Treffers 2,851 t/m 2,900 van 5,326
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 2851 | Getrouwd met: 1. Engeltje Dirks van der Pauw 2. Wougje Andries --- NH dopen Waarder: 19-10-1654 Teuntje; o. Daam Jansz [Driebruggen] 18-03-1664 Wilm; o. Daam Jansz [Driebruggen] 14-02-1677 Andries; o. Daem Janse Hogenes en Wouchje Andries Begraven op 20-12-1672 Oudewater: een dochter van Daem Jansz Hogenes. Bron: RHCRL, NHG Oudewater 322, fol. 130. [Aengekomen ten tijden van D. Thomas Dolegius Rolandus, beginnende met den jare 1670, den 4 meij Aen de drie-brugge] tegen paeschdagh 1671 5. Daem Janse Hogenes. doot 16. Engeltje Dirks van der Pauw, sijn huijsvrouw gestorven Bron: Waarder - Lidmatenboek --- 16-5-1654: Jan Jansz van Rijn, burgemeester te Bodegraven, is schuldig aan Daem Jansz Hoogenes, wonende aan de Driebruggen, 1.000 gulden aan geleend geld met 4% rente. Als onderpand gelden al zijn goederen. Claes Jansz van Rijn, zijn broer, stelt zich borg voor de hoofdsom. In de marge: Deze obligatie is getransporteerd aan Dirck Willemsz Pauw aan de Driebruggen. 19-5-1659: Deze obligatie, inclusief de rente, is door Claes Jansz Verrijn als beschadigde borg afgelost aan Dirck Willemsz Pauw. Bron: RHCRL, ona Woerden 8512, aktenr. 8 (scan 13/139). 26-4-1657: Daem Jansz Hoogenes timmerman is getuige. Bron: RHCRL, ona Woerden 8539, aktenr. 21 (scan 38/269). 12-10-1660: Merrichgen Willems, weduwe en boedelhoudster van Jan Dircksz Pauw, geassisteerd door Hugo Verweij, schout van Lange Ruige Weide, als gekozen voogd, en Dirck Willemsz Pauw grootvader en Daem Jansz Hoogenes nomine uxoris oom en samen voogden van vaderskant van de nagelaten weeskinderen van voornoemde Jan Dircksz Pauw, verwekt bij voornoemde Merrichgen Willems, verkopen aan Andries Jansz Benschopper een hofstede of woning, ca. 14 morgen groot, met huis en getimmerte, gelegen op Rapijnen onder Linschoten, strekkende van de Linschoterdijk tot de Cattenbroekervaart, belend ten noorden het Domkapittel te Utrecht en ten zuiden heer advocaat Cock. Hiervan is ca. 4 morgen bezwaard met 28 gulden per jaar aan erfuitgang, te betalen aan de Sint-Paulusabdij te Utrecht, wat de koper overneemt. Op dit moment wordt 10 morgen gepacht door Jan Huijbertsz van der Swaen tot kerstmis 1663. De koopsom is 5.000 gulden te betalen aan de verkopers en 4.000 gulden, waarvoor de hofstede onderpand is, te betalen aan h Bron: RHCRL, ona Woerden 8515, aktenr. 82 (scan 160/334). 6-3-1673: Staet schiftinge ende scheydinge vanden boedel ende goederen van Dirck Willemsz van der Pauw ende Baertie Jans beyde zalr. binnen Oudewater overleden van d’selven boedel ende goederen sulcx die ten dage vande langstlevende Baertie Jans in wesen bevonden is. Een opsommng van de obligaties en rentebrieven, en twee huysen ende erven binnen Oudewater ende drie erven aende Nieuwerbrugge, tesamen 3656-10-0 gulden. Verdeeld in drie handen, comt ider handt 1216-16-10, Te weten Annitie Willems nagelatene dochter van Willem Dircxe van der Pauw weduwe jegenwoordich van Cornelis Spender heeft eenderde part, de resterende twee handen zijn de kinderen van Engeline Dircx en Jan Dirckxz. van der Pauw. Compareerde Jan Spender wegens de vern. Annitie Willems van der Pauw huysvrouw van zijn overleden broeder zaliger, Daem Jansz weduwnaer van zalr. Engeline Dircx van der Pauw wegens sijne onmondige kinderen, geadsisteert met Cornelis Jansz Hack sijn gecoren voocht in desen, item Pieter Dircksz getrout met Nee Bron: RHCRL, ona Oudewater 1897, aktenr. 29 (Coen van Wijngaarden). 19-8-1673: Daem Jansz Hoogenes schepen is getuige. Bron: RHCRL, ona Woerden 8548, aktenr. 83 (scan 227/311). 9-2-1674: Daem Jansz Hogenes, weduwnaar en boedelhouder van Engeltgen Dircks Pauw, aan de ene, Jan Willemsz Pauw, oudoom en gerechte bloedvoogd van de twee onmondige weeskinderen van voornoemde Daem Jansz, verwekt bij Engeltje Dircks, met namen Jan Damen, ca. 14 jaar, en Willem Damen Hogenes, ca. 10 jaar oud, aan de andere zijde, welk kinderen voor de helft de boedel van hun moeders boedel hadden geërfd. Uitkoop met consent van schout en weesmeesters. Daem Jansz Hogenes keert uit aan zijn twee kinderen, als ze mondig worden of trouwen, samen 2.250 gulden en de helft van een rentebrief van 1.500 gulden, staande op het kantoor van Gouda, ten behoeve van Dirck Willemsz Pauw, waarvan Daem Jansz de andere helft is aanbedeeld, en A2 morgen weiland gelegen in het Hoogeinde van Langeweide, strekkende van de dijk oostwaarts tot de Dubbele Wiericke, belend ten noorden de kinderen van Jan Wilmsz Versloot en ten zuiden de erfgenamen van schout van Rijn, schout te Hekendorp. Daem Jansz zal zijn kinderen opvoeden Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 10 (FS scan 23/374). 28-1-1675: Gerrit Gerritsz van der Tholl, tegenwoordig wonende bij de Doesbrug in Leiderdorp, laatste weduwnaar en boedelhouder van Willempjen Andriesdr Spruijt, mede erfgenaam van Jannitjen Jansdr, weduwe van Andries Leendertsz Spruijt, verkoopt aan Jan en Leendert Andriesz Spruijt, en aan Cars Hagensz van Eijck en Daem Jansz Hogees [Hogenes], beiden nomine uxoris mede erfgenamen van Jannigen Jansdr, erven en nakomelingen, een gerecht vijfde deel van een perceel land, in het geheel ca. 4 morgen groot, gelegen in de Meijehornpolder onder Bodegraven, strekkende van over de Horndijk tot Jan Dircxsz Outshoorn, belend ten noorden Dirck Dircxsz Outshoorn en ten zuiden de weduwe van Jacob Cornelisz Wiltenburch; nog een gerecht vijfde deel van een huis en erf gelegen in het westeinde van het dorp Bodegraven, strekkende van de Heerweg tot de Rijn, belend ten oosten Cornelis Elbertsz Verhoeff smid en ten westen de kinderen van za. Ariaentjen Jansdr. De koopsom is 250 gulden. Bron: RHCRL, ora Bodegraven 1, fol. 107 (FS scan 122/488). 28-1-1675: Gerrit Gerritsz van Tholl, wonende te Leiderdorp, getrouwd met Willemje Andries Spruijt, voor een vijfde deel mede erfgenaam van zijn moeder, de weduwe van Andries Spruijt, verkoopt aan Jan Andriesz Spruijt, Leendert Andriesz Spruijt, en aan Cors Hagensz van Eijck, getrouwd met Marritje Andries Spruijt, en Daem Jansz, getrouwd met Woutge Andries Spruijt, samen mede erfgenamen van hun moeder, de weduwe van Andries Leendersz Spruijt, een vijfde deel van 4 morgen 4 hond land, gelegen bij de Nessemolen onder Zwammerdam, strekkende van de dijk tot Leendert Pietersz, belend ten oosten de weduwe van Jan Cornelisz Verhoef en ten westen de weduwe van Jan Pietersz. De koopsom bedraagt 250 gulden. Bron: GAAR, ora Zwammerdam 23, fol. 96 (FS scan 403/500). 15/25-6-1677: Gerrit Roelen Ramp, voor zichzelf en ook als voogd van de kinderen van Cornelis Cornelisz Ramp, Elbert Jansz Bijeman nomine uxoris voor zichzelf, Dirck Willemsz van der Neut als voogd van de kinderen van Jacob Pietersz Ramp en ook met last van Annichjen Jans Ramp, Annichje Pieters Ramp, mede voor haarzelf, Thijs Jansz Ramp, voor zichzelf en als broer en voogd van zijn broer Pieter Jansz Ramp, Willem Jansz Ramp en Roeloff Jansz Ramp, beiden voor henzelf, met last van hun zussen en zwager met namen Marrichjen, Geertjen en Lijsbet Jans, Gijsbert Barentsen getrouwd met Lijsbet Ramp, volgens de procuratie op 8-6-1676 gepasseerd bij notaris Jan Vermij en getuigen, allen erfgenamen van za. Arien Willemsz Ramp, transporteren aan Daem Jansz Hogenes, wonende aan de Driebruggen onder Lange Ruige Weide, ca. 1.125 roeden lang gelegen in het Laageinde van Langeweide, strekkende van de Achterwetering door de kooi tot de Achterwiericke, belend ten zuiden nu Pieter Jansz Braecker met bruikland en ten noo Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 56 (FS scan 111/374). 3/13-8-1677: Jan Pietersz de Groot, Arien Jansz Verbree en Heijndrick Sijmontsz, voor henzelf en voor Pietertje Pieters de Groot, erfgenamen van de inventaris van hun oom Adriaen Wilmsz Croon, transporteren aan Daem Jansz Hogenes een huis en erf gelegen in het Hoogeinde van Langeweide aan de Driebruggen, strekkende van de Wiericke tot Cornelis Jansz Vergrol, belend ten noorden de Kerkwegsloot en ten zuiden Jan Pietersz de Groot. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 66a (FS scan 132/374). 10/20-5-1678: Luijt Jacobsz Boer, Cornelis Dircksz Afteroff, Wilm Dircksz Ramp en Wilm Jansz Versloot als voogden van de onmondige kinderen van za. Pieter Wilmsz Loij, voor de ene helft, Jacob Cornelisz van Eijck als man en voogd van Trijntgen Heijndricks, weduwe van Cornelis Dircksz Poelman, voor de andere helft, transporteren aan Daem Jansz Hogenes timmerman, wonende aan de Driebruggen, ca. 3 morgen 50 roeden hooiland gelegen in het Laageinde van Langeweide, strekkende van de Voorwiericke tot de Voorwetering, belend ten zuiden het weeskind van Gerrit Andriesz en ten noorden Quirijn Jacobsz Romeijn. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 74 (FS scan 147/374). 7-6-1678: Aernout Verkerck, secretaris te Bodegraven, door het gerecht aangesteld als curator van de verlaten boedel van Stijntje Dircx Versijll, weduwe van Claes Jansz Verwoert, verkoopt aan Daem Jansz Hogens [Hogenes] een erf waar een huis op heeft gestaan, door de invasie van de vijand verbrand, gelegen in het dorp van Bodegraven aan de zuidzijde van de straat, strekkende van de straat tot de Rijn, belend ten oosten de Buurwijk met een opstal en ten westen Jan Pietersz van Leeuwen, belast met 3 st. 8 pen. per jaar aan erfpacht te betalen aan de weduwe van Cornelis Gerritsz Ramp. De koopsom is 345 gulden. Bron: RHCRL, ora Bodegraven 2, fol. 41 (FS scan 307/488). 3-2-1679: Daem Jansz Hogenes, mr. timmerman wonende aan de Driebruggen onder Langeweide, machtigt Grietie Pietersdr, weduwe van Pieter Jansz bakker, om uit zijn naam uit handen van de griffier van het Hof van Utrecht te ontvangen het geld wat hem toekomt uit de verkoop van de landen van Jan Aertsz Dobben. Bron: RHCRL, ona Woerden 8553, aktenr. 8 (scan 10/239). 10/20-5-1680: Jan Pietersz de Groot transporteert aan Daem Jansz Hogenes een erf en getimmerte genaamd de Wagen, gelegen aan de Driebruggen, strekkende van de Wiericke westwaarts tot Cornelis Vergrol, belend ten zuiden Pieter Reijertsz en ten noorden voornoemde Daem Jansz. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 99 (FS scan 188/374). 27-5-1681: Daem Jansz Hogenes verkoopt aan Pieter Cornelisz Lopicker, wonende te Alphen, een erf waar een huis op heeft gestaan, door de invasie van de vijand verbrand, gelegen in het dorp Bodegraven aan de zuidzijde van de straat, strekkende van de straat tot de Rijn, belend ten oosten de Buurwijk met opstal en ten westen de weduwe van Jan Pietersz van Leeuwen, belast met 3 st. 8 pen. per jaar aan erfpacht te betalen aan de weduwe van Cornelis Gerritsz Ramp. De koopsom is 300 gulden. Bron: RHCRL, ora Bodegraven 2, fol. 105v (FS scan 376/488). 22-12-1683: Daem Janse Hogenes, wonende aan de Driebruggen, en Kars Hagensz van Eijck, wonende te Hazerswoude, verkopen aan Cornelis Jansz Verhoeff, schepen alhier, 4 morgen weiland gelegen in de Meijehorn onder Bodegraven, strekkende van de Oude Meije tot het hooiland van Juriaen Vossenbug, belend ten zuiden en noorden de erfgenamen sr. Wusthoff. (De oude eigen- en lootcedul zijn van 27-10-1624 en 20-2-1625.) De koopsom is 500 gulden. Bron: RHCRL, ora Bodegraven 2, fol. 171v (FS scan 442/488). 19-10-1684: Gijsbert Jansz Hoogenes, wonende in de Langeweide, is schuldig aan zijn broer Daem Jansz Hoogenes, wonende aan de Driebruggen, 900 gulden deels vanwege de vernietiging van een handschrift van 500 gulden en deels geleend geld, met 4% rente. Jan Gijsbertsz Hoogenes stelt zich borg, ter verzekering voor zijn oom. 12/22-10-1691: Daem Jansz Hoogenes is voldaan, de brief wordt geroyeerd. Bron: RHCRL, ona Woerden 8568, aktenr. 12 (scan 22/192). 11/21-12-1685: Roeloff Panken Hogendoorn, bejaard jongman, en Aegjen Pieters Berghoeff, weduwe en boedelhoudster van Jan Panken Hogendoorn, wonende in het Weiland van Bodegraven, transporteren aan Daem Jansz Hogenes, mr. timmerman, wonende aan de Driebruggen, ca. 3 morgen 500 roeden land gelegen in het Laageinde van Langeweide, strekkende van de Langeweidse Voorwetering tot de Achterwiericke, belend ten zuiden burgemeester de Veth en ten noorden Cornelis van der Heden. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 149 (FS scan 265/374). 11/21-12-1685: Hugo Reelandt, secretaris van Lange Ruige Weide, door het Hof van Utrecht gesteld als curator van de boedel van Jan Tonisz Verwel en Barbara Pieters Verhoeck, bieden overleden, in leven wonende aan de Driebruggen, transporteert aan Daem Jansz Hogenes, mr. timmerman, wonende aan de Driebruggen, een huis en erf gelegen aan de Driebruggen aan de oostzijde van de Wiericke, strekkende voor van de dijk of gemenelandsweg noordwaarts tot de middelmuur van de koper en oostwaarts aan het erf "soo verre het Sticht is" van de scheidheining van de koper zuidwaarts tot de Waardsedijk of gemenelandsweg. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 150 (FS scan 266/374). 21/31-12-1685: Cornelis Jansz Verhoeff, getrouwd met Neeltgen Claes van der Neut, enige dochter en erfgenaam van haar moeder Ootgen Cornelis Jelis, transporteert aan Daem Jansz Hogenes ca. 5 morgen langd gelegen in het Laageinde van Langeweide, strekkende van de Voorwiericke tot de Achterwiericke, belend ten zuiden de erfgenamen van Pieter Verhoeck en ten noorden Wilm Cornelisz Loij. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 151 (FS scan 266/374). 15-6-1691: Consent tot het vernieuwen van een beschoeiing bij zijn woning aan de westkant van de Wiericke in Driebruggen, verleend aan Daem Jansz Hogenes. Bron: RHCRL, Groot Waterschap van Woerden 1131, fol. 88. 1-12-1692: Wilm Damen Hogenes geeft aan zijn vader Daem Jansz Hogenes 1 morgen weiland, gemeen met nog 1 morgen weiland, gelegen in het Hoogeinde van Langeweide, strekkende van de Voorwiericke tot de dijk, belend ten noorden Joan Pedi en ten zuiden de erfgenamen van Maria Rosenboom. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 12 (FS scan 17/540). 1-12-1692: Jan Damen Hogenes geeft aan zijn vader Daem Jansz Hogenes 1 morgen weiland, gemeen met nog 1 morgen weiland waarvan hij vandaag ook eigenaar is geworden, gelegen in het Hoogeinde van Langeweide, strekkende van de Voorwiericke tot de dijk, belend ten noorden Joan Pedi en ten zuiden de erfgenamen van Maria Rosenboom. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 13 (FS scan 17/540). 1-12-1692: Jan Damen Hogenes geeft aan zijn vader Daem Jansz Hogenes een huis, erf en getimmerte aan de Driebruggen aan de oostzijde van de Dubbele Wiericke, belend ten westen de Wiericke, ten oosten de Waarderwetering, ten noorden de weduwe van Pieter Schelling en ten zuiden Pieter Reijersz. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 14 (FS scan 18/540). 1-12-1692: Daem Jansz Hogenes verkoopt aan zijn zoon Wilm Damen Hogenes een huis, erf en getimmerte aan de Driebruggen, strekkende van de Voorwiericke tot secretaris Reelandt, belend ten noorden de Kerkwegsloot en ten zuiden Pieter Reijertsz van Wijck. Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 15 (FS scan 18/540). 11-9-1700: Daem Jansz Hoogenes aan de Driebruggen, laatst weduwnaar van Wouiggen Spruijt, ziek op bed liggende, testeert. Hij had zijn twee zonen Jan en Wilm Damen Hogenes volgens de vertichting hun moeders goed gegeven. Dit moet ook voor zijn derde zoon Andries Hogenes goed worden geregeld. Engeltje Jans Hoogenes en Engeltje Wilms Hoogenes, beide (minimaal) 14 jaar oud, krijgen ieder een testamentboekje, de ene gekomen van zijn eerste vrouw Engeltje Dircks en het ander van zijn dochter Teuntgen Damen Hogenes, beiden door Andries Damen in bewaring gehouden. De nalatenschap moet in drie gelijke delen worden verdeeld. Het eerste deel is voor zijn oudste zoon Jan Damen Hoogenes, alleen zijn legitieme portie. De rest van het derde deel gaat naar de kinderen van Jan Damen Hogenes met vruchtgebruik voor hun vader. Jan Damen is zijn vader nog 840 gulden schuldig, wat moet worden verrekend met zijn deel en eventueel het deel van zijn kinderen. Het tweede deel is voor zijn zoon Wilm Damen Hogenes, ook alleen z Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 75 (FS scan 104/540). 11-8-1700: Daem Jansz Hoogenes, laatst weduwnaar van Wouwigjen Ariens Spruijt, aan de ene, Jan Ariensz Spruijt, enige broer van Wouwigjen Spruijt als bloedoom van Andries Damen Hogenes, enige nagelaten zoon van Wouwigjen Ariens Spruijt en Daem Jansz Hoogenes, nu tussen de 23 en 24 jaar oud, aan de andere zijde, komen tot een akkoord in plaats van scheiding vanwege zijn moeders goed. Bij zijn huwelijk of mondigheid krijgt Andries Hogenes een stuk wei- of hooiland van 5 morgen gelegen op het Laageinde van Langeweide, strekkende van de Voorwiericke tot de Achterwiericke, belend ten noorden Claes Boer en ten zuiden Pieter Jansz Verwel en Aelbert Reeuwijker; nog 7,5 morgen genaamd "De oude hofstede" gelegen in het Laageinde van Langeweide, met huis en berg, strekkende van de Achterwiericke tot de Voorwetering, belend ten zuiden en noorden Gerrit Floren; nog 1 morgen 5 hond hooiland gelegen in het Laageinde van Langeweide, strekkende van de Achterwiericke tot de Achterwetering, belend ten zuiden Cecilia Ver Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 2, aktenr. 78 (FS scan 109/540). | Hogenes, Daam Jans (I1442)
|
| 2852 | Getrouwd met: 1. Gerritje Cornelis Sieren, overl. <1653 2. Zwaantje Huigen (van Tuijl) Het weeskint van Zegrum Cornsz Essenboom en Swaantje Huijgen is niet zoon Jan. Die is namelijk al getrouwd in 1672. --- "in twee respective hoffsteden gelegen op Brevelt, daer bruijckers off sijn Zegrum Cornsz ende Dirck Cornsz Bijll" Naam: Zegrum Cornelisz Bijll [de naam Bijll hoort bij Dirck Cornelisz, niet bij Zegrum Cornelisz] Beroep: boer Woonplaats: Breeveld Hoedanigheid: huurder Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8514, aktenr. 27, d.d. 02-01-1645 --- Naam: Seger Cornelisz Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: machtiger Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 130, d.d. 07-08-1650 --- Naam: Segerom Cornelisz Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: borgsteller Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8533, aktenr. 29, d.d. 10-01-1651 --- Naam: Segerom Cornelisz Essenboom Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: getuige Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8534, aktenr. 15, d.d. 30-09-1652 --- "staet en inventaris van alle en ijgelijcke goederen naergelaeten en metter doot ontruijmt bij za. Corelis Jacobsz Cieren overleden in Segvelderbroeck gedaen beschrijven ende concipieren bij de gesamentlijcke kinderen en erffgen: vande voorn Corns Iacobsz (...) Segrum Cornsz getrout hebbende gehadt Gerrichgen Cornelis en mede als vader en voocht van sijne kinderen comt oock voor sijn portie 1467-18-8- die sulcx mede sall genieten vant haeff en getimmerte" Naam: Segrum Cornelisz Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: huwelijkspartner Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8519, aktenr. 50, d.d. 19-02-1653 --- "Gerrit Sijmonsz [Swartendijck] woonende tot Waarder als man ende voocht van Pietertgen Segeroms, Joris Dircx woonende binnen deser stede ende Segerom Cornelisz Essenboom woonende op Brevelt mede erffgen. van sa. Marichgen Segeromsdr overleden huijsvrouw van Gerrit Jansz dewelcke indien qualiteijt voor haer selven ende voorts vervangende hun sterckmakende ende de rato caverende voor alle de verdere erffgenamen van sa. d'versz. Marichgen Segeromsdr" Naam: Segerom Cornelisz Essenboom Woonplaats: Rietveld [= Breeveld] Hoedanigheid: erfgenaam, machtiger Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8535, aktenr. 69, d.d. 20-06-1653 --- "wel ende deuchdelijck verhuert aen Dirck Cornelisz van Vooren ontrent seven mergen landts (...) ende hebben Segerom Cornelisz Essenboom, ende Cornelis Cornelisz van der Vooren broeders vanden huerder" Naam: Segerom Cornelisz Essenboom Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: borgsteller, bloedverwant Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8537, aktenr. 36, d.d. 27-01-1655 --- "soo hebben Gijsbert Cornsz in qualiteijt als broeder van Jacob Cornelisz innocent zijnde Corns Claesz man ende voocht van Merrichgen Corns, Heijndrick Jansz getrouwt hebbende gehadt Annichgen Corns ende Segrom Cornelisz getrouwt zijnde geweest metGerrichgen Cornelis te samen swagers van den opgemelten Jacob Cornsz ende sulcx uijt den naeme vanden selven Jacob Cornsz deuchdelijck verhuijrt ende in pachte gegeven aen Tonus Gerrit Luijten woonende in Segvelderbroeck (...) seeckere ontrent negendalff mergen lants gelijck t'selve verongelt leggende op Segvelderbroeck" Naam: Segerom Cornelisz Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: huwelijkspartner, voogd Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8518, aktenr. 53, d.d. 14-02-1655 --- "Een obligatie, spreeckende tot laste van Segrum Cornelisz woonende op Brevelt, bedragen in capitaell, vier hondert guldens, dus 400-0-0" Naam: Segrum Cornelisz Woonplaats: Breeveld Hoedanigheid: geldnemer Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8520, aktenr. 47, d.d. 25-01-1658 --- Naam: Segrum Cornelisz Woonplaats: Breeveld Hoedanigheid: geldnemer Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8508, aktenr. 96, d.d. 16-03-1660 --- Naam: Segerom Cornelisz Essenboom Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: geldnemer Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8543, aktenr. 115, d.d. 12-03-1661 --- Naam: Segerom Cornelisz Essenboom Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: geldnemer Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8544, aktenr. 73, d.d. 12-03-1662 --- "Ick jacob de Wale H. van Vlooswijck bekkende veraccordeert te wesen ende den... van Dirrick Cornelisz namentlijck Seger Cornelisz Essenboom, ende Cornelis Cornelisz van der Vooren bijde woonende op Breveld" Naam: Seger Cornelisz Esseboom Woonplaats: Breeveld Hoedanigheid: borgsteller, getuige, bloedverwant Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8546, aktenr. 82 en 84, d.d. 20-10-1664 --- Naam: Segrum Cornelisz Essenboom Datum: 17-01-1675 Inhoud: Het gerecht benoemt Petrus Somerus en Johannes Leurius tot curatoren over de verlaten nalatenschap van Segrum Cornelisz Essenboom, die bij leven op Laag Breeveld woonde. Bron: RHC RL, ORA Woerden (beheersnr. W017), inv.nr. 126, fol. 22, d.d. 17-01-1675 --- "Wilem Claesz getrouwt hebbende Barber Hendricx Vermij die een doghter was van Annichien Sieren, Jan Segrumsz soone van Gerrichien Sieren, ende Dirck Anthonisz S... woonende tot Kokengen, ten echte hebbende Merrichien Sieren, die een doghter is vanArien Sieren, mede erffgen. van Gijsbert Cornelisz Sieren haer overleden oom (...) maghtigh te maecken Dirck Segrumsz Essenboom die een soon is van Dirrichien Sieren ende Jan Heijndricksz Vermij soon van za. Annichien Sieren voornt." Naam: Gerrichien Sieren Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2403, aktenr. 1, d.d. 03-03-1675 --- "Cornelis Huijgen woonende in Gerwerscoop dewelcke opreght ende ter goeder trouwen voor hem sijnen erven ende nakomelingen bekende schuldigh te wesen aan ende ten behoeve van het weeskint van Zegrum Cornsz Essenboom ende Swaentjen Huijgen ofte den geenen die het reght van desen wettel. vercrijgen sal een somma van twee hondert gar. gul. van xl grooten 't stuck (...) als het vern. weeskint door doode ende overlijden van Huijgh Cornsz ende Belighjen Wouters des selfs grootvader ende grootmoeder is aengekomen" Naam: Zegrum Cornelisz Essenboom Woonplaats: Woerden Hoedanigheid: erflater, geldgever, huwelijkspartner, bloedverwant Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8523, aktenr. 77, d.d. 18-02-1679 --- "Willem Claesz getrout hebbende Barber Heijndricx Vermeij, die een dochter was van Annichjen Sieren, Jan Segromsz soone van Gerrighjen Sieren ende Dirck Anthonisz Smith woonende tot Kokengen te echte hebbende Merrighjen Sieren die een dochter is van Arien Sieren mede erffgen. van Gijsbert Cornelisz Zieren haer overleeden oom (...) machtigh te maecken Dirck Segrumsz Essenboom die een soon is van Gerrighjen Sieren ende Jan heijndricksz Vermij soon van za. Annighjen Sieren voornt." Naam: Gerrichjen Sieren Hoedanigheid: bloedverwant, erfgenaam Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2377, aktenr. 154, d.d. 05-03-1688 --- No. 7 D'heeren van Oudemunster t'Utrecht eijgenaer van ses mergens, inde heeren staten legger aengebrocht opt selfde groote, op den naem vanden vicarisen t'Oudemunster als eijgenaers, bruijcker Jan Pieter Huijgen staet op drie outst. ende 24 st. Zegrum Cornelisz Esseboom bruijcker RHCRL, ora Cattenbroek en de Uiterdijken van Mastwijk 23 (FS scan 19/337) 1685 Jan Peterse bruijckt ses mrn. de mrn. xxv st. facit iij oudst. xxiij st. Nu eijgenaar de vicarissen van Oudemunster t'Utrecht, bruijcker Jan Peter Huijgensse. Den eijgendom blijft, bruijckers Jan Segromsz en Arien Knaeproelevelt elcx de helfte. Bron: HUA, Financiële instellingen van de landsheer en van de Staten van Utrecht en daarop volgende gewestelijke besturen 1680 (bestand 32/168). | Essenboom, Segrom Cornelis (I1045)
|
| 2853 | Getrouwd op 30-11-1578 te Kralingen. Bron: Stambom van Jan Post en www.pepost.nl | Gezin: Jacob Joosten Verpost / Leentje Jacobs (F1754312140)
|
| 2854 | Getrouwt alhier den 30 November 1707 Jan Jacobszen Swart, J.M. van Moordregt, met Jannitje Joosten de Bruijn, J.D. van Broek en Thuijl, mede behoorende onder Moordregt. Bron: Moordrecht - NH trouwboek --- Getrouwt alhier den 23. October, 1718 Claas Corn. Schouten, J.M., met Jannitje Joosten de Bruijn, weduwe van Jan Jacobszen Zwart, Beijde van 't Moordregs Veen. | Gezin: Claas Cornelis Schouten / Jannigje Joosten de Bruin (F1754312013)
|
| 2855 | Getrouwt met Bettien Peters --- Kleine Hattem/Hattemmolen te Apeldoorn De molen werd gesticht in 1612/3 door Jan Jansen aan een zijtak van de Ugchelse Beek. Papiermaker was Timen. In 1625 werd de molen verkocht aan Paul Martens zoon van Marten Orges. In 1672 wordt Daniël Pauls Schut vermeld. Zijn nazaten bezaten de molen tot ver in de 18e eeuw. Bron: http://www.molendatabase.org | Schut, Paul Martens (I2850)
|
| 2856 | Getrouwt met Hester Roelofs --- Methusalem te Ugchelen Rond 1674 was de molen in Hattem (locatie 'a') van Jan Pauls Pouwels. Dit is een zoon van Paul Martens (de zoon van Marten Orges). Dus Jan Pauls Pouwels is een neef van Daniel Jacobs Schut. Zij hebben de Uchelsebeek onder de Hattem molen langs de 20meterlijn vergraven en voor de Tiemens molen op de door Tiemen Jacobs gegraven beek aangesloten. Bron: http://www.ugchelen.org | Schut, Jan Pauls (I2849)
|
| 2857 | Getuige bij de ondertrouw voor het tweede huwelijk van haar zoon Gerijt Reijersz Schenaert te Leiden op 04-01-1608. | van der Staal, Grietje Boudewijns (I2980)
|
| 2858 | Getuige bij het huwelijk van zijn dochter Maria Willemsen van Rietvelt op 07-12-1645 te Benschop. --- Aeltgen Jans, weduwe van Willem Anthonisz van Rietvelt, wonende te Benschop, herroept haar oude testamenten en maakt een nieuwe op. Anthonis Willemsz van Rietvelt, haar oudste zoon, heeft alleen recht op zijn blote legitieme portie. Hij heeft al 4.000 gulden meegekregen bij zijn huwelijk van Willem Anthonisz van Rietvelt, haar overleden man. Tot erfgenamen van al haar goederen benoemt ze Gerrit Willemsz, Jacob Willemsz, Balichgen Willems, Adriaentgen Willems en (met goedkeuring van Jan Willemsz Steehouwer en Marrichgen Willems, echtelieden) de gezamenlijke kinderen van voornoemde Marrichgjen Willems, in plaats van hun moeder, in vijf gelijke delen. Tot voogden over deze kinderen stelt ze haar zonen Gerrit en Jacob Willemsz van Rietvelt. De goederen die de testatrice nalaat, moeten in de familie blijven. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 369, aktenr. 280, d.d. 15-03-1659 | Rietveld, Willem Teunis (I3686)
|
| 2859 | Getuigenis voor schout en weesmeesters van Waarder van CLAES JANSZ. IN 'T HOUT, oud weesmeester, ten verzoeke van de vroegere schout GERRIT AELBERTS, hoe in 1628 bij het overlijden van des schouts vrouw WILLEM DIRCK HEYMANS, timmerman te Alphen, als oom en bloedvoogd van des schouts zoon AELBERT GERRITS enige roerende goederen van het weeskind zou hebben verduisterd "tegen ordre ende costuyme van onse weescamer", 1643 augustus 21. Bron: Reeuwijkse bronnen deel 7, Waarder Weeskamer 1642-1800 --- Pieter Claasse int Hout en Neeltje Claas (westeinde) en Jan Claasse int Hout (oosteinde) zijn lidmaat in Waarder in 1654. | in 't Hout, Claas Jans (I1489)
|
| 2860 | Geurt Tomasse van Eck J.M. geboortigh van Capel-Avesaet laetst gewoont hebbende tot Op-Heemert en Krijntje Peterse van Leeuwen J.D. geboortigh van Ravenswaaij laetst gewoont hebbende tot Op-Heemert. En beijde woonende te deser plaetse. In onder-trouw opgenoomen den 5 martij 1706, met consent harer ouderen. Geproclameert op den 7, 14 en 21 dito. En in den huwelijken staet ingesegent tot Ravenswaaij den 28 martij. | Gezin: Geurt Thomas van Ek / Crijntje Peters van Leeuwen (F1754313277)
|
| 2861 | Geurt van Maanen is overleden op 28 juni 1831 te Bennekom. | Schut, Elizabeth Reinders (I2845)
|
| 2862 | Gielis/Jielis Adriaens (van Jaersvelt), jm. * aan de Uijtwech, won. Lopikerkapel beide belijdenis 1671, won. in den Hoeck, 1693 ouderling, ovl. Bron: Lopik en Cabauw door H. de Bruin --- NH dopen Lopikerkapel (volgens RHC RL): 08-04-1666 Fijchgen; o. Gielis Adriaensen 16-05-1669 Bastiaen; o. Gielis Adriaensen 12-04-1674 Aris; o. Jielis Adriaensz Herijnde 11-07-1675 Ariaentgen; o. Jieles Adriaensz 28-01-1679 Jannitjen; o. Gielis Arissen --- Naam: Jillis Ariensz Inhoud: Dienstplichtig bij het dijkleger van Lekdijk Benedendams en de IJsseldam vanwege het bezit of gebruik van grond in het boveneind van Lopik. Opmerkingen: Voorzien van een spade. Bron: RHCRL, Monsterrollen Lopik (beh.nr. H067), inv.nr. 710, aktenr. 26, d.d. 19-12-1675 --- Philips Doublet, secretaris van Benschop, Cornelis Jansz van Schaijck en Jacob Berten de Langen, vanwege een procuratie op 26-06-1683 voor het gerecht van Benschop gepasseerd, verleend door Dirck van Noij, koopman te Dordrecht, voor zichzelf en met last van Johannes van Noij, Abraham van Noij, Martina van Noij, idem van Gerrit van Benschop, Aernoldus van Benschop, Maria van Benschop en Johanna van Benschop, volgens een procuratie gepasseerd op 21-06-1683 voor notaris Huijbert van der Hoop te Dordrecht en een procuratie gepasseerd op 29-06-1683 voor notaris Dirck Meesters te Rotterdam, voor de eerste staak, bovengenoemde Cornelis Jansz van Schaijck, getrouwd met Fijtje Claes, voor zichzelf en met last van Jan Jansse Bijlevelt, wonende te Montfoort, ook voor zichzelf en zich sterkmakende voor Maria Ghijsberts Bijlevelt, idem van Jacob Thonisz de Jongh, wonende te Benschop, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Jillis Theunisz, Aert Theunisz, Martina Theunis, Anna Theunis en Marichje Theunis, idem van Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 258, d.d. 17-11-1683 --- mr. Jacob van Berch, oud-griffier van het Hof van Utrecht, verhuurt aan Gillis Arissen van Jaersvelt, wonende te Lopik, een huis, berg, schuur en boomgaard en verdere landerijen, strekkende van Jaarsveld tot de Benschopper kade, zoals het door Willem Arissen Cousijn is gebruikt, 23 morgen groot, voor jaarlijks 275 gulden. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 568, aktenr. 208, d.d. 28-11-1685 --- Anna Wttenbogaard, weduwe en boedelhoudster van mr. Jacob van Berck, in zijn leven kanunnik horende bij de Sint-Janskerk te Utrecht, aan de ene, en Gillis Arissen van Jaarsvelt, wonende te Lopik, aan de andere zijde. Het betreft een huur van een huis, schuur en boomgaard met landerijen, strekkende van Jaarsveld tot de Benschopper kade, ca. 23 morgen groot, voor de duur van 6 jaar, voor 280 gulden per jaar. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 914, aktenr. 73, d.d. 29-10-1692 --- Piter Haack de Jongh, raad in het vroedschap van Utrecht en de admiraliteit van Rotterdam, getrouwd met Anna Maria van Weede, voor zichzelf en als voogd van diens broers en zussen, samen kinderen en erfgenamen van Willem van Weede, in zijn leven burgermeester van Utrecht, en Isabella van Berck, hun overleden ouders, verhuren aan Gillis Arissen van Jaersveld, wonende te Lopik, een huis, schuur en boomgaard met landerijen, ca. 23 morgen groot, gelegen te Lopik, strekkende van Jaarsveld tot de Benschopper kade, voor de duur van 6 jaar, voor 320 gulden per jaar. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. U110a005, aktenr. 122, d.d. 28-07-1697 --- Willem van der Steen, koopman in granen alhier, weduwnaar en boedelhouder van wijlen Margareta Sarcerius, mitsgaders Aletta en Theodora van der Steen, alsmede Dirck van der Steen, ook koopman in granen alhier, voor zichzelf en als man en voogd van Alida Verhulst, samen kinderen en erfgenamen van Margareta Sarcerius, hun moeder, verkopen aan Jan Franssen de Langh en Jelis Aertsz van Jaersvelt, wonende te Lopik, 26 morgen land, waar eerder een huis op stond, vanouds genaamd "Ter Heul", waarvan 16 morgen weiland en ca. 4 morgen achterland wat als hooiland wordt gebruikt, met 6 morgen bouwland, gelegen te Lopik bij de Posthoorn, strekkende van de dijk van Jaarsveld noordwaarts tot het buurland of de landscheiding van Benschop, belend ten oosten oud-burgermeester Domburgh en ten westen de kinderen van Arien Willemse Stolwijck. Het land is leenroerig aan de staten van Holland en Westfriesland. Margareta Sarcerius heeft op 15-10-1694 het leen overgenomen van haar oom Cornelis Sacrerius, waarna het door haar Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 945, aktenr. 123, d.d. 06-01-1699 [Huis Ter Heul komt voor in de Leenkamers van de graven van Blois, 1282-1650 door J.C. Kort] --- Dirckje Vuijck, weduwe van Jelis Aartsen van Jaarsvelt, wonende te Lopik, verhuurt aan Bastiaan Jelissen van Jaarsvelt, een huis, bergen en schuur met ca. 17 morgen 3 hond bouw- en weiland, gelegen te Lopik, voor de duur van 4 jaar, voor 315 gulden per jaar. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. U097a015, aktenr. 10, d.d. 11-02-1713 | van Jaarsveld, Gillis Ariens (I1579)
|
| 2863 | Gijdeon Gijdeonszen Edel J.g. van Leijd en Annetie Dircx J.d. wonende beijde tot Rhijnsb. den selven dito | Gezin: Gideon Gideons den Edele / Annetje Dirks Koten (F1754311978)
|
| 2864 | Gijs Buijsersz, ende Haesgen Corsdr sijn huijsvrouwe, met Cors, Betgen, Maritgen, Geertgen, Commertgen, Neeltgen, ende Aeltgen, hare kinderen – 9 hoofden [onvermogent] Bron: Katwijk aan den Rijn - Hoofdgeld 1623 --- NH dopen Katwijk aan den Rijn: 05-10-1614 Huijgh; o. Ghijs Buijsersz 08-05-1616 Commertgen; o. Gijsbert Buijsersz 16-09-1618 Neeltgen; o. Ghijs Buijsersz 09-05-1621 Aeltgen; o. Ghijs Buijsersz 08-1633 Havick; o. Gijs Buijsersz | Buisers, Gijs (I4130)
|
| 2865 | Gijs Jan Gijsen (S) ende Leentgen Dircxdr sijn huijsvre met Jacob, oude Jan, jonge Jan, ende Lijsbet heur kinders; item Anna Jansdr van Haserswoude haer dienstmaecht - 7 hoofden Bron: Hoofdgeld Alphen 1623 door F.J.A.M. van der Helm --- Jacob Jansz Cop aanvaart de voogdij over de twee weeskinderen van Erm Claes Coppendr, verwekt bij Ghijsbert Jansz. Borg is Thomas Jan Corsz Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Alphen (toegangsnr. 112.1.03), inv.nr. 2, aktenr. 24, d.d. 16-02-1607 --- Staat en inventaris, gemaakt door Ghijsbert Jansz, van alle nagelaten goederen die Erm Claesdr, zijn overleden huisvrouw, heeft nagelaten. Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Alphen (toegangsnr. 112.1.03), inv.nr. 2, aktenr. 25, d.d. 16-02-1607 --- Jan Ghijsbertsz, weduwnaar van Geerte Maertensdr, ter eenre, en Ghijsbert Jansz, Cornelis Jansz, Jan Jansz en Jan Govertsz, getrouwd met Maritgen Jansdr, allen kinderen van Geerte Maertensdr, ter andere zijde. Jan Ghijsbertsz, als vader, valt toe: 3 1/2 morgen min 1/2 hond land in het Rijneveld, strekkende uit de Toegang tot het land van Jan Govertsz, belend ten oosten Jan Jansz Foos, ten westen de weduwe van Huijbert Roelen met kinderen; nog een rente van 500 gulden hoofdsom, sprekend op zijn zoon Ghijsbert Jansz en nog een rente van 1.250 gulden hoofdsom op Jan Govertsz voornoemd. Ghijsbert Jansz en Jan Govertsz samen komt toe: 10 morgen land in het Rietveld, strekkend van de Nieuwedijk tot de Burggooi, belend ten oosten Willem Cornelisz Hogeburch, ten westen Jop Mathijsz en Pieter Dircxsz; nog een helft van 3 morgen 1 1/2 hond land in Bloemendaal, belend ten zuiden Dirck Sijmonsz, ten oosten Jacop Cornelisz Maes, ten westen de uiterdijk. Met voorwaarde dat Jan Jansz tot een eventueel huwelijk bij h Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 4, p. 141, d.d. 12-12-1612 --- Willem Jacobsz aanvaart de voordij over de twee weeskinderen van Lijsbeth Jacobsdr verwekt bij Ghijsbert Jansz, borg is Dirck Cornelisz, zijn zwager. Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Alphen (toegangsnr. 112.1.03), inv.nr. 2, aktenr. 100, d.d. 25-01-1616 --- Inventaris en staat, gemaakt door Ghijsbert Jansz als boedelhouder, van de goederen die Lijsbeth Jacobsdr, zijn huisvrouw, bij haar overlijden heeft nagelaten. Eerst ca. 5 morgen land in Rietveld onder Alphen, belend ten oosten Jan Govertsz, zijn zwager, ten westen Cornelis Pieter Langensz en Jop Mathijsz, ten zuiden de Nieuwedijk, ten noorden de Burggooi; nog ca. 10,5 hond land in Rijneveld onder Alphen, belend ten oosten Jan Jansz Foos, ten westen Cornelis Jan Ghijsz, ten zuiden Jan Govertsz en ten noorden de Toegang; nog ca. 1/4e deel van de helft van ca. 6,5 morgen land in Bloemendaal; nog ca. 3,5 morgen land in de Zuideinder Molenpolder onder Aarlanderveen, strekkende van Dirck Roel Louwen tot Cornelis Dircxsz Neut, belend ten oosten mr. Jacob Roeloffsz c.s. en ten westen Jan Cleijn Pieten; nog ca. 3 morgen min 1 hond land in de Noordeinder Molenpolder onder Aarlanderveen, belend ten oosten Dirck Cornelisz en Jacob Jacobsz, ten westen Oude Jan Arisz en Josep Pietersz, ten zuiden Maritgen Jacobsdr Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Alphen (toegangsnr. 112.1.03), inv.nr. 2, aktenr. 101, d.d. 25-01-1616 --- Adriaen Meesz, in de Steekt, verkoopt Ghijsbert Jan Ghijsz een kamp land genaamd de Middelkamp, groot 3 morgen, in het Rijneveld, strekkende van het land van Jan Dircxsz Drooch tot de Toegang, belend ten oosten Cornelis Jan Ghijsz, ten westen DirckJansz Drooch. Koopsom 810 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 61, d.d. 08-03-1617 --- Ghijsbert Jan Ghijsz is schuldig Lenaert Ghijsz en Pieter Cornelisz Zaell tesamen een bedrag van 810 gulden. Gesteld onderpand: een kamp land genaamd de Middelkamp, groot 3 morgen, in het Rijneveld, strekkende van het land van Jan Dircxsz Drooch tot de Toegang, belend ten oosten Cornelis Jan Ghijsz, ten westen Dirck Jansz Drooch. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 61v, d.d. 08-03-1617 --- Cornelis en Jan Jansz, erfgenamen van hun vader Jan Ghijsz, dragen over op Ghijsbert Jansz en Jan Govertsz, hun broer en zwager, een koopbrief van 7 1/2 hond land genaamd de Petten in Alphen. Koopsom 725 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 67, d.d. 04-04-1617 --- Jannitgen Heijnricxdr, weduwe van Jan Maerten Sijmonsz, met Pouls Jacobsz, haar voogd, voor één helft, en Cornelis Fransz, Boijen Heijnricxsz, getrouwd met Maritgen Fransdr, Cornelis Sijmonsz, scheepmaker, getrouwd met Maritgen Jansdr, Ghijsbert Jansz, Cornelis Jansz, Jan Jansz, Jan Govertsz, getrouwd met Maritgen Jansdr, Frans Cornelisz, getrouwd met Geertgen Cornelisdr, Cornelis Pietersz, voor zichzelf, weeskinderen van Jan Jansz, allen erfgenamen van Jan Maertnesz voorn., verkopen IJsbrant Willemsz Maes een teel- of hennepwerf groot 1/2 morgen in Alphen, strekkende van de Rijndijk tot de Piswetering, belend ten zuiden Pieter Jansz c.s., ten noorden Thonis Jacobsz. Koopsom 492 gulden. Met schuldbrief. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 68v, d.d. 04-04-1617 --- Ghijsbert, Cornelis en Jan Jansz, Jan Govertsz, getrouwd met Maritgen Jansdr, allen erfgenamen van Jan Ghijsbertsz, hun vader. Regeling van de deling van goederen en van 3 1/2 morgen land die ze samen bezitten in 't Rijneveld aan de oostzijde van de Gouwe. Ghijsbert Jansz ontvangt de helft van het perceel, belend ten oosten Jan Jansz Foos, ten westen Cornelis Jan Ghijsen, ten zuiden Jan Govertsz, ten noorden de Toegang. Cornelis Jansz verkrijgt de wederhelft van het perceel, belend ten oosten Ghijsbert Jansz voorn., ten westen de weduwe van Huijbert Roelen, ten zuiden Jan Govertsz. Jan Jansz en Jan Govertsz ontvangen geld. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 116, d.d. 04-07-1618 --- Cornelis Pietersz, wonende in de Steekt, draagt over op Ghijsbert Jansz en Jan Govertsz, zwagers, een koopbrief van 3 morgen land in 't Rijneveld. Jan Govertsz behoudt hiervan de helft, strekkende van het deel van Ghijsbert Jansz tot het land van Dirck Jansz Drooch, belend ten oosten Drooch voorn., ten westen Adriaen Pietersz Wit. Koopsom 1325 gulden. Met schuldbrief. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 118v, d.d. 04-07-1618 --- Cornelis Jan Ghijsen te Alphen draagt over op zijn broer Ghijsbert Jansz een koopbrief van 3 morgen land in het Rijneveld. Koopsom 1.200 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 28v, d.d. 18-02-1620 --- Cornelis Jan Ghijsen draagt over op zijn broer Ghijsbert Jansz een scheidbrief betreffende de comparant, de koper, Jan Jansz en Jan Govertsz, inhoudend de helft van 3 1/2 morgen land, waarvan de andere helft behoort aan Ghijsbert Jansz, in 't Rijneveld. Koopsom 805 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 29v, d.d. 18-02-1620 --- Ghijsbert Jan Ghijsen, wonende in de Steekt, weduwnaar van Lijsbeth Willemsdr ter eenre, Willem Roeloffsz, wonende aan de Meije te Bodegraven, als grootvader van Lijsbeth Ghijsbertsdr, oud 3 jaar, weeskind van Lijsbeth Willemsdr en Ghijsbert voornoemd ter andere zijde. Regeling betreffende het moederlijk erfdeel. Ghijsbert Jan Ghijsen behoudt de roerende en onroerende goederen en zal zijn dochter onderhouden en op voeden tot de leeftijd van 20 jaar, zal dan het kind uitkeren een bedrag van 700 gulden en de moederlijke kleren en sieraden. Gestelde garantie: 3 morgen land, belend ten oosten Ghijsbert Jansz zelf, ten zuiden Jaepgen Huijbert Roelen en kinderen, ten westen Dirck Jansz Drooch, ten noorden de Toegang. Nog 3 morgen land belend ten oosten Cornelis Dirck Jongeneelen, ten zuiden Leendert Harmansz, ten westen Ghijsbert Jansz zelf, ten noorden de Toegang. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 97v, d.d. 22-10-1621 --- Leentgen Dircxsdr weduwe en boedelhoudster van Ghijs Jan Ghijsen, geassisteerd door Jacob Dircxsz Molenaer, haar broer en gekoren voogd, Jacob Ghijsbertsz, nagelaten weeskind van Erm Claes Coppen zaliger, geassisteerd door Jacob Jansz Cop, zijn oudoom en gekoren voogd, Willem Jacobsz van Aarlanderveen als oom en voogd van Jan Ghijsbertsz, nagelaten weeskind van Lijsbeth Jacobsdr zaliger, Willem Roeloffsz als grootvader en voogd van Lijsbeth Ghijsbertsdr zaliger, geassisteerd door Cornelis Jan Ghijsen, oom en (naast de voorgaande personen) voogd van de drie kinderen verwekt door Ghijs Jan Ghijsen, aan de ene, en Jan Govertsz, man en voogd van Marritgen Jansdr, aan de andere zijde. Boedelscheiding. Zeker ca. 10 morgen erfpachtland, gelegen in de Rietveld, die door Ghijsbert Jan Ghijsen in zijn leven samen met Jan Govertsz is gebruikt, was op de volgende manier verdeeld: van Ghijs Jan Ghijsen was de helft van de 10 morgen strekkende van de Nieuwedijk tot de Burggooi, belend ten oosten Jan Govertsz met zi Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Alphen (toegangsnr. 112.1.03), inv.nr. 3, aktenr. 33, d.d. 19-05-1623 --- Leentgen Dircxdr, weduwe van Ghijs Jan Ghijsen, met Jacob Dircxsz, molenaar, haar broer, als voogd, Jacob Ghijsbertsz, weeskind van Erm Claes Coppen, met Jacob Jansz Cop, zijn oudoom als voogd, Willem Jacobsz, van Aarlanderveen, als oom en voogd van Jan Ghijsbertsz, weeskind van Lijsbeth Jacobsdr, Willem Roeloffsz, als grootvader en voogd van Lijsbeth Ghijsbertsdr, met Cornelis Jan Ghijsen, als oom, de voogden van de 3 kinderen van Ghijs Jan Ghijsen, ter eenre, en Jan Govertsz, getrouwd met Marritgen Jansdr, ter andere zijde. Akkoord over de deling van 10 morgen erfpachtland in 't Rietveld, door Ghijsbert Jan Ghijsen, in zijn leven, met Jan Govertsz samen gebruikt. Ghijs Jan Ghijsen was toebedeeld de helft hiervan, strekkende van de Nieuwedijk tot de Burggooi, belend ten oosten Jan Govertsz met de andere helft, ten westen Cornelis Pieter Langens en Jop Mathijsz, strekkende mede als voorgemeld, belend ten oosten Pieter Lange Neelen, ten westen de wederhelft. De pacht hiervan komt toe aan de heer van Ke Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 171, d.d. 19-05-1623 --- Leentgen Dircxdr, weduwe van Ghijs Jan Ghijsen, met Jacob Dircxsz, molenaar, haar broer als voogd, Jacob Ghijsbertsz, weeskind van Erm Claes Coppen, met Jacob Jansz Cop, zijn oudoom als voogd, Willem Jacobsz, van Aarlanderveen, als oom en voogd vanJan Ghijsbertsz, weeskind van Lijsbeth Jacobsdr, Willem Roeloffsz, als grootvader en voogd van Lijsbeth Ghijsbertsdr, met Cornelis Jan Ghijsen, als oom, de voogden van de drie kinderen van Ghijs Jan Ghijsen, dragen over op Jonge Jan Jan Ghijsen een scheidingsbrief van de helft van de 10 morgen erfpachtland in het Rietveld. Koopsom 1.300 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 172, d.d. 19-05-1623 --- Grietien Jacobsdr met Jacob Jacobsz, haar broer en voogd, mede Ghijs Jansz en Jacob Jacobsz voorn., als voogden over de kinderen van Cornelis Jan Ghijsz, verkopen Cornelis Pietersz van Velsen een huis en erf onder Alphen bij Zwammerdam, strekkend uit de Rijn tot de Hoge Rijndijk, belend ten oosten Cornelis Jan Flooren, ten westen het gasthuis te Leiden. Koopsom 410 gulden. Met schuldbrief. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 8, p. 19, d.d. 17-02-1626 --- Willem Roeloffsz, grootvader en voogd van Elisabeth Ghijsendr, met Cornelis Jan Ghijsz, oom, en Willem Jacob Arisz, voogden van Jan Ghijsen, verkopen Jacob Ghijsz 1 1/2 morgen land in 't Rijneveld, strekkend van het land van Ghijs Jansz tot de Groeneweg, belend ten oosten de weduwe van Huijbert Roelen, ten westen de landen van Adriaen Witten. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 8, p. 67, d.d. 22-02-1627 --- Jacob Ghijsbertsz is schuldig de twee weeskinderen van Ghijs Jan Ghijsen tweederde deel van 285 gulden wegens koop van 1 1/2 morgen land in 't Rijneveld, strekkend van het land van Ghijs Jansz tot de Groeneweg, belend ten oosten de weduwe van Huijbert Roelen, ten westen de landen van Adriaen Witten. Borgen: Cornelis Jan Ghijsz en Jonge Jan Droochieus. Schuld geroijeerd 06-04-1633. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 8, p. 68v, d.d. 22-02-1627 --- Cornelis Jan Ghijsz, Willem Jacobsz en Willem Roeloffsz, voogden van de nagelaten kinderen van Ghijsbert Jansz verklaren dat de nalatenschap van Ghijs Jan Ghijsen bezwaard blijkt te zijn met schulden die de nagelaten goederen in waarde overtreffen.Regeling: Jan Ghijsz, weeskind van Elisabeth Jacobsdr, Lijsbeth Ghijsen, dochter van Lijsbeth Willemsdr, nemen tot hun last een hypotheek van 150 gulden ten behoeve van Jan Jan Ghijsz. Verdere onbetaalde schulden zullen voldaan worden door Jan Ghijsz, zoon van Elisabeth Jacobsdr, Elisabeth Ghijsen, dochter van wijlen Elisabeth Willemsdr en Jacob Ghijsz, ieder voor éénderde deel. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 8, p. 70, d.d. 22-02-1627 | Gijsen, Gijs Jan (I1168)
|
| 2866 | Gijsbert Aert Gijsbertsz heeft met Jan Aertsz, zijn broer, en Heijnrick Gerritsz, zijn zwager, een vierendeel van 9 morgen eigen land gekocht, gelegen op de noordzijde van Benschop beneden de kerk. (Belending boven Jan Heijnricksz alias Hobbers bruiker van 8 morgen en beneden Gerrit Heijnricksz met een hofstede.) Gijsbert heeft geen rechten meer op het land. Het is nu eigendom van zijn broer en zwager. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beheersnr. L146), inv.nr. 239, d.d. 18-06-1605 [FS-scan 100] --- Heijnrick Gerritsz belooft Gijsbert Aertsz, de broer van Geertgen, Heijnricks huisvrouw, te bevrijden van een rentebrief met de hoofdsom van 600 schilden (14 stuivers per stuk) inclusief rente, toekomende de erfgenamen van Claertgen Aelbertsdr, die woonde en is overleden te IJsselstein. Als onderpand geldt de hofstede van Aert Gijsbertsz, de vader van voornoemde Gijsbert en Geertgen, met 7 morgen land, huis, berg en beplanting, gelegen aan de zuidzijde van Benschop boven de kerk, [belending is lastig te lezen. Het gaat over naastgelegen 14 morgen], waarvan 3,5 morgen eigen land en 3,5 morgen gebruikt van het Convent te IJsselstein. Deze hofstede heeft Gijsbert gekocht van zijn moeder Aeltgen met consent van haar kinderen Jan Aertsz en voornoemde Heijnrick, man en voogd van Geertgen Aertsdr. Gijsbert Aert Gijsbertsz zegt toe aan Aeltgen Gerritsdr, weduwe van Aert Gijsbertsz, zijn moeder, een bedrag van 1.200 gulden vanwege de koop van de hofstede van zijn ouders. De hofstede is gelegen op de zuidzijde van Benschop boven de kerk, met 7 morgen, een huis, berg en beplanting. De rente is 6%. In de marge: Jan Aertsz, voor zichzelf, en Hendrick Gerritsz, man en voogd van Geertgen Aertsdr, erfgenamen van hun (schoon)moeder Aeltgen Gerritsdr, hebben van hun mede-erfgenaam Ghijsbert Aertsz het hele bedrag van 1.200 gulden ontvangen. Actum 03-06-1617. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beheersnr. L146), inv.nr. 239, d.d. 08-09-1605 [FS-scan 102 en 103] --- 5-8-1607: Zijn gecompareerd Marichgen Gerritsdr Jacob Cornelisz. weduwe met Jacob Thonisz. haar gecoren voogd, Jan Glaudesz. en Gijsbert Aertsz. voor hem zelve en als man en voogd van Aeltgen Glaudesdr. daar hij blijkende geboorte bij heeft en hebben overgegeven Willem Glaudesz. de zoon van Marrichgen voorschreven, broeder van Jan en zwager van Gijsbert als Marrichgen voor de helft en de ander elk hun kindsdeel van 9,5 mr. eigen land met huis, berg, daar Willem voorschreven als erfgenaam vanzijn vader zijn deel in heeft. Liggende op de noordzijde van Benschop boven de kerk in een weer van 12 mr., daarvan 2'/2 mr. leengoed is van IJsselstein. Belend boven Gerrit Lauwensz. c.s. met 9 mr. eigen land en Marrichgen voorschreven met 8 mr. beneden. --- Jan Aert Ghijsbertsz en Margriete Cornelisdr, echtelieden, zeggen toe aan zijn broer Ghijsbert Aert Ghijsbertsz een bedrag van 400 gulden vanwege geleend geld, met 5,5% rente. Als onderpand geldt 3 morgen min 1,5 hond eigen land, gelegen te Benschop boven de kerk aan de noordzijde, belend boven Saers Jansz Bras met 5,5 morgen en beneden Tonis Henricksz met 5,5 morgen. In de marge: Ghijsbert Aert Ghijsbertsz heeft van zijn broer Jan Aertsz ontvangen 400 gulden met rente. Actum 17-06-1610. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beheersnr. L146), inv.nr. 242, d.d. 22-05-1608 O.S. [FS-scan 435] --- Henrick Gerritsz is schuldig aan Ghijsbert Aert Ghijsbertsz een hoofdsom van 450 gulden met 5,25% rente. Als onderpand geldt 3,5 morgen eigen land, in een weer van 9 morgen, op de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend boven Frans Jansz Hobbus met 8 morgen en Gerrit Henrick Schrevelsz met 14 morgen. In de marge: Ghijsbert Aertsz heeft ontvangen van Henrick Gerritsz 450 gulden inclusief rente. Actum 15-04-1613. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beheersnr. L146), inv.nr. 242, d.d. 22-05-1608 O.S. [FS-scan 436] --- Inventaris van de roerende en onroerende goederen die Elisabet Gerritsdr bij haar dood nalaat, opgesteld door Arijen Claesz, haar tweede man, en de voogden van het nagelaten weeskind uit haar eerste huwelijk met Ghijsbert Ghijsbertsz. Adriaen Claesz voor de ene helft en Cornelis Gerritsz, man en voogd van het nagelaten weeskind van Ghijsbert Ghijsbertsz, voor de andere helft verkopen aan Ghijsbert Aertsz, mede-voogd, een hofstede met huis, berg, schuur en beplanting met 2 morgen 1 hond eigen land; nog de huur en het gebruik van 5 morgen land, eigendom van de Heilige Geest de Benschop; nog de huur van 11 hond land van de Heer van IJsselstein; dit alles gelegen aan de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend ten oosten Jan Pancken en ten westen de kinderen en erven van Luijt Gerritsz. De koopsom is 2.900 gulden. Bron: RHC RL, WK Benschop (beheersnr. ??), inv.nr. 328, d.d. 28-05-1612 [FS-scan 233] --- Ghijsbert Aert Ghijsbertsz draagt over aan Arien Claesz een obligatie met een hoofdsom van 400 gulden, tot last van de broers Jacob en Franck Gerritsz, d.d. 10-06-1610. Ghijsbert Aert Ghijsbertsz zegt toe aan Gerrichgen Ghijsbertsdr, weeskind van Ghijsbert Ghijsbertsz een bedrag van 1.400 gulden, de waarde van de gerechte helft van een hofstede aan de comparant volgens de koopbrieven d.d. 28-05-1612 en 31-05-1613. Als onderpand geldt 2 morgen 1 hond land met een huis, berg en beplanting. In de marge: Evert Lenertsz, man en voogd van Gerrichgen Ghijsbertsz, geeft aan van Ghijsbert Aertsz het hele bedrag ontvangen te hebben, inclusief alle renten, te weten 400 gulden aan contant geld en een obligatie van 1.000 gulden. Actum 18-06-1618. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beheersnr. L146), inv.nr. 247, d.d. 31-05-1613 [FS-scan 180] --- 1-7-1617: Gijsbert Aertsz. is voogd over de weeskinderen van Jan Feijsz. [Rietveld]. 1-3-1650: Uitkoop tussen Glaude Gijsbertsz. geass. met Gijsbert Aardse zijn vader en Gerrit Gijsbertsz. als getuige ter eenre, en Marrigje Louwen (zijn schoonzuster) geass. met Jan Andriesen, Jacob Ariense, Harman Ariensz. en Arien Heijndricxe Boerefijn als getuigen ter andere zijde en verdelen. Glaude Gijsbertsz. zal hebben 8 mr. land met huis, hof, berg en schuur met bepotinge en beplantinge gelegen boven de kerk op de zuidzijde van Benschop. Marrigje Louwen zal hebben de hofstede daar haar moeder op gewoond heeft, staande aan de zuidzijde, mitsgaders 11 mr. liggende achter de genoemde hofstede, waarvan 7 mr. eigen land en 4 mr. leenroerig aan het huis IJsselstein. Waartegen Marrigje Louwen aan Glaude Gijsbertsz. zal betalen de som van 3.300 car gulden. Glaude Gijsbertsz. zal de hofstede en het land nog een jaar mogen bebouwen tegen een pacht. 31-3-1650: Glaude Gijsbertsz. weduwnaar en boedelhouder van wijlen Aagien Louwen, heeft na voorgaande levering van inventaris en door bemiddeling van Gijsbert Aardse, Gerrit Gijsen ende Jan Jansen van Leerdam uitgekocht Jan Andriesz., Jacob Ariense, Marrigen Louwen ende Jannigje Ariensdr. alle 'omen en meuijen' en bloedvoogden van de drie nagelaten weeskinderen van Aagien Louwendr. bij den uitkoper verwekt. En dat voor de som van 6.600 car. gulden. Ieder weeskind 2.200 gulden en daar en boven als aandenken aan hun moeder een gouden ring 'van soodanige waerde als de discretie van de vader dat sal medebrengen'. Zal verder de boedelhouder gehouden zijn de drie kinderen te onderhouden en naar school te laten gaan. Glaude Gijsbertsz. zal daartegen houden alle bedden met toebehoren mitsgaders een beddetijk bij Heijndrickie Ariensdr. der weeskindere; 'groote moeder' achtergelaten en de resterende meubelen. In de marge: Compareerde Chiel Ariensse als man en voogd van Aeltge Glaudens, Lourens Glaudesz. en Gerr Aktes die niet zijn geparafraseerd zijn afkomstig uit het artikel: Gens Nostra, T. Oskam, Claude Hombruge, schout in Benschop | Aarts, Gijsbert (I58)
|
| 2867 | Gijsbert Boer geeft aan het lijk van zijn grootvad. Arij Boer gehoorende onder de classis van f 15:-:- Bron: Zwammerdam - Registers van ontvangst van de impost op het begraven | Boer, Arie Gerrits (I363)
|
| 2868 | Gijsbert Flore Boer J.M. van Segveld met Annigje Gijse Boer J.D. uit de L. Weide ondert: 17 april getr: den 3 maij | Gezin: Gijsbert Floris Boer / Annigje Gijsberts Boer (F1754313110)
|
| 2869 | Gijsbert Gijsbertsz is schuldig aan Geertje, weduwe van Jacob Cornelisz, 6 gulden 3 stuivers per jaar te betalen als zijn moeder Maritje, weduwe van Gijsbert Floris Claesz, overlijdt met waarborg 2 morgen land in het Rietveld, strekkende vande nieuwe kade tot de oude Burchooch, belend ten oosten het Cappelrieland en ten westen Jan Pietersz, steenplaatser, waarvan de voornoemde gelden roerende zijn en voorts op zijn huis, berg en schuur, staande op het land van de Abdis van Rijnsburg,borg zijn broer Jan Gijsbrechtsz, de 2 morgen land zijn opgedragen door Jacob Jan Lourisz, de zwager van Geertje. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 606v, d.d. 27-11-1563 --- Jan Gijsbrecht Florisz, zoon van Marija, weduwe van Gijsbrecht Floris Claesz, stelt zich borg voor een jaarlijkse losrente van 61 gulden 10 stuivers door zijn moeder gepasseerd ten behoeve van Cornelis de Jonge in Den Haag volgens de oude brief, met hypotheek op een huis met berg en schuur staande tussen de Rijn en de Hoge Rijndijk tegenover Koudekerk in Hazerswoude, belend ten oosten Gerrit ouwe Jansz en ten westen Pieter Claes Jorisz, op 7 morgen eigen land strekkende van Aelbrecht van derLoen tot de dwarswetering, belend ten oosten Pieter Claesz, bakker te Leiden en ten westen Rijnburgerland, 4 morgen eigen land gemeen met 8 morgen pachtland, strekkende uit de Rijn tot het land van Pieter Claes Jorisz te Koudekerk, belend ten oosten Cornelis Dircksz, scheepmaker en ten westen Adriaen van Swieten. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 673, d.d. 29-08-1564 --- Jan Gijsbertsz voor zich zelf en vervangende zijn broers Gijsbert Gijsbertsz en Aernt Gijsbertsz, Jan Gerritsz Bijl, man en voogd van Maritje Gijsbertsdr, Willem Dircksz Verhoef, man en voogd van Meijnsje Gijsbertsdr, zijn zwagers en Dirck Gijsbertsz. Zij hebben uit het sterfhuis van hun moeder Marie, weduwe van Gijsbert Florisz, verkocht aan hun zwager Cornelis Claesz, gehuwd met Alijt Gijsbertsdr, 4 morgen ½ hond land, belend ten oosten Gerrit ouwe Jansz boedel, ten westen zijn moeder Neeltje Sproncxdr, weduwe van Claes Dircksz, ten zuiden Adriaen Jansz backer en ten noorden de dwarswetering, onder overhandiging van twee oude brieven, waarbij hun vader het land heeft ontvangen van zijn broer Claes Florisz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 160, d.d. 31-08-1567 | Claas, Gijsbert Floris (I596)
|
| 2870 | Gijsbert Huijbertsz ende Neeltgen Pietersdr sijn huijsvre met Pieter ende Jannetgen, heure kinderen, item Meijnsgen, Sijmon Bastiaensz van Langeraers dochter, heur dienstmaecht – 5 hoofden Bron: Genealogie Rijnland --- 1) De eerste keer dat Ghijs Huijbertsz voorkomt in het morgenboek van Oudshoorn is dat in 1592. Hij is dan eigenaar van 18,5 morgen 1 hond. In 1564 is dit land van Cornelis Pietersz van de Bree, waarna in 1568 Pieter Sijmonsz de eigenaar is. Van 1580 tot 1588 is dit land eigendom van Ceel Pieter Sijmonsz weduwe, met wie wordt bedoeld Ceeltgen Dircksdr, de weduwe van Pieter Sijmonsz, de schoonmoeder van Ghijs Huijbertsz. In 1600 is het land van 18,5 morgen 1 hond verdeeld in twee percelen: "Jan Dircken lant" van 2 morgen 89 roeden en een tweede perceel van 16,5 morgen 49 roeden, waaronder "den Boomgaert Camp". Op 24-09-1642 vindt er scheiding plaats. Jan en Pieter Cornelisz van Rijssem, kinderen van Cornelis Jansz en Annitgen Ghijsbertsdr, krijgen "Jan Dircken lant". Op 28-02-1656 verkoopt Jan zijn helft aan Pieter. 2) In 1600 is Ghijs Huijbertsz samen met Michiel Sijmonsz eigenaar van een perceel van 3,5 morgen 2,5 hond. Ghijs is eigenaar van een kwart, Michiel van de rest. Het land ligt vlakbij het bovenstaande perceel. In 1564 is Dirck Heijndricxsz eigenaar van dit stuk land. In 1568 gaat het over op Pieter Sijmonsz. Vanaf 1580 tot 1592 staat het op naam van Ceel Pieter Sijmonsz weduwe. Celije Dircxdr gebruikt op 06-10-1585 dit land als onderpand bij een losrente die ze schuldig is aan de weduwe van Heijnrick Dircxsz van Haeften. Op 23-01-1598 koopt Ghijsbert Huijbertsz dit kwart, terwijl de rest op naam van Michiel Sijmonsz verkocht wordt aan Lenaert Dircxsz te Korteraar. In de morgenboeken blijft Michiel Sijmonsz de eigenaar tot 1616, daarna staat het op naam van Dirck Willemsz van Zevenhoven (man van Annetgen Pietersdr?, zie akte van 04-04-1624). In 1644 is de 5 hond 87,5 roeden genaamd "het morgentgen" toegevallen aan Jan en Pieter Cornelisz van Rijssem. 3) In 1628 heeft Ghijs Huijbertsz nog een stukje land van 5,5h op zijn naam staan, afkomstig van Achte Jan Vriesz weduwe. Op 08-05-1631 neemt Ghijsbert Huijbertsz de 1,5 morgen van Jan Dirck Jan Pietersz over, die het samen met zijn broer Cornelis op 15-02-1630 heeft gekocht van Agatha Pietersdr, weduwe van Jan Vriesen. Het is strekkende van Joost Dircksz Verlaen tot het land van Ghijsbert Huijbertsz zelf, belend ten noordoosten Cornelis Pietersz [Verdoes] en ten zuidwesten Huijbert Ghijsbertsz (die heeft zijn 1,5 morgen op 15-02-1630 gekocht van Cornelis Dirck Jan Pietersz). Dit is dus "de Zantcamp". In 1640 staat er in het morgenboek dan ook 2 morgen 1,5 hond op naam van Ghijsbert Huijbertsz en Huijbert Ghijsz bezit de rest van dit perceel met 1,5 morgen. 4) Op 20-11-1628 neemt Ghijsbert Pietersz over van Cornelis Cornelisz Mantgen 1 morgen in de Aarbroek onder Oudshoorn. Dit ligt waarschijnlijk in een weer van 15 morgen 212 roeden. Dit land staat in 1628 waarschijnlijk op naam van Jacob Leendertsz en Apolonia Leendertsdr. Dat stuk is echter 3 morgen. Waar die andere 2 morgen is gebleven, is gissen. 5) Op 13-06-1634 neemt Ghijsbert Huijbertsz van Dam over van Pieter Gerritsz 8 hond 50 roeden land. In 1628 bezit Pieter Gerritsz 1 morgen 2 hond in het naast het vorige perceel gelegen weer van 12,5 morgen 54 roeden. In 1640 staat Ghijs Huijbertsz daar geregistreerd met 1 morgen, maar Pieter Gerritsz staat er nog steeds tussen. Ook de optelsom van dit weer klopt niet in 1640. --- Voor notaris Willem van Oudevliet is verschenen jonkheer Heijnrick van der Laen, residerende te Voorhout, deze machtigt Sijmon Leenderts te Rijnsburg om landen te verkopen en geld te innen dat men hem schuldig is. Verkoop van land: 6 morgen land onder Oudshoorn, verkocht aan Claes Cornelisz van Noort, eertijds gebruikt door Jan Pietersz. Sijmen Leendertsz voornoemd verklaart te hebben verkocht aan Dirck Jansz van der Reeck, poorter van Leiden, de 6 morgen land onder Oudshoorn, strekkende vande Oudshoornseweg tot het land van Cornelis Gerrit Pieters tot achter de Wersloot toe, belend ten oosten Claes Willemsz en ten westen Willem Pietersz. Getuigen: Dirck Jan Pietersz en Ghijsbert Huijbertsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 25v, d.d. 18-02-1593 --- Geeltgen Dircxdr, weduwe van Pieter Sijmonsz met haar voogd Eeuwout Pietersz, Sijmon Pietersz, Dirck Pietersz, Ghijsbert Huijbertsz, man van Neeltgen Pietersdr, Dirck Jacobsz, man van Maritgen Pietersdr, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Sijmonsz, verkopen aan Lenaert Dircxsz te Korteraar 3/4 deel van 4 morgen land, het andere 1/4 deel valt Ghijsbert Huijbertsz voornoemd toe, het hele weer liggend in de Aarbroek onder Oudshoorn, strekkende van de Aar tot het land van Jan Adriaensz e.a., belend ten oosten Lenaert Dircxsz met Ghijsbert Huijbertsz met zijn 1/4 deel aan de oostzijde, strekkende van Jan Adriaensz dwarssloot op tot de voornoemde dwarssloot naar de Aar toe, ten westen de vrouwe van Bezoijen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 157v, d.d. 23-01-1598 --- Geeltgen Dircxdr, weduwe van Pieter Sijmonsz met haar voogd Eeuwout Pietersz, Sijmon Pietersz, Dirck Pietersz en Dirck Jacobsz, man van Maritgen Pietersdr, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Sijmonsz, verkopen aan Ghijsbert Huijbertsz, getrouwd met Neeltgen Pietersdr, 1/4 deel van 4 morgen min 1 hond land, strekkende van Jan Adriaensz dwarssloot af tot de eerste dwarssloot aan de Aar toe, belend ten zuiden en noorden Lenaert Dircxsz, met recht van overpad. Ghijsbert Huijbertsz is schuldig aan Geeltgen Dircxdrsz c.s. 100 gulden. Gesteld onderpand: boevengenoemd onroerend goed. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 159, d.d. 23-01-1598 --- Ceeltgen Dircxszdr, weduwe van Pieter Sijmonsz met haar voogd Eeuwout Pietersz, Sijmon Pietersz, Dirck Pietersz, Ghijsbert Huijbertsz, man van Neeltgen Pietersdr en Dirck Jacobsz, man van Maritgen Pietersz, kinderen en erfgenamen van Pieter Sijmonsz, verkopen aan Michiel Sijmonsz, hun zwager (van de weduwe) en oom, 3/4 deel van 4 morgen ½ hond land waarvan het vierde deel toekomt aan Ghijsbert Huijbertsz, het gehele weer liggende onder Oudshoorn in de Aarbroek, strekkende uit de Aar tot Jan Arijaensz c.a., naast beland de 3 delen in het oosten Lenaert Dircxsz van Korteraar met Ghijsbert Huijberts met zijn 1/4 deel "dewelcke daer mede blijven sull aen de oostzijde", strekkende van Jan Adriaensz dwarssloot tot de eerste dwarssloot naar de Aar toe, ten westen de vrouwe van Bezoijen (slot van de akte op folio 165!). Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 162v, d.d. 10-02-1598 --- Ghijsbert Hubertsz, Bouwen Goverden, getrouwd met Maritgen Hubertsdr, Cornelis Gerritsz, getrouwd met Dieuwertgen Hubertsdr, kinderen van "den ouden bedde", Jan Cornelisz in Alpherhoorn, vader en bloedvoogd met Claes Cornelis Ghijsz, gestelde voogd van Neeltgen Jansdr, oud 22 jaar, en Annitgen Jansdr, oud 14 jaar, kinderen van "den jongen bedde", gezamenlijk erfgenamen van Jeuntgen Pietersdr, hun moeder, zijn uitgekocht door Pieter Jansz, hun ongetrouwde broer uit het tweede huwelijk, wat betreft huis, berg, schuur, eigen en leenlanden, vee en huisraad e.a. Koopsom 1.200 gulden (akte folio 48) en 800 gulden (akte folio 49), beide geroijeerd 09-01-1619; 1.200 gulden aan zijn halfbroer en zusters, 800 gulden aan zijn zusters. Gesteld onderpand: de helft van een huis, berg, schuur met 21 morgen land in Alpherhoorn, strekkend van de Rijn tot de Burggooi, belend buitendijks ten oosten Cornelis Gerritsz en binnen de Hoge Rijndijk Heijnrick Heermaele, mr. Rutgert Joosten in Den Haag met de kinderen van Dirck Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 3a, p. 48, d.d. 09-10-1600 --- Maerten Huijbertsdr, weduwe van Bouwen Govertsz met haar voogd Eijmert Sijmonsz, voor de ene helft en Huijbert Bouwensz voor zichzelf, Cornelis Bouwens voor zichzelf, mitsgaders Willem Govertsz en Ghijsbert Huijbertsz, ooms en voogden over Leendert, Dirck, Govert en Pieter Bouwenszonen, Lijsbet en Luentgen Bouwensdochters, allen kinderen en erfgenamen van Bouwen Govertsz, voor de andere helft, verkopen aan Catharina Huijgendr, weduwe van Heijndrick Joppensz van Sijl, in leven schout van Nieuwveen, een scheidbrief d.d. 20-01-1605 voor Jan Jansz van Heijningen, schout van Oudshoorn en twee getuigen gepasseerd, inhoudende de koop van 1 morgen 5 hond 50 roeden land. Koopsom 800 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 2A, p. 17, d.d. 26-02-1623 --- Cornelis Cornelisz Mantgen, wonende te Korteraar, verkoopt aan Ghijsbert Huijbertsz, wonende te Oudshoorn, een kampje land onder Oudshoorn in de Aarbroek, groot 1 morgen, belend ten noorden Pieter Gerritsz, ten zuiden Jan Ariensz aan de Goudse Sluis, ten westen Ghijsbert Huijbertsz en ten oosten Ghijsbert Huijbertsz en Cornelis Cornelisz Mantgen. Koopsom 610 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 2B, p. 28, d.d. 20-11-1628 --- Jan Dirck Jan Pietersz, wonende te Alphen, verkoopt aan Ghijsbert Huijbertsz, wonende te Oudshoorn, 1½ morgen onder Oudshoorn, strekkende van het land van Joost Dircksz Verlaen tot dat van Ghijsbert Huijbertsz, belend ten noordoosten Cornelis Pietersz en ten zuidwesten Huijbert Ghijsbert. Koopsom 800 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 3, p. 59v, d.d. 08-05-1631 --- Pieter Gerritsz, timmerman, wonende in Ter Aar, verkoopt aan Ghijsbert Huijbertsz van Dam, wonende te Oudshoorn, een eigenbrief, inhoudende de koop van 8 hond en 50 roeden land onder Oudshoorn in de Aarbroek. Koopsom 1.400 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 3, p. 129v, d.d. 13-06-1634 --- Pieter Gerritsz, timmerman, wonende in Ter Aar, verkoopt aan Ghijsbert Huijbertsz van Dam, wonende te Oudshoorn, een "scheijbrieffgen" d.d. 08-02-1608, inhoudende eerst 25 roeden land in de Nesse onder Ter Aar en nog een ½ morgen land ten westen van het vorige. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 3, p. 129v, d.d. 13-06-1634 --- Huijbert Ghijsbertsz, Pieter Ghijsbertsz van Dam, Dirck Claesz Rhijnsburger, man en voogd van Marijtgen Ghijsbertsdr, Jan Cornelisz en Jan Claesz, scheepmaker, als oom en voogd van Pieter Cornelisz, nagelaten weeskind van Cornelis Jansz en Annitgen Ghijsbertsdr, allen kinderen en kindskinderen van Ghijsbert Huijbertsz en Neeltgen Pietersdr. Regeling der erfenis. Jan Cornelisz en Pieter Cornelisz van Rijssen valt samen ten deel een kamp land genaamd "de Zantcamp", nog een kamp land, genaamd "Jan Dircken lant", strekkende samen van de Oudshoornse weg tot Joost Dircksz Verlaen, belend ten zuiden Huijbert Ghijsbertsz en de weduwe en kinderen van Gerrit Ouweneelen en ten noorden Cornelis Pietersz Verdoes; nog een perceeltje land genaamd "het morgentgen", belend ten westen Roeloff Huijbertsz, ten oosten en zuiden Cornelis Dircksz Verhoeff en ten noorden Cornelis Cornelisz Mantgen, te samen te verongelden voor 5 morgen 2½ hond. Pieter Ghijsbertsz valt ten deel het huis, erf, berg, schuur met beplanting, nog Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 4, p. 107v, d.d. 24-09-1642 | van Dam, Gijsbert Huiberts (I795)
|
| 2871 | Gijsbert Jansz Boer J.m. met Truntie Reijl van Dam J.d. beijde uit Hekendorp den 19 maart [1713] alhier getrout Bron: Oudewater - NH trouwboek --- den 19 novemb. 1723 ondertrouwt Gijsberth Boer weduwenaer van Theuntje Reijers van Dam geboren in Hekendorp, woonende in de Ruijge Weij met Neeltje Willems van der Klits J.d. geboren tot Papenkoop en daer woonende alhier getrouwt den 12 Decemb 1723 | Gezin: Gijsbert Jans Boer / Neeltje Willems van der Klis (F1754313111)
|
| 2872 | Gijsbert Jansz Vijffjaer tr. 1 Cunera Jansdr (dr. van Jan Elbertsz) Uit dit huwelijk: Martijntgen Gijsbertsdr, tr. Adriaen Gerritsz. tr. 2 Annichgen Christiaensdr Uit dit huwelijk: Cunera Gijsbertsdr (1601), tr. Pieter Dircxsz; Annichgen Gijsbertsdr (1602); Gerrit Gijsbertsz (1603); Gijsbert Gijsbertsz (1606). 12-1-1602: Jochim Florijsz schout, Sebastiaen Anthonisz en S..er [geen Sweer of Screvel] Jansz, burgemeesters, Jan Elbertsz, Jacob Jansz, Cornelis Dirck Gijsbertsz, Huijbert Jacobsz ende Cornelis Dirck Leendertsz, gezworen heemraden van Noord-Polsbroek, voor henzelf en zich sterkmakende voor alle ingelanden en geburen, hebben ontvangen van Jan Elbertsz, grootvader en bloedvoogd van het nagelaten weeskind van Cunera Jansdr, verwekt bij Ghijsbert Jansz, 400 gulden. Daarmee zijn twee rentebrieven van 200 gulden afgelost, een op naam van Merrichgen Baernts en de ander van Merrichgen en Cristina Joppensdr wonende te Gouda. Bron: RHCRL, ora Noord-Polsbroek 1700 (FS scan 197/558). 28-5-1608: Lenert Dircksz als man en voogd van Annichgen Cristiaensdr, die ook aanwezig was, voor henzelf, voor de ene helft, Jan Gerritsz en Gerrit Willemsz als bloedvoogden van de vier nagelaten weeskinderen van Ghijsbert Jansz Vijffjaer, verwekt bij voornoemde Annichgen Cristiaensdr, voor de andere helft, dragen op aan het nagelaten weeskind van Cunera Jans, verwekt bij voornoemde Gijsbert Jansz, het eigendom van 7 morgen eigen land met de helft van een huis, hof, berg en schuur, gelegen in 14 morgen, waarvan de andere helft reeds eigendom is van het weeskind van Cunera Jansdr, strekkende van de Voorwetering tot de landscheiding, belend boven Claes Adriaensz en beneden de Commandeur te Montfoort, alles ten behoeve van het weeskind genaamd Martijntgen Gijsbertsdr. Bron: RHCRL, ora Noord-Polsbroek 1700 (FS scan 211/558). 10-5-1608: Jan Jan Elberden als oom en bloedvoogd van het nagelaten weeskind van Gijsbert Jansz Vijffjaer, verwekt bij Cunera Jansdr, beiden overleden, is in die kwaliteit schuldig aan de vier nagelaten weeskinderen van Gijsbert Jansz, verwekt bij Annichgen Cristiaensdr, 1.550 gulden. Vanwege de uitkoop van 30-4-1607 hadden de voornoemde vier kinderen een deel in 7 morgen eigen land gelegen gemeen met nog 7 morgen met huis, hof, berg en schuur, gelegen in Noord-Polsbroek. De losrente is 6% per jaar. Als onderpand geldt voornoemde 14 morgen eigen land. [De kinderen worden later in de akte genoemd: Cunera Gijsberts ca. 7 jaar, Annichgen Gijsberts ca. 6 jaar, Gerrit Gijsbertsz ca. 4,5 jaar, en Gijsbert Gijsbertsz ca. 2 jaar oud.] 30-5-1623: Pieter Dircxsz als man en voogd van Cunera Gijsbrechtsdr, Annichgen Gijsbrechtsdr met Jan Gerritsz, haar gekozen voogd, dezelfde Jan Gerritsz als voogd van Gerrit Gijsbrechts, hebben 1.200 gulden ontvangen met rente vandien, ter vermindering van het bovenstaande bedrag, uit handen van Adriaen Gerritsz getrouwd met Martijntgen Gijsbrechtsdr. 26-5-1631: Gijsbrecht Gijsbrechtsz met het recht op de 350 gulden die aan deze rentebrief nog resteert, heeft dit bedrag met rente ontvangen van Adriaen Gerritsz. Bron: RHCRL, ora Noord-Polsbroek 1700 (FS scan 220/558). | Vijfjaar, Gijsbert Jans (I3388)
|
| 2873 | Gijsbert Maassen in Ede ... den 27 dito | Maassen, Gijsbert (I2243)
|
| 2874 | Gijsbert Pieterse van der Laen, j.m. van Waerder, met Gijsbertje Reijers Geesdorp, j.d. van Hermelen, wonende in het hoogh eijnde van de lange weijde; dito. hier getrout 29 dito. --- Gijsbert Pieterze van der Laan wedr. van Gijsbertie Reijers Geestdorp met Fijgje Jacobze Trip jonge d. van Stolk beijde wonagtig tot Waarder. 22 Julij 1719 III Voorstel. alhier getrouwd op den 13. aug. 1719. Bron: Waarder - NH trouwboek | Gezin: Gijsbert Pieters van der Laan / Gijsbertje Reijers Geestdorp (F1754312457)
|
| 2875 | Gijsbert Thonisz, jongman wonende te Kamerik Mijzijde, ruim 25 jaar oud, als bruidegom aan de ene, en Neeltgen Cornelis van Rossum, jongedochter, wonende te Kamerik Statengerecht, ruim 25 jaar oud, als bruid aan de andere zijde. Huwelijkscontract. Als getuigen zijn aanwezig Gerrid Thonisz, wonende te Reijerscop, broer van de bruidegom, en Meerten Cornelisz van Rossum, wonende te Kamerik Statengerecht, de broer van de bruid. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 636, aktenr. 102, d.d. 07-11-1674 --- Maerten Cornelisz van Rossum, jongman, toekomende bruidegom, wonende te Kamerik, geassisteerd door zijn broer Willem Cornelisz van Rossum, aan de ene, en Ceuntgen Tijs van Eijck, jonge dochter, wonende te Zegveld, toekomende bruid, geassisteerd door Cornelis Tijsz van Eijck, haar broer, aan de andere zijde. Huwelijkscontract. Ze trouwen niet in gemeenschap van goederen. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8508, aktenr. 157, d.d. 15-11-1675 --- Jacob Jacobsen Verlaen, voor zichzelf en als voogd van zijn minderjarige broers en zussen, kinderen van Jacob Hendrickse Verlaen en Teetgen Willems, in hun leven echtelieden, geassisteerd door de schout en het gerecht van Teckop als oppervoogden van de weeskinderen, aan de ene, en Pieter Jansen Ruijter, Hubert Hermanse, Jan Claasen Ramp, Maerten en Claes Cornelisen van Rossum, Hendrick Gijsbertsz en Lijsbet Aerts van Nes, samen crediteuren en schuldeisers van de nagelaten boedel van voornoemde Jacob Hendrickse Verlaen en Teetgen Willems, aan de andere zijde. De overgebleven rente, na de verkoop van de hofstede uit de boedel, wordt kwijtgescholden. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8551, aktenr. 163, d.d. 09-04-1676 --- Willem en Claes Cornelissen van Rossum, Gijsbert Tonissen, getrouwd met Neeltgen Cornelis van Rossum, dragen over aan Maerten Cornelisz van Rossum, kuiper te Kamerik, een huis en erf, gelegen in het dorp Kamerik Staten Gerecht, aan de noordzijde van een huis en erf die de kopers en verkopers nog samen bezitten, strekkende het verkochte huis westwaarts van de halve Kamerikse Wetering tot oostwaarts de halfsloot van Johan Heser, schout van Kamerik en Zegveld, belend ten oosten Aert Cornelisz Plomp. Het erf en het akkertje land zijn in erfpacht van het Kapittel van Sint Marie te Utrecht met 16 stuivers erfpacht per jaar. Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 980, aktenr. 164, d.d. 21-05-1678 --- Willem van Rossum, Hendrick Cornelisz Cooll, getrouwd met Cuijntje Tijssen van Eijck, eerder weduwe van Maerten van Rossum, en Gijsbert Tonisz Verdiepen, getrouwd met Neeltgen van Rossum, dragen over aan Claes Cornelisz van Rossum een huis en erf, gelegen in het dorp Kamerik Staten Gerecht, belend ten noorden Hendrick Cornelisz Cool en ten zuiden de erfgenamen van Jannichjen Pieters. Belast met een jaarlijkse erfpacht van 16 stuivers aan het Kapittel van Sint Marie te Utrecht. Koopsom is 300 gulden. Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 980, aktenr. 215, d.d. 26-08-1683 | van Rossum, Maarten Cornelis (I2752)
|
| 2876 | Gijsbert van der Laan J.M. van Waarder en Maria van der Kleij J.D. van Benschop, en meede woonende te Waarder. aanget. den 1 maij, en alhier getrouwt den 17 dito. | Gezin: Gijsbert Gijsberts van der Laan / Maria Adrianus van der Kleij (F1754312446)
|
| 2877 | Gijsbert Willemsz Kerver en Gertgen Roelen Roel (18), Dirckgen (14), Annichgen (10) en Dirckgen (8) Bron: Hoofdgeld Moordrecht 1622 [Hogenda] --- Geertgin Roelen, weduwe van Claes Dirckx, met Cornelis Ariensz, haar gecoren voogd, heeft uitkoop en vertichting gedaan van de vaderlijke erfenis van haar vier kinderen, verwekt bij voornoemde Claes Dirckx, met namen Roel Claesz, 12 jaar, Dirck Claesdr, 7 jaar, Annichgen Claesdr, 5 jaar en Dirck Claesz, 3 jaar oud. Dit tegenover Jan Claesz, de halfbroer van voornoemde kinderen, mitsgaders Arien Ariensz op verzoek van Jan Claesz aangesteld als middelaar. De weduwe behoudt alle goederen die ze met Claes Dirckx in haar huwelijk bezat, inclusief de goederen. De zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 18e jaar, wanneer ze 100 gulden krijgen. Als onderpand geldt een huis en erf, gelegen in het Middelland, strekkende van de Veenweg tot Tonis Pietersz Backer, belend ten oosten voornoemde Tonis en ten westen Willem Cornelisz; nog ca. 2 morgen land, zowel heel als gebroken, strekkende van voornoemde Tonis Pietersz tot Heijnderick Jan Ockersz, belend ten oosten Ghijsbert Willemsz Kerver en ten westen voo Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 35, d.d. 02-08-1616 (FS can 255) --- Gijsbert Willemsz Kerver is weduwnaar van Griete Maertens, zie ORA inv.nr. 36, d.d. 04-01-1617 | Muijt, Claas Dirks (I2358)
|
| 2878 | Gillis Harmensz. Bron J.M. en Aarjaantje Willems Rip J.D. beijde van Moordrecht. Getrouwt den 20 Januarij 1704. | Gezin: Gillis Harmens Bron / Ariaantje Willems Rip (F1754312596)
|
| 2879 | Gillis Pietersz Swaentgen Claesdr., zijn huisvrouw Benthuizen f.696 Bron: Kohier Hoofdgeld over Rijnland (1622) samengesteld door J. Heemskerk --- Adriaen Cornelis Jan Bouwensz verkoopt Gillis Pietersz 2 partijen slagturfland in den Vrijen Oock, het eerste groot 10 hond 80 roe, belend ten noorden de Otweg, ten oosten Pieter Woutersz, vader van de koper, ten zuiden Joachim Adriaensz en de koper en ten westen ook de koper (waar is Noord???) en het tweede groot 6 hond 39 roe, belend ten noorden 10 hond 39 roe, ten oosten Joachim Adriaensz, ten zuiden en ten westen de verkoper, belast tezamen met 24 gulden 10 stuivers die gelost zullen worden uit de eerste 2 betalingen die Gillis schuldig is. Bron: GA Alphen a/d Rijn; ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 367, d.d. 10-01-1594 --- Gillis Pietersz te Benthuizen verkoopt aan Pieter Cornelis Vranckenz te Benthuizen 2 partijen slagturfland of water zoals hij op 10-01-1594 van Adriaen Cornelis Jan Bouwenz had gekocht met een turfschuur sedertdien door hem daarop getimmerd in de Vrijen Oock, de eerste partij groot 10 hond 80 roe, belend ten noorden de Otweg, ten oosten Bouwen Sijmonsz, ten zuiden Ignaer Joachimsz en de koper zelf met de volgende partij en ten westen de erfgenamen van Adriaen Cornelis Jan Bouwensz, de tweedepartij 6 hond 39 roe, belend ten noorden de voorsz. 10 hond 80 roe, ten oosten Ignaer Joachimsz, ten zuiden en westen de erfgenamen van Adriaen Cornelis Jan Bouwenz. Voldaan met een schuldbrief. Bron: GA Alphen a/d Rijn; ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 22, p. 191v, d.d. 21-03-1613 | de Kort, Gillis Pieters (I1961)
|
| 2880 | Goossen Maertensz (drie huizen) en Gertgen Cornelisse, zijn huisvrouw kinderen: Emmichgen (9), Cornelis (8), Marritgen (7), Maerten (6), Neeltgen (4), Jan (2) en Pieter (0) Met: Ariaentgen Cornelisse, haar inwonende moeder Bron: Hoofdgeld 1622 Moordrecht [Hogenda/P.J. den Hoed] --- Jan Thonisz en Willem Jansz, onze inwonende buurluiden, zijn schuldig aan Lijsbet Cornelisdr, weduwe van Pieter Jansz van Schouwen, poorteresse van Gouda, 1.500 gulden. Borg is Goosz Maertensz, biertapper te Moordrecht. Als onderpand stelt hij zijn huis en erf, gelegen in het dorp Moordrecht, strekkende van de dijk tot Brant Jansz, belend ten oosten Claes Heijmens en de weduwe van Jan Theunisz Borst en ten westen de Buursteeg. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 20-02-1617 (FS scan 308) --- Jan Brandtsz verkoopt aan Goosz Maertsz een perceel land, ca. 2 morgen groot met de halve sijpetten, strekkende van de Tiendeweg tot Cornelis Ghijsbertsz, belend ten oosten Cornelis Ariensz en ten westen Claes Louwen, te verongelden voor een halve viertel in het molengeld en een half morgen in het morgengeld. Schuldbrief van 1.650 gulden volgt. Afgelost op 20-06-1634. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 04-04-1617 (FS scan 316) --- Goosz Maertsz, onze buurman, verkoopt aan Aris Jansz een stuk land ca. 3,5 hond groot, gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, strekkende van het hennepland van voornoemde Aris Jansz noordwaarts tot het land van de comparant, belend ten oosten Pieter Pietersz biersteker en ten westen Dirck Dircksz Kividt Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 09-10-1618 (FS scan 403) --- Goosz Maertsz, onze buurman, verkoopt aan Willem Jacobsz drie akkers gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, ca. 1 morgen groot, strekkende van het hennepland van Aris Jansz tot Heijndirck Dircksz Grasman, belend ten oosten Pieter Pietersz biersteker en ten westen Wouter Jansz Vermeul te Gouda. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 09-10-1618 (FS scan 404) --- Neeltgin Dirckxdr met Goosz Maertsz, haar zoon en gekozen voogd, verkopen aan Cornelis Maertsz een stuk water of land, ca. 1/2 morgen groot, gelegen te Moordrecht, strekkende van Willem Maertsz Gebraen tot Arien Ariensz, belend ten oosten Frans Aelbertsz en ten westen Willem Maertsz Bloechen. [Waarschijnlijk niet gepasseerd.] Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36 (FS scan 405) --- Dirck Leendertsz, wonende in Kortland onder Nieuwerkerk, verkoopt aan Goosen Maertensz een perceel pachtland ca. 3 morgen groot, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de Tiendeweg tot Cornelis Pier Aertsz, belend ten oosten Leendert Kersz en ten westen Wouter Pietersz. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 27-01-1620 (FS scan 456) --- Goosz Maertsz, onze buurman, verkoopt aan Cornelis Jan Schoud 1 morgen land, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de comparant tot Cornelis Ghijsz, belend ten oosten Cornelis Arien Maertsz en ten westen Claes Louwen. Betaald met een schuldbrief. Schuldbief van 1.000 gulden volgt. Daarin gaat het over nog 10 morgen land met huis, berg en schuur, gelegen in het Achterland, strekkende van de Veenwege tot de watersloot, belend ten oosten Melte Leendertsz en ten westen Sent Willemsz en Maerten Willemsz weduwe. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 01-02-1620 (FS scan 467) --- Neeltgin Tomsdr, weduwe van Cornelis Pier Aertsz, met Frans Pietersz Knecht, haar zwager en gekozen voogd, en Aert Pietersz als oom en voogd van de nagelaten weeskinderen van voornoemde Cornelis Pier Aertsz, verkopen aan Goossen Maertsz ca. 1,5 morgen heel en gebroken land met scheijpetten, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de Tiendeweg tot de weduwe van Matijs Bouwensz, belend ten oosten Jan Cornelis Schouten en ten westen Heijndrick Jan Ockersz, Louweris Claesz Prange en Margen Tonen. Borgen zijn Willem Maertsz en Jan Claes Luijten. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 27-01-1620 (FS scan 468) --- Neeltgen Willems, weduwe van Arien Dirckxsz 't Graend, met Dirck Ariensz 't Graend, haar zoon en gekozen voogd, verkopen aan Goossen Maertsz een viertel land gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, strekkende van de dijkwetering tot de Tiendeweg, belend ten oosten Cornelis Pouwelisz en ten westen Pieter Claesz. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 25-03-1620 (FS scan 476) --- Goosz Maertsz, biertapper, onze buurman, verkoopt aan Arien Sijmonsz snijder ca. 1,5 morgen land gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, strekkende van de dijkwetering tot de hennepwerf van Thonis Claesz, belend ten oosten Cornelis Poulisz en ten westen Pieter Claesz. [Lijkt niet gepasseerd.] Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36 (FS scan 507) --- Goosz Maertsz, onze buurman, verkoopt aan Pieter Pietersz een stuk land ca. 3 morgen groot, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de Tiendeweg noordwaarts tot de weduwe van Cornelis Pier Aertsz, belend ten oosten Leendert Kersz en ten westen de nazaten van Wouter Pietersz. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 29-11-1621 (FS scan 520) --- Gossen Maertsz, onze buurman en inwoner, is schuldig aan Cornelis Jansz, wonende mede aldaar, 400 gulden vanwege de koop van land. Als onderpand geldt ca. 1 morgen land gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, strekkende van Arien Jacobsz tot Arien Willemsz van Rijshouck, belend ten oosten Dircken Mertensdr, weduwe van Thijs Ariensz, en ten westen Stijntgen Ghijsberts. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 30-11-1621 (FS scan 550) --- Gossen Maertsz, onze inwoner, met procuratie van Neeltgen Dirckxdr, weduwe van Maerten Thonisz, zijn moeder, verkoopt aan Jan Claesz Prange een stuk veenland, gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van Meerten Huijbertsz tot Arien Ariensz, belend ten oosten Frans Aelbertsz en ten westen Jan Claesz zelf. Schuldbrief van 300 gulden volgt. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 30-11-1622 (FS scan 547) --- Cornelis Jansz, onze inwoner, verkoopt aan Gossen Maertsz ca. 1 morgen land gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, strekkende van Arien Jacopsz tot de hennepwerf van Arien Willemsz van Rijswijck, ten oosten Dirckgin Maertens weduwe van Thijs Ariensz en ten westen Stintgen Ghijsberts. Schuldbrief van 400 gulden volgt (een folio later). Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 30-11-1622 (FS scan 548) --- Jannichgen Cornelisdr, weduwe van Jan Cornelisz Soos, geassisteerd door Jan Cornelisz, haar broer en gekozen voogd, zijn schuldig aan Maritgen Jansdr, weduwe van Cornelis Pietersz Soos, 1.400 gulden vanwege de koop van een huis en erf. Borgen zijn voornoemde Jan Cornelisz, broer, en Jan Pietersz Peetoem, Gossen Maertensz en IJsbrant Jansz schoolmeester, haar zwagers, voor hun schoonzus. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 37, d.d. 08-07-1622 (FS scan 611) --- Neeltgen Jansdr, weduwe van Jan Cornelis Ellertsz, wonende te Moordseveen, met Cornelis Jansz Schout, haar broer en gekozen voogd, verkoopt aan Goossen Maertensz ca. 2,5 morgen land in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de kinderen van Adriaen Jansz en Marritgen Cornelis tot Pieter Biersteecker en Ghijsbert Jacobsz, belend ten oosten de Buurkerklaan en ten westen Daem Jansz Schoudt en Ellert Cornelisz. Schuldbrief van 1.460 gulden volgt. Borgen zijn Isbrant Jansz schoolmeester en Jan Pietersz Peetoom. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 204v, d.d. 09-04-1629 (FS scan 492) --- Goossen Maertensz, onze mede inwoner, verkoopt aan Claes Maertensz Bloet, wonende te Moordrecht, een stuk veenland in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de Tiendeweg tot Cornelis Pieter Kersz, belend ten oosten Elstgen Joosten en ten westen Heijndrick Jan Ockersz en Thonis Arijensz Goor c.s. Schuldbrief volgt. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 208, d.d. 09-04-1629 (FS scan 495) --- Leendert Claesz Judt, onze mede inwoner, verkoopt aan Ghoossen Maertensz, biertapper te Moordrecht, een stuk veenland die voornoemde Goossen Maertensz op 21-02-1623 aan hem heeft verkocht, gelegen in het Middelland, strekkende van de Tiendeweg tot Cornelis Pieter Karsz, belend ten oosten Elsgen Joosten en ten westen Heijndrick Jan Ockersz, de nazaten van Arijen Dircksz Mul en Thonis Arijensz Goor. Betaald met een custingbrief van 500 gulden te betalen aan Pieter Arijensz Tom te Gouderak. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 209v, d.d. 09-04-1629 (FS scan 497) --- Neeltgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Ellertsz, met Cornelis Jansz Schouten, haar gecoren voogd, verkoopt aan Goossen Maertensz, biertapper te Moordrecht, een leeg erf aan het Buurpad, waar Goossen Maertensz nu opgetimmerd heeft, strekkende van het Buurpad noordwaarts tot de schout, belend ten oosten het Buurdpad en ten westen Heijndrick Jansz Backer; nog een erf naast Heijndrick Jansz' erf, strekkende van Heijndrick Jansz tot de dijkwetering, belend ten oosten Pieter Knecht en de schout en ten westen Oliphier Jansz. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 210, d.d. 09-04-1629 (FS scan 497) --- Neeltgen Dirckxdr, weduwe van Maerten Thonisz, biersteekster te Moordrecht, met Goossen Maertsz, haar zoon en gekozen voogd, verkoopt aan Pieter Gerritsz, wonende te Moordrecht, een akker veenland gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van Frans Cornelisz Los zuidwaarts tot Jan Ariensz, belend ten oosten Thomas Ghijsz en ten westen Huijbert Leendertsz. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 229v, d.d. 14-08-1629 (FS scan 517) | Maartens, Gosen (I3992)
|
| 2881 | Gouderak: 19-02-1696 Neeltje; o. Pieter Klaasz en Maritje Ariens; g. Grietje Ariens 08-02-1699 Ingetje; o. Pieter Klaasz en Maria Ariens; g. Neeltje Klaas 31-07-1701 Kornelia; o. Pieter Klaasz en Maria Ariens; g. Geertje Klaas 14-10-1703 Katrien; o. Pieter Klaasz en Maria Ariens; g. Grietje Ariens 04-10-1705 Klaas; o. Pieter Klaasz en Marie Ariens; g. Neeltje Klaas 26-02-1708 Ariaantje; o. Pieter Claasse en Marie Ariens; g. Grietje Ariens --- In het lidmatenbroek van Berkenwoude onder Achterbroek staan 49. Claes Lenertse en 50. Marigje Cornelis. Beiden zijn vertrokken naar Gouderak. | Tamboer, Pieter Claas (I3105)
|
| 2882 | Graeuw, Arÿaentge Jans de (geh.m. Vranck Aerienss Verdoes) 53, 188v 24- 4-1651 53, 191v 24- 4-1651 53, 193v 24- 4-1651 55, 126 12- 8-1658 Verdoes, Vranck Arienss (metselaar) 55, 126 12- 8-1658 Bron: Transporten en hypotheken, Zegwaart 1651-1685 | Verdoes, Frank Arents (I3256)
|
| 2883 | Graf 6, 7 ree Klaas van Heijningen 1751 den 2 junij Klaas van Heijningen 2 diep 1752 nu Trijntje Lammers van Tongeren wed. voorsz. 1752 nu Michiel Heij 1760 den 22 decembr. begr. Antje Brugmans 1 diep 1775 den 31 meij begr. Sara Versnel huijsv. van m. Heij ruijm een diep | van Heiningen, Claas Ariens (I1327)
|
| 2884 | Graf 6, 7 ree Klaas van Heijningen 1751 den 2 junij Klaas van Heijningen 2 diep 1752 nu Trijntje Lammers van Tongeren wed. voorsz. 1752 nu Michiel Heij 1760 den 22 decembr. begr. Antje Brugmans 1 diep 1775 den 31 meij begr. Sara Versnel huijsv. van m. Heij ruijm een diep | van Tongeren, Trijntje Lamberts (I3162)
|
| 2885 | Grafzerk in de kerk van Molenaarsgraaf | van Ardenne, Huig Vasters (I3841)
|
| 2886 | Gregorius de Creton op de Wterste graft [Notitie: overleden aan de pest] | de Creton, Gregorius (I774)
|
| 2887 | Haar (half)zus Marrigje Willems Verhaar trouwt op 16-02-1667 te Bodegraven met Pieter Pietersz van Leeuwen. | Verhaar, Marrigje Willems (I3284)
|
| 2888 | Haar broer Theodorus [Rudolfs] Artopeus (later schepen van Leerdam) trouwt op 7 februari 1693 te Leerdam met Geertruij Vos. Hij is afkomstig uit Nieuwpoort. Het patroniem Rudolf komt van http://www.den-uijl.nl. Deze Theodorus Artopeus is mogelijk eigenaar van brouwerij "De Vos" of "Het Vosken" te Leerdam (https://www.historischeverenigingleerdam.nl). | Artopeus, Sara Rudolfs (I179)
|
| 2889 | Had minstens drie broers (Jan, Claes en Matheus) en een zus (Jaecqemijntgen) in Leiden. Net als zijn broer Matheus was Pieter (saai)voller, werkzaam in de Leidse lakenindustrie. Ze waren geboren in Nieuwkerken, in het huidige Oost-Vlaanderen. In de trouwakte van zijn broer Matheus Lichtvoet (14 juni 1624 te Leiden) staat "Jongman van Nieukerken in Vlaenderen". --- NH dopen Leiden: 16-01-1630 Dirick; o. Pieter Lichtvoet; g. Nicolaes Lightvoet, Jakemijne Lichtvoet en Neeltie Dirickx 08-02-1632 Pieter; o. Pieter Lichtvoet; g. Pieter Vermaes, Daniel de Raet, Hendrickgen Stevens en Jannetgen Lichtvoet 16-06-1637 Trijntgen; o. Pieter Lichtevoet; g. Mattheus Lichtvoet, Jacob Faes, Geertgen Faes en Jaentgen Jacobs 20-03-1639 Jannetgen; o. Pieter Lichtvoet; g. Pieter Faes, Claes de Haen, Hendric Stevens en Martijntgen de Raes 22-08-1640 Pieter; o. Pieter Lichtvoet; g. Jasper Jansz, Geertjen Faes en Janneken Lichtvoet 29-01-1642 Anna; o. Pieter Lichtvoet; g. Robbert de Haen, Jan Jaer, Proijntgen de Haen en Stijntgen Faes 12-01-1644 Jacob; o. Pieter Lichtvoet; g. Jacob Faes en Jaquemijntgen Rubaers 09-09-1648 Lea en Rachel; o. Pieter Lichtvoet; g. Aris Taes, Cornelis Joosten, Jaquemijntgen de Aane en Janneken Lichtvoet 26-04-1654 Geertje; o. Pieter Lichtvoet; g. Pieter de Haen, Jannetje Jacobs en Jakemijntje Jacobs --- "Heijndrickgen Stevensdr wede van za. Pr. Dircxsz Pelt volder geassisteert met Corn. Maertensz Vlietentooren [als heur bijstaende voocht in desen] ter eenre, ende Pr. Lichtvoet weduwenaer za. Anna Gerritsdr [zijn overleden huijsvrouwen za. vader ter anderen zijde] die voor een 4e paert erffgenamen geworden is inde .. achtergelaten bij Pr. Dircx in voornt. (...) geacordeert ende verdragen te zijn, nopende zijn versz. za. huijsvrouwe vaderen erffenis te weten dat hij Pieter Lichtvoet in volle voldoening vande versz. erffenis sal hebben ende vrij eijsen ten .. (...) mits dat hij Pieter Lichtvoet ter weescamere deser stede zijn eenich soontje genoempt Johannes Pietersz Lichtvoet 't welkck hij bijde versz. za. Anna Gerritsdr heeft geprocreert te bewijsen sal een somme van 200 gul." Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 473, d.d. 18-12-1640 [pagina 372] --- "Claes Lichtvoet ter eenre, ende Pieter Lichtvoet gebroeders beijde mrs. volders alhier ter andere zijde, verclarende ende bekennende de versz. comparanten jegens den anderen vercost ende geruijlt te hebben respective, te weten de versz. Claes Lichtvoet aen voorn. Pieter Lichtvoet zijn Volmolen staende ende gelegen inde West Volderssteech in deser stadts huijssinge, met zes paerde, item alle het hoij ende volaerde daer innen sijnde mitsgaders alle de gereetschappe d'welcke totte versz. volmolen behoorende (...) ende de versz. Pieter Lichtvoet aen zijn voorn. broeder Claes Lichtvoet zijne volmolen staende ende gelegen inde oude verpootinge deser stede buijten de Sijllepoort opt sloothen goodts, met vier paerden" Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 481, d.d. 22-01-1648 [pagina 34] --- "Pieter Lichtvoet volder woonende tot Uijtrecht, verclaerde hij compt bij desen aen ende ten behouve van Robbert de Haeve, ende Geertgen Jacobs wede. van Pieter Faes te transpoorteren cedeeren ende in vrijen eijgen over te geven soodanige goederen ende erffenisse als hem alhier door t overlijden van Gerrit Dirixsz volder, zijn schoonvader opbestorven zijn" Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 708, aktenr. 187, d.d. 16-09-1650 --- "Jan Lichtvoet jongman woonende binnen deser stede Leijden inde Volderssteech uijtcoomende opde Lange Graft mij notaris wel bekent wesende, sieckenlicken van lichaem te bedde leggende (...) tot zijn al geheel ende universeel erffgenaem stelt, nomineert ende institueert .. Pieter Lichtvoet zijn testateurs vader" Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 484, 02-09-1651 [pagina 378] --- "Pieter Lichtvoet volder out omtrent lix jaren ende Annetge Abrahams sijn huijsvr. out ontrent l jaaren woonende binnen deser stede opde houck vande oostvolderstraat" Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 933, aktenr. 59, d.d. 17-06-1665 --- "Na 1480 ging het echter snel bergafwaarts met de Leidse textielindustrie. De Engelsen gingen in toenemende mate hun eigen wol verwerken en voor Leiden betekende dit een steeds nijpender probleem om aan grondstoffen te komen. Bovendien deden zich veranderingen in de mode voor; het in zwang rakende ondergoed maakte de loodzware wollen stoffen, de specialiteit van de stad Leiden, overbodig. Dunne en soepele stoffen, zoals die sedert de vijftiende eeuw op het Vlaamse platteland werden gemaakt, raakten meer in trek dan de ouderwetse en degelijke Leidse lakenstoffen. Daar kwam bij dat die Vlaamse stoffen, de saaien, belangrijk goedkoper waren dan de Leidse lakens, door een goedkoper procédé en doordat men goedkope Spaanse wol kon bruiken. Aande ondergang van de Leidse lakenindustrie droeg tenslotte ook het uiteenvallen van de Hanze bij, waardoor een zeer belangrijk afzetgebied verloren ging. De moordende concurrentie van de Vlamingen zorgde voor een zeer snelle daling van de Leidse productie: van 28.000 'Gelukkig' maakte de Tachtigjarige Oorlog een einde aan de stagnatie en de achteruitgang van de Leidse textielindustrie. Het ontzet van Leiden in 1574 veranderde deze stad in een symbool van vrijheid. En zo werd Leiden een trekpleister voor allen die om geloofsredenen of vanwege oorlogsgeweld op de vlucht raakten. Veel vluchtelingen kwamen van het Vlaamse platteland en waren al saaiwever van beroep. De aanwezigheid van veel saaiwevers onder de nieuwkomers --ervaren in de moderne technieken--zorgden voor een snelle, nieuwe bloei van de textielindustrie. De saai-weverij, ook wel de 'nieuwe draperie' genoemd, ontplooide zich razendsnel: Leiden was in de zeventiende eeuw de belangrijkste textielstad van Europa. Ook er economische motieven om van elders naar Leiden te vertrekken. Mogelijk was zelfs sprake van specifieke, gerichte migratie-stromingen en -recrutering." Bron: http://www.geni.com/projects/Leiden-Werkers-in-de-Lakenindustrie/7850 "Het verlies van grote hoeveelheden poldergronden ten gevolge van de overstromingen en de voortdurende invallen in het Land van Waas door vijandelijke troepen lagen aan de basis van het feit dat rond 1585 de bevolking vermoedelijk met 40% was gedaald, met als gevolg dat omstreeks 1600-1610 het Land van Waas maximaal 24.000 inwoners telde" Bron: De rol van het Land van Waas in het beleg van Antwerpen, Jelle van Goethem. | Lichtvoet, Pieter (I2182)
|
| 2890 | Hagen Carsz valt onder 1000 gulden aan kapitaal in 1625, 1638 en 1647. Hij woont in het Oosteinde van Waarder en heeft een haardstede in 1627 en 1637. In 1637 gebruikt hij 12 morgen Stichts land en in 1647 heeft hij 6 morgen Stichts land. --- 23-3-1631: Pieter Diertensz, voor zichzelf, Jan Aertsz als man en voogd van Neeltien Diertendr, Geerloff Pancrasz en Wouter Pietersz als ooms en voogden van Jannitgen en Marrichgen Diertendr, geassisteerd door Aelbrecht Isbrantsz schout, Haegen Carssen en Pieter Dircxsz, weesmeesters te Waarder als oppervoogden, kinderen en erfgenamen van Diert Willemsz, overleden te Waarder, aan de ene ... Bron: GAAR, ora Zwammerdam 47 (FS scan 132/478). 10-8-1636: Jan Gijsbertsz Vergou, voerman ende burger, is schuldig aan Hagen Carssen, wonende te Waarder, 96 gulden deels vanwege de koop van een paard en deels aan geleend geld. Bron: RHCRL, ona Oudewater 1878, aktenr. 22. 22-12-1636: Jan Gijsbertsz Vergouw, voerman ende burger alhier, transporteerd aan Haegen Carssen, wonende te Waarder, het geld dat hij in 1636 met een wagen en drie paarden heeft verdiend op de lijst van Bastiaen Maetgens aan het gemene land van Holland en Westfriesland. Bron: RHCRL, ona Oudewater 1878, aktenr. 40. Hagen Claesz inde plaets van Heijndrick Hectorentsz, heeft gebruijckt xij merghen Stichts landt dan vermidts deselve inde laetste openbaere vendime binnen Woerden van alle der conventen landen binnen Utrecht inden jaere 1636 gehouden bij eenen Jan Tonisz Snoeck sijn gecocht geworden, ende denselven voor schepenen ende secretaris van Woerden verclaringhe heeft gedaen de cooppen. op intrest gelicht te hebben ende niet gegoedt te sijn omme inden tweehondersten penn. te werden getaxeert comt dit selve bij verhael. 1000 gulden kapitaal Bron: Waarder - Kohier van de 200e penning 1638 6-10-1649: Evert Pietersz van Doren knopenmaker, wonende te Woerden, en Gerardt Lenertsz, wonende te Papekop, verklaren op het verzoek van Hagen Carsz, wonende te Waarder, dat ze ca. 4 jaar geleden samen waren in de herberg van Tijs Tonisz, waard in de Olifant bij Tappersheul, in het gezelschap van Hendrick Pietersz van Dam, destijds wonende te Oudewater, en Dirck Hagensz, zoon van de requirant. Dirck Hagensz verkocht aan Hendrick Pietersz van Dam een roodgeblaarde koe, met als voorwaarde dat wanneer Hendrick Pietersz van Dam trouwde voor Dirck Hagensz, dat hij dan de koe voor niets zou hebben. Als Dirck Hagensz eerder trouwde, zou de koe 84 gulden waard zijn. Bron: RHCRL, ona Woerden 8531, aktenr. 57 23-1-1655: Jan en Dirck Hagensz, broers, verhuren aan Floris Jansz Jongendoorn ca. 5 morgen 2 hond land in het Oosteinde van Waarder in de hofstede die door Teunis Jansz wordt gebruikt. Bron: RHCRL, ona Woerden 8537, aktenr. 34 2-7-1655: Merchjen Hagensdr, weduwe en boedelhoudster van Lambert Gerritsz Groenendijck, met Jan Hagensz, haar oudste broer en gekozen voogd, aan de ene, en Willem Gerritsz Groenendijck, oudste oom en naaste bloedvoogd van vaderskant van Gerrit Lambertsz Groenendijck, ca. 3,5 jaar, en Lambert Lambertsz Groenendijck, ca. 1,25 jaar oud, kinderen van voornoemde Gerritsz Groenendijck, verwekt bij Merchjen Hagens, met Arien Willemsz Ramp als gestelde voogd, met de schout en Jan Heijndricksz en Jan Gerritsz, weesmeesters, van Waarder. Boedelscheiding. Bron: RHCRL, wk Waarder 1, fol. 47 | Cars, Hagen (I4149)
|
| 2891 | Hagen Jansz Hogendoorn j.m. int oosteijnde en Maerchie Jans Berhoef j.d. sijn alhier getrouwd den 10 December --- Hagen Jansz Hoogendoorn wednr. van Merritje Jans Bergshoef uijt oost eijnde alhier met Lijsbet Cornelis J.d. onder Gouderak sijn hier getrout den 10 meert 1669 Bron: Waarder - NH trouwboek | Gezin: Hagen Jans Hogendoorn / Marrigje Jans Bergshoeff (F1754312439)
|
| 2892 | Hans Janse j.m. van Utrecht won. in de Nieuwstraat, Belijchje Teunis j.d. van Schoonhoven won. in de Teerlingsteegje. In de Buurkerck den 2 sept. 1655 getrouwt --- Otr. 21-02-1682 Hans Jansz van Utrecht wed. soldaet onder de comp. van cap. Soutelande alhier in guarnisoen Agniesge Jans wed. van Bartholomeus Pauwels int Oosteijnde Bron: Delft - NH trouwboek | Gezin: Hans Jans / Beligje Tonis (F1754314193)
|
| 2893 | Hans van der Beecke, 65 jaar, en Pieter Stael schilder, 36 jaar oud, beiden wonende te Delft, verklaren op het verzoek van Jacques de Cockel. [Het is me niet helemaal duidelijk wat de bedoeling is. Er wordt gesproken over een recognitie d.d. 24-09-1596. De plaats Kopenhagen wordt genoemd.] Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1551, fol. 2v, d.d. 13-08-1612 [De leeftijd van Pieter Stael is niet duidelijk door een scheur in de akte: "x..vj jaren". Gezien zijn leeftijd in andere aktes is 36 jaar logisch.] --- Er was onenigheid ontstaan tussen Gerrit Anthonisz IJselsteijn in de Schoolstraat te Delft aan de ene en mr. Pieter Stael schilder aan het Marktveld te Delft aan de andere zijde, vanwege de koop en leverantie van "seecker root crael, gebreijde hoosen mitsg. seeckere stucken passement fous goudt". Hiervoor zou Pieter Stael schilderijen leveren. Pieter Stael heeft alleen maar een schilderij van Sodom en Gomorra geleverd. De uitspraak is als volgt: Pieter Stael moet voor voornoemde IJselstein twee landschapjes schilderen, een zomer- en wintertafereel. Het moet van dezelfde kwaliteit zijn als het schilderij dat Stael heeft gemaakt voor burgemeester Jacob Paeuw. Dit moet voor het einde van de maand mei gebeurd zijn. Mocht hem dat niet lukken, dan moet hij 100 gulden betalen aan IJselsteijn. Mocht Pieter voor die tijd overlijden, dan moeten zijn erfgenamen aan IJselsteijn 77 gld. 8 st. betalen, waarbij IJselstein een stuk mag kiezen uit de twaalf stukken die Stael op dit moment heeft staan. IJselsteijn moet Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1764, fol. 311, d.d. 06-12-1612 --- Pijeter Anthonisz van Hoorenburch vercoopt Pijeter Stael schilder een huijs ende erve staende ande Marckt voor twee duijsent acht hondert vijffentwintich gulden ses hondert gul. gereet ende hondert acht gul. siaers, comt voor de denten - xj gul. ix st. Bron: SA Delft, Kamer van Charitate (toegangsnr. 447), inv.nr. 366, fol. 015v1, d.d. 1614 --- Pieter Michielsz Stael schilder, wonende te Delft, ca. 40 jaar, en Maritgen Lenertsdr, zijn huisvrouw, ca. 38 jaar oud, verklaren op het verzoek van Adriaen Huijgen Terzijden, eertijds schout en nu secretaris te Pijnacker, dat ze (toen oude Catrijna Pieters nog leefde, in haar leven wonende naast de Nieuwe Kerk in het huis gekomen van Jan Huijgensz bakker, broer van de requirant) beiden drie jaar gewoond hebben in het huis van voornoemde Catrijna Pieters, staande aan de Verwersdijk te Delft. Aan het huis mankeerde nogal wat, waarop voornoemde Catrijna Pieters antwoordde: "ick sal een man seijnden wat ghij met hem spreeckt ofte accordeert dat zal zoo zijn ofte gedaen werden". Ze verklaren dat oude Catrijna Pieters een kloeke vrouw was in die tijd. Maritgen Lenaerts verklaart dat Trijn Pietersdr tegen haar gezegd had dat de requirant dit huis zou krijgen na haar dood. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1767, fol. 153, d.d. 26-08-1615 --- Pieter Michielsz Stael schilder, wonende aan de Grote Markt te Delft, machtigt Adriaen van der Cammen en Meijnsgen van Ronenburch, zijn huisvrouw, om uit zijn naam te ontvangen een bedrag van 32 gulden dat hij tegoed heeft van Gerrit Verstege boekverkoper, wonende in de stad Kleef. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1768, fol. 87v, d.d. 12-04-1616 --- Pieter Michielsz Stael schilder, 41 jaar, Boudewijn Dircxsz schoenmaker, 35 jaar, Christiaen Jacobsz van Houten, 47 jaar, en Henrik Govertsz mandenmaker, 35 jaar oud, burgers te Leiden, verklaren op het verzoek van ds. Henricus Arnoldi, predikant te Delft, dat ze afgelopen donderdag, 6 juli, tussen 13 en 14u op de markt te Leiden stonden, voor het huis van Jan Andriesz boekdrukker, toen ze zagen dat Bouwen Dircxz "in redenen geraecte" met Henricus Slatius, predikant te Bleiswijk. Slatius zei daarbij onvriendelijke dingen over Arnoldi. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1581, fol. 178, d.d. 09-07-1617 --- De curateur van den boel van Pieter Stael vercoopt Piter Tonisz Cramer een huijs ende erve staende ande Marct voor veertich hondert gl. op ses hondert vijftich gl. gereet ende hondert acht gl. siaers comt voor den denijten - vij gl. xvj st. ij d. Bron: SA Delft, Kamer van Charitate (toegangsnr. 447), inv.nr. 367, fol. 039r1, d.d. 1624 --- Staat en inventaris op verzoek van Neeltgen Staelen, weduwe van Jan Leendertsz Weijman, wonende te Den Haag. [Fol. 160:] Maertgen Leenderts, weduwe van Pieter Stael, comt over geleent gelt in drie reijsen 50-0-. Bron: GA Den Haag, ONA Den Haag (toegangsnr. 0372-01), inv.nr. 95, fol. 160, d.d. 30-05-1640 [Neeltien Staels, weduwe van Jan Leendertsz Weijman, waardin, wonende in de Twee Kolven bij het Haagse Bos, 29 jaar oud (ONA Den Haag, inv.nr. 164, fol. 10, d.d. 13-01-1641).] --- Neeltgen Pieters Staell, weduwe van Jan Leendertsz Weijman, wonende in Den Haag, is schuldig aan Maertgen Leendertsdr, weduwe van Pieter Staell, haar moeder, 200 gulden aan geleend geld met 6,25% rente. Bron: GA Den Haag, ONA Den Haag (toegangsnr. 0372-01), inv.nr. 132, fol. 74, d.d. 02-07-1640 | Staal, Pieter Michiels (I4134)
|
| 2894 | Hardinxveld, ORA inv.nr. 1, fol. 156v, d.d. 1-12-1626; Huijbertgen Ariaensdr., weduwe van Aert Cornelisz. Cuijst, koopt een ‘huiske en erfke’ in de Bovenpolder van Hardinxveld. Bron: De voorouders van het gezin De Koster - Bonneur in stamreeksen door B. de Keijzer | Cuijst, Aart Cornelis (I788)
|
| 2895 | Harman Dircxsz caescooper, ende Nelle Jacobsdr sijn huijsvrouwe, met Jacob, Cornelis, Dirck, IJsaac, Grietgen, Machtelt, Neeltgen, Aeltgen, ende Nelletgen, heure kinderen – 11 hoofden Bron: Zwammerdam - Hoofdgeld 1623 NB. Er is een Nelletjen Jacobsdr, wonende te Oudshoorn, die een zus is van Sprong, Oloff en Cornelis Jacobsz. Zij is de dochter van Jacob Sprongen en Claertgen. Zij is zeer waarschijnlijk niet bovenstaande Nelle Jacobsdr. In 1584 zijn Sporng en Cornelis Jacobsz al oud genoemd om zaken te regelen. Op 14-4-1601 zijn Sprong Jacobsz en Nelletgen Jacobsdr nog ongetrouwd (ELO, ona Leiden 65, fol. 79 (pagina 88/254)). Jonge Jacob Jacobsz Verburch en Gerberch Claesdr (genoemd in het hoofdgeld 1623 van Zwammerdam) noemen een dochter Nelletgen. Zij trouwt met Claes Huijgensz Verlaen. Ik zie geen aanwijzingen dat hij een zus of tante met de naam Nelletgen heeft. --- 7-5-1619: Dirck Harmansz, weduwnaar van Aeltgen Marcelisdr, aan de ene, en Harman Dircxsz, Marcelis Dircxsz, voor henzelf, Claes Jacobsz Verburch, getrouwd met Gijsbrechgen Dircxdr, Maritgen Dircxdr, geassisteerd door Harman Dircxsz, haar broer, en Gerrit Aertsz als vader en voogd van Weijntgen Gerritsdr, verwekt bij Grietgen Dircxdr, allen kinderen en erfgenamen van voornoemde Aeltgen Marcelisdr, aan de andere zijde, komen tot een boedelscheiding. Dirck Harmansz houdt in lijftocht het huis en erf in het dorp Zwammerdam, belend ten noordoosten Tomas Ariensz bakker en ten zuidwesten de weduwe van Jan Pietersz Poelgeest, strekkende van de Herenstraat tot de Buurwijk. De kinderen verdelen onderling de roerende goederen. Bron: GAAR, ora Zwammerdam 17, fol. 43 (FS scan 49/375). 11-5-1622: Tonis Heijndericxsz, schipper, wonend te Leiden, getrouwd met Trijntgen Gijsbertsdr en Jan Ariensz Butterman, getrouwd met Marritgen Gijsbertsdr, erfgenamen van Stoffel Gijsbertsz en Marritgen Tijsdr, echtelieden, volgens testament voor notaris Mathijs van der Tol, d.d. 12-2-1622, verkopen aan Roel Ariensz en Marritgen Dircxsdr, echtpaar, een huis en erf dichtbij de Zwammerdamse brug, strekkend van de Lage Rijndijk tot de Kuil, deels tot het erf van Meijns Dircxszdr, belend te noorden Cornelis Jansz van Cats, oud-schout. Belast met een rente, hoofdsom 100 gulden, toekomend Van Cats voornoemd. (Volgt schuldbrief van voorgaande koop, groot 1100 gulden. Borgen Harmen en Marcelis Dircxsz en Claes Jacobsz Verburch.) Bron: GAAR, ora Zwammerdam 17, fol. 120v. 5-5-1632: Reijer Pietersz, getrouwd met de weduwe van Jan van Cats, verkoopt aan Hermen Dircxsz kaaskoper een erf te Zwammerdam, strekkend voor van de straat tot in de Buurwijk, belend ten noorden de voornoemde Reijer Pietersz. Koopsom 500 gulden. Bron: GAAR, ora Zwammerdam 19, fol. 74v. 24-3-1636: Dirckgen Foppen, weduwe van Jan Ariensz Smith, verkoopt aan Johan Verloo, Bouwen Ghijsbertsz Verhoorn, Luijt Cornelisz, Cornelis Dircxsz en Harmen Dircxsz kaaskoper, een boomgaard te Zwammerdam bij het huis van haar comparant, strekkend tot in de Rijn, belend ten oosten Cornelis Gijsbertsz Plemper en ten westen de Kerkwijk. Koopsom 600 gulden. Bron: GAAR, ora Zwammerdam 19, fol. 161. 29-5-1642: Beuckel Dircksz van der Hair, weduwnaar van Machteltgen Hermensdr, ter eenre en Herman Dircksz kaaskoper als grootvader en bloedvoogd van de drie onmondige kinderen van voornoemde Beuckel Dircksz en Machteltgen Hermansdr, genaamd Geertgen, oud 9 1/2 jaar, Dirck, oud 8 jaar, Barber, oud 5 jaar, ter andere zijde. Beuckel Dircksz behoudt alle goederen en zal zijn kinderen onderhouden en opvoeden tot de leeftijd van 20 jaar, hun dan uitkeren 50 gulden. Bron: GAAR, ora Zwammerdam 19, fol. 258. | Kaaskoper, Harmen Dirks (I3663)
|
| 2896 | Harman Jillis j.m. met Marrichjen Ariens j.d. beijde van Moordrecht getrouwt den 6 septemb 1671 | Gezin: Harmen Gillis Bron / Marrigje Ariens Romeijn (F1754312598)
|
| 2897 | Harmen van Wijlick, baljuw en dijkgraaf van Schieland, machtigt Jan Honius en Cornelis Puttershouck, procureurs voor het Gerecht van Gouda, om namens hem voor de schepenen van Gouda zijn zaken te behartigen, waarbij Vinchent Jacobsz, pachter, en Dirck Adriaensz van Zalen, borg en medestander van de bieren in Moordrecht betrokken zijn. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 453, aktenr. 3, d.d. 25-02-1639 --- Dirck Adryaensz van Salen, secretaris te Moordrecht, en zijn vrouw Annitgen Jans, gedagvaard door Harmen van Wyllick, balliu en dijckgraeff van Schielant, verklaren getuige ervan te zijn geweest dat Jan Pietersz, timmerman, wonend te Moordrecht, Gijsbert Leennertsz Boomop, wonend in de Moortse Venen, zodanig met een kan op zijn hoofd sloeg dat hij ernstig gewond raakte. Verder was aanwezig: Aris Arisz, wonend in de Moortse Venen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 95, aktenr. 135, d.d. 15-04-1642 --- Dirck Dircksen Thoen, oud-schepen te Moordrecht, en Jan Balthensz van de Leeuw, beide wonend in 't Moortse Veen, verklaren dat zij, door schepenen van Moordrecht ten huize van Daem Jansz, onder-schout, benoemd als arbiters, met succes bemiddeld hebben in het geschil tussen Anna Jans, weduwe van Dirck van Salen, en Adryaen Segromsen Blom, met betrekking tot gemaakte onkosten en verschuldigde gelden. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 95, aktenr. 208, d.d. 15-08-1643 --- Anna Jans weduwe van Dirck Adryaensz van Salen, secretaris te Moordrecht, machtigt NN Deym procureur, om zijn zaken in rechte waar te nemen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 90, aktenr. 200, d.d. 20-09-1643 --- Maerten Willemsen de Jonge van de Ceulse Cingel verklaart op verzoek van Adriaen Segromsen uit Moordrecht, dat ongeveer 4 jaar geleden Adriaen en Dirck Adriaensen van Salen, in zijn leven secretaris in Moordrecht van hem en Cornelis Anthonissen drie stukjes land hebben gekocht voor 25 gulden per stukje.De betaling is ook door Segromsen en Van Salen gedaan. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 474, aktenr. 290, d.d. 09-05-1645 --- Claes Jansz van Cranevelt te Zevenhuizen, 48 jr, legt een verklaring af op verzoek van Anna Jansdr, weduwe van Dirck van Zalen, secretaris te Moordrecht. Hij is in 1640 bij zijn zwager van Zalen als Adriaen Segromsz Blom komt, die in Nieuwerkerk ontboden is om het land te betalen dat hij samen met van Zalen heeft gekocht van Henrick Pietersz Bruijn. Blom zegt geen geld te hebben. Van Zalen gaat naar zijn kantoor en komt met geld terug. Zij gaan met z'n drieen naar Nieuwerkerk naar Jan Jansz Lenaerts, waar van Zalen betaalt aan Henrick Pietersz Bruijn, in aanwezigheid van Frans Pieter Fransz uit Cortlant, Gerrit Dircxsz, lakenkoper uit het dorp Nieuwerkerk en Cornelis Claesz Geeve of Geeue en diens vrouw, van wie van Zalen en Blom het land hebben overgenomen. Van Cranevelt heeft gisteren in St. Lucas Blom horen zegen dat van Zalen hem de helft heeft geleend maar dat van Zalen weer een erfhuisceel in handen had. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 451, aktenr. 230, d.d. 02-08-1645 --- Euwit Jansz Doncker, wonende te Nieuwerkerk, verklaart op het verzoek van Anna Jans, weduwe van Dirck van Zalen, dat er op het land van Anna van Zalen aan de buitenkanten 74 roeden kan liggen. Bron: SAMH, ONA Moordrecht (toegangsnr. 0048), inv.nr. 6102, d.d. 09-10-1648 (FS scan 204) --- Rijchgen Claesdr, weduwe van Cornelis Gerritsz Col, machtigt Abraham van Hoochbrugge in de zaak waarvoor zij door Anna Jans, weduwe van Dirck van Salen voor het Hof van Holland is gedagvaard. Bron: SAMH, ONA Moordrecht (toegangsnr. 0048), inv.nr. 6103, d.d. 23-02-1657 (FS scan 174) --- Akte 34, dd. 1-5-1658, Transport Anna Jansdr, wede. van Dirck van Saelen, wonende te Moordrecht, verkoopt aan Amerensgie Bregger, wede. v. Jan Bregger, wonende te Rotterdam, een obligatie. Bron: Archief notaris Jacob Vergilst te Capelle a/d IJssel (Ons Voorgeslacht/C.A. Kuysten) | van Zalen, Dirk Adriaans (I4094)
|
| 2898 | Hebben haer laten aenteeckenen om volgens voorgest. proclamatien in den huwelijcken staet bevesticht te werden Arij Janse Boogaert j.man van Maesland met Stijntjen Japicks j.d. van Pijnacker neffens haer verscheenen Jan Dirckse Boogaert vader van de j.man en Jan Japickse Verboom broeder van de vers. dochter den 19 octob. een volgens attestatie van den 4. novemb. alhier ghetrout. | Gezin: Arie Jans Boogaart / Stijntje Jacobs Verboom (F1754313544)
|
| 2899 | Heden achtentwintig october negentienhonderd negen en twintig verschenen voor mij Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Leiden Joseph Johannes Slegterhorst, oud negenenvijftig jaren, begrafenisondernemer, wonende te Leiden en Marius Johannes van Loe, oud eenentwintig jaren, kellner, wonende te Leiden, die verklaarden dat op vijfentwintig october dezes jaars des namiddags ten kwart vóór twee ure, binnen deze gemeente overleden is: Gerrit Vergeer oud achtenzeventig jaren, zonder beroep geboren te Ter Aar, wonende te Alphen aan den Rijn, gehuwd met Krijntje van der Werf, zoon van Huig Vergeer en van Trijntje van Dam, beiden overleden. Waavan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen. --- Overlijdensakte Gerrit Vergeer, 25-10-1929, Alphen aan den Rijn Aktedatum: 29-10-1929 Aktenummer: 161 Datum overlijden: 25-10-1929 Plaats overlijden: Leiden Tijdstip: 13:45 uur Overledene: Gerrit Vergeer (geb. Ter Aar, won. Alphen aan den Rijn, 78 jaar, zonder beroep, gehuwd) Partner: Krijntje van der Werf Vader: Huig Vergeer (overleden) Moeder: Trijntje van Dam (overleden) Opmerkingen: Uittreksel uit het register van overlijden van de gemeente Leiden Soort akte: Akte van overlijden Gemeente: Alphen aan den Rijn Toegangsnummer: 110.1.26 Archief van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Alphen aan den Rijn, 1918-2013 Inventarisnummer: 9 | Vergeer, Gerrit (I3263)
|
| 2900 | Heden den negenden september achttien honderd zeven en dertig, des middags ten twaalf ure, compareerden voor ons Wouter Zahn burgemeester Officier van den Burgelijken Stand der Gemeente Bodegraven, Provincie Zuid-Holland: Bartholomeus van 'tRiet oud vier en zestig jaren van beroep wagenmaker aanbehuwd zoon van den overledene en Gerrit Rosenboom oud vier en zestig jaren van beroep grondeigenaar buur van den overledene beide wonende alhier. Dewelke verklaard hebben, dat Arie van der Werfvan beroep visscher gewoond hebbende te Bodegraven den achtsten september dezes jaars des mrogens ten acht ure, is overleden te Bodegraven in den ouderdom van negen en tachtig jaren geboren te Sassenheim in leven bevorene weduwenaar van Marijtje van der Greft thans weduwenaar van Pietertje van Pijlen zijnde de namen der ouders van den overledene den comparanten onbekend. Wij hebben hiervan deze acte opgemaakt en, na voorlezing, met de comparanten, onderteekend. | van der Werf, Arie Maartens (I3515)
|