Genealogie Schuurman

Schuurman, Van der Zwam, Van der Leede en Van der Velden

Print Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Treffers 3,301 t/m 3,350 van 5,326

      «Vorige «1 ... 63 64 65 66 67 68 69 70 71 ... 107» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
3301 Jacob Claesz Cappiteijn heeft een broer Jan Claesz (ORA Oudshoorn, d.d. 06-03-1625) net als Dirck Claesz Reijnsburger (ORA Oudshoorn, d.d. 06-03-1636 en 22-10-1652). Er wordt één keer een Dirck Claes Willemsz genoemd (ORA Alphen, d.d. 19-08-1619). Het lijkt dezelfde Dirck te zijn, aangezien het beide keren gaat om de buurman van Cornelis Dircxsz Zeun/Cornelis Dircksz Zoentgen. Jan Claesz is scheepmaker van beroep (ORA Oudshoorn, d.d. 24-09-1642). Er wordt drie keer gesproken over (Jan Claesz alias) Jan Claes Willemsz (ORA Oudshoorn, d.d. 04-04-1624, 10-02-1640 en 19-02-1640). Hij treedt op als schuldnemers voor zijn zoons Cornelis en Jan Claesz (een vreemde vernoeming). Het gaat niet om Jan Claesz in 't Velt.
---
Dirck Claesz ende Maritgen
Gijsendr sijn huijsvre met Anna,
Cornelis, Pieter, Sijmon ende Claes,
heurluijder kinderen – 7 hoofden
Bron: Genealogie Rijnland
---
Catharijna Herpersdr, weduwe van Arien Heijndricksz Baenen met haar zoon Heijndrick Ariensz Baenen als en voogd, verkoopt aan Dirck Claesz Reijnsburger 1 morgen land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornse weg tot het land van Dirck Gerritsz Boman, belend ten oosten Jan Claesz, zijn broer en ten westen de kinderen van Cornelis Dircksz Zoentgen. Koopsom 502 gulden 10 stuivers. Gecasseerd 15-04-1639.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 3, p. 158v, d.d. 06-03-1636
---
Huijbert Ghijsbertsz, Pieter Ghijsbertsz van Dam, Dirck Claesz Rhijnsburger, man en voogd van Marijtgen Ghijsbertsdr, Jan Cornelisz en Jan Claesz, scheepmaker, als oom en voogd van Pieter Cornelisz, nagelaten weeskind van Cornelis Jansz en Annitgen Ghijsbertsdr, allen kinderen en kindskinderen van Ghijsbert Huijbertsz en Neeltgen Pietersdr. Regeling der erfenis. Jan Cornelisz en Pieter Cornelisz van Rijssen valt samen ten deel een kamp land genaamd "de Zantcamp", nog een kamp land, genaamd "Jan Dircken lant", strekkende samen van de Oudshoornse weg tot Joost Dircksz Verlaen, belend ten zuiden Huijbert Ghijsbertsz en de weduwe en kinderen van Gerrit Ouweneelen en ten noorden Cornelis Pietersz Verdoes; nog een perceeltje land genaamd "het morgentgen", belend ten westen Roeloff Huijbertsz, ten oosten en zuiden Cornelis Dircksz Verhoeff en ten noorden Cornelis Cornelisz Mantgen, te samen te verongelden voor 5 morgen 2½ hond. Pieter Ghijsbertsz valt ten deel het huis, erf, berg, schuur met beplanting, nog
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 4, p. 107v, d.d. 24-09-1642
---
Willem Huijgensz, wonende in de Ridderbuurt van Oudshoorn, verkoopt aan Dirck Claesz Reijnsburger 1½ hond slagturfland of water in de Grote polder van Oudshoorn, belend ten oosten Jan Huijgen, ten westen Thonis Gerritsz Bouman, ten noorden Willem Dircksz Reijnsburger en ten zuiden Sijmon Jansz Vermij. Koopsom 160 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 5, p. 13, d.d. 14-01-1650
---
Marijtjen Ghijsbertsdr, weduwe van Dirck Claesz Reijsburger, in leven wonend in de Ridderbuurt onder Oudshoorn, met haar broer en voogd Huijbert Gijsen, ter eenre en Cornelis, Pieter, Sijmon, en Claes Dircxsz Reijnsburger en Jan Claesz als oom en voogd van Willem en Jan Dircxsz Reijnsburger, beiden minderjarig, allen kinderen van Dirck Claesz voornoemd, ter andere zijde. Regeling der boedelscheiding. Marijtjen Gijsbertsdr zal behouden 6 morgen 2 hond 50 roeden land in de Grote polder van Oudshoorn, strekkende van Claes Claesz tot Pieter Ghijsbertsz, belend ten zuiden Pieter Ghijsbertsz en ten noorden Ghijsbert Huijbertsz van Dam; nog ½ morgen hooiland onder Esselickerwoude, strekkende van de Duikerwetering tot de Honscooperdijk, belend ten westen de rijweg, ook genoemd de Kortenhontscoop en ten oosten Jan Jacobsz Capiteijn c.s. Haar zes kinderen zullen haar 500 gulden moeten uitkeren voor delging van boedelschulden. Cornelis Dirxsz ontvangt een huis, erf, berg, drie schurenen beplanting in ontvangt 1
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 5, p. 146, d.d. 22-10-1652
---
Cornelis Dircxsz Reijnsburger, wonende te Oudshoorn, is schuldig aan zijn moeder Maritgen Gijsendr, weduwe van Dirck Claesz Reijnsburger, voor de helft en aan zijn broers Pieter, Sijmon, Claes, Willem en Jan Dircxsz Reijnsburger, voor de andere helft, ieder van de broers voor 1/6 deel hiervan, 250 gulden, een schuld, die hij ooit bij zijn vader had gemaakt. Volgen verdere afspraken en regelingen betreffende de afbetaling.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 5, p. 222, d.d. 09-06-1654 
Rijnsburger, Dirk Claas (I2693)
 
3302 Jacob Claesz van den Acker j.g. uut het Ambacht van Schipluijde en Annetgen Gerrits j.d. van 's Gravenzande woonende int Ambacht van Dorp Gezin: Jacob Claas van den Akker / Annetje Gerrits (F1754313599)
 
3303 Jacob Cornelisz Cuper, wonende te Leiden, als voogd van Maritgen Jacobsdr, zijn nicht, verkoopt in deze hoedanigheid Michiel Pieter Ewoutsz, wonende te Oudshoorn, 2 morgen 1/2 hond land in Oudshoorn, strekkend van de Oudshoornseweg tot de Achterzwette, belend ten oosten Heijnrick Egbertsz te Leiden, ten westen Cornelis Neel Ghijsz. Koopsom 300 gulden, betaald met een losrente. Schuld geroijeerd 01-05-1615.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 2, p. 25, d.d. 14-10-1584
---
Johan van Amerongen, met procuratie van Ghijsbrecht van Nesse, vader en voogd over zijn onmondige zoon Cornelis van Nesse (Ghijsbrecht is oud-burgemeester van Haarlem), verkoopt aan Louris Daensz, wonende te Rijnsaterwoude, 4 à 5 morgen landin Oudshoorn, het laatst gebruikt door Michiel en Aert Pietersz, belend ten westen Jan Gerritsz Hoven en ten oosten de Woudweg, strekkende van Jacop Verlaeten land af tot de afterswette toe. (ook (!): van Gerrit Willemsz Bouman (belend ten westen)en ten oosten de Woudweg. Getuigen: Jacop Pietersz van Graft en Cornelis Cornelisz Zomer.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 15v, d.d. 05-11-1592
---
Cornelis Michielsz, wonende in de Gnephoek bij de Heimansbrug, is schuldig aan de Heilige Geestmeesters van Alphen een jaarlijkse losrente van 6 gulden 5 stuivers, hoofdsom 100 gulden. Gesteld onderpand: zijn huis, berg, schuur met 3½ morgen½ hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Rijn tot het land van Mees Jacobsz Verloet, belend ten oosten de Heimansweteringkade en ten westen Pieter Cornelisz. Borg zijn vader Michiel Pietersz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 120v, d.d. 02-12-1596
---
Neeltgen Jansdr, weduwe Michiel Pietersz met haar broer Maerten Jansz als voogd ter eenre en Sijmon Michielsz, Cornelis Michielsz, Jan Michielsz, Gerrit Willemsz Bouman, man en voogd van Jannetge Michielsdr, Jacop Cornelisz, als vader en voogd van zijn kinderen bij zijn overleden vrouw Steffanijge Michielsdr, allen erfgenamen van Michiel Pietersz, hun vader, ter andere zijde regelen de boedelscheiding. Neeltgen Jansz behoudt het huis, schuur en erf onder Aarlanderveen, belend ten oosten de Lage Rijndijk, ten westen de Rijn, ten zuiden Rhocus Claesz en ten noorden de weduwe en erfgenamen van Cornelis Neel Ghijssen. Bovendien zullen haar kinderen jaarlijks aan haar uitkeren de som van 112 gulden 10 stuivers zolang zij leeft. Als losrente met hoofdsom van 1.800 gulden, welk laatste bedrag na haar dood door de kinderen te verdelen. Enkele zoons zullen haar jaarlijks voorzien van "twee schepelen appelen en vijftich bos tacken". De kinderen valt ten deel een huis, berg, schuur ende vogelkooi en al het landb
* Deze akte komt voor in het artikel Eendenkooien in Rijnland in de vroegmoderne tijd van Milja van Tielhof, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 13 (2004): http://www.jvdn.nl/Downloads/WG/2004/TWG2004_047-059.pdf.
** Deze akte bevat de oudst bekende vermelding van de naam 'Weselenburch'.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 31, d.d. 07-01-1603
---
De erfgenamen van Michiel Pietersz (zie vorige akte) dragen over op hun broer Sijmon Michielsz drie brieven inhoudende 4 morgen land, aankomende Floris Bruijnensz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 32v, d.d. 07-01-1603
---
Cornelis Michielsz en Gerrit Willemsz Bouman, zwagers, delen een woning, landen en vogelkooi, hen ten deel gevallen bij het overlijden van Michiel Pietersz, hun vader en schoonvader. Cornelis Michielsz behoudt de vogelkooi met de beplanting en het teelland daaromheen, groot 2 morgen, onder Oudshoorn, belend ten oosten de landen van het Sint Pietersgasthuis te Amsterdam, ten noorden en westen de landen van Gerrit Willemsz Bouman en ten zuiden Aert Pieter Eeuwoutsz en Sijmon Michielsz; nog 1½ morgen en 2½ hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornse weg tot de Duikerwetering, belend ten oosten Jan Huijgensz en Jonge Dirck Gerritsz en ten westen de erfgenamen en weduwe van Jacop Willemsz van der Burch te Leiden; nog 4½ morgenland plus 1 hond onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornse weg tot de Duikerwetering, belend ten oosten Clement Pietersz en Joris Cornelisz en ten westen Bouwen Govertsz. In de akte wordt zijn moeder genoemd, te weten Neeltgen Jansdr. Gerrit Willemsz Bouman valt t
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 67v, d.d. 30-10-1605 
Ewouts, Michiel Pieter (I2525)
 
3304 Jacob Cornelisz in de Boomgaert, geb. ca. 1550, won. Gelderswoude 1578-1604, daarna aan de Slootweg in het Blokland te Zegwaard, ovl. voor 1623 & Catharina Willemsdr, ovl. na 1623; vader van Cornelis Jacobsz Slootweg, geb. Gelderswoude ca. 1580, kroosheemraad van Zegwaard 1646 vader van Willem Cornelisz Slootweg, won. aan de Slootweg te Zegwaard, huw. Zoeterwoude 1634, kroosheemraad 1658, ambachtsbewaarder in Zegwaard 1662, enz. [Slootweg-1997, p 50, 70, 91 (nr 8192)].
[Rien Slootweg, 'Slootwegen aan de Slootweg', in: Benthuizer Turfjes 20 (2011), september, p 4-5].
Bron: Meertens Instituut - Nederlandse Familienamenbank
---
Het heraldische wapen van de familie Slootweg.
http://cbgfamiliewapens.nl/databank/indeling/detail?q_searchfield=boomgaert
---
Woningen ende landen belegen indt Blocklandt ande Slootwech (...)
Jacob Cornelisz in Geldersou heeft ix1/2 hont quaet uuijt gemuert onvruchtber slachlandt getacxeert op ... nichil
Bron: Verponding Zegwaart 1579
---
Gelreswoude (...) SSW-648 Jacob Cornelisz. in den Boomgaert gestelt op 15 gl. comt 30 gl.
Bron: Kapitale Lening Leiden en omstreken
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1571-1600 te Zegwaart als
Jacob Corneliss, in Gelderswoude
op 21 maart 1596 
in de Boomgaert, Jacob Cornelis (I376)
 
3305 Jacob Cornelisz Londersloot J.M. woonende tot Alphen met
Maertjen Pietersdr Poelgeest J.Dr. woonende tot Swammerdam
Dese personen sijn in den echten staet bevesticht den 23 novemb 
Gezin: Jacob Cornelis Loendersloot / Maartje Pieters Poelgeest (F1754313772)
 
3306 Jacob Cornelisz Londersloot, weduwnaar en boedelhouder van Maritgen Pietersdr Poelgeest zaliger, aan de ene, Pieter Jansz Poelgeest, grootvader en bloedvoogd van het nagelaten weeskind van voornoemde Marritge Pieters Poelgeest, ca. 6 maanden oud, verwekt door Jacob Cornelisz Londersloot, aan de andere zijde. Akkoord over de opvoeding en de moederlijke erfenis van het weeskind. Jacob Cornelisz Londersloot behoudt alle goederen, zodat het weeskind geen schulden heeft, en voedt zijn kind op tot het 18e jaar.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Alphen (toegangsnr. 112.1.03), inv.nr. 4, aktenr. 235, d.d. 29-03-1662
---
Jacob Loendersloot verkoopt aan Marritge Jacobs, weduwe van Theus Theuwisz, 525 roeden land in het Zuideinde, strekkende van het land van Gerrit Willemsz Kortens tot het land van Aert Jansz, belend ten noorden de koper en ten zuiden Heijndrick Tonisz 't Hart. Koopsom 600 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Aarlanderveen (toegangsnr. 111.1.02), inv.nr. 64, p. 137v, d.d. 08-06-1668
---
Aechge Cornelis Loendersloot, weduwe van Jan Thonis Borst met haar broer Jacob Loendersloot als voogd, ter eenre en Thonis, Gerrit, Cornelis en Marritge Jans Borst, meerderjarige kinderen en Willem Dircxsz Doornbosch en Gijsbert Jansz Hoogeveen als voogden over Cornelis Jans Borst, oud 13 jaar, ter andere zijde. Regeling der boedelscheiding. Aechge Cornelis, als weduwe, ontvangt geld, brieven en obligatiën. Thonis, Gerrit, Marritge en Cornelis Jans Borst, van wie Aechge Cornelis Loendersloot de moeder, respectivelijk stiefmoeder is ontvangen mede geld, brieven en obligaties. Cornelis Jansz Borst (de Jonge?) ontvangt een huis, erf en beplanting in Oudshoorn, strekkende van de Lage Rijndijk tot in de Rijn, belend ten noorden de steeg van Machtelt Lourisdr Monde en ten zuiden dezelfde Machtelt Lourisdr met al het gene dat tot de bakkerij behoort; nog een roeiboot.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 7, p. 192, d.d. 29-06-1669 
Loendersloot, Jacob Cornelis (I2198)
 
3307 Jacob Dircks Turck en huisvrouw
Kinderen: Pieter, Dirck, Jan, Emmichgen en Geert
Bron: Hoofdgeld Noordwaddinxveen anno 1622 [Hogenda]
---
Jacob Dircksz Turck is een weerbare man te Waddinxveen in 1599.
---
Dirck Pietersz, voor zichzelf, idem Jidichgen en Pietertgen Pietersdr, geassisteerd door Jacob Dircksz Turck, hun oom en gekozen voogd, mitsgaders Lenaert Cornelisz, wonende te Zevenhuizen, als voogd van de weeskinderen van Annetgen Roelen, verwekt bij Jan Pietersz, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Henricksz Schoemaker en Geertruijt Dircxdr, ten overstaan den van de schout en weesmannen, verkopen aan Jop Pietersz, hun broer en oom, een huis en erf gelegen in het Zuideinde Bovenweg, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot Jan Hubertsz Schouten weduwe, belend ten noorden voornoemde weduwe en ten zuiden Isaack Sijmonsz. Schuldbrief van 550 gulden volgt.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 6, d.d. 11-12-1625 (FS scan 382)
---
Maerten Maertensz Joncker schepen te Noord-Waddinxveen, weduwnaar van Marritgen Jelisdr, doet uitkoop. Er zijn vier kinderen: Belichgen 20 jaar, Geertgen 18 jaar, Marritgen 16 jaar en Aechte 14 jaar. Jacob Dircksz Turck van Noord-Waddinxveen en Claes Jansz Heij van Reeuwijk zijn bloedvoogden van moederskant.
Bron: SAMH, Weeskamer Waddinxveen (toegangsnr. 40), inv.nr. 2, d.d. 12-07-1627
---
Jacob Jansz, wonende op de Doel, vervangende Aert Jansz zijn broer. Maerten Willemsz vanwege de kinderen van Bastiaen Willemsz van der Laen gekregen bij Inge Aertsdr, kleinkinderen van Meijnsgen Ariensdr. Zij hebben ook last van de erfgenamen van Aert Ariensz en de kinderen van Jan Pietersz Veen en Inge Pieters, naast Jan Dirck Sijmonsz getrouwd met Ariaen Pietersdr, erfgenamen van Pieter Ariensz. Daarnaast Cornelis Cornelisz Visch vanwege Lijtgen Ariensdr. Jaepgen Ariensdr voor haar zelf, geassisteerd met haar zoon en gekoren voogd Adriaen Cornelisz. Cornelis Pietersz van Stolwijck maakt zich sterk voor de erfgenamen van Marritgen Ariensdr. Jan Jansz Coster met Jacob Dircksz Turck vanwege Jiden Ariensdr. Als laatste alle kinderen en erfgenamen van Dirck Ariensz zaliger. Zij verkopen aan Adriaen Dircksz een huis en erf gelegen te Noord-Waddinxveen voor 200 gulden. De oude, meegeleverde eigenbrief is van 06-12-1593.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 8, fol. 265, d.d. 17-02-1629 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 12]
---
Pieter Jacobsz Turck, Dirck Jacobsz en Jan Jacobsz voor zichzelf. Ook Claes Arien Fransz getrouwd met Jidichgen Jacobsdr en Emmetgen Jacobsdr geassisteerd met de voors. Pieter Jacobsz haar broer en gekoren voogd, allen kinderen en erfgenamen van Jacob Dircksz Turck hun vader zaliger. Zij hebben verkocht aan Lenaert Adriaensz hun zwager, getrouwd met Geertgen Jacobsdr, een stuk veenland van 6,5 morgen gelegen in de Groenswaard onder Noord-Waddinxveen, een huis, schuur en erf, ook gelegen in de Groenswaard en een schuur en "beterschap van stale" gelegen aan de Goudkade in St. Hubertsgerecht. Ze zijn betaald met een schuldbrief op naam van Margriete van der Werve.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 8, fol. 470, d.d. 20-12-1629 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 12]
---
Lenaert Adriaensz onzen buurman, in consent met de erfgenamen van Jacob Dircksz Turck zaliger, is schuldig aan Margriete van der Werve jonge dochter te Goua een bedrag van 1600 gulden. Hij belooft op op 20-12-1630 een bedrag van 100 gulden te betalen en elk jaar op dezelfde datum weer 100 gulden tot het volle bedrag is betaald. Willem Adriaensz Schoemaker poorter te Gouda stelt zich voor de ene helft borg en de erfgenamen van Jacob Dircksz (Pieter Jacobsz Turck, Dirck Jacobsz en Jan Jacobsz, Claes Arien Fransz getrouwd met Jidichgen Jacobsdr en Emmetgen Jacobsdr) voor de andere helft.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 8, fol. 474, d.d. 20-12-1629 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 12] 
Turk, Jacob Dirks (I3721)
 
3308 Jacob Dircksz en Pietertge Paulsdr trouwen op 12-02-1634 te Schipluiden.
Bron: SA Delft, NHG Schipluiden (toegangsnr. 450), inv.nr. 2, fol. 36
---
Den 17 Julij, de eerste proclamatie te geven
Gabriel Crijnen van Marckenburgh wedunaer van Trijntgen Pieters, en Pietertgen Paulus weduwe van Jacob Dircxen
beijde woonachtich inde parochie vande Lier. Dese personen sijn alhier bevestighen opden 31 dito. [1639]
Bron: De Lier - NH trouwboek
---
Den 23. dito [januari 1650] en vervolgens te proclameren
Gabriel Crijnen Marckenburgh wedunaer van Pietertgen Pauls, woonen. inde parochie vande Lier, en Geertgen Henrix J.Dr. in Maeslant.
hebben attestatie gelicht om tot Maeslt. te trouwen.
Bron: De Lier - NH trouwboek
---
Den 15 septembris [1652] en vervolgens te proclameren
Gabriel Quirinus Marckenburgh wedunaer van Geertgen Henrix woonende in parochie van De Lier, en Neeltgen Prs. J.Dr. in Maeslandt.
Bron: De Lier - NH trouwboek 
Gezin: Gabriel Crijnen Markenburg / Pietertje Pouwels van der Lelij (F1754312246)
 
3309 Jacob Dircxsen weduwenaer van Middelhernis en Pierijntgen van Dalen weduwe van Hans van Londerseel inde Santstraet sijn getrout den xiiijen martij 1630. (...) Jongeneel Burghemr.
Bron: Rotterdam - Stadstrouw 
Gezin: Jan van Londerseel / de Bruijn (F1754312261)
 
3310 Jacob en Cornelis Ariensz, Jan Cornelisz, getrouwd met Heijltgen Ariensdr, Jan Heijnrixsz, getrouwd met Marijtgen Ariensdr, Arien Sijmonsz, getrouwd met Trijntgen Ariensdr, Huijch Andriesz, getrouwd met Neeltgen Ariensdr, verklaren gedeeld te hebben met mede weten van hun moeder Grietgen Cornelisdr, het bruikweer land in het Zuideinde van Nieuwkoop, buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot de Blockamp, belend ten oosten de genoemde kinderen en ten westen Joost Jansz; nog een perceel "maelants" hierachter gelegen, strekkend van het land van voornoemde kinderen tot in de Meije, belend ten oosten Pieter van Heussen en ten westen Joost Jansz; nog een perceel veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend uit de Achterwetering tot het land van Cornelis Ariensz, belend ten oosten Heijndrick Dircksz en Cornelis Anthonisz en ten westen genoemde kinderen. Mede een hond veenland in het Zuideinde van Nieuwkoop.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 54, p. 12, d.d. 26-11-1603
---
Huijch Andriesz te Nieuwkoop verkoopt aan Cornelis Arien Jacobsz een perceel land in het Zuideinde buitenweg, groot 2 1/2 morgen, strekkend van het land van Jan Cornelisz tot in de Oude Meije, belend ten oosten de koper en ten westen Pieter Pietersz van den Bosch. Betaald met een rentebrief waarvan de rente toekomt aan Grietgen Cornelisdr, de moeder van Huijch Andriesz. Koopsom 900 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 56, p. 79v, d.d. 21-06-1615
---
Willem Jacobsz, getrouwd met Trijntgen Ariensdr te Nieuwkoop, is 400 gulden schuldig aan zijn schoonmoeder Grietgen Cornelisdr, weduwe van Arien Jacobsz, wegens koop van land. Gesteld onderpand: een bruikweerland in het Zuideinde, hem nomine uxoristoekomend, strekkend uit de Voorwetering tot het land van .... Pietersz, belend ten oosten ..... Pietersz en ten westen Huijch Andriesz.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 56, p. 81v, d.d. 11-07-1615
---
Huijch Andriesz te Nieuwkoop is 200 gulden schuldig aan Grietgen Cornelisdr, weduwe van Adriaen Jacobsz. Gesteld onderpand: zijn bruikweerland in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot de Masloot, belend ten oosten Willem Jacobsz en ten westen Aert Ariensz.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 57, p. 161, d.d. 26-11-1618 
Jacobs, Adriaan (I1623)
 
3311 Jacob Gerritse Levelang, J.M. woonende te Nieuwerkerk op 'd IJssel met
Ariaantje Jans Goudsblom J.D. te Sevenhuijsen.
Voorstel attestatie gegeven den 11 janu. 1730
Bron: Zevenhuizen - NH trouwboek
---
21 januarij heeft Jakobus Gerritse Leeflang jongman alhier met Aerjaentje Jans Goutsblom vertoonende op Sevenhuijse haer aengegeve int middel van trouwen op prodeo.
Nieuwerkerk aan den IJssel - Registers van ontvangst van de impost op het trouwen 
Gezin: Jacobus Gerrits Leeflang / Ariaantje Jans Goudsblom (F1754312050)
 
3312 Jacob Hendriks Davidt schout 1656-68 geb. ca. 1610 won. BGB
huwt ca. 1635 Marrigje Jans
dr. van Jan Lauwen Smit [vermoedelijk was Jan Lauwen smid van beroep]
Bron: https://hunter.home.xs4all.nl/Stambomen/Davit/Davit.html 
Lauwen, Jan (I2047)
 
3313 Jacob Henrix, Loen Aerias
Neel
Stijt Stit (?), Aef Jans, Griet Henrix, Henric Aerias 
Jacobs, Neel (I1624)
 
3314 Jacob IJsbrantsz ende
Barbertgen Dircxdr sijn huijsvrouwe - 7 hoofden
Bron: Hoofdgeld Noorden anno 1623 door F.J.A.M. van der Helm [Hogenda]
[Goed mogelijk dat er sprake is van twee verschillende Jacob IJsbrants. In 1610 en 1612 wordt er niet voor niets duidelijk de woonplaats vermeld. In het hoofdgeld van Nieuwkoop wordt geen Jacob IJsbrants of Cuniertgen IJsbrants vermeld.]
---
Jacob IJsbrantsz te Noorden verkoopt aan Thonis Jansz een perceel land in Noorden, buitenweg, strekkend van het land van Thonis Jansz tot mede diens land, belend ten oosten de verkoper en ten westen Pieter Maertensz. Koopsom 178 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 55, p. 138v, d.d. 09-06-1610
---
Jacob IJsbrantsz te Nieuwkoop verkoopt aan Thomas Adriaensz een perceel land met huis, hof, berg en schuur te Noorden, buitenweg, verongeld voor 6 morgen 3 hond, strekkend van de Vorendijk tot de Kawetering, belend ten oosten de erfgenamen van Willem Paulusz en ten westen Tonis Jansz, Pieter Maertensz. Belast met 150 gulden toekomend de erfgenamen Jan Claes Boelensz en nog 75 gulden toekomend de kerk van Noorden. Jacob IJsbrantsz zal het kamertje aan de westzijde en het schuurtje mogen gebruiken gedurende de komende twee jaar. Koopsom 3.225 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 55, p. 252v, d.d. 03-05-1612
---
Losliggend. IJsbrant Jacobsz en Jan Jacobsz voor zichzelf en als ooms en voogden van de kinderen van Neeltgen Jacobsdr, Jacob Cornelisz, man en voogd van Neeltgen Jacobsdr, Mees Ariensz, man en voogd van Geertgen Jacobsdr, Meijnaert Aemsz, man en voogd van Neeltgen Harmensdr, dochter van Appelleunia Jacobsdr, Cornelis Willem, oom en voogd van de kinderen van Velsgen Jacobsdr, allen als kinderen van de overleden Jacob IJsbrantsz, ter ene en Gerrit
Heijndricxsz als zoon en voogd van Cuniertgen IJsbrantsdr, weduwe van Jacob IJsbrantsz, ter andere zijde, dragen over aan Jochem Jacobsz Zael een huis en erf in Nieuwkoop in het Noordeinde, buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Thomas Ariensz, belend ten oosten deze Thomas en ten westen Dirck Pietersz, molenaar. Koopsom 48 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 60, p. 41, d.d. 01-11-1631 
IJsbrants, Jacob (I1565)
 
3315 Jacob Janse Boef J.M. uijt de Langeweijde met
Neeltje Huijberts Verhoef J.D. mede aldaar
III voorst:
Getrouwt alhier den 24. novembr 
Gezin: Jacob Jans Boef / Neeltje Huiberts Verhoef (F1754312326)
 
3316 Jacob Janssen Schuijlenburch, voor zichzelf en als man en voogd van Grietgen Thomas, idem Claes en Jan Cornelisz, broers, beide voor hen zelf, idem Cornelis Martensz, getrouwd met Aeltgen Cornelis, mitsgaders Cornelis Claesz als vader en voogd van Henrick, Marten, Dirck en Marrichgen Cornelis, zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Niesien Thomas, zijn overleden huisvrouw, geassisteerd door Cornelis Mertensz van Rossum, kuiper, idem Abraham Adriaensz Plemper, voor zichzelf en als man en voogd van Marrichgen Thomas, zijn huisvrouw, vertichten met elkaar als erfgenamen van Thomas Ermboutsz, hun vader en schoonvader, landen en een huis, hof, berg en schuur, gelegen in Zegvelderbroek, en de legaten afkomstig van Steventjen Henrickx, de overleden moeder van Thomas Ermboutsz, alles ten behoeve van Ermbout Thomasz als mede erfgenaam.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld (beheersnr. W180), inv.nr. 2375, aktenr. 35, d.d. 20-05-1644
---
Cornelis Maertensz van Rossum te Kamerik verkoopt aan Adriaen Jansz Focker te Kamerik de helft van 2 morgen 5 hond land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, welke andere helft toekomt aan Hillegont Claesdr, het geheel strekkend van het land van Cornelis Pietersz tot de Masloot, belend ten oosten Willem Jan Lauwen c.s. en ten westen Aris Cornelisz Quast c.s. Koopsom 417 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 63, fol. 112v, d.d. 21-06-1644 (Prins)
---
Cornelis Meertensz van Rossum, wonende in het dorp Kamerik Mijzijde heeft in een erfkoop verkocht aan Cornelis Cornelisz Griffioen de jonge, ook wonende te Kamerik Mijzijde, een huis en erf, waar de verkoper tegenwoordig woont, gelegen in het dorp Kamerik op de Mijzijde, strekkende van de Kameriker wetering tot de halfsloot van Gerrit Claesz, belend ten zuiden de steeg en ten noorden voornoemde Gerrit Claesz; nog een partij aarde, as, vuilnis, steen en dergelijke, gelegen op het erf van het verkochte huis, 2 à 3 eiken bedsteden en meubele goederen. De koopsom is 2.000 gulden, waarvan 1.200 voor het huis en erf.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8514, aktenr. 55, d.d. 16-12-1646
---
Compareerden Cornelis Meertensz van Rossem, ca. 44 jaar oud, en Pieter Jansz van Rossem, ca. 45 jaar oud, beiden mede wonende te Kamerik Mijzijde, verklaren [op verzoek van Heijndrick Elbertsz, wonende te Kamerik Mijzijde] dat in de afgelopen 24 jaar drie of vier dammen, gelegen in bovengemelde buursloot, zonder belet gebruikt zijn. Er heeft nog nooit iemand moeite mee gehad.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 61, d.d. 28-05-1647
---
Staat en inventaris gemaakt door Claes Cornelisz Plomp, wonende te Kamerik Staten Gerecht, weduwnaar en boedelhouder van Marichgen Cornelisdr, zijn overleden huisvrouw.
"Cornelis Maertensz van Rossum comt volgens sijn cedulle de somme van 2-18-0"
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8535, aktenr. 125, d.d. 28-10-1653
---
Lijsbeth Cornelisdr, weduwe van Heijndrick Elbertsz, ca. 56 jaar oud, wonende te Kamerik Mijzijde, die op verzoek van Cornelis Maertensz van Rossum als man en voogd van Merrichgen Claes Fockert, die een dochter was van Claes Willemsz Fockert, welke Claes Willemsz een susterling [neef, kinderen van zussen of broer en zus] was van Wilburch Jacobs Ruijs, in haar leven tweede huisvrouw van Pieter Dircksz van Adrichem, voormalig schout van Kamerik Mijzijde, verklaarde zich nog goed te herinneren dat zij ca. 35 à 36 jaar geleden speelgenoot was van Aeltgen Gijsen, toen zij bruid was, zijnde de voornoemde Aeltgen Gijsen nog in leven als huisvrouw van Jan Govertsz de Wit, wonende te Kamerik Mijzijde, en dat Aeltgen Gijsen een dochter was van schout Gijs en voornoemde Wilburch Jacobs Ruijs. Ze waren speelgenoot, omdat ze buurkinderen waren en veel tijd met elkaar doorbrachten, zoals ze nu nog gebuur is met Jan Govertsz de Wit. Ze kan zich goed herinneren dat Pieter Dircksz van Adrichem een grote, mooie kamer
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 159, d.d. 16-01-1654
---
Cornelis Maertensz van Rossum, ca. 52 jaar oud, wonende te Kamerik Staten Gerecht, die op verzoek van Lijsbeth Cornelis, weduwe van Heijndrick Elbertsz, verklaart dat hij vele jaren naast de requirante heeft gewoond, zowel aan de zuid- als noordzijde, zoals dat nu ook nog het geval is, dat hij goed weet dat toen de requirante kwam te trouwen met haar overleden man, dat ze schiftelijk contract had op de hofstede waar ze nu nog woont op Kamerik Mijzijde. In hetzelfde contract heeft Claertgen Poolen, de moeder van de requirante, het recht bedongen om gebruik te maken van het voorhuis, de zuidkamer en opkamer. Dezelfde Claertgen heeft met haar zoon Jan Cornelisz daar gebruik van gemaakt, maar vervolgens de requirante en haar man onfatsoenlijk bejegend en het huis hebben vernield. Ze besloot uiteindelijk met haar man te verhuizen naar Teckop en Bodegraven en de hofstede te verhuren. Uiteindelijk hebben Claertgen Poolen en Jan Cornelisz twee huizen, die door Claertgen Polen in lijftocht werden bezeten, afge
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 160, d.d. 16-01-1654
---
Korte staat van de boedel van Merrichgen Claes, overleden op de Mijzijde.
"[betaelt] aen Cornelis Meertensz van Rossum 0-10-0"
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8521, aktenr. 34, d.d. 23-08-1662
---
Neeltgen Jans, weduwe van Claes Elbertsz, wonende te Kamerik Staten Gerecht, voor haar zelf en als moeder en voogdesse van Trijntgen Claes, haar onmondige weeskind, verwekt bij voornoemde Claes Elbertsz, die gezien het overlijden van Cornelis Meertensz van Rossum, haar voormalige voogd, heeft gekozen Mathijs van Roijen, schout te Kamerik Mijzijde, machtigt hem tot voogd van haar en haar weeskind.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8511, aktenr. 42, d.d. 16-01-1664
---
Grietgen Jacobs Verheul, weduwe van Claes Zegrumsz [van den Bosch], gewoond hebbende te Houtdijk en nu wonende te Kamerik, gezond van lichaam, had eerder met haar man een testament opgesteld. Toen was haar enige zoon, Zegrum Claesz, hun leven, die intussen zonder nageslacht is overleden. Ze wil dat de goederen en middelen, die overblijven na het aflossen van alle schulden, worden verdeeld voor een vierde deel aan de kinderen van Huijbert Jacobsz, haar overleden volle broer, het tweede vierde deel aan de kinderen van Pietgen Jacobs, haar overleden volle zus, het derde vierde deel aan Hillichgen Claes Focker, haar halfzus, en het laatste vierde deel aan Merrichgen Claes Focker, mede haar halfzus.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8522, aktenr. 18, d.d. 11-01-1667
---
Johan Freser, schout van Kamerik Staten Gerecht, voor zichzelf en als man en voogd van Mechteldt de Moelre, zijn huisvrouw, heeft in een erfkoop verkocht aan Merrighjen Claes, weduwe van Cornelis Maertensz van Rossum, een erfje gelegen te Kamerik, waarvan de andere helft in bezit is van de weduwe van Cornelis Jansz timmerman, strekkende van de Kameriker wetering tot aan de sloot van de verkoper, belend ten zuiden voornoemde weduwe van Cornelis Jansz timmerman en ten noorden de koper zelf. De koopsom is 180 gulden. [De volgende akte is de verkoop van de andere helft aan Jannichje Pieters, weduwe van Cornelis Jansz timmerman.]
Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 52, d.d. 15-05-1671
---
Johan Freser, schout van Kamerik Staten Gerecht, voor zichzelf en als man en voogd van Mechtelt de Moelre, zijn huisvrouw, dragen over aan Merrichie Claes, weduwe van Cornelis Meertensz van Rossum de helft van een erf gelegen te Kamerik Staten Gerecht, waarvan de andere helft toebehoort aan de weduwe van Cornelis Jansz timmerman, strekkende van de Kameriker wetering tot de sloot van Johan Freser, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Jansz timmerman en ten noorden voornoemde Merrichie Claes weduwe.
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 980, aktenr. 85, d.d. 20-06-1671 
van Rossum, Cornelis Maartens (I2753)
 
3317 Jacob Jansz Robol (overl.)
Nelletgen Claesdr., sijn weduwe
t Dorp van Segwaert oostsijde f. 664v
Bron: Zoetermeer en Zegwaart - Hoofdgeld 1622
---
Robol(l), Jacob Jansz
37, 122 12- 3-1581
39, 40 4-11-1584
39, 46 22- 4-1584
41, 188 30-10-1592
41, 189 31-10-1592
41, 195v 29-11-1592
41, 240 15- 6-1593
42, 309v 1- 3-1598
42, 404 28- 9-1597
Roboll, Jacob Janss (kerckmeester)
40, 243 25- 3-1590
Bron: Zegwaart - Transporten en hypotheken, 1571-1600
---
Robol(l), Jacob Janss
43, 47v 30-11-1602
43, 300 28- 2-1605
43, 336 17- 4-1605
45, 364v ..-..-1613
45, 366v 29- 1-1613
45, 367v 29- 1-1613
46, 285v 25- 1-1617
46, 286 25- 1-1617
46, 322v 30- 4-1617
47, 10 29- 4-1618
Robol, Jacob Janss (Heyligeestarmemeester van Segwaert ende Soetermeer)
46, 10 29- 9-1613
46, 10v 29- 9-1613
46, 57v ..-..-1614
za. Rooboll, Jacob Janss
50, 12 5- 7-1634
Bron: Zegwaart - Transporten en hypotheken, 1601-1650a
---
Robol, Jacob Jansz (kerckmr.)
32, 146v 15- 4-1590
Bron: Zoetermeer - Transporten en hypotheken, 1589-1600
---
Robol, Jacob Janss
RA 35, 24 20- 2-1601
Bron: Zoetermeer - Transporten en hypotheken, 1601-1650
---
(fol. 26) Jacob Jansz. Robol 1 m. 2 h. fol. 27
Bron: Morgenboek Zegwaart,1580 
Robol, Jacob Jans (I2705)
 
3318 Jacob Jansz Tijcket J.M. besemmaker int Oosteijnde
Catharina Elias van der Breet J.D. mede aldaer
getrouwt in de kercke alhier den .. octob. 1693 
Gezin: Jacob Jans Viquet / Caatje Elias van der Breet (F1754314189)
 
3319 Jacob Joosten, en zijn vrouw Leentgen Jacobsdr Cralingen, hebben aan hun jongste zoon Pieter Jacobs reeds 1200 gld gegeven en legateren daarom aan hun andere kinderen een gelijk bedrag.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 53, aktenr. 365, d.d. 23-04-1624
---
Cornelis Andriesz Cleywech, j.g. wonende Cleywech onder het ambacht van Schiebrouck, en geassisteerd door zijn vader Andries Cornelisz Cleywech wonende te Schiebrouck, sluit een contract van huw. voorwaarden met Trijntgen Ariensdr, j.d. wonende in Ommoorden, en geassisteerd door haar zwager en voogden Dirck Barentsz wonend Cleywech, Pieter Jacobsz Verpost te Cralingen, en Willem Pietersz Cley wonend in Ommoorden. Door de a.s. bruidegom wordt o.m. ingebracht 122 koebeesten, 6 hockelingen, 1 paard en alle gereedschap tot de bouwerij behorend. Bovendien 26 morgen land met huis en erf, enz. gelegen in de Berchpolder in Schiebrouck, gedeeltelijk eigendom van zijn vader, genoemde Andries Cleywech en van Cors Pietersz Prins, brouwer in de Boot. De akte is opgemaakt in de herberg van het Gouden Laecken.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 81, aktenr. 113, d.d. 17-04-1635
---
Pieter Jacobsz Verpost aan de Veenwech in het Ambacht Cralingen verhuurt aan Jan Vrancken te Cralingen aan de 's-Gravenwech zeven stukken land, tezamen groot drie margen aan de 's-Gravenwech in Cralingen, belendende oost: Franck Aryensz en west: Wigger Eeuwoutsz en strekkende van de 's-Gravenwech tot aan Pieter Dircxsz Herst voor de tijd van drie jaar, tegen 60 gulden per jaar.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 366, aktenr. 137, d.d. 06-06-1639
---
Leentgen Jacobsdr, weduwe van Jacob Joosten Verpost?, te Kralingen, benoemt tot erfgenamen, elk voor 1/4e deel: haar zoon Pieter Jacobsz; de nagelaten kinderen van Jacob Jacobsz [overleden zoon]; idem van Inge Jacobsz [overleden zoon]; en de kinderen van Maertgen Ariensdr (dochtersdochter van Leentgen), mits dat deze Maertgen Ariensdr levenslang het vruchtgebruik zal hebben. Indien dez niet tevreden is, dan krigt ze legitieme portie. Tot voogden over deze kinderen worden benoemd PieterJacobsz en neef Joost Jacobsz.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 416, aktenr. 189, d.d. 23-10-1640
---
Jan Willemsz Tou te Vlaerdingerambacht bekent 1000 gulden schuldig te zijn aan de Armen van Capelle op d'IJssel. Pieter Jacobsz Verpost uit Kralingen treedt op als borg.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 306, aktenr. 15, d.d. 30-04-1641
---
Trijntge Cornelisdr, weduwe van Pieter Jacobs Verpost, wonend aan de Veenwech in Cralingen, machtigt Pieter van der Licht, secretaris van Cralingen en notaris om van Leendert Sijmons in 't Veldt te Barendrecht betaling van zijn schuld te eisen. De schuld is van 04/06/1647.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 275, aktenr. 52, d.d. 16-12-1653 
Verpost, Pieter Jacobs (I3346)
 
3320 Jacob Pieters vander Werff, arbeyder,
een vrouw, twee kinderen boven de thien
jaren, een boven de acht tot tien, twee beneden
de acht tot vier jaren, ende een beneden de
vier jaren
Bron: Hoofdgeld Lisse 1680 [Hogenda] 
van der Werf, Jacob Pieters (I3518)
 
3321 Jacob Pietersz backer en Annichgen Claes huisvrouw
Kinderen: Pieter, Willem en Ariaentgen
Huisgenoten: Ingetgen Dircks arm, Annichgen Joosten jongwijf, Dirck Cornelisz knecht
Bron: Hoofdgeld Boskoop anno 1622 [Hogenda]
---
Jacob Pietersz verkoopt Jan Dircxsz Drooch 6 morgen land in het Rijneveld, strekkend van de Toegang tot aan de landen van Ghijsbert en Claes Sijmonsz, belend ten oosten en westen Jan Jansz Foos c.s. Koopsom 1.850 gulden. Met schuldbrief en vrijwaringsbrief.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 4, p. 88, d.d. 23-03-1611
---
Sijmon Claesz, voor zichzelf, met procuratie van Adriaen Claesz, molenaar, Jacob Pietersz, getrouwd met Annitgen Claesdr, Sijmon Claesz, getrouwd Maritgen Claesdr, en Sijmon Roeleoffsz en Willem Pietersz van Leeuwen, voogden van Maritgen Sijmonsdr, weeskind van Barbar Claesdr, allen kinderen van wijlen Claes Sijmonsz, verkopen Dirckgen Adriaensdr, weduwe van Ghijsbert Sijmonsz, 3 morgen 2 hond land in het Rijneveld, strekkende van de Groeneweg tot de landen van Dirck en Jan Ewoutsz, belend ten oosten Jan Ewoutsz e.a., ten westen Dirck Woutersz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 38, d.d. 27-05-1616
---
Poulus Jacobsz, Crijn Jacobsz, Gerrit Ponsz, gehuwd met Anna Jacobsdr, Maerten Roelenz, wonende te Zevenhuizen, gehuwd met Maritje Jacobsdr, Jacob Pietersz en Pieter Dircksz Cabouter, gehuwd met Neeltje Pietersdr, kinderen van Pieter Jacobsz en nog dezelfde Jacob en Pieter met Cornelis Pieter Corsz als voogden over Claes, Cornelis, Cors en Maritje Jacobs, alsnog onbejaarde kinderen van Pieter Jacobsz, gezamenlijk erfgenamen van Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz, hun overleden moeder, grootmoeder en schoonmoeder, scheiden door tussenspreken van Ruth Adriaensz en Cornelis Cornelisz Roos, buurlieden, de boedel. Poulus Jacobsz Maerten Roelenz en de kinderen van Pieter Jacobsz ontvangen tezamen 1.260 roeden land zijnde 3/5 deel van een perceel van 3 grote morgen gelegen aan de Binnenweg, belend in zijn geheel ten oosten Adriaen Cornelisz Roos, ten westen Leendert Willemsz en Cornelis Hendricksz Crooswijck, ten zuiden de rest van de 3 morgen en ten noorden eensdeels de Voorweg en eensdeels de Dwars
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 23, p. 632, d.d. 23-06-1624
---
Jacob Pietersz, Pieter Dircksz Cabouter, gehuwd met Neeltje Pietersdr, voor hen zelf en nog met Cornelis Pieter Corsz als voogden over Claes, Cornelis, Cors en Maritje Pieters, allen kinderen van Pieter Jacob Corsz en Inge Dircksz Backer, wonende te Zevenhuizen met procuratie van Maerten Roelenz, eveneens wonende te Zevenhuizen, man en voogd van Maertje Jacob Corsdr, ter eenre en Poulus Jacobsz ter andere zijde. Betreft scheiding van 3/5 deel van 3 grote morgen en 5 hond land gelegen Binnenweg, hen aangekomen bij scheiding van Maritje Cornelisdr, hun overleden moeder, schoonmoeder en grootmoeder. Jacob Pietersz, Pieter Dirck Cabouter en de minderjarige kinderen met Maerten Roelenz tezamen ontvangen de twee westwaardse kampjes te verongelden voor 2/5 van 3 grote morgen 5 hond land, belend ten westen Leendert Willem Gerritsz, ten oosten Poulus Jacobsz, ten zuiden Crijn Jacob Corsz en ten noorden Poulus Jacobsz en Crijn voornoemd, belast met 31 stuivers per jaar Poulus Jacobsz ontvangt hebben het oostkam
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 23, p. 685, d.d. 11-11-1624
---
Jan Ariensz opt Torentgen onze buurman heeft verkocht aan Jacob Pietersz Backer en Cornelis Jansz Heij beide wonende te Boskoop een stuk veenland van 4 morgen 5,5 hond gelegen onder Snijdelwijk te Noord-Waddinxveen voor 869 gulden 12 stuivers contant geld.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 8, fol. 314, d.d. 25-03-1629 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 12]
---
Jan Ariensz opt Torentgen heeft verkocht aan Jacob Pietersz Backer een schuur en "beterschap van stale" gelegen aan de Gouwkade te St. Hubertsgerecht voor een jaarlijkse losrente van 2 gulden 10 stuivers, waarvan de hoofdsom bedraagt 40 gulden. Jan is betaald met een schuldbrief. Dirck Vreericksz Berckel compareert ook "dwelcke d'voorsz. Jacob Pietersz hier op tot sijne laste nemen ende behouden sal zoo de brieff daer van vermeldende is ende sijn op hetm ingegaen meije anno 1629".
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 8, fol. 379, d.d. 27-05-1629 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 12]
---
Jacob Pietersz Backer wonende te Boskoop is schuldig aan Jan Ariensz opt Torentgen een bedrag van 144 gulden. Jacob belooft te betalen in mei 1630 t/m 1633 36 gulden per jaar.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 8, fol. 381, d.d. 27-05-1629 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 12]
---
Lenaert Dircksz Slooth onze buurman is schuldig aan Jacob Pietersz Backer te Boskoop een jaarlijkse losrente van 3 gulden 15 stuivers met een hoofdsom van 66 gulden. Onderpand is een huis en erf gelegen te Suidelwijk onder Noord-Waddinxveen.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 9, fol. 116, d.d. 30-11-1630 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 13]
---
Cornelis Jansz Verheij en Jacob Pietersz Backer te Boskoop hebben verkocht aan Pieter Jansz Bouff een stuk veenland van 4 morgen en 5,5 hond gelegen te Suidelwijk onder Noord-Waddinxveen. Ze zijn betaald met een schuldbrief van 600 gulden. Volgt de schuldbrief.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 9, fol. 411, d.d. 13-03-1632 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 13]
---
Cornelis Jansz voor hem zelf, Cornelis Ariensz Groen getrouwd met Grietgen Jansdr en Jacob Pietersz en Cornelis Cornelisz van Heijningen als voogden over Louris Jansz en Neeltgen Jansdr, kinderen en erfgenamen van Jan Pietersz en Anna Cornelisdr zaliger. Ze hebben verkocht aan Huijbert Jorisz Donder, baljuw van St. Hubertusgerecht en schout van Waddinxveen 50 roeden veenland te Noord-Waddinxveen en een partij veenland van 4 morgen 5,5 hond gelegen te Suidelwijk onder Noord-Waddinxveen. Er staat nog een custingbrief te betalen over het laatste stuk land. Competerende Cornelis Jansz Verheij en de weduwe van Jacob Pietersz Backer te Boskoop. Het betreft een bedrag van 300 gulden dat in jaarlijkse termijnen van 50 gulden betaald zal worden.
Bron: SAMH, ORA Waddinxveen (toegangsnr. 36), inv.nr. 11, fol. 147, d.d. 20-03-1637 [FamilySearch, ORA Waddinxveen, inv.nr. 15]
---
Jacob Pietersz Backer is in 1616-1628 eigenaar van 5 morgen 64 roeden land, een van de drie weren die oorspronkelijk van de weduwe van Pieter Claesz waren. Het stuk land ligt tussen de Biezenweg (nu Biezen) en de Groeneweg of Nieuwe kade (nu Rijneveld) en tussen Gouwkade oostwaarts en de wetering (nu Goudse Rijweg). In 1608-1612 was hetzelfde stuk land in bezit van zijn schoonvader Claes Sijmonsz, die het heeft overgenomen van de broers Bouwen en Anthonis Barentsz. In 1640 staat dit stuk land op naam van mr. Gerrit van Hoogheveen.
De weduwe en kinderen van Jacob Pietersz Backer zijn in 1640-1652 eigenaar van een stuk land van 2 morgen 207 roeden dat oorspronkelijk de weer van Sijmon Ghijsbertsz was. In 1640 staan de weduwe en kinderen van Jacob Pietersz Backer ook geregistreerd als eigenaar van een stuk land van 1 morgen 315 in een weer die lang geleden van de weduwe van Pieter Claesz was. In 1652 is het eerste stuk (de weer van Sijmon Ghijsbertsz) 425 roeden en het tweede stuk (de weer van Pieter Claesz' weduwe) 2 morgen 207 roeden groot. In 1656 zijn de stukken van Pieter Jacobsz en Dirck Adriaensz van Leeuwen. Deze stukken land lagen tussen de Biezenweg (nu Biezen) en de Reijercooperdijk (nu Reijerskoop) en tussen Gouwkade oostwaarts en de [Amsterdams] Padtswetering (nu Goudse Rijweg). Beide stukken land stonden in 1628 op naam van Claes Sijmonsz.
Bron: 6483-6483 Morgenboeken van Reyerskoop en de Biezen onder Boskoop, 1596-1804. 
Backer, Jacob Pieters (I3722)
 
3322 Jacob Riddersz met Pietertje Jans Touwen ghetrout den 31 meij Gezin: Jacob Ridders Dokkum / Pietertje Jans Touwen (F1754313463)
 
3323 Jacob Siersz, oud 50 jaar, ambachtsbewaarder van Schieveen en Jan Claesz, croosheemraedt van Schieveen, 54 jaar, verklaren op verzoek van Abraham Gerritsz, timmerman wonende bij de Swedtheul onder Overschie, dat na het overlijden van de molentimmerman Crijn Aryensz er door de geburen van Schieveen een nieuwe molentimmerman gekozen moest worden. Als medeburen in de polder en als molentimmerlieden worden nog genoemd: Harmen Michielsz, Symon Cornelisz, Harmen Cornelisz Coeckoeck, Aryen Jansz, Jan Jacobsz, Claes Cornelisz, molenaar, Arent Pietersz, Claes Jorisz, molenaar, Pieter Cornelisz Beun, Vechter Euften, Jan Jansz alias Jonge Jan en Aryen Louwen, molentimmerman.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 91, aktenr. 318, d.d. 28-03-1623
---
Anthonis Cornelisz Overschie, Abraham Gerritsz huistimmerman Overschie, Anthonis Jacobsz Overschie, machtigen Bartholomeus van der Velde procureur, om hen te vertegenwoordigen voor het Hof van Holland.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 88, aktenr. 451, d.d. 22-05-1628
---
Adryaen Cornelisz van Roon gherechtsbode te Bleyswijck, en Anthonis Cornelisz, en Abraham Gerritsz huystimmerman, beiden wonende aan de Swedtheul onder Overschie, komen overeen een tussen hen gerezen geschil over de betaling van een bedrag van 136 gulden, 1 stuiver en 8 penningen, speciaal wat betreft de competentie van het gerecht van Bleyswijck, voor te leggen aan arbiters in Sgravenhaghe. Partijen zullen op 11.09.1628 te 's-Gravenhage bij elkaar komen om de uitspraak te vernemen. Adryaen Cornelisz van Roon handelt als aangewezen voogd over Neeltgen Jansdr, onbejaerde nagelaten dochter van wijlen Neeltgen Sebastiaensdr, en van wie de vader is Jan Jacobsz Vermeer. Anthonis Cornelisz en Abraham Gerritsz handelen voor zichzelf en tevens namens Anthonis Jacobsz, wonende te Overschie.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 84, aktenr. 489, d.d. 02-09-1628
---
Abraham Gerritsz man van Trijntgen Jacobsdr huystimmerman Overschie, mede namens zijn zwager Anthonis Jacobsz Overschie, en namens zijn schoonmoeder Magdaleentgen Anthonisdr weduwe van Jacob Jacobsz Overschie, verder compareert Anthonis Cornelisz Overschie, mede namens zijn zusters Trijntgen Cornelisdr Overschie, Vroutgen Cornelisdr Overschie, Annitgen Cornelisdr Overschie, alle vier kinderen van Cornelis Anthonisz en Emmitgen Jorisdr Overschie, ten derde compareert Dirck Cornelisz Versijde man van Sebastiaentgen Cornelisdr Overschie, en Willem Pietersz man van Merritgen Cornelisdr Berckel. Zij allen tezamen machtigen Bartholomeus van der Velde procureur, om hen te vertegenwoordigen in de zaak die zij hebben met, Adriaen Cornelisz vanRoon, gerechtsbode te Bleyswijck als voogd over Neeltgen Jansdr weeskind van Jan Jacobsz Vermeer en Neeltgen Sebastiaensdr. [Overschie en Berckel zijn hier woonplaatsen.]
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 89, aktenr. 134, d.d. 12-10-1631
---
Abraham Gerritsz, wonend aan de Swetheul buiten Ouwerschie, bekent 400 gulden schuldig te zijn aan Catharijna Kievits, weduwe van Symon Tromp. Pieter Cornelisz, molenaer op de Broekse molen, stelt zich borg.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 312, aktenr. 175, d.d. 17-04-1651
---
Trijntge Jacobs, weduwe van Abraham Gerritsz van Oosten, wonend aan de Swetheul onder Ouwerschie, bekent 300 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Jansz Vermeulen, wonend Terbregge onder Hillegontsbergh, wegens geleende gelden. Gerrit Abrahamsz van Oosten, zoon van Trijntge Jacobs, stelt zich borg voor de betaling. N.B. Deze akte komt overeen met ONA 317 akte 85.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 318, aktenr. 350, d.d. 19-05-1658 
van Oosten, Abraham Gerrits (I2420)
 
3324 Jacob van der Hoeven J.M. corporael onder t Regt van lieut. generael Baron van Leijden met
Geertruij Boot J.D. beiden onder Alphen
27 Decbr. getrouwt 
Gezin: Jacob Claas van der Hoeven / Geertrui Pieters Boot (F1754313158)
 
3325 Jacob van Mewen Jansz van Doren
Machtelt van Schaerlaecken Cornelisdr van Doren
Getrouwt bij mij den vjen dach van meije 1601 
Gezin: Jacob Jans van Meeuwen / Machteld Cornelis van Scharlaken (F1754313443)
 
3326 Jacob van Stricht, J:M: buiten Kleijwechspoort, met
Sijna de Bruin, J:D: op de Kleijwech, beijde van Gouda
Getrouwt den 12 januarij 1744
---
Dito
Dirck Douglas, Jongm. en
Sijna de Bruijn, wed. van wijlen Jacobus van der Strigt
Beide van Gouda en wonende in de Vogelezang
Getrouwt den 16 Julij 1758
Bron: Gouda - NH trouwboek
---
Dito
Dirk Douglas, wed. van Sijna de Bruin, in de Vogelezang en
Hendrina van Engelenburg J:D: van Arnhem wonende op de Oosthave
Getrouwd den 6 Meij 1787
Bron: Gouda - NH trouwboek 
Gezin: Jacobus Cornelis van der Strigt / Sina Cornelis de Bruin (F1754312631)
 
3327 Jacob Willemsz Craen is schuldig aan Cornelis Gerritsz Keijser 200 pond hollands wegens geleend geld met hypotheek op een huis en erf met berg en 3 morgen land, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Vranck Bouwensz en ten westen Willem Craen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 65v, d.d. 00-04-1556
---
Verhuur van de smaltienden van heer van Cruijningen vanaf 01-05-1557 door Govert Jacobsz voor 60 stuivers. Borg Cornelis Gerritsz Keijser.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 89, d.d. 17-05-1557
---
Hendrick Gerritsz is schuldig aan Cornelis Gerritsz Keijser een losrente van 15 stuivers per jaar met hypotheek op een huis en erf, belend ten oosten en noorden de kinderen van Huijch Craenen, ten westen de nieuwe laan en ten zuiden de Voorweg en nog op een tuin achter het huis, belend ten oosten Adriaen Willem Hendricksz, ten westen de laan, ten zuiden de kinderen van Huijch Craenen en ten noorden Aert Pieter Gerritsz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 104v, d.d. 00-09-1557
---
Neeltje ..... met haar zonen Sijmon ..... en Adriaen Jansz, verkoopt aan Cornelis Gerritsz Keijser 3 morgen land binnen weg, belend ten oosten Pieter Andriesz en ten westen Gerrit Jansz Coon, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg met een huis daarop staande en haar erve het welk de voorzegde Neeltje haar levenlang mag bewonen, belast met 5 stuivers ten behoeve van de Kerk te Hazerswoude sprekende op een erfje eertijds gekomen van Geerte Molenaers die daar op placht te wonen, hetwelk aande oostzijde van het gekochte land ligt, nog 3 pond hollands ten behoeve van Willem Jacobsz Craen, 1 1/2 pond hollands ten behoeve van Aernt Gerritsz te Leiden als actie en transport hebbende van een rentebrief.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 153v, d.d. 00-02-1558
---
Reijer Maertensz verkoopt aan Cornelis Gerritsz Keijser 1 1/2 morgen land, belend ten oosten Mees Adriaensz, ten westen de koper, ten noorden de erfgenamen van Jaep Pier Meijnen en ten zuiden Willem Sijmonsz en Sijmon Jacobsz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 201, d.d. 00-02-1559
---
.... 3 morgen land, belend ten oosten Neel Adriaensz, ten westen Machtelt, weduwe van Nijs Gerritsz, ten zuiden de kinderen van Huijch Craen en ten noorden de dwarswetering, belast het gehele perceel met 3 gulden per jaar en het voornoemde 1/6 deelwordt geroieerd. Willem Sijmonsz als principaal en Cornelis Gerritsz Keijser als borg schuldig wegens koop van het voornoemde van Cornelis Willemsz 26 gulden. Sijmon Philipsz 200 pond. Adriaen Philipsz 2 1/2 gulden 10 stuivers nog 50 pond vooruit.Wouter, gehuwd met Maritje, 200 pond. Pieter Dircksz, man en voogd van Beatrix, 60 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 228v, d.d. 00-09-1559
---
Vrouw Jansdag 1561. Leendert Thoenisz met procuratie van zijn vader Anthonis Eeuwoutsz, draagt over aan Cornelis Gerritsz Keijser als gildemeester van het Heilig Kruis Gilde te Hazerswoude, drie rentebrieven die hij te erve genomen heeft vanzijn moeder Meijnse Dircksdr, weduwe van Dirck Vranckensz, beginnende "Ick Sander Jansz Block" groot 15 stuivers zonder datum, de tweede ook beginnende met "Ick Sander Jansz Block" groot 15 nieuwe stuivers d.d. 12-01-1530 en de laatste beginnende "Ick Willem Jacobsz" van 1 1/2 pond hollands d.d. 15-01-1525.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 393, d.d. 02-02-1561
---
Cornelis Gerritsz Keijser is schuldig aan Jacob Cornelisz Craen 6 gulden per jaar met hypotheek op 3 morgen land gelegen binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Pieter Adriaensz en ten westen Gerrit Jansz Koeij.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 107v, d.d. 01-11-1566
---
Leendert Claesz verkoopt aan Cornelis Gerritsz Keijser 3 morgen 4 hond land, belend ten oosten Claes Dircksz en Huijbert Pietersz, ten westen de Oostvaart en Wouter Cornelisz, ten zuiden Wouter Cornelisz en de Voorweg en ten noorden de nieuwe Rijn,belast met 6 gulden ten behoeve van Jacob Cornelisz Craen, 12 gulden ten behoeve van de Deputaten van de Sint Pieterskerk te Leiden, met waarborg 10 hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten ouwe Adriaen Cornelisz, ten westen en zuidenClaes Hendricksz en ten noorden de Voorweg.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 185, d.d. 19-11-1567
---
Cornelis Gerritsz Keijser heeft gekocht van Leendert Claesz 3 morgen 4 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Claes Dircksz en Huijbert Pietersz, ten westen de Oostvaart en Wouter Cornelisz, ten zuiden Wouter Cornelisz en de Voorwegen ten noorden de Nieuwe vaart, belast met 6 gulden per jaar die Leendert Claesz schuldig was aan Jacob Cornelisz Craen en 12 gulden ten behoeve van de Deputaten van de Sint Pieterskerk te Leiden; daarna heeft Leendert Claesz 10 hond land verkocht aan Jacob Cornelisz Craen hiervoor vermeld en zal hem vrijwaren van de lasten welke op deze 10 hond land drukken.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 202v, d.d. 23-12-1567
---
Jasper Adriaensz is schuldig aan Cornelis Gerritsz Keijser 130 gulden wegens koop van zeker veenland in Hoogeveen met hypotheek op een perceel land, strekkende van de Achterweg tot Willem Claesz, gelegen boven weg, belend ten oosten Vranck Jan Hugenznz en Jan Pietersz en ten westen Claes Hendricksz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 205, d.d. 15-01-1568
---
Gerrit Romboutsz, wonende te Utrecht als mede-erfgenaam van Jacob Hugenz te Leiden, verkoopt aan Cornelis Gerritsz Keijser 5 morgen 3 hond land, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Craen met 200 roeden opwaarts en Willem Adriaensz, de zwager van de verkoper, tot aan de landscheiding, ten zuiden dezelfde landscheiding, ten westen Garbrant Jansz en ten noorden de Achterweg en Cornelis Craen, betaald met een schuldbrief (folio 206) van 680 gulden met hypotheek op het gekochte.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 205v, d.d. 15-01-1568
---
Vranck Bouwensz namens Adriana Bouwensdr zijn zuster en Aernt Gerritsz ter eenre en Louris Pietersz ter andere zijde. Zij hebben bij tussenspreken van Zweer Harmensz van der Poll baljuw en schout als super arbiter en Cornelis Zweersz van derPoll, Roelof Cornelisz van Endoven en Cornelis Gerritsz Keijser en Jan Thijmansz zegslieden het volgende overeengekomen: Louris Pietersz mag een schuur bouwen op de noordwesthoek van de laan behorende aan de landen van Adriana Bouwensdr en Aernt Gerritsz voorsz., strekkende het noordeinde uit Aernt Gerritsz land zuidwaarts op tot aan de Voorweg, belend ten westen Huijch Gerritsz en de huiswerf van Adriaen Willemsz Craen en ten oosten Louris Pietersz huiswerf en de huizinge van Hendrick Gijsbert Proeijten erfgenamen, onverminderd dat Adriaen Bouwensdr en Aernt Gerritsz hun eigendom aan de laan houden en dit alles onverminderd het accoord van dezelfde laan van 21-03-1557 stilo com., daarin een ander accoord staat genoteerd van 02-05-1524.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 480v, d.d. 25-10-1570
---
Ten gerechtelijke vervolge van Jan Gijsbertsz van Boskoop hebben Cornelis Gerritsz Keijser, Louris Fransz c.s. crediteuren van Jacob Willemsz Craen naervolgens kerkgeboden te Leiden en Boskoop in de vierschaar van Hazerswoude om aan een iegelijk recht te doen op 13-11-1570 in het openbaar geveild een rentebrief van 8 gulden losrente de penning 16 toebehorende Jacob Willemsz Craen waarvan de hoofdsom 104 gulden bedraagt, gekocht door Christiaan Cornelisz Boelincq, secretaris van Koudekerk, voor 107 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 501, d.d. 22-01-1571
---
Testament van Maritje Sijmonsdr, weduwe van Adriaen Roelofsz met Cornelis Gerritsz Keijser haar gekoren voogd. Zij wil dat Maritje Ulricksdr de dochter van Ulrick Adriaensz haar zoon die hij geprocureerd heeft bij Jannetje van Duvenvoirde nahaar dood mede erven zal alsof haar vader nog op de stoel zat, mits dat zij zal achterstaan 50 gulden die Ulrick meer als zijn huwelijksgoed van 100 gulden heeft ontvangen; als iemand van haar andere kinderen vooroverlijdt geldt dezelfde regeling.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 569v, d.d. 14-01-1572
---
Cornelis Willemsz Craen is schuldig aan Jan Willemsz van der Meer 3 gulden per jaar met hypotheek op 5 morgen 2½ hond erfpachtsland, belend ten oosten Schoutenvaart en ten westen Zweer Harmensz van der Poll, strekkende uit de nieuwe vaart noordwaarts tot de Achterweg; 2½ morgen land gelegen boven weg, belend ten oosten Govert Jacobsz, ten westen IJsbrant Claesz, ten zuiden Cornelis Gerritsz Keijser met zijn vogelkooi en ten noorden de Achterweg; 4 morgen land belend ten oosten Jasper Eijmbrechtsz, ten westen Bruijn Jansz en Willem Sijmonsz Hemelop, ten zuiden Willem Sijmonsz en Pieter Cornelisz elstuijn en ten noorden de Achterweg.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 653, d.d. 01-05-1573
---
Cornelis Gerritsz Keijser, bestevader van en voogd over Trijntje Woutersdr, onmondig weeskind van Wouter Jansz en Maritje Cornelisdr, is schuldig aan Michiel Boonenz als actie hebbende van Maritje Jansdr zijn vrouws zuster het weeskind moeie12 gulden per jaar wegens koop van de helft van 5 morgen 1½ hond land, die Wouter Jansz in zijn leven heeft gekocht van zijn zuster Maritje Jansdr, die gelijke som schuldig was aan Michiel Boonenz wegens koop van ¼ van een woning met 8½ morgen 1 hond 84 roe land, gelegen buiten weg ten westen aan de gemene laan, welke voorsz. 5 morgen 1½ hond gelegen zijn binnen weg, belend ten oosten Cornelis Dircksz en Claes Dircksz, broers en ten westen de kinderen van Jacob Dircksz, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg toe, met hypotheek op het gekochte.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 2v, d.d. 16-06-1577
---
Adriaen Sijmonsz, Gerrit Cornelisz Keijser en Jacob Pietersz Craen, schepenen en Cornelis Gerritsz Keijser als schatters alsmede Jan Joostensz Block, schoutenbode hebben geschat op verzoek van Roelof Adriaensz als gemachtigde van Jacob Hendricksz, wonende te Schoonhoven als zoon en mede-erfgenaam van Hendrick Cornelisz zijn vader, in zijn leven wonende ter Gou om schatting te doen aan 10 morgen land in de Waterganck buiten weg, belend ten oosten de erfgenamen van Cornelis Eeuwoutsz, ten noorden de Kerkweg, ten westen Dirck Claesz Poorter met Cornelis Cornelisz jonge Coninck, ten zuiden de erfgenamen van Huijbert de Jonge, doktor in de medicijnen, lestmaal gepossideert bij Leendert Adriaensz, schout van Koudekerk voor 21 gulden per jaar volgens de brief gepasseerd bij Jasper Adriaensz op 14-06-1554, voor welk bedrag en 1 jaar rente de voorsz. hypotheek op 20-04-1577 gerechtelijk was gepand en de weete gedaan aan Leendert Adrtiaensz als possesseur en ten woonstede van Toenis Jaspersz en Anna Jaspersdr,
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 6v, d.d. 17-06-1577
---
Cornelis Gerritsz Keijser als mede-erfgenaam van zijn moeder Maritje Dircksdr, weduwe van Pieter Jansz Wittebol, verkoopt Willem Cornelisz schoemaker, wonende te Leiden, een rentebrief sprekende op Jan Anthonisz van 12 gulden per jaar wegenskoop van 4 vaarsen alsmede het gebruik van het land waar de beesten op stonden en deze zomer te gebruiken, te weten 106 gulden en 94 gulden, tezamen 200 gulden met hypotheek op een huis en erf, belend ten westen ...... Jacobsdr, zijn zuster, ten oosten ........, ten zuiden de nieuwe vaart en ten noorden de Voorweg.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 122, d.d. 05-09-1578
---
Jan Dircksz van Stompwijck, man en voogd van Grietje Gerritsdr en Gerrit Gerritsz Koijt, haar vader. Jan Dircksz verkoopt Jeroen Gerritsz, zijn zwager 1/5 deel van 3 morgen 3 hond land, belend ten oosten Cornelis Claesz Val, ten westen Hendrick Croeswijck c.s. en de erfgenamen van Jan Pietersz van Rossum te Leiden, ten zuiden Sijmon Dircksz en ten noorden de dwarswetering, belast met 1/4 van 1 wilhelmus schild en 3 gulden per jaar, 4 gulden per jaar ten behoeve van Cornelis Gerritsz Keijser,haar oom, welke lasten staan op de 5 delen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 160v, d.d. 03-11-1578
---
Frans Cornelisz en Gerrit Cornelisz Keijser zijn tezamen schuldig aan Cornelis Claesz c.s. als erfgenamen van Claes Lambrechtsz, brouwer te Leiden, 254 gulden wegens geleverd bier aan hun vader Cornelis Gerritsz Keijser met hypotheek op 3 morgen land gelegen boven weg, belend ten oosten Hendrick Gerritsz, ten westen Jan Hendricksz en Pieter Hendricksz, ten zuiden Bouwen Adriaensz Veltheer en ten noorden de Achterweg.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 161, d.d. 07-11-1578
---
...... schuldig aan Cornelis Gerritsz Keijser als gebroken hebbende uit de boedel van ouwe Gerrit Cornelisz Koeijt voorsz. en Neeltje Claesdr, zijn vrouw de voorsz. comparanten hun moeder.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 182, d.d. 20-01-1579
---
Cornelis Adriaensz snijer heeft gekocht van Cornelis Gerritsz Keijser als bestevader en Michiel Boonen als oom van Trijntje Woutersdr, onmondig weeskind van Wouter Jansz en Maritje Cornelisdr, 5 morgen 1 hond 40 roe land gelegen binnen weg, strekkende het noordeinde van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Dircksz en Claes Dircksz, broers, ten westen Jan Anthonisz namens zijn vrouw en Erckje Jacobsdr erfgenamen van Jacob Dircksz, belast met 19 gulden 10 stuiversper jaar te weten aan Cornelis Woutersz als vader en voogd van zijn weeskind Mees Cornelisz bij Jannetje Jansdr, 12 gulden, aan de huiszitten te Leiden 30 stuivers, aan de erfgenamen van Claes Dircksz Ket, in zijn leven schout van Koudekerk, 3 gulden en aan Joost Jacobsz te Leiden de helft van 3 gulden, met waarborg zijn huis en erf gelegen buiten weg, belend ten westen en noorden het huis van Mees Willemsz, ten oosten Claes Andriesz met de woning van Huich Gerritsz en ten zuiden de Heerweg.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 185v, d.d. 23-01-1579
---
Cornelis Gerritsz Keijser als bestevader en Michiel Boonen als oom van Trijntje Woutersdr, onmondig weeskind van Wouter Jansz en Maritje Cornelisdr, dragen over op Cornelis Adriaensz snijer 5 morgen 1 hond 40 roe land gelegen binnen weg, strekkendehet noordeinde van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Cornelis Dircksz en Claes Dircksz, broers, ten westen Jan Anthonisz namens zijn vrouw en Erckje Jacobsdr erfgenamen van Jacob Dircksz. Met waarborg een kamer met erf van het voorsz. weeskind, belend ten oosten en zuiden Cornelis Adriaensz Lodder met een huis en erf, ten westen IJsbrant Cornelisz en ten noorden de Heerweg.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 187, d.d. 23-01-1579
---
Cornelis Gerritsz Keijser als mede-erfgenaam van zijn moeder Maritje Dircksdr, weduwe van Pieter Jansz Wittebol, verkoopt Theet Dircksdr, weduwe van Jan Heijmansz, wonende te Leiden een schuldbrief van 75 gulden, die de verkoper competeerde op de weduwe van Eeuwout Cornelisz Schoeneman volgens de brief van 19-03-1571, waarvan een copie aan deze akte is gehecht en welke brief berust onder Roelof Adriaensz, secretaris van Hazerswoude, tot behoef van de koopster en anderen, daar er ook andere schulden in vermeld staan.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 203v, d.d. 12-03-1579
---
Hector van Chamu, wonende te Weesp voor hem zelve, voor zijn zoon Jan van Chamu en als procuratie hebbende van Cornelis Hubertsz de Jonge, wonende te Keulen, zijn zwager verkoopt Cornelis Gerritsz Keijser een perceel land zoals het hem is aanbedeeld bij erfenis van Hubrecht de Jonge en zoals deze het had gekocht bij decreet van het Hof van Holland van 09-12-1551, belend ten oosten Jan Hugenz en ten westen de weduwe van Louris Dircksz, Adriaen Adriaensz Prins en de weduwe van Adriaen Hendricksz, strekkende uit de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg toe, betaald met een schuldbrief. Met de machtiging. (zie invnr. 18 akte folio 530)
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 528v, d.d. 16-02-1582
---
Cornelis Gerritsz Keijser is schuldig aan Hector van Chamu, wonende te Weesp zo voor hem zelve en namens zijn onmondige zoon Jan van Chamu en Cornelis Hubrechtsz de Jonge, burger van Keulen, 500 gulden wegens koop van een perceel land, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Jan Hugenz en ten westen de weduwe van Louris Dircksz van Hout, Adriaen Adriaensz Prins en de weduwe van Adriaen Hendricksz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 532, d.d. 15-02-1582
---
Cornelis Gerritsz Keijser is schuldig aan Hector van Chamu, wonende te Weesp zo voor hem zelve en namens zijn onmondige zoon Jan van Chamu en Cornelis Hubrechtsz de Jonge, burger van Keulen, 225 gulden met waarborg een weer land genaamd het Kaweer ...... de Voorweg, waarvan de penningen roerende zijn.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 532v, d.d. 15-02-1582
---
Cornelis Gerritsz Keijser verkoopt Dirck Adriaen Jansz een perceel land aan de binnenweg, belend ten westen Adriaen Jansz backer, Adriaen Adriaensz Prins en Ruth Adriaensz en ten oosten Jan Hugenz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot deAchterweg, zoals gekocht was van Hector van Chamu volgens de brief van 16-02-1582.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 600v, d.d. 16-01-1583
---
Cornelis Gerritsz Keijser is schuldig aan Jacob Cornelisz Craen, Claes Willemsz en Jan Jacobsz Wittebol, kerkmeesters van Hazerswoude, 4 gulden 10 stuivers per jaar met hypotheek op een binnenweg saete land van 3 morgen 55 roe, strekkende het noordeinde van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten Mees Willemsz en ten westen Barbera Gerritsdr, weduwe van Pieter Jansz Craen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 625, d.d. 23-09-1588
---
Gerrit Cornelisz Keijser, wonende alhier, vertoonde ons zekere voorwaarden luidende aldus: Gerrit Cornelisz Keijser boedelhouder ter eenre met zijn vader Cornelis Gerritsz Keijser en Claes Gerritsz, van zijn huisvrouwen wege oom en Claes Jansz, neef van de voorsz. Gerrit 5 weeskinderen die hij heeft gewonnen bij zijn vrouw Neeltje Andriesdr, ook present Dirck Cornelisz Keijser, Wouter Cornelisz, Maritje Andriesdr en Claertje Andriesdr om te maken een boedelscheiding of de kinderen te bewijzen van hun moederlijk erfdeel. Annetje, Leentje en Dirck Gerritsz zullen te Lichtmis (02-02-)1592 krijgen 4 morgen land gelegen buiten weg, belend ten oosten Cornelis Adriaensz Lodder, ten westen het houtland van de erfgenamen van Gerrit van Dam, ten zuiden de Voorweg, en ten noorden de nieuwe vaart, belast met 24 gulden per jaar ten behoeve van IJde Sijmonsdr en Gerrit Cornelisz zal het land bevrijden van alle hypotheken boven de last van 600 gulden en elk kind betalen 25 gulden als hij25 jaar wordt of bij zijn huw
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 362, d.d. 13-12-1593
---
Frans Cornelisz, klompenmaker, is schuldig aan zijn schoonader Cornelis Gerritsz Keijser 12 gulden 10 stuivers per jaar met hypotheek op zijn nieuwe huis gelegen buiten weg, belend ten oosten Gijsbert Baerntsz de Ruw, ten westen Gijsbert Maertensz,ten zuiden de Voorweg en ten noorden Gerrit Cornelisz, scheepmaker.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 611v, d.d. 24-03-1598
---
Grietje Jacobsdr, weduwe van Martijn Jansz met haar vader Jacob Doesz en Jan Martijnsz backer als bestevader over Martijn Martijnsz, weeskind van Martijn Jansz, verkoopt aan Pieter van Eijndoven, baljuw van Hazerswoude, een huis en erf gelegen buitenweg, belend ten oosten Michiel Gerritsz, ten westen Gijsbert Martijnsz, ten noorden Gerrit Cornelisz, scheepmaker en ten zuiden de Voorweg, belast met de helft van 10 stuivers werfhuur per jaar ten behoeve van de heer van Hazerswoude, waarvan de wederhelft betaald wordt door Michiel Gerritsz, 12 gulden 10 stuivers per jaar ten behoeve van de erfgenamen van Cornelis Gerritsz Keijser en 9 gulden 7 penningen per jaar ten behoeve van de Heilige Geest armen van Hazerswoude.
Bijbehorende akte: 01-09-1611
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 22, p. 30v, d.d. 01-09-1611 
Keizer, Cornelis Gerrits (I1854)
 
3328 Jacob Wollebrants Verhagen (de Oude) laat op 2 september 1646 te Leiderdorp een dochter Maertge dopen samen met Jannetge Claes Nattenhoven. Deze Maartje ondertrouwt op 6 april 1668 eerst te Leiderdorp met Matheus Theunissen van Borselen en op 15 september 1680 te Leiden met Jochem Willemsz van Arckelen. Uit een akte uit ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1154, aktenr. 134, d.d. 10-09-1679 blijkt het bovenstaande: "Maertgen Jacobsdr Verhaegen wede. van Mateus van Borsselen, woonende aen den hogenrijndijck onder Soeterwoude mij nots. welbekent, ende bekende bij desen ontfangen te hebben uijt handen van de eersame Jacob Willebrantsz Verhaegen haer vader de somme van tweeduijsent gul. (...) ter voldoeninge van de erffenis ende besterffenis haer opgekomen ende opbestorven door overlijden van Jannetge Claesdr van Nattenhoven haer za. moeder". Uit dezelfde akte blijkt dat haar zus Maertgen Jacobs Verhaegen de oude reeds is overleden.
---
"Maertgen Jacobsdr Verhaegen wede. van Mateus van Borsselen, wonende aen den hogenrijndijck onder Soeterwoude mij nots. wel bekent, ende bekende bij desen ontfangen te hebben uijt handen van de eersame Jacob Wollebrantsz Verhaegen haer vader de somme van tweeduijsent gul. (...) tot voldoeninge van de erffenis ende besterffenis haer op te komen ende opbestorven door overlijden van Jannetge Claesdr van Nattenhoven haer za. moeder, als bekennende daer van te vollen voldaen ende betaalt te wesen. Dat zij mede bekende voldaen ende betaelt te wesen in de gelijcke tweeduijsent gul. van wegen aenbestroven is door overlijden soo van Claes als oude Maertgen Jacobs Verhaegen haer broeder ende zuster za."
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1154, aktenr. 134, d.d. 10-09-1679 (scan 275)
---
Dat jonge Jacob Wollebrants Verhagen waarschijnlijk de vader is van deze Marijtje is gebaseerd op de volgende gegevens:
- Na het overlijden van de eerste vrouw van jonge Jacob Wollebrants Verhagen, Marijtje Arents Pauw, wordt een volgende dochter vernoemd naar de overleden eerst vrouw.
- Engel Jacobsz Verhagen en Arent Verhagen zijn doopgetuigen bij de kinderen van Marijtje. Dit zijn beiden zoons van jonge Jacob Wollebrants Verhagen.
- De tweede dochter is vernoemd naar Grietje Jans Langeveld, de vrouw van jonge Jacob Wollebrants Verhagen.
- In het testament van Jacob Wollebrantsz Verhagen de oude (ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 969, aktenr. 192, d.d. 20-04-1669 (scan 417)) worden drie voorkinderen (niet bij naam) genoemd. Het gaat blijkens bovenstaande akte om Maertgen de oude, Maertgen de jonge en Claes. Maertgen de oude en Claes zijn in 1679 inmiddels overleden.
- Marijtgen Jacobsdr Verhagen de jonge is in 1683 ook overleden (GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 23, p. 168, d.d. 22-12-1683 en ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1158, aktenr. 179, d.d. 08-12-1683 (scan 386)). 
Verhagen, Marijtje Jacobs (I3290)
 
3329 Jacob Wollebrantsz ende Maritgen Arents sijn huijsvrouw
[Jacob Wolbrant is ...; Dese beijde attestati gegeven op Maessluijs (?)]
Bron: Valkenburg - NH lidmatenboek
---
NH dopen Valkenburg:
26-12-1643 Arent; o. Jacob Wollebrantsz schout; g. Saertgen Maertens, Jan Jansz Pauw en Jan Arentsz Pauw
30-08-1654 Jacobje; o. Jacob Wollebrantsz; g. Maerten Jansz van Langevelt en Jannetgen Jans
NH dopen Katwijk:
30-01-1659 Hadewijn; o. Jacob Wollebrantsz Verhage en Grietge Jansdr Langeveldt; g. Cornelis Cornelisz Wijckniet en Arijaentie Cornelisdr Wijckniet
---
"Jacob Adriaensz van der Marck ende Adriaen Adriaensz van der Marck gebroeders, zo voor hem selven mitsgaders als testamentare voochden over oude Jacob ende jonge Jacob Wollebrantsz van der Hagen, beijde naergelaeten kinderen van Marijtgen Adriaensdr van der Marck, gewonnen bij Wollebrant Jacobsz van der Hage wijders noch de voorn. Adriaen Adriaensz van der Marck als gemachtich van Adriaen Dircxsz van der Marck, Leendert Maertensz als getrout hebbende Marijtgen Dircxdr van der Mark t'samen naergelaten kinderen van Dirck Adriaensz van der Marck, vermogens der selver procuratie gepasseert voor schepenen der stadt Leijden, in date den iijen april anno xvjc achtendertich, ende noch de selve Adriaen Adriaensz als procuratie hebbende van Lucas van Baten getrout sijnde met Magdaleentgen Ghijsbrechtsdr van der Marck ende Maerten Crijnen als man ende voocht van Aecgen Ghijsbrechtsdr van der Marck, beijde naergelaeten dochteren van Ghijsbrecht Adriaensz van der Marck, vermogens procuratie verleden voor burgemrn
Bron: ELO, ORA Zoeterwoude (toegangsnr. 0500D), inv.nr. 66, fol. 26, d.d. 24-04-1638
---
Jacob Adriaensz van der Marck, wonende te Valkenburg, Adriaen Jacobsz van der Marck, wonende te Oegstgeest, Jan Jacobsz biersteker te Valkenburg, Pieter Jacobsz van der Marck, wonende aan de Groenendijk te Hazerswoude, Jan Jansz van der Marck, biersteker te Rijnsburg, Ghijsbert Jansz van der Marck, wonende te Oegstgeest, allen kinderen van Jacob Adriaensz van der Marck voornoemd, zich sterkmakende voor de onmondige weeskinderen van Jacob Adriaensz van der Marck, nog Jacob Wollebrantsz Verhaegen, wonende aan de Hoge Rijndijk te Zoeterwoude, en Jacob Wollebrantsz schout Verhaegen, wonende te Valkenburg, beiden kinderen van Maritgen Adriaensdr van der Marck zaliger, allen mede-erfgenamen van Adriaen Adriaensz van der Marck, gewoond hebbende te Katwijk aan den Rijn, hun broer en oom. Ze machtigen hun neef Adriaen Dircxsz van der Marck, wonende te Katwijk aan den Rijn, om voor het gerecht van Benthuizen over te dragen aan Trijntgen Willemsdr, weduwe van Claes Jansz van Outshoorn, wonende te Achthoven onder
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 509, aktenr. 71, d.d. 13-04-1647 (scan 125)
---
Jacob Wollebrantsz schout nu wonende te Maassluis verklaarde te hebben getransporteert aan Jacob Wollebrantsz Verhage zijn broer een bedrag van 36 gulden afkomstig van Dirck Heijndircxsz Segwaerheijt te Valkenburg en een bedrag van 32 gulden van iemand anders uit Valkenburg.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 625, aktenr. 85, d.d. 15-05-1648 (scan 146)
---
Jonge Jacob Wollebrantsz Verhagen, nu wonende aan de Hoge Rijndijk te Zoeterwoude, weduwnaar van Marijtgen Ariensdr Paauw, aan de ene, en Jan Adriaensz Paauw, oom van moederskant, en Jacob Wollebrantsz Verhage, oom van vaderskant, over de drie nagelaten weeskinderen van voornoemde Marijtgen Ariensdr, gekregen met jonge Jacob Wollebrantsz, met namen Arent, 8 jaar, Wollebrant, 6 jaar, en Jan Jacobsz, ca. 2 jaar oud, aan de andere zijde. Akkoord. De vader behoudt alle goederen met de voorwaarde dat hij de kinderen en voogden niet belast met de schulden in de boedel en dat hij de drie kinderen zal voeden, kleden en laten onderwijzen tot hun 18e. Getuigen: IJsaac van Samarie en Abraham van Berckel.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 668, aktenr. 128, d.d. 12-10-1651 (scan 194)
---
Jacob Wollebrantsz Verhagen en Grietgen Jansdr van Langevelt, echtelieden, wonende in het dorp Valkenburg, zijn schuldig aan Jacob Maertensz van Langevelt, wonende te Lisse, 1.000 gulden geleend geld, volgens een obligatie d.d. 19-06-1652 voor notaris Jan van Caerdecamp en getuigen. De comparanten zijn niet in staat om de obligatie af te lossen en hebben daarom vrijwillig aan Jacob Maertensz van Langevelt afgestaan de navolgende gespecificeerde goederen. [Genoemd worden verschillende stukken huisraad en kledij.]
Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 9, fol. 43v, d.d. 06-08-1655
---
Jonge Jacob Wollebrantsz Verhagen, pannen- en estrikbakker te Valkenburg, en Grietgen Jansdr van Langevelt, zijn huisvrouw, die eerder weduwe en boedelhoudster was van Jacob Jaspersz Verhouff, in zijn leven pannen- en estrikbakker, verbindingen als nieuw onderpand bij een weesrentebrief d.d. 10-03-1656, gepasseerd voor de weesmeesters van Leiden, ten behoeve van de minderjarige erfgenamen van Gerrit Pietersz Quackenbosch en Jannnetgen en Maertgen Pietersdr Quackenbosch, met een bedrag van 1.000 gulden, een nieuw huis en erf, waar de comparanten tegenwoordig wonen, en de pannen- en estrikbakkerij met vijf bijzondere woonhuisjes en loodsen, gelegen te Valkenburg bij het dorp, aan de Hoge Rijndijk, belend ten westen de Hoge Rijkdijk, ten zuiden Mees Jansz van Egmondt, ten oosten de Rijn en ten noorden ds. Johannes Swalmius. Geroyeerd op 04-12-1668.
Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 9, fol. 87, d.d. 10-03-1656
---
"Jacob Wollebrantsz Verhagen de oude kalckbrander aen [den] hogenrijndijck, dewelcke heeft verclaert consitutie ende machtich te maken jonge Jacob Wollebrantsz Verhagen pannebacker zijn broer"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 744, aktenr. 15, d.d. 15-01-1661
---
Jacob Janse Binnewech, Pieter Cornelisz Buijs en Jacob Ewoutsz van Venetien, weduwnaar van Neeltgen Cornelisdr, beiden kinderen van Cornelis Jansen Steenplaetser, samen erfgenamen van Isbrant Jansen, hun overleden broer en oom, hebben in het openbaar verkocht aan Jacob Wollebrantse Verhage, pannenbakker alhier, een partij wei- of hooiland, 5 hond 20 roeden groot, gelegen aan de Grote Watering onder Valkenburg, belend ten noordoosten Pieter en Cornelis Janssen Elsthuijn, ten zuidoosten de Grote Watering, ten zuidwesten Gerrit Willemsz te Katwijk en ten noordwesten Pieter Berckel. Met de voorwaarden geformuleerd in oude waarbrieven, waarvan de jongste is van 14-10-1625. Betaald met een schuldbrief van 810 gulden. Schuldbrief volgt. [Borgen zijn Pieter Janse Langevelt en Heijndrick Pietersz Lelijenvelt. Geroyeerd op 28-04-1668.]
Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 10, fol. 62v, d.d. 18-03-1662
---
"Jacob Wollebrantsz Verhagen kalckbrander woonende aenden hogenrijndijck in Soeterwoude wedenaer van Jannetgen Claesdr van Nattenhoven ter eenre, ende Jacob Wollebrantsz Verhagen de jonge pannebacker tot Valckenburch mitsgaders sr. Johan Dermonts c..naer alhier als gestelde ende .. voochden respective over Claes out 9, Marijtgen out 18 ende jonge Marijtgen out 16 alle off daer omtrent naegelaten weeskinderen van de voorsz. Jannetgen Claesdr Nattenhoven gewonnen bij de vemelde Jacob Wollebrantsz Verhagen in die qualiteijt ter andere zijden"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 747, aktenr. 9, d.d. 10-06-1662 (scan 16)
---
Grietge Jansdr van Langevelt huijsvrouw van Jacob Wollebransz Verhagen wonende in den ambachte van Valckenb. ende heeft sij compte bij hare vrouwe ware woorden ende sulcx op .. vromicheijt in plaetse van eede ten versucke van Pr. de Buijssche (?) coopman ende steenplaetser binnen de voorsz. staedt getuijgt ende verclaert sulcx sij doet mitsdesen waerachtig te wesen. [Haar overleden man Jacob Jaspersz van der Houve heeft een pannenwerk verkocht aan Jan Dircxsz Gool, die door Gool weer is verkocht aan Pr. Jacobsz van H...]
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 772, aktenr. 359, d.d. 09-09-1663 (scan 539)
---
Jacob Wollebrantse Verhagen, pannenbakker te Valkenburg, heeft verkocht aan Zeger en Johan van Campen, broers, wonende te Leiden, een partij wei- of hooiland "het Lange Mergen", gelegen aan de Grote Watering onder Valkenburg, belend ten noordoosten de kinderen van Dirck Cornelisz Berendrecht, ten zuidoosten de Grote Watering, ten zuidwesten Cornelis Verbouckhorst, secretaris te Katwijk, en ten noordwesten de kinderen van Pieter Berckel, belast met 405 gulden die de koper nog moet betalen. De voorwaarden staan geformuleerd in waarbrieven, waarvan de jonste is van 18-03-1662. Betaald met 100 gulden naast bovengenoemde last.
Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 10, fol. 146v, d.d. 10-12-1666
---
"Jacob Wollebrantsz Verhagen kalckbrander ende steenbacker wonende aenden hogenrijndijck principael ende Willem Huijbertsz van Ockel mede steenplaetser ooc wonende aenden hogenrijndijck met jonge Jacob Wollebrantsz Verhagen out schepen tot Valckenburch, Bart Helenes (?) in Sch..evelt binnen deser stede als borgen"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1664, aktenr. 181, d.d. 23-03-1668
---
Johan van Campen, secretaris van Valkenburg, door schout en schepenen geauthoriseerd om over te dragen en de koopsom te ontvangen van een pannen- en tichelbakkerij te Valkenburg, die door Jacob Wollebrantse Verhage en zijn huisvrouw in het openbaar is verkocht, volgens de akte van authorisatie d.d. 10-04-1668, door de secretaris vertoond. Jacob Wollebrantse Verhagen en zijn huisvrouw Grietgen Jansdr Langevelt, eerder weduwe van Jacob Jaspersz Verhouff, hebben in het openbaar verkocht aan Jasper Jacobsz Verhouff een ruim en sterk huis met een estrikwerk en een oven om pannen en estrikken te bakken (het partij met letter B), belend ten noordoosten de Rijn, ten zuidoosten het volgende partij (letter C), ten zuidwesten de Hoge Rijndijk en ten noordwesten het partij met letter A, waar op staan een woonhuis met estrikwerk en een oven, dat tegelijk door de verkopers aan de koper is verkocht. Het partij land is leengoed van de Heer van Schagen; nog een partij met letter A, met een pannenwerk, braakhuis en ove
Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 10, fol. 167, d.d. 18-05-1669 
Verhagen, Jacob Wollebrants (I3291)
 
3330 Jacob Zacharias de Vos J.g. van Rhijnsb.
en Lijsbeth Jans J.d. van Leijden wonende mede tot Rhijnsburgh
den 20 April 
Gezin: Jacob Zacharias de Vos / Lijsbet Jans (F1754311988)
 
3331 Jacobi k:
Settelaer
9 do.
Helena Tollenaer wed: van Cornelis Meijer in 't lange Hamsteegje aen de Varkenmarckt, laet na twee ommunidge kinderen, beg: gratis. 
Tollenaar, Helena Reiniers (I3160)
 
3332 Jacobus soon van Hans Jansz ende Belichjen Theunis 3
woonende inde Nieuwstraet 
Viquet, Jacob Jans (I4111)
 
3333 Jacobus van der Pauw J.M. van Nieukoop en Lijsbeth Loendersloot J.D. van Aerlanderveen hebben alhier haer drie voorstell. sonder eenige verhinderinge gehadt en zijn daer op (na vertooninghe van behoorelijke attestatie of betoogh van Aerlanderveen) den 24en april in onse kercke in den houwelijken staet ingezegend. Gezin: Jacobus Rijken Pauw / Elisabet Jacobs Loendersloot (F1754313763)
 
3334 JACOP Arenss (Dwalingh), uit Zegwaart
3, 56 1-7-1607 Heijndrick get. Dieric Adriaenss, Marritgen Heyndricx, Claeys Claeijss 
Dwaling, Hendrik Jacobs (I963)
 
3335 Jacop van Scoer behoort omstreeks 1460, volgens een acte van aanbesteding van het maken van de kerk in Ridderkerk, tot de zevenentwintig gemene buren die zich gezamenlijk garant stellen voor een derde van de kosten.
Hij wordt in 1461 vermeld als waardsman van de polder Oud Reyerwaard, waar terzelfder tijd ook een Aart van Goer heemraad is.
Bron: http://genealogie.voorouder.nl
---
Jacop van Schoer Jansz. was in 1461 waarsman van de Oud-Reijerwaard. Jacob van Scoer behoorde rond 1460 tot de "ghemeenen bueren" van Ridderkerk, die 1/3 deel van de kosten opbrachten voor de bouw van de kerk. In 1461 was Jacob van Scoer waarman (penningmeester) van de polder Oud-Reijerwaard. In de polderrekeningen van Nieuw-Reijerwaard werd Jacob van Schoer vermeld in de periode 1464-1479, bijv. rond 1471: "Jacop Jansz van Schoer van Willaerts wateringhe te maken" en rond 1478: "Jacop van Schoer van dat voirsr(even) riet an die molen te voeren".
Mogelijk was Jacop Jansz van Schoer een broer van Cornelis Jan Schorenz, tresorier van Dordrecht in 1478 en 1479.
Zie: "Ons Voorgeslacht" 1996 en "De Nederl. Leeuw" 1974.
Bron: http://madmonarchs.guusbeltman.nl 
van Schoer, Jacob Jans (I2826)
 
3336 Jacop Ysbrantsz wordt genoemd in het morgenboek van Alphen in 1541 en 1564.
---
Adriaen IJsbrantsz, Jacob IJsbrantsz vervangende hun broer Wouter IJsbrantsz, Joost Jacobsz, man en voogd van Diewer IJsbrantsdr, zijn voorvrouw en Pieter Pietersz, man en voogd van Maritje IJsbrantsdr, verkopen aan Willem Eeuwoutsz twee schoutenbrieven inhoudende de ene brief 1 morgen en de andere brief 2 1/2 morgen 1 hond land.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 599, d.d. 06-11-1563
---
Adriaen IJsbrantsz, Jacob IJsbrantsz vervangende hun broer Willem IJsbrantsz, Joost Jacobsz, man en voogd van Dieuwer IJsbrantsdr, zijn voorvrouw en Pieter Pietersz, man en voogd van Maritje IJsbrantsdr, hebben op 14-12-1560 verkocht aan Willem Eeuwoutsz twee bezegelde brieven, de ene van 1 morgen en de andere van 2 1/2 hond land, belend en belast volgens de oude brieven.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 637v, d.d. 05-02-1564
---
Neeltgen Willemsdr, weduwe van Jacob IJsbrantsz Verloet, met Dirck Pietersz Schipper, als voogd, ter eenre en Willem, Thomas en Mees Jacobsz, broers, Baerte Jacobsdr, met Willem Heijnrick, haar zoon; Pieter Cornelisz, man en voogd van Neeltgen Jacobsdr, Cornelis Michielsz, man en voogd van Grietje Jacobsdr en Wolf Dircxsz, man en voogd van Maritgen Jacobsdr, allen kinderen van Jacob IJsbrantsz Verloet, ter andere zijde. Deling der nalatenschap: Neeltgen Willemsdr, als weduwe, komt toe: de hofstede, woning, berg en schuren met beplanting met het huisweer, groot 13 morgen, onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkend uit de Rijn tot over de Achterwetering "uitsnepelend" in de Heimanswetering, belend ten oosten Hillegont Bruijnen, ten westen de heer van Warmont. Nog 3 1/2 morgen 1 hond land in het Westeinde van Oudshoorn, strekkend van de Oudshoornseweg tot de Achterwetering, belend ten oosten Nicolaes van Alckemaede, ten westen Sprong Jacobsz, hierbij de "actie ende anzeggen" van 7 morgen huurland, behoren
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 3, d.d. 17-03-1585
---
Jacob Ysbrantsz bruyct xviii mgen huyerlandts siaers voor xxii gld
compt voorden xe penninck ii £ iiii st
deze Jacob Ysbrantsz seyt dat hy t lant huyert
vanden graflickheyt- ergo m..r hat
Bron: Alphen 10e penning 1541 door F.J.A.M. van der Helm [Hogenda] 
Verloet, Jacob Ijsbrants (I3320)
 
3337 Jakobus, soon v: Dirk de Graaf, en Johanna v: den Ham, ledemat. in de Havenstraat de Graaf, Jacobus Dirks (I1202)
 
3338 Jan (Johannes) Hasevoet heeft ervaring opgedaan als chirurgijn op de VOC-schepen Erasmus en 't Slot van Honingen. De Erasmus was vanaf 1652 in gebruik bij de VOC totdat het in 1669 werd opgelegd (tijdelijk buiten gebruik gesteld) in Batavia.Het kon 200 last (400 ton) vervoeren. Johannes is tijdens de eerste reis van de Erasmus meegegaan naar Batavia. Op 10 mei 1653 vertrok het schip van Goeree en het kwam op 27 januari 1654 aan in Batavia. De terugreis zal hij met een ander schip hebben uitgevoerd, want de Eramus keerde pas in 1660 terug in Nederland. 't Slot van Honingen was een spiegelretourschip, gebouwd in 1654 voor de Kamer van Rotterdam op de VOC-werf in Rotterdam. Vanaf 1654 is het schip door de VOC gebruikt, waarbij het vier keer op en neer naar Batavia voer, tot het op 13 september 1665 op de Doggersbank door de Engelsen veroverd werden op de VOC. Dit was tijdens de Tweede Engels-Nederlandse oorlog, nadat de Engelsen op 13 juni 1665 de Slag bij Lowestoft van Nederland wonnen en daarn
Bron: http://www.vocsite.nl
---
Remonstrants dopen Rotterdam:
19-01-1666 Hester; o. Johannes Hasevoet en Cornelia de Haen
21-02-1668 Maria; o. Jan Hasevoet en Cornelia de Haen
28-09-1703 Lodewijck; o. Jan Hasevoet en Susanna Brandt (volwassendoop, 23 jaar)
12-10-1703 N.n.; o. Jan Hasevoet en Susanna Brandt (volwassendoop, 30 jaar)
---
"SLOTHANY 3rd Rate 60, 772bm. Dutch SLOT VAN HONINGEN, captured 1665. Hulked 1667. Sold 1686."
Bron: Ships of the Royal Navy door J.J. Colledge en Ben Warlow
---
Huych Cornelisz den Brasser die gevaren heeft als stuurman op het schip waarop Dirck Claesz van Dongen capiteijn was, Pauwels Claesz Blandeff als hoochbootsman, Frans Jansz Granaetappel als timmerman, Johannes Hasevoet als chirurgijn en Jacob Pietersz Scharp als bootsgesel leggen op verzoek van de vrouw van Van Dongen een verklaring af. Ze waren met Van Dongen op zee ter bescherming van de haringvloot ten zuiden van Fayershil toen op 22 juli de Engelse oorlogsvloot verscheen. Eerst bleven zebuiten schot maar later werden ze aangevallen. Toen ze al enkele treffers hadden gehad wilde Van Dongen het schip nog niet opgeven maar zolang mogelijk doorvechten. Vrijwel al hun masten en zeilen waren afgeschoten en al de convooyschepen behalve Veenhuysen werden overmeesterd. Zij waren de laatsten. Pauwels Blandeff en Jacob Scharp verklaren nog dat zij na de verovering op het schip gebleven zijn en dat nadat de gaten gedicht waren de Engelsen met pompen geprobeerd hebben het schip drijvende te houden. NB: Voor Pa
[Rank: kapitein; Name: Dirk Claesz van Dongen; Admirality: R(otterdam); guns: 24; sailors: 80; Ship: Paulus. Bron: http://17th-centurynavwargaming.blogspot.nl]
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 155, aktenr. 221, d.d. 28-08-1652
---
Teunis Abrahamsz Spainjart die gevaren heeft met capiteijn Dirck Claesz van Dongen als bootsgesel, Claes Jacobsz Malta als schieman, Gillis Pietersz de Roos als bootsgesel, Pieter Jacobsz van Stienevelt als bootsgesel, Arie Ariensz Boele als bootsgesel, Arien Leendertsz van der Mijl als ondertimmerman verklaren dat hetgeen in de vorige acte getuigd is waar is. Malta en Stienevelt zeggen dat zij na de inneming ook op het schip gebleven zijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 155, aktenr. 221a, d.d. 03-09-1652
---
Johannes Hasevoet, chirurgijn, vertrekt binnenkort met het schip Erasmus naar Oost-Indie. Hij benoemd zijn vader Jan Cornelisz Hasevoet tot zijn enige erfgenaam.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 504, aktenr. 193, d.d. 25-04-1653
---
Wijnant van Katersvelt, gewezen secretaris in Batavia, Cornelis van Crakouw, gewezen coopman, en Elias de Radt, gewezen adsistent, allen in dienst van de Oostindische compagnie, leggen een verklaring af op verzoek van Eduart Auxbrebijs en Johannes Hasevoet. Zij zijn allen op het kantoor van Claes de With, notaris te Batavia geweest en hebben verscheidene akten gezien.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 395, aktenr. 251, d.d. 02-11-1658
---
Joannes Hasevoet, chirurgijn op het schip 'het Sloth van Honingen', gereed liggen om naar Oost-Indie te gaan, machtigt Jan Cornelisse Hasevoet, zijn vader, en Elias de Jonge om zijn middelen te beheren.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 660, aktenr. 235, d.d. 09-12-1658
---
Anthonij du Plouijs, wonende te Amsterdam, bekent 2000 gulden schuldig te zijn aan Johannes Hasevoet, chirurgijn, die met het schip 'Sloth van Hooningen' is uitgevaren naar Oost Indië.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 571, aktenr. 134, d.d. 21-03-1659
---
Hester van Londerseel, bejaerde dochter van wijlen Assuerus van Londerseel wonend op 't Steyger, herroept haar testament van 26/01/1654 en haar codicil van 09/10/1657, beide gepasseerd voor notaris Vitus Mustelius. Zij benoemt tot erfgenaam haar neef Jan Cornelisz Hasevoet en bij zijn overlijden zijn vrouw Sara Harmens. Zij legateert aan: de kinderen van Hasevoet en zijn vrouw, genaamd Agnieta en Sara Jans 200 gulden, Jan en Pieternella van Londerseel, Grietge Daniels van Gelder, Grietge en Lijsbeth Harmens, haar neven en nichten, ieder een zilveren lepel, de Mennoniste Gemeynte die men de Vlamingen noemt 300 gulden. Indien hiertegen geprotesteerd wordt gaat dit geld naar Bastiaen van Weenigem, Andries Jacobs en Jan Boenes om te verdelen. Zij stelt tot voogden Lieven Jans Hasevoet, coordewercker en Johannes Hasevoet, chirurgijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 229, aktenr. 64, d.d. 17-09-1662
---
Jan Phenicx, oud 49 jaar en meester Johannes Hasevoet, chirurgijn, oud 33 jaar, verklaren op verzoek van Susanna Ariensdr Blom, weduwe van Hercules Pijl, wonende in de Nieuwestraet en haar kinderen Stijntge, Jan, Beatris, Arent en Susanna Hercules Pijl, dat Lambert Herculesz Pijl, hun zoon en broer in 1658 met het schip genaamd 't Slot van Honingen als assistent naar Oostindien is gevaren. Dat deze volgens de boeken van de bewindvoerders van de Oostindise compagnie is gestorven en geenandereerfgenamen nalaat dan zijn moeder en zijn 5 broers en zusters. Johannes Hasevoet verklaart tevens dat hij met genoemde Lambert Herculesz met hetzelfde schip naar Oostindien is gevaren.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 236, aktenr. 206, d.d. 06-10-1664
---
Elisabeth Fransdr Pieck, weduwe van Nicolaes Sas, medicine doctor, benoemt haar zoons Erasmus Nicolaese Sas en Johannes Nicolaese Sas tot haar erfgenamen. Zij maakt een bepaling ten aanzien van Elisabeth Fransdr Sas, dochter van wijlen haar zoon Francois Sas, die gewoond heeft te Batavia in Oost-indië en aldaar is overleden. Tot voogden over haar minderjarige kinderen en executeurs van haar testament benoemt zij Francois Nideck, kapitein op een oorlogschip ter zee, en Johannes Hasevoet, chirurgijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 920, aktenr. 6, d.d. 03-02-1667
---
Jan Isaacksz Armijs, meester scheepmaker, en zijn vrouw Barbera Jorisdr de Graeff bekennen een bedrag van 1.400 gulden schuldig te zijn aan Johan Hasevoet, chirurgijn. Zij hebben het geld geleend ter afdoening van een schuldbrief ten laste van hun huis, loots, scheepmakerije, en gereedschappen alhier, gelegen op de noordhoek van het Taenhuys, en het huis op naam van Barber Jansdr aan de zuidzijde van de Lange Dijckstraet.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 3843, aktenr. 182, d.d. 19-12-1667
---
Cornelis den Haen, heelmeester, wonende in de Lamsteeg, benoemt tot erfgenamen zijn dochter Hester den Haen, gehuwd met Adriaen de Buijser, wonende in Amsterdam, zijn ongehuwde dochters Catarina den Haen en Magdalena den Haen, en de beide nagelatenkinderen van zijn overleden dochter Cornelia den Haen, verwekt door Jan Hasevoet, chirurgijn, genaamd Hester Hasevoet en Cornelia Hasevoet. Hij stelt zijn neef Anthonij de Heijde, wonende te 's-Gravenhage, en Adriaen de Buijser aan tot voogden vanzijn minderjarige erfgenamen, met de bepaling dat zij andere personen tot voogd mogen benoemen, met uitzondering van zijn stiefzoon Mattheus Brandt, chirurgijn te Amsterdam, en Jan Hasevoet. Het testament is op 16-09-1670 herroepen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 920, aktenr. 183, d.d. 28-11-1668
---
Cornelis den Haan, heelmeester, wonend in de Lamsteegh, benoemt tot zijn erfgenamen: Hester den Haan, zijn dochter, getrouwd met Adriaen de Buijser, wonend in Amsterdam, voor een vierde deel, Catharina en Magdalena den Haan, zijn ongehuwde dochters, elk voor een vierde deel, Hester en Cornelia Hasevoet, de kinderen van zijn overleden dochter Cornelia den Haan, die verwekt zijn door Jan Hasevoet, meester-chirurgijn, tezamen voor het resterende vierde deel. Tot voogd over de minderjarige erfgenamen worden benoemd: Adriaen de Buijser, zijn schoonzoon, hiervoor genoemd, en Anthonij de Heijde, zijn neef uit 's-Gravenhage. Het testament is herroepen door een testament van 9 maart 1679, opgemaakt bij dezelfde notaris.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 921, aktenr. 80, d.d. 16-09-1670
---
Catharina den Haan, meerderjarig en ongehuwd, benoemt haar vader Cornelis den Haan, heelmeester, tot haar erfgenaam. Mocht hij overleden zijn als zij sterft, dan komen in zijn plaats, iedere partij voor een derde deel: Hester den Haan, haar zuster,die getrouwd is met Adriaen de Buyser in Amsterdam, Magdalena den Haan, mede haar zuster, getrouwd met Jan Abrhamsz Volboet, koopman te Haarlem, en Hester en Cornelia Hasevoet, de nagelaten kinderen van Cornelia den Haan, haar overleden zuster, waarvan de vader is Jan Hasevoet, meesterchirurgijn. Voor de laatste partij zijn enkele aanvullende bepalingen. Tot voogd over de minderjarige erfgenamen benoemt ze haar zwagers Adriaen de Buyser en Jan Volboet, en Anthony de Heyde, haar neef uit 's-Gravenhage. De akte is opgemaakt in het huis van haar vader, aan de westzijde van de Lamsteegh.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 923, aktenr. 356, d.d. 09-03-1679 
Hasevoet, Jan Jans (I1301)
 
3339 Jan Adriaen Sanderse, uijt Langerak, won. Tienhoven, beide lidm. ca 1635
ol. voor 22-11-1655, Tienhoven RA.1 22-11-1655 en 19-11-1658
[Vrouw] Gerrigjen Adriaens (Pijl?)
Kinderen: Adriaen, Niesje (tr. Teunis Teunisse), Teunis, Cent (4-7e op 22-1-1655 nog minderjarig, voogden Sander Adriaens en Arien Ariens de Soij), Dirck , Pieter (* ca 1635 tr. ca 1665 Jaepje Cornelis Stout) en Bastiaan.
Bron: DTB Ameide, H. de Bruin
---
Adriaen Jansen, Tonis Jansen, Sent Jansen, Dierck Jansen en Pieter Jansen, voor hen zelf, Sander Adriaensen, wonende te Langerak, en Adriaen Adriaensen de Soij, wonende te Molenaarsgraaf, samen voogden van Bastiaen Jansen, onmondig weeskind, samen kinderen en erfgenamen van Jan Adriaen Sandertsen, overleden te Tienhoven, dragen over aan Willem Andriesen de Bruijn, wonende te Tienhoven, een huis en hofstede gelegen te Tienhoven, 14 morgen 1 hond groot, belend ten oosten Dierck Peterse Verhoeff, Dierck Gijsbertsen, Jacob Danielsz Rietvelt en Aelbert Gijsbertsen c.s., en ten westen Hendrick Pietersen en Jan Vermaet c.s., strekkende van de Kilsloot over de Lekdijk en Tiendeweg tot de landscheiding met Noordeloos.
Bron: RAZU, ORA Tienhoven (toegangsnr. 064), inv.nr. 688, d.d. 19-11-1658 (FS scan 31)
---
f119 14-5-1621
Barent Jans aen Jan Theunis BOON.
Gerrit Jacobs won.Noordeloos man en voogt van Soetgen Pieters (Sanders) 1/8 part aen Sander Adriaens, Jan Adriaens, Aeltgen Adriaens (Sanders) neven en nichten is aenbestorven aen sijn hvr. door ol. van Cornelis Sanders hare oom in de Slaep Warff.
f151v 18-7-1624
Sander Pieters, Pieter Pieters, ende Jan Pieters gebroeders ende Bastiaen Jans als voocht van de twee onm. nagelaten weeskinderen van Pieter Sanders zalr. met name Maritge en Weijntge Pieters met consent van Pieter Cornelis schout van Tienhoven alsoppervoocht transp. aen Sander Adriaens en Jan Adriaens gebroeders omtrent de Slaepwurff oostw. Huijbert Thonis en westw. Jan Wouters
f169v 10-6-1628
Cornelis Jans won. Strijn als man en voocht van Aeltgen Adriaens transp. aen Sander Adriens en Jan Adriaens gebroeders
f170 qq
Jan Adriaens won. Tienhoven ende Cornelis Jans won. Strijn als man en voocht van Aeltgen Adriaens hebben machtig gemaekt Sander Adriaens hare broeder en swager om te comp. in't gerecht van Dalem ten behoeve van Jan Jans PELT op te dragen 2 zesde parten in 4 mrg en 4 hont gelegen op Hoog Dalem.
f109 3-6-1644
Comp. Jan Adriaens won. Thienhoven transp. aen Sander Adriaens zijn broeder, 3 mrg 5? hont en ca 14 roeden in een weer van 9 mrg 1 hont waar Sander Adriaens nu woont
22-1-1655
Arien Jans (Adriaensz) Sanders voor hem selve en Thonis Thonis x Niesje Jans beide zich sterkmakende voor Thonis Jans ook meerderjarig mitsg. Sander Ariens (Sanders) en Arien Ariens de Soij als omen en voogden over de minderjarige kinderen van Jan Arien Sanders zalgr. met name Cent, Pieter, Dirck en Bastiaen Jans ter eenre ende Hendrick Pieters de Ridder ter andere beijde te kennen gevende onverdeelt goed te hebben.
Bron: http://www.den-uijl.nl ontleend aan RA Tienhoven, H. de Bruin en RA WA Langerak, H. de Bruin. 
Sanders, Jan Adriaan (I2778)
 
3340 Jan Baltensz Swijnenburg J:M: van Nieuwerkerk op d'IJssel met
Neeltje Leendertsd: van der Graaf J:D: van Ouderkerk op d'IJssel aangetekend te Nieuwerkerk den 7 maart 1738.
Attestatie gegeven na Nieuwerkerk op d'IJssel den 29. maart 1738. 
Gezin: Jan Baltens Swijnenburg / Neeltje Leenderts van der Graaf (F1754312729)
 
3341 Jan Barens van den Berg geboortig uijt den Broerschap Kilder en thans wonende tot Zegwaart met
Stena Westerlaan J.D. mede van Zegwaart
hier getrouwt den 2 november 
Gezin: Jan Barents van den Berg / Stijntje Meesen Westerlaan (F1754313014)
 
3342 Jan Barentsz pannebacker, ende Engeltgen Lubbertsdr sijn huijsvrouwe, met Aeltgen, Cornelis, Geertgen, Henrick, Barent, ende Tijman, mitsgaders Geesgen, Claes, ende Meeusgen, haer respective kinderen – 11 hoofden [onvermogent]
Bron: Koudekerk - Hoofdgeld 1623
---
Gerrt Claesz Ouwen, ca. 53 jaar, Daniel Lourisz, meester van de werken op Reijoult van Oijens uiterdijk, ca. 47 jaar oud, Henrick Barentsz, ondermeester op een van de bannenwerken van voornoemde Van Oijen, 43 jaar oud, en Jan Barentsz, ook mede ondermeester op een van Van Oijens pannenwerken, ca. 40 jaar oud, mitsgaders Dirck Cornelisz alias Soonen, ca. 37 jaar oud, allen wonende te Koudekerk, verklaren op het verzoek van voornoemde Reijnoult van Oijen dat de werken aan de oostzijde van het huis van de requirant, gelegen te Koudekerk, vanouds genaamd is Het Pannenwerk en dat het pan- en estrikwerk aan de westzijde van zijn huis altijd genaamd is geweest De Uiterdijk; nog dat De Uiterdijk, waar de werken en het bouwhuis op staan, niet gemeen zijn met de andere landen die de requirant daar in de buurt heeft liggen, die hij gekocht heeft van Arien Willemsz van Warmondt.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 205, aktenr. 51, d.d. 13-12-1619 (Scan 92) 
Barents, Jan (I215)
 
3343 Jan Berentsen j.g. van Bremen wonen. in de Corte Smesteech
Willemtjen Aerts j.dr. van Wttrecht wonende in de Nieustraet
in den Geertenkerck den 24 Febr. 1639 getrout 
Gezin: Jan Barents van Bremen / Willemtje Aarts van Geelenbeek (F1754312452)
 
3344 Jan Blankers, J:M: & Japie van der Zwan J:D: } beide gebooren & woonende alhier.
Alhier aangeteekend den 6 October en getrouwd den 22 dito.
---
6 hebben Jan Blankert J.m. en Jaapje vd Swan J.d. beijde geb. en wonende alhier hun ondertrouw aangegeven. Pro Deo.
Bron: Katwijk - Registers van ontvangst van de impost op het trouwen en begraven 
Gezin: Jan Jans Blankert / Jaapje Rijns van der Swan (F1754312784)
 
3345 Jan Claasz Noirlander, weduwnaar van Ariaantje Cornelis, wonende alhier, en Dirk Dirksz, getrouwd met Pietertje Cornelis, geven aan dat er tussen hen onenigheid is ontstaan naar aanleiding van een recht van overpad over elkaars gekavelde landen. Jan is van mening dat dit recht geldt op al het land, volgens de kavelcedul van 19-06-1682, terwijl Dirk meent dat het recht alleen geldig is op de landen, niet op de erven of werven. Vonnis: Jan krijgt overpad over de werf van Dirk. Hij moet zelf het pad aanleggen en onderhouden. Het schuurtje van Dirk mag blijven staan, maar bomen in de weg van het pad zullen moeten worden gerooid.
Bron: SAMH, ORA Ouderkerk a/d IJssel (toegangsnr. 0998), inv.nr. 11, d.d. 01-02-1702 (scan 186)
---
Arnoldus Hakkerbroek, boekhouder van het Oude Mannenhuis te Schoonhoven, als aangestelde curator van de boedel van Jan Cornelisz Ouwejan, overleden in het voornoemde huis, verkopen 1/14e deel van een huis en erf met 1/14e deel van 8 morgen land in de Lage Nesse onder Ouderkerk aan den IJssel, strekkende van de IJssel zuidwaarts tot de landscheiding, belend ten oosten Thijs Jansz Vrankesteins weduwe en ten oosten Daniel Jacobsz weduwe e.a. Naderhand verkocht aan Maria Jacobs, weduwe van Jan Cornelisz Ouwejan, Neeltje Cornelis, weduwe van Daniel Jacobsz, Pietertje Cornelis, weduwe van Dirk Dirksz en de kinderen van Claas Jansz Noirlander voor het bedrag van 52 gulden.
Bron: SAMH, ORA Ouderkerk a/d IJssel (toegangsnr. 0998), inv.nr. 42A, fol. 48, d.d. 07-01-1719
---
Compareerde de heer Willem Romein, hoogheemraad van de Krimpenerwaard, met procuratie d.d. 03-01-1719 te Schoonhoven van Arnoldus Hakkenbroek, boekhouder van het oudemannenhuis te Schoonhoven als curator over de boedel van Jan Cornelisz Ouwejan, in het mannenhuis overleden. Hij heeft verkocht aan Maritje Jacobs, weduwe van Jan Cornelisz Ouwejan voor 1/4e deel, Neeltje Cornelis weduwe van Daniel Jacobsz voor 1/4e deel, Pietertje Cornelis weduwe van Dirk Dirksz voor 1/4e deel en de kinderen van Claes Jansz Noirlander ook voor 1/4e deel, het gerechte 1/14e deel van een huis, berg en erf met 1/14e deel van 8 morgen land, in de polder de Lage Nesse, strekkende uit de IJssel tot de landscheiding, belend ten oosten Tijs Jansz Vrankesteins' weduwe en ten westen Daniel Jacobsz' weduwe. Dit voor 52 gulden.
Bron: SAMH, ORA Ouderkerk a/d IJssel (toegangsnr. 0998), inv.nr. 27, fol. 264v, d.d. 01-05-1719
---
Jan Claasz Noirlander, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Jan Pietersz Ligthart, als voogden van de nagelaten kinderen van Claas Janse Noirlander, Pietertje Cornelis, weduwe en boedelhoudster van Dirk Dirkse, en Cornelis Jansz Ouwejan, zich sterkmakende voor Marrigje Jacobs, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelisz Ouwejan de jonge, dragen over aan Neeltje Cornelis, weduwe van Daniel Jacobsz, alle rechten die ze hebben op een woning met huis, berg, schuur en 8 morgen land, gelegen in de Lage Nesse onder Ouderkerk aan den IJssel, strekkende van de IJssel tot de landscheiding, belend ten oosten Tijs Jansz Vrankesteins weduwe en ten westen de koopster zelf e.a. Er is sprake van erfpacht. De koopsom is 385 gulden.
Bron: SAMH, ORA Ouderkerk a/d IJssel (toegangsnr. 0998), inv.nr. 27, fol. 266, d.d. 07-05-1719 
Dirks, Dirk (I1847)
 
3346 Jan Claes Jannen voor 10 delen, Ewout Pietersz voor het elfde deel, vervangend Ceel Dircxdr voor het twaalfde deel, verkopen Maritgen en Griete Cornelisdr met Neeltgen Ewoutsdr, gezusters, 5 1/2 morgen land onder Alphen, strekkend uit de Rijn tot over de Molenkade, belend ten zuiden Vries Jansz, ten noorden de Heilige Geest te Leiden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 46v, d.d. 13-12-1583
---
Celije Dircxdr, weduwe van Pieter Sijmonsz, wonende te Oudshoorn, met Bart Egbertsz, snijder, haar voogd, is schuldig Meijnsgen Willemsdr, weduwe van Heijnrick Dircxsz van Haeften, een losrente van 6 gulden à 40 groten Vlaams per jaar, hoofdsom 76 gulden. Gesteld onderpand: 4 morgen eigen land in Oudshoorn, strekkend uit de Aar tot het land van Bouwen Jansz, belend ten oosten het goed van Ghijsbert Ghijsbertz, ten westen de Vrouwe van Besoijen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 22v, d.d. 06-10-1585
---
Cornelis Sijmonsz, voor zichzelf en als voogd van Catrijn en Maritgen Sijmonsdr, zijn zusters, Mathijs Jacobsz, weduwnaar van Belijtgen Sijmonsdr, voor zichzelf en als vader en voogd van zijn twee kinderen, geboren uit Belijtgen Sijmonsdr, en Cornelis Ariaensz, getrouwd met Lijsbeth Sijmonsdr, allen erfgenamen van Sijmon Cornelisz, verkopen Dirck Gerritsz, wonende bij de Oostheul, 3 morgen land in Oudshoorn, belend ten oosten Maerten Stichter, ten zuiden Cornelis Willemsz Jongen Bouman, ten westen Ceel Dircxsz Heijnen, ten noorden Bouwen Jansz. Borg: Griete Ghijsbertsdr, weduwe van Claes Claesz, met Jan Jansz, haar neef. Koopsom 303 gulden. Met schuldbrief.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 128v, d.d. 21-08-1588
---
Aert Willemsz Capiteijn en Jan Willemsz Capiteijn, broers, erfgenamen van Willem Aertsz Capiteijn en zijn huisvrouw verkopen Celije Dircxdr 2 morgen land in Oudshoorn, belend ten oosten de Aar, ten zuiden de jonkheer van Besoijen, ten westen Bouwen Jansz, ten noorden Ghijsbert Ghijsbertsz Goelen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 140, d.d. 01-11-1588
---
Geeltgen Dircxdr, weduwe van Pieter Sijmonsz met haar voogd Eeuwout Pietersz, Sijmon Pietersz, Dirck Pietersz, Ghijsbert Huijbertsz, man van Neeltgen Pietersdr, Dirck Jacobsz, man van Maritgen Pietersdr, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Sijmonsz, verkopen aan Lenaert Dircxsz te Korteraar 3/4 deel van 4 morgen land, het andere 1/4 deel valt Ghijsbert Huijbertsz voornoemd toe, het hele weer liggend in de Aarbroek onder Oudshoorn, strekkende van de Aar tot het land van Jan Adriaensz e.a., belend ten oosten Lenaert Dircxsz met Ghijsbert Huijbertsz met zijn 1/4 deel aan de oostzijde, strekkende van Jan Adriaensz dwarssloot op tot de voornoemde dwarssloot naar de Aar toe, ten westen de vrouwe van Bezoijen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 157v, d.d. 23-01-1598
---
Geeltgen Dircxdr, weduwe van Pieter Sijmonsz met haar voogd Eeuwout Pietersz, Sijmon Pietersz, Dirck Pietersz en Dirck Jacobsz, man van Maritgen Pietersdr, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Sijmonsz, verkopen aan Ghijsbert Huijbertsz, getrouwd met Neeltgen Pietersdr, 1/4 deel van 4 morgen min 1 hond land, strekkende van Jan Adriaensz dwarssloot af tot de eerste dwarssloot aan de Aar toe, belend ten zuiden en noorden Lenaert Dircxsz, met recht van overpad.
Ghijsbert Huijbertsz is schuldig aan Geeltgen Dircxdrsz c.s. 100 gulden. Gesteld onderpand: boevengenoemd onroerend goed.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 159, d.d. 23-01-1598
---
Ceeltgen Dircxszdr, weduwe van Pieter Sijmonsz met haar voogd Eeuwout Pietersz, Sijmon Pietersz, Dirck Pietersz, Ghijsbert Huijbertsz, man van Neeltgen Pietersdr en Dirck Jacobsz, man van Maritgen Pietersz, kinderen en erfgenamen van Pieter Sijmonsz, verkopen aan Michiel Sijmonsz, hun zwager (van de weduwe) en oom, 3/4 deel van 4 morgen ½ hond land waarvan het vierde deel toekomt aan Ghijsbert Huijbertsz, het gehele weer liggende onder Oudshoorn in de Aarbroek, strekkende uit de Aar tot Jan Arijaensz c.a., naast beland de 3 delen in het oosten Lenaert Dircxsz van Korteraar met Ghijsbert Huijberts met zijn 1/4 deel "dewelcke daer mede blijven sull aen de oostzijde", strekkende van Jan Adriaensz dwarssloot tot de eerste dwarssloot naar de Aar toe, ten westen de vrouwe van Bezoijen (slot van de akte op folio 165!).
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 162v, d.d. 10-02-1598 
Simons, Pieter (I2874)
 
3347 Jan Claes Luyten, met land, Dirckgen Ariens, huisvrouw
Lenert (18), Luyt (6), Noentgen (4) en Neeltgen (2)
Bron: Hoofdgeld Moordrecht 1622 [Hogenda]
[Lenert staat met een foutief toegevoegd patroniem Jansz in het document genoteerd.]
---
IJsbrant Jansz, schoolmeester, onze buurman, heeft met consent van Jan Claes Luijten, getrouwd met de weduwe van Brant Jansz, verkocht aan Joost Joostensen schoenlapper een huis en erf, gelegen achter het dorp Moordrecht.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, fol. 141v, d.d. 02-06-1618 [FS scan 392]
---
Jan Ockersz, onze mede inwoner, weduwnaar van Bellitgen Brandendr, voor de ene helft, Cornelis Cornelisz Stolckxman, man en voogd van Ariaentgen Jansdr, Meeus Louwerisz, man en voogd van Marritgen Jansdr, Thonis Crijnen, getrouwd met Geertgen Jansdr, de schout en schepenen als oppervoogden en weesmeester van de nagelaten weeskinderen van Brant Jansz, samen kinderen en kleinkinderen van voornoemde Bellitgen Branden, hun moeder en grootmoeder, voor de andere helft, dragen over aan Heijndirck Jan Ockersz, mede zoon en erfgenaam van voornoemde Bellitgen Branden, ca. 4 morgen land, wat Heijndirck Jan Ockersz tijdens het leven van zijn moeder van voornoemde Jan Ockersz heeft gekocht, gelegen in het Dijkland, strekkende van de Tiendeweg tot 9 voet over de dijksloot, belend ten oosten Willem Cornelisz slager en Willem Claesz Paeu en ten westen deels voornoemde Willem Cornelisz en deels Jan Ockersz zelf. Betaald met een custingbrief van 1.600 gulden.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, fol. 260v, d.d. 23-04-1621 [FS scan 512]
---
Nanne Thonisz, onze mede inwoner, met consent van Griete Luijtendr, weduwe van Andries Tonisz zaliger, met Claes Luijten, haar broer en gecoren voogd, voor de ene helft, Arien Andriesz, wonende te Nieuwerkerk, voor zichzelf en als oom en voogd van het nagelaten weeskind van Neeltgen Andries zaliger, Jan Aelberden als man en voogd van Toontgen Andries, Jan Claesz Luijten als man en voogd van Dirckgen Andries, Leentgen Andries met voornoemde schout als haar gecoren voogd, samen kinderen en kleinkinderen van voornoemde Andries Tonisz, voor de andere helft, is schuldig aan Adriaen Cornelisz de Lange, brouwer in "het Anker" te Gouda, 280 gulden vanwege de koop van land.
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 38, fol. 52v, d.d. 30-11-1624 [FS scan 512]
---
Heijndrick Jan Ockersz, wonende te Moordrecht, voor zichzelf en als oom en voogd van het nagelaten weeskind van Brant Jansz zaliger, genaamd Leendert Brantsz, Meeus Louwersz, wonende te Moordrecht, getrouwd met Marritgen Jansdr, Thonis Crijnen, mede wonende te Moordrecht, getrouwd met Gerritgen Jansdr, Cornelis Cornelisz, wonende tegenwoordig te Capelle, getrouwd met Annitgen Jansdr, samen kinderen en erfgenamen van Jan Ockersz zaliger, in zijn leven wonende te Moordrecht, dragen over aan Ocker Heijndricksz een stuk land met een huis, wat Jan Ockersz in zijn leven heeft verkocht aan Ocker Heijndricksz, gelegen in het Dijkland onder Moordrecht, strekkende van de dubbele dijkwetering tot de IJssel, belend ten oosten Dirck Jansz Opsluijs, binnendijks en buitendijks, en ten westen Thonis Crijnen binnendijks en Leendert Heijndricksz buitendijks. Betaald met een schuldbrief van 950 gulden (op fol. 152v).
Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 39, fol. 153v, d.d. 26-05-1628 
Jans, Brand (I3822)
 
3348 Jan Claesz Langelaen bouman J.g. tot Pijnaecker
Marijtge Jacobs J.d. tot Delffgauw
getr. den 19 Decemb. per D. Fodinaeus 
Gezin: Jan Claas Langelaan / Maartje Jacobs (F1754313073)
 
3349 Jan Coenraedtsz van Groeningen j:m: wonende tot Lexmonde en
Anna Gibbo ab Eerst j:d: van Oudewater
Gegeven attestatie den 30 junij 1658 op Lexmonde door Velthusen 
Gezin: Jan Coenraads van Groeningen / Annigje Gibbons Ab Eerst (F1754312724)
 
3350 Jan Coenraetsz van Groeningen is tmiddelpant een leeger gegunt 9-10-0
Den 1 uur de groote klock is 10-0-0
voor de kist en baer 1-14-0 
van Groeningen, Jan Coenraads (I1239)
 

      «Vorige «1 ... 63 64 65 66 67 68 69 70 71 ... 107» Volgende»


Deze site werd aangemaakt door The Next Generation of Genealogy Sitebuilding v. 14.0.3, geschreven door Darrin Lythgoe © 2001-2026.

Gegevens onderhouden door Timon Schuurman.