Treffers 3,601 t/m 3,650 van 5,326
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 3601 | Maes Willemsen [te Maene] Bron: Ede - Maancedulle 1752, fol. 56v | Willems, Maas (I3560)
|
| 3602 | Maij 3 gedoopt Maria vader Matthijs Claessen get: Christiaen Cornelisz, Jacob Daniels, Barber Jansz en Trijntie Cornelisz | Strijdvos, Maria Matthijs (I3059)
|
| 3603 | Maij 6 Jannetje Stegerhoek huisvrouw van Dirk Dorland begraven in de kerk ijge graf f 4-11- | Stegerhoek, Jannetje Gerrits (I3006)
|
| 3604 | Manneeff, Pieter Dircxsz 37, 105 21- 5-1580 40, 61v 22-11-1587 42, 383 ..-..-1598 Bron: Zegwaard - Transporten en hypotheken, 1571-1600 --- za. Manneeff, Pieter Dircxsz 47, 88 3- 6-1619 za. Manneetnen, Cryntge (wede. v. Pieter Dircxsz Manneeff) 47, 88 3- 6-1619 Bron: Zegwaard - Transporten en hypotheken, 1601-1650a | Manneef, Pieter Dirks (I2255)
|
| 3605 | Mari Cornelis Rijcken met haar zoon Jan haer sterck makende voor haar andere susters en broeders Henrick VAN VEEN Berntsz ene vrije eijgendom van een werff met huis schuur griendinghe met een drift met een transfixe. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 112, d.d. 11-10-1571 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Lijsken Jan Cornelisz wde tr aan Henrick VAN VEEN Berndtsz 8m op Nieuw Schaijk in 2 weeren naast elkaar, strekk v/d halve dwarssloot van Floris Jansz tot Jan VAN DELFFS werff, bov Jan VAN DELFF en ben Gielis Roeloffsz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 113, d.d. 15-03-1572 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Willem Huigensz, Cornelis Huigensz, Aentgen Huigendr en Baelke Huigendr beloven Anneke Peter Jansz wde schadeloos te stellen voor een rentebrief groot 200 gld die Hendrick VAN VEEN Berndtsz sprekende heeft op voorn Anneke en haar kinderen welke haar comparants moeder za daar van zijn … die Anneke en haar kinderen voornoemd van die betalinghe van alsulcke huijs en hofstad als sij van haar heeft gecocht staande binnen Leerdam over de Vliet. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 113, d.d. 03-11-1573 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis HAGHEN Adriaensz en Hendrick VAN VEEN Berntsz leggen de eed van burgemeester af. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 113, d.d. 18-06-1575 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Gheritsz STAM voorzichzelf en voor zijn ander 4 zusters en broers tesamen erfgenamen van Gherit Cornelisz STAM zijn vader en tr aan Hendrick VAN VEEN Berntsz de helft van 3m op Nieuw Schaijk onverdeeld met koper, bov en ben de Con Majest.,strekk v/d Diefdijk t/d middelwetering toe Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 114, d.d. 14-06-1576 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Beerntsz als erfgenaam van zijn vader Beernt Adriaen Lambertsz za tr aan Mr Jan VAN VOORN secretaris alhier een rentebrief groot 7 gld/sjaers. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 114, d.d. 01-12-1576 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jan VAN VOORN tr aan Hendrick VAN VEEN Berntsz 2½m op Oud Schaijk in de vorm zo die comparant opgedragen zijn door de gemene erfgenamen van Fijke Dircxsdr die huisvrouwe was van Adriaen Hendricxsz za, bov Jan Zegersz en ben … van Meerkerck. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 114, d.d. 01-01-1577 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Beerntsz als erfgenaam van zijn huisvrouws vader Jan Henricxsz VAN GHOTEN za tr aan zijn zuster Adriana VAN VEEN Beerntsdr een rentebrief van 17 gl/sjaers. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 114, d.d. 15-01-1577 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Gerit DE BORCHGRAEFF Cornelisz tr aan Henrick VAN VEEN Berntsz, Adriaen VAN VEEN Beerntsz en Jacob VAN VEEN Beerntsz, Heijlke, Aentge en Marijke Beerntsdrs zusters en broers nagelaten kinderen van Beerndt VAN VEEN Adriaensz za een tegenwoordighe rentebrief getransfigeerd. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 114, d.d. 18-01-1577 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Zaak tussen Henrick VAN VEEN Berentsz eiser contra Cornelis Claesz VAN DEN BRAEMSLOOT schout tot Ackoij gearresteerde. De gearresteerde moet zekere lasten betalen die eisers huisvrouwen vader belooft heeft aan Peeter de Seijlmaecker tot Antwerpen eenen Bonseler geleent heeft (80 gld). Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 01-02-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Pauwels Balthasars voorhemzelf en voor zijn broer Adriaen Balthasz en zuster Jenneke Baltensdr tr aan Henrick VAN VEEN Bernetsz een schepenbrief groot 218 gld sprekende op Franck Peetersz VAN DIJEMEN dd 5-12-1560 en beginnende: Wij Adriaen Haghen Gerritsz, Anthonis Ottensz, Peeter Aertsz ROUCK ende Cornelis Jansz schepenen van Leerdam, etc. Even later blijkt in kantschrift dd 19-3-1585 dat de brief betaald is en Anneke Balthensdr overleden is Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 22-03-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- IJken Jansdr met haar broer Bastiaen Jansz tr aan Henrick VAN VEEN Berentsz 7h onverdeeld met koper gelegen op Nieuw Schaijk, strekk van Meijert Jansz halve dwarssloot t/d middelwetering toe, bov koper en ben de koper. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 17-04-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Oth Ottensz DE FEIJTER tr aan Henrick Bernetsz VAN VEEN helft van een rentebrief van 6 Philips guldens ad 25 st/stuk sjaers van een rentebrief beginnende: Wij Henrick Corsz en Oth Anthonisz schepenen van Leerdam dd 17-12-1561. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 17-04-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentsz stelt zich borg voor Roeloff STEENBERCH alias ZEIJNMAN, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 21-04-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentsz heeft gerechtelijk aenvanck gedaen binnen den dorpe van Over Heicoop van een huis en die hij onlangs gecocht heeft van ene Dirck Dircxsz Brauwer tot Culemborg. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 08-06-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentsz als gemachtigde en in plaats van wegens absentie v/d schout van sHeerenwege confisceert de goederen van Jonker Johan DE VOS tho Middelaer tot behouff v/d Graeff van Bueren, etc omdat de Jonker sijn huijsinghe tho Middelaeraan de vijand heeft overgeleverd. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 06-05-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentsz burgemeester als borg voor Roelof STEENBERCH alias ZEIJMAN versoeckt opgelesen te hebben zeker protest als bij hem Henrick VAN NIEUWENHOVEN op 22 april j.l. tegen de voornoemde Roeloff Steenberch en hem comparant gedaen, etc.) Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 08-05-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Aelbert Cornelis Stevensz kendt Jan Brienensz DE FEIJTER 5 gld. Lambert Geritsz als borg voor Willem in de Griendt kendt Jan Brienensz 10½ gld wegens landpacht. Arie Meijersz verklaart schuldig te zijn aan Henrick VAN VEEN Berentsz 120 kgld ad 40 groot Vlaams voor coop van 2 merriepaarden met de wagen. Arie Meijersz X Geertge Gilis Roeloffsdr tr aan Henrick VAN VEEN Berentsz alsulcke 22½ gld als hij comparant ten achter is aan enen Dirck Dircxsz overleden zoals genoteerd in het renteboek van Gilis Roeloffsz za. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 10-05-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jacob Jansz als heemraet v/d polder Over Heicoop verklaart in die qt schuldig te zijn Henrick VAN VEEN Berentsz burgemeester van Leerdam 164 kgl 1 st 4 penn gecomen van 106 gld 3 st als geleend geld en de rest gecomen van verlopen rente als Aert Crijnen te Saltbommel op voors land sprekende heeft. Compareerden tevens de heemraden van Neerboeijkoop als namenlijk Gijsbert Joosten, en Meeus Cornelisz die Jacob Jansz schadeloos houden Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 17-06-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Engel Cornelisz voorhemzelf en vanwege zijn zoon Cornelis Engelsz verwekt bij Aertgen Rutgersdr za ende ook Cornelis Rutgersz voorhemzelf en vervangende zijn zusters Grietgen en Yda Rutgersdr en tr aan Hendrick VAN VEEN Berentsz 2 weeren groot 8½m op Loosdorp, strekk v/d Meijntse kilspit t/h Loosdorper kilspit, bov Joost Otten cs en ben Jacob VALCK cs. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 19-07-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Herman Ariensz als gemachtigde van Henrick VAN VEEN Bernetsz burgemr alhier in de plaats v/d schout in zijn absentie vervolght Aert Cornelisz 25 gouden waelen vermits hij blijft totte gebruijck van 4m op Middelcoop nadien hem nochthans gerechtelijke ontwaeringh gedaen is uijt crachte dat de voorn 4m voor de overgeleverde ongelden verhuert waren. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 28-07-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Claes VAN DUIJVEN Loijensz als gemachtigde van Metgen Arien VERHEULSdr machtigt Mr Aert MENNINCK en Henrick VAN VEEN Berentsz te procederen en te vorderen van Willem Peetersz binnen Vianen. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 18-09-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jan Adriaensz alias Hopman tr aan Henrick VAN VEEN Berentsz hofstad met gebruik van dijk en dijkcaveling a/d Leerdamse Diefdijk, strekk voor v/d dijksloot t/d Wiel, bov de erfgenamen van Oth Peetersz en ben de erfgenamen van Jan VAN DELFT. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 28-10-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jacob Jansz van Gorcum proc hebbende van Ariaentje Willems wde geassisteerd met haar kinderen Lijsbeth Cornelisdr, Anneke Cornelisdr en Johan Cornelisz (proc burgemeesters Embden dd 17-7-1582) en tr aan Henrick VAN VEEN Berentsz een rentebrieff van16 kgld/sjaers gestipuleerd op een weer op Nieuw Schaijk, strekk v/d Over Heicoper opslag t/d Diefdijk, bov Jan Cornelisz erfgenamen en ben Frederick Woutersz BACK (of Backer) cs. De brief begon als volgt: Wij Arie Jansz en Peeter Jansz schepenen te Leerdam etc en was gegeven op 8-11-1553. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 115, d.d. 09-12-1582 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentss stelt zich borg voor Henrick Eeuwoutss van Gorcum in de zaak tussen hem en de schout van LDM. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 116, d.d. 25-04-1585 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Theunitgen Gillis Roeloffss weduwe met haar gekozen voogd Herman VAN BRAECKEL Arienss, Arien Hesselss X Anna Gillis Roelofsdr schout in Heicoop, Dirck Dircxs brauwer te Culemborg X Janneke Gillis Roeloffsdr, Roeloff Gieliss voorhemzelf en voor Adriaen Meijerss X Geertgen Gillis Roeloffsdr, tr aan Hendrick VAN VEEN Berntss 1m op Cortgerecht, strekk van Dirck Janss tot Hendrick Berntss, bov Jan Segerss c.s. en ben de kerksteegh; nog 5m op Nieuw Schaijk, strekk v/d erven van Dirck Janss en Arien Meijerss t/d Diefdijk, bov de voorn Hendrick Berntss en ben Henrick Roeloffss. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 116, d.d. 19-07-1585 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis VERVOORN Corneliss proc hebb van Elisabeth Matheusdr won te en poorteresse van Gorcum tr aan Hendrick VAN VEEN Bernetss 6(?)m op Oud Schaijk, strekk v/d Linge t/d Nieuw Schaijkse kilspit, bov Aertke Jan DIROUT Aertsdr en ben de erfgenamen van Jan Willem Herberss c.s. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 116, d.d. 03-10-1585 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentss eiser contra Cornelis HAGEN, Jan Segerss en Gherit CREIJT als waersluijden van Oud- en Nieuw Schaijk en Cortgerecht, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 117, d.d. 18-01-1586 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentss machtigt zijn huisvrouw Thuentghe Jansdr. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 117, d.d. 12-06-1586 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentss betaalt aan Rijck Janss als heemraet van Over Heicoop 28 kargul voor 2 jaren wat hij a/d watergraaf van Vianen betalen moet wegens uijtwateringhe. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 117, d.d. 14-06-1586 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Peeter Toniss tr aan Henrick VAN VEEN Berentss ¼ van 5½m op Nieuw Schaijk gemeen met koper, bov Jonkvr CROES en ben koper (60 kargul) Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 117, fol. 64v, d.d. 03-01-1588 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Bastiaen Janss DE GRIENT tr aan Henrick VAN VEEN Berentss 11½h op Nieuw Schaijk, onverdeeld met koper, strekk v/d middelwetering af t/d erfgenamen van …, bov en ben de koper. Henrick VAN VEEN Berentss als gemachtigde van Maria Anthonis Otten weduwe verkl dat diens dochter Volcquina overleden is. Maria erft alles; een zekere Mr Jacob BUIJTEN ENGH ligt dwars Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 118, fol. 7, d.d. 27-02-1588 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Pauwels Evertsz screijnwercker wonende tot Goorzee voorhemzelf en zich sterk makende voor zijn broer Arent Evertsz wonende tot Loosduijnen tr aan Roeloff DE BRUIJN Jansz en Hendrick VAN VEEN Bernetsz kerkmeesters 4m op Bruijnsdel. Cornelis Aertsz DE FEIJTER, alzoo hij comparandt die wete (?) ontfangen heeft door de gerichtsbode als dat Henrick VAN VEEN Berntsz heeft gedaen ontwaeringhe als boedelhouwer van sijn za moeder Marij Aerts op Cornelis Aertsz van alle die achtergelaten goederen geen uijtgesondert, etc, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 119, d.d. 17-01-1589 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Bernetsz en doet ontwaeringhe Cornelis Aertsz DE FEIJTER als boedelhouder v/d achtergelaten goederen van zijn moeder Marij Aert Otten wde, etc. Henrick VAN VEEN Bernetsz richt op Cornelis HAGEN, Thonis Ariensz, Cornelis SALOMONSZ, Gerit VAN ROEIJEN (?) ende Roelandt Ariensz, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 119, d.d. 24-01-1589 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Anthonia VAN GOETEN als gemachtigde van haar man Henrick VAN VEEN Berentsz substineerde haar zoon Jan Henricxsz, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 119, d.d. 31-01-1589 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Claes VAN DUIJVEN Loijensz als gemachtigde Sanderke Cornelisdr eiser contra Henrick VAN VEEN Bernetsz gedaagde. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 119, d.d. 09-02-1589 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Aertsz DE FEIJTER als boedelhouder v/d achtergelaten goederen van zijn moeder Marij Aertss za verklaart schuldig te zijn aan Henrick VAN VEEN Berntsz 500 cgl van 40 st/stuk te nemen uit de hofstede en 10h hooglants en de Brenck, t’eijnden de Brenck over de gracht van Schoonderwoert tsamen gelegen op Cortgerecht en gecomen van za Jan Peetersz VAN DIEMEN die comparantes oom was, enerzijds Tonis Hermansz en anderzijds Jan Reijersz; de Brenck, enerzijds Tonis Eversz (??) en de 10h over de gracht van Schoonderwoert, bov Lijntge Dirxs en ben Dirck Jansz erven. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 119, d.d. 14-02-1589 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Bernetsz oud 48 jaren en Lambert Cornelisz DE GROOT oud 38 jaren verklaren op verzoek van Joncker Jacques DE HOMBORGH omtrent de scheldpartij ten huize v/d voorn Lambert Cornelis DE GROOT op woensdag 14 juni gepleegd door Jan Claesz VAN HEUKELUM. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 119, d.d. 08-06-1589 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrik VAN VEEN Berentsz intervenierende voor Joachim Dircxsz nom ux aengaende de waernisse van 1½m op Over Heicoop in “Engel Floren weer” opgedragen en belooft te weren Ghysbert Cornelisz Brauwer te Gorcum Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 120, d.d. 22-03-1590 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Florisz VAN DIEMEN transporteert aan Henrick VAN VEEN Bernetsz 20h in de Gheeren, strekk v/d Culemborgse vliet t/d geersloot toe, bov de Vrauwen Vicarye en ben …, daaronder als onderpand stellende 4m op Bruinsdel, strekk v/d aelgraaf t/d middelwetering toe, bov onze Vrouwen Vicarye en ben Adam VAN MUIJLWIJCK. Henrick VAN VEEN Bernetsz transporteert aan Cornelis Florisz VAN DIEMEN 17h te MCP, strekk van Loosdorp tot Jan Bastiaenen toe, bov Willem Jacobsz en ben Henrick Cornelisz, te vrijen met 3m in de Meynte, strekk van Loosdorp tot Heer (??) Loyen erfgenamen’s dwarssloot. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 120, d.d. 30-05-1590 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrik VAN VEEN Berentsz transporteert aan Jan Cornelis Segersz 4m op Nieuw Schaik, strekk v/d middelwetering t/d grient, bov koper en ben Aert Gerritsz c.s; nog 2m ald, strekk van Jan Segersz t/d voorwetering, bov het gasthuis van LDM en ben Anneke Peter Jans wde. Jan Cornelis Segersz transporteert aan Hendrik VAN VEEN Berentsz 2m op Cortgerecht, strekk van Cornelis Aertsz t/d Wiel, bov Cornelis SPRUYT en ben de voorn Henrick Berentsz Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 121, d.d. 20-06-1591 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentsz X Anthonia VAN GOTEN Jansdr transporteert aan Jacob Peter Berentsz 10h op Over Heycoop in Mary Floren weer, strekk v/d Kaekamp af a/d Boeicoper dijk ow en ww t/d weteringscamp, bov Jan Reyersz en ben Elisabeth Gruyters. Jan Peeters Bernetsz transporteert aan de bovengenoemde Henrick VAN VEEN Berentsz 17h op HMCP gemeen met koper, strekk v/d middelwetering t/d 2e dwarssloot. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 122, d.d. 30-06-1592 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berentsz transporteert aan Theunis Theunisz een hofstede a/d Schoonrewoerdse Diefdijk, strekk v/d Geersloot t/d Dootslange (??) op Cortgerecht, bov Mary Theunis en ben Ghysbert Reyersz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, d.d. 14-04-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick en Jacob VAN VEEN Berentsz voor hun zelf en vervangende Heyltge en Marike VAN VEEN Berentsdrs, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, d.d. 21-04-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz transporteert aan Adriaen Willemsz DEVENTER dijk en dijkcaveling op Nieuw Schaik, strekk v/d Geersloot t/d dijksloot, bov Aert Hermensz en ben koper. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, d.d. 18-07-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Volgende personen kopen “het Schoonhuis” [= Drossaarshuis] t.b.v. de Oranjes: Willem Aelbertsz, Henrick Huybertsz, Jan Roelofsz, Coen Reyersz, Claes Jansz op ’t Hoogeindt, Jan Adriaensz, Ghysbert Cornelisz, Adriaen Thomasz, Daem Claesz, Huybert Adriaensz, Willem Joosten, Jan Bastiaensz, Cornelis Aertsz DE FEYTER, Aert Cornelisz, Merten Willemsz, Hermen Adriaensz, Theunis Adriaensz, Theunis Mertensz, Lambert Stevensz, Ryck Jansz, Roelof Cornelisz, Peter Stevensz, Henrick Roelofsz, Adriaen CALFF, Cornelis Aelbertsz, Cornelis Dircxsz, Herberen Floren, Jan Claesz van HEUCKELUM, Teunis Teunisz, Wessel Cornelisz, Thomas Lucas (??), Willem Roelofsen, Jan Petersz, Cornelis Aertsz DE BRENCK, Henrick VAN VEEN Berntsz, Jan Walighsz, Claes Willemsz DEVENTER, Ghys Huygen, Frans Theunisz, Adriaen Willemsz, Baert Cornelisz, Dirck Petersz STERCK, Jan Lenerde, Adriaan Jansz, Reyer Meyersz, Jan Gerritsz soldaat, Jacob Petersz, Willem Jansz, Jan Willemsz en Adriaen Jan Dircxsz. Zij waren oude en nieuwe magistraten Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 58/58v, d.d. 20-07-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jenneke HAEGE moe (meu?) v/d kinderen van Franck Petersz za oud ca 67 jaar verklaart nooit penningen van Henrick Berentsz (VAN VEEN) toebehorende voorn weeskinderen, ontvangen heeft. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 69v, d.d. 20-08-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Mertensz VAN BEAUMONT burger te Dordrecht X Henrickgen DIERHOUT Jansd en Marijke Berntsd met haar gekozen voogd Henrick VAN VEEN Berntsz transporteren aan Jan Claesz VAN HEUCKELUM een weer land groot 7m op MCP, strekk v/h Leerbroekse kilspit af t/d Heycoopse opslag, bov Sebastiaen Claesen c.s. en ben Cornelis Cornelisz c.s. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 76, d.d. 08-09-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Lambert DE GROOT oud ca 44 jaar en Joris Aertsz oud ca 50 jaren en Henrick VAN VEEN Berndtsz oud ca 52 jaar verklaren op verzoek van Henrick Roelofsz SCHOONDERWOERT betreffende de eigendomsrechten v/d beplantingen op de kade langs de Laageindse Vliet op LBK, Bruynsdel en Oosterwijk. Jonker Jacques DE HOMBORCH drossaert, dijkgraaf en stadthouder v/d Leenen oud 38 of 39 jaar verklaart ook omtrent bovenstaande zaak. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 85, d.d. 13-10-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Anthonia VAN GOOTEN X Henrick VAN VEEN Berntsz (absent) met haar oudste zoon Johan Henricxsz VAN VEEN etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 87, d.d. 18-10-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz X Anthonia VAN GOOTEN mitsgaders Hermen VAN BRAECKEL Adriaensz als vader van Adriaen VAN BRAECKEL verklaren een kwestie geregeld te hebben in Dordrecht, Den Haag ofte alhier. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 104v, d.d. 26-11-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz X Anthonia VAN GOETEN met Herman VAN BRAECKEL Adriaensz als vader van Adriaen VAN BRAECKEL, etc. Er is een geschil over rente etc tussen bovenstaande partij en Frans Corns VAN BEAUMONT; schikking Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 113, d.d. 26-11-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz belooft te vrijen Willem Vrancken 2m op Kedichem met als onderpand 7m op Nieuw Schaik. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 123, fol. 108v, d.d. 02-12-1593 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz transporteert aan Belyke Ottendr VAN SLINGERLAND huis en hofstad in LDM op de Hogedijk met zijn buitendijkse toebehoren, strekk t/d stadsveste, bov Jan Lenaertsz VAN DORTH Woutersz en ben Gerrit Peter Zerren. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 30-03-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jochum Dircxsz transporteert aan Henrick VAN VEEN Berndtsz 1m¾h op Nieuw Schaik, strekk van Jochum Dircxsz tot de middelwetering, bov en ben Henrick VAN VEEN voornoemd. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 20-04-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Mertensz VAN BEAUMONT burger te Dordrecht, Frans Cornelisz VAN BEAUMONT mede van Dordrecht en Henrick VAN VEEN Berndtsz verklaren dat zij gistermorgen naar de kerk gingen voor het huwelijk v/d voorn Frans VAN BEAUMONT en de dochter v/d voorn Hendrik VAN VEEN waarbij zij beledigd werden door de huisvrouw van VAN BRAECKEL. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 25-04-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz en Dirck Jansz stellen zich borg voor Jan Henricksz VAN VEEN en voor Dirck Jansz zoon van Jan Dircxsz voor het versterken van fortificaties die zij in de stad Heusden aangenomen hebben. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 22-05-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Juffr Josyna VAN BENTHEM X Jonker Steven VAN ACHTERVELT za transporteert aan Henrick VAN VEEN Berndtsz een obligatie groot 50 kargul sprekenede op Jan Jan Kerstensz won in ‘ t Recht van Leede. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 16-06-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jan Henricxsz VAN VEEN stelt zich borg voor Cornelis Mertensz en Frans Cornelisz en zijn vader Henrick VAN VEEN Berndtsz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 25-06-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Gerritken Adriaensdr X Cornelis Jansz za verklaarde op verzoek van Jan Zegersz als gestelde voogd v/d weeskinderen van Cornelis Gerritsz STAM dat zij nooit tegen Henrick VAN VEEN Berndtsz gezegd heeft dat voorn Cornelis Gerritsz STAM in zijn leven verklaart zoude hebben van Lenaert VAN DORTH beleend te hebben 4m op Over Heycoop die toebehoord hebben aan haar man za de voorn Cornelis Jansz Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 04-08-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Peter VAN DE LINGE X Zoetge DE ROY Claesdr za als voogd van hun kind Claes Pietersz en transporteert aan Hendrik VAN VEEN Berndtsz 13h op Nieuw Schaik, strekk v/d dijk t/d middelwetering, bov en ben koper. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 124, d.d. 17-09-1594 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz transporteert aan Aert Dircxsz 6m op Cortgerecht, strekk van Over Heycoop t/d Diefdijk, bov de vicarye van Schoonderwoerd en ben het convent te Autwijck, te weren met 9m op Loosdorp genaamd “de Elste hoeff”, strekk v/d Meynt t/d Middelkoper dijk, bov Herbert Fleuren en ben de erfgenamen van Hendrik DE BRUYN Jacobsz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 125, d.d. 30?-02-1595 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz als borg voor Marya Theunis Otten contra Gerike Floren X Gielis DE VOS als gearresteerde, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 125, d.d. 02-05-1595 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Maria Theunis Otten wde verklaart dat zij grote schade geleden heeft ter cause v/h proces wat Henrick VAN VEEN als haar gemachtigde gesustineerd heeft tegen de huisvrouw van Gielis DE VOSCH (of BOSCH??) nagelaten wde van Mr Berent UYTEN ENGE, nopens het legaat ’t welke Voerquina (??) haere dochter gemaeckt hadde Mr Jacob UYTEN ENGE. Zij trekt daarom de gegeven machtiging in. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 125, d.d. 17-07-1595 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- In de zaak voor Zijne Gen. van HOHENLOO vrijheer tot Langenburg Luitenant Generaal X Vrouwe Gravinne VAN HOHENLOO geboren Prinses van ORANGIEN gravinne van NASSAU BUEREN en administratrice v/d goederen van haar broer de Prins VAN ORANGIEN, etc: Pieter Dircxsz X Aefken Franckendr, Margarete Francken X Claes Willemsz Backer en Adriaen Francken tesamen erfgenamen van hun vader Franck Pieter Jacobsz te eenre en Henrick VAN VEEN Berndtsz als gegyselde, te andere. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 126, d.d. 07-03-1596 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick VAN VEEN Berndtsz verklaart voldaan te zijn door Adriaen Cornelisz TUCKER de transfix brief dd 20-7-1582 over de coop van een huis door comparants vader op 19-7-1582. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 126, d.d. 13-04-1596 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Ghysbert Reyersz voor hem zelf en Adriaen Ghysbertsz X Marike Reyersdr transporteren aan Gerrit Gerritsz CREYT 1m op Nw Schaik gemeen in 3m met koper en Henrick VAN VEEN Berndtsz, strekk v/d Middelcoper opslag t/d middelwetering, bov Henrick VAN VEEN Berndtsz en ben Jochum Dircxsz cs. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 126, d.d. 05-05-1596 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Dirck COOL als gasthuismr binnen Vianen droeg op aan Henrick VAN VEEN een rentebrief groot 12 kg sjaars sprekende op Alidt Everts Heymens wde. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 126, d.d. 01-10-1596 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz oud ca 55 jaar, Henrick Roelofsz oud ca 46 ofte 47 jaar verklaren. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 126, d.d. 21-11-1596 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Davit Cornelisz transporteert aan Henrick VAN VEEN Berndtsz 10h op Over Heycoop achter Reyer Otten werff; nog 3h op Nieuw Schaik, strekk v/d achterwetering t/d dwarssloot, bov en ben koper. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 127, d.d. 30-03-1597 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Aert Roelofsz X Metge Jacob Willems NECKxdr renuncieert t.b.v. Henrick VAN VEEN Berntsz alle actie op 3m op Cortgerecht in Evert Heijmensz weer. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 127, d.d. 08-06-1597 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz verklaart schuldig te zijn aan Aert Aertsz van Besoyen 7 kg sjaars te heffen uit comparants hofstad en huis te LDM a/d Veerpoort. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 127, d.d. 28-06-1597 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Petersz en Willem Petersz DE HAEN mitsgaders Jan Aertsz van Accoy X zijn huisvrouw machtigen Henrick VAN VEEN Berntsz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 127, d.d. 02-09-1597 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz als erfgenaam van zijn zuster Adriana VAN VEEN Berntsdr transporteert aan Adriaen Jansz een rentebrief dd 12-3-1571 voor Christiaen VAN MEERKERCK Claesz en Henrick SOMER (??) Fredericxsz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 21-01-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Abraham Jorisz transporteert Henrick VAN VEEN Berndtsz de helft van werd op Cortgerecht t/d Heerweg tot, bov Henrick Jansz en ben de nonnen van Autwijck. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 28-01-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz transporteert aan Cornelis Fransz 11h op Over Heycoop achter de hofstede van Stam (“Stammens hofstede”), strekk van Jochum Dircxsz tot Jan Reyersz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 09-04-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz als gedecreteerde borg voor Maria Anthonis Otthen wde als arrestant tegen Cecilia Floren X Gilis DE VOS als gearresteerde (schepenen Utrecht 14-7-1596), etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 16-04-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz transporteert aan Jan Thonisz van der Goude 12 gulden die comparant ten achter is aan Jan Rutgersz van der Goude spruitende uit coop van een griending of houtgewas. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 25-05-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Schepenen verklaren dat Reynier Cornelisz als voogd en momboir v/d 2 onm weeskinderen achtergelaten door Thonis Thonisz X Neeltje Thonis Ottendr eertijts gewoond hebbende te LDM en Henrick VAN VEEN Berntsz die als borge gebleven was voor Maria Anthonis Otten wde ende voor Neeltke Thonisdr heeft moeten voldoen aan 2 acten van taxatie en costen getaxeerd door Zijne Gen VAN HOHENLOE ten verzoek van Celia Floren (22-8-1588) en groot 96 kg, etc, etc. Uiteindelijk verkoopt Reynier ROBIJN 3 percelen over de tiendweg op Oud Schaik en wel als volgt: 2 campkens groot 3m, strekk de ene camp v/d tiendweg t/d middelwetering, bov het gasthuis te LDM en ben Peter Cornelisz COET; de andere camp over de wetering in het zelfde weer tot Cornelis Florisz; nog 7h bov de tiendweg, strekk van Cornelis HAGEN boomgaartke t/d tiendweg, bov Aert Sebastiaensz en ben het weeskind van Roelant AERNOUTS; nog een boomgaertke strekk v/d Linge tot Bastiaen Huybertsz’s dove wetering, bov Joest Meyersz en ben Jacob BRONCKHORST. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 31-06-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz als principaal en Aert VAN BESOYEN als borg en mede principaal verklaren schuldig te zijn aan Anneke Lucasdr X Cornelis Wembertsz za 120 kg (volgens accoord schepenen Vianen). Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 27-07-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Lenaert Jorisz tr aan Henrick VAN VEEN Berntsz 4m op Oud Schaik genaamd “de Hoeck”. Henrick VAN VEEN Berntsz X Anthonia VAN GOETEN belooft bovenstaand land te verhuren aan Lenaert Jorisz. Het land lag op Loosdorp. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 16-09-1598 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz als agent van Jacob Hermensz schout te Spijk verkl dat de schepenen en secretaris van Spijk geweigerd hebben in te geven op het vonnis van 25-3-1599. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 27-03-1599 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz tr aan Johan ZAS Hoensche 3½m op Loosdorp, strekk van Grietke Jan VERHUPS t/d Meyntse kilspit, bov Gerrike Jan VERHUPS en hen Henrick VAN VEEN Berntsz, te weren met 5m naast de voorn 3½m en ben de wde van VAN DE VELDE, strekk v/d Meyntse kilspit tot Willem Huygen (850 kg). Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 128, d.d. 04-05-1599 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Theuntke Jansdr huisvrouw van Henrick VAN VEEN Berntsz met haar zoon Jan Hendricxsz verklaren de uitspraak v/h gerecht t.o.v. Pauwels Pauwels Balensz op Gorcum na te komen. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 129A, d.d. 11-02-1600 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz belooft Pauwels Baltensz burger te Utrecht als gemachtigde van Willem Dircxsz X Truycke Heer Corsten Lambertsz priester natuurlijke dochter won te Culemborg voor hun zelf en als enige erfgenamen van haar moeder Anna Jan DE STIGHTERSdr 18 gulden en 14 st sjaars te betalen te heffen uit een weer op Oud Schaik, strekk v/d tiendweg t/d Nw Schaikse kilspit en uit al zijn gerechtigheid in ’t Hoeck(?)land, bov de tiendweg en ben Jan Aertsz. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 129A, d.d. 20-03-1600 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz tr aan Mary Huyberts 2m op Oud Schaik, strekk v/d Nieuw Schaikse kilspit t/d halve sloot, bov Roelof DE BRUYN en ben de voorn Mary Huyberts te vrijen met 4m op Oud Schaik tegen de voorn 2m gelegen, strekk v/d meulensloot delange Strey (??) toe, bov Roelof DE BRUYN en ben Herberen Fleuren. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 129A, d.d. 15-11-1600 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Lenaert Jorisz tr aan Henrick VAN VEEN Berntsz 8m op Nw Schaik, strekk v/h Loosdorper kilspit tot Goyert Luiten, bov Jacob NOBEL Jansz cs en ben gasthuis van LDM. Henrick VAN VEEN Berntsz tr aan Lenaert Jorisz ½m genaamd “Gouwenaers werff” op Loosdorp, strekk v/d Meyntsche kilspit tot Pieter Dircxsz, bov de kerk te LDM en ben Jouffr Johanna VOEL. Idem aan idem 3m4½h op Loosdorp, strekk v/h Meyntsche kilspit tot Huych Willemsz, bov Johan ZAS cs en ben de wde van Adriaen VAN DE VELDE. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 129A, d.d. 16-11-1600 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz tr aan Theunis Theunisz PEERTCOOPER een hofstad a/d Schoonderwoerdse Diefdijk, strekk v/d Geersloot tot Jan Bastiaensz, bov en ben de voorn Theunis Theunisz Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 129B, d.d. 29-03-1601 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Schepenen verkl op verzoek van de huisvrouw van Lenaert VAN DORTH gezocht te hebben in de schepenregisters van LDM v/h jaar 1574 omtrent de schatting eertijts gedaan door Hendrick VAN VEEN Berntsz op “de Brenck” eertijts behoort hebbende aan PieterVAN DE YSEREN. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 129B, d.d. 09-11-1601 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick Cornelisz won te Rumpt verkl voldaan te zijn door Henrick VAN VEEN Berntsz van verkoop van zijn deel in 2m op Cortgerecht, genaamd “den ouders hoochte” en die comparant aanbestorven waren door dode van zijn vader za Cornelis “de Oude” Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 130, d.d. 10-02-1602 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntsz tr aan Meus Thonisz 2m op Cortgerecht, ’t eynde des oudens hoocht, strekk v/d voors hoocht tot Adriaen Meyersz, bov de nonnen van Autwijck en ben Meus Thonisz en beloofde de hoocht zijnde leengoet te vrijen met 4m op Oud Schalk, bov Roelof DE BRUIJN en ben Herberen Fleuren cs. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 130, d.d. 30-12-1602 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berndtsz tr aan Roelof Willemsz won op Zyderveld 5m op Cortgerecht genaamd “het kaweer”, strekk v/d Boeicopse kilspit t/d Diefdijk, bov de bruyne (?) kade en ben de comparant cs te weren met nog 2½m en 5m naast bovengenoemd land. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 131, d.d. 14-12-1603 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Willem Aelbertsz oud ca 46 jaren en Jan Petersz oud ca 46 jaren verkl op verzoek van Henrick VAN VEEN Berndtsz gehoord te hebben dat Thonis Adriaensz zei tegen Cornelis Salemons, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 131, d.d. 26-02-1604 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Amelisz geeft proc aan Heijndrick VAN VEEN Berndtsz om te handelen in het sterfhuis van Willem Petersz in leven gewoond hebbende in Hondswijk als mede-erfgenaam nom ux te vertichten, etc Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 132, d.d. 08-07-1605 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrik VAN VEEN Berntsz als grootvader en voogd van de kinderen van Frans VAN BEAUMONT X zijn dochter, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 133, d.d. 12-07-1606 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Bernt Hendriksz VAN VEEN geassisteerd met zijn vader Hendrik VAN VEEN Berntsz tr aan Anthonis IJsbrantsz 5m op Cortgerecht, strekk v/d Boeicoper opslag t/d Diefdijk, bov de voorn Berndt VAN VEEN en Jasper Jacobsz cs en ben Jonker Berndt PREIJS. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 133, d.d. 24-08-1606 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Anthonia Jansdr X Hendrik VAN VEEN Berntsz met haar zoon Jan Hendriksz VAN VEEN als gekozen voogd verklaart namens haar man schuldig te zijn aan Huich VAN DER VELDE schout van LDM en Jan Stevensz X Gerike VAN DER VELDE 150 gl, etc Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 135, d.d. 03-08-1609 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Francois Cornelisz VAN BEAUMONT won te Dordrecht heeft wrijving met zijn schoonouders Hendrik Berndtsz (VAN VEEN) X Antonia VAN GOTEN als grootouders van zijn 3 kinderen Aeltge, Hendrik en Maijke. Zijn vrouw is overleden Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 136, d.d. 30-03-1610 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick VAN VEEN Berntsz tr aan zijn zoon Abraham Heyndrixsz VAN VEEN de resterende 200 gulden v/d jaarpacht v/d Nieuw Schaikse sanden (of landen?) gehuurd door Jan Petersz (Borger?) in ’t Recht van Leede. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 137, d.d. 09-03-1611 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick VAN VEEN Berentsz proc hebb van Bastiaen Bastiaensz en diens broer Claes Bastiaensz mede-erfgenamen van Willem Dircxsz RUIJTER za en tr aan Bastiaen Elbertsz 2/3 van een halve tiendcamp en een akker hooglands op Oosterwijk. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 138, d.d. 02-01-1612 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Abraham Jorisz tr aan Arien HAGEN Woutersz de eigendomsbrief ontvangen op 28-10-1612 van Hendrick VAN VEEN Berndtsz.\ Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 138, d.d. 27-11-1612 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick VAN VEEN Berndtsz tr aan Abraham Jorisz ½m op HMCP, strekk v/d kerkegrient van Schoonderwoerd t/h Gasthuis binnen LDM, bov de dijk (??) van Nieuw Schaik en ben Abraham Hendricxs VAN VEEN cs. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 138, d.d. 28-10-1612 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick VAN VEEN Berndtss als grootvader v/d kinderen van zijn za dochter Maijke Hendricx X Frans Corneliss BEAUMONT met name Aelke, Hendrick en Maike approbeert, etc. Hendrick VAN VEEN Berndtss tr aan zijn zoon Abraham VAN VEEN Henricxs een hennipwerf op Nieuw Schaijk, strekk v/d Loosdorpse kilspit t/d Nieuw Schaijkse wetering, bov het gasthuis van LDM en ben Willem Aelbertss. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 1, d.d. 30-05-1615 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick Beerntsz VAN VEEN burger alhier tr aan zijn zoon Abraham Henricksz VAN VEEN eigendomsbrieven. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 143, d.d. 04-04-1617 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Catharina Cornelis X Jan Hendricxs VAN VEEN geass met haar gecozen voogd Jan Cornelis STAM en vervangende hun gesamenlijke kinderen, Hendrick Janss en Abraham Janss voorhunzelf en tr aan Hendrick VAN VEEN Berndtss een hofstede te LDM binnendijx op de Hoogedijk, strekk v/d Hoogstraat tot Arien PIJL, ow Dirck Otten raijmaker en ww Claes Gerritss en voorn comparant. Hendrick VAN VEEN Berndtss tr aan Catharina Cornelis met haar 6 kinderen genaamd Hendrick, Abraham, Gereke, Maijke, Aartke en Adriana VAN VEEN een huis en hofstede genaamd “de Roos” binnen LDM, strekk v/d straat tot Peter WALIGH (??), bov de stallingh van ZM en ben de gemenestraat. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 38, fol. 90, d.d. 26-06-1619 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Catharina Cornelis X Jan VAN VEEN met Jan Corneliss STAM als haar gecozen voogd in desen, mitsgaders Hendrick en Abraham VAN VEEN zijnde haar mondige zonen, en Hendrick Berndts grootvader voor haar 4 andere onm kinderen met name Gereke, Maijke, Aafke en Adriana VAN VEEN tr aan Anthonia Adriaens X Anthonis VAN WEVELINCHOVEN brouwer te GK za een schuldbrief groot 2100 gl brabants. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 38, fol. 111, d.d. 17-09-1619 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jan Hermenss, Laurens Hermenss, Joost Hermenss en Theuntien Hermens komen overeen met Hendrick VAN VEEN Berntss dat zij enige obligaties die zij hebben op een hofstede op Over Heicoop waarin nu Jacob Sebastiaenss in woont. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 3, fol. 194, d.d. 14-07-1620 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntss belooft als borg van zijn zoon Jan Hendricxs VAN VEEN za te betalen aan Mr David Willemss als rentmr van Joffr HAECKS een restant landpacht. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 3, fol. 226, d.d. 27-01-1621 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Anneke Lamberg X Adriaen Jansen za geassisteerd met haar zoon Lambert Arienss tr aan Cornelis VOS Adriaenss een rentebrief groot 600 gld tot laste van Henrick VAN VEEN Berntss gepasseerd voor schepenen van LDM dd 5-7-1605, etc. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 3, fol. 350, d.d. 01-07-1622 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Lambert Corneliss als bloedvoogd van Cornelis Janss zijnde het nagelaten weeskind van Jan Corneliss za X Anneke Baers za en Hendrick VAN VEEN Berntss proc hebb van Gerrit Jansen mede bloedvoogd won te Culemborg verkl te verkopen aan Theunis Hendricxs het recht om te verankeren in de gevel v/h huis v/h weeskind, genaamd “de Moriaen”, ben de erfgenamen van Jan Willemss backer. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 4, fol. 68/69, d.d. 14-07-1623 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Bauwen Gerritss tr aan Hendrik VAN VEEN Berntss alle terwe, etc die comparant op het land van Hendrick VAN VEEN heeft staan om aan de achterstallige landpacht te voldoen. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 4, fol. 191/192, d.d. 31-07-1624 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Jan en Peter VAN IJSEREN genaamd DORT kinderen van Lenert VAN DORT za X Engeltien VAN IJSEREN za verklaren voldaan en betaald te zijn door Henrick VAN VEEN in zake een hofstede binnen Schoonrewoerd genaamd “de Brenck” voor bier dat de voorn VAN VEEN gehaald had. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 4, fol. 198, d.d. 30-08-1624 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN VEEN Berntss X Anthonia VAN GOTEN wijzen elkaar als erfgenaam aan. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 5, fol. 301, d.d. 06-10-1625 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Cornelis Corneliss BUIJS X Maijke VAN BEAUMONT Frans tr aan Berndt en Abraham Hendricxsen VAN VEEN een rentebrief groot 800 gld ten laste van hun vader Hendrick Berntss VAN VEEN za dd 10-4-1599 op een hoeve groot 9m op Loosdorp. Anthonia VAN GOTEN X Hendrick Berndtss VAN VEEN za geassisteerd met haar schoonzoon Cornelis Corneliss BUIJS verkl schuldig te zijn aan haar zonen Berndt en Abraham Hendricxsen VAN VEEN 610 gld met als onderpand 4m op Oud Schaijk, bov Heijmen Bastiaenss en Isaack DE BRUIJN, en ben Bernt VAN VEEN en Herberen Janss, strekk v/d Linge t/d Middelwetering. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 5, fol. 457/458, d.d. 21-05-1627 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Anthonia VAN GOTEN X Hendrick VAN VEEN Berndtss za revoqueert haar testamenten. Erfgenamen zijn nu: 1) haar zonen Berndt, Abraham en Isaack VAN VEEN krijgen een prelegaat voor vele diensten het huis in de Hogedijkstraat waarin zij woont en 8m3h op Loosdorp, strekk v/d Meijntse kilspit t/d Middelcoper dijk, bov Herberen Janss en ben Adriaen Mertenss c.s. met nog 4m op Oud Schaijk, strekk v/d Linge t/d middelwetering t/d tiendcamp toe, bov Heijmen Bastiaenss en Isaack DE BRUIJN en ben Berndt VAN VEEN en Herberen Jansen; nog een werff ook aldaar, strekk v/d Linge t/d dwarssloot v/d werf, bov Berndt VAN VEEN en ben Lambert Arienss, 2) voornoemde zonen en de kinderen van Jan VAN VEEN za en Maijke VAN VEEN za. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 5, fol. 490/491, d.d. 31-07-1627 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Aafke Jans geassisteerd met haar oom Abraham Hendricxs VAN VEEN tr aan haar oom Berndt Hendricxs VAN VEEN haar deel in 11m in 4 weeren op Nieuw Schaijk gemeen met de gezamenlijk erfgenamen van Hendrick Berntss VAN VEEN X Anthonia VAN GOTEN zijnde haar grootouders, bov BEAUMONT en BUIJS c.s. ben Neel Heijmens, streek van Dirck Thoniss tot Gijsbert Lauwen en de andere 3 weren v/d dijksloot tot de middelwetring. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 6, fol. 74, d.d. 18-12-1628 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick Janss en zijn zuster Gereke Jans X Willem VAN BROECKHOVEN za tr aan hun oom Berndt VAN VEEN hun deel in 11m in 4 weeren op Nieuw Schaijk gemeen met de gesamenlijke erfgenamen van Henrick Berndtss VAN VEEN za, bov Henrick VAN BEAUMONT en benNeel Heijmens, strekk van Dirck Thoniss tot Gijsbert Lauwen en de 3 andere weeren, v/d dijksloot t/d middelwetering. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 6, fol. 114/115, d.d. 17-05-1629 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Hendrick Jansen VAN VEEN tr aan zijn zwager Dominicus TEN BERCH 1/5 van 4m op Oud Schaijk hem aanbestorven door dode van zijn grootouders Henrick Berndtss VAN VEEN za X Anthonia VAN GOTEN za., bov Adriaen Roelantss en ben de gemenelands vliet, strekk v/d Schaijkse vliet t/d wetering toe. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 6, fol. 168/169, d.d. 23-03-1630 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Henrick VAN BEAUMONT en Cornelis Corneliss BUIJS tr aan Bernt VAN VEEN 1/5 part in 11m in 4 weeren op Nieuw Schaijk zoals aangecomen door overlijden van hun za grootvader en grootmoeder, bov de comp en ben de erfgenamen van Heijmen Henricxs za, strekk van Dirck Thoniss tot Gijsbert Lauwen. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 6, fol. 188, d.d. 16-06-1630 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] --- Dominicus TER BERCH X Aertke Jans verkl schuldig te zijn a/h capittel van St Marnen tot Utrecht 400 gld en stelt als onderpand 2/5 van 4m genaamd “de Hoeck” op Oud Schaijk, haar aangecomen door dode van Henrick Berntss VAN VEEN za X Anthonia VAN GOTEN za zijnde de grootvader en grootmoeder van compts huisvrouw. Bron: RHC ZOU, ORA Leerdam (toegangsnr. 526), inv.nr. 6, fol. 191, d.d. 28-06-1630 [Bewerking A.I. Grabowsky, Hogenda] | van Veen, Hendrik Barents (I3205)
|
| 3606 | Maria de Langen overlijdt op 16 juni 1813 te Gouda, 38 jaar oud. Op 25 augustus 1813, een kleine twee maanden later, hetrouwt Johannes met de 23-jarige Petronella de Roo. Hij is dan 37 jaar oud. Dat huwelijk duurt ongeveer een jaar, want op 1 oktober 1814 overlijdt Petronella. Het duurt daarna tot 28 januari 1818 dat Johannes hertrouwt, ditmaal met Antonetta van Rooij(en). --- NH dopen Gouda: 15-09-1799 Joanna; o. Joannes Beron en Maria de Lange; g. Maria Beron BS geboorten Gouda: 08-12-1814 Maria Magdalena; o. Hubertus Steenwinkel en Antonetta van Rooijen (overl. 20-01-1909 Gouda) 29-08-1818 Johannes; o. Johannes Baron en Antoinette van Rooijen (overl. 02-12-1848 Gouda) 08-02-1821 Johanna Adriana; o. Hannes Baron en Antonetta van Rooij (overl. 16-01-1822) 08-11-1822 Willebrordus; o. Johannes Bron en Johanna van Rooi (overl. 15-02-1885 Gouda) 13-08-1825 Adrianus; o. Johannes Bron en Anthonetta van Rooijen (overl. 14-03-1888 Gouda) 07-02-1828 Catharina; o. Johannes Bron en Antoinetta van Rooi (overl. 17-04-1828 Gouda) 13-02-1829 Catharina; o. Johannes Bron en Antonetta van Rooi (overl. 14-10-1879 Gouda) 10-03-1832 Hendricus Anthonius; o. Johannes Bron en Anthonetta van Rooijen (overl. 04-05-1858 Gouda) 12-05-1834 Martinus; o. Johannes Bron en Anthonetta van Rooijen (overl. 28-07-1834 Gouda) 04-09-1835 doodgeboren 19-06-1837 Martina; o. Johannes Bron en Anthonetta van Rooijen (overl. 04-11-1862 Gouda) | Baron, Johannes (I217)
|
| 3607 | Maria do[chte]r van Evert Bouscholt, en Maria Wesent, int Hamsteeghje 10 | Bushof, Maria Evers (I549)
|
| 3608 | Maria Gherit Willemsz Spruits weduwe heeft bewezen haar zes kinderen, verwekt bij Gherit Willemsz Spruit, haar overleden man, met namen Beertgen, Aleijt, Maria, Margriet, Hillegont en Gheertruit, elk 20 schilden, met nog 50 schilden aan de weeskinderen samen, die Maria heeft ontvangen uit handen van Cornelis Spruit vanwege het testament van Willem Spruit. De weduwe zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun mondige dagen. Als onderpand geldt 2 morgen eigen land en 5 morgen bruikland, eigendom van de Heiligegeest van Utrecht. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 107, fol. 53v, d.d. 22-01-1505 --- Jan Willem Spruijtsz heeft aangenomen op rente van Willem Vrijessen weeskinderen, te weten Huijch, zijn zoon, Margriet, Marrichgen en Jannichgen, Willems dochters, 100 schild met 6,25% rente. Borg zijn Heijnrick Dircksz Obijn en Cornelis Willem Spruijtsz. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 107, fol. 77, d.d. 13-00-1516 --- Mertgen Bouwen Spruijts weduwe geeft bewijs van de uitkoop van haar kinderen met namen Hubert en Adriaen Bouwen Spruijtsz zonen, Grijtge, Neeltge, Neeltge, Annaetge en Mertgen Bouwen Spruijtsz dochters. Elk kind krijgt 25 Hollandse schilden. De weduwe zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun mondige dagen. In het bijzijn van Cornelis Spruijtsz, oom en voogd van de voornoemde kinderen. Als onderpand geldt een huis, hofstede en bruikweer, waar de weduwe op woont. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 107, fol. 107v, d.d. 29-06-1526 [Het huis, hofstede en bruikweer, gelegen in de Vrouwenbuurt onder Linschoten, zijn onderpand bij een lening van Hubert Bouwensz Spruijt van zijn vier zussen, met namen Cornelia de oudste, Anna, Cornelia de jongste en Maria; inv.nr. 108, fol. 29v, d.d. 21-04-1545.] --- Cornelis Jan Meeusz, wonende op de Haar, heeft bewezen aan zijn drie kinderen, verwekt bij zijn overleden vrouw Zwana Govertsdr, met namen Heijlwich, Hillegont en Maria, ieder 100 gouden kronen. Hij zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Borgen zijn Willam Jansz, Willam Florisz en Cornelis Willamsz Spruijt. Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 107, fol. 54, d.d. 27-01-1508 --- Linschoten 194B. Een viertel, (1629: groot 4½ morgen), gemeen met nr. 194A, (1604: strekkend van de halve sloot van de Hoge polder tot de noordzijde van de landscheiding van Lange Linschoten), zuid (1535: Jacob Cornelisz.; 1561: Hendrik Jansz.; 1604: Simon Pietersz.; 1633: Hendrik Antonsz.), noord (1535: Dirk Arnoutsz. Obijn; 1561: Elisabeth, weduwe van Arnout Dirksz. Obijn; 1604: Arnout Dirksz. Obijn; 1633: Floris van Alkemade). 13-4-1520: Dirk Gerardsz. alias Kleuser bij overdracht door Arnout Gerardsz. Koorntje, waarna overdracht aan Cornelis Willemsz. Spruit, te versterven in de boedel met f 200.- filips, 286 fol. 10v. 16-3-1535: Pieter, derde zoon van Cornelis Spruit, bij overdracht door zijn vader, bevestigd door Albert, diens oudste zoon, 286 fol. 11, 288 fol. 90. 9-8-1540: Pieter Cornelisz. Spruit, 288 fol. 90. Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort --- Linschoten 215. 2 morgen land in de Polre (1626: gemeen met 9 morgen van Gijsbert van Hardenbroek en mr. Johan Strick), boven: Gerard van Eycke (1622: weduwe en kinderen Albert Gozewijnsz.), beneden: Gijsbert die Gruter (1610: Marietje Jansdr., weduwe Jan Hendrik Hugenz.), (1626: oost: erven Hendrik Nikolaasz. Spruit, west: Jan Jansz.). 8-8-1540: Nikolaas Cornelisz. bij overdracht door Cornelis Willemsz., zijn vader, 288 fol. 89. 4-3-1567: Cornelis Nikolaasz. bij dode van Nikolaas Cornelisz., zijn vader, 288 fol. 89, 290 fol. 163. 18-4-1594: Hendrik Spruit Nikolaasz. voor Nikolaas Spruit, zijn neef, bij dode van Cornelis, diens vader, 290 fol. 163. 13-5-1610: Albert Gozewijnsz. bij overdracht door Nikolaas Spruit Cornelisz. met lijftocht van Elisabeth Cornelisdr., zijn vrouw, 290 fol. 163. Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort --- Linschoten Polre [Polder] [Fol. 368v] Cornelis Willemsz Spruijt bruijckt vj5 mergen lants erffpachts bij eede tsjaers den mergen om xxiiij st. facit iij out schilt xxx st. Nu Henrick Claesz Noch bruijckt Cornelis voorsz twee mergen leengoets bij eede tsjaers den mergen j gouden gul. facit j out schilt xiiij st. Nu Aelbert Goessensz Noch bruijckt Cornelis voorsz acht mergen lants hem selver toebehorende bij eede die mergen j gouden gl. facit v out schilt xiiij st. Nu Aelbert Goessensz Linschoter Haar [Fol. 438v] t’Bagijnhoff vier mergen lants, bruijckt Cornelis Willemsz Spruijt tsjaers om iij out schilt xiiij st. Den eijgen blijft, nu bruijcker Henrick Claesz Spruijt Noch bruijckt Cornelis voorsz anderhalve mergen erffpachts, bij eede tsjaers om j out schilt Nu eijgenaer ende bruijcker Henrick Claesz Spruijt [Fol. 439] Noch bruijckt Cornelis voorsz xvj5 mergen lands, hem selver toebehorende, bij eede die mergen j gouden gul. facit xj out schilt Nu eijgenaers ende bruijckers Henrick Claesz Spruijt van iij5 mergen, ende Pieter Pietersz Spruijt xiij mergen Bron: Oudschildgeld 1600 | Spruijt, Cornelis Willems (I2977)
|
| 3609 | Maria: Den 14 Maart Vader Arie Klaasz Edelman Moeder Anna Pietersdr Roos. L. Getuijge Maria Stam weduwe van Abram Lubeek Lidm. te Amstelveen | Edelman, Maria Ariens (I978)
|
| 3610 | Marichje Boeve uijt de Minckeles tot Hoornaar begraven den septemb. | Boef, Marritje Cornelis (I346)
|
| 3611 | Marigje O Jan Bastiaansen Doncker. Neeltje Cornelis. G Arij Bast. Donker. Hadewij Bast. Marigje Ariens 20 Maart | Donker, Marrigje Jans (I918)
|
| 3612 | Marija tkint van Abraham Vranken, ende Maertgen Cornelis gedoopt den 18 November. | van der Hoeve, Maartje Abrahams (I1410)
|
| 3613 | Marije Sijmonsdr, weduwe van Thamas Jansz met haar oudste zoon Jacob Thamasz, tevens Jacob Thamasz voor zichzelf en vervangende verdere broers en zwagers, verkopen aan Claes Jan Govertsz 9 1/2 morgen land met huis, getimmerte en beplanting in de Steekt, ten oosten van de Gouwe, strekkend van de Loet af "tot ten toeganck toe", belend ten oosten Heijnrick Heermale in Den Haag, ten westen Baveslooten weer. Nog 1 morgen land, liggend als vorig perceel, in het Rijneveld, strekkend uit de Toegang tot het land van Pieter Willemsz, belend ten oosten Jan Jan Aertsz, ten westen de Gouwekade. Nog het aanzeggen van 4 morgen 2 hond huurland toebehorend Nanning Paedtsz te Leiden. Nog 1/2 morgen teelland op de Hooge Burch toebehorend Philips van der Mate te Haarlem. Claes Jan Govertsz betaalt hiervoor 700 gulden aan de kinderen van Heijnrick Ghijsbertsz te Gouda. Nog 100 gulden toekomend Foij van Brouchoven, baljuw van Rijnland. Nog 100 schilden van 14 stuivers het stuk toekomend de kinderen van IJsaack Sij Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 2v, d.d. 27-04-1582 --- Het geslacht Cop behoorde in de 16de en 17de eeuw tot de gegoeden van Rhijnland en was, behalve met Van Leeuwen, verwant met de geslachten van Heijningen, Van der Sluijs e. a. te Alfen en omgeving. Willem Jansz. Cop was gezwoorne (Schepen) in 1544 en in 1553 kooper van de corenthienden te Alfen, van 2 blokken, aangebracht van den Heer van Duivenvoorde. Enkele leden van dit geslacht werden in de 17de eeuw vermeld als Welgeboren mannen van Rhijnland; later noemden zij zich >van der Kop<. Hun wapen, zijnde: in goud een roode keper, vergezeld van 3 roode gekroonde leeuwenkoppen komt voor in het Stam-en Wapenboek van Vorsterman van Oijen en in >Ned. Patr.<, Jrg. 1918. Bron: De Navorscher, jaargang 68, 1919, p. 112 --- "Cornelis Cornelisz Zomer out omtrent xxx jaren, Ghijsbert Aertsz out omtrent xxix jaren, Willem Henricxz out omtrent xxv jaren, ende Jan Willemsz Cop out omtrent xxiiij jaren gebuijeren ende inwoonders tot Alphen" Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.n. 8, fol. 156, d.d. 22-06-1579 --- Willem Jansz. Cop bruijct vande possesseur vande vicarije van tHeijlich Cruijs altaer binnen Arleveen ende es gelegen gemengder veur mitten voorn. Willem Jansz. aende westzijde, groot twee margen lants tsiaers om £ 3-10-00, verschijnende Petrij ad Cathedram, Jacobij wel betaelt. Ende mits het jaer ’71 betaelt es prout in tquoijer folio 4. Compt hier tzelve voor memorie. Bron: Rekening van Jacob Coppier van de geannoteerde wereldlijke en geestelijke goederen in de dorpen Alphen, Aarlanderveen, Oudshoorn, Kalslagen, Koudekerk, Hazerswoude en Waddingsveen 1571, bewerkt door Anthonius van der Tuijn --- Alpherhorn. Ontfanghen van Willem Jansz. Cop over een jaerlicxe pacht staende op twee merghen landts, verschenen Lamberti anno ’72 15 st. Alphen. Ontfanghen van Willem Jansz. Cop over een jaerlicxe pachte, verschenen Kersmisse anno ’72. De somme van £ 7-10-00. Folio 325. Int 3e artikel folio 60 verso wordt ontfanck ghemaect van 15 st. die Willem Jansz. Cop sculdich is. Dan alzo daer off nijet ontfangen es, compt hier wederomme in vuijtgheven de voirscreven 15 st. Bron: Rekening van Andries Jansz. Schodt van de goederen van conventen kerken en kloosters in Leiden en Rijnland en van geannoteerde goederen aldaar 1572, bewerkt door Anthonius van der Tuijn --- Jan [Willemsz] Cop 1. Claes Jansz Cop a. Erm Claes Coppen x Ghijs Jan Gijsen 2. Aert Jansz Cop x Maritgen Meesendr (overl. <1644) a. Maritgen Aertsdr, 1594 b. Crijntgen Aertszdr, 1598 c. Jan Aertsz, 1600 3. Jacob Jansz Cop x Belijtgen Willemsdr (Maes) (dr. van Luijte Jacobsdr) x Annetge Jacobsdr a. Jan Jacobsz Cop x Neeltje Gerritsdr I. Joris Jansz Cop i. Maritje Jorisdr x Cornelis Cornelisz Broeckhoven II. Dirckje Jans Cop x Gerrit Florisz b. Pieter Jacobsz Coppen c. Jacob Jacobsz Coppen d. Huijbert Jacobsz Coppen e. Erm (hoofdgeld 1623)/Grietgen Jacobsdr x Willem Sijmonsz van Ruijtenburch f. Luijtgen Jacobsdr x Jan Gerritsz Capijteijn 4. Jan Jansz Cop (overl. <1598) x Fijtgen Thijsdr a. Annetgen Jansdr Cop 5. Pieter Jansz Cop/Groen(en) a. Maritgen Pietersdr (overl. <1618) x Cornelis Dircxsz Blesgraeff I. Trijntgen Cornelisdr x Jan Jacobsz Onderwater II. Maritgen Cornelisdr x Cornelis Jacobsz van de Gijsse III. Grietgen Cornelisdr x Lambert Heijndicxsz van Hensbeeck Broers: Willem Jansz Cop (overl. <1620) x Lijsbeth Dircxdr (Leeuwen) (dr. van Dirck Willemsz Leeuwen) a. Annitgen Willems, 1612 b. Jan Willemsz, 1615 c. Trijntgen Willemsdr, 1618 Sijmon Jansz Cop x Neeltgen Willemsdr (dr. van Willem Ghijsbertsz en Catrijn Ewoutsdr) 3. Jacob Jansz Cop x Annetge Jacobsdr a. Cornelis Jacobsz Cop b. Claertje Jacobsz x Willem Meesz c. Grietgen Jacobsdr x Arien Gerritsz --- Jan Willemsz Cop woont in 1623 bij Dirck Pieter Meesz. | Cop, Claas Jans (I628)
|
| 3614 | Marijtje Dirks Outshoorn is 40 jaar als haar man overlijdt. Ze leeft daarna nog 36 jaar. Het is best bijzonder dat ze niet hertrouwd is, aangezien ze een aantal jonge kinderen had. Mogelijk had dit te maken met de grote schulden die ze had na de verkoop van haar insolvente boedel. In een van onderstaande akten wordt verwezen naar inventarisnummer 37. Dat zijn de vierschaarboeken van Oudshoorn 1738-1753. Mogelijk is de weduwe van Cornelis voor het gerecht gedaagd vanwege oplopende schulden. --- NH dopen Oudshoorn: 26-10-1721 Dirk; o. Cornelis Dirkse Rhijnsburger en Marrijtje Dirks Outshoorn; g. Marijtje Pieters van der Hals 26-09-1723 Jacob; o. Cornelis Dirkse Rhijnsburger en Marrigje Dirks Outshoorn; g. Grietje Dirkz Outshoorn 03-02-1726 Jan; o. Cornelis Dirkze Rhijnsburger en Marijtje Dirks Outshoorn; g. Maartje Jans Outshoorn 24-10-1728 Lijsbeth; o. Cornelis Dirkze Rhijnsburger en Marijtje Dirks Outshoorn; g. Meijnsje Dirkz Outshoorn 26-12-1730 Jannitje; o. Cornelis Dr. Rhijnsburger en Marijtje Dr. Outshoorn; g. Marijtje Klaas int Houdt 29-03-1733 Pieter; o. Cornelis Drz. Rijnsburger en Marijtje Drz. Outshoorn; g. Pietje Dirkz Rijnsburger 16-10-1735 Marijtje; o. Cornelis Dr. Rhijnsburger en Marijtje Dr. Outshoorn; g. Pietje Dirkz Rhijnsburger 23-03-1738 Annetje; o. Kornelis Dirkze Rijnsburger en Marijtje Dirkz Oudshoorn; g. Pietje Dirkz Rijnsburger --- - "Bij de start van de gereglementeerde bedijking in Oudshoorn in 1736 werd door de veenlieden voor enorme bedragen geïnvesteerd. Tot de grootsten behoort wel de combinatie bestaande uit Pieter Jacobsz van der Hoorn, Maarten van der Giet, Willem Sijmonsz Buurman, Cornelis Dirksz Reijnsburger en Cornelis Pietersz van Heijningen. Ze kochten in 1738 een huis en erf, groot 230 roeden, met bijna 8 morgen veenland voor een bedrag van 28.007 gulden. Er werd slechts 1.007 gulden contant betaald, terwijl het restand door middel van een custingbrief werd voldaan." - "Overfinanciering was overigens niet onbekend. De veenlanden van Cornelis Dirksz Rijnsburger in Oudshoorn waren in 1745 gefinancierd met obligaties, rente- en custingbrieven voor een totaalbedrag van 25.804 gulden. Er waren 21 schuldeisers onder wie de "Arminiaanse" kerk van Nieuwkoop en de armen van Oudshoorn. Door de slechte conjunctuur waren de landen echter nog maar 22.000 gulden waard." - "Na inventarisatie van de insolvente boedel van Marretje Dirksdr Outshoorn, weduwe van Cornelis Dirksz Rijnsburger, bleek dat deze veel gemeenschappen bevatte met twee, drie of meer personen. De veelheid van compagnieschappen waarin de weduwe betrokken was en daardoor het feit dat zij met personen verbonden was die onderling concurrenten van elkaar waren, leidde tot een complexe zaak. Omdat de zaak "in alle opsigten is verwardt en gemelleert met questien differenten en disputen die daaruitsoude profflueeren" werd een advocaat in de arm genomen om te adviseren." Bron: Riet, A.J.J. (2005). Meeten, boren en besien: Turfwinning in de buitenrijnse ambachten van het Hoogheemraadschap van Rijnland 1680-1800 [Proefschrift]. Hilversum: Uitgeverij Verloren. --- Jan Cornelisz Versloot verkoopt aan Willem Sijmonsz Coleijn en Cornelis Dirksz Reijnsburger, beide wonende in de Ridderbuurt, 2 hond veenland of water in de Grote polder, belend ten oosten de volgende 5 hond, ten zuiden de volgende 350 roeden en Dirk Jansz van der Wilk, ten westen Klaas Pietersz Reijnsburger en ten noorden de weduwe van Willem Mighielsz; nog 5 hond veenland of water, liggend als voren, belend ten oosten Evert Jansz Ram en Cornelis Jansz van Tol c.s., ten zuiden Klaas Pietersz Reijnsburger, ten westen het vorige perceel en ten noorden de weduwe van Willem Mighielsz; nog 350 roeden veenland of water, liggend als voren, belend ten oosten Dirk Jansz van der Wilk, ten zuiden en westen Klaas Pietersz Reijnsburger en ten noorden het eerste perceel; nog 2 morgen veenland of water, liggend als voren, strekkend van Leendert Tijsz van Leeuwen tot Dirk Dirksz Outshoorn, belend ten oosten Jan Jansz Vroetsteijn en ten westen Dirk Dirksz Lelijvelt de jonge. Jongste waarbrieven van 01-04-1722 en 01-0 Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 96v, d.d. 05-05-1723 --- Scheiding tussen Willem Sijmonsz Coleijn en Cornelis Dirksz Reijnsburger, wonende in de Ridderbuurt, van een partij veenland of water in de Grote polder. Willem Sijmonsz Coleijn ontvangt 2 hond, belend ten oosten Cornelisz Reijnsburger, ten zuiden het volgende perceel, ten westen Klaas Pietersz Reijnsburger en ten noorden de weduwe van Willem Mighielsz; nog 350 roeden, belend ten oosten Dirk Jansz van der Wilk, ten zuiden en westen Klaas Pietersz Reijnsburger en ten noorden het vorige perceel; nog 2 morgen, strekkende van Leendert Tijsz van Leeuwen tot aan Dirk Dirksz Outshoorn, belend ten oosten Jan Jansz Vroetsteijn en ten westen Dirk Dirksz Lelijvelt de jonge. Cornelis Dirksz Reijnsburger ontvangt 5 hond, belend ten oosten Evert Jansz Ram en Cornelis Jansz van Tol c.s., ten zuiden Klaas Pietersz Reijnsburger, ten westen voornoemde Coleijn met zijn 2 hond en ten noorden de weduwe van Willem Mighielsz. Coleijm moet Reijnsburger 195 gulden betalen op 01-05-1726 met 3% rente. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 161v, d.d. 03-08-1724 --- Roel Dirksz heeft verkocht gehad aan Klaas en Cornelis Dirksz Reijnsburger een partij veenland of water in de Grote polder, groot 1 morgen 5 hond, voor de som van 717 gulden. Ontvangen over de 40e penning 18 gulden 13 stuivers 8 penningen envoor de10e verhoog 1 gulden 17 stuivers 6 penningen en omdat de koper van deze partij daarna de partij heeft teruggenomen, zo is nog van dezelfde som ontvangen dezelfde bedragen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 295v --- Geertje Jacobs Pruijmeboom, weduwe en erfgenaam van Klaas Jansz Cappiteijn, verkoopt aan Klaas Dirksz Rijnsburger en Cornelis Dirksz Rijnsburger een huis, erf en schuur in de Ridderbuurt, strekkend vanaf de Oudshoornse wetering tot aan Klaas DirkszRijnsburger, belend ten oosten Dirk Jansz Lelijvelt en ten westen Willem Sijmonsz Buurman. Koopsom 200 gulden 10 stuivers contant en een schuldbrief van 637 gulden 10 stuivers. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 203v, d.d. 04-05-1725 --- Neeltje Willemsdr van Staveren, weduwe en erfgename van Cornelis Jansz Versloot volgens mutueel testament d.d. 09-05-1728, verkoopt aan Cornelis Dirksz Reijnsburger, Gerrit Klaasz Reijnsburger, Jan Jansz Outshoorn en Willem Lelijvelt, zoon van DirkWillemsz, 1 morgen 250 roeden veenland of water in de Heuvelpolder, strekkende van de Heuveldijk tot aan Gerrit Jacobsz de Wilde, belend ten oosten de erfgenamen van juffrouw Van der Aar en ten westen Jacob Klaasz Admiraal en Willem Cornelisz Schipper. Jongste opdrachtbrief d.d. 11-05-1725. Koopsom 360 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 15, p. 23, d.d. 04-05-1729 --- Arij Hendriksz van Polen verkoopt aan Klaas Dirksz en Cornelis Dirksz Reijnsburger 3 morgen 2 hond veenland of water in de Grote polder, strekkende van Gijsbert Dirksz van Wieringen tot aan de afbakening of Cornelis Sijmonsz van Tol en EvertJacobszRam, belend ten oosten ook Van Tol en de kopers en ten westen Martinus Eggebeen en Willem Sijmonsz Buurman. Koopsom 1.200 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 15, p. 37v, d.d. 05-05-1729 --- Arij Hendriksz van Polen verkoopt aan Klaas Dirksz en Cornelis Dirksz Reijnsburger 1 1/2 morgen veenland of water in de Grote polder, belend ten oosten Evert Jacobsz Ram en Dirk Sijmonsz Coleijn, ten zuiden ook Coleijn, ten westen Evert Jacobsz Ramen Cornelis Sijmonsz van Tol en ten noorden Huijgh Dirksz Lelijveld. Koopsom 300 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 15, p. 38v, d.d. 05-05-1729 --- Bovengenoemde schuldbrief. In de marge: op 25-08-1735 werd de secretaris van Oudshoorn een kwitantie getoond waarop vermeld stond dat Willem Sijmonsz Buurman, Cornelis Pietersz van Heijningen en Cornelis Dirksz Reijnsburger 2.000 gulden hadden afgelost; op 29-11-1732 restte nog een schuld van 4000 ten laste van Van Rijk, doch deze was door de drie zojuist genoemden overgenomen, d.d. 07-05-1733. Op 19-04-1737 losten deze 3 mannen 900 gulden af. Geroijeerd 06-05-1740. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 15, p. 44, d.d. 27-05-1729 --- Jaapje Jacobsdr van Swieten, weduwe en van Paulus Jacobsz van Heijningen, verkocht aan Eldert de Jong, Leendert Joosten Spruijt, Klaas Dirksz Reijnsburger en Cornelis Dirksz Reijnsburger een huis, erf, berg en twee schuren in de Ridderbuurt in de Grote polder, te verongelden voor 2 hond, strekkende van de Oudshoornsedijk tot aan Martinus Eggebeen, belend ten oosten Gijsbert Dirksz van Wieringen en ten westen de wediwe van Pieter Dirksz van Heijningen. Jongste opdrachtbrief d.d. 19-04-1715. Koopsom 1.200 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegansnr. 113.1.02), inv.nr. 15, p. 140v, d.d. 21-05-1731 --- De erfgenamen van Jan Maartensz Jongeneel, weduwnaar van Willempje Jansdr van Swieten, tevoren gehuwd geweest met Huijg Klaasz Outshoorn, te weten Jan en Klaas Jansz Jongeneel, Abraham Elshout, gehuwd met Trijntje Sijmonsdr van Wieringen, zijnde deenige nagelaten dochter van Magteltje Jansdr Jongeneel en Sijmon Pietersz van Wieringen, alsmede de beide broers Jan en Klaas als gemachtigden van zus Margje, weduwe van Cornelis Ariensz Heeren, procuratie d.d. 20-12-1731 voor notaris Klaas Veenendaal te Boskoop en als voogden van de vijf nagelaten minderjarige kinderen van Jacob Jansz Jongeneel en het enige nagelate minderjarige kind van Annetje Jansdr Jongeneel en Willem Pietersz Krook, verkopen aan Cornelis Dirksz Reijnsburger, Willem Sijmonsz Buurman en Cornelis Pietersz van Heijningen een huis, erf, berg en schuur in de Ridderbuurt in de Grote polder, strekkende uit de wetering tot aan Dirk Dirksz Kalkoven de Jonge, belend ten oosten Willem Sijmonsz Buurman en ten westen Willem Willemsz van Tol. Koopsom | Rijnsburger, Cornelis Dirks (I2690)
|
| 3615 | Maritge Kornelisen huijsvrou van Dirck Pietersz Velsen Bron: Nieuwkoop - NH lidmatenboek --- Willem Jheremiasz Oisterlinck, baljuw en schout, verkoopt aan Dirck Pietersz van Velsen een perceel veenland in het Noordeinde binnenweg, strekkend van het land van Jan Eliasz tot dat van mede Jan Eliasz, belend ten oosten Jacob Pietersz en ten westen Cornelis Andries Quast. Koopsom 114 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 55, p. 20v, d.d. 10-08-1608 --- Pieter Cornelisz te Nieuwkoop verkoopt aan Dirck Pietersz Velsch (Velsen?) en Willem Cornelisz een perceel veenland in het Noordeinde van Nieuwkoop over de Achterweg, strekkend van het land van Philips Gerritsz tot het land van Arien Aertsz,belend ten oosten Cornelis Andriesz en ten westen Jacob Ariensz. Koopsom 668 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 55, p. 106v, d.d. 23-12-1609 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop is 300 gulden schuldig aan Hendrick van Swieten, minderjarige zoon van Cornelis Quijrijnsz van Swieten en de overleden Neeltgen Adriaensz van Staveren. Willem Dircksz Velsen te Bilderdam is 150 gulden schuldig aanHendrick van Swieten. Dirck Pietersz Velsen stelt zich borg voor zijn zoon Willem Dircksz. Gesteld onderpand: 2 1/2 morgen wei- als hooiland aan de buitenweg, strekkend van de huiswerf van Cornelis Egbertsz van Vliet tot het land van de weduwe vanCornelis Cornelisz, bode, belend ten oosten Johan Verweij, drossaard van Amerongen, getrouwd met Aletta van Zijll, en ten westen Pieter Gijsbertsz en de erfgenamen van Adriaen Matheusz van Heijningen. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 65, p. 275, d.d. 31-12-1653 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop verkoopt aan Wouter Hendricksz van Swieten te Bodegraven twee percelen hooiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 2 morgen 2 hond, samen strekken van het land van Jan Jansz van Leeuwen en dat van Harmen Cornelisz Heer tot in de oude Meije, belend ten oosten Jan Jansz van Leeuwen en ten westen Cornelis Hasius en Pieter Hoogeveen. Koopsom 2.300 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 55, d.d. 06-05-1660 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop is 200 gulden schuldig aan Dammas Gijsbertsz Zas, minderjarige zoon van Gijsbert Aertsz Sas en Neeltjen Dammasz. Gesteld onderpand: 1 1/2 morgen weiland in de polder van Nieuwkoop, belend ten oosten en zuiden de weduwe van Arijen Sijmonsz Teijsterman, ten westen de erfgenamen van Tomas Jansz en ten noorden Crijn Hendricksz Spijcker. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 248, d.d. 13-04-1662 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop is 700 gulden schuldig aan Thiemannus Sprongh te Leiden, wegens het te niet doen van een obligatie d.d. 07-05-1650 gepasseerd door de nu overleden mr. Jan van Zevenhoven voor Hendrick Melchiorsz, notaris teLeiden,groot 1.00 guden, ten behoeve van genoemde Sprongh waarvan resteert 780 gulden. Gesteld onderpand: een huis en erf in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, strekkend van de weg tot het land van Pieter Pietersz Heijn, belend ten oosten Jan Tomasz,metselaar en ten westen Jan Willemsz Poenjer; nog 1 1/2 morgen weiland aldaar, strekkend van het land van Crijn Hendricksz Spijcker tot aan het land van de weduwe van Arijen Sijmensz, belend ten oosten deze weduwe en ten westen de erfgenamenvan Tomas Jansz van Vliet; nog een perceel veenland aldaar over de Achterweg, groot 40 roeden, belend ten oosten .... Fulpsz van Vliet en ten westen Claes Cornelisz van Vliet; nog een perceel veenland aldaar, groot 30 roeden, strekkend uit de vaarlandscheiding tot de bovenlandsch Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 254v, d.d. 05-05-1662 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop is 150 gulden schuldig aan Gert Adriaensz Nedersticht. Gesteld onderpand: zijn huis en erf met schuur in het Zuideinde binnenweg aan de noordzijde van de Vorendijk, belend ten oosten Jan Thomasz en ten westen Jan Willemsz Poengaert. Nog zijn huis, erf en schuur met berg in het Zuideinde buitenweg, strekkend uit de Voorwetering tot het land van Jan Jansz van Berckel, belend ten oosten Arijen Hendricksz aan de Meije en ten westen de nazaten van CornelisDammasz van Griecken. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 285, d.d. 08-12-1662 --- Aris Gerritsz van Staveren, Pieter Dircxsz Velsen en Dirck Claesz van Wieringen ontvangen van hun vader, respectievelijk schoonvader, Dirck Pietersz Velsen en diens vrouw bij akte van donatie intervivos, een huis en erf met berg, schuur en 4morgen land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend van de Voorwetering tot Jan Eliasz Boetekees, belend ten oosten Arijen Hendricksz en ten westen de erfgenamen van Cornelis Dammasz van Griecken. Ieder ontvangt 1/3 deel. Aris Gerritsz van Staveren en Dirck Claesz van Wieringen verkopen beiden de helft van hun aandeel, samen 8 hond, aan Pieter Dircxsz Velsen voor 1.000 gulden. Pieter Dircxsz moet tevens aan renteschulden voldoen aan Cornelis Crijnen van Swieten, 150 gulden en aan de Armen van Kalslagen 200 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 298, d.d. 09-04-1663 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop is 125 gulden schuldig aan Jan Jansz van Bemmel. Gesteld onderpand: een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Jan Willemsz Poenjer, belend ten oosten Jan Thomasz, metselaar en ten westen deze Poenjer. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 299, d.d. 17-04-1663 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop verkoopt aan Jan Gijsbertsz Sas een kamp weiland in het Zuideinde buitenweg, verongeld voor 1 morgen, strekkend van het land van de koper tot dat van de weduwe van Arijen Sijmensz Teijsterman, belend ten oosten deze weduwe en ten westen de erfgenamen van Tomas Jansz. Koopsom 900 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 301, d.d. 31-04-1663 --- Dirck Pietersz Velsen te Nieuwkoop is 200 gulden schuldig aan Andries Pietersz Ferwert. Gesteld onderpand: een huis en erf in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Pieter Pietersz Heijn, strekkend van de Vorendijk tothet land van Pieter Pietersz Heijn, belend ten oosten Jan Thomasz, metselaar en ten westen Jan Willemsz Poengaert. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, p. 325v, d.d. 10-10-1663 | Velsen, Dirk Pieters (I3224)
|
| 3616 | Maritgen Cornelisdr weduwe van Jacob Corsz (in huis bij Gerrit Ponsz en Anna Jacobsdr) - 1 hooft Bron: Hoofdgeld Hazerswoude anno 1623 [Hogenda] --- fol. 22 Jacob Corsz wede daer zij woont 3 m. 5 h. fol. 41 Jacob Corsz wede 6 Bron: Hazerswoude morgenboek 1588 [Hogenda] --- Jacob Corstantsz verkoopt aan Claes Jacobsz ....., ten noorden Cornelis Adriaensz, betaald met een schuldbrief. Claes Jacobsz is schuldig aan Jacob Corstantsz 136 gulden met hypotheek op 4 1/2 hond land waar de penningen van roerende zijn, belend ten oosten, westen en noorden Cornelis Adriaen IJsbrantsz en ten zuiden de Achterweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 300v, d.d. 01-12-1561 --- Corstant Jacobsz Craen voor de helft en Pieter Corstantsz voor zichzelf en met actie van Cornelis Willemsz, man en voogd van wijlen Neeltje Corssendr, Adriana Corssendr met haar vader Constant Jacobsz, Cornelis Corsse, Jannetje Corssendr met haar vader Cors Jacobsz, Willempje Adriaensdr, weduwe van Roelof Adriaensz, chirurgijn met haar vader Adriaen Willemsz, schepen en voogd en met actie van Jacob Corssen, allen voor 1/6 in de wederhelft, verkopen aan Cornelis Bruijnenz een oud huis en erf belast met 14 stuivers per jaar eeuwige erfhuur ten behoeve van het ambacht van Hazerswoude, belend het erf ten oosten Maerten Dircksz timmerman en de gemene weg, ten westen de woning van Willem Jacobsz Craen thans competerende Dirck Jansz en Cornelis Claesz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de gemene weg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 559, d.d. 14-04-1563 --- Jacob Corstensz is schuldig aan Cornelis Vrericksz 56 gulden met hypotheek op een huis en erf dat hij van Cornelis Vrericksz heeft gekocht, belend ten oosten Anthonis Adriaensz cuper, ten westen Maertje Dircksdr, weduwe van Claes Adriaensz, ten zuiden Cornelis Gerritsz Keijser en ten noorden de Nieuwe vaart. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 728v, d.d. 06-05-1565 --- Cornelis Willemsz van Hout namens Nelletje Adriaensdr zijn moeder ter ene zijde en Joris Cornelisz Schoeneman, Eeuwout Cornelisz Schoeneman, Dirck Cornelisz Schoeneman en Jan Cornelisz Schoeneman in qualiteit als voorsz. delen het volgende: de weduwe een obligatie ten laste van Jacob Corsz groot 3 gulden 5 stuivers met een rentebrief van 3 gulden 10 stuivers per jaar op Neel mijn soon en Joris Cornelisz c.s., een obligatie op Jasper Engebrechtsz groot 14 gulden. een erfpachtsbrief op Anthonis Hendricksz en nu Vranck Jansz huis en erf, groot 32 stuivers per jaar, een obligatie op Toenis Bouwensz van 7 gulden, 11 gulden van een schip of schuit die de weduwe uit de boedel heeft behouden en die Cornelis van Hout zegt door Eeuwout Cornelisz te zijn genomen; als Nelletje overlijdt zullen Joris Cornelisz c.s. moeten betalen ten behoeve van de weeskinderen van Adriaen Willemsz 25 pond hollands. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 473v, d.d. 02-07-1570 --- Datum en pagina (of meer) ontbreekt. Cornelis Hendricksz en Pieter Hendricksz, broers en Jacob Corsz, oom en naaste voogden van de 3 weeskinderen van Willem Hendricksz en Adriaentje Corsdr verkopen Dirck Hendricksz en jonge Jan Cornelisz Craen tezamen 2 hond land gelegen boven weg, belend ten oosten Cornelis Cornelisz, ten westen Cornelis Joostensz, ten zuiden Jan Cornelisz voorsz. en ten noorden Jan Jochumsz, belast met 5 stuivers pacht ten behoeve van de heer van Cruijningen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 375, d.d. 28-09-1580 --- Cornelis Anthonisz, schout van de Wildevenen, gehuwd met Heiltje Cornelisdr, verkoopt Jacob Corstensz 2 grote morgen land gelegen binnen weg, belend ten oosten de koper en Cornelis Dircksz Roes, ten westen Jan Jaspersz en Dirck Aemsz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de koper, belast met 30 stuivers en 11 stuivers pacht zoals zijn vrouw was aanbedeeld, betaald met een schuldbrief. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 107v, d.d. 08-09-1583 --- Jeroen Gerritsz is schuldig aan Jacob Corsz 150 gulden wegens koop van een huis en erf gelegen buiten weg, belend ten oosten Anna Pietersdr, weduwe van Adriaen Claesz molenaar met zijn zusters, ten zuiden Gerrit Gerritsz Koeij en ten noorden de nieuwe vaart. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 169, d.d. 30-03-1584 --- Jacob Corsz is schuldig aan Willem van der Duijn wonende in den Haag, 124 gulden wegens koop van een huis en erf met 6 hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten de schuldenaar, ten westen Maritje Cornelisdr, weduwe van Adriaen Cornelisz Ouwetgen, ten zuiden Adriaen Sijmonsz decker en ten noorden de Voorweg, in mindering waarvan Jacob overdraagt aan Willem een schuldbrief ten laste van Jeroen Gerritsz van 100 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 169v, d.d. 30-03-1584 --- Jacob Corstensz verkoopt Pons Gerritsz een bezegelde koopbrief van 30-03-1584 getransfixeert op een brief van decreet van het Hof van Holland van 10-09-1582 groot 6 hond land met huis en schuur, belend ten oosten de verkoper, ten westen Maritje Cornelisdr, weduwe van Adriaen Cornelisz Ouwe Jan met gelijke 6 hond land en een huis, strekkende het noordeinde van de Voorweg zuidwaarts tot Aert Sijmonsz rietdekker. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 229, d.d. 16-12-1584 --- Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corstensz met IJsbrant Cornelisz, haar broer, verkoopt Cornelis Jansz Buijtewech 1 morgen slagturfland gelegen binnen weg, belend ten oosten Adriaen Jansz Loot met een gelijke morgen, ten westen Dirck Aemsz, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de verkoopster met waarborg haar huis en erf met 4 morgen 1 hond land, belend ten zuiden Cornelis Jansz Buijtewech voorsz. en Adriaen Jacobsz Loot, ten noorden de Voorweg, ten oosten Cornelis Dircksz Roes en ten westen Willem Gerrit Ponsznz, Aert Sijmonsz decker en Jacob Doesz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 307, d.d. 08-10-1586 --- Maritje Cornelisdr met IJsbrant Cornelisz, haar broer en gekoren voogd, verkoopt Adriaen Jacobsz Loot, voorzoon van Jacob Corstensz, haar overleden man, een grote morgen land als de boedel toebehoord heeft, belend ten oosten Dirck Adriaensz, ten westen 7 hond die zij verkocht heeft en nu toebehoort jonge Cornelis Roes, ten zuiden de Achterweg en ten noorden de verkoopster wegens voldoening van het vaderlijk erfdeel, mits dat Adriaen Jacobsz haar schuldig blijft 60 gulden, met waarborg haar woning gelegen binnen weg, belend ten oosten Cornelis Roesen, ten westen Willem Gerrit Ponsz en Jacob Doesz, ten zuiden Cornelis Cornelisz Roes en Adriaen Jacobsz Loet, ten and gelegen buiten weg, belend ten oosten IJsbrant Cornelisz, ten westen de weduwe van Jan Hendricksz metselaar, ten zuiden Crijn Aertsz en ten noorden Cornelis Gerritsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 364v, d.d. 23-02-1587 --- Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corstensz met IJsbrant Cornelisz, haar broer, ter eenre en Cornelis Corstensz met Adriaen Jacobsz Loot als voogden over Pieter, Anna, Pouwels, Martijn en Crijn, haar kinderen bij Jacob Corstensz en de voorsz. Adriaen Jacobszn, ook voor hem zelve als voorzoon van Jacob Corstensz ter andere. Zij stelt dat zij op 30-08-1585 haar voorsz. 5 kinderen voor haar vaderlijk goed als volgt bewezen heeft en dat de kinderen toen 14, 12, 9, 7 en 4 jaar waren en zij zal ze opvoeden tot hun 18e jaar en dan elk 5 pond groot vlaams betalen met waarborg haar woning gelegen binnen weg, belend ten oosten Cornelis Dircksz Roes, ten westen Willem Gerrit Ponsznz en Jacob Doesz, ten zuiden Cornelis Cornelisz Roes en Adriaen Jacobsz Loot en ten noorden de Voorweg groot 5 morgen; nog 6 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten IJsbrant Cornelisz, ten westen de weduwe van Jan Hendricksz alias Jan Maet te Koudekerk, ten zuiden Crijn Aertsz en ten noorden Cornelis Gerritsz scheepmaker. Zi Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 366, d.d. 23-02-1587 --- IJsbrant Cornelisz, Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz met IJsbrant voorsz. haar broer en rechte voogd, Pieter Jansz en Volckert Claesz zijn elk schuldig zekere rentebrief tot laste van de boedel van Cornelis Adriaen IJsbrantsznz, vader van de voorsz. IJsbrant en Maritje, te weten IJsbrant 7 gulden, Maritje 5½ gulden, Pieter Jansz 5 gulden 10 stuivers tezamen 18 gulden per jaar ten behoeve van Burchje, Gerrit Bueckelsz weduwe te Leiden en Volckert 30 stuivers per jaar ten behoeve van iemand wonende te Utrecht met waarborg elk hun portie als zij bij de boedelscheiding hadden ontvangen te weten IJsbrant Claesz 6½ hond land belend ten oosten Gijsbert Gijsbertsz en Dirck Hendricksz, ten westen de voorsz. Maritje en Pieter Jansz, ten zuiden Jan Pietersz Moeij en ten noorden Jacob Gerrit Louwerisznz te Koudekerk, Maritje 5½ hond land belend ten oosten IJsbrant Cornelisz, ten westen Maritje Jan Maets, ten zuiden Crijn Aertsz en ten noorden Pieter Jansz voorsz. alsmede haar woning met 4 morgen land Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 471, d.d. 16-08-1587 --- Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corstensz met haar broer IJsbrant Cornelisz en haar zwager Cornelis Corstensz, als haar gekoren voogden, verkoopt Otto Pietersz 6 hond of een kleine morgen met daarin een oud vogelkooitje gelegen buiten weg, belend ten oosten IJsbrant Cornelisz, ten westen Aert Pietersz met het land dat hij gekocht heeft van Maritje Jan Maets, ten zuiden Crijn Aertsz en ten noorden de koper met 5 1/2 hond gekocht van Pieter Jansz, belast met 5 1/2 gulden per jaar losrente (een gedeelte van 18 gulden) ten behoeve van de weduwe van Gerrit Bueckelsz te Leiden, waarvan IJsbrant Cornelisz moet dragen 7 gulden per jaar en Otto Pietersz als actie hebbende van Pieter Jansz 5 gulden 10 stuivers per jaar met waarborg haar woning met 4 morgen 2 hond land, belend ten oosten Cornelis Roos, ten westen Willem Gerritsz, ten zuiden Adriaen Jacobsz Loot en jonge Cornelis Roos en ten noorden de Voorweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 266, d.d. 15-03-1592 --- Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz met Floris Cornelisz, haar gekoren voogd, is schuldig aan Jan Cornelisz, korenkoper te Leiden, 6 gulden 5 stuivers per jaar met hypotheek op haar huis en erf met 4 morgen 2 hond land, belend ten oosten Cornelis Dircksz Roos, ten westen Willem Gerritsz, ten zuiden Cornelis Cornelisz Roos en Gerrit Cornelisz Buijtewech en ten noorden de Voorweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 512, d.d. 10-12-1595 --- Poulus Jacobsz, Crijn Jacobsz, Gerrit Ponsz, gehuwd met Anna Jacobsdr, Maerten Roelenz, wonende te Zevenhuizen, gehuwd met Maritje Jacobsdr, Jacob Pietersz en Pieter Dircksz Cabouter, gehuwd met Neeltje Pietersdr, kinderen van Pieter Jacobsz en nog dezelfde Jacob en Pieter met Cornelis Pieter Corsz als voogden over Claes, Cornelis, Cors en Maritje Jacobs, alsnog onbejaarde kinderen van Pieter Jacobsz, gezamenlijk erfgenamen van Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz, hun overleden moeder, grootmoeder en schoonmoeder, scheiden door tussenspreken van Ruth Adriaensz en Cornelis Cornelisz Roos, buurlieden, de boedel. Poulus Jacobsz, Maerten Roelenz en de kinderen van Pieter Jacobsz ontvangen tezamen 1.260 roeden land zijnde 3/5 deel van een perceel van 3 grote morgen gelegen aan de Binnenweg, belend in zijn geheel ten oosten Adriaen Cornelisz Roos, ten westen Leendert Willemsz en Cornelis Hendricksz Crooswijck, ten zuiden de rest van de 3 morgen en ten noorden eensdeels de Voorweg en eensdeels de Dwar Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 23, p. 632, d.d. 23-06-1624 --- Jacob Pietersz, Pieter Dircksz Cabouter, gehuwd met Neeltje Pietersdr, voor hen zelf en nog met Cornelis Pieter Corsz als voogden over Claes, Cornelis, Cors en Maritje Pieters, allen kinderen van Pieter Jacob Corsz, en Inge Dircksz Backer, wonende te Zevenhuizen met procuratie van Maerten Roelenz, eveneens wonende te Zevenhuizen, man en voogd van Maertje Jacob Corsdr, ter eenre en Poulus Jacobsz ter andere zijde. Betreft scheiding van 3/5 deel van 3 grote morgen en 5 hond land gelegen Binnenweg, hen aangekomen bij scheiding van Maritje Cornelisdr, hun overleden moeder, schoonmoeder en grootmoeder. Jacob Pietersz, Pieter Dirck Cabouter en de minderjarige kinderen met Maerten Roelenz tezamen ontvangen de twee westwaardse kampjes te verongelden voor 2/5 van 3 grote morgen 5 hond land, belend ten westen Leendert Willem Gerritsz, ten oosten Poulus Jacobsz, ten zuiden Crijn Jacob Corsz en ten noorden Poulus Jacobsz en Crijn voornoemd, belast met 31 stuivers per jaar Poulus Jacobsz ontvangt hebben het oostka Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 23, p. 685, d.d. 11-11-1624 | Cors, Jacob (I3726)
|
| 3617 | Maritgen Jansdr, weduwe van Cornelis Claesz Reijntges, met Gerrijt Jansz, haar broer en voogd, ter eenre, en Cornelis Cornelisz van Heijningen, voor zichzelf en zijn broer Jacob Cornelisz, Jan Jorisz, getrouwd met Maritgen Cornelisdr, Pieter Cornelisz van Leeuwen, getrouwd met Jannitgen Cornelisdr, en Gerrit Claesz, als oom en voogd van Annitgen Cornelisdr, minderjarige dochter van Cornelis Claesz voorn. van "den jongen bedde" en dus medeërfgename, ter andere zijde. Deling van de nalatenschap van huis en landerijen in de Nessepolder. Maritgen Jansdr, als weduwe, valt ten deel: de westzijde van de hofstede en achterhuis van het middenschot af, een berg, beide met de grond, waar ze op staan "tot de paal toe", mede de westzijde van 12 morgen land in de Nessepolder, strekkend in het geheel van de Banweg tot de kade van de Otweg, belend ten oosten Claes Sijmonsz en Claes Bouwensz, ten westen Gerrit Claesz Reijntges. Nog de helft, de zuidzijde, van 2 morgen land in de Nesse, belend in het geheel t Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3a, p. 84, d.d. 09-08-1602 Cornelis Cornelisz te Boskoop, voor zichzelf en voor zijn broer Jacob Cornelisz, Jan Jorisz, getrouwd met Maritgen Cornelisdr, Pieter Cornelisz van Leeuwen, getrouwd met Jannetgen Cornelisdr, Gerrit Claesz, als oom en voogd van Annetgen Cornelisdr, onmondig, allen kinderen van wijlen Cornelis Claesz Reijntges, van de Nesse in Alphen. Regeling der nalatenschap: de weduwe van Reijntges voorn. ontvangt de helft van 12 morgen en de helft van 2 morgen, beide in de Nessepolder. Cornelis Cornelisz en Jan Cornelisz ontvangen hiervan de andere helft. Nog 2 morgen 1 1/2 hond land met de helft van een "staele". Annetgen Cornelisdr valt toe: 4 1/2 hond land en 1/4 van de "staele" en de wederhelft van de 2 morgen. Pieter Cornelisz van Leeuwen is toebedeeld: 1 1/2 morgen land en 1/4 van de "staele". Jan Jorisz krijgt: 1 1/2 morgen land en een deel van de huiswerf. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3a, p. 87v, d.d. 06-09-1602 Cornelis Cornelisz te Boskoop, voor zichzelf en voor zijn broer Jacob Cornelisz, Jan Jorisz, getrouwd met Maritgen Cornelisdr, Pieter Cornelisz van Leeuwen, getrouwd met Jannetgen Cornelisdr, Gerrit Claesz, als oom en voogd van Annetgen Cornelisdr, onmondig, allen kinderen van wijlen Cornelis Claesz Reijntges, verkopen Maritgen Jansdr, de weduwe van Cornelis Claesz Reijntges, een voorhuis met een erf (zie ook RA Alphen, toegangsnummer 112.1.02, inv.nr. 3a akte folio 84). Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3a, p. 88, d.d. 06-09-1602 Maritgen Jansdr, weduwe van Cornelis Claes Reijntges met Gerrit Jansz, haar broer en voogd, verkoopt aan Gerrit Claes Reijntges als oom en voogd van haar dochter Annetgen Cornelisdr, ten gunste van Annetgen, een huis en erf in de Nessepolder en nog 6 morgen land in de Nessepolder, belend ten oosten Cornelis Cornelisz van Heijningen e.a., ten zuiden de Otweg, ten westen Gerrit Claesz, ten noorden de Banweg. Nog 1 morgen land in de Nessepolder, belend ten oosten Pieter Willemsz van Leeuwen, ten zuiden Thonis Claesz, ten westen Aem Claesz Scouten, ten noorden Annetgen Cornelisdr zelf. Met schuldbrief, groot 400 gulden met een losrente van 24 gulden per jaar. Maritgen Jansdr zal in het huis mogen blijven wonen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3a, p. 94v, d.d. 01-01-1603 Gerrijt Claes Reijntges verkoopt Commer Gerritsz, zijn zoon, een hofstede van 5 morgen land met huis, berg en schuur onder Alphen in de Nessepolder, strekkend van de Otweg tot de Banweg, belend ten westen de Coppierenkade, ten oosten Jan Pietersz. Koopsom 1675 gulden. Met losrentebrief. Vrouw van Gerrit Claesz voorn. is Haesgen Tonisdr. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 4, p. 59, d.d. 05-04-1610 Gerrit Claesz, wonende te Boskoop, verkoopt zijn zoon Commer Gerritsz 11 hond 25 roe land gelegen in het Rietveld, belend ten oosten de Coppierenkade, ten zuiden Cornelis Cornelisz Vrouchrijck, ten westen Aem Meesz en ten noorden Vrouchrijck voorsz., 2 hond land gelegen in het Rietveld, belend ten oosten de Coppierenkade, ten zuiden de Boskoopsekade, ten westen Dirck Sijmonsz en ten noorden de Loetweg, belast de 2 hond met 36 stuivers eeuwige pacht ten behoeve van de Heilige Geest Armen van Boskoop. Voldaan met een rentebrief van 19 gulden 10 stuivers per jaar. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 21, p. 107, d.d. 21-04-1610 Commer Gerritsz, wonende te Alphen, koopt van zijn vader Gerrit Claesz twee percelen land in Hazerswoude in het Rietveld, het eerste perceel, groot 11 hond 25 roeden, belend ten oosten de Copierenkade, ten westen Aem Meesz, ten zuiden en noorden Cornelis Cornelisz Vrouchrijck. Het andere perceel groot 2 hond, belend ten oosten de Copierenkade, ten zuiden de Boskoperkade, ten westen Dirck Sijmonsz, ten noorden de Loetweg. Gesteld onderpand: de genoemde aankoop en nog een huis, berg en schuur met 5 morgen land onder Alphen, belend ten westen de Copierenkade, ten noorden de Banweg, ten oosten Jan Pietersz, ten zuiden de Otweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 4, p. 75, d.d. 06-08-1610 Commer Gerritsz, wonende aan de Otweg onder Alphen, met procuratie (Boskoop 08-10-1632) draagt over op Sijmen Claesz Boer, wonende te Laag Boskoop, een rentebrief op Claes Reijniersz, d.d. 19-01-1551, groot 200 gulden. Commer voorn. is hiertoe gemachtigd door Dirck Reijniersz van Breenen, burger van Schoonhoven. De akte van 19-01-1551 was gepasseerd voor Dirck van Boshuijssen, schout, en Thomas Ghijsbertsz en Jan Pietersz, smid te Alphen, ten behoeven van Ghijsbrecht Harmensz te Gouda, bij overlijden van Reijniersz van Breenen, zijn vader. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 10, p. 196, d.d. 21-01-1633 Commer Gerritsz van Heijningen als vader, ter eenre, Jan, Claes, Dirck en Gerrit Commersz van Heijningen voor henzelf, Cornelis Pouwelsz, en Cornelis Eeuwoutsz, als ooms en voogden over de twee onmondige kinderen van Wouter Pouwelissen en Annichgen Commersdr, beiden overleden in Hazerswoude, Jan Ghijsbertsz Turckenburgh, getrouwd met Marrichgen Commersdr, Aem Claesz, getrouwd met Neeltgen Commersdr, samen caverende voor Haesgen Commersdr, allen erfgenamen van Ariaentgen Jansdr, hun overleden moeder. Deling der nalatenschap. Commer Gerritsz behoudt 6 morgen 4 1/2 hond land met huis, berg en schuur in de Nesse onder Alphen, strekkend van de Notweg tot de Baenwegskade, belend ten oosten Dirck Gijsen en Ghijs Jansz, ten westen de kinderen voorn.; nog 2 morgen land in de Nesse, strekkend van Jonge Jannen land tot Thonis Claesz toe, belend ten oosten Aert Pieter Willemsz, ten westen Joost Jansz; Jan Commersz komt toe: 1 morgen land, zijnde eenvijfde deel van 5 morgen, van 't zuiden of zijnde het eerste deel Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 13, p. 35v, d.d. 03-12-1637 Commer Geritsz (N) ende Ariaentgen Jansdr sijn huijsvre met Claes, Dirck, Gerrit, Neeltgen ende Haesgen heure kinderen - 7 hoofden Bron: Hoofdgeld Alphen anno 1623 [Hogenda] Jan, Claes, Dirck en Gerrit Commersz en Marrichgen en Haesgen Commersdr, met Ariën Gerritsz, als oom en voogd, mede Ariën Gerritsz en Jan Commersz als ooms en voogden van 's moederszijde over de weeskinderen van Annichgen Commersdr en Neeltgen Commersdr, mitsgaders Cornelis Pauwelsz en Cornelis Eeuwoutsz als ooms en voogden van 's vaderszijde van voorn. weeskinderen van Annichen Commersdr en Wouter Pauwelsz; Henrick Claesz, oom en voogd van 's vaderszijde, over de nagelaten kinderen van Neeltgen Commersdr en Aem Claesz, verkopen Marrichgen Claesdr, weduwe van Sijmon Claesz, een perceel land, verongeld voor 5 morgen 4 1/2 hond met een huis, berg, schuur in de Nesse, strekkend 2 morgen 4 1/2 hond van de Notweg tot de vogelkooi, en 3 morgen van de kooi tot de Banweg, belend ten oosten Dirck Gijsbertsz, de weduwe van Sijmon Claesz en Marrichgen Aelbertsz, weduwe, ten westen de kinderen van Commer Gerritsz zelf. Koopsom 3.100 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 14, p. 58v, d.d. 11-05-1644 | Reijntges, Gerrit Claas (I3697)
|
| 3618 | Maritgen Pietersdr weduwe van Matheus van der Sluijs, met Jan ende Lijsbet, hare kinderen, item Cornelis Pietersz van Aerlanderveen haer dienstknecht – 4 hoofden Bron: Oudshoorn - Hoofdgeld 1623 --- Matheus Cornelisz en Bruijn Jacobsz zijn schuldig Popias van Paenderen, weeskind van Claes Jansz van Paenderen en Catrijn van Paenderen, een losrente van 37 gulden à 40 groten Vlaams per jaar, hoofdsom 600 gulden. Onderpand: 12 morgen land onder Oudshoorn in de Gnephoek, strekkend uit de Rijn tot in de Heimanswetering, belend ten oosten Florijs Bruijnen, ten westen Jacob IJsbrantsz Verloet. Schuld geroijeerd. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 41, d.d. 25-08-1583 --- Willem Cornelisz verkoopt aan zijn zwager Thomas Jacopsz een huis, berg, schuur en beplanting met 11 morgen land in Oudshoorn, strekkende van de Rijn tot Cornelis Jacopsz Bosmansz vogelkooi, belend ten oosten Claes Jansz en ten westen Bosman voornoemd, die eertijds Cornelis Willemsz, bouwman, van hem, Willem Cornelisz gekocht heeft, onlangs door Thomasz Jacopsz genaast, die tot zijn last neemt 14 gulden per jaar, aankomende Joostdr (?) van Assendelft; nog drie gulden per jaar aankomende Aechte Bruijnen (?); nog 25 stuivers per jaar toekomende de kerk van Alphen en 5 stuivers per jaar, toekomende eveneens de pastorie aldaar; nog 216 gulden toekomende Jan Boenen van een obligatie, nog 60 gulden geleend van Jacop Pietersz, nog 66 gulden,toekomende Cors Neel Vrericxsz. Getuigen: Matheus Cornelisz en Claes Jansz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 8, d.d. 18-06-1592 --- Matheus Cornelisz als weduwnaar en boedelhoudster van Maritgen Gherijtsdr ter eenre en ter andere zijde Pieter Gherijtsz als oom en bloedvoogd van de kinderen van voornoemde Maritgen Gherijts, zijn zuster, met name Cornelis, Gherijt en Heijnrick Matheusz en Geertgen Matheusdr geassocieerd met zijn neef Gherijt Florijsz, doen boedelscheiding. Matheus Cornelisz ontvangt het voorhuis met de nieuwe kamer en de keuken tot aan de helft van 't middelschot tussen het achterhuis en de keuken met de grote schuur op de Rijn met het erf en het erf aan de zuidzijde der schuur tot aan het westeinde der schuur. Hierbij nog het erf tussen het huis en de schuur, beginnende 3 voet van de eerste deur in het achterhuis af oostwaarts naar de nieuwe kamer en weer van de 3 voet dwars westwaarts op tot aan de grote schuur; nog de helft van 7½ morgen eigenland, liggende achter de andere helft, het gehele weer liggende onder Oudshoorn strekkende van de Rijn tot de Oudshoornse weg, belend ten oosten Floris Heij en ten westen d Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 134v, d.d. 23-04-1597 --- Cornelis Matheusz, wonende te Woubrugge, verkoopt aan zijn vader Matheus Cornelisz 1/4 deel van een achterhuis met berg en schuur staande aan de Heimansbrug; nog 1/4 deel van de helft van 7½ morgen land, strekkende voor uit de Rijn tot aan het landvan Matheus Cornelisz; nog 1/4 deel van 2 morgen 2½ hond land, strekkende van de Oudshoornse weg tot aan de Duikerwetering, belend ten oosten de erfgenamen van Jacop Willemsz van der Burch en ten westen Nijclaes van Alckemaede. 3/4 blijft aan de twee broers van de comparant en zijn zuster. Koopsom 550 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 85, d.d. 08-02-1607 --- Cornelis van Schellingerhout schout en Bruijn Florisz Stam Verhoef en Claes Claesz Vranck weesmeesters van Oudshoorn en Gnephoek “als opsienders over de wesen ende miserabele persoonen toesicht behoevende” tot voogden aangesteld, over Jan Matheeusz van der Sluijs innocente persoon, nagelaten zoon van Matheeus Cornelisz van der Sluijs en Maritgen Pietersdr in de ambacht van Gnephoek overleden, Heindrick IJsbrantsz timmerman te Koudekerk, getrouwd met Maritgen Matheeusdr en Sijmen Gerritsz van Leeuwen te Oudshoorn getrouwd met Geertjen Matheeusdr, beide zwagers van de voornoemde Jan Matheeusz. Om de boedel te beheren en administreren, daarvan behoorlijke rekening te geven voor schout en weesmeesters. Heindrick en Sijmen hebben de voogdij aangenomen en aan de schout een belofte gedaan van trouwe dienst. Bron: GAAR, WK Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.03), inv.nr. 1, aktenr. 52, fol. 124, d.d. 03-01-1651 (Genealogie Rijnland) --- Hendrick IJsbrantsz Muijen, wonende te Koudekerk, getrouwd met Maritgen Matheeusdr van der Sluijs en Cornelis Gerritsz Booman, getrouwd met Lijsbet Matheeusdr van der Sluijs, voor één helft erfgenamen van Jan Matheeusz van der Sluijs, "innocente persoon", omtrent 4 jaar geleden binnen Oudshoorn overleden, mitsgaders mede naast Cornelis Gerritsz Booman, ieder voor 1/4 deel erfgenaam van de andere helft, Sijmon Gerritsz van Leeuwen wonende te Aarlanderveen, als weduwnaar van Geertjen Matheus van der Sluijs, mede voor 1/4 deel, Evert Aertsz Blaserios, getrouwd met Maritgen Servaesdr [Cornelisdr?] te Rijnsburg voor zichzelf en vervangende Stijntgen Servaesdr [Cornelisdr?], ongehuwd, wonende te Rijnsburg en Pieter Claesz Schouten te Alphen, als vader en voogd van Claesz Pietersz Schouten, geboren uit Fijtgen Cornelisdr, vervangende Gijsbert Dircksz de Jongh te Rijnsburg, getrouwd met Geertjen Cornelisdr van der Sluijs, allen kinderen en kindskinderen van Cornelis Matheeusz van der Sluijs, mede voor 1/4 d Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 6, p. 30, d.d. 17-05-1657 | van der Sluis, Matheus Cornelis (I2904)
|
| 3619 | Maritgen Pouwels dochter van Pouwels Cornelis en Beitgen Louris den xxviij feb: | Buitenweg, Maartje Pouwels (I535)
|
| 3620 | Maritje Gerritsdr, weduwe van Wouter Jansz, geassisteerd door haar vader Gerrit Louwerisz, doet vertichting tegen Gerrit Jansz als bloedvoogd van haar drie weeskinderen, met namen Jan Woutersz 6 jaar oud, Maritje Woutersdr 4 jaar oud en Louweris Woutersz 2 jaar oud. De kinderen komt toe uit de erfenis van hun vader en grootmoeder [van vaderskant]: 1) 1/4e deel van 7m 0,5h te Lang-Schonouwen, 2) 1/4e deel van 2m 1,5h te Zuidzijde-Bovenkerk en 3) 1/8e deel van 8,5h te Zuidzijde-Bovenkerk. De weduwe behoudt: 1) 1/4e deel van 7m 0,5h, 2) 1/4e deel van 2m 1,5h en 3) 1/8e deel van 8,5h. Bron: RA Stolwijk, inv.nr. 887, aktenr. 3, d.d. 22-01-1638 [Hogenda, F.H.J. van Aesch] --- Gecompareerd is Gerrit Louwen, wonende aan de Cadijk te Bergambacht, die heeft verkocht aan Geen Sijbrantsz, zijn schoonzoon, een huis en erf van 1h gelegen aan de Cadijk, dit volgens een onderling contract d.d. 22-12-1658. De koopsom bedraagt 500 gulden in jaarlijkse termijnen van 25 gulden. Bron: SAMH, ORA Bergambacht (toegangsnr. ??), inv.nr. 16, d.d. 01-11-1659 --- Rechtsdag gehouden voor gezworenen van Bergambacht onder beneden, op 6 januari 1682. Huijbert Gerritse cum socijs te samen mede kinderen en erfgenamen voor 3/4e deel van Gerrit Lauwen hun overleden vader. Eis is "cas van preferentie". Contra: De gemelde crediteuren van Merrichje Gerrits, weduwe van de overleden Geen Sijbrantse, disputerende op de kooppenningen van de verkochte huis en landerijen, door de weduwe in het openbaar verkocht op 07-10-1681 ten behoeve van de crediteuren. Voor de eisers geproduceerd een contract, aangegaan door Gerrit Lauwen en Geen Sijbrantse, voor schout en gezworenen, gepasseerd 22-12-1658, mitsgaders een transportbrief van Gerrit Lauwen ten behoeve van Geen Sijbrantse op 01-11-1659 gepasseerd. Merrichje Gerrits, weduwe van Geen Sijbrantse, heeft op 29-12-1681 een verklaring afgelegd voor de schout en gezworenen. Bron: SAMH, ORA Bergambacht (toegangsnr. ??), inv.nr. 3, d.d. 06-01-1682 | Lauwen, Gerrit (I3749)
|
| 3621 | Maritje Jans Vromans, begr. Rijnsburg 1646; dochter van Jan Cornelisz Vromans; zoon van Cornelis Pietersz Vroman, ambachtsbewaarder van Valkenburg 1625, huw. aldaar 1604 ; zoon van Pieter Huijgensz Vroman, landbouwer te Valkenburg, ovl. ca. 1600; zoon van Huijg Gerritsz Vroman, landbouwer te Valkenburg, won. aldaar 1555 'de woning van de vroonmeester'; zoon van Gerrit Jan Kerstantsz Vrooman, landbouwer te Valkenburg, won. aldaar vanaf 1490, ovl. na 1557; zoon van Jan Kerstantsz, mogelijk identiek met Jan Vos die op het veer woonde in Valkenburg, ovl. voor 1470 [Slootweg-1997, p 144]. Bron: Nederlandse Familienamenbank --- Pieter Huijgen, ende Maritgen Meesendr sijn huijsvrouwe, met Huijbert Willemsz van Voorhout, Maritgen Sijmonsdr van Noortwijckerhout vuijte cleij, ende Maritgen Huijgendr van Zoeterwoude vuijt Weijpoort, hare dienstbooden – 4 hoofden Bron: Valkenburg (ZH) - Hoofdgeld 1623 --- Pieter Huijgensz Vrooman en Pieter Sijmonsz, beiden wonende te Valkenburg, en Cornelis Meesz, wonende te Hoog Teylingen onder Voorhout, verklaren op 02-09-1613 door Claes van Baeren, secretaris van Valkenburg, de beide Katwijken en 't Zand, op verzoek van de voogden van Jan Huijgensz Vrooman en de voogden van het nagelaten kind van Trijntgen Meesdr zaliger, overleden huisvrouw van voornoemde Jan Huijgensz Vroman, ook door het Hof van Holland benoemde curatoren van de boedel van voornoemde Jan Huijgensz en Trijn Meessen. [Er zijn schulden in de boedel. De drie comparanten zijn borg, zodat de kinderen geen last hebben van de schulden.] Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 88, aktenr. 114, d.d. 05-10-1613 (scan 156) --- Annetgen Meesdr, weduwe van Cornelis Huijgensz, geholpen door Cornelis Meesz en Pieter Huijgensz, beiden wonende te Valkenburg, heeft verkocht aan Pieter Jansz, wonende tot Rijnsburg, een leeg erf, gelegen aan de noordzijde van haar huis en erf, belend ten oosten de Rijndijk, ten zuiden comparante zelf, ten westen de Heerweg en ten noorden de koper zelf. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 1, fol. 29, d.d. 07-05-1619 --- Pieter Huijgensz Vroeman, wonende te Valkenburg, had in Valkenburg liggen ca. 2 morgen land, belend ten oosten de kerk van Valkenburg, ten zuiden St. Stevenspoort, ten westen Aelbrecht van Egmont en ten noorden Jacob Jansz van Assendelft en Thonis Harmensz smid. De grond is gebruikt om aardewerk van te bakken. In 1593 is tot onderpand gesteld ca. 7 hond land te Valkenburg, belend ten oosten de Sluipsteeg, ten zuiden de Heer van Warmond, ten westen de kerk van Valkenburg en ten noorden de Grote Watering. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 1, fol. 35, d.d. 27-03-1620 --- Frans van der Meulen, vervangend schout van Valkenburg, Pieter Pietersz Houten en Cornelis Pietersz Vroman, schepenen, verklaren dat zij weten dat Jan Huijgensz Vroman van Valkenburg op het schip Westfriesland naar Oostindië gevaren is en in het boek is opgetekend als Jan Hendricksz Vroman. Ze hebben hem zeer goed geken, evenals Pieter Huijgensz Vroman, Lijsbeth Huijgendr, weduwe van Pieter Sijmonsz van Velsen en Geertgen Huijgendr, huisvrouw van Theunis Harmensz smid te Rijnsburg, dat zij volle broers en zussen van voornoemde Jan Huijgensz Vroman zijn. Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 1, fol. 93v, d.d. 22-03-1623 --- Pieter Huijgensz Vroman, wonende te Valkenburg, Anthonis Harmansz van Noort, smid, getrouwd met Geertgen Huijgendr, wonende te Rijnsburg en Elisabeth Huijgendr, weduwe van Pieter Sijmonsz van Velsen, wonende te Leiden, broer en zussen van Jan Huijgensz Vroman, op reis naar Oostindië, op het schip Westfriesland overleden, zo ze hebben gehoord, als voogden van de kinderen en crediteuren van voornoemde Jan Huijgensz Vroman (op de naam Jan Henricxsz Vroman op het voornoemde schip ingeschreven), volgens het testament en obligatie gepasseerd voor notaris Pieter Diert in 's-Gravenhage op 20-01-1621. Ze machtigen Cornelis Dircxsz de Boer, schipper op Middelburg, om van de Oostindische Compagnie te Middelburg in Zeeland te ontvangen de gage die voornoemde Jan Henricxsz Vroman, hun overleden broer, op het schip Westfriesland heeft verdiend. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 306, aktenr. 47, d.d. 27-05-1623 (scan 106) --- Pieter Huijgensz Vroman en Maertgen Bartholomeesen, echtelieden, wonende te Valkenburg, kloek en gezond van lichaam, maken hun testament op. Tot erfgenaam wordt benoemd de langstlevende, die de kinderen elk 400 gulden moet uitkeren. De testateuren prelegateren aan hun zoon Mees Pietersz 200 gulden. Ze sluiten de weeskamer van Valkenburg uit van bemoeienis. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 306, aktenr. 54, d.d. 08-07-1623 (scan 121) --- Pieter Huijgensz Vroman, wonende te Valkenburg, is schuldig aan Aeffgen Adriaensdr, weduwe van Ghijsbert Adriaensz, wonende te Leiden, een bedrag van 500 gulden geleend geld. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 185, aktenr. 237, d.d. 18-06-1625 (scan 350) --- Pieter Huijgensz Vroman, buurman te Valkenburg, kloek en gezond van lichaam, past zijn testament d.d. 08-07-1623 voor notaris Pieter van Velsen aan. De erfportie die Maertgen Pietersdr, huisvrouw van Cornelis Jacobsz van Wijcx, gaat naar haar kinderen, waarbij voornoemde Maritgen Pietersdr het vruchtgebruikt krijgt. Tot voogden over de minderjarige kinderen, kleinkinderen en erfgenamen worden gesteld Cornelis en Mees Pietersz, zijn zonen, samen met Cornelis Gerritsz van der Does, zijn goede bekende. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 314, aktenr. 282, d.d. 22-05-1628 (scan 279) --- Cornelis, Mees en Willem Pieter Huijgensz Vrooman voor hen zelf, voornoemde Cornelis en Mees Pieter Huijgensz Vrooman als testamentaire voogden van de kinderen van Cornelis Jacobsz van Wijck, verwekt bij Marijtgen Pietersdr, Jan Jacobsz, getrouwd met Geertge Pietersdr, Cornelis Willemsz op [hofstede] Duijfhuis in Oegstgeest en Cornelis Pietersz Vrooman, voogden van de weeskinderen van Louris Willem Jacobsz, verwekt bij Annetgen Pietersdr, beiden overleden, en Pieter Pietersz Borsboom als vader en voogd van diens kinderen verwekt bij Lijsbeth Pietersdr zaliger, allen kinderen of kleinkinderen en dus erfgenamen van Pieter Huijgensz Vrooman en Marijtgen Meessendr, beiden overleden. Ze hheb op 02-02-1630 verkocht aan mr. Steven van de Werve, advocaat aan het Hof van Holland, een stuk patrimoniaal weiland "de Lange Wei", gelegen te Valkenburg, met een "schellitge" eraan vast, ingezaaid met tarwe, volgens de meting van mr. Jan Pietersz Dou, gezworen landmeter van Rijnland, 1 morgen 5 hond 76 roeden groot zo Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 3, fol. 117, d.d. 10-04-1630 --- Cornelis, Mees en Willem Pieter Huijgensz Vroman voor hen zelf en de voornoemde Cornelis en Mees Pieter Huijgensz Vroman als testamentaire voogden van de kinderen van Cornelis Jacobsz van Wijck, verwekt bij Marijtgen Pietersdr, Jan Jacobsz getrouwd met Geertgen Dircxsdr, Cornelis Willemsz op [hofstede] Duifuis te Oegstgeest en Cornelis Pietersz Vroman voornoemd als voogden van de kinderen van Louris Willem Jacobsz, verwekt bij Annetgen Pietersz, beiden overleden, Pieter Pietersz Borsboom, vader en voogd van zijn kinderen, verwekt bij Lijsbeth Pietersz zaliger, allen kinderen of kleinkinderen en dus erfgenamen van Pieter Huijgensz Vroman en Marijtgen Mees, beiden overleden. Op 02-02-1630 hebben ze aan Pancraes Ponsz Isselsteijn, wonende te Leiden, en Isbrant Sijmonsz Duijndam, wonende te Rijnsburg, verkocht een mooie, goedgetimmerde woning met huis, hof, erf, berg en schuur, gelegen te Valkenburg, belend ten zuiden de Lijtweg en Cornelis Gerritsz van der Does, ten westen en noorden de Heer van Warmond Bron: ELO, ORA Valkenburg (toegangsnr. 431), inv.nr. 4, fol. 89v, d.d. 29-08-1630 | Vroman, Pieter Huigen (I3803)
|
| 3622 | Maritje Pouwelsdr met haar neef Cornelis Adriaensz, is schuldig aan Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman 2 pond hollands per jaar als rest van een grote rentebrief die met deze en andere gerede penningen is gelost, sprekende op Gerrit Jansz Koeij met hypotheek op 7 morgen land, belend ten oosten Cornelis Jansz Wittebol en Melis Aert Willemsz, ten westen Aert Moeij Neelen, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de dwarswetering. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 25, d.d. 00-07-1555 --- Cornelis Adriaensz geeft in erfpacht uit aan Claes Dirck Adriaensz voor 3 enkele gouden guldens een leenakker, groot 7 hond, zijnde een gedeelte van een perceel van 7 morgen land waarvan de erfpachter de rest al in erfpacht heeft van het Sint Catharijnen Zusterhuis te Leiden, belend ten oosten Cornelis Cornelisz en de erfgenamen van Garbrant Gerritsz, ten westen Gerrit ouwe Jansz, ten noorden de Rijn en ten zuiden de dwarswetering. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 38, d.d. 00-11-1555 --- Adriaen Cornelisz, Neel Cornelisz, ouwe Jan Cornelisz en jonge Jan Cornelisz, Crijn Aertsz, man en voogd van Maritje Cornelisdr, Sijmon Jacobsz, man en voogd van Frije Cornelisdr, Adriaen Willemsz Veltheer, man en voogd van Maddelena Cornelisdr en Anna Cornelisdr, weduwe van Jeroen Foppensz met Adriaen Cornelisz, haar broer en voogd, verkopen aan hun broer Jacob Cornelisz Craen elk hun portie en aandeel van de landen die hun vader Cornelis Adriaensz hen als zijn kinderen gegeven heeft, groot 3 morgen min 1/2 hond land in twee percelen buiten weg, belend het ene ten westen Dirck Willemsz Roos, ten oosten Boeijen Adriaensz, ten noorden Aeltje Jan Adriaensz en ten zuiden de Voorweg en het andere, belende ten westen Philips Gerritsz, ten oosten Adriaen Jansz backer en Claes Dircksz, ten zuiden en noorden Aeltje Jan Adriaensz, voor 16 pond waar de voorzegde comparanten elk 2 pond hebben ontvangen, uitgezonderd ouwe Jan Cornelisz, aangezien deze al meer voor zijn huwelijk heeft gehad. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 110, d.d. 02-11-1557 --- Maritje Pouwels Adriaensz met Cornelis Adriaensz, haar zusters zoon en ..... Gerritsdr, haar dochter, verkopen aan Joost Adriaensz van Sonnevelt, wonende te Leiden, een perceel lange moerland gelegen in Hoogeveen, groot 4 morgen min 1 hond, belend ten noorden de landscheiding van Hazerswoude, ten zuiden Vranck Gerritsz, ten oosten de voornoemde Maritje met een kloot staal aan de landscheiding liggende en nog met 4 akkertjes zuidwaarts gaande, met waarborg 1 morgen weiland waarvan 1 morgen leenland is, liggende in Hazerswoude, belend ten oosten Neeltje Wittebol en Cornelis Aertsz, ten westen Aernt Cornelisz, ten noorden de dwarswetering en ten zuiden de Nieuwe vaart. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 158, d.d. 00-04-1558 --- Adriaen Cornelisz verkoopt aan zijn zijn zwager Eeuwout Cornelisz 3 morgen land dat hem bij de boedelscheiding van zijn vader Cornelis Adriaensz ten deel is gevallen, belend ten oosten en zuiden Cornelis Claes Woutersznz, ten westen Jan Cornelisz Craen en ten noorden de dwarswetering. Hij moet een brug onderhouden. De boedelscheiding is van 17-12-1565 en er wordt een oude brief overhandigd van 12-03-1533 gepasseerd door Adriaen Willem Hendricksznz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 93v, d.d. 29-07-1566 --- Eeuwout Cornelisz Schoeneman heeft geruild met ouwe Jan Cornelisz Craen. Jan ontvangt 3 morgen land, belend ten oosten en zuiden Cornelis Claes Woutersznz en ten westen Cornelis Cornelisz Craen, mede-erfgenaam van oude Cornelis Adriaensz, breder blijkende uit de twee brieven en ten noorden de dwarswetering, zoals hij het gekocht heeft van Adriaen Cornelisz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 114, d.d. 02-12-1566 --- Ouwe Jan Cornelisz draagt over aan Eeuwout Cornelisz Schoeneman 16 hond land, belend ten oosten en zuiden Pieter Jacobsz Craen, ten westen Crijn Aertsz en ten noorden de dwarswetering, zoals het hem in de boedelscheiding van Cornelis Adriaensz is ten deel gevallen, die het land destijds gekocht had van Huijch Jacobsz Craen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 114v, d.d. 02-12-1566 --- Adriaen Cornelisz heeft kwijtgescholden en opgedragen Gerrit Lourisz te Koudekerk, bezitter van zekere 14 hond land, bij hem eertijds gekocht van Sijmon Pietersz, belast met 5 groot per jaar, welke bij Adriaen ontslagen zijn en hem aankwamen als mede-erfgenaam van Cornelis Adriaensz zijn vader en die deze op het goed sprekende had. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 431v, d.d. 21-03-1570 | Adriaans, Cornelis (I3774)
|
| 3623 | Maritje Pouwelsdr met haar neef Cornelis Adriaensz, is schuldig aan Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman 2 pond hollands per jaar als rest van een grote rentebrief die met deze en andere gerede penningen is gelost, sprekende op Gerrit Jansz Koeij met hypotheek op 7 morgen land, belend ten oosten Cornelis Jansz Wittebol en Melis Aert Willemsz, ten westen Aert Moeij Neelen, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de dwarswetering. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 25, d.d. 00-07-1555 --- Eeuwout Cornelisz en Joris Cornelisz Schoeneman zijn schuldig aan hun vader Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman elk een losrente van 15 gulden per jaar. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 45v, d.d. 00-12-1555 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman verkoopt aan zijn zoon Eeuwout Cornelisz een huis en erf met 4 1/2 hond land, belend ten oosten en noorden Gooltje, weduwe van Dirck Matthijsz, ten westen de Oostvaart en ten zuiden de Voorweg, alsmede 13 1/2 hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten Adriaen Jacobsz en ten westen Jacob Dircksz, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot aan de Achterweg. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 46, d.d. 00-12-1555 --- Cornelis Willemsz van Hout en Adriaen Willemsz van Hout, broers. Cornelis verklaart dat hij op heden borg moest stellen dat hij het huis, dat hij gekocht heeft van Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman zou verbeteren met timmeragie van 50 gulden en heeft daarvoor een schuldbekentenis gepasseerd van 50 pond d.d. 20-01-1556 sprekende op zijn broer Adriaen. Afgelost 09-09-1556. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 55, d.d. 02-03-1556 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman verkoopt aan zijn zoon Eeuwout de helft van 5 morgen 1 hond land, waarvan de wederhelft toebehoort aan zijn zwager Pieter Claes Ermboutsz, belend ten oosten de weduwe van Pieter Dircksz, ten westen Jacob Eeuwoutsz, ten zuiden de dwarswetering en ten noorden de Rijn alsmede 1 hond land aan de Rijndijk, belend ten noorden de Rijndijk, ten westen Bruijn Jan Brunenz, ten oosten en zuiden de verkoper. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 67, d.d. 00-04-1556 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman en zijn zoon Joris Cornelisz zijn schuldig aan Aernt Gerritsz te Leiden 400 gulden met hypotheek door Joris op een woning met 12 1/2 morgen land, strekkende uit de Rijn over de Slingerkade tot aan het ambacht van Benthuizen, belend ten westen Jan Adriaensz en ten oosten Hendrik Jansz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 122v, d.d. 00-12-1556 --- Mourijn Cornelisz, wonende te Leiden, man en voogd van Trijn Jacobsdr, aangekomen bij overlijden van haar vader Jacob Gerritsz, olieslager, verkoopt aan Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman 2 morgen land belast met 10 stuivers ten behoeve van de kerk van Hazerswoude, voor welk land nog een perceeltje ligt aan het Noordeinde, toebehorende Gerrit Jacobsz en Sijmon Toenisz, zwagers van Mourijn, waar de voorzegde kerk 5 stuivers op heeft, tezamen dus 15 stuivers waar een brief van is alzo de voorzegde landen aaneen behoord hebben, belend in zijn geheel ten oosten de erfgenamen van Gerrit Pietersz, ten westen de koper, ten zuiden de voorzegde erfgenamen en de koper en ten noorden Gerrit Jacobsz, Sijmon Toenisz en de koper, met waarborg 2 1/2 morgen land te Leiderdorp, belend ten oosten Sijmon Toenisz, ten zuiden Cornelis Jacobsz, ook zwager van Mourijn, ten westen Maritje, weduwe van Floris en ten noorden een weduwe genaamd Dammasje. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 137v, d.d. 00-02-1557 --- Jan Cornelisz verkoopt aan zijn vader Cornelis Eeuwoutsz een huis, berg en schuur en 5 1/2 morgen 1 1/2 hond land, belend ten oosten de Piswetering, ten westen de koper met het land dat hij ook van zijn zoon gekocht heeft en Floris Gijsbertsz, ten zuiden Floris Gijsbertsz en ten noorden Pieter Adriaensz of Gerrit van der Laen, belast met 6 gulden eeuwige rente ten bate van de erfgenamen van Gerrit van der Muel en 1 pond groot erfpacht ten bate van de voorzegde erfgenamen, met waarborg 2 1/2 morgen land, belend ten noorden Philips Gerritsz, ten westen Zoetje Jacobsdr, ten zuiden Philips Gerritsz en ten oosten de Piswetering. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 111, d.d. 00-10-1557 --- Thoenis Willemsz van Leeuwen moet leveren aan de baljuw en Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman 400 tonnen turf. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 154, d.d. 00-02-1558 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman verkoopt aan zijn zoon Dirck Cornelisz al het getimmerte dat staat op het oostweer dat Dirck nu gebruikt, waarvan de grond behoort aan een vicarie, die nu behoort aan Huijbert Willemsz en Jacob van Duvenvoorde c.s., strekkende uit de Rijn tot de Burmade, belend ten oosten de bruiker van Jan Steen en ten westen Dirck Woutersz erfgenamen en Appolonia van Zwieten eigen en Wouter Cornelisz bruiker. Dirck Cornelisz Schoeneman is schuldig aan zijn broer Eeuwout Cornelisz 400 gulden die Eeuwout mocht competeren van het getimmerte op het voornoemde oostweer. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 154, d.d. 00-02-1558 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman belooft zijn zoon Jan Cornelisz Schoeneman te vrijen en kosteloos en schadeloos te houden van een losrente van 4 pond groot vlaams gehypothekeerd op het land dat Jan Cornelisz eertijds gekocht heeft van Huijch Gerritsz als nazaat van Cornelis Claes Ermboutsz, die nu jaarlijks betaald worden in handen van Philips van Vuijtwijck, secretaris ordinaris van het Hof van Holland, waarvoor hij de rente en de hoofdsom tot zijn last genomen heeft wegens koop van een woning in Hazerswoude en in de Bent onder de voorwaarden dat de rente binnen acht jaar wordt afgelost en de rentebrief in handen van zijn zoon zal stellen met onderpand een huis, berg, schuur en 6 1/2 morgen 2 1/2 hond land, strekkende uit de Rijn tot de dwarswetering, belend ten oosten de erfgenamen van Gerrit Pietersz timmerman, Gerrit Jacobsz en de schuldenaar en ten westen Jan Brunenz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 192, d.d. 00-12-1558 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman verkoopt aan Adriaen Philipsz een huis, berg, schuur en 5 1/2 morgen 1 1/2 hond 36 roeland volgens morgenboek ......., belend het Capittel ten Hogelande, Hendrick Jansz, bruiker ....., ten zuiden de weduwe van Floris Gijsbertsz, belast met 2 pond groot vlaams ten behoeve van de erfgenamen van Jacob Tromper die de koper tot zijn last neemt en op 1/4 gedeelte van 19 hond land gelegen in Benthuizen waarop het gilde tot Benthuizen 2 gulden eeuwige erfpacht per jaar heeft, van welke 19 hond 1/4 eigendom toebehoort aan de Kerk van Leiderdorp, die lang in huur zijn geweest en de andere helft eigen. Pieter Adriaensz en Philips Gerritsz hebben een tocht door de sloot, strekkende uit de Piswetering tot de Hogeveensevaart. Cornelis Eeuwoutsz en zijn kinderen behouden een tocht door dezelfde sloot, betaald door overgifte van 3 morgen 50 roe land in Hazerswoude alsmede een schuldbrief met waarborg een woning en 6 1/2 morgen 2 1/2 hond land (zie ook RA Hazerswoude invnr. 16 folio 192). Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 192v --- Joris Cornelisz Schoeneman belooft zijn vader Cornelis Eeuwoutsz schadeloos te houden voor de aflossing met waarborg een huis, berg, schuur met 15 1/2 morgen land, belend ten westen Thijs Maertensz en ten oosten Hendrick Jansz, strekkende uit de Rijn over de Slingerkade tot aan het ambacht van Benthuizen toe, zowel eigen als pachtland, uitgezonderd 1 1/2 morgen huurland, toekomend de erfgenamen van Cornelis Willemsz te Leiden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 192v, d.d. 00-12-1558 --- ..... zijn vader Cornelis Eeuwoutsz de helft van 5 morgen 1 hond land alsmede nog omtrent ... morgen die hij comparant gekocht heeft van zijn vader alsmede een huis, schuur en berg en bekent nog verkocht te hebben aan zijn vader 6 morgen 1 1/2 hond land, belend ten oosten Willem Aert Willemsz, ten westen Michiel Lourisz, ten zuiden de dwarswetering en ten noorden de Pooten of Rijnburgerlaan; de 6 morgen 1 1/2 hond land zijn tot waarborg gesteld voor een huis en erf met 3 morgen land die Eeuwout voornoemd verkocht had aan Cornelis Claes Woutersz en is nog verbonden voor 4 pond vlaams per jaar die Eeuwout Cornelisz schuldig is en betaald moet worden aan Cornelis Pietersz van Tol. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 210, d.d. 00-04-1559 --- Cornelis Eeuwoutsz geeft over als gift onder de levenden aan zijn kinderen Claes Cornelisz, Joris Cornelisz, Jan Cornelisz, Eeuwout Cornelisz, Dirck Cornelisz en Jan Cornelisz 5 1/2 morgen land met huis, schuur, berg en ander getimmerte daarop staande zoals hij het tegenwoordig bezit en bewoont, belast met 8 1/2 gulden eeuwige pacht en rente ten behoeve van de Kerk van Hazerswoude, strekkende van de Rijn tot de oude dwarswetering, belend ten westen Jan Brunenz en ten oosten Gerrit Jacobsz en Cornelis Eeuwoutsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 229v, d.d. 00-09-1559 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman stelt dat in de boedelscheiding van zijn huisvrouw die hij met zijn kinderen gemaakt heeft, is aanbedeeld aan zijn zonen ouwe Jan Cornelisz Schoeneman en Eeuwout Cornelisz Schoeneman een perceel land, groot 6 morgen 2 hond, geheel vrij, strekkende van Rijnenburgerlaan zuidwaarts tot de dwarswetering, belend ten oosten Willem Aertsz en ten westen Michiel Gerritsz. Eeuwout heeft de helft overgedragen aan zijn broer Jan met waarborg door Cornelis van de helft van 5 morgen 1 hond land, strekkende uit de Rijn tot in de dwarswetering, belend ten oosten Jaep Eeuwoutsz en ten westen Willem Pietersz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 233v, d.d. 00-10-1559 --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman verkoopt aan zijn zoon Eeuwout Cornelisz de helft van 5 morgen 1 hond land gemeen met Pieter Claesz backer, strekkende uit de Rijn zuidwaarts tot de dwarswetering, belend ten oosten Willem Pietersz en ten westen Jacob Eeuwoutsz, met waarborg 2 morgen land belend ten oosten de erfgenamen van Gerrit Pietersz timmerman, ten westen Cornelis Eeuwoutsz, ten noorden dezelfde en Gerrit Jacobsz en ten zuiden Cornelis Eeuwoutsz en de voornoemde erfgenamen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 321v, d.d. 23-06-1560 --- Nelletje Adriaensdr, weduwe van Jan Cornelisz Schoeneman met Cornelis Willemsz van Hout, haar zoon en rechte voogd met Dirck Willemsz eertijds schout en Dirck Jan Gijssenznz nu schout van Pijnacker haar vrienden aan de ene zijde en Jan Cornelisz Schoeneman, Eeuwout Cornelisz Schoeneman, Dirck Cornelisz Schoeneman en Jan Cornelisz Schoeneman, elk voor hen zelven en tezamen actie hebbende van Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman en nog vervangende Claes Cornelisz Schoeneman hun broer, enige erfgenamen van za. (oude) Jan Cornelisz Schoeneman aan de andere zijde. Boedelscheiding. De weduwe van de woning als huis, berg en schuur met boomgaard en 7 morgen 4 hond 81 roeden land, gekomen van Cornelis Gerritsz Keijser, belast met 6 pond hollands ten behoeve van de voorkinderen van Crijn Aertsz, 2 pond hollands ten behoeve van Lijsbeth Gerrit Eeuwoutszndr, falide bagijn te Leiden, volgens de brief van 23-02-1553; 5 morgen 2 hond 89 roeden land gekomen van Huijch Gerritsz, gelegen ten westen naast de voornoemde woning Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 470v --- Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman verkoopt aan zijn zonen Joris Cornelisz en Dirck Cornelisz de brief d.d. 03-11-1523 van 3 1/2 morgen land hem aangekomen van Adriaen Willem Hendricksz waar deze brief doorgestoken is, omdat het land met meer van zijn zonen aangedeeld is voor hun moeders erfdeel. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 504, d.d. 24-12-1562 --- Met schepenen van Benthuizen. Joris Cornelisz Schoeneman verkoopt aan Philips Pietersz te Leiden twee bezegelde brieven waarop deze brief getransporteerd is, inhoudende de eigendom en erfpacht van 3 morgen en van 7 hond land, de laatste brief gepasseerd op Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman d.d. 24-05-1554, welke brieven hem bij erfenis van zijn moeder Maritje Claesdr, huisvrouw van zijn vader Cornelis Eeuwoutsz, zijn aangekomen, gelegen in Benthuizen, belend ten westen de weduwe van Gerrit Gerritsz en Dirck Dircksz, ten noorden Zijbrants wetering, ten oosten Jacob Bouwensz en Cornelis Jacob Bouwensz en de erfgenamen van Aelwijn Claesz en ten zuiden de nieuwe weg, betaald met zekere schuldbrief, belast met 5 gulden 5 stuivers per jaar erfpacht ten behoeve van de Heilige Geest van Zoetermeer met waarborg 4 morgen land, belend ten oosten Gerrit Neel Jansznz, ten westen de weduwe van Claes Dirck Adriaensz, ten zuiden de dwarswetering en ten noorden de erfgenamen van Garbrant Gerritsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 718, d.d. 21-03-1565 --- Joris Cornelisz Schoeneman, Eeuwout Cornelisz Schoeneman, Jan Cornelisz Schoeneman en Dirck Cornelisz Schoeneman, broers, stellen dat Claes Cornelisz Schoeneman, hun broer, van Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman, hun aller vader, bij testamentaire dispositie slechts het vruchtgebruik kreeg van de nalatenschap van zijn vader. Zij hebben hem uitgekocht van zijn erfdeel en betalen hem zijn leven lang 21 gulden per jaar, met hypotheek op een woning met 9 morgen land, belend ten oosten Dirck Willemsz coman en Jan Jacobsz snijder, ten westen Willem Dircksz, ten zuiden de dwarswetering en Dirck Willemsz voorsz. en ten noorden de Rijn en Jan Jacobsz; 15½ hond land, belend ten oosten Willem Dircksz voorsz., ten westen en ten noorden Jan Woutersz en ten zuiden de dwarswetering. Joris Cornelisz Schoeneman, Eeuwout Cornelisz Schoeneman en Dirck Cornelisz Schoeneman broers beloven Claes Cornelisz Schoeneman hun broer schadeloos te houden van een losrente van 6 gulden die Claes schuldig is aan de boedel van zijn vader en een losrente van 9 gulden die Claes schuldig was aan Joris Cornelisz Schoeneman, echter slechts zolang Claes in leven is, met hypotheek op de voorsz. woning. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 659, d.d. 17-05-1573 --- Claes Cornelisz Schoeneman, wonende te Moordrecht, verkoopt Joris Cornelisz Schoeneman, Eeuwout Cornelisz Schoeneman, Jan Cornelisz Schoeneman en Dirck Cornelisz Schoeneman, zijn broers, al zulk recht en aanzeggen als hem competeert van de erfenis van zijn vader Cornelis Eeuwoutsz Schoeneman, betaald met een lijfrente alsmede een andere brief die zijn broers hem hebben toegezegd wegens schadeloosstelling van een rente van 6 gulden die hij aan de boedel van zijn vader schuldig was en een rente van 9 gulden gedurende zijn leven lang en langer niet en hebben de boel gescheiden en wel dat Joris ontvangt de woning met 9 morgen land en Dirck de 15½ hond land, terwijl Jan betaald is met een schuldbrief van 890 gulden en Eeuwout betaald is met een transport van zekere partij land die Jan Cornelisz onlangs heeft geruild met Claes Hendricksz en zo za Eeuwout Cornelisz aan hem behield en een brief van 7½ gulden per jaar op de goederen van Sijmon Philipsz; 6 gulden per jaar op Meijns Pietersdr van Tol, weduwe v Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 660v, d.d. 17-05-1573 --- Vertoond wordt door Eeuwout Cornelisz Schoneman een bezegelde brief "noch bequaem om te leesen ende niet gecasseert die begonst te vergaen ende mogelicken cortelings ........... soude hebben moge werden" welke brief hem ten dele was gevallen bij erfenis van zijn moeder tegen zijn vader Cornelis Eeuwoutsz Schoneman, waarbij Sander Jansz Block baljuw en schout van Hazerswoude van 12-12-1559 stelt dat Gerrit Eeuwoutsz schuldig was aan Cornelis Eeuwoutsz 12 pond hollands met hypotheek op 11 hond land, belend ten westen Gerrit Florisz, ten oosten Maria, weduwe van Adriaen, strekkende van de dwarswetering tot het land van Maria land toe. "Dese bovenges. brieve is mij alhier gedaen ten registere stellen bij de weduwe van Aernt Eeuwoutsz zijnde deselve so sij verclaerde bij haar za man afgelost ende te doen eynde gecasseert ende deursneden, noch was daarbij een transport van gelycken gecasseert, daerbij Maritgen Arijensdr, weduwe van Eeuwout Cornelisz voor Pieter van Teylingen de bovengestelde rentebrief getr Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 22, p. 388, d.d. 24-03-1615 | Schoeneman, Cornelis Ewouts (I3772)
|
| 3624 | Marrigje den 23 octob. het kint van Pieter Leenertsen en Leentje Corsen genaempt Marrichie, getuijgen neffens de vader Lijsje Jacobs | van der Hek, Marrigje Pieters (I1338)
|
| 3625 | Marritgen Jans van 't Ancker, weduwe van Arien Jansz van Brussel, aan de ene, mitsgaders Crijn Gijsbertsz van Helmont en Hend. Jansz in 't Ancker als voogden van Ariaentgen, 13 jaar, Jan, 11 jaar, en Dina Ariens van Brussel, 6 jaar oud, nagelaten weeskinderen van Arien Jansz van Brussel en Marritgen Jans in 't Ancker. De vaderlijke erfenis is 1 gld. 11 st. 8 pen. De moeder zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Bron: SAMH, WK Gouda (toegangsnr. 3), inv.nr. 17, fol. 231v, d.d. 10-11-1690 (FS scan 534) --- Nieuwehaven nz (310) (verpondingsnr. 1133) (breed 10 / 10) (kad. B 205) (wijk J 21) belend W: onder: gemeenschappelijke gang; boven: Claes Jansz de Jongh belend O: kinderen van Willemtie Bastiaens 10-10-1671 - ac 2 inv.nr. 359 blz. 156vo - Susanna van Diest, wed. Jacob Verboom, en familie » Jan Hendricksz van't Ancker - 1/3 van 17 stv. en 8 penn. aan leprozen; 5 groot hofstedegeld 1678 - 1711 - ac 1 inv.nr. 1880 blz. 085 - Jan Hendricks van't Ancker » Arien Jansz van Brussel » Baafje Cornelis » Pieter Thijsz van Slingerlant ƒ 3.- 14-09-1685 - ac 2 inv.nr. 363 blz. 028 - Arien Jansz van Brussel, man van Maria Jans van't Ancker » Baeffie Cornelis, jonge dochter Bron: Apparaat Matthijs (“oud kadaster” Gouda) Nieuwehaven en omgeving (Kleiwegstraat) | van Brussel, Arie Jans (I3922)
|
| 3626 | Marritgen Maertens kinderen: Maerten en Marritgen Bron: Hoofdgeld Zuid-Waddinxveen 1622 (Ons Voorgeslacht) --- 9-3-1626: Cornelis Claesz Crous, onze inwonende buurman, is schuldig aan Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch een losrente van 18 gld. 15 st. per jaar met een hoofdsom van 300 gulden. Als onderpand geldt zijn hofstede, huis, berg en schuur met ca. 1,5 morgen land, gelegen in het Zuideinde Bovenweg te Waddinxveen, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot de Toegang, belend ten noorden Jan Claesz Crous en ten zuiden Adriaen Claesz Crous. Bron: SMH, ora Waddinxveen 7 8-3-1627: Aert Dircksz Bos, wonende te Waddinxveen, is schuldig aan Cornelis Claesz Haeckx, wonende te Moordrecht, 400 gulden vanwege de ruil van een karveelschip. Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bos, wonende te Waddinxveen, met Gerridt Damen secretaris, haar gecoren voogd, is borg. Bron: SMH, ora Moordrecht 39, fol. 6v 15-11-1627: Cornelis Claesz Crous verkoopt aan Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch, een huis en erf met een stuk land of water, te verongelden voor 1,5 morgen, gelegen in het Zuideinde Bovenweg, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot de Toegang, belend ten noorden Jan Claesz Crous en ten zuiden Arien Claesz Crous, met verschillende lasten. Koopsom is 325 gulden. Bron: SMH, ora Waddinxveen 7 22-7-1629: Aert Dircksz Bosch schipper verkoopt aan Frans Jansz Keijser een derde deel van ca. 2 morgen 5,5 hond land, waarvan de andere twee delen eigendom zijn van Maerten Dircksz, zijn broer, en Marritgen Dircxdr, zijn zus, gelegen te Zuideinde Buitenweg, strekkende in het geheel van de Zuideinder Heerweg oostwaarts tot Arien Claesz Crous, belend ten noorden Claes Jan Tijsz en Cornelis Maertensz opt Ende en ten zuiden Arien Jan Schippersz en ... Claesz weduwe. De comparant is het land ten deel gevallen bij de loting van 16 en 17 december 1621 en van 6 januari 1622. Betaald met een obligatie van 3.500 tonnen turf met 100 gulden rente. Bron: SMH, ora Waddinxveen 8 (FS scan 212) 15-3-1630: Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch, geassisteerd door Maerten Dircksz Bosch, haar zoon en gecoren voogd, verkoopt aan Willem Aertsz een woning met huis en erf met een stuk land, te verongelden voor 1,5 morgen, gelegen in het Zuideinde Bovenweg, strekkende van de Zuideinder Heerweg westwaarts tot de Toegang, belend ten noorden Jan Claesz Crous en ten zuiden Adriaen Claesz Crous, met verschillende lasten. Bron: SMH, ora Waddinxveen 8 14-2-1642: Maerten Dircksz Bosch is vanwege de koop van een hofstede met ca. 6 morgen land schuldig aan Marritgen Maertensdr, zijn moeder, 7.200 gulden. Bron: SMH, ora Waddinxveen 12 10-3-1644: Marritgen Maertensdr, weduwe van Dirck Jansz Bosch, geassisteerd door Maerten Dircksz Bosch, haar zoon en gecoren voogd, verkoopt aan Govert Ghijsbertsz Sloth een stuk hooi- en veenland, te verongelden voor 4 morgen, gelegen in het Zuideinde Bovenweg. Betaald met een custingbrief van 2.050 gulden. Bron: SMH, ora Waddinxveen 13 28-3-1652: Maerten Dircxsz Bosch, Arien Claesz als man en voogd van Ida Dircx Bosch, Dirck Aertsz, voor zichzelf en vervangende Heijman Jansz, getrouwd met Ingetgen Aerts, zijn zus, Maerten Dircxsz Bosch als voogd van Neeltgen en Annetgen Aertsdr, minderjarige kinderen van Aert Dircxsz Bosch, Cornelis Jacobsz Verduijn en Aert Kersz, kinderen van Annitgen Dircx Boschdr, Jan Kersz, voor zichzelf en vervangende Jan Jansz Croes, zijn zwager, kinderen van Lysbet Dircx Boschdr, mitsgaders Cornelis Cornelisz Schouten als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Marritgen Dircx Bosch, allen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van za. Maritgen Maertensdr, machtigen Abraham de Bock, bode van Bloemendaal, om uit hun naam voor het gerecht van Bloemendaal te transporteren aan Johan Balbiaen, secretaris van deze polder, een custingbrief met de rest van 2.200 gulden, door Maerten Dircxsz ten behoeve van Marritgen Maertensdr op 14-2-1640 gepasseerd voor het gerecht van Zuid-Waddinxveen. Heijman Ja Bron: SMH, ona Gouda 319, aktenr. 14 | Bosch, Dirk Jans (I3828)
|
| 3627 | Marritgen Willemsdr, weduwe van Jan Cornelisz Vermij met als voogd haar broer Ouwe Jan Willemsz, voor een helft en Arien Cornelisz Vermij als oudste zoon en voogd van zijn vader Cornelis Willemsz Vermij voor 1/4 deel en Arien Cornelisz voor zichzelf en handelend namens Marigen Cornelisdr, weduwe van Pieter Claesz en Jacob Jansz getrouwd met Neeltgen Cornelisdr, verkopen aan Zevert Jansz een perceeltje land in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg als 1/6 deel van een groot perceel veenland, strekkend in het geheel van het veenpad tot het land van Dirck Heijndricx, belend ten zuiden Jan Willemsz en ten noorden Jacob Cornelisz Trom. Koopsom 10 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 57, p. 27v, d.d. 21-11-1616 | Vermij, Cornelis Willems (I3342)
|
| 3628 | Marritie; o. Gerrit Rijcken en Brecht Huijgen; g. Haecht Huijgen | Gerrits, Marritje (I1126)
|
| 3629 | Marritje Jans Eling trouwt als weduwe op 30-12-1696 te Gouda met Leendert Joosten Korthals. | Eling, Jan Abrahams (I1020)
|
| 3630 | Marritje krijgt bij het ene kind het patroniem "Dircks" en bij het andere kind het patroniem "Cornelis". Ik denk dat Cornelis Dircksz Peck haar vader was en Dirck Cornelisz Peck haar broer. --- Cornelis Dircksz Peck (pijpmaker) 1674 (volgens www.claypipes.nl 1667-1679 Cornelis Dircksz Peck) Dirk Cornelisz Peck 1696 (volgens www.claypipes.nl 1681-1691 Dirck Cornelisz Peck) Dirck Peck 1697-1704 --- Cornelis Dircksz PECK -- fol. 080 [Koningstraat; pijpmaker] Bron: Indices op de namen in het kohier van het zout-, zeep-, heren- en redemptiegeld voor de stad GOUDA, 1680 (toegangsnr. ac1, inv.nr. 2296) --- Walestraat nz 5 (verpondingsnr. 264) (breed 15 / 2) (kad. C 468) (wijk C 103): 1632 - 1677 ac 1 inv.nr. 1878 blz. 22 Gideon Michyelsz » Pieter Syvertsz » Cornelis Dircksz Peck » Abraham Mansvelder » Ermpje van den Burgh, vrouw van Jan Hendricksz Verhey ƒ 3.14.10 25-04-1670 ac 2 inv.nr. 359 blz. 025v gemachtigde van Maria van den Brande, wed. Claes Dammasz Vlacksij » Cornelis Dircs Peck 02-05-1692 ac 2 inv.nr. 364 blz. 253 kinderen van Cornelis Dircx Peck » Abraham Mansvelder | Pek, Marritje (I2488)
|
| 3631 | Mart 1 Dingeman s. van Jan Lenartz | Jans, Dingeman (I1743)
|
| 3632 | Marten Orges (ongeveer 1560? - Beekbergen, 9 september 1626) was een Nederlandse papiermaker die op de Veluwe woonde en in Beekbergen overleden en begraven is. Zijn herkomst is onzeker. Uit zijn grafschrift in de N.H. Kerk in Beekbergen: 'Anno 1626 den 9 september is inde Here Gherust Meister Marten Orges den Olsten Pappyere Maecker Ghewest in Gelderlandt' blijkt dat hij de eerste papiermaker in Gelderland geweest zou zijn. Zijn vrouw heette Geertje Dirx Schut(ten), overleden 1638. Zij pachtten in 1601 een molen (de Tullekensmolen) in Beekbergen en hadden drie zoons, waarvan één uit een eerder huwelijk van Geertje. Hun zoon Daniël overleed in 1636 aan de pest. Zoon Pouwel Martens was papiermaker te Ugchelen. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Marten_Orges --- Kleine Hattem/Hattemmolen te Apeldoorn De molen werd gesticht in 1612/3 door Jan Jansen aan een zijtak van de Ugchelse Beek. Papiermaker was Timen. In 1625 werd de molen verkocht aan Paul Martens zoon van Marten Orges. In 1672 wordt Daniël Pauls Schut vermeld. Zijn nazaten bezaten de molen tot ver in de 18e eeuw. Bron: http://www.molendatabase.org --- Tullekensmolen (zuid) te Beekbergen In 1535 werd toestemming verleend hier een molen te bouwen. In 1601 werd de molen verpacht aan Marten Orges, die van de korenmolen een papiermolen maakte. Bron: http://www.molendatabase.org --- In 1626 werd Paul Martens de eigenaar, zoon van Geertje Schut en Marten Orges en stiefbroer van Jacob Jacobs. (...) De 3 watermolens in Uchelen en de windmolen, de 3 Hattem molens en de Winkewijert waren tot ca. 1780 in handen van de nazaten van de(stief)zonen van Geertje Schut en Martin Orges. De nazaten zijn allemaal neven en nichten 'Schut'. Ook vrouwen behielden hun erfdeel bij de papiermakers. Bron: http://www.ugchelen.org | Orges, Marten (I2435)
|
| 3633 | martij 6 Peter ten overstaan des vaders Adriaan Henricks, moeder Heeske Peters. | Randwijk, Pieter Adriaans (I2640)
|
| 3634 | Martijntgen Maertensdr, weduwe en boedelhoudster van Jacob Adriaen Egbertsz, geassisteerd door Gillis Jacobsz, haar oudste zoon en gecoren voogd, voor zichzelf voor de ene helft, mitsgaders dezelfde Gillis Jacobsz mede voor zichzelf en zich sterkmakende voor Aert Jacobsz, zijn absente broer, en voor Marrichgen en Heijltgen Jacobsdr, zijn ongetrouwde en absente zussen, naast Dammas Cornelisz (die de vader is van de volgende kinderen) als voogden van de nagelaten weeskinderen van Lijsgen Jacobsdr, waarvan Adriaen Dammasz, mitsgaders Thonis Harmansz als man en voogd van zijn huisvrouw, voor henzelf, en voornoemde Dammas Cornelisz zich sterkmakende voor Jan Dammasz en Gerridt Jansz van Homburch, zijn absente mondige zoon en schoonzoon, idem Egberdt en Adriaen Jacobsz, mitsgaders Claes Thonisz als man en voogd van Trijntgen Jacob Adriaen Egbertsdr, samen voor acht negende delen in de andere helft, dragen over aan Dirck Jacobsz, hun zoon, broer, zwager en oom (die het resterende negende deel in de Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 02-06-1633 (FS scan 103) --- Dezelfde personen als boven, met Dirck Jacobsz en zonder Claes Thonisz, dragen over aan Claes Thonisz, hun zwager en oom (die het resterende negende deel bezit), 1/2 morgen land in een weer van 6 morgen, gelegen in de zuidzijde van Benschop, beneden de kerk, strekkende de 6 morgen als boven, belend boven voornoemde Dirck Jacobsz volgens transport van vandaag en beneden Henrick Gerritsz met 13 morgen. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 02-06-1633 (FS scan 104) --- Aert en Adriaen Jacobsz, broers, elk voor zichzelf, Claes Thonisz als man en voogd van zijn huisvrouw, Jan Dammasz voor zichzelf, Fijchgen Dammasdr met Dammas Cornelisz, haar vader, en dezelfde Dammas Cornelisz zich sterkmakende voor Gerridt van Homburch, getrouwd met Marrichgen Dammasdr, mitsgaders voor al zijn absente mondige en onmondige kinderen verwekt bij Lijsgen Jacobsdr, Neeltgen Cornelis, weduwe van Gillis Jacobs, die van haar kinderen verticht en meesteresse is van haar eigen goederen, met de schout als gecoren voogd, idem de voornoemde Adriaen Jacobsz en Gerridt Petersz uit Cappel als ooms en bloedvoogden van het nagelaten weeskind van Egberdt Jacobsz, verwekt bij Hillichgen Petersdr, mitsgaders dezelfde Adriaen Jacobsz nog als oom en voogd van het nagelaten weeskind van Dirck Jacobsz, verwekt bij Grietgen Henricxdr, samen kinderen, kleinkinderen en erfgenamen van zaliger Jacob Adriaen Egbertsz en Martijntgen Maertensdr, dragen over aan Cornelis Henrickxz Lange en Heijltgen Jacobsdr, echte Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 13-06-1637 (FS scan 141) --- Hillichgen Gerretsdr, weduwe van Giellis Dammisz neergeslagen, geassisteerd door Gerrit Crijnen, haar vader, en Crijn Gerritsz, haar broer, haar gecoren voogden, ook voor zichzelf en vervangende al haar vrienden en verwanten, voor het hen aangaat, Dammis Cornelisz als vaader, Jan, Thonis, Cornelis, Maerten en Aert Dammisz, broers, Gerret Jansz van Homburch, Arien Cornelis van den Uijtwech en Coen Saerssen, zwagers van voornoemde Giellis Dammisz neergeslagen, voor hen zelf en zich sterkmakende voor hun mede vrienden en verwachten, machtigen Cornelis van Hijselendoorn, Cornelis Boschman en Hijop Vos, procureurs voor het Hof van Holland, Cornelis van Portengen, Jan de Wijs en Floris van Eeuwick, procureurs voor het Hof van Utrecht, uit hun naam, als Pieter Daemensz een pardon verkrijgt betreffende het ongeluk. [Akte niet volledig.] Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beh.nr. O063), inv.nr. 1879, aktenr. 79, d.d. 00-03-1645 (FS scan 424) --- Dammis Cornelisz, wonende te Benschop, als vader van Giellis Dammisz, zijn overleden zoon, en zich sterkmakende voor zijn andere kinderen, machtigt Gerrit van Lienden en Cornelis Coetsvelt, procureurs voor het Hof van Utrecht, in de zaak tegen Pieter Daemen Baggerman, vanwege de doodslag door hem op 28-02-1645 begaan van Giellis Dammisz, de zoon van de comparant. Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beh.nr. O063), inv.nr. 1879, aktenr. 97, d.d. 23-06-1647 (FS scan 451) --- Jan Dammisse, voor zichzelf, Arien Cornelisse, getrouwd met Fijggie Dammisse, Coen Sandersse als man en voogd van Mensje Dammisse en Meerten Dammisse, mede voor zichzelf, hen samen sterkmakende voor Theunis en Aard Dammisse, allen kinderen van Dammis Cornelisse die "door hooge ouderdom tot swackheijt van sinnen gevallen is" en dus voor dezelfde Dammis Cornelisse compareerden, dragen over aan Claas Gorisse een hofstede en berg met 2,5 morgen land, gemeen liggende met 3,5 morgen huurland, toebehorende de Prins van Oranje, gelegen in het zuideinde beneden de kerk van Benschop, bij de nieuwe steenbrug, strekkende van de halve Benschopper voorwetering tot de halve landscheiding tussen Benschop en Lopik, belend ten oosten voornoemde Claas Gorisse zelf en ten westen Jan Bastiaense met hun hofsteden. [Schuldbrief van 3.200 gulden volgt.] Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 258, fol. 48, d.d. 29-05-1660 | Cornelis, Daam (I711)
|
| 3635 | Martijntgen Maertensdr, weduwe en boedelhoudster van Jacob Adriaen Egbertsz, geassisteerd door Gillis Jacobsz, haar oudste zoon en gecoren voogd, voor zichzelf voor de ene helft, mitsgaders dezelfde Gillis Jacobsz mede voor zichzelf en zich sterkmakende voor Aert Jacobsz, zijn absente broer, en voor Marrichgen en Heijltgen Jacobsdr, zijn ongetrouwde en absente zussen, naast Dammas Cornelisz (die de vader is van de volgende kinderen) als voogden van de nagelaten weeskinderen van Lijsgen Jacobsdr, waarvan Adriaen Dammasz, mitsgaders Thonis Harmansz als man en voogd van zijn huisvrouw, voor henzelf, en voornoemde Dammas Cornelisz zich sterkmakende voor Jan Dammasz en Gerridt Jansz van Homburch, zijn absente mondige zoon en schoonzoon, idem Egberdt en Adriaen Jacobsz, mitsgaders Claes Thonisz als man en voogd van Trijntgen Jacob Adriaen Egbertsdr, samen voor acht negende delen in de andere helft, dragen over aan Dirck Jacobsz, hun zoon, broer, zwager en oom (die het resterende negende deel in de Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 02-06-1633 (FS scan 103) --- Dezelfde personen als boven, met Dirck Jacobsz en zonder Claes Thonisz, dragen over aan Claes Thonisz, hun zwager en oom (die het resterende negende deel bezit), 1/2 morgen land in een weer van 6 morgen, gelegen in de zuidzijde van Benschop, beneden de kerk, strekkende de 6 morgen als boven, belend boven voornoemde Dirck Jacobsz volgens transport van vandaag en beneden Henrick Gerritsz met 13 morgen. Bron: RHC RL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 257, d.d. 02-06-1633 (FS scan 104) | Hermans, Teunis (I1390)
|
| 3636 | Martijntje Schriek wed: Pieter de Bruijn [Ouderdom.] 78 [Woonplaats.] Raam | Schriek, Martijntje Ariens (I2834)
|
| 3637 | Martius 17 een kint van Aert Jansz en Krijntgen Ariens genaemt Theunis, getuijgen Jans Senten uijt Achterlant, Pieter Willemsz en Marike Ariens uijt Achterlant. | Jans, Teunis Aart (I1711)
|
| 3638 | Matheus Cornelisz als weduwnaar en boedelhoudster van Maritgen Gherijtsdr ter eenre en ter andere zijde Pieter Gherijtsz als oom en bloedvoogd van de kinderen van voornoemde Maritgen Gherijts, zijn zuster, met name Cornelis, Gherijt en Heijnrick Matheusz en Geertgen Matheusdr geassocieerd met zijn neef Gherijt Florijsz, doen boedelscheiding. Matheus Cornelisz ontvangt het voorhuis met de nieuwe kamer en de keuken tot aan de helft van 't middelschot tussen het achterhuis en de keuken met de grote schuur op de Rijn met het erf en het erf aan de zuidzijde der schuur tot aan het westeinde der schuur. Hierbij nog het erf tussen het huis en de schuur, beginnende 3 voet van de eerste deur in het achterhuis af oostwaarts naar de nieuwekamer en weer van de 3 voet dwars westwaarts op tot aan de grote schuur; nog de helft van 7½ morgen eigenland, liggende achter de andere helft, het gehele weer liggende onder Oudshoorn strekkende van de Rijn tot de Oudshoornse weg, belend ten oosten Floris Heij en ten Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 134v, d.d. 23-04-1597 --- Cornelis Matheusz, wonende te Woubrugge, verkoopt aan zijn vader Matheus Cornelisz 1/4 deel van een achterhuis met berg en schuur staande aan de Heimansbrug; nog 1/4 deel van de helft van 7½ morgen land, strekkende voor uit de Rijn tot aan het landvan Matheus Cornelisz; nog 1/4 deel van 2 morgen 2½ hond land, strekkende van de Oudshoornse weg tot aan de Duikerwetering, belend ten oosten de erfgenamen van Jacop Willemsz van der Burch en ten westen Nijclaes van Alckemaede. 3/4 blijft aan de twee broers van de comparant en zijn zuster. Koopsom 550 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 85, d.d. 08-02-1607 --- Jan en Floris Cornelisz, Cornelis Matheeusz, getrouwd met Lucia Cornelisdr, Jacob Harmansz, getrouwd met Oude Maritgen Cornelisdr, Leendert Heijnricxsz, getrouwd met Catrijntgen Cornelisdr, Heijnrick Willemsz, timmerman, getrouwd met Neeltgen Cornelisdr, Jan Cornelisz, timmerman, getrouwd met Geertgen Cornelisdr, kinderen van wijlen Cornelis Jansz en Fijtgen Jansdr. Deling van de ouderlijke nalatenschap. Jacob Harmansz komt toe: een huis, erf en schuur in de Bruggestraat van Alphen, belend ten oosten de Rijn, ten zuiden de gemene steeg, ten westen Lucia Schavers, ten noorden de Bruggestraat; 8 hond veenland onder Esselickerwoude in de Honskoop; de koeien en onverdeelde goederen. Hij neemt op zich de verzorging van de innocente Jonge Maritgen Cornelisdr, zuster van zijn vrouw, alsmede de lasten op het huis drukkende. Broers en zusters dragen jaarlijks 100 gulden voor de verzorging van Jonge Maritgen bij. Als weesmeesters te Alphen vermeld: Jan Roelen en Dirck Dircxsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 5, p. 107v, d.d. 09-05-1618 --- Hendrick IJsbrantsz Muijen, wonende te Koudekerk, getrouwd met Maritgen Matheeusdr van der Sluijs en Cornelis Gerritsz Booman, getrouwd met Lijsbet Matheeusdr van der Sluijs, voor één helft erfgenamen van Jan Matheeusz van der Sluijs, "innocente persoon", omtrent 4 jaar geleden binnen Oudshoorn overleden, mitsgaders mede naast Cornelis Gerritsz Booman, ieder voor 1/4 deel erfgenaam van de andere helft, Sijmon Gerritsz van Leeuwen wonende te Aarlanderveen, als weduwnaar van Geertjen Matheus van der Sluijs, mede voor 1/4 deel, Evert Aertsz Blaserios, getrouwd met Maritgen Servaesdr [Cornelisdr?] te Rijnsburg voor zichzelf en vervangende Stijntgen Servaesdr [Cornelisdr?], ongehuwd, wonende te Rijnsburg en Pieter Claesz Schouten te Alphen, als vader en voogd van Claesz Pietersz Schouten, geboren uit Fijtgen Cornelisdr, vervangende Gijsbert Dircksz de Jongh te Rijnsburg, getrouwd met Geertjen Cornelisdr van der Sluijs, allen kinderen en kindskinderen van Cornelis Matheeusz van der Sluijs, mede voor 1/4 d Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 6, p. 30, d.d. 17-05-1657 | van der Sluis, Cornelis Matheus (I2906)
|
| 3639 | Matheus Jansz, ende Sijtgen Claesdr zijn huijsvrouwe, met Jan ende Lijsbet, heur beijder kinderen, mitsgaders Claes ende Maritgen Lenaerts soon ende dochter, haer voorkinderen – 6 hoofden [altsamen arm] Bron: Vriezekoop - Hoofdgeld 1623 22-4-1624: Brief tot verzekering. Baert Cornelisz, wonende aan de Drecht onder Vriezekoop, als vader en voogd zich sterkmakende voor Jannetgen Baerts, zijn mondige dochter, weduwe van Thijmon Pietersz, idem Cornelis Baertsz, Neeltgen en Stijntgen Baertsdr, zijn nog onmondige kinderen, mitsgaders Wouter Pietersz, die mede compareerde, getrouwd met Guertgen Baertsdr, kinderen en erfgenamen van za. Machtelt Claesdr, in leven huisvrouw van voornoemde Baert Cornelisz, Jan Willem Gijssoon, wonende te Nieuwveen, als interveniërende voogd van de kinderen van Lenert Claesz, verwekt bij Sijtgen Claesdr, met namen Claes Lenertsz en Maritgen Lenertsdr, mitsgaders Aert Corsz, nu wonende in Vroonland, als vader en voogd van Weijntgen Aerts, zijn onmondige weeskind, verwekt bij Dingum Claesdr, samen kleinkinderen en erfgenamen van Maritgen Geritsdr, die weduwe was van Claes Gijsbertsz, die in haar leven woonde aan de Vriezenweg onder Vriezekoop. De boedel van Maritgen Geritsdr was bezwaard met veel schulden en last ELO, ora Rijnsaterwoude 4, fol. 137v (FS scan 407/556). 6-4-1638: Cornelis Thamasz, wonende aan de Drecht, getrouwd met Maritgen Leenderts, als dochter en mede erfgenaam voor de ene helft van Lenert Claesz en Sijtgen Claesdr, beiden overleden, verkopen aan Claes Lenertsz, wonende te Leiderdorp, de gerechte helft van een huisje en erf, gelegen aan de Drecht onder Vriezekoop, waarvan de koper als mede zoon en erfgenaam van de overledenen en dus zwager van de comparant reeds de andere helft bezit, belend in het geheel ten oosten en zuiden Louris Pietersz, ten westen voornoemde Louris Pietersz en de Drecht en ten noorden de Drecht. Custingbrief van 65 gulden volgt. Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 6, fol. 47v. | Claas, Leendert (I4040)
|
| 3640 | Mathijs Andriesz van Cempen jongman met Jannetge Pieters jonge dochter beijde woonende alhier in 's Gravenhage. | Gezin: Matthijs Andries van Kempen / Jannetje Pieters Staal (F1754313542)
|
| 3641 | Mattheus Ariense van Swanenbeek J.m. en Marigje Jans van der Vrijehoeve J.d. zijn alhier den 21 Nov. 1680, met bescheijd van Bodegraven en Swammerdam getrouwt --- Den 16 november 1707 Mattheus Ariensz Swanenbeek wedr. van Maria Jansz van 't Hof tot Segveld en Neeltje Cornelis van den Berg J.D. tot Segveld getuijgen was van de bruijds sijde Cornelis Joosten van den Bergh vader. Alhier getrouwt op den 4 Decemb 1707 Bron: Zegveld - NH trouwboek | Gezin: Mattheus Ariens Swanenbeek / Marrigje Jans van de Vrijhoef (F1754313121)
|
| 3642 | Matthieus fils de Isaac Fourmereux et de Catherine Stallin T. Pierre Frans, Jaques Lautoine Jeane, Isaac, Sara Frans | Vernoij, Matthijs Isaks (I3344)
|
| 3643 | Meerten Willemsz J.M. onder Achthoven met Diewertje Gijsberts J.Dr. van Geesdorp zijn tot Wourden getrout den 24 november 1654 --- Aelbert Baltes Spruijt wed. van Lijsbet Cornelis Stultich met Dieuwertje Gijsberts Geesdorp wed. van Meerten Willemsz van der Greft dese persoonen zijn getrouwt tot Noorden den 18 november 1674 Bron: Noorden - NH trouwboek | Gezin: Maarten Willems van der Greft / Dievertje Gijsberts Geestdorp (F1754313268)
|
| 3644 | Mees Huygen Houck en Aeltgen Bouwens, zijn huisvrouw, met Ingetgen en Marritgen, hun kinderen, Huyg Pietersz Houck, een oudt man sijn vader, en Woutgen Gerrits, kindermeijsien. Bron: Hoofdgeld 1622 Reeuwijk [Hogenda/P.J. den Hoed] --- Jan Tomasz en Joest Leendertsz, bloedvoogden van de weeskinderen van Jacop Tomasz, Jan Tomasz, geassisteerd met zijn oom Cornelis Sijmonsz en Joest Leendertsz, geassisteerd met Cornelis Stevensz, verkopen aan Huijch Pietersz Hoeck, wonend te Reeuwijk, 1 1/2 hond hennepland in het Broekveld, strekkend van de Wetering tot het huurland van Willem Leendertsz, belend ten oosten deze Willam Leendertsz en ten westen Jan Jacopsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 15A, p. 161, d.d. 08-05-1603 --- Huijch Pietersz Houck, wonend in Oud Reeuwijk, verkoopt aan zijn zoon Jacob Huijgensz 2 morgen 5 hond land in het Broekveld, genaamd de Bieskamp, strekkend van de "Slouge" (=Sloeije?) in Reeuwijk, door de koper mede overgenomen van Houck voornoemd, tot aan het land van Willem Dircxsz, belend ten oosten Dammis Gerritsz en ten westen de weduwe van Gerrit Cornelisz Craen. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 29, d.d. 03-02-1619 --- Huijch Pietersz Houck, wonend in Oud Reeuwijk, verkoopt aan zijn zwager Brant Sijmonsz 2 morgen 3 1/2 hond land te Zwammerdam, genaamd de Bijscamp, strekkend voor van de de Oudewegswetering tot het land van Gerrit Eversz, belend ten oosten de comparant en ten westen Brant Sijmonsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 30, d.d. 03-02-1619 --- Jacob Huijgensz, wonend in Reeuwijk, verkoopt aan Huijch Pietersz, mede wonend aldaar, een losrente, hoofdsom 200 gulden. Gesteld onderpand: 2 morgen 5 hond land in het Broekveld, genaamd de Bieskamp, strekkend van de Slouge (=Sloeije?) in Reeuwijk, door de koper mede overgenomen van Houck voornoemd, tot aan het land van Willem Dircxsz, belend ten oosten Dammis Gerritsz en ten westen de weduwe van Gerrit Cornelisz Craen. Geroijeerd 28-05-1628. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 30v, d.d. 03-02-1619 --- Brant Sijmonsz, wonend te Zwammerdam, verkoopt aan Huijch Pietersz Houck, wonend in Oud Reeuwijk, een losrente, hoofdsom 600 gulden. Gesteld onderpand: 2 morgen 3 1/2 hond land, genaamd de Bijscamp te Zwammerdam, strekkend voor van de Oudewegswetering tot het land van Gerrit Eversz, belend ten oosten de comparant en ten westen Brant Sijmonsz. Geroijeerd 02-07-1628. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 31v, d.d. 03-02-1619 --- Huijch Pietersz Houck, weduwnaar van Iggetgen Jacobsdr voor de helft en Pieter Huijgen, Jacob Huijgensz en Mees Huijgensz, ieder voor zichzelf, Boeijen Cornelisz, man en voogd van Maritgen Huijgendr, Brant Sijmonsz, man en voogd van Catelijntgen Huijgendr en Cornelis Claesz, als man en voogd van Neeltgen Huijgendr, ieder voor 1/7 deel van de andere helft, dragen op aan hun broer Cornelis Huijgensz 6 morgen 4 hond land, waaronder een hennepwerf van 1 hond, in het Broekveld, strekkend uit de Reeuwijkse wetering tot aan het uiterste kamp van 7 hond van Mees Huijgensz, belend ten westen Jacob Huijbrechtsz en Bruijn Willemsz en ten oosten Mees Huijgensz, Steven Sijmonsz en Jacob Gerritsz. Belast met 200 gulden en nog 1/3 deel van 100 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 38, d.d. 20-05-1619 --- Cornelis Huijgensz, jongman te Reeuwijk, verkoopt aan zijn vader Huijch Pietersz Houck een losrente van 24 gulden per jaar. Gesteld onderpand: 6 morgen 4 hond land, waaronder een hennepwerf van 1 hond, in het Broekveld, strekkend uit de Reeuwijkse wetering tot aan het uiterste kamp van 7 hond van Mees Huijgensz, belend ten westen Jacob Huijbrechtsz en Bruijn Willemsz en ten oosten Mees Huijgensz, Steven Sijmonsz en Jacob Gerritsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 39, d.d. 04-05-1619 --- Huijch Pieters Houck, weduwnaar van Igget Jacobsdr voor een helft en Jacob, Mees en Cornelis Huijgensz, ieder voor zichzelf, Boeijen Cornelisz, man en voogd van Marijtgen Huijgendr, Brant Sijmonsz, man en voogd van Catarijntgen Huijgendr en Cornelis Claesz, man en voogd van Neeltgen Huijgendr, ieder voor 1/7 deel voor de andere helft, allen kinderen van Iggetgen Jacobsdr, dragen over op Pieter Huijgen, hun zoon en broer, 2 morgen 3 1/2 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oudeweg tot het land van Cors Heijndricxsz, belend ten oosten Gijs Cornelisz en ten westen Brant Sijmonsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 39v, d.d. 04-05-1619 --- Huijch Pietersz Houck, weduwnaar van Iggit Jacobsdr, voor een helft en Pieter, Jacob en Cornelis Huijgensz, voor henzelf, Boeijen Cornelisz, man en voogd van Marijtgen Huijgendr, Brant Sijmonsz, man en voogd van Catarijntgen Huijgendr en Cornelis Claesz, man en voogd van Neeltgen Huijgendr, ieder voor 1/7 deel voor de ander helft, allen kinderen van Iggetgen Jacobsdr, dragen op aan Mees Huijgensz, hun zoon, broer en zwager, 3 morgen 4 hond land in het Broekveld, strekkend uit de Oude Reeuwijkerwetering tot het land van Cornelis Huijgensz, belend ten westen Cornelis Huijgensz en ten oosten Steven Sijmensz; nog 1 morgen 1 hond land, genaamd "de zevenhonds camp" in het Broekveld, strekkend van het land van Cornelis Huijgensz tot in de Oudbodegraverwetering, belend ten westen Bruijn Willemsz en ten oosten Jielis Gerritsz. Belast met 100 gulden en 2/3 deel van 100 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 17, p. 40v, d.d. 04-05-1619 --- Pieter Huijgensz leent 1550 gulden tegen 6% van zijn vader Huijch Pietersz Houck. Als hypotheek stelt hij 6 morgen wei- en hennepland op Oud-Reeuwijk. Het land ligt tussen de Oud-Reeuwijkse buitenwatering en de Nieuwdorperwetering en wordt ten oosten belend door Mees Huijgensz en ten westen door Cornelis oude Panckensz. In de marge staat aangetekend dat in 1622 500 gulden en op 14 mei 1628 het verdere restant van de lening is afgelost. Bron: RHCRL, ORA Reeuwijk (beh.nr. R065), inv.nr. 2, fol. 167, d.d. 04-06-1619 | Hoek, Huig Pieters (I3988)
|
| 3645 | Meestal wordt hier in de plaats de naam van Dirck Claesz van Soelen genoemd. Dat is mogelijk, aangezien het patroniem steeds ontbreekt bij Claas van Zoelen. Het is dan wel vreemd dat Dirck niet wordt vernoemd, ondanks dat Claas voldoende zonen krijgt. Cornelis Claesz van Zoelen wordt behalve in het hoofdgeld nergens meer genoemd. Of Dirck of Cornelis de vader is van Claas blijft dus onduidelijk. | van Zoelen, Cornelis Claas (I3627)
|
| 3646 | Meij den 18en sijn alhier getrout Pieter Paulze Klapwijk J:M: geboortig van Moerkappelle met Lidewij Jans van der Snoek J:D: wonende in de Keetel. | Gezin: Pieter Pauls Klapwijk / Lidewij Jans van der Snoek (F1754312849)
|
| 3647 | Meij het lijk van Hendrik Vergunst ... prodeo | Vergunst, Hendrik Pieters (I3278)
|
| 3648 | Meijnert Pieterszen J.g. van Haerlem en Ormke Cornelis J.d. van Rhijnsburgh beijde wonende tot Rhijnsb. den 8 Decemb | Gezin: Meindert Pieters / Ermpje Cornelis (F1754313108)
|
| 3649 | Meijntie dogter van Arent Pauwelsz Conijnenbergh ende Magtelt Cornelis. den 21 Novembris | Konijnenburg, Meinsje Arends (I1941)
|
| 3650 | Melis Coenen, ziek wezende, herroept zijn oude testamenten en stelt een nieuwe op. Hij legateert aan Bastiaen Jansz, de zoon van zijn broer, 150 gulden, een van zijn beste paarden en zijn beste mantel. Als hij overlijdt terwijl de huur van de hofstede nog loopt, mag Bastiaen Jansz deze overnemen. Tot erfgenamen benoemt hij Coen Jansz, Bastiaen Jansz, Peter Jansz, Truijchgen Jans, Anna Jans en Gerrichgen Jans, samen voor twee delen, en zijn zus Mensgen Coenen voor maximaal een deel. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 18-02-1620 (FS scan 345) --- Jan Cornelisz Prins, mede schepen, maakt zijn testament op. Hij legateert uit kracht van het octrooi d.d. 03-01-1593, verstrekt door het Kapittel van Oudmunster te Utrecht, aan Cornelis Jansz Prins, zijn oudste zoon, 4 morgen erfpachtland, met huis, bergen en schuur, gelegen in Kortenhoeven, waar de comparant tegenwoordig woont, waarvan de erfpacht is 6 gld. 6 st. en vier kapoenen per jaar. Het goed moet in de familie blijven. Hij legateert aan zijn andere kinderen, uit kracht van het octrooi d.d. 18-06-1611, verstrekt door de Heer Walraven, heer van Brederode, vrijheer van Vianen, 2 morgen leengoed. Cornelis Jansz mag dit leen op zich nemen voor 1.400 gulden uit zijn erfportie. De andere kinderen krijgen allemaal 4 morgen land, wat zal moeten worden getaxeerd door de schout en schepenen, aangezien niet alle landen even veel waard zijn. Hiervan zijn uitgezonder zijn jongste kinderen, verwekt bij Mariken Jacobs, zijn overleden vrouw, die recht hebben op 7,5 hond land in Scherpenswijk, gemeen met Melis Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 22-02-1621 (FS scan 372) --- Compareerde Aelbert Aertsz de Graeff bode tot Lexmont ende verclaerde van wegen Emmichgen Joosten wede. van Melis Coenen onder Roeloff Dircxsz Stout schout van Laeckervelt als administratie hebbende van Job Dircxsz zijnen zal. broeder gearrest. te hebben soedaenige als Bastiaen Jan Coenen ende Coen Jansz aen hem competeren omme nijet weerloos te worden voor ende alleer den boedel van Melis Coenen zoe veel aengaet de kijnderen van Maeij Selen zall zijn voldaen op poene van andermaell te bep. ende sij schout int arest gaff dat hij Bastiaen nijet schuldich was ende voorts de rest stont, acte voor Phs. Weijer Thonis Jansz schepenen den lesten aprilis 1627. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 30-04-1627 (FS scan 537) --- Coen Jansz, Bastiaen Jansz, Claes Cornelisz en Beernt Gerritsz, allen erfgenamen van Amelis Coenensz, dragen over aan Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, een halfscheiding van 3,5 morgen land gelegen in Kortenhoeven, gemeen met Cornelis Gerritsz Prins. Schuldbrief volgt. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 28-05-1627 (FS scan 540) --- Er was onenigheid ontstaan tussen Maijgen Jacobs, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Prins, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, samen kinderen van voornoemde Jan Cornelisz Prins, verwekt bij voornoemde Marie Jacobs, geassisteerd door Huijbert Jacosbz en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, aan de ene, en Cornelis Jansz, Gerrit Jansz als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen en de kinderen van Cornelis Reijeren, samen voorkinderen van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Niclaes van der Lingen, schout te Lexmond, en Aert Gosensz aan de an dere zijde. Het gaat over de boedelscheiding. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 61, d.d. 18-02-1630 (FS scan 660) --- Maijgen Jacobs, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz en Roeloff Stout, schout te Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Jansz Prins, Gerrit Jansz Prins, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, hun zusters, hier mede present, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van een werfje gelegen in Kortenhoeven, de helft van 2,5 morgen land, gekomen van Melis Coenen, gelegen te Scherpenswijk, die tijdens het huwelijk van de voornoemde weduwe en Jan Cornelisz zaliger is gekocht. De weduwe behoudt de helft van 2,5 morgen gelegen te Scherpenswijk. Cornelis Jansz c.s. krijgt het werfje gelegen te Kortenhoeven, waarbij ze aan Marie Jacobs 50 gulden uit moeten keren, en de voogden van Cornelis Reijersz betalen nog eens 36 gulden aan de wedue. Cornelis Jansz neemt ook het huis en hof Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 65v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 665) --- Marie Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz, haar broer, en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Reijersz als vader en voogd van zijn twee onmondige weeskinderen, verwekt bij Gijsbertgen Jans, zijn overleden huisvrouw, mitsgaders Cornelis Jansz Prins als oom en mede voogd, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van 1,5 morgen land gelegen te Scherpenswijk en 1,5 morgen gelegen in Bolgerijen, door Jan Cornelisz nagelaten en door testament gewild dat de kinderen enige van deze landen erven. Marie Jacobs is ten deel gevallen de 1,5 morgen in Bolgerijen. Cornelis Reijersz c.s. krijgen de 1,5 morgen in Scherpenswijk. De kinderen krijgen 50 gulden van de wedue. In de marge: De kinderen hebben dit bedrag ontvangen, 10-10-1630. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 66v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666) --- Cornelis Jansz Prins, aan de ene, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, samen kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz Prins zaliger, Clara en Adriaentgen bijgestaan door Gerrit Jansz en Roel Jansz de Rie, mitsgaders Grietgen bijgestaan door Huijbert Jacobsz, haar oom en gekozen voogden, aan de andere zijde. Cornelis Jansz is gerechtigd in zijn bestemoeders goederen, maar is niet in staat om het land van zijn vader over te nemen. Daarom krijgen zijn zussen uit 4 morgen erfpachtland en 2 morgen leengoedland uit hun vaders nagelaten goederen de 2 morgen land, gelegen achter het heerlijke goed. Cornelis Jansz hoeft niet mee te betalen aan de reparatie van het huis, hij moet nog wel 150 gulden betalen aan de weduwe van Jan Cornelisz en hij wordt uitgesloten van de 500 gulden die Roel Jansz de Rie als huwelijk goed uit de boedel heeft genoten. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 67, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666) --- Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen Jans, bijgestaan door Cornelis Jansz, hun broer en gekozen voogd, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, bijgestaan door Huijbert Jacobsz, haar oom en gekozen voogd, samen kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz Prins, scheiden door middel van blinde loting de landerijen die hun vader door zijn dood heeft nagelaten. Gerrit Jansz krijgt 5 morgen land, gelegen in Kraaijendaal aan de zuidzijde van de Heikoppersteeg, strekkende van de halve Lakerveldsedijk tot de halve korte kade; nog 7,5 hond land gemeen met de weduwe van Jan Cornelisz Prins in Scherperswijk gelegen. Claertgen Jans krijgt een akkertje land gelegen in Kortenhoeven naast Cornelis Cornelisz van Noordeloos' akker, strekkende van de kooi van Jan Cornelisz tot de halve weth of plas; nog een akker land, aldaar gelegen naast het heerlijk goed van Cornelis Jansz, strekkende van het halve weth tot over de hoge dijk tot de halve w Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 67v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 667) --- Claesgen Ewouts, weduwe van Peter Jan Coenen, als moeder en voogdesse van haar kinderen bij hem verwekt, en Coen Jansz als oom en naaste bloedvoogd van de onmondige kinderen, mitsgaders mede voogd van de onmondige kinderen van Lauwerens Jacobsz verwekt bij Annegen Jans, hebben met goedkeuring van de kamer van justitie te Vianen d.d. 26-01-1631 overgedragen aan Aelbert Aertsz, gerechtsbode te Lexmond, 2,5 morgen land gelegen in Kraaijendaal achter aan de kade, belend boven Elias Jansz of Anna Corsen en beneden de Heikoppersteeg, zoals het de kinderen is aanbestorven door het overlijden van Amelis Coenraetsz de Graeff. Schuldbrief volgt. Bron: RAZU, ORA Lakerveld (toegangsnr. 64), inv.nr. 407, d.d. 28-05-1631 (FS scan 264) --- Grietgen Jan Prinsdr, wonende te Lexmond, gezond van lichaam, herroept alle voorgaande testamenten en stelt een nieuwe op. Ze laat haar roerende en onroerende goederen na aan Willemken Jan Prins, haar zus. De erfgenamen moeten uitkeren aan Sijken, Sara, Cornelis en Adriaentgen Jan Prins, haar halfzussen en halfbroer, 6 gulden per persoon. Ze legateert aan Maria Jacobsdr, haar moeder, 10 gulden per jaar uit haar boedel. Bron: RAZU, Stadsgerecht Vianen (toegangsnr. 410), inv.nr. 9, d.d. 20-12-1632 (FS scan 566) --- Grietgen Jan Prinsendr, geassisteerd door Cornelis Jansz Prins, haar broer en gekozen voogd, draagt over aan Cornelis Cornelisz van Noordeloos een huis en hennipwerf binnendijks en een boomgaardje buitendijks, strekkende van de halve dijk tot de halve waardsloot, eertijds toebehorende Ingins Gijsbertsz; nog 2 morgen land gelegen binnen de Kweldam, samen in Kortenhoeven, belend boven Adriaentgen Jans en beneden voornoemde Cornelis Cornelisz van Noordeloos. Compareerde mede Willemken Jans, geassisteerd door Adriaen Jansz, haar ondertrouwde en toekomende man, en Maijgen Jacobs, geassisteerd door Jan Cornelis Weijer, haar man en gekozen voogd, mitsgaders Cornelis Jansz Prins, voor zichzelf, constitueren hen borg. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 70v, d.d. 13-05-1633 (FS scan 84) --- Adriaen Jansz Roijen als man en voogd van Willemken Jansdr, mitsgaders Jan en Cornelis Jansz de Rie, als broers, voogden van de twee onmondige kinderen van Roel Jansz de Rie, verwekt bij voornoemde Willemken Jans, dragen over aan Grietge Jansdr een halfscheiding van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, gemeen met Marie Jacobs, haar moeder, belend ten oosten de Vicarie waarvan eigenaar is Gerrit van Weert en ten westen de kinderen van IJmert de Groten. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 121, d.d. 23-07-1635 (FS scan 134) --- Coenraet Jansz en Grietgen Jansdr, echtelieden, wonende te Lexmond, beiden gezond, maken hun testament op. De langstlevende krijgt lijftocht van alle goederen. Grietgen Jans, mocht zij de langstlevende zijn, krijgt nog 800 gulden. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 145v, d.d. 31-12-1636 (FS scan 159) --- Mercelis Mercelisz, wonende te Lexmond, draagt over aan Coenraet Jansz, lakenkoper te Lexmond, wat hij heeft verdiend in dienst van de Staten der Verenigde Nederlanden met twee paarden, het ene op de naam van de comparant en de andere op naam van Mercelis Huijbertsz. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 163v, d.d. 05-01-1638 (FS scan 177) --- Compareerde Vincent Aelbertsz gerechtsbode ende verclaerde van wegen Coenraet Jansz laeckencoper tot Lexmond gerechtel. gearrest. te hebben sodanige pen. als Hermen Gerritsz competeren van Adriaen Jansz Roijen dselve nijet weerloos te worden op pene da.., actum in kennisse van de schout Jan Cornelisz Weijer en Aert Bastiaensz schepenen desen 21en junij 1639. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 185v, d.d. 21-06-1639 (FS scan 199) --- Mercelis Mercelisz, wonende in Kortenhoeven onder Lexmond, heeft voor zichzelf en zich sterkmakende voor Maijgen Mercelisdr overgedragen aan Coenraet Jansz, lakenkoper te Lexmond, en Bastiaen Sijloffsz, mede wonende aldaar, zijn en Maijgen Mercelis verdiensten in dienst van de Staten der Verenigde Nederlanden, met twee paarden. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 192, d.d. 30-12-1639 (FS scan 205) --- Cornelis Cornelisz Vettert, man en voogd van Geertruijt Gerritsdr, draagt over aan Coenraet Jansz, lakenkoper te Lexmond, een erf gelegen aan de westzijde van het dorp Lexmond, strekkende van de halve dijk tot de eerste halve sloot van het hoogland, belend ten noorden Henrick Lambertsz bakker en ten zuiden Gerrit Jansz kleermaker. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 23, d.d. 27-06-1641 (FS scan 235) --- Geertruyt Jansdr uit Groeningen, wonende in het huis van Abram van Barten, buurman van Jacob Duyffhuysen, notaris, machtigt Coenraet Jansz, haar broer wonende te Lexmont om grond te kopen in Groeningen of elders. Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 207, aktenr. 56, d.d. 20-06-1645 [Geertruijt Jans van Groningen, j.d. wonende te Lomberdstraet, gaat op 13-05-1646 te Rotterdam in ondertrouw met Jacob Jacobsse, geboren te Rotterdam, wonende ook in die straat.] --- Cornelis Cornelisz Vettert, wonende te Lexmond, draagt over aan Margrite Jan Prins, weduwe van Coenraet Jansz, mede wonende aldaar, een actie van een hypotheek volgens een gerechtelijke akte d.d. 23-03-1648 die ze hebben afgesloten ten behoeve van Gijsbert Henricxsz, gepasseerd voor het gerecht van Lexmond. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 37v, d.d. 14-10-1651 (FS scan 43) --- Maijgen Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz, ziek op bed liggende, herroept oude testamenten en stelt een nieuwe op. Ze legateert aan Grietgen Jans, haar dochter, weduwe van Coenraet Jansz, het eigendom van de helft van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, waar ze de andere helft al van bezit, en een eiken kist. Jan Roeloffsz de Rie en Jan Roeloffsz Prins, broers, voorkinderen van Willemken Jans, haar overleden dochter, krijgen beiden 1,5 morgen land gelegen op Leijdenbolgerij(?). De kinderen van voornoemde Willemken Jans zaliger, verwekt bij Adriaen Jansz van Roijen, krijgen de helft van 2,5 morgen land in Scherperswijk, gemeen met Adriaentgen Gerritsdr de Brouwer, en 300 gulden van Grietgen Jans. Aan Trijntgen, de oudste dochter van Willemke Jans, legateert ze een rok; aan Marigen, haar zus, een huik; en aan Bastiaentgen een rok; verder worden de nakinderen uitgesloten van de erfenis. Tot erfgenamen worden benoemd Grietgen Jans, voor de ene helft, en voornoemde Jan Roeloffsz de Rie en zijn broer, Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 54v, d.d. 06-09-1652 (FS scan 60) --- Willem Cornelisz Weijer en Adriaen Willemsz Cremer, mitsgaders Joost, Adriaen, Cornelis en Jan Philipsz als erfgenamen van Jan Cornelisz Weijer zaliger, voor de helft, en Grietgen Jans, weduwe van Coenraet Jansz, mitsgaders Jan Roeloffsz Prins en Cornelis Jansz de Rie en Cornelis Jansz Prins, vanwege Jan Roeloffsz de Rie, zijn broer, erfgenamen van Maijgen Jacobs, hun moeder en bestemoeder, voor de andere helft, dragen over aan aan Dirck Adriaensz, wonende te Lexmond, een huis en erf, gelegen aan de oostzijde van Lexmond, strekkende van de halve Dijkstraat tot de halve sloot van Claes Cornelisz Bongert, belend ten noorden het kind van Gerrit Claesz en ten zuiden de erfgenamen van Elias Jansz. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 79, d.d. 18-09-1653 (FS scan 84) --- Compareerde Aelbert Vincenten gerechtsbode alhier, ende verclaerde van wegen Aert Marijnisz gerechtel. gearresteert te hebben onder Grietgen Jans wede. van Coenraet Jansz alsodanige huerpen. als hij verschult sal wesen aen Cornelis Marijnisz, acte voor schout Spinhoven ende Jan Coenraetsz schepenen op den 5en junij 1663. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 447, fol. 66, d.d. 05-06-1663 (FS scan 300) --- Adriaentgen Jan Prinsendr, weduwe van Adriaen Jansz, geassisteerd door Jan Adriaensz, haar zoon, en Hendrik Gijsbertsz, haar zwager, voor haar zelf en mede voor Grietjen Jan Prinsendr, weduwe van Coenraet Jansz van Groeningen, vanwege Reijer Cornelisz, haar neef zaliger; Jan Gerritsz Brouwer, Cornelis Cornelisz van Noordeloos, Gijsbert Dircxsz, Cornelis Adriaensz, Willem Gerritsz en Cornelis Henricxsz als mannen en voogden van hun huisvrouwen, en Jan van Hees als rechthebbende van Dirk Gerritsz Brouwer, mitsgaders Jan Cornelisz Prins en Hendrik Jansz van Oosterum als man en voogd van Teuntgen Prinsen, mondige kinderen van Cornelis Jansz Prins, voor hen zelf en hen sterkmakende voor de onmondige kinderen van voornoemde Cornelis Jansz Prins, allen erfgenamen van Clara Jansz Prinsendr. Ze dragen over aan Adriaentgen Aertsdr, weduwe van Cornelis Jansz Prins, Jan Cornelisz Prins en Hendrik Jansz van Oostrum een vierde deel, en de overige comparanten drie vierde delen, van 5 morgen land, gelegen te Kortenho Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 448, d.d. 08-06-1669 (FS scan 31) --- Compareerde Aelbert Vincenten de Graeff geregtsbode alhier ende verclaerde van wegen Griet Jans wede. van Coenraet Jansz geregtelijk gearresteert te hebben alsoodanige p..gten, koorn ende andersints ook drie swartkolde jaerling peert allen toebehoorende Willem Tonisz Nieuboer en tegenwoordig zijnde op seeckere agt mergen lants gelegen op Cortenoever bij den voorsz Nieuwboer vande arrestante in huere hebbende omme daer aen te verhalen de verscheenen ende onbetaelde pagtpenningen, actum in kennisse van de schout, Noordeloos ende Van der Cleij schepenen op den 14e augustij 1672. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 448, d.d. 14-08-1672 (FS scan 91) --- Adriaen de Bout, man en voogd van Vrouwijn van Groeningen, wonende te Utrecht, en Annigje Gibo, weduwe en boedelhoudster van Jan Coenraetsz van Groeningen, geassisteert door Jan Bastiaensz Lossert, haar gekozen voogd, erfgenamen van Grietje Jans Prins zaliger, dragen over aan Hugo Schoonenburg een vijfde deel van 4 morgen, gelegen in Kortenhoeven, gemeen met de koper, die vier vijfde delen heeft gekocht van Gijsbert van der Leijden, procureur te Leerdam, belend boven Hendrik Hermensz en beneden Claes Goossensz, strekkende van de halve weertsloot tot de halve wetering. De koopsom is 200 gulden. Als waarborgen stellen zich Adriaen Jansz van Mourick en Cornelis Aelberden, wonende te Achthoven. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 448, d.d. 18-06-1677 (FS scan 207) --- Aedriaen de Bout, burger en koopman te Utrecht, man en voogd van Vrouken Coenraets van Groeningen, hier present, is schuldig aan Jan Aedriaensz Tienoven en Hendrick Gijsbertsz nomine uxoris 450 gulden vanwege hun gedeelte van twee obligaties, door hun moeder Grietien Jans Prins gepasseerd, de ene van 750 gulden op 29-09-1661, gelicht door Aeriaentie Prins, afgelost 100 gulden en nog openstaand 650 gulden; nog een obligatie van 150 gulden mede ten behoeve van voornoemde Aeriaentie Prins van 15-02-1671, samen 800 gulden, waarvan de comparanten 450 gulden schuldig zijn. Vrouken Coenraets heeft al 100 gulden gekregen met haar eerste man, Steven van Ammerongen, en de overige 350 gulden komen tot last van Annege Gibo Abeerst, weduwe van Jan Coenraets van Groeningen, hun schoonzus. De comparanten zullen over de hoofdsom van 450 gulden jaarlijks een losrente van 5% betalen. Als onderpand stellen ze de helft van 8 morgen land, gemeen met hun voornoemde schoonzus, gelegen in Kortenhoven, belend boven de heer He Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 449, d.d. 27-04-1680 (FS scan 302) --- Kopie. Grietgen Jans Prins, weduwe van Coenraet Jansz van Groeningen, wonende te Lexmond, gezond van lichaam, herroept haar testament van 23-02-1670 voor Anthonij Delneff, notaris te Vianen, en stelt een nieuwe op. Ze benoemt tot enige erfgenaam Jan Coenraets van Groeningen, haar zoon, voor de ene helft. Ze prelegateerd aan haar dochter hetzelfde als haar zoon heeft gekregen. Ze wil niet dat haar erfgoederen door haar dochter Vrouken Coenraets of door haar man Steeven van Ammerongen worden verkocht. De bedoeling is dat de goederen binnen de familie blijven, dus niet mogen vererven op de kant van Steeven van Amerongen, haar schoonzoon. Gepasseerd voor notaris Gerard Adriaensz van Leent, notaris te Vianen, op 28-11-1670. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 449, d.d. 27-04-1680 (FS scan 303) | van Groeningen, Coenraad Jans (I1240)
|