Treffers 3,251 t/m 3,300 van 5,326
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 3251 | In veel stambomen wordt Ariaentgen Lenaerts als vrouw van Cornelis Jacobs Slootwegh gezien. --- Komt voor in Transporten en hypotheken 1601-1650 te Zegwaart als Arÿaentgen Leenderts (Slootwech) 26 februari 1635 | Leenderts, Ariaantje (I2094)
|
| 3252 | In wettige ondertrouw aangetekent 11 aug Johannes Gideons d'Edele, J.M. met Maria Gijsbertsz van Vuuren, J.D. geboortig van Benschop beijde onder Bloemendaal 1 procl 13 aug 2 procl 20 aug 3 procl 27 aug dito alhier getrouwt | Gezin: Jan Gideons den Edele / Maria Gijsberts van Vuuren (F1754311970)
|
| 3253 | In Zegwaard wonen ook Coenraad Geuman (in de akten van indemniteiten ook wel Coenrad Göman genoemd), Leendert Geuman en Maria Geuman (Mees van Houten wordt in een testament in 1770 een zwager genoemd van Marija Geuman en Joost Roos). CoenraadGeuman trouwt op 8 juni 1755 als weduwnaar van [Anna] Sophia Durrien met Marijtje Rokkeveen (en hij tekent het testament in 1750 met Konraad Guuman). Marijtje Rokkeveen overlijdt in 1799 in Rotterdam. Te oordelen naar de achternaam is het goed mogelijk dat Elisabeth en haar mogelijke broers zogenaamde 'bovenlanders' waren, uit Duitsland. Van alle drie is in Zegwaard of Zoetermeer geen doopinschrijving te vinden. Op 20 augustus 1757 wordt de begrafenis van een Herman Goman pro deo aangegevenin Zegwaard. Onduidelijk is wat de relatie is tot de andere Geumannen. --- Op 4 juni 1752 laten Joost Hendrik Roos en Catharina Maria Gueman een dochter dopen, genaamd Maria. Getuigen zijn Harmen Coenraad Gueman en Elizabeth Gueman. | Geuman, Elisabeth (I1148)
|
| 3254 | Inde Geerte kerck in Martio 1636 15 Jurrien soon van Aert van Issen en Grietgen Gerrits wo: op de nieugracht bijde suijlerf | van Issen, Jurriaan Aarts (I1574)
|
| 3255 | Index dopen Maartensdijk: 26-03-1693 Margje; o. Jacob Jansen Stam en Stijntje; g. Grietje Willems 09-06-1695 Rijck; o. Jacob Jansen Stam en Stijntje Hendricx; g. Teuntje Rijken 08-08-1697 Dirk; o. Jacob Jansen Stam en Stijntje Hendrix; g. Hermpje Pieters --- [Ledematen inde kerke van Maartens-dijk soo als die bevonden zijn den 30 oct. 1695] Jacob Jansen Stam, en obijt Stijntje Hendricx sijn huijsv. Bron: Maartensdijk - NH lidmatenboek | Stam, Jacob Jans (I2986)
|
| 3256 | Ingel Cornelisz Trouwe, lantarbeijder, j.m. van Strijen woont buijten de Vriesepoort Digneken Jans van Steen-bergen wede. van Henrick Hoppel schout van Heerjansdam woont in Stevensloot Getrouwt den 17 octobris ao. 1628 Bron: Dordrecht - NH trouwboek | Hoppel, Hendrik Matthijs (I1479)
|
| 3257 | Ingeschrevene: Korfvanger, Giertie Sijbrants Ingeschrevene: Kramer, Hendrik Datum begrafenis: 15-03-1724 Begraafsplaats: Oude Zijds Kapel Bronverwijzing: DTB 1065, p. 45vo en p. 46 Relatieinformatie: Weduwe van | Sijbrants, Giertje (I2868)
|
| 3258 | Ingeschrevene: Louris, Jannetje Ingeschrevene: Hendricksz, Joost Datum begrafenis: 12-10-1681 Begraafsplaats: St. Anthonis Kerkhof Bronverwijzing: DTB 1195, p. 62 en p. 63 Relatieinformatie: Weduwe van | Lourens, Jannetje (I2204)
|
| 3259 | Inhoud: Jan Jacopsz, Claes Jacopsz en Gheerloff Jacopsz, broers, ieder voor zichzelf, Elbert Jansz, getrouwd met met Hillegont Jacopsdr, Meijz Jacopsdr, weduwe van Gerrit Gerritsz Twaloffhoven met Gerrit Gerritsz, haar oudste zoon en voogd, Cornelis Woutersz voor zichzelf en als voogd over zijn zuster Jonge Marijtgen Woutersdr en mede als voogd over zijn zusters Ouwe Marijtgen en Claertgen Woutersdr, kinderen van Wouter Jacopsz, nog Claes Cornelisz uit naam van zijn overlden moeder Lijsbeth Jacopsdr, allen kinderen van Jacob Woutersz. Boedelscheiding van 30-05-1583. Jan Jacopsz, Meijns Jacopsdr en de kinderen van Wouter Joopsz ontvangen samen de hofstede in Zwammerdam met huis, berg en beplanting met de lasten, nu door Antonis Cornelisz in huur gebruikt, getaxeerd op 3000 gulden. Meijns Jacopsz zal aan Jan en de kinderen van Wouter 100 gulden uitkeren. Elbert Jansz en Hillegont Jacobsdr ontvangen 3 morgen leenland in Oud Bodegraven in de polder van de Zuidzijde, getaxeerd op 500 gulden. Nog o Inhoud 2: Cornelisz Roeloffsz, hoofdsom 1100 gulden, waarvan 150 gulden gaat naar het leen in Oudbodegraven in de polder van de Zuidzijde. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15, p. 57v, d.d. 30-12-1585 --- Inhoud: Cornelis Woutersz voor zichzelf, mede voor Oude en Jonge Marijtgen Wouterdr, zijn zusters, Adriaen Gerritsz Vrij de Jonge, getrouwd met Claertgen Woutersdr, verkopen aan Jan Jacopsz en Pieter Willemsz Verhouff, zijn zwager, 1/3 deel van eenhofstede te Zwammerdam, hen als erfdeel toekomend door het overlijden van hun grootouders Jacop Woutersz en Marijtgen Jansdr. De hofstede met huis, berg en schuur en 17 morgen land, strekkend uit de Rijn over de kade, belend ten oosten Jan Hagenszen ten westen voornoemde Pieter Willemsz Verhouff als bruiker, met nog 4 morgen strekkend van de voornoemde kade tot de Tempeldijk, belend ten oosten de Wonne en ten westen Voshol en de Wijk; nog 3 1/2 morgen land in de Wonne, strekkend van de Groeneweg tot de Zijdenweg toe, belend ten zuiden de Vrouwe van Bredenroede met Anthonis van Nesse en ten noorden Cornelis van Nijecop; nog 8 morgen land in de Wonne strekkend van de Groeneweg tot de Zijdenweg, belend ten zuiden Lenert Toenisz en ten noorden Jan Daenen. De kop Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15A, p. 1, d.d. 18-06-1590 --- Inhoud: Pieter Willemsz Verhoeff ter eenre en Jan Jacop Woutersz, bijgenaamd Jan Bouwensz, als grootvader en bloedvoogd van de onmondige kinderen van Marijtgen Jansdr, zijn overleden dochter en Pieter Willems voornoemd, genaamd Cornelis en Willem Pietersz, Annichgen en Geertgen Pietersdr met Elbert Jansz, als oudoom en medevoogd van moederszijde, ter andere. Op 17-04-1592 is over de moederlijke nalatenschap beslist. De kinderen ontvangen 1/6 deel van een bruikweer, eertijds gekomen van JacopWoutersz en Marijtgen Jansdr als grootouders van de moeder der weeskinderen, met 1/6 deel van een huis, berg en schuur, die hun vader Pieter Willemsz tot nu toe toebehoorde, de bruikweer is groot 17 morgen, strekkend uit de Rijn over de kade, belend ten oosten Jan Hoogersz en ten westen de voornoemde Pieter Willemsz, als bruiker; nog 4 morgen, strekkende van voornoemde kade tot de Tempeldijk, belend ten oosten de Wonne en ten westen Voshol en de Wijk; nog 3 1/2 morgen land in de Wonne, strekkend van de Groeneweg to Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15A, p. 50, d.d. 07-06-1593 | Wouters, Jacob (I3608)
|
| 3260 | Inschrijvingsjaar: 1723 Overledene: Jasperijna Waagensvelt Bron of gezindte: Begraven 1720-1729 eerder overleden echtgenoot: Mattijs de Ruijter Plaats begrafenis: Rotterdam Begraafdatum: 06-11-1723 Opmerkingen: Prinsenkerk, overledene liet na 2 minderjarige erfgenamen en 2 meerderjarige kinderen, op de Buijten Rotte naast anker | Wagensveld, Jasperijntje Dirks (I3494)
|
| 3261 | Interogatoria den e. schout ende gerechte van Benscop geexhibeert van wegen Adriaen Pouwelsz op ende versus Coen Jansz ende Elbert Martensz ged[aagd]e om kennis der wairheijt te dragen van tgundt hun ged[aagd]e int naevolgende gevraecht sal worden of bij weijgeringe van desz elx hondert gul. dair voor. [Aan Elbert Martensz, ca. 31 jaar oud, gedaagde, wordt gevraagd of hij bovenop zijn erfenis van zijn overleden moeder Sophia uit de boedel van zijn vader Marten Jansz heeft gehad 600 schilden, enkele dieren en drie jaar lang gebruik van de helft van 10 morgen land. "Dese voorsz veerse heeft hij ged[aagd]e van Peter Jansz Verhouff zijn oem gehadt ende heeftse hem gegeven doent een kalff was ende Jan Peter Coenensz hem ged[aagd]es oem Jannichgen Peters zijn mue ende Steven sijn oem hebbense hem hem ged[aagd]e ter lieften geweijt ende gevoert ter tijt toe datse geslagen is." Elbert Martensz en Coen Jansz waren eens te Schoonhoven tijdens de paardemarkt met Marten Jansz, Peter Jansz Verhoeff, Cornelis Gerritsz e.a. Marten Jansz en Cornelis Gerritsz waren daar tot een akkoord gekomen. "Soe zijn veraccordeert Merten Jansz ende Cornelis Gherritsz sinen swager bij tuschen sprecken van Peter Jansz Verhoeff ende Coen Jansz sinen broeder. (...) Tuijcht Elbert gedaechde dat hij blijft bij dat scrift dat Coen Jans Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 210, d.d. 20-06-1561 (Scan 165) | Jans, Maarten (I3895)
|
| 3262 | Inventaris gemaakt door Aelbert Claesz van de goederen nagelaten door Marichgen Cornelisdr. Het betreft een huis, berg en hennepwerf, ca. 1/2 morgen groot, gelegen in 6 morgen, een derde deel wordt verpacht, gebruikt door de rentmeerster van IJsselstein, wezende kapelland, wat nog niet is overgezet op Andries Jacobsz, gelegen aan de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend ten westen de volgende 7 morgen; nog 7 morgen eigen land, gelegen aldaar, belend boven Adriaen Vermeer met 7,5 morgen en beneden het voorgaande huis e.d.; Aelbert Claesz heeft zijn twee onmondige kinderen uit zijn huwelijk met Marichgen Cornelisdr uitgekocht. Hij zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 22e. Jan Govertsz, wonende te Montfoort, en Bartholomeus Bartolomeesz, wonende te Nieuwkoop, zijn bloedvoogden van de kinderen. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 47, d.d. 21-06-1587 (Hofoda scan 100) --- Inventaris gemaakt door Wijven Ottensdr, weduwe van Aelbert Claesz, van de goederen die haar man heeft nagelaten. Het gaat om dezelfde twee stukken land als boven. Wijven Ottensdr, weduwe van Aelbert Claesz, in het bijzijn van de voogden en vrienden van de voor- en nakinderen van voornoemde Aelbert, doet uitkoop. De weduwe houdt alle goederen en zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 18e en de voorkinderen tot hun 22e. Gepasseerd voor de drost van IJsselstein en burgemeesters van Benschop als oppervoogden, de weduwe geassisteerd door Ot Ottensz, haar broer, Cornelis en Fransz Claesz, ooms van de weeskinderen van vaderskant, Jan Govertsz van Roijen bloedvoogd van de voorkinderen van moederskant, Joest en Neeltgen Cornelisdr, tantes van de voorkinderen, Andries Jacobsz en Dirck Jansz Lange burgermeesters en Bart Gerritsz gezworene i.p.v. Heijnrick Adriaensz de andere burgermeester. [De twee voorkinderen heten Cornelis en Frans Claesz.] Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 49, d.d. 21-06-1589 (Hofoda scan 103) --- Erfhuis van Wijven Ottendr, eerst van de twee voorkinderen van Aelbert Claesz zaliger voor hen zelf als mede erfgenamen van Ot Aelbertsz, hun broer, elk een derde deel, 211 gulden volgens de afrekening d.d. 17-01-1602. Voornoemde Marichgen [aanhef: Adriaen Jacobsz totten weeskijnt ende Aelbert Claesz jongste dochter Marichgen Arijaendr geprocreert bij Wijven Ottendr] krijgt 294 gld. 2 st. vanwege een rentebrief van 400 schilden (voor een deel voldaan door Gerrit Adriaensz en Claesgen, zijn huisvrouw). [Er wordt gesproken over de vier kinderen van Aelbert Claesz. Frans Claesz is voogd van de twee voorkinderen. Als laatste wordt genoemd Neeltgen Aelbertsdr. Ook Ot Ottensz uit Polsbroek wordt weer genoemd.] Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 188v, d.d. 07-03-1605 (Hofoda scan 391) --- Cornelis Balthazarsz verwillecoort Marrichgen Aelbert Claesz dochter, verwekt bij Wijven Ottendr, en Ot Adriaensz, haar broer, 250 gulden. In de marge: Gerrit Bartensz, geassisteerd door Aert Willem Aertsz, zijn zwager, heeft 250 gulden ontvangen, 09-11-1606. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 05-07-1605 (FS film 569996, scan 91) | Claas, Aalbert (I3899)
|
| 3263 | Inventaris van de boedel en goederen die Neeltgen Leendertsdr, laatst huisvrouw van Joris Crijnsz Hogenvall, in haar leven bezeten heeft en op 18-06-1647 met haar dood heeft nagelaten, nalatende tot erfgenamen Anthonij Pallamedes, getrouwd met Annitgen Joosten, voor een vierde deel, Govert Rota, mede voor een vierde deel, Mathijs van Kempen, getrouwd met Jannitgen Pietersdr Stael, mede voor een vierde deel, mitsgaders Lenert Jansz den Boer en de vier kinderen van Claes Jansz de Boer, verwekt bij Maejken Claes, samen voor een vierde deel. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1979, fol. 148, d.d. 09-08-1647 [Joris Crijnsz Hoogenval en Neeltgen Lenertsdr, weduwe van Willem Willemsz Besemar, stellen op 12-05-1627 huwelijkse voorwaarden op te Delft. De ondertrouw van Willem Willemsz bezemmaker, wonende te Oosteinde, en Neeltgen Lenaerts, ook daar wonende, is op 19-05-1613. Neeltgen Lenartsdr zal een tante zijn van Jannitgen Pietersdr Stael. Annitgen Joosten is de dochter van Joost Lenertsz Hoorendijck (turfkoper aan de Burgwal, geb. ca. 1574). Op 10-03-1638 verkopen Anthonij Palmedes, getrouwd met Annitgen Joosten, voor zichzelf en samen met Joris Crijnen van Hogenval voogden van de onmondige kinderen van za. Lenert Joosten van Hoorendijck en het onmondige kind van za. Willemtgen Joosten, in haar leven huisvrouw van Maerten van Velsen, erfgenamen van Joost Lenertsz van Hoorendijck een huis en erf aan de noordzijde van de Burgwal of Broerhuislaan (ONA Delft, inv.nr. 1976, fol. 14). De eerste vermelding van de naam Hoorndijck is bij het huwelijk van Lenert Joosten Hoorndijck met Soetgen Pieters Ketting op 25- | Leenderts, Maritje (I4135)
|
| 3264 | Inventaris van de boedel en goederen nagelaten door Grietgen Willemsdr, in haar leven huisvrouw van Jan Henricxsz Vockstaert Damhouwer, overleden aan de Voorstraat te Delft op 08-12-1625. Opgemaakt door dezelfde Jan Henricxsz, mitsgaders door Adriaen Gerritsz Stolck, getrouwd met Joosgen Vranckendr, de drie kinderen van Willem Vrancken zaliger, voorkinderen van voornoemde Grietgen Willemsdr, nog door Pietertge Jansdr, weduwe van Joris Cornelisz, Franc Jansz Vockestaert, Henrick Jansz van Diependal, getrouwd met Maertgen Jansdr, Gerrit Jansz Vockestaert en de voogden van het enige nagelaten weeskind van Henrick Jansz Vockstaert, nakinderen en erfgenamen, elk voor een gerecht zevende deel, van voornoemde Grietgen Willemsdr. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1669, aktenr. 1, d.d. 16-01-1626 --- NH dopen Delft: 14-07-1649 Maria; o. Corstiaen Huijbartsz van Stralen en Grietgen Heijndricx van Diependael; g. Heijndric Jansz van Diependael, Maertgen Jans en Maria van Diependael --- Hendrick Jansz van Diependael, wonende buiten de Waterslootse Poort van Delft, verkoopt aan Hendrick Cornelisz Cruijswecht smid zijn huis en erf, gelegen aan de westzijde van de Oude Delft, genaamd "Samsom", belend ten zuiden een huis eertijds van Arijaentge Stevensdr, weduwe van Cornelis Hendricxsz Steenhouwer, en ten noorden de heer Vrancke van der Meer, oud schepen, strekkende van de straat oostwaarts tot aan het huis van voornoemde Van der Meer. De koopsom is 900 gulden. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 2018, fol. 323, d.d. 16-11-1654 | van Diependaal, Hendrik Jans (I3930)
|
| 3265 | Inventaris van de boedel en goederen nagelaten door Grietgen Willemsdr, in haar leven huisvrouw van Jan Henricxsz Vockstaert Damhouwer, overleden aan de Voorstraat te Delft op 08-12-1625. Opgemaakt door dezelfde Jan Henricxsz, mitsgaders door Adriaen Gerritsz Stolck, getrouwd met Joosgen Vranckendr, de drie kinderen van Willem Vrancken zaliger, voorkinderen van voornoemde Grietgen Willemsdr, nog door Pietertge Jansdr, weduwe van Joris Cornelisz, Franc Jansz Vockestaert, Henrick Jansz van Diependal, getrouwd met Maertgen Jansdr, Gerrit Jansz Vockestaert en de voogden van het enige nagelaten weeskind van Henrick Jansz Vockstaert, nakinderen en erfgenamen, elk voor een gerecht zevende deel, van voornoemde Grietgen Willemsdr. Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1669, aktenr. 1, d.d. 16-01-1626 | Vockestaert, Jan Hendriks (I3932)
|
| 3266 | Inventaris van de boedel, gemaakt door Bart Gerritsz, van alle goederen in de boedel achtergelaten door Cornelia Adriaensdr, zijn overleden huisvrouw. Onroerende goederen: Een huis, twee bergen en schuur met 12,5 morgen eigen land, gelegen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend beneden Gerrit Heijnricksz met zijn hofstede en boven Gijsbert Joestensz weeskind met 12,5 morgen; nog 5 morgen 4 hond eigen land, gelegen in 7 morgen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend boven Gerrit Jansz met 7 morgen en benden Willem Jan Willem Harmansz c.s. met zijn hofstede; na de inventaris heeft voornoemde Bart nog 2 hond land in deze 7 morgen gekocht; nog 4,5 morgen eigen land, gelegen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk, belend boven Jan Stevensz met 4,5 morgen en beneden Willem Arisz Lange met 6 morgen. Genoemd worden o.a. Jan Jansz, zoon van zijn zus; Reijer Cornelisz, zijn knecht; Bastiaen Adriaensz, zijn zwager. Bart Gerritsz heeft zijn vier onmondige kinderen, met Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 328, fol. 37v, d.d. 14-07-1588 (Hofoda scan 81) --- Cornelis Balthazarsz verwillecoort Marrichgen Aelbert Claesz dochter, verwekt bij Wijven Ottendr, en Ot Adriaensz, haar broer, 250 gulden. In de marge: Gerrit Bartensz, geassisteerd door Aert Willem Aertsz, zijn zwager, heeft 250 gulden ontvangen, 09-11-1606. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 05-07-1605 (FS film 569996, scan 91) --- Gerrit Bartensz verwillecoort Jan Gerritsz en Bastiaen Adriaensz als oudomen en voogden van de weeskinderen van Adriaen Jansz, verwekt bij Barbara Bart Gerritszdr, de comparantes zus, met namen Joest Adriaensz en Commertgen Adriaensdr, 1.050 gld. 12 st. afkomstig uit de erfenis van de oudevader en oudemoeder van de weeskinderen, volgens de uitkoop gedaan voor de drost van IJsselstein en burgemeester van Benschop. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 09-10-1605 (FS film 569996, scan 104) --- Gerrit Bartensz verwillecoort Sophia Bart Gerritszdr, zijn zus, 1.300 gulden met 6% rente, afkomstig van haar ouders. Als onderpand geldt 12 morgen 3 hond eigen land, zijn ouders hofstede met huis en hof, gelegen in het noordeinde van Benschop beneden de kerk, belend boven Gerrit Heijnricksz met 13 morgen, beneden Anna Jan Screvelsz weduwe met 7,5 morgen, waarvan hij vandaag het eigendom heeft ontvangen van de erfgenamen van Bart Gerritsz, zijn vader zaliger. In de marge: Jan Jansz als man en voogd van Sophia Berten Gerritszdr, met wie hij kinderen heeft, bekend in vermindering van de willecoor ontvangen de hebben 800 gulden, 27-01-1611; Jan Jansz als man en voogd van Sophia Berten Gerritszdr heeft van Gerrit Bartsz 500 gulden ontvangen, waarmee de willecoor is voldaan, 02-05-1615. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 239, d.d. 22-10-1605 (FS film 569996, scan 104) --- Gerrit Bartsz, wonende in dit gerecht, verwillecoort ten behoeve van Adriaen Jansz' twee weeskinderen, verwekt bij Barbara Berth Gerritszdr 280 gld. 16 st. vanwege een afrekening, met een losrente van 5%. In de marge: Gerrit Bartsz maakt een nieuwe willecoor op, 09-07-1615. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 246, d.d. 04-05-1612 (FS film 569997, scan 117) --- Gerrit Bartsz en Merrichgen Aelbertsdr, wonende beiden in dit gerecht, verklaarden dat ze enige tijd geleden met het consent van hun vrienden en na drie zondagse geboden, gedaan in de kerk van Benschop, als man en vrouw zijn gaan samenwonen, zonder het huwelijk gesolempniseert [officieel bevestigd] te hebben. De schout en gezworen heemraden hebben hen als echtlieden bevestigd. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 246, d.d. 31-07-1612 (FS film 569997, scan 123) --- Gerrit Barten verwillecoort Willem Aertsz Lange 500 gulden geleend geld met 5% rente. Als onderpand geldt 12,5 morgen eigen land met een huis, getimmerte en boomgaard, gelegen in het noordeinde van Benschop beneden de kerk, belend boven Gerrit Henricksz en beneden Franck Coenen. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 248, d.d. 07-05-1615 (FS film 569997, scan 260) --- Frans Claesz van Ruwen, wonende te Montfoort, deels hardhorend, verder tamelijk gezond. Hij herroept zijn oude testamenten, met name het testament d.d. 28-06-1623 gepasseerd voor Niclaes Verduijn, notaris voor bij het Hof van Utrecht, en stelt een nieuw testament op. Hij legateert aan Adriaen Gerritsz en Marrichgen Gerritsz, zijn zus, wonende te Delft, neef en nicht van de comparant, een obligatie van 300 gulden op naam van Jan Thonisz Sneewius, wonende te Rotterdam, met nog 100 gulden aan geld. Hij legateert aan Bart, Aelbert en Adriaen, alle drie zonen en kinderen van Gerrit Barten, wonende te Benschop, verwekt bij Marichgen Aelberts, zijn overleden vrouw, samen 1.200 gulden en de helft van een huis en getimmerte staande op grond van het Domkapittel te Utrecht, gelegen te Achthoven onder Montfoort. De comparant benoemt tot zijn erfgenamen Aelbert Heijndricksz en Jannichgen Heijndricxdr, beiden kinderen van Heijndrick Gerritsz van Hees, verwekt bij Neeltgen Aelberts, zijn huisvrouw, de nicht van de t Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 63, aktenr. 110, d.d. 29-04-1625 [Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort 1362-1649 door J.C. Kort: 13-2-1627: Hendrik van Hees Gerardsz. voor Albert, zijn zoon, bij dode van Frans Ruwen, diens oudoom, 290 fol. 26.] --- Uit krachte van de testamentaire dispositie van Frans Claesz Ruwen d.d. 29-04-1625 zo hebben Cornelis Dircksz en Oth Adriaensz als bloedvoogden van de onmondige weeskinderen van Gerrit Bartsz, wonende te Benschop, verwekt bij Merrichgen Aelbertsdr, zijn overleden vrouw, met namen Bart en Adriaen Gerritsz de voogdij aangenomen. De kinderen krijgen 1.200 gulden. Bron: RHCRL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 112, fol. 157, d.d. 23-06-1628 --- De twee weeskinderen van Gerrit Barten, verwekt bij Merrichgen Aelberts, met namen Bert en Arijen Gerritsz. Tunijs Hendricksz, buurman in Cattenbroek, als principaal, en Tuentgen Hendricks, weduwe van Peter Roes, geassisteerd door voornoemde Tunijs Hendricksz, haar gecoren voogd, als borg en mede principaal, hebben aangenomen op rente van Cornelis Dircksz en Oth Arijensz als ooms en bloedvoogden van de voornoemde twee weeskinderen de hoofdsom van 1.200 gulden met een jaarlijkse rente van 105 gulden. [Bart Gerritsz heeft van Tunijs Hendricksz en Tuentgen Hendricksdr de hoofdsom van 643 gld. 10 st. ontvangen, waarin ook de rente is meegerekend, in het bijzijn van Cornelis Dircksz en Oth Arijensz, 31-03-1635. Bron: RHCRL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 112, fol. 161, d.d. 14-11-1628 --- Gerridt Barthen, weduwnaar van Marichgen Dircxdr, voor hem zelf voor de ene helft, Jacob Gerritsz Barthen, 18 jaar oud, en Cornelis en Dirck Cornelisz als wettig gestelde voogden van Neeltgen Gerridt Barthen, onmondige dochter, mede voor voornoemde Jacob Gerritsz, voor de andere helft, dragen over aan Gerridt Petersz Leckerkercker 8,5 morgen land met huis, hof, berg, schuur en getimmerte, gelegen aan de noordzijde van Benschop beneden de kerk, strekkende van de voorwetering tot de halve landscheiding tussen Benschop en Blokland, belend ten oosten Jacob Gerritsz Maijen en Roeloff Gerritsz d'Hondt samen met 4 morgen, en ten westen Pieter Gerritsz Rietveldt schout van Noord-Polsbroek met 7,5 morgen. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 01-06-1648 (FS scan 226) --- Gerridt Pietersz Leckerkercker, wonende in dit gerecht, verklaarde dat Gerridt Barthen en zijn nakinderen, of hun voogden, zijn betaald vanwege de overname van een huis, hof, berg en schuur met 8,5 morgen eigen land, gelegen in de noordzijde van Benschop beneden de kerk. De koopsom was 4.675 gulden, waarvan 1.675 is betaald en de resterende 3.000 gulden wordt betaald in vijf termijnen. In de marge: Bard Gerritse Rietvelt en Jacob Gerritse Rietvelt, beiden zonen van Gerrit Bartten zaliger, hebben van Gerrit Pieterse Leckerkercker de totale hoofdsom ontvangen, 12-06-1660. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 01-06-1648 (FS scan 227) | Barten, Gerrit (I3873)
|
| 3267 | Inventaris van de roerende goederen, bevonden ten huize van Catharina Jan Dircksz weduwe zaliger, wonende in de Nieuwstraat aan de westzijde, op het verzoek van Toenis Jansz "op die Hee[m]stede nae dat hij hem op huijden inde naegelaten goederen van de zelfden Catharina hadde bij de schout ende scepenen ... hadde doe inleijde". Zijn broers en zussen protesteren. Present waren Elijzabeth en Luijchgen Jan Dircksz dochters met voornoemde Toenis Jansz. Claes Aertsz als man en voogd van Marichge, zijn huisvrouw, Jan Willemsz als man en voogd van Elijzabeth, zijn huisvrouw, en Gerrit Bertsz als man en voogd van Luijtge, zijn huisvrouw, geassisteerd door Hend. Muijs, zijn erfgenamen van Elijzabeth Jan Dircksz weduwe. [Het is een vrij onleesbaar handschrift.] Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 701), inv.nr. 696, d.d. 13-11-1553 (scan 17) --- Claes Aertsz onverhinderd zijn actie en gerechtigheid tegen Jan Bosz, Jan Willemsz en Gerrijt Bertsz als mannen en voogden van hun huisvrouwen, erfgenamen van Jan Dijrcksz en Catherina, zijn huizvrouw, originele gedaagden, als requiranten, aan de ene zijde, versus Anthonis Jansz, eiser, aan de andere zijde. De requiranten worden in het bezit gesteld van het huis en hofstede, gelegen te Utrecht, met alle toebehoren. Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 705), inv.nr. 671-5, d.d. 16-02-1554 (scan 9) --- Jan Willemsz op de Heemstede, voor zijn huisvrouw Lijsbet, Gerrit Berten op het Hoogland onder IJsselstein, voor zijn huisvrouw Luijtgen, en Claes Aertsz Vereem, voor zijn huisvrouw Marigen, dragen over aan Jacob Verborch een huis en hofstede met alle toebehoren, gelegen aan de westzijde van de Nieuwstraat, belend ten oosten de Nieuwstraat, ten westen Bartolmees die Rijck, ten zuiden Aris Jacobsz en ten noorden Jacob van Dorsschen. Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 705), inv.nr. 705-6, d.d. 08-05-1555 (scan 39) --- Claes Aertsz, wonende te Odijk, als man en voogd van Marigen, Jan Willemsz op de Heemstede als man en voogd van Elijzabeth, en Gerrit Bertten, wonende op het Hoogland onder IJsselstein, als man en voogd van Luijtgen, allen dochters van Jan Dijrcksz en Karijn, zijn huisvrouw, Dijrck van Oestrums dochter, beiden overleden. Hun ouders hadden aan hen gelegateert een huis en hofstede met alle toebehoren, staande alhier, inclusief huisraad, inboedel, etc. Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 705), inv.nr. 705-7, d.d. 31-10-1555 (scan 32) | Barten, Gerrit (I3891)
|
| 3268 | Inventaris van de roerende goederen, bevonden ten huize van Catharina Jan Dircksz weduwe zaliger, wonende in de Nieuwstraat aan de westzijde, op het verzoek van Toenis Jansz "op die Hee[m]stede nae dat hij hem op huijden inde naegelaten goederen van de zelfden Catharina hadde bij de schout ende scepenen ... hadde doe inleijde". Zijn broers en zussen protesteren. Present waren Elijzabeth en Luijchgen Jan Dircksz dochters met voornoemde Toenis Jansz. Claes Aertsz als man en voogd van Marichge, zijn huisvrouw, Jan Willemsz als man en voogd van Elijzabeth, zijn huisvrouw, en Gerrit Bertsz als man en voogd van Luijtge, zijn huisvrouw, geassisteerd door Hend. Muijs, zijn erfgenamen van Elijzabeth Jan Dircksz weduwe. [Het is een vrij onleesbaar handschrift.] Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 701), inv.nr. 696, d.d. 13-11-1553 (scan 17) --- Claes Aertsz onverhinderd zijn actie en gerechtigheid tegen Jan Bosz, Jan Willemsz en Gerrijt Bertsz als mannen en voogden van hun huisvrouwen, erfgenamen van Jan Dijrcksz en Catherina, zijn huizvrouw, originele gedaagden, als requiranten, aan de ene zijde, versus Anthonis Jansz, eiser, aan de andere zijde. De requiranten worden in het bezit gesteld van het huis en hofstede, gelegen te Utrecht, met alle toebehoren. Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 705), inv.nr. 671-5, d.d. 16-02-1554 (scan 9) --- Jan Willemsz op de Heemstede, voor zijn huisvrouw Lijsbet, Gerrit Berten op het Hoogland onder IJsselstein, voor zijn huisvrouw Luijtgen, en Claes Aertsz Vereem, voor zijn huisvrouw Marigen, dragen over aan Jacob Verborch een huis en hofstede met alle toebehoren, gelegen aan de westzijde van de Nieuwstraat, belend ten oosten de Nieuwstraat, ten westen Bartolmees die Rijck, ten zuiden Aris Jacobsz en ten noorden Jacob van Dorsschen. Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 705), inv.nr. 705-6, d.d. 08-05-1555 (scan 39) --- Claes Aertsz, wonende te Odijk, als man en voogd van Marigen, Jan Willemsz op de Heemstede als man en voogd van Elijzabeth, en Gerrit Bertten, wonende op het Hoogland onder IJsselstein, als man en voogd van Luijtgen, allen dochters van Jan Dijrcksz en Karijn, zijn huisvrouw, Dijrck van Oestrums dochter, beiden overleden. Hun ouders hadden aan hen gelegateert een huis en hofstede met alle toebehoren, staande alhier, inclusief huisraad, inboedel, etc. Bron: HUA, Stadsgerecht Utrecht (toegangsnr. 705), inv.nr. 705-7, d.d. 31-10-1555 (scan 32) | Dirks, Jan (I3893)
|
| 3269 | Is doopgetuige bij de kinderen van haar broer Gerrit Jans Kloofhoudt --- RK dopen Montfoort: 11-12-1662 Jannichie; o. Jan Kloofhout en Stijntie Evers; g. Geertruijt Evers (fornicae nata) | Kloofhout, Burgje Jans (I1909)
|
| 3270 | Is Lijsbeth Maertensdr de moeder van de kinderen van Pieter Jacobsz Craen? --- Willem Jacobsz is schuldig aan Pieter Jacobsz Craen, voogd van de drie weeskinderen van Jan Adriaensz, namelijk Adriaen Jansz, Barber Jansdr en Jannetje Jansdr, 4 1/2 gulden erfelijke losrente per jaar met hypotheek op een huis en erf met 12 morgen land, strekkende van de Voorweg tot de Dwarswetering, belend ten oosten de gemene weg en Cors Jacobsz en ten westen Jan Dircksz Wittebol en Thijs snijder. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 119v, d.d. 00-12-1556 --- Cornelis Cornelisz Craen en Jan Willem Jan Aertsz, Heilige Geestmeesters, hebben ontvangen van Pieter Jacobsz Craen als testamentair van zijn zuster Aef Craenen, huisvrouw van Jan Pietersz te Zevenhuizen, een brief d.d. 17-11-1552 van 12 pond hollands verzekerd op de woning van Willem Jacobsz Craen, groot 12 morgen, waarvoor zij elke dinsdag een heilige mis moeten doen lezen, hetzij door de kapelaan van het Heilig Kruis Gilde alhier als er een kapelaan is en anders door de pastoor van Hazerswoude als hij het begeert. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 209, d.d. 00-04-1559 --- Mees Cornelisz is schuldig aan Pieter Jacobsz Craen 200 gulden met hypotheek op 14 1/2 hond land als hierboven geschreven waar de schuld door ontstaan is, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Toenis van Leeuwen en ten westen Andries Claesz onder de voorwaarde dat als Pieter Jacobsz het wil, de voornoemde comparant gehouden zal wezen hieronder te stellen tot hypotheek zijn woning gelegen te Boskoop met 21 1/2 morgen land. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 251, d.d. 00-12-1559 --- Jacob Pietersz Craen is schuldig aan zijn vader Pieter Jacobsz Craen 10 gulden per jaar met hypotheek op 3 morgen 1 hond land waarvan de hoofdsom roerende is buiten weg, strekkende van de Nieuwe vaart noordwaarts tot de Delft, belend ten oosten Adriana Jansdr, weduwe van Jacob Gerritsz en ten westen Pieter Jacobsz voornoemd. Afgelost 20-11-1609. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 320v, d.d. 05-06-1560 --- Pieter Andriesz is schuldig aan Pieter Jacobsz Craen en Jacob Dircksz, Heilige Geestmeesters, 1 pond hollands per jaar van 15 stuivers, met hypotheek op een huis met berg en schuur en 4 1/2 morgen land, belend ten oosten Claes Dircksz en ten westen Cornelis Gerritsz Keijser, 1 1/2 morgen 1/2 hond land belend ten oosten de monniken te Warmond of Adriaen Jansz backer bruiker en ten westen Andries Claesz, de vader van de schuldenaar. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 450, d.d. 31-03-1562 --- Testament van Willem Jacobsz Craen. Hij benoemt zijn wettige kleinkinderen tot erfgenamen en legateert zijn kinderen Jacob, Cornelis, Dirck en Adriaen alsmede Dieuwer, Lijsbeth en Maritje elk 20 gulden voor hun legitieme portie en benoemt tot executeurs testamentair zijn neef Cornelis Gerritsz, pastoor te Boskoop, zijn broer Pieter Jacobsz Craen alsmede de pastoor, schout en Heilige Geestmeesters van Hazerswoude. Hij legateert nog aan de Heilige Geest van Hazerswoude 2 pond hollands per jaar die hij sprekende heeft op huis en goederen van Pouwels Adriaensz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 458v, d.d. 21-04-1562 --- Cornelis Willem Jan Aertsz verkoopt aan zijn schoonvader Pieter Jacobsz Craen een bezegelde rentebrief d.d. 04-05-1561 op Gerrit Ponsz, groot 36 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 504v, d.d. 07-12-1562 --- Jacob Willemsz Craen, Cornelis Willemsz Craen, Dirck Willemsz Craen, Dirck Jansz, man en voogd van Dieuwer Willemsdr, Cornelis Claesz, man en voogd van Maritje Willemsdr, Mees Dircksz, man en voogd van Lijsbet Willemsdr en Adriaen Willemsz Craen voor zich zelf en voor hun kinderen, allen erfgenamen van Willem Jacobsz Craen, hebben op advies van hun oom Pieter Jacobsz Craen en Zweer Harmansz van der Poll als testamentairs van Willem Jacobsz Craen verkocht aan Claes Aelbrechtsz 9 hond land met een turfschuur, belend ten oosten Hendrick Ruttensz en Dirck Aelbrechtsz, ten westen Thijs Pietersz snijder, ten zuiden de Achterweg en ten noorden Dirck Willemsz Roos. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 115v, d.d. 01-12-1566 --- Lijsbeth Willemsdr, weduwe van Mees Dircks als moei en Pieter Jacobsz Craen als oud-oom en bloedvoogden van de weeskinderen van Dirck Willemsz Craen en Sijmon Gerritsz, haar neef en Jacob Cornelisz Craen en Sijmon Dircksz als Heilige Geestmeesters van Hazerswoude van 1576 ter eenre, Pieter Huijbertsz als actie hebbende van Toenis Neel Doesz ter andere zijde zijn als volgt overeengekomen: Pieter Huijbertsz zal na meidag 1577 nog 4 jaar Aechte Dircksdr, weeskind van de voorsz. Dirck Willemsz Craen en Appolonia Adriaensdr onderhouden. Lijsbeth Willemsdr en Pieter Jansz Craen dragen met consent van de voorsz. Toenis Neel Doesz en Pieter Huijbrechtsz voorsz. over een huis met berg en schuur alsmede de minste helft van 3 morgen land, belend ten oosten Dieuwer Claesdr te Leiden met haar zwager en ten westen Michiel Boonenz, strekkende van de Voorweg tot de dwarssloot toebehorende de erfgenamen van Eijmbrecht Hendricksz, belast met 6 gulden per jaar. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 15v, d.d. 16-06-1577 --- Testament van Pieter Jacobsz Craen en Lijsbeth Maertensdr. Pieter met een kruk door lammigheid des lichaems. Langstlevende de lijftocht van de westkamer met de helft van het schuurtje. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 371v, d.d. 08-08-1580 --- Lijsbeth Maertensdr, weduwe van Pieter Jacobsz Craen, Jacob Pietersz Craen en Willem Pietersz Craen elk voor hen zelven en Wouter Cornelisz en Cornelis Willemsz elk namens hun vrouwen, als erfgenamen van de voorsz. Pieter Jacobsz Craen stellen dat Pieter Jacobsz Craen tijdens zijn leven had verkocht en dat zij thans overdragen aan Matthijs Cornelisz de voorsz. Lijsbeth Maertensdr broer, die ook voor ons compareerde en zijn recht overdroeg aan Willem Cornelisz 2 percelen land, belend het ene ten oosten Aernt Gerritsz, ten westen Anna, Joost Jacobsz weduwe, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart en het andere ten oosten de erfgenamen van Floris Gerritsz, Dirck Pietersz Boos en Cornelis Cornelisz jonge Coninck, ten westen Cornelis Willemsz, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden de erfgenamen van Gerrit Lourisz te Koudekerk tezamen groot de helft van 8 morgen 5 hond 86 roe volgens de oude brieven, die worden overhandigd, ...... Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 28, d.d. 29-11-1580 --- Willem Cornelisz bekende schuldig te zijn aan de vier erfgenamen van Pieter Jacobsz Craen zijn beste vader als Jacob Pietersz, Willem Pietersz, Wouter Cornelisz en Cornelis Willem Jan Aertsznz 150 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 29v, d.d. 29-11-1580 --- Bertgen Gijsbrechtsdr, weduwe van Jan Engebrechtsz met Roelof Adriaensz, haar zwager, is schuldig aan Lijsbeth Maertensdr, weduwe van Pieter Jacobsz Craen, 850 gulden wegens koop van 2 morgen 3 hond 91 roe land, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Grietje, Bruijn Willemsz weduwe en ten westen de kinderen van Adriaen Willemsz Vergeer, alsmede het huis daarop staande, waarin Lijsbeth mag blijven wonen in de kamer of in een ander klein huisje dat zij op de werf zal moeten timmeren, met waarborg het voorsz. onroerend goed alsmede 7 morgen land gelegen buiten weg tegen deze woning, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de dwarswetering toe, belend ten oosten Hendrick Cornelisz Croeswijck en ten westen Jacob Vastensz timmerman, Maritje Jacob Wittebols, Sijmon Dircksz en Adriaen Gerritsz erfgenamen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 413, d.d. 16-04-1581 --- Lijsbeth Maertensdr, weduwe van Pieter Jacobsz Craen met Mathijs Cornelisz, haar broer en gekoren voogd, verkoopt Bartgen, Jan Engebrechtsz weduwe en Cornelis Joostensz, haar zwager, 2½ morgen 91 roe met huis, berg en schuur, gelegen binnen weg, belend ten oosten Grietje, Bruijn Willemsz weduwe en ten westen ......, mits dat Grietje Adriaensdr en Maertje Cornelisdr een huis en klein erfje hebben op het noordeinde aan de Voorweg, belast met de helft van 6 gulden per jaar waarvan Cornelis Gerritsz Keijser de wederhelft betaalt ten behoeve van Joncker Jan van Bassenroede te Montfoort. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 433, d.d. 16-04-1581 --- Gerrit Foeijtensz backer, man en voogd van Lijsbeth Martijnsdr, die te voren weduwe was van Pieter Jacobsz Craen, verkoopt Jan Hendricksz van der Does, korenkoper te Leiden, een schuldbrief houdende nog 500 gulden als reste van 815 gulden ten laste van Bertge Gijsbrechtsdr, weduwe van Jan Engebrechtsz en Cornelis Joostensz, haar zwager, van 16-04-1581, betaald met 500 gulden die hij aan de koper schuldig was. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 377, d.d. 23-04-1587 --- Cornelis Jacobsz Craen verkoopt Lijsbeth Maertensdr, weduwe van Gerrit Foeijtsz, een rentebrief d.d. 05-01-1596, groot 6 gulden 12 stuivers 8 penningen per jaar losbaar met 106 gulden ten laste van Maritje Cornelisdr, zijn moeie, weduwe van Crijn Aertsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 553v, d.d. 04-12-1597 --- Willem Sijmonsz Hemelop is schuldig aan Lijsbeth Maertensdr, weduwe van Gerrit Foeijtsz, 6 gulden 5 stuivers per jaar met hypotheek op 3 1/2 morgen land, belend ten oosten Willem Pietersz, ten westen Jan Gerritsz Noortlander, ten noorden Neel Willem Louwen en ten zuiden de nieuwe vaart. Afgelost 03-04-1628. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 627v, d.d. 25-10-1598 --- Claes Willemsz is schuldig aan Lijsbeth Maertensdr, weduwe van Gerrit Foeijtensz, 18 Rijnsguldens 15 stuivers per jaar met hypotheek op 12 1/2 hond land, belend ten oosten Claes Woutersz, ten westen Gerrit Willemsz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart alsmede op zijn huis en erf, belend ten oosten Aernt Aerntsz Corffbreyer en Mees Willemsz, ten westen Gerrit Adriaensz en Trijn Adriaensdr, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 639v, d.d. 22-11-1598 | Craen, Pieter Jacobs (I3777)
|
| 3271 | Is oock ten selven dage gedoopt het kint van Willem Jansz Vermij, is genoemt Trijntgie Getuijge, beneven de vader die daer op houd, geweest zijnde, Maerten Jansz Vdam, Maertgie Maertens, Lijstbeth Jans. --- 151.2.02-18 Doopregisters, 1621-1739, 1792-1815 (zie inv. 52), 1818-1969. Doopinschrijving Doopinschrijving Trijntgie Vermij, 1647, Ter Aar Registratiedatum: 25-08-1647 Doopdatum: 1647 Doopplaats: Ter Aar Kind: Trijntgie Vermij Vader: Willem Janse Vermij Getuige: Maerten Jansz Verdam, Maertgien Maertens en Lijsbeth Jans Religie: Nederduits-gereformeerd Gemeente: Ter Aar Toegangsnummer: 151.2.02 Archief van de Hervormde gemeente te Ter Aar, 1621-1980 Inventarisnummer: 18 Bladzijde: 41 | Vermeij, Trijntje Willems (I3322)
|
| 3272 | It. Cornelis Adriaens kindt Adriaen | Bijkerk, Adriaan Cornelis (I290)
|
| 3273 | Item mr. Rijck Pauw Petromelle Verijsers kint Jacobus geboren .. junij getuijgen Wijnant Pauw | Pauw, Jacobus Rijken (I2479)
|
| 3274 | Item [kint] Marritie [ouders] Hendrick Willemsz van Elslant, Marritie Jelis van Rijcke [getuijgen] Geertie Pieters van den Bergh | Elstland, Marrigje Hendriks (I1022)
|
| 3275 | item Aafje Claas Arijsz van Heiningen, Trijntie Lamberts van Tongeren Trijntie Ariaans van Heiningen | van Heiningen, Aafje Claas (I1326)
|
| 3276 | Item daer nevens an die zelle hoert toe Griet Jan Pieterszs. anden Groenendijc mit haer helpers ende wart opengedaen int jaer van 1500 ende 15, daer wart begraven Jan Pietersz. Keijser in, weeder opengedaen int jaer van ’73 opten 8 September ende leijt begraven Dieuwer Claes dochter. [Kanttekening: Ende is niet betaelt vant opendoen.] Item dat vierde int vijtlaet an die duer hoert toe die kerck. Item daer nevens hoert toe die kerc ende wort opengedaen int jair van ’10. Is opengedaen int jaer van (?) opten (niets ingevuld) ende leit begraven Heijndrick Jansz. [Kanttekening: Ende is niet betaelt van den coop.] Bron: Register van eigenaren van de graven en banken in de parochiekerk van Hazerswoude anno 1517 (Ons Voorgeslacht nr. 646/A. van der Tuijn). --- 12-12-1561: Jan Willemsz, Claes Willemsz, Cornelis Willemsz, Cors Hendricksz van Zwammerdam, man en voogd van Trijntje Willemsdr, Barbara Willemsdr en Fijtje Willemsdr met Hendrick Jansz, hun oom en voogd, kinderen en erfgenamen van Willem Jansz Ket, verkopen aan hun stiefvader Jan Woutersz al het recht, actie en aanzeggen dat zij geërfd hebben van hun vader. Bron: GAAR, ora Hazerswoude 16, fol. 301v. 1-11-1563: Hendrick Jansz verkoopt aan zijn zoon Pieter Hendricksz tot boelgaaf 3 hond land met nieuw getimmerte, belend ten zuidoosten Claes Pietersz, ten noordwesten en zuiden de verkoper en ten noorden de Rijndijk. Koopsom 100 gulden. Bron: GAAR, ora Hazerswoude 16, fol. 593. 1-5-1566: Claes Hendricksz is schuldig aan Gerrit Pijnssen 18 gulden per jaar met hypotheek op 5 morgen 2 hond land, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot aan Joris Cornelisz, belend ten westen Cornelis Sproncxz en de weduwe van Claes Dirck Adriaensznz en ten oosten Gerrit Cornelisz. Borg zijn vader Hendrick Jansz, wonende aan de Groenendijk. Bron: GAAR, ora Hazerswoude 17, fol. 66v 9-9-1571: Pieter Hendricksz Keijser, wonende aan de Groenendijk, heeft uit de boedel van zijn overleden vader Hendrick Jansz gekocht een weer land, strekkende uit de Rijn achter over de Slingerka aan het ambacht van Benthuizen, belend ten oosten Lambert Claesz en Frans Claesz, ten westen Joris Hendricksz, Claes Hendricksz, Dirckje Hendricksdr en Claes Jansz Verspeck zijn broers en zwager en Mouwerijn Jansz voor 2600 gulden, in mindering waarvan hij schuldig is aan Cornelis Hendricksz, Dirckje Hendricksdr en Barbara Hendricksdr zijn broer en zusters 900 gulden. Hij zal op Heiligermisdag 1572 moeten betalen 300 gulden ten behoeve van Joris Hendricksz, Jan Hendricksz, Claes Hendricksz, Pieter Hendricksz, Cornelis Hendricksz, Dirckje Hendricksdr, Barbara Hendricksdr, Hendrick Claesz, Dirck Claesz, Claes Jansz Verspeck en Jeroen Pietersz elk namens hun vrouw, elk 1/12e gedeelte of 25 gulden 6 stuivers en hij geniet kwijtschelding van 96 gulden omdat hij tot zijn laste neemt 22,5 stuivers 1 penning per jaar Bron: GAAR, ora Hazerswoude 17, fol. 560. 10-12-1577: Jan Hendricksz, Joris Hendricksz, Pieter Hendricksz Keijser, Pieter Hendricksz, wonende te Alphen en Cornelis Hendricksz, broers, Claes Jansz Verspeck namens Grietje Hendricksdr zijn vrouw, Cornelis Aerntsz gehuwd met Trijn Hendricksdr, Dirck Claesz wonende te Alphen gehuwd met Geertje Hendricksdr, Dirck Claesz wonende te Voorhout gehuwd met Dirckje Hendricksdr, Pieter Willemsz Wetsman gehuwd met Aeltje Claesdr, de weduwe van Claes Hendricksz en Barbara Hendricksdr met Joris Hendricksz, haar broer als haar gekoren voogd en haar sterk makende voor Willem Cornelisz gehuwd met Maritje Hendricksdr, weduwe van Hendrick Claesz en haar kinderen, allen erfgenamen van Hendrick Jansz en Dieuwertje Claesdr hun vader en moeder. Scheiding en deling van de boedel. Claes Jansz Verspeck namens zijn vrouw en actie hebbende van Joris Hendricksz krijgt de helft van 10 morgen, Pieter Willemsz Wetsman representerende de plaats van Claes Hendricksz zo voor hem zelve als actie hebbende van Dirck Claesz te Voorho Bron: GAAR, ora Hazerswoude 18, fol. 50v. 30-11-1578: Pieter Hendricksz Keijser, wonende aan de Groenendijk, verkoopt Maritje Willemsdr, weduwe van Vranck Claesz, wonende in Achthoven onder Leiderdorp een perceel land aan de Groenendijk, strekkende uit de Rijn tot de molenwetering toe, belast met 20 stuivers per jaar; nog het land daar tegenaan gelegen, strekkende van de voorsz. molenwetering tot de binnen kade toe, belast met 2,5 gulden, daar voorts tegenaan gelegen is in het zelfde weer Cornelis Hendricksz, broer van de verkoper, belend ten oosten Jan Adriaen Jansz, ten westen Joris Hendricksz, Barbara Hendricksdr en Dirck Claesz aan de Goutsluis, welke Cornelis Hendricksz ook van zijn land jaarlijks schuldig is 2,5 gulden, alles ten laste van de erfgenamen van Huijbert de Jonge, dokter in de medicijnen, in mindering van 8 gulden die voorts "veruult moeten werden bij Maritje Hendricksdr hoir zuster of heur kinderen" en de voorsz. 8 gulden zijn 1/3 van 24 gulden eeuwige erfpacht, waarvan de rest door anderen moet worden betaald; in het voors Bron: GAAR, ora Hazerswoude 18, fol. 167. 9-2-1580: Jan Hendricksz, Joris Hendricksz, Pieter Hendricksz Keijser, Pieter Hendricksz te Alphen, Claes Jansz Verspeck gehuwd met Grietje Hendricksdr, Cornelis Arentsz gehuwd met Trijn Hendricksdr, Dirck Claesz te Alphen gehuwd met Geertje Hendricksdr, Dirck Claesz te Voorhout gehuwd met Dirckje Hendricksdr, Willem Willemsz Hoffthuijn gehuwd met Barbara Hendricksdr, Willem Cornelisz gehuwd met Maritje Hendricksdr, allen als erfgenamen van Cornelis Hendricksz, hun broer, verkopen Maritje Willemsdr, weduwe van Vranck Claesz, in zijn leven wonende te Leiderdorp, een derde gedeelte van 9 morgen land waarvan de koopster de rest bezit, welk derde gedeelte belend is ten oosten Jan Adriaensz en ten westen Willem Willemsz Hoffthuijn, strekkende van de binnenkade of het land van de koopster af zuidwaarts tot over de Slingerka in de Oude Wilck, van welke 9 morgen land de erfgenamen van Mouwering Jansz 2,5 hond bezitten en de kerk van Leiderdorp gelijke 2,5 hond, belast met 8 stuivers 5 penningen 1 witte per ja Bron: GAAR, ora Hazerswoude 18, fol. 295. | Jans, Hendrik (I4275)
|
| 3277 | Item den 22 martij Cornelis Jansz, Annetge Heijndricks tkint Maerten Getuijgen Pieter Jansz, Lambert Heijndricksz, Jannetge Jansdr | van 't Kruijs, Maarten Cornelis (I1984)
|
| 3278 | item den selven dito gedoopt een kint genaemt Claertje de vader Balten Aelbertsz Spruijt, de moeder Hilletje Sijmons. | Spruijt, Claartje Baltens (I2968)
|
| 3279 | item Dirck Arjense Clare et Emerens Spanenburg testes Piter Arjense Claren et Afje Cornelis Lelijvelt. Fr. Cor. Brouwer | Gezin: Dirk Ariens Claren / Emmigje Maartens Spanenburg (F1754312636)
|
| 3280 | item Dirk Jan Dirks Ariaentje Pieters Lijsbeth Dirks | Blok, Dirk Jans (I325)
|
| 3281 | item hebben eerste geboden Cornelis Heijndrixsz van Heijningen j.g. van Leijddorp met Lijsabeth Jansdr van Catwijck op den Rijn Leiderdorp - NH trouwboek --- Cornelis Hendrickse van Heijnigen jongman van Leijderdorp ende Lisebeth Jans van Catwijck op den Rijn vertoonende attestatie van Leijderdorp onderteekent bij Johannes Breele, sijn alhier getrouwt den 9 junij 1624 | Gezin: Cornelis Hendriks van Heijningen / Lijsbet Jans van Schagen (F1754313813)
|
| 3282 | Item het kint van Dirck Cornelisz genaemt Trijntjen Getuijgen Willem Corsen, Annetjen Floresdr | Victorie, Trijntje Dirks (I3377)
|
| 3283 | Item het kint van Jacob Gijsen genaemt Jacop. Getuijgh. | Ram, Jacob Jacobs (I2630)
|
| 3284 | Item Jan Heijndricksz Aeltgen Klaas t kint Magteltgen Getuijgen Klaas Klaasz, Annetge Klaas | Heemskerk, Magteld Jans (I1304)
|
| 3285 | Item lors mesme a esté baptisé l'enfant de Jean Rame, et Jeanne d l'Hostelerie sa femme. Le nom de l'enfant a esté Jeanne. | Rame, Jannigje (I2632)
|
| 3286 | Item Sytse Idses ende Aaltje Watses kind genaamt Ids | Sijtses, Ids (I2872)
|
| 3287 | Item [14 november 1627] Jan Jansz J.M. met Trijntge Pieters w. van Leendert Crijnen beijde van Nieucoop Bron: Nieuwkoop - NH trouwboek | Gezin: Leendert Crijnen / Crijntje Pieters (F1754313796)
|
| 3288 | Item [22-05-1639] Heijndrick Huijbertsz w. van Aaltge Phillips van Nieukoop met Maritge Jans w. van Kornelis Jansz Keijser van Waddinxveen. Bron: Nieuwkoop - NH trouwboek | Gezin: Hendrik Huiberts Heemskerk / Adriaantje Jans (F1754312855)
|
| 3289 | iulij 1674 Gijsbert Cornelissen de kuiper, met Iannetje Pieters Schrien cum dispens. religi | Gezin: Gijsbert Cornelis Groeneveld / Jannetje Pieters Schrien (F1754313541)
|
| 3290 | IV. MEES CORNELISZ. VALKENBURG, geb. Delft 31 januari 1621. Hij huwde Pijnacker (ondertr. Delft 16 januari 1644) 31 januari 1644 met Grietje Jans van Bleijswijk, geb. Pijnacker, dochter van Jan Thijmonsz. en Adriaantje. Jansdr. Bron: Stamreeks Valkenburg (Delft) door H.K. Nagtegaal | Timons, Jan (I3152)
|
| 3291 | IVa. HUYCH WILLEMSZ. DIE BLOET, wonend buiten de Ketelpoort aan de Schie aan de Overslag, gezworene van Hof van Delft 11 februari 1591, vermeld als welgeboren man van Delfland en wonend op de Schie in het ambacht van Vrijenban 1611, 1617 en 1618, begr. Delft 16 mei 1627 (wonend buiten op Schie). Op 18 februari 1607 eist Annitje Symonsdr., als houdster van een rentebrief, van Huych Willemsz. die Bloet, als bezitter van de eisers IJpen, betaling van 58 carolus gulden. Huych erkent de eis van de eiseres en zal betalen Sint Jacob eerstkomende. Op 5 januari 1620 geeft Huych Willemsz. die Bloet, wonende op Schie, een gift aan Gerrit Anthonisz. Smidt in Den Haag van 21 en een halve morgen onvrij hofland in de hoefslag van Vockestaart.Hij is vermeld in het verzweerboek van Hof van Delft van 1589 als Huych Willemsz., wonend op Schie, waarbij hij zweert 4 en een half morgen land in de hoefslag van Papsouw gekocht te hebben van Machtelt Ariens van Adrichem. Hij huwde Delft 21 mei 1589 als j.g. met Aeltg Bron: Bloois door H.M. Morien --- "Catharina Pietersdr wonende ter sijde van de nije kerck binnen deser stadt Delft (...) ende legateert sij testatrice noch aen Jan Willems de Bloot wonende in Maeslant, ende aen Huijch Willemsz de Bloot wonende aenden Overslach" Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1531, fol. 46, d.d. 08-02-1609 --- "Catharina Pietersdr, ongehoude persoone, wonende aende noortsijde van de nijenwe kerck (...) ende legateert sij testatrice noch bij desen aen Jan Willemsz de Bloot wonende in Maeslant, ende aen Huijch Willemsz de Bloot, wonende aende Overslach" Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1531, fol. 134, d.d. 06-03-1611 --- "Testament van Huijch Willemsz de Bloot ende Aeltgen Pietersdr geechte man ende wijf wonende opt Schije (...) Huijch Willemsz de Bloot, lantman, ende Aeltgen Pietersdr van der Meer geecht man ende wijff (mijn notaris wel bekent) beijde wonende buijten de Ketelpoort opt Schije" Bron: SA Delft, ONA Delft (toegangsnr. 161), inv.nr. 1532, fol. 197v, d.d. 17-08-1621 | de Blois, Huig Willems (I321)
|
| 3292 | IVa. Mees Leenderts Buijtelaar geb. ca. 1620 won. Veerstalblock huwt 1. 1647 Marrigje Jans Wiloom dr. van Jan Dirks Wiloom en Emmigje Jorisdr kinderen: Aafje Meesdr Buijtelaar geb. 1655 huwt 1682 Arie Willems huwt 2. 1664 Marrigje Jans Bron: Krimpenerwaardse Geslachten door J. de Jager --- NH dopen Gouderak: 30-11-1659 Marijtje; o. Mees Leenderdsz en Marrigje Jans; g. Pieter Jansz, Annetje Joris, Iefje Leenders 06-04-1664 Pleun; o. Mees Leenderdsz | Buitelaar, Mees Leenderts (I532)
|
| 3293 | IVb. Adriaen Willems Levelang, geb. 1602, overl. tussen 18-5-1648 en 24-3-1656, otr. Hillegersberg 5-1-1627 Geertge Cornelisdr., j.d. van Hillegersberg, overl. tussen 11-2-1692 en 20-4-1693, dr. van Cornelis Pleunen en Trijntgen Philips. Bron: Genealogie van het geslacht Leeflang(h)/Levelang(h): (Zevenhuizen), J. Heemskerk en W. Paul. Eerder gepubliceerd in Zuid-Hollandse Genealogieën, deel II, 1991. --- Willem IJsbrantsz Levenlang, onze buurman, weduwnaar en boedelhouder van Sophitgen Adriaensdr, heeft met toestemming van de schout en schepenen zijn zeven kinderen uitgekocht. Het gaat om IJsrbantsz Willemsz, St. Jan 1612 18 jaar oud, IJdeken Willemsdr, Vastenavond 1612 15 jaar oud, Marritgen Willemsdr, kerstavond 1611 12 jaar oud, Arien Willemsz, St. Jan 1612 10 jaar oud, Gerrit Willemsz, Allerheiligen 1611 7 jaar oud, Cornelis Willemsz St Jan 1612 5 jaar oud en Plonis Willemsz nu 3 jaar oud. Adriaen Franckensz, wonende te Bleiswijk en Jacob Cornelisz Schoutten en Allert Philps, wonende ten Berg [Hillegersberg] zijn voogden van voornoemde kinderen. De comparant zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun 18e jaar, waarbij de kinderen een uitzet meekrijgen. De vader belooft elk kind 550 gulden en een gouden ring voor de meisjes en een rosenobel voor de jongens. Als onderpand geldt 4 morgen land met een huis, berg en schuur in de Catgespolder in het Noordeinde van Zevenhuizen, belend ten oosten Cri Bron: SAMH, WK Zevenhuizen (toegangsnr. 13), inv.nr. 2, fol. 47v, d.d. 13-05-1612 --- Cornelis Claesz Breetvelt, onze buurman, heeft overgedragen aan Arien Willemsz Levelang en Ploen Willemsz Levelang, broers, een huis, erf, berg en schuur met ca. 6 morgen 2 hond land, gelegen in de Swanlasche polder aan de Rotte. Het huis is strekkende van de Rottekade tot Maerten Pietersz, belend ten noorden Maerten Pietersz Breetvelt en ten zuiden Anne Roken; het land is strekkende van de Rottekade oostwaarts tot de Wetering, belend ten noorden Tijmon Dircxsz en ten zuiden de woning van de kinderen van Lenert Ploen Crijnen c.s. De koopsom is 6.400 gulden. [Schuldbrief volgt.] Bron: SAMH, ORA Zevenhuizen (toegangsnr. 12), inv.nr. 53, fol. 211, d.d. 07-03-1635 --- Leendert Cornelissen (...) Doelman een perceel dat aan de westzijde wordt begrenst door Cornelis Leenert Matsen en Abraham Leenert Matsen, aan de oostzijde door de schout van zevenhuizen, aan noordzijde door Arij Willemssen Leefflangh, en aan de zuidzijde door Arij Janssen en Goossen Janssen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 459, aktenr. 98, d.d. 18-06-1655 --- Pieter en IJsbrant Ariensz Chrijsman, beiden voor hen zelf, Adriaen Pietersz Crijsman, grootvader en voogd van IJda Willemsdr, Eldert Willemsz en Maritgen Willemsdr, kinderen van Fijtgen Ariens Chrijsman, kinderen en kleinkinderen van IJda Willems Levelang zaliger, Claes Lenertsz Dul, enige zoon van Maritgen Willems Levelang, Maerten en IJsbrant Ariensz Levelang, beiden voor hen zelf, Teunis Ariensz Levelang, getrouwd met Ariaentgen Ariens Levelang, Cornelis Pleunen, grootvader en voogd van Fijtgen Ariens, Pleun Ariensz, IJda Ariens, Cornelis Ariensz, Jan Ariensz, Willem Ariensz en Crijntgen Ariens Levelang, kinderen van Arien Willemsz Levelang, Pleun Willemsz Levelang, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Gerrit Willemsz Levelang, Vranck Ariensz van der Meer, geordonneerde voogd van Dieuwertgen Cornelis Levelang, nagelaten dochter van Cornelis Willemsz Levelang, Claes Jansz Bruijnswijck, getrouwd met Neeltgen Willems Levelang, samen erfgenamen van IJsbrant Willemsz Levelang zaliger, hebben onderli Bron: SA Rotterdam, WK Hillgersberg (toegangsnr. 6-01), inv.nr. 2054, fol. 35v, d.d. 24-04-1657 --- Geertjen Cornelisdr, weduwe van Arien Willemssen Levelangh, geassisteerd door Jan Cornelis Pleunen, haar gecoren voogd, Frans Cornelisz Nelemaet, getrouwd geweest met Marijtjen Cornelsidr, Willem Pietersz Peijen, getrouwd met Marijtjen Willems, Arien Peijensse, getrouwd met Trijnjen Willemsdr, kinderen van Teuntjen Cornelis, waar vader van is Willem Cornelis Michielen, Jan Cornelis Michielen, getrouwd geweest met Aeltjen Cornelisdr, Jan Cornelis Pleunen voor zichzelf en Peiter Domensse Kerckhoff, getrouwd met Ariaentjen Cornelisdr, kinderen en kleinkinderen en erfgenamen van Trijntjen Philpsdr zaliger, in haar leven huisvrouw van Cornelis Pleunen, wonende aan de zuidzijde van de Rotte onder dit ambacht. Boedelscheiding volgens het testament van Cornelis Pleunen en Trijntjen Philps voor notaris Gerrit van Leeuwen en getuigen te Pijnacker gepasseerd op 19-03-1647. Geertjen Cornelisdr is door blinde loting ten deel gevallen de helft van een partij land, 3 morgen 4 hond groot, strekkende van de Rotte tot Bron: SA Rotterdam, ORA Hillegersberg (toegangsnr. 6-01), inv.nr. 1824, fol. 226v, d.d. 15-03-1662 --- Pleun Ariensz Leeflangh, uit het ambacht Sevenhuysen en Geertge Cornelisdr, zijn moeder, weduwe van Arien Willemsz Leeflangh, zijn borg, bekennen 150 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Ariensz van der Meer te Sevenhuysen. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 237, aktenr. 25, d.d. 24-03-1665 --- Geertge Cornelisdr, weduwe van Arien Willemsz Leeflangh, wonende aan de Rotte in het Suyteynde van Sevenhuysen bekent 600 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Ariensz van der Meer. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 237, aktenr. 128, d.d. 06-04-1666 | Leeflang, Arie Willems (I2088)
|
| 3294 | IVo. Michiel IJsbrants Leeflang, won. Nieuwerkerk a/d IJssel, overl. tussen 27-10-1675 en 24-3-1680, tr. Ariaentje Jacobs Verduijn, overl. na 14-8-1680, dr. van Jacob Pieters van der Duijn en Annetje Joris. Bron: Genealogie van het geslacht Leeflang(h)/Levelang(h): (Zevenhuizen), J. Heemskerk en W. Paul. Eerder gepubliceerd in Zuid-Hollandse Genealogieën, deel II, 1991. --- NH trouwen Zevenhuizen (ondertrouwdata): 24-11-1630 Jan IJsbrantsz en Pietertgen Dircx 20-02-1639 Jan Cornelis Cleijn, wed. en Aeltgen Isbrants 12-01-1642 Dirck IJsbrantsz Levelang en Jannetgen Ariens 18-01-1643 Cornelis Jansz Schipper en Maertgen IJsbrants 10-02-1647 Claes Dircksz Col en Ariaentje Isbrants 14-11-1649 Dirck Cornelis en Ariaentie IJsbrants, wed. Allen van Zevenhuizen. --- Volgende aktes zijn afkomstig uit ORA Nieuwerkerk transportregisters 1580-1660 van Peter Hoogerbrugge (Ons Voorgeslacht): 9-4-1638: Louweris Willemsz wonend Nieuwerkerk heeft verkocht aan Michiel IJsbrantsz Levelanck diverse landen in de Cortelandse polder. Volgt een schuldbrief van het voorafgaande, borg is IJsbrant Jan IJsbrantsz zijn vader. Bron: ORA Nieuwerkerk aan den IJssel 36, fol. 334v, scan 353. 3-10-1642: Jannitge Hendricksdr weduwe van Wilem Feijsz Block heeft verkocht aan Michiel IJsbrantsz Levelang een stuk veenland in de Cortelandse polder. Bron: ORA Nieuwerkerk aan den IJssel, 37 fol. 280v, scan 301. 6-5-1643: Jacob Pietersz van der Duijn als vader en voogd van Claes Jacobsz van der Duijn zijn minderjarige zoon, heeft verkocht aan Michiel IJsbrantsz Levelang zijn zwager, de helft van een stuk land in de Cortelandse polder waar de koper de andere helft van bezit. Volgt een schuldbrief. Bron: ORA Nieuwerkerk aan den IJssel 37, fol. 352, scan 372. 3-4-1644: Louweris Jansz smit wonend buiten Rotterdam heeft verkocht aan Michiel IJsbrantsz Levelang een nieuw huis met een erf en een nieuwe schuur in de Cortelandse polder. Volgt een schuldbrief van het voorafgaande, schuld aan Aelwijn Pietersz Groenevelt timmerman. Bron: ORA Nieuwerkerk aan den IJssel 38-I, fol. 25v, scan 31. 14-4-1652: verkoper: Geertge Pietersdr weduwe van Pieter Jan IJsbrants voor de ene helft, Cornelis en Claes Pietersz elk voor hen zelf en IJsbrant Jansz schout als voogd van Jan Pietersz en Geertge Pietersdr, nagelaten weeskinderen van Pieter Jan IJsbrantsz voor de andere helft; koper: Michiel IJsbrantsz; object: huis en erf in de Cortlandse polder. Bron: ORA Nieuwerkerk aan den IJssel 39-I, fol. 42v, scan 49. 8-2-1654: verkoper: Cornelis IJsbrantsz, Michiel IJsbrantsz, Adriaen Danielsz als getrouwd hebbende Maritge IJsbrants, Anthonis Jansz Vermeul als getrouwd hebbende Maritge IJsbrants, Lenert Jansz bakker als getrouwd hebbende Neeltge IJsbrants en Maerten Cornelis Col als getrouwd hebbende Dirckgen IJsbrants, alle kinderen van IJsbrant Jansz Schoute waar moeder van is geweest Neeltge Jochems za. tezamen voor 3/4e part, Jan en Pieter Cornelisz van Wijck nagelaten zonen van Cornelis Jansz erfgenamen van Cornelis Jochemsz voor het resterende 1/4e part, benevens Dirckge Jochems mede erfgename van Cornelis Jochemsz haar broeder met wie zij hebben gedeeld; koper: Jan Cornelisz Cuijp biersteker in Nieuwerkerk; object: kamp hooiland in de Cortlandse polder. Op fol. 109 verkopen dezelfde aan Claes Jacobsz Verduijn; object: enige akkers veenland in de Cortlandse polder. Op scan 109v verkopen dezelfde aan koper: Claes Jacobsz Verduijn; object: stuk veenland in de Cortlandse polder. Op fol. 110 verkopen dezelfde aa Bron: ORA Nieuwerkerk aan den IJssel 39-I, fol. 108, scan 114. 15-8-1659: Maerten Cornelisz Col wonend Zevenhuizen heeft verkocht aan Michiel IJsbrantsz Levelang wonend Nieuwerkerk een stuk weiland in de Cortelandse polder. ORA Nieuwerkerk aan den IJssel 42, fol. 10, scan 423. | Leeflang, Michiel Ijsbrants (I2083)
|
| 3295 | IVo. Michiel IJsbrants Leeflang, won. Nieuwerkerk a/d IJssel, overl. tussen 27-10-1675 en 24-3-1680, tr. Ariaentje Jacobs Verduijn, overl. na 14-8-1680, dr. van Jacob Pieters van der Duijn en Annetje Joris. Bron: Genealogie van het geslacht Leeflang(h)/Levelang(h): (Zevenhuizen), J. Heemskerk en W. Paul. Eerder gepubliceerd in Zuid-Hollandse Genealogieën, deel II, 1991. | van der Duijn, Jacob Pieters (I942)
|
| 3296 | Jacob O: Claes Theunisz, Stijntje Claes G: Marrigje Jacobs 22 april | Marcus, Jacob Claas (I2257)
|
| 3297 | Jacob Abrahamsz j.m. in de Lazaruskade met Jacomijntje Ariens j.d. beide van Gouda woont in de Langedulsteegh Getrout den 29 dito [meij] 1689 --- Jacobus Abrahamse wed. in de Oude Gouwe met Maria Cornelis wed. op de Haven beijde tot Gouda Getrout den 27 meij 1697 | Gezin: Jacob Abrahams van der Strigt / Maria Cornelis (F1754312651)
|
| 3298 | Jacob Andrijs en Goijtskie Hijlkes zijn wijf. Beide met attestatie vertrokken na De Knijpe. [Geen jaartal vermeld, zou gaan om 1738.] Bron: Aengwirden - Lidmatenboek | Andries, Jacob (I126)
|
| 3299 | Jacob Arisz Bleijcker, voormalig ondermeester op de steenplaats van Henrick Reijersz van Weieten, 61 jaar oud, Pieter Willemsz Buijtendijck, steenplaatser, 53 jaar oud, Dirck Willemsz van Borsselen, ondermeester op de steenplaats van Henrick Stock, 43 jaar oud, Adriaen Jacobsz van der Marck, ondermeester op de steenplaats van Adriaen Jansz van Staveren e.a., 33 jaar oud, en Pieter Pietersz Bosboom de jonge, ondermeester op de steenplaats van Michiel Fransz van Borsselen e.a., 32 jaar oud, verklaren op verzoek van IJsenout Fransz de Bije, wonende te Leiden. De requirant heeft een stuk land op het oog, horende bij de Huize 't Sant, "de Spijker" genaamd, wat volgens de deposanten geen geschikte aarde bevat om stenen van te bakken. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 347, aktenr. 235, d.d. 28-09-1637 (scan 492) --- Cornelis Jacobsz van der Harst, wonende te Rijnsburg, heeft in het openbaar verkocht aan Arij Jacobsz van der Marck een partij wei- of hooiland, 3 hond groot, met nog 3 hond bruikwaar gehuurd van het dorp Valkenburg voor 14 gulden per jaar, gezamenlijk gelegen in ca. 4 morgen, waarvan de eigenaars zijn het dorp Valkenburg, Bouwen Arentsz Suijrmont en Cornelis Jacobsz Bol, gelegen aan de Krom van de Broekweg, belend ten noordoosten de Broekweg, ten zuiden Pieter Pietersz Houten, ten zuidwesten Bouwen Arentsz Suijrmont en ten noorden Cornelis Cornelisz Schuijrman. Betaald met een schuldbrief van 360 gulden. Schuldbrief volgt. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 5, fol. 21v, d.d. 16-04-1641 --- Jacob Adriaensz van der Marck, wonende te Valkenburg, Adriaen Jacobsz van der Marck, wonende te Oegstgeest, Jan Jacobsz biersteker te Valkenburg, Pieter Jacobsz van der Marck, wonende aan de Groenendijk te Hazerswoude, Jan Jansz van der Marck, biersteker te Rijnsburg, Ghijsbert Jansz van der Marck, wonende te Oegstgeest, allen kinderen van Jacob Adriaensz van der Marck voornoemd, zich sterkmakende voor de onmondige weeskinderen van Jacob Adriaensz van der Marck, nog Jacob Wollebrantsz Verhaegen, wonende aan de Hoge Rijndijk te Zoeterwoude, en Jacob Wollebrantsz schout Verhaegen, wonende te Valkenburg, beiden kinderen van Maritgen Adriaensdr van der Marck zaliger, allen mede-erfgenamen van Adriaen Adriaensz van der Marck, gewoond hebbende te Katwijk aan den Rijn, hun broer en oom. Ze machtigen hun neef Adriaen Dircxsz van der Marck, wonende te Katwijk aan den Rijn, om voor het gerecht van Benthuizen over te dragen aan Trijntgen Willemsdr, weduwe van Claes Jansz van Outshoorn, wonende te Achthoven onder Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 509, aktenr. 71, d.d. 13-04-1647 (scan 125) --- Claes Dircxsz Claveren, wonende te Voorschoten, en Arij Jacobsz van der Marck, ondermeester op de steenplaats van sr. Hollebeecke, wonende te Oegstgeest, stellen zich borg voor Mees Pietersz Vroman, i.v.m. een obligatie d.d. 20-05-1645, voor mij notaris en getuigen gepasseerd ten behoeve van Cornelis Jansz van Swanenburch, met een bedrag van 300 gulden. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 753, aktenr. 179, d.d. 07-12-1647 (scan 287) --- Pieter Pietersz Borsboom den ouden, grootvader, Pieter Pietersz Borsboom de jonge en Adriaen Jacobsz van der Marck, ooms en bloedvoogden van de zes nagelaten weeskinderen van de overleden Cornelis Pietersz Borsboom, verwekt bij Adriaentgen Gerritsdr. Compareerde ook Anthonij van Dortmondt, baljuw en schout, en Adriaen Pietersz van Brouchuijsen en Adriaen Joostensz van Wassenaer, weesmannen te Oegstgeest, als oppervoogden. De boedel van Cornelis Pietersz Borsboom is met veel schulden belast, dus zien ze af van de erfenis. ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 709, aktenr. 11, d.d. 28-01-1651 (scan 16) --- Pieter Pietersz Borsboom den ouden, wonende te Valkenburg, verklaart zijn vorige testamenten ongeldig en stelt een nieuw testament op. Hij legateert aan Crijntgen Pietersdr de beste gouden ring, aan Pieter Pietersz de jonge Borsboom de tweede beste gouden ring, aan Fijtgen Pietersdr de derde beste gouden ring, die gekomen is van Meijnsgen Lourisdr, de moeder van de testateur. Lijsbeth Pietersdr krijgt de beste gouden ring gekomen van Grijetgen Phillipsdr. Annetgen Pietersdr krijgt de tweede beste gouden ring, de weeskinderen van Cornelis Pietersz Borsboom krijgen de derde gouden ring, Cornelis Jansz, het nagelaten weeskind van Jan Pietersz Borsboom, krijgt de vierde gouden ring, Pieter Jacobsz, het weeskind van Jacob Pietersz Borsboom de vijfde gouden ring. De drie oudste kinderen moeten een rijksdaalder betalen aan Pieter Jacobsz. Voor de gemaakte kosten voor Pieter Jacobsz, het kind van Jacob Pietersz Borsboom, is de testateur reeds gecompenseerd met 100 gulden. Er is een erfje of tuintje, gelegen a ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 668, aktenr. 71, d.d. 11-02-1649 (scan 118) --- Arijen Jacobsz van der Marck, wonende te Oegstgeest, is schuldig aan juffr. Antonia Senta, weduwe van Jacob van Swanevelt, wonende te Leiden, 18 gulden 15 stuivers losrente per jaar met een hoofdsom van 300 gulden. Als onderpand geldt ca. 4 hond land in het Boonrak onder Valkenburg, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden de erfgenamen van Cors Jansz Hasius en de Abdij van Leeuwenhorst, ten westen de erfgenamen van De Milde en ten noorden Pieter Ruijs. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 8, fol. 7v, d.d. 24-02-1649 --- Nicolaes Verruijt, notaris, met procuratie van jonkheer Frederick Ruijsch, oud burgermeester van Utrecht, draagt over aan Joost Jansz en Adriaen Jacobsz van der Marck 2 morgen 42 roeden weiland, volgens de meting van mr. Johannes Douw, bij de Broekweg (letter H op de kaart), belend ten westen en noorden Cornelis Engelsz van Gelder en Geurtgen Jacobs, weduwe van Nanningh Cornelisz, ten oosten het Sint-Catharinagasthuis en ten zuiden Dirck Gerritsz Noordermeer en juffrouw Thoornvliet. Betaald met een schuldbrief van 1.590 gulden. Schuldbrief volgt. [Borgen zijn mr. Jacob van Enge, chirurgijn, en Jan Jacobsz van der Marck] Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 8, fol. 2v, d.d. 25-03-1649 --- Nicolaes Verruijt, met voorgaande procuratie, draagt over aan Adriaen Jacobsz van der Marck 2 hond 6 roeden teelland, gelegen bij Huize Torenvliet (letter C op de kaart), belend ten noordwesten de erfgenamen van Pieter van Luchtenburch, ten noordoosten de Schouwsijp, ten zuidoosten de Abdij van Rijngsburg en ten zuidwesten het Kruispad. Cornelis Jacobsz Bol krijgt 25 gulden vanwege het mesten, ploegen en zaaien van het land. Betaald met een schuldbrief van 410 gulden. Schuldbrief volgt. [Cornelis Cornelisz van der Does is voogd.] Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 8, fol. 5, d.d. 25-03-1649 --- Nicolaes Verruijt, met voorgaande procuratie, draagt over aan Arijen Jacobsz van der Marck 4 hond 32 roeden land, gelegen in het Boonrak (letter B op de kaart), belend ten noordoosten de Rijn, ten zuidoosten en noordwesten de weduwe van Cornelis Segersz van Campen en ten zuidwesten de erfgenamen van Ghijsbrecht de Milde. De aarde op het stuk land is eigendom van Adriaen Jacobsz. Betaald met een schuldbrief van 465 gulden. Schuldbrief volgt. [Cornelis Cornelisz van der Does is borg.] Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 8, fol. 6, d.d. 25-03-1649 --- Joost Jansz en Arijen Jacobsz van der Marck dragen over aan mr. Jacob van den Ende, chirurgijn, wonende te Rijnsburg, 2 morgen 44 roeden wei- of hooiland aan de Broekweg, belend ten zuiden Jan Reijnsz, Arij Meesz en Cornelis Hasius, ten westen voornoemde Jan Reijnsz, ten noorden de kerk van Wassenaar en ten oosten het Sint-Catharinagasthuis te Leiden c.s. De koopsom is 1.550 gulden contant geld. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 8, fol. 16, d.d. 11-01-1651 --- Aeltgen Dircx, weduwe van Cornelis Pietersz Borsboom, geassisteerd door Jan Jansz, haar zwager, is schuldig aan Cornelis Jansz Elstuijn en Jan Gerritsz Briole, Heilige Geestmeesters te Valkenburg, een losrente van 10 gulden per jaar met een hoofdsom van 200 gulden. Als onderpand geldt haar huis en erf te Valkenburg, belend aan de ene zijde Jan Henrixsz van den Bosch en aan de andere zijde Jacob Jacobsz van der Marck, strekkende van de Heerweg tot in de Rijn. Arij Jacobsz van der Marck, wonende te Oegstgeest, en Pieter Pietersz Borsboom de jonge, wonende aan de Rijndijk in Vooschoten, stellen zich borg. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 9, fol. 2v, d.d. 11-02-1653 --- Vechter Jacobsz en Fijtgen Pietersdr Borsboom, die eerder weduwe en boedelhoudster was van Arij Jacobsz van der Marck, nu getrouwd met voornoemde Vechter Jacobsz, wonende te Valkenburg, zijn schuldig aan Arent Raven, notaris en procureur te Leiden, een losrente van 30 gulden per jaar met een hoofdsom van 600 gulden. Als onderpand geldt twee partijtjes weiland, naast elkaar, samen 1 morgen 192 roeden groot, het ene partij belend ten oosten de Rijn, ten zuiden de erfgenamen van Cors Jansz Hasius en het convent van Leeuwenhorst, ten westen de erfgenamen van De Milde en ten noorden het volgende partij, het andere partij belend ten noordoosten de Rijn, ten zuidoosten het voornoemde partij land en ten zuidwesten De Mildens erfgenamen. Geroyeerd op 17-06-1687. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 10, fol. 1, d.d. 26-10-1658 --- Inventaris van de boedel en goederen nagelaten door Pieter Pieters Bors-boom d'ouden, overleden te Valkenburg, nalatende tot zijn erfgenamen vijf levende kinderen, elk voor een achtste deel, met namen Pieter, Trijntje, Fijtge, Lijsbeth en Annetgen Pieters zoon en dochters Borsboom, nog Pieter Jacobse Borsboom, meerderjarige maar uitlandige zoon van Jacob Pieters Borsboom voor een gelijke achtste deel, Cornelis Janse Borsboom, nagelaten minderjarige zoon van Jan Pietersz Borsboom en de nog vijf nagelaten kinderen van Cornelis Pietersz Borsboom voor het resterende achtste deel. Gemaakt op verzoek van de schout en weesmannen van Valkenburg en de gestelde voogden over de minderjarige kinderen, op aangeven van Trijntje Pietersdr voornoemd, in wiens huis de overledene laatst heeft gewoond. Onroerende goederen: Een huis en erf te Valkenburg met een groot erf, berg, schuur en paardenstal "waerinne inde marct getapt ende uijthangende de Drie Kievitten", belend ten oosten voor Floris Florisz van Leeuwen met daar aan de Rijndijk, ten zuiden de Heerweg, ten westen de erfgenamen zelf met het volgende huis aan het Kerkpad en ten noroden CLaes Jansen Boon. Bewoond door Arij Meessen van Egmont. Nog een naastgelegen huis en erf, een gewone herberg, waar uithangt "de Hazewind", belend ten oosten het voorgaande huis en ten westen de weduwe van Jan Dircxsz van Seghwaert, strekkende van de Heerweg tot achter aan het vorige huis. Bewoond door Claes Florisz van Leeuwen. Nog een leeg erf of tuintje gelegen achter het huis van Heijndrick van Tol, in het voornoemde dorp, belend ten oosten de voornoemde Van Tol, ten zuiden Jan Reijnen van Starrevelts weduwe, ten westen Cornelis Jacobsz Bol en ten noorden een gemeenschappelijke gang. Geprelegateerd aan Annetgen Pietersdr, huisvrouw van Heijndrick van Tol. ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 885, aktenr. 3, d.d. 17-01-1664, (scan 11) --- Vechter Jacobsz van Huesden en Fijtgen Pietersdr Borsboom, die eerder weduwe en boedelhoudster was van Arij Jacobse van der Marck en tegenwoordig getrouwd met voornoemde Vechter Jacobse, zijn schuldig aan Jan Ariensz van der Marck, wonende te Alphen, een losrente van 10 gulden per jaar met een hoofdsom van 200 gulden. Als onderpand geldt hun huis en erf te Valkenburg, genaamd "de Molenwerf", belend ten oosten de Rijn, ten zuiden Pouls Tierens, ten westen en noorden de weduwe van Pieter Franse Onderwater; nog twee partijtjes weiland, naast elkaar, in het Boonrak, samen ca. 8 hond groot, belend in het geheel ten oosten de Rijn, ten zuiden de erfgenamen van Cors Janse Hasius en het convent van Leeuwenhorst, ten westen de erfgenamen van De Milde en ten noorden de diaconie-armen van Valkenburg. Geroyeerd op 17-06-1687. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 10, fol. 157, d.d. 17-03-1668 | van der Mark, Adriaan Jacobs (I3647)
|
| 3300 | Jacob Claesz Capiteijn en Jan Cornelis Michielsz, beiden wonende in Oudshoorn, voogden over de weeskinderen van Sijmon Sijmonsz, geprocreeerd bij Marritgen Claesdr, zijn schuldig aan de broers Gerrit en Dirck Willemsz 1.036 gulden 8 stuiver wegens koop van 2 morgen land, belend ten oosten Willem Pietersz, ten zuiden Willem Heijnricxsz Cop en ten westen Gerrit Pietersz en Claes Claesz Cool. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 2A, p. 76v, d.d. 13-03-1626 --- Gerrit Willemsz en Dirck Willemsz, wonende te Woubrugge, verkopen aan de voogden van de kinderen van Sijmon Sijmonsz en Maertgen Claesdr 2 morgen land onder Oudshoorn, belend ten oosten Willem Pietersz, ten zuiden Willem Heijnricxsz, ten westen Gerrit Pietersz en Claes Claesz Cool en ten noorden Claesz Claes Cool. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 2A, p. 79v, d.d. 13-03-1626 --- Michiel Sijmonsz ter eenre en Jacob Claesz Capijteijn en Jan Cornelisz als voogden van Annitgen Sijmonsdr ter andere zijde, allen kinderen van Sijmon Sijmonsz. Overeenkomst betreffende de boedelscheiding. Michiel Sijmonsz valt ten deel een huis, berg, schuur en beplanting met bijbehorend land, strekkende van de Oudshoornse weg tot aan het kadeland, belend ten oosten Jan Jansz Cort en Huijbert Ghijsbertsz en ten westen Dirck Dircksz Joor; hierbij tot het kadeland onder "der Aer", strekkende van de Langeraarse weg tot de dwarskade toe, belend ten zuiden de scheisloot tussen Oudshoorn en Ter Aar en ten noorden Leendert Dircksz en de weduwe van Jacob Annetges c.s.; hierbij enige "teellworven" daar in liggende; nog 1 morgen land onderJacobswoude, strekkende van de Duikerwetering tot aan het kadeland, belend ten oosten Jan Jansz Cort en ten westen Huijch Claesz; nog een perceeltje land genaamd "den ouden boemgaert", strekkende van het land van Jacob Claesz Capijteijn tot de scheisloot van het kadeland, bele Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 3, p. 93v, d.d. 03-12-1632 | Simons, Simon (I2879)
|