf kan niet schrjven, wijlen zijn vrouw Maritge hield de schuldboeken bij. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 454, aktenr. 9, d.d. 21-03-1651 --- Leendert Adriaensz Ouwerkerck, verhuurt Lambert van Heuckelom een stalling met tuin en gang aan de Rotte, achter het huis van Leendert. Dit incl. gebruik van het bleekveld en de kade. De huurperiode bedraagt 2 jaar, tegen een huur van 40 gulden. Een bedrag van 30 gulden kan in mindering worden gebracht vanwege verdiensten bij Leendert. Er is optie indien Leendert binnen het jaar overlijdt om wel of niet door te huren. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 589, aktenr. 31, d.d. 29-04-1651 --- Leanaerd Adrijaensen Ouwerkerck, borstelkoper, weduwnaar van Maritgen Adrijaens, mede voor de andere erfgenamen, machtigt Gerrit van der Velde, procureur, om hun zaken waar te nemen en hun schuldeisers te dagvaarden. Hijzelf kan niet schrijven en zijn vrouw heeft altijd de boeken bijgehouden. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 719, aktenr. 4, d.d. 23-04-1652 --- Pieter Pieters het Hart te Honselersdijk bekent een schuld van 179 gulden te hebben aan Leendert Adrijaens Ouwerkerck, bostelkoper buiten het Hofpoortje, aan ter zake van koop van bostel. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 726, aktenr. 2, d.d. 25-07-1652 --- Adriaen en Dirck Adriaens Ouwerkerck, en Adriaen mede als voogd over het kind van Maertge Pieters, Aelbrecht Pieters Poot, Jan Jans van Adrichem, Jan Arents Starrenburch en Cornelis Jans van Warmont, erfgenamen van Leonart Adriaens Ouwerkerck en diens vrouw, Maertgen Ariens, machtigen Pieter Henricx, Cornelis Cornelisz Dieloff en Sijmon Claesz van der B..., om hun tegoeden te innen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 54, aktenr. 173, d.d. 27-05-1653 --- Nr. 852 folio 246 d.d. ut supra. [15-12-1649] Leendert Ariensz. Ouwerkerck eiser contra Ghijsbrecht Pietersz. Goutappel gedaagde voor betaling van f 12-08-00 over de eerste paai volgens obligatie in dato 11-08-1649. Nr. 856 folio 248v. d.d. 01-02-1651. Leendert Ariensz. Ouwerkerck eiser contra Gijsbrecht Pietersz. Goutappel als principaal en Pieter Cornelisz. Post als borg, gedaagden voor betaling van f 41-05-00 als restant van meerdere somme volgens de obligatie in dato 25-06-1650 verleden te Kethel. Nr. 858 folio 249v. d.d. 18-04-1651. Leendert Ariensz. Ouwerkerck eiser contra Ghijsbrecht Pietersz. Goutappel wonende dorp (Kethel) principaal en Pieter Cornelisz. Post als borg gedaagden. Bron: Rechterlijk Archief Kethel en Spaland, inv.nr. 84, door A. van der Tuijn | Ouwerkerk, Leendert Ariens (I2461)
|
| 1443 | De volgende Nijs is niet de vader: den selfden dito [6 jan 1674] Nijs Dircxsen Kuijper j.m. met Willemina Ariens van der Meulen j.d. alle beijde wonende tot Leijderdorp. Bron: Leiderdorp - NH trouwboek NH dopen Leiderdorp: 13-05-1674 Dirck; o. Nijs Dircxsen en Willemina Ariens; g. Willemtje Dircx 28-07-1675 Neeltje; o. Nijs Dircxsen en Willemina Ariens den 1 nov [1675] Hendrik Cornelissen Ket wed. van Maertje Jacobs de Man met Willemina Ariens wed. van Nijs Dircxsen alle beijde wonende tot Leijderdorp. Bron: Leiderdorp - NH trouwboek | van der Kuip, Marijtje Nijs (I1993)
|
| 1444 | De volgende schouten zijn benoemd in Zegveld en Zegvelderbroek: Inv.nr. 605-7, d.d. 17-02-1537 Willem Ludolph Ricoltsz Inv.nr. 605-10, d.d. 11-06-1563 Roelof Willemsz Inv.nr. 605-12, d.d. 07-11-1578 Hendrick Gerritsz Inv.nr. 605-13, d.d. 07-03-1589 Cornelis Roelofsz neemt over van Neeltgen Jansdr, weduwe van Hendrick Gerritsz Inv.nr. 605-15, d.d. 04-10-1622 Henrick Cornelisz [van Eijck in 1646] Inv.nr. 605-19, d.d. 18-12-1646 Geurt van der Nijpoort Inv.nr. 605-20, d.d. 22-06-1649 Roeloff Hendricksz van Eijck Inv.nr. 605-21, d.d. 11-01-1650 Hendrick Hendricksz van Eijck Inv.nr. 605-24, d.d. 10-07-1657 Johan Freser Bron: HUA, Kapittel van Sint Marie (toegangsnr. 221) Stukken betreffende het meten van de hennepwerven te Kamerik-Mijzijde en Zegveld, 1556-1625 Heijnrick Cornelisz schoudt tot Segvelt Bron: HUA, Kapittel van Sint Marie (toegangsnr. 221), inv.nr. 802, d.d. 26-06-1609 (scan 33) Gerrit Adriaensen Nedersticht geeft te kennen dat Hendrick Hendricksz van Eijck, in zijn leven schout te Zegveld, zijn zwager, is overleden, waardoor het schoutambt vacant is. Hij is geneigd om dit ambt (dat nu ca. 80 jaren door de voorzaten van zijn vrouw is bediend) aan te nemen, omdat hij ertoe gerechtigd is als deel van de erfenis van zijn overleden zwager. Hij biedt dus zijn diensten als schout aan bij de dekenen van het Kapittel van Sint Marie. Bron: HUA, Kapittel van Sint Marie (toegangsnr. 221), inv.nr. 606, fol. 1, d.d. 1657 --- Jacob Cornelisz, voor zichzelf en als oom en voogd van de kinderen van Wigger Cornelisz en Cornelis Cornelisz, idem Melsen Cornelisz, Leendert Cornelisz en voornoemde Heijndrick Cornelisz Schout, man en voogd van Sijckgen Cornelis, en met procuratie van Jan Florisz, nu in Zweden zijnde, gepasseerd op 06-09-1629 voor notaris Willem van Leeuwen te Woerden, idem Heijndrick Meesz als man en voogd van Geertgen Cornelis, Cors Claesz als man en voogd van Aeffgen Floris, Dirck Doedensz, Cornelis Doedensz, Leendert Doedensz en Jan Doedensz, idem Gijsbert Corsz Backer als man en voogd van Sijchgen Doedens en Gerrit Heijndricxsz als man en voogd van Merrichgen Doedens, samen erfgenamen van Floris Cornelisz, hun overleden vader, grootvader en overgrootvader, transporteren aan Willem Sijmonsz een 3,5 morgen land gelegen in Zegvelderbroek, strekkende van de Broekwetering tot Willem Jansz, belend ten oosten voornoemde Willem Jansz en ten westen Cornelis Jacobsz. Bron: RHCRL, ORA Zegveld (beh.nr. W180), inv.nr. 2374, aktenr. 14, d.d. 22-05-1630 --- Claes Meesz, Willem Woutersz, Arien Ariensz, getrouwd met Barbara Woutersdr, en Aechgen Woutersdr, geassisteerd door Willem Woutersz, erfgenamen van Marijtgen Woutersdr, overleden huisvrouw van voornoemde Claes Meesz, voor 1/3 deel, Leentgen Meesdr, weduwe van Jacob Huijbertsz, geholpen door haar broer Claes Meesz, mede voor 1/3 deel, Feijts Jansz op de Houff tot de Sluijpwijck als vader van Jan Feijtsz die erfgenaam is van 1/6 deel van voornoemde Heijndrick Meeesz, die getrouwd was met Heijltgen Meesdr, de voornoemde comparanten als erfgenamen van voornoemde Heijltgen Meesdr en dus van haar 1/6 deel, samen voor de helft en de gehele erfenis van Heijndrick Meesz; Jacob Cornelisz, Meltsen Cornelisz en Leendert Cornelisz, ieder voor zichzelf en Heijndrick Cornelisz, schout van Zegveld, als man en voogd van Sitge Cornelisdr, als zus en broers van Geertgen Cornelisdr zaliger, met hun vieren erfgenamen van voornoemde Geertgen Cornelisdr, dragen over aan Jan Ariensz de Jong, oud-schepen van Gouda, de helft Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, fol. 188v, d.d. 28-02-1637 [Jacob Huijbertsz moet zijn Jacob Huijgen Hoeck; Heijltgen Meesdr moet zijn Heijltgen Cornelisdr] --- Andries Willemsz van Honthorst en Matheus Claesz van der Schot, getrouwd met Willempgen Willems van Honthorst, beiden kinderen en erfgenamen van Marijtgen Gerritsdr en dus van Willem Gerritsz, broer van voornoemde Marijtgen Gerritsdr, machtigen Henrick Cornelisz, schout van Zegveld, om in hun naam de erfenis af te handelen. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 199, aktenr. 162, d.d. 20-12-1639 (scan 908) --- Andries Willemsz van Honthorst en Matheus Claesz van der Schot als man en voogd van Willempgen Willemsdr van Honthorst, beiden kinderen en erfgenamen van Merrichgen Gerritsdr, hun moeder, en daarom erfgenamen van Willem Gerritsz, hun oom, in zijn leven wonende te Zegveld, mitsgaders als mede erfgenamen van Merten Willemsz, hun broer en zwager, overleden zonder kinderen. Compareerde Willem Gerritsz van Honthorst voor zichzelf en als erfgenaam van Gerrit Willemsz van Honthorst hoedenmaker, zijn vader, in zijn leven wonende te Leiden, mede erfgenaam van voornoemde Merrichgen Gerrits. Ze machtigen Henrick Cornelisz, schout te Zegveld, om met toestemming van het Hof van Utrecht d.d. 17-12-1639 uit handen van mr. Cornelis de Vianen(?), advocaat van het Hof, te ontvangen het laatste termijn van de aankoopsom van een stuk land te Zegveld. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 200, aktenr. 6, d.d. 10-01-1640 (Scan 42) --- Haesge Barents Twilt, weduwe van Jan Cornelisz de Clercq, mitsgaders Cornelis Jansz Lombertson, man en voogd van Heijltgen Cornelis de Clercq, voor zichzelf en met macht van Cathalijna Cornelis de Clercq, weduwe van Jan Huijb. Swanenburch, samen kinderen en erfgenamen van Janneken Jans, in haar leven brouwster in De Eenhoorn te Woerden, machtigen Heijndrick Cornelisz, schout te Zegveld, om in hun naam te ontvangen van Laurus Dircksz, wonende aan de Meije, 110 gulden aan o.a. landpacht. Bron: RHCRL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 26, d.d. 09-09-1644 --- Gerrit Adriaensz Nedersticht, jongman, toekomende bruidegom, geassisteerd door Adriaen Woutersz Nedersticht, zijn vader, aan de ene, met Claesgen Heijndricks van Eijck, jonge dochter, toekomende bruid, versterkt met Cornelis Heijndricksz van Eijck en Heijndrick Heijndricksz van Eijck, haar broers, aan de andere zijde. Huwelijkscontract. Arien Woutersz Nedersticht geeft zijn zoon mee in het huwelijk een huis en erf, gelegen in Zegveld, belend ten zuiden de moeder van de bruid en ten noorden Jasper Cornelisz kleermaker; nog de helft van 4 morgen land met huis, berg en schuur, gelegen in Zegveld, belend ten zuiden Cornelis Heijndricksz, broer van de bruid, en ten noorden Claes Reijersz; nog een nieuw bed met toebehoren. De bruid brengt mee alle goederen die ze door het overlijden van haar vader Heijndrick Cornelisz van Eijck, in zijn leven schout van Zegveld, is aanbestorven. Bron: RHCRL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8508, aktenr. 22, d.d. 04-11-1648 --- Cornelis, Heijndrick, Willem en Roeloff Heijndricksz van Eijck, mitsgaders Geertgen Heijndricks van Eijck, weduwe van Dirck Tijsz de Rijck, zonen en dochter van Heijndrick Heijndricksz [= Cornelisz] van Eijck, in zijn leven schout te Zegveld, en Sijchgen Cornelis, beiden overleden, machtigen Gerrit Ariensz Nedersticht, getrouwd met Claesgen Heijndricks, hun zwager, om in hun naam te innen van Maria Gerrits, weduwe van de heer Godert van der Niepoort, in zijn leven ook schout van Zegveld, 318 gld. 8 st. als slot van rekening. Bron: RHCRL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 196, d.d. 14-09-1654 --- Willem Hendricxsz van Eijck, wonende in dit gerecht, mede erfgenaam van Henderick Cornelisz van Eijck, voormalig schout van Zegveld, en Sijchgen Cornelis, gewezen echtelieden, heeft overgedragen, zo bleek uit de kwitantie d.d. 05-06-1654, aan Abrahamus Rodenborch, pastoor te Zegveld, 4 morgen hooiland gelegen te Zegvelderbroek, strekkende van de Slimmenwetering tot de sloot van het weeshuis te Utrecht, belend ten oosten jonkheer Johan van Oostrum en ten westen Bartholomeus Claesz van der Mant. Compareerden ook Cornelis Hendricxsz van Eijck, Hendrick Hendricxsz van Eijck schout en Roeloff Hendricxsz van Eijck, mede erfgenamen van voornoemde Hendrick Cornelisz van Eijck en Sijchgen Cornelis, hun overleden ouders, die verklaren dat Willem Hendricxsz van Eijck, hun broer, bij de scheiding van de boedel van hun ouders voornoemde 4 morgen hooiland is toegevallen en keuren de verkoop goed. Bron: RHCRL, ORA Zegveld (beh.nr. W180), inv.nr. 2375, aktenr. 152, d.d. 24-12-1654 --- Cornelis Hendricxsz van Eijck, Henderick Hendericxsz van Eijck, schout van Zegveld, mitsgaders Willem Hendricxsz van Eijck en Roeloff Hendricksz van Eijck, allen voor hen zelf, mitsgaders Geertgen Hendericx van Eijck, weduwe van Dirck Mathijsz van Nes, geassisteerd door voornoemde Cornelis Hendricxsz van Eijck, haar broer, Gerrit Adriaensz Nedersticht als man en voogd van Claesgen Hendricx van Eijck, allen erfgenamen van Hendrick Cornelisz van Eijck, in zijn leven schout te Zegveld, en Sijchgen Cornelis, hebben overgedragen, zo bleek volgens de kwitantie d.d. 06-06-1655, aan Staes Jacobsz Schemel bakker een huis en erf, gelegen in het dorp Zegveld, strekkende van de straat tot de sloot, belend ten zuiden voornoemde huidige schout van Zegveld en ten noorden Adriaen Woutersz Nedersticht. Bron: RHCRL, ORA Zegveld (beh.nr. W180), inv.nr. 2375, aktenr. 168, d.d. 13-06-1655 | van Eijck, Hendrik Cornelis (I997)
|
| 1445 | De volgende schouten zijn benoemd in Zegveld en Zegvelderbroek: Inv.nr. 605-7, d.d. 17-02-1537 Willem Ludolph Ricoltsz Inv.nr. 605-10, d.d. 11-06-1563 Roelof Willemsz Inv.nr. 605-12, d.d. 07-11-1578 Hendrick Gerritsz Inv.nr. 605-13, d.d. 07-03-1589 Cornelis Roelofsz neemt over van Neeltgen Jansdr, weduwe van Hendrick Gerritsz Inv.nr. 605-15, d.d. 04-10-1622 Henrick Cornelisz [van Eijck in 1646] Inv.nr. 605-19, d.d. 18-12-1646 Geurt van der Nijpoort Inv.nr. 605-20, d.d. 22-06-1649 Roeloff Hendricksz van Eijck Inv.nr. 605-21, d.d. 11-01-1650 Hendrick Hendricksz van Eijck Inv.nr. 605-24, d.d. 10-07-1657 Johan Freser Bron: HUA, Kapittel van Sint Marie (toegangsnr. 221) Gerrit Adriaensen Nedersticht geeft te kennen dat Hendrick Hendricksz van Eijck, in zijn leven schout te Zegveld, zijn zwager, is overleden, waardoor het schoutambt vacant is. Hij is geneigd om dit ambt (dat nu ca. 80 jaren door de voorzaten van zijn vrouw is bediend) aan te nemen, omdat hij ertoe gerechtigd is als deel van de erfenis van zijn overleden zwager. Hij biedt dus zijn diensten als schout aan bij de dekenen van het Kapittel van Sint Marie. Bron: HUA, Kapittel van Sint Marie (toegangsnr. 221), inv.nr. 606, fol. 1, d.d. 1657 981 Prior en klooster van de Regulieren van Vredendaal, nu Sint Jan te Amersfoort verklaren dat zij in erfpacht hebben gegeven aan Willem Lutensen, schout te Zegveld, 7,5 hont land met huis en alle bepoting daarop staande gelegen in een kamp van 2,5 morgen, strekkende van het land van Jan Elberts tot aan het diepe (midden?) van de Meye, aan de boven- en oostzijde begrensd door Ecbert Comensen en aan de benedenzijde Roeloff Jans. Oorspr.; zegel verloren. Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen (toegansgnr. 0001.02), inv.nr. 4413-072, d.d. 01-07-1550 982 Willem Luijtens, schout van Zegveld verklaart in eeuwigen erfpacht ontvangen te hebben van het klooster Vredendaal, thans te Amersfoort, 7,5 hont land met huis en alle bepoting daarop staande, gelegen zoals in het voorgaande regest beschreven. Oorspr. zegel van Willem beschadigd. Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen (toegansgnr. 0001.02), inv.nr. 4414-072, d.d. 01-07-1550 --- Claes Cornelisz van Vlooswijck, koopman te Amsterdam, machtigt Heijnrick Jansz van Vliet, secretaris van Zegveld, om te ontwaren Cornelis Roeloffsz te Zegveld van 5 morgen land in Zegveld die hij in huur van de comparant had. Bron: RHCRL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8496, aktenr. 196, d.d. 09-02-1587 --- Zegveld [Fol. 273v] Henrick Martensz tot Woerden vijff mergen lants, bruijckt Willem Luijtgensz tsjaers om xx k. gul. facit ix out schilt xxij st. Nu eijgenaer Jan Henricxsz ende bruijcker Cornelis Roeloffsz schouth Die papelicke proven tot Segvelt xij mergen min j5 hont lants bij eede tsjaers den mergen om j phs. gl. facit vij out schilt vj st. Den eijgen blijft, nu bruijckers Cornelis Roeloffsz schout van v mergen, ende Huijch Dircxsz vij mergen min j5 hont lants Bron: Oudschildgeld 1600 [Ludolf is dezelfde naam als Luijt. Willem Ludolph Ricoltsz is dus in 1536 bruiker van het land dat deels in 1600 in gebruik is bij Cornelis Roeloffsz. Dat duidt op een mogelijke verwantschap.] | Roelofs, Cornelis (I4048)
|
| 1446 | De vrouw van Cornelis heette Emmerensje. Jannigje (1741, 1747 en 1752, Kamerik), Lijsbeth (1750, Linschoten) en Maarten (1757, Kamerik) Cornelis van Rossum noemen alle drie een dochter Emmerensje. | Emmerensje (I5)
|
| 1447 | De vrouw van Huibert Rutgers van Dijk heeft een zoon uit een vorig huwelijk: Cornelis Philipsz van Cauwenhoven. Ik vermoed dat zijn vader is Philip Thonisz van Cauwenhoven. Uit een akte (inv.nr. U038a002, aktenr. 87, d.d. 26-10-1675) blijkt dat Philip is geboren in ca. 1650. --- Kinderen: (stief) Cornelis Philipsz van Cauwenhoven Trijntie Huijberts van Dijck x Gijsbert de Gruijter Geertie Huijberts van Dijck x Anthonis Baers Jannichie Huijberts van Dijck x Bastiaen Jacobsz --- "Compareerden Peter Jansz van Resant wedr. ende boedelharder van za. Metgen Rutgers van Dijck wonende aende Bilt, voor hem selven ende als vader ende voocht van sijne kinderen bij gemelde sijne huijsvrou geprocreert, soo voor een vierdepart, Trijntgen Rutgers van Dijck wede. van Anthonis Baers, mede wonende aende Bilt, geadsisteert met Peter Jansz haren swager voornt. als haeren gekoren voocht in desen, voor haer selven voor gelijke vierdepart, Thonis Aertsz van Dijck mundige sone van Aert Rutgers van Dijck za. voor een sestepart van een vierdepart, Maijchgen Adriaens wede. van Aert Rutgersz van Dijck, wonende tot Driebergen, als moeder ende momberse van haere twe minderjarige kinderen aen voorn. haren ged. man verweckt geadsisteert met haren voorn. soone als haren gekoren voocht in desen, ende haer bij desen noch sterckmakende en de rato caverende voor Steven Cornelis ende Ghijsbert Aertsz van Dijck, haer vordere meerderjarige soonen, soo voor vijf sesteparten van een vierdepart mede voor haer selven Akte: Procuratie - om voor het gerecht van Utrecht een huis c.a. en 2 kameren te transporteren ten behoeve van Johan de Vry te Utrecht, een huis c.a. ten behoeve van Joost Cornelisz int Velt, een huis c.a. ten behoeve van Cornelis van Lottum en eenhuis c.a. ten behoeve van Caspar Jansz Lemmen, schilder te Utrecht en kamer ten behoeve van Conde Adamss Constituant: Thonis Cornelisz Baers Notaris: C. van Doorn Bron: HUA, ONA Utrechts (toegangsnr. 34-4), inv.nr. U060a005, aktenr. 81, d.d. 08-05-1665 --- 1647 22/12 [HUA RA 1592, ra Bilt; WS] Claes Cornelisz Drost, Anthonis Aertsz Baers en Dirck Salomonsz van Arnhem voogden van de onmondige kinderen van Huybert Rutgersz en Theuntgen Cornelis wonend op de Bilt trp huys c.a. aldaar OP Pauwels Ruysch schout van de Bilt Bron: RAZU, Collectie Digitale Bronnen (toegangsnr. 061), inv.nr. 14 [M.S.F. Kemp] | van Dijk, Huibert Rutgers (I832)
|
| 1448 | De weeskinderen van Cornelis Adriaensz de Hollander die hij heeft verwekt bij Katrina Jan Aertsdr, zijn huisvrouw, met namen Jan, Cornelis, Thonis, Adriaen en Jacop zonen en Willemken dochter. Bron: RHC RL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 108, fol. 147, d.d. 21-09-1554 --- Jan Cornelisz Hollander, Anthonis Cornelisz Hollander en Jacob Cornelisz Hollander, broers, voor hen zelf en als erfgenamen van Willemgen Cornelisdr, hun zus, geven aan vanwege Adriaen Cornelisz Hollander zaliger, hun broer, volledig betaald te zijn vanwege de verkoop van 6 morgen land erfpacht van de Convent van IJsselstein, gelegen te Achthoven onder Montfoort, strekkende van het ... tot de Oude Wetering, belend ten oosten Sijbert Gijsbertsz van der Maet en ten westen Adriaen Cornelisz Schinckel. Aangezien de erfpachtbrief van deze 6 morgen in handen is van Jan Cornelisz Hollander, zo heeft hij de brief overgelevert aan Jan Adriaensz van der Maet. Bron: RHC RL, ORA Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 110, fol. 61v, d.d. 28-01-1596 --- 1625 26/5 [NU 192-a-10 f.90] Cors Jansz wonend op het voorborch vanden huyse van Hardenbroeck, met Cornelis Jansz wonend bij Sterkenburg zijn broeder en Reijer Adriaensz wonend opde Leemkolck als versochte dedinxvrund, maakt huwelijkse voorwaarden met Elisabeth Jacob Cornelis Hollaersdr, vergezeld van Willempgen Marten Evert van de Pollsdr [merk] wed. Jacob Cornelisz Hollaert won. Achthoven land van Montfoort haar moeder, Marten Jacobsz Hollaert [merk] en Adriaen Jacobsz Hollaert [merk] haar broeders. Bron: RAZU, Collectie Digitale Bronnen (toegangsnr. 061), inv.nr. 31; Bestanden van dr. M.S.F. Kemp --- Willemtgen Maertens van der Poll, weduwe van Jacob Cornelisz Hollaer, wonende aan de Meern onder Vleutenm, ziek op een stoel zittende, met vertoon van een bezegelde octrooibrief van notaris Jacob van Steenre, grifier bij het Hof van Utrecht, herroept haar oude testamenten en stelt een nieuwe op. Cornelis Jacobsz Hollander, haar oudste zoon, houdt 4 morgen leenroerig land gelegen te Reijerscop, waarbij door hem 1.700 gulden in de gemene boedel moet worden ingebracht. Ze benoemt tot erfgenamen voornoemde Cornelis Jacobsz, Marten Jacobsz Hollander, Gerrit Jacobsz Hollander, Jannichgen Jacobs, huisvrouw van Digman Jacobsz, Trijntgen Jacobs, weduwe van Cornelis Dircxsz en Antonia Jacobs, huisvrouw van Willem Claesz, haar zes kinderen. De comparante staat borg voor 1.600 gulden die Cornelis Jacobsz schuldig is aan Willem Jonathas van Duijssel, secretaris van Lekdijk benedendams. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 231, aktenr. 16, d.d. 30-06-1640 --- Cornelis Jacobsz Hollander, Gerrit Jacobsz Hollander en Willem Claesz Velthuisen, man en voogd van Antonia Jacobs Hollander, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Digman Jacobsz, wonende in de "Dortschen Weert" en Jannichgen Jacobs Hollander, echtelieden, hun zwager en zus, samen met Marten Jacobsz Hollander en Dirck Henrixsz, getrouwd met Trijntgen Jacobs Hollander, kinderen van Willemtgen Martens van der Poll en daardoor voor een vierde deel rechthebbenden van de goederen die Aert de With, hun neef, in Weerd overleden, heeft nagelaten, machtigen Marten Jacobsz Hollander en Dirck Henrixsz om tot een boedelscheiding te komen en de goederen te verkopen. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 220, aktenr. 43, d.d. 01-03-1649 --- Akte van onderlinge boedelscheiding waarbij de erfgenamen van Jacob Cornelisz Hollander aan Gerrit Jacobsz Hollander toedelen: 3 morgen land in Achthoven; 1 morgen land met de vogelkooi in Achthoven; 11 hont in het land van Isselsteyn; 1 morgen buitendijks land in Isselstein. Bron: Haags Gemeentearchief, Familie Van Brienen van de Groote Lindt (toegangsnr. 0171-01), inv.nr. 55, 19-12-1650 --- (Hendrick van) Maeslant schout, Adriaen Aertssen Co(orn) en Ghijsbrecht Ockerssen schepenen van Achthoven in het land van Montfoort (ambachtsheer Anthonis Carel Parmentier Heer van Heeswijck etc) oorkonden dat Maerten Jacobssen Hollander wonende in het gerecht van Vlueten; Gerrit Jacobss Hollander te Achthoven; Tryntgen Jacobs Hollanders dochter voor zich en haar kinderen; Dignum Jacobssen als man van Janneken; Willem Claessen van Velthuysen als man van Teuntgen Jacob Hollanders dochters allen kinderen en erfgenamen van Jacob Cornelisz Hollander en Willemgen Meertensdochter van de Poll en vervangende hun oudste broeder Cornelis Jacobssen Hollander verklaarden aan Gerrit Jacobssoen Hollander te hebben toegedeeld: 1- 3 morgen land in Achthoven met het huis daarop, belend: O. 2 morgen leen van het burggraafschap Montfoort die hem ook toegedeeld zijn, W. het vrouwenklooster buiten Utrecht, strekkende uit de oude weteringe tot aan het overpad aan de Z. zijde van de boomgaard. 2- 1 morgen land met de vogelk Bron: Haags Gemeentearchief, Familie Van Brienen van de Groote Lindt (toegangsnr. 0171-01), regest 72, 19-12-1650 [hetzelfde als inv.nr. 55] --- Achthoven 17. Een half viertel land (1526: 2 morgen) in Achthoven, enerzijds: Hildegonde, weduwe Evert Oudecalle, en kinderen, anderzijds: de leenheer, (1547: boven: het konvent van IJsselstein, anderzijds: de memorieheren te Montfoort). 8-8-1574: Gerard van Rietveld, rentmeester, voor Anton Maarten Evertsz. van de Pol voorzover niet verzuimd, 290 fol. 320. 12-9-1583: Hendrik Gijsbertsz. van Nijenrode voor Agatha, dochter van Maarten Evertsz. van de Pol, bij dode van Anton, haar broer, 290 fol. 320. 25-9-1611: Jacob Hollander Cornelisz. bij overdracht door Willem van Nijenrode, procureur bij het Hof van Utrecht, voor Agatha van de Pol, zijn schoonzuster, 290 fol. 320. 12-12-1613: Cornelis Hollander, oud 25 jaar, bij dode van Jacob, zijn vader, met lijftocht van Willempje, dochter van Maarten Evertsz. van de Pol, zijn moeder, volgens huwelijksvoorwaarden d.d. 9-12-1567, 290 fol. 320v-321. 16-8-1647: Cornelis Hollander Jacobsz., 291 fol. 7. Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort --- Reijerscop 69. 4 morgen in Reinerskop in het gerecht van de bisschop van Luik en Lodewijk van Montfoort, boven: Lodewijk van Montfoort (1607: de heer van Kruiningen), beneden: de heren van St. Katherijne. 17-3-1409: Hendrik van Vleuten zoals zijn oude brieven, waarin geen heergewaad vermeld was, 198 fol. 17. 28-3-1607: Jacob Cornelisz. Hollander bij overdracht door Tonis Cornelisz. Hollander, 202 fol. 27. 29-11-1613: Cornelis Hollander bij dode van Jacob, zijn vader, 203 fol. 4. 19-8-1654: Gerard Jacobsz. Hollander te Achthoven bij overdracht door mr. Jacob Hooft, advokaat bij het Hof van Utrecht, en Adriaan van der Horst, procureur aldaar voor Cornelis, zijn broer, 203 fol. 133. 7-9-1660: Belast voor mr. Dirk de Goyer, kanunnik ten Dom te Utrecht, met ƒ 70.- Karolus door Gerard Jacobsz. Hollander, te lossen met ƒ 1400.-, 203 fol. 154v-155v. Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Zuilen, 1290-1664 door J.C. Kort --- Achthoven [Fol. 381] t’Convent tot IJsselsteijn vier mergen landts, bruijckt Cornelis Adriaensz in erffpacht bij eede die mergen om ij phs. gul. facit iiij out schilt xxxij st. Nu bruijcker Ghijsbert Ghijsbertsz van der Maet Noch bruijckt Cornelis voorsz drie mergen lants hem selver toebehorende bij eede die mergen om ij phs. gul. facit iij out schilt xxiiij st. Nu eijgenaers ende bruijckers Aert Adriaensz Hollander, Jacob Cornelisz Hollander, ende Jan Cornelisz Hollander [Fol. 381v] Wouter Meijnertsz bruijckt twee mergen landts, hem selver toebehorende bij eede tsjaers om ij out schilt Nu bruijcker Jacob Cornelisz Hollander Noch die memorie heeren der kercke tot Montfoort, twee mergen lants, bruijckt Wouter voorsz tsjaers die mergen om ij k. gul. facit j out schilt xxxviij st. Nu bruijcker Jacob Cornelisz Hollander voorsz [Fol. 382] Noch mijn vrouw van Outwijck twee mergen lants, bruijckt Wouter voorsz die mergen tsjaers om xxx st. facit j out schilt xviij st. Nu bruijcker Jacob Cornelisz Hollander voorsz Bron: Oudschildgeld 1600 - Nederkwartier deel 3 | Hollander, Jacob Cornelis (I3857)
|
| 1449 | De weeskinderen van Cornelis Adriaensz de Hollander die hij heeft verwekt bij Katrina Jan Aertsdr, zijn huisvrouw, met namen Jan, Cornelis, Thonis, Adriaen en Jacop zonen en Willemken dochter. Uitkoop van de moederlijke erfenis. Borg is Hermen ... De kinderen krijgen elk 50 Hollandse schilden. De vader zal de kinderen onderhouden tot hun mondige dagen. Als onderpand geldt 4 morgen eigen land, gelegen te Achthoven, belend ten oosten Ghijs Jan Beerntsz en ten westen Henric Jansz. Bron: RHC RL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 108, fol. 147, d.d. 21-09-1554 --- Achthoven [Fol. 381] t’Convent tot IJsselsteijn vier mergen landts, bruijckt Cornelis Adriaensz in erffpacht bij eede die mergen om ij phs. gul. facit iiij out schilt xxxij st. Nu bruijcker Ghijsbert Ghijsbertsz van der Maet Noch bruijckt Cornelis voorsz drie mergen lants hem selver toebehorende bij eede die mergen om ij phs. gul. facit iij out schilt xxiiij st. Nu eijgenaers ende bruijckers Aert Adriaensz Hollander, Jacob Cornelisz Hollander, ende Jan Cornelisz Hollander Bron: Oudschildgeld 1600 - Nederkwartier deel 3 | Hollander, Cornelis Adriaans (I3859)
|
| 1450 | De Willem Arentsz van Immerseel die op 23 december 1673 begraven wordt, is de kleinzoon van deze Willem Adriaans van Immerseel. Op 17 december 1673 maken Willem Arentsz van Immerseel, schipper op Rotterdam, en Jannetge Cornelis hun testamentop. Willem ligt ziek op bed en is waarschijnlijk kort erna overleden. | van Immerseel, Willem Adriaans (I1570)
|