Genealogie Schuurman

Schuurman, Van der Zwam, Van der Leede en Van der Velden

Print Voeg bladwijzer toe

Aantekeningen


Treffers 3,651 t/m 3,700 van 5,326

      «Vorige «1 ... 70 71 72 73 74 75 76 77 78 ... 107» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
3651 Mels Arisz Spruijt en Jan Crijnen van Mastwijck, schepenen van Oucoop.
Bron: RHC RL, DTB Hekendorp en Oukoop (beh.nr. R063a), inv.nr. 2, fol. 18v, d.d. 23-04-1686 (FS scan 24)
Melchior Ariensz Spruijt en Heijndrick Jansz Mastwijck, schepenen van Oucop.
Bron: RHC RL, DTB Hekendorp en Oukoop (beh.nr. R063a), inv.nr. 2, d.d. 13-03-1691 (FS scan 245)
Mel Ariensen Spruijt en Gijsbert Leendertse Blijker, schepenen van Oucoop.
Bron: RHC RL, DTB Hekendorp en Oukoop (beh.nr. R063a), inv.nr. 2, d.d. 05-02-1703 (FS scan 247) 
Spruijt, Mels Ariens (I3866)
 
3652 Melt Huijbrechtsz Vogelair
Geertgen Jacobsdr., sijn huijsvrouwe
kinderen: Neeltgen, Liedewij, Andries, Geertgen en Huijbrecht
Brouckwech in Soetermeer f. 620
Bron: Rijnland - Hoofdgeld 1622
---
[1628 (...) ten noortwesten van den Broucwech, beginnende aen de Zweersloot noortoost opgaende tot het veer van de Noort A toe]
Melt Huybrechtszn Vogelaer (f. 69) een oude huysinge ende erff voor een halff hont, getaxeert op vijff gulden 's jaers, comt den 8en penning: 0,12,8
Den zelven noch zestalff hont zwarlich lant, getaxeert op 9 gulden 's jaers, comt den 5en penning: 1,16,0
Melt Huybrechtszn voornoemt, een smal campgen groot omtrent twe hont, getaxeert op drie gulden tien stuvers 's jaers, comt den 5en penning: 0,14,0
[1633 (...) ten noortwesten van de Brouckwech, beginnende aen de Zweersloot noortoost op gaende tot het veer van de Noort A (...)]
Melt Huybrechtszn Vogelaer, een oude huysinge ende erff voor een halff hondt op: 1,5,0
(f. 77) Den zelven noch zestallf hondt blijvens heellant ten noortoosten daeraen gelegen op: 0,12,6
Melt Huybrechtszn voornoempt, een smal campgen groot 2 hont blijvens hier op: 0,4,8
[1634 (...) Broeckwech]
Melt Huybrechtszn Vogelaer, een oude huysinghe ende erff (Leyens) voor een halff hondt op vijff gulden s' jaers, compt: 0,12.8
[(...) den Buyttenwech tusschen de Voorwech ende de bedijckte Soetermeersemeer]
Melt Huybrechtszn Vogelaer, twee hont een quartier verdolven lant, ut supra: memorie
[(...) tusschen den Brouckwech ende den ringsloot van de bedijcte Soetermeerse meer]
(f. 125v) Melt Huybrechtszn Vogelaer, 5½ hont swarlich landt, op negen gulden 's jaers, compt: 1,16,0
Den selven noch twee hont een quartier verdolven landt daer eenich riet op wast, op 10 stuvers 's jaers, compt: 0,2,0
Melt Huybrechtszn voornoempt noch een smal campgen groot twee hondt op drie gulden tien stuvers 's jaers, compt: 0,14,0
[(...) tusschen den Brouckwech ende de Leytschewalle gelegen]
Melt Huybrechtszn ende Dirck Bovenwater, vier hont verdolven lant, ut supra, compt: memorie
---
Vogelaer, Melt/Melchior Huybrechtss
RA 39, 59 11- 1-1612
“ 39, 133 20- 5-1612
“ 39, 134 20- 5-1612
“ 42, 177v 3- 5-1620
“ 43, 283v 5- 4-1621
PB 237/13,2v 14-11-1633
za. Vogelaer, Melt Huijbrechtss
RA 49, 5 2- 2-1649
“ 49, 5v 2- 2-1649
“ 49, 14v 2- 2-1649
“ 49, 15 2- 2-1649
“ 49, 16 7- 4-1649
“ 49, 16v 7- 4-1649
Bron: Zoetermeer - Transporten en hypotheken, 1601-1650
---
f. 249, dd. 14.11.1633:
Obligatie door Melt Huijbrechtss Vogelaer t.b.v. Cijtgen Cornelis, wede. v. Mees Janss Stompwijk, em Jan Meess Stompwijck, haar zoon.
Bron: Zoetermeer - Transporten en hypotheken, 1631-1646
---
Vogelaer, Melt Huijbrechtss
PB 237/13,2v 14-11-1633
Bron: Zoetermeer - Transporten en hypotheken, 1627-1647 
Vogelaar, Melten Huiberts (I3428)
 
3653 Men laat een iegelyk by dezen weten, dat Salomon van Steijn JM en Sijna de Haas JDr beiden geb. en wonende alhier in de Echten-staat zullen vergaderen.
Het 1ste Gebod den 14 April 1811
Het 2de Gebod den 21 - 18--
Het 3de Gebod den 28 - 18--
Getrouwd den 28 April 1811 present den Heer fungerende Maire & deszelfs Adjunct mr. DG van Teijlingen van Camerijk
---
Woensdag den achtentwintigsten december duizend acht honderd een en dertig, des middags om half één ure, zijn voor ons (...) gecompareerd, Salomon van Steijn, weduwenaar van Sina de Haas in leven zonder beroep alhier overleden (...) oud twee en veertig jaren pijpmakersknecht geboren en wonende alhier meerderjarige zoon van Dirk van Steijn in leven pijpmakersknecht alheir overleden, en Elisabeth de Lange zonder beroep wonende alhier in der tijd echtelieden zijnde de moeder hierbij tegenwoordig, en gevende haare toestemming (...), en Barbara van Breda jongedochter oud zes en twintig jaren (...), pijpmaakster geboren en wonende alhier meerderjarige dochter van Flip van Breda, pijpmakersknecht en Johanna Zegveld zonder beroep, echteliedenwonende alhier, zijnde hierbij tegenwoordig en gevende hunne toestemming. (...)
Bron: Gouda - BS huwelijken 
Gezin: Salomon Dirks van Steijn / Sina Abrahams de Haas (F1754312591)
 
3654 Men laat een ijgelijk bij deezen weeten dat Johannes Bron jm. met Marrigje de Lange jdr. beiden gebr. en woonende alhier in den egten staat zullen vergaderen
1e gebod den 18 nov. 1798
ii - - 25 - -
iii - - 2 dec. -
Getrouwd den 2 decr. 1798 present
de burgers Venroij & Grendel
Bron: Gouda - Registers van ontvangst van de impost op het trouwen
---
Den vijf en twintigste augustus agttien honderd dertien des middags ten twaalf uren zijn voor ons (...) gecompareerd Johannes Baron weduwenaar van Maria de Langen alhier overleden (...) oud zes en veertig jaren (...) baandersknegt geboren en wonende alhier meerderjarige zoon van Johannes Baron en Anna Diljé beiden mede alhier overleden (...) en Petronella de Roo, jonge dochter oud drie en twintig jaren (...) pijpmaakster geboren en wonende alhier meerderjarige dochter van Wilhelmi de Roo baandersknegt en Maria Oorlandt hekelster beiden wonende alhier zijnde hier bij tegenwoordig en gevende hunne toestemmingen.
Bron: Gouda - BS huwelijken
---
Woensdag den agtentwintigsten januarij duizend agt honderd agttien des middags ten twaalf uren, zijn voor ons mr. Lodewijk van Toulon Burgemeester der stad Gouda, Ambtenaar van den Burgerlijken Staat op het Raadhuis gecompareerd Johannes Baron weduwenaar van Pieternella de Roo alhier overleden, blijkens doodcedel den zestienden dezer maand alhier afgegeven oud eenenveertig jaren, blijkens doopcedel den zestienden dezer maand alhier afgegegeven, baandersknegt geboren en wonende alhier meerderjarige zoon van wijlen Johannes Baron en Anna Dilje in dertijd echtelieden beiden overleden blijkens doodcedelen den zestienden dezer maand alhier afgegeven en Antonetta van Rooij jongedochter oud drieenwtintig jaren, blijkens doopcedel den zestiendendezer maand alhier afgegeven snuifverkoopster geboren en wonende alhier, meederjarige dochter van Adriani van Rooij overleden blijkens doodcedel den zesentwintigsten dezer maand te Waddinxveen afgegeven en Catharina Jansen zonder beroep wonende alhier in dertijd echtel 
Gezin: Johannes Baron / Antonetta van Rooij (F1754312590)
 
3655 Men laet enen ijgelicken weeten, dat Maerten Willemsz wonende in Blommendael ende Jannitgen Claes van Moordrecht beijde jonge luijden in echten state zullen vergaderen indien etc.
eersten geot den ven martij 1617
T ije gebodt den xij martij 1617
T iije gebot den xixen martij 1617
verandtwoordt vijer gulden
Willem Leendertsz aende Cleijwech
Getrout den iiijen aprilis 1617
Put Craber vrije steendijck .. ende Bos schepenen 
Gezin: Maarten Willems Spanenburg / Jannigje Claas Pauw (F1754313776)
 
3656 Merrighie Willems, weduwe van Jan Mathijsz, geassisteerd door Willem Jelisz Verhaer, haar vader en gecoren voogd, aan de ene, en Mathijs Jansz Groenevelt als grootvader en voogd van Jan en Maerten Jansz Groeneveldt, nagelaten weeskinderen van voornoemde Jan Mathijsz verwekt bij Merrighje Willems Verhaer, aan de andere zijde. Uitkoop. Jan en Maerten hebben ieder recht op 100 gulden en bij overlijden van hun grootouders van moederskant nog eens 75 gulden. De weduwe onderhoudt de kinderen en laat ze naar school gaan.
Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 43, d.d. 18-04-1671
---
Staat en inventaris gemaakt door Aeffgen Andriesen Benschop, weduwe en boedelhoudster van Hendrick Wieren Spruijt, overleden in Oud-Kamerik in mei 1671.
Tijs Jansz Groenevelt krijgt voor gehaalde bieren en geleverde winkelwaren 30 gulden.
Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 110, d.d. 08-01-1672
---
Cornelis Matijssen Groenevelt, Jan Hendriksz Groenendijk getrouwd met Lijsbet Tijssen Groeneveld, Hendrik Claesz den Dubbelden getrouwd geweest met Merrigje Tijssen Groenevelt, Pieter Hendriksz Noortlander in naam van zijn moeder Merrighje Tijssen Groenevelt, Jan Jansz Groeneveld, Meerten Jansz Groenevelt en Hendrik Jaspers Groenendijk, allen kinderen en erfgenamen van Tijs Jansz Groenevelt, in zijn leven gewoond hebbende te Kamerik, dragen over op Jan Claesz Plomp, bode van dit gerecht, een huis en erf op het dorp van Kamerik Staten Gerecht, strekkende van de straat "geut ofte paell" tot de heining van het kerkhof, belend ten zuiden de Kerkstraat en ten noorden het huis van de weduwe van Johan Freser, in zijn leven schout van dit gerecht. De koopsom is 500 gulden.
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 76, d.d. 09-05-1690 O.S. 
Groeneveld, Matthijs Jans (I1225)
 
3657 Met name door de vernoeming van Erkje bevestigt dat Adriaen Dirk Claesz van Immerseel en Ercgen Pietersdr Joosten, won. te Zoeterwoude (zijn ouders vermoedelijk Dirk Claesz en Fijtgen Willemsdr, haar vader Pieter Joosten) de ouders zijn van Willem.
Willem heeft een bekende broer: Adriaen Adriaensz van Immerseel, welgeboren man van Rijnland, ambachtsbewaarder van Zoeterwoude.
Bron: https://www.oudzoeterwoude.nl
---
Nr. 22 d.d. 23-12-1603.
Adriaen Adriaensz. en Willem Adriaensz. kinderen van Adriaen Dirc Claesz. en Erckenrade Pietersdr. beiden zaliger, bekennen uit de weeskist gelicht te hebben hetgene dat hun toekomt, omdat zij tot hun mondige dagen zijn gekomen.
Was getekend: Adriaen Adriaensz., Willem Adriaensz.
Bron: Weeskamer Zoeterwoude: Kwitanties van uitgekeerde weesgelden, akten van uitsluitingen en aanvaarding der voogdij, ingekomen ter weeskamer, 1594-1680, door Anthonius van Tuijn
---
Adriaen Adriaensz van Immerseel, welgeboren man en ambachtsbewaarder van Zoeterwoude, huw. aldaar voor 1613, woont "op de Vliet', leenman van de Hofstad Liesveld; zoon van Adriaen Dirck Claesz, bouwman "Weypoort", Zoeterwoude [Zijl van-1989, p (?),nr 1364].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
Nr. 24 folio 11 d.d. 30-06-1588. De schout, ambachtbewaarders en schepenen van Zoeterwoude, vertegenwoordigende het ambacht met consent van jonkheer IJsbrant van Merode ambachtsheer van Zoeterwoude, zijn schuldig, te weten Claes Jacobsz. en AdriaenDirck Claesz. als kerkmeesters t.b.v. de kerk, de somme van f 18401-08, per jaar f 10-10-00, de kerk gecompeteerd hebbende t.l.v. jonkheer Florijs tSerclaes welke jonkheer Daniel van Wijngaerden ten zijne last genomen had en tegenwoordig komt t.l.v. het ambacht, mits de koop van de Vrouwenweg en het aankleven van dien tegen de voorsz. Wijngaerden gedaan.
Nr. 183 t/m 185 folio 127 d.d. 21-10-1590. Jorijs Meesz., Cornelis Meesz., Dirck Meesz., Pieter Meesz., Willem Jorijsz. gehuwd met Neeltgen Meessendr., Aeltgen Pieter Joostendr. weduwe Gerijt Meesz. geassisteerd door Adriaen Dirck Claesz. haar zwager en gekozen voogd, Lenert Cornelisz. Peetoom stiefvader en Jorijs Meesz. voorsz. als oom en voogden over Fijtgen Meessendr., nagelaten kind van Mees Meesz. verwekt bij Aefgen Adriaensdr., allen kinderen en erfgenamen van Mees Jorijsz. en Fijtgen Cornelisdr. beiden zaliger. (...)
Nr. 52 folio 50v. d.d. 14-05-1597. Willem Claesz. Ket wonende Gelderswoude is schuldig aan Thees Jansz. en Adriaen Dirck Claesz. weesmeesters van Zoeterwoude t.b.v. de kinderen van Pieter Huijgen een losrente van f 12 per jaar tegen de penning 16 met een hoofdsom van £ 192. Hij verzekert dit op een stuk land genaamd tSmale weer groot 2½ morgen in Gelderswoude, belend ten N: Louris Jan Meesz., ten W: Jan Jacobsz., ten Z: Lodewijc Jansz. c.s. en ten O: de Broeksloot. Mitsgaders zijn woning en landen gelegen als voren groot 4 morgen, belend ten Z: Louris Jansz., ten W: de weeskinderen van Cornelis Adriaensz., ten N: Lenert Dirck Costers en ten O: de Broeksloot
Bron: RA Zoeterwoude door Anthonius van der Tuijn 
van Immerseel, Adriaan Dirk Claas (I1571)
 
3658 MEUS Janss, in Zegwaart
3,42 23-03-1605 Jan; get. Cornelis Janss, Dierick Pietersse, Commerken Jans
3,58 18-11-1607 Pieter; get. Adriaen Janss, Cors Pieterss, Marritgen Pieters
3,95 17-11-1613 Marten en Marritge; get. Grietge Claeys, Dirric Heyndricss, Pieter Crijnen, Adriaen Arenss, Gerritge Cornelis
4,51 21-04-1619 Jannetie; get. Chiel Corneliss, Meijsje Pieters
4,64 05-04-1620 Annetie; get. Dirrick Pieterss, Claesjen Pieters, Marritie Arijens
Bron: Klapper dopen Zoetermeer en Zegwaart, 1601-1650
---
Mees Jansz Pier Jan
Claesgen Pietersdr, sijn huijsvrouwe
kinderen: Jan, Pieter, Dirck, Maritgen, Maerten, Jannetgen en Annetgen
Segwaertse wech in Segwaert f. 633
Bron: Hoofdgeld, 1622
---
[Segwaertschewech beghinnende van ’t oosteynde aen Buytenwech]
Mees Janszn Pier Jan heeft een woning als huys erff, schuyer, barch mit derdalff mergen weylant ofte hoeylant de timmeraets geprijsseert jaarlicxs op zes gulden ende de landen de mergen op elff gulden acht stuyvers.
Bron: Zegwaard - Verponding, 1628
---
Pier Jan, Mees Jansz (1638)
za. Pier Jan, Mees Janss (1649)
Bron: Zegwaard - Transporten en hypotheken, 1601-1650a
---
Mees Janss, jonggesel (1603)
Mees Jansz (1605)
Mees Jansz (z. v. Jan Pier Jannen) (1605-1620)
Mees Janss (broer van Frederick Jansz) (1605)
Mees Janss (geh.m. Aryaentge Jans) (1613) [Een andere Mees Jansz, afkomstig uit Voorburg.]
Mees Jansz Pier Jan (1608-1630)
Claesge Pieters, wede. v. Mees Janss Pier Jan (1649)
Bron: Zegwaard - Transporten en hypotheken, 1601-1650b 
Pier Jan, Mees Jans (I2517)
 
3659 Michiel Gerritsz van der Duin Jm. met
Pietertje Pietersdr. van Duinen, van Katw. aan Zee.
den 6 Maij. Attest. na Wassenaar. 
Gezin: Michiel Gerrits van Duin / Pietertje Pieters van Duinen (F1754312835)
 
3660 Michiel Huijbertsz, ende Lijsbet Sijmons dochter sijn huijsvrouwe, met Gerit, Sijmontgen, ende Aeltgen, hare kinderen – 5 hoofden [zijn onvermogent]
Bron: Katwijk aan den Rijn - Hoofdgeld 1623
---
NH dopen Katwijk aan den Rijn:
10-01-1616 Aeltgen; o. Michiel
29-01-1617 Sijmon; o. Michiel Hubertsz
12-06-1622 Gerrit; o. Michiel Hubrechtsz 
Huiberts, Michiel (I4128)
 
3661 Michiel Sijmonsz J.G. in Outshooren met
Lijsbeth Gerrits J.D. van Alphen.
Dese persoonen in den echten staet bevesticht op den 15 sept. ao. 1632 
Gezin: Michiel Simons / Elisabet Gerrits Vaandrager (F1754312107)
 
3662 Michiel Sijmonsz, weduwnaar van Elisabet Gerritsdr Vaendraeger, voor een helft en Willem Gerritsz Vaendraeger voor zichzelf en opkomende voor zijn broer Dirck Gerritsz Vaendraeger, ooms en voogden over de tien nagelaten kinderen van Michiel Sijmonsz voornoemde, voor de andere helft, verkopen aan Simon Jansz Capiteijn, wonende in de Ridderbuurt van Oudshoorn, 5 hond slagturfland in de Grote polder, strekkende van het land gekocht door Jan Jacobsz Capiteijn en van Claes Jansz Outshoorentot Dirck Willemsz Bijlevelt, belend ten oosten Dirck Dircxsz van den Bos en ten westen Jan Jacobsz Capiteijn. Koopsom 900 gulden. Schuldbrief hierop geroijeerd 02-12-1663.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 6, p. 130, d.d. 11-03-1660
---
Meijnsgen Dircksz, weduwe van Simon Jansz Capiteijn, geassisteerd met Dirck Willemsz Lelijevelt en Jan Jacobsz Capeteijn als voogd van het enige kind van voornoemd echtpaar, verkopen aan Willem Dircksz Lelijevelt 5 hond veenland in de Grote polder van Oudshoorn, strekkende van Claes Jansz Outshoorn tot Dirck Willemsz Lelijevelt, belend ten westen Jan Jacobsz Capeteijn en ten oosten jonge Dirck Dircksz Joor. Koopsom 820 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 6, p. 237, d.d. 24-08-1662
---
Meijnsgen Dircksdr, weduwe van Sijmon Jansz Capeteijn, geassisteerd met haar vader Dirck Willemsz Lelievelt, als moeder en voogdes over Lijsbet Sijmonsdr, oud 4 jaar, ter eenre en Jan Jacobsz Capeteijn als grootvader en medevoogd ter andere zijde. Regeling der deling der erfgoederen. Meijnsgen Dircksdr, de weduwe, behoudt al het bezit, als mede de in- en uitschulden en lasten en is gehouden haar dochtertje te onderhouden en op te voeden tot aan haar 20ste jaar of eerder bij haar dochters huwelijk. Het kind ontvangt dan 25 gulden, als uitzet een "zwart kleed en een huijck".
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 7, p. 46, d.d. 30-10-1664
---
Willem Dircksz, Cornelis Dircksz, Dirck Dircksz en Claes Dircksz Lelijvelt, minderjarig met zijn ooms Willem Willemsz Lelijvelt en Willem Dircksz van den Bos als voogden, Claes Dircksz Reijnsburger, getrouwd met Merritge Dircksdr Lelijvelt, Willem Dircksz Lelijvelt, getrouwd met Annetgen Dircksdr Lelijvelt en Pieter Cornelisz Baes, getrouwd met Meijnsgen Dircx Lelijvelt, allen kinderen van Dirck Willemsz Lelijvelt en Merritgen Dircxdr, beiden overleden. Regeling der boedelscheiding. Willem Dircxsz Lelijvelt ontvangt 3 hond land in de Honscoop onder Esselickerwoude, belend ten oosten de weduwe van Pieter Leendertsz van der Aer, ten westen Jan Dircxsz Reijnsburger, ten zuiden de Duikerwetering en ten noorden Michiel Sijmonsz. DirckDircksz Lelijvelt ontvangt 2 morgen 3 hond land in de Grote polder van Oudshoorn, belend ten oosten Jan Dircksz Joor c.s., ten westen Dirck Willemsz van Suijlen, ten zuiden Willem Dircksz Reijnsburger en ten noorden de Duikerwetering; nog 1 morgen land,gelegen als voren, belen
Inhoud 2: Willem Dircksz Reijnsburger ontvangt een huis en erf met beplanting met 3 morgen land, belend ten oosten Pieter Cornelisz Baes, ten westen Willem Dircksz van den Bos, ten zuiden de Oudshoornse dijk en ten noorden Willem Dircksz Lelijvelt.Pieter Cornelisz Baes en Meijnsge Dircxdr Lelijvelt ontvangen 4 morgen land in de Grote Oudshoornse polder, belend ten oosten Sijmon Dircksz Reijnsburger c.s., ten westen Willem Dircksz Reijnsburger, ten zuiden de Oudshoornse dijk en ten noorden Jan Gerritsz Vermij.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 7, p. 201, d.d. 20-02-1670 
Kapitein, Simon Jans (I1833)
 
3663 Mijn vermoeden is dat Dirck Gijsbertsz de vader is van Willem Dircksz Stehouwer. Deels omdat Willem Dircksz land heeft overgenomen dat eerder van Dirck Ghijsbertsz was, deels door de vernoemingen van zijn kinderen.

Zegveld
[Fol. 271v] Peter Claesz bruijckt ij mergen j5 hondt eijgen landts bij eede tsjaers den mergen iij k. gul. facit iij out schilt ix st.
Nu eijgenaer Pieter Cornelisz ende bruijcker Dirck Gijsbertsz
[Fol. 272] Noch die nonnen van Outwijck iiij mergen lants, bruijckt Peter voorsz den mergen tsjaers om xxxvj st. facit iij out schilt xviij st.
Den eijgen blijft, bruijcker Dirck Gijsbertsz
De heeren van St. Jans ‘t Utrecht vijff mergen lant keijsers pacht, bruijckt Henrick Henricxsz in Segvelt tsjaers om ij out schilt
Den eijgen blijft, bruijcker Dirck Gijsbertsz
[Fol. 272v] Noch bruijckt Henrick voorsz thien mergen landts keijsers pacht bij eede tsjaers om x out schilt
Nu eijgenaer ende bruijcker Dirck Gijsbertsz
Bron: Oudschildgeld 1600
---
Willem Dircxsz, wonende te Zegveld, idem Peter Dircxsz, wonende in de Breudijk, voor hen zelf, mitsgaders Claes Hendricxsz Apcou als man en voogd van Ghijsbertgen Dircx, allen erfgenamen van Hendrickjen Cornelis, hun overleden moeder en schoonmoeder, hebben de goederen van hun moeder onderling verdeeld. Willem Dircxsz krijgt 5 morgen land met de helft van een huis, waarvan Willem Dircxsz reeds de andere helft bezit, gelegen te Zegveld. Hij neemt ook alle schulden uit de boedel op zich. Peter Dircxsz en Claes Hendricxsz krijgen 3,5 morgen 150 roeden land te Zegvelderbroek.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld (beh.nr. W180), inv.nr. 2375, aktenr. 18, d.d. 17-05-1643 
Cornelis, Hendrikje (I3876)
 
3664 Minstens drie kinderen:
1. Ghijsbert Dircksz, getrouwd met Hillegont Bruijnsdr
2. Aeltgen Dircksdr, getrouwd met Willem Claes Willemsz
3. Elisabeth Dircksdr, getrouwd met Jacob Claesz Cappiteijn
4. Cornelis Dircksz 
Dirk (I30)
 
3665 Misschien heet Grietje Jans Avemant van haar achternaam. Dan staat haar man Jacob borg voor haar broer Heijndrick die poorter van Leiden wordt. Jans, Grietje (I1667)
 
3666 Mogelijk de dochter van Stoffel Jacobsz en Maritgen Maertensdr, maar geen sluitend bewijs gevonden. Stoffels, Marritje (I3029)
 
3667 Mogelijk een zoon van Cornelis Michielsz de Knegt uit Hillegersberg. Hij trouwt op 29 maart 1637 te Hillegersberg met Aefgen Commers uit Hazerswoude. Cornelis is weduwnaar van Maertgen Cornelis.
---
NH dopen Zoetermeer:
14-04-1669 Neeltje; o. Jan Cornelis en Ariaentje Pieters; g. Sara Cornelis; Voorwegh
28-06-1671 Arij; o. Jan Corneliz en Ariaentje Pieters; g. Machiel Corneliz; Voorwegh
04-02-1674 Maertje; o. Jan Cornelis en Ariaentje Pieters; g. Franckje Pieters en Leendert Pietersz; Voorwegh
15-08-1677 Pieter; o. Jan Cornelis en Ariaentje Pieters; g. Annetje Pieters en Cornelis Pieters; aende meer
19-03-1679 Pieter; o. Jan Cornelis en Ariaentje Pieters; g. Annetje Pieters en Cornelis Pieters; aende meer
23-08-1682 Jan; o. Jan Corneliz en Ariaentje Pieterz; g. Leendert Pieterz en Frankje Pieterz; aende quakel bijde Soetermeersche meer
17-06-1685 Trijntje; o. Jan Corneliz en Ariaentje Pieters; g. Maertje Arienz; aende meer
---
kwakel (quakel): smalle houten voetbrug met vrij steile opgangen aan beide zijden, waarop vaak horizontale latten waren aangebracht om te voorkomen dat men naar beneden gleed; aan weerszijden leuningen; de hoogte van de kwakel moest minimaal zo zijndat boeren er met volgeladen hooischouwen onderdoor konden varen
Bron: Streektaal uit Breukelen en omgeving (2) van Arie A. Manten
---
Genoemd in Transporten en hypotheken 1651-1700 te Zoetermeer
Jan Corneliss (de) Knecht en Jan Corneliss Knecht (won. aen de Voorwech)
van 10 mei 1668 tot 5 maart 1674. 
de Knegt, Jan Cornelis (I1922)
 
3668 Mogelijke broers en zussen uit Haastrecht:
Gerrit Gijsberts Boer
Jan Gijsbertsz Boer
Willem Gijsen de Boer (impost kind 16-07-1700 Haastrecht; impost 18-06-1705 Haastrecht)
Arie Gijsbertsz Boer trouwt op 02-12-1674 voor het gerecht van Haastrecht met Marrigje Maartens Versluijs
Cornelis Gijsbertsz Boer trouwt in 1679 met Jannigje Ariens van Oosten 
Gijsbert (I22)
 
3669 Mogelijke dochter van Claes Adriaensz (zoon van Adriaen Claesz), molenaar, en Emmetgen Rutten (dochter van Ruth Adriaensz, begr. 16-10-1642). Claas, Lijsbet (I572)
 
3670 Mogelijke familieleden:
Maarten Jansz Heinsbroek x Clara de Geus, otr. Rijswijk, tr. 06-11-1689 te Delft
- Johannes, d. 16-12-1691; g. Joris Bleiswijk, Katarina de Jong, Ariaantje Hensbroek
- Maria (Marijtge), d. 15-04-1693; g. Dirk de Geus, Maria Broukmans, Pieternella de Geus
- Johanna (Anna), d. 24-03-1697; g. Joris Bleiswijk, Catharina van 't IJongh, Ida Hensbroek
- Pieternella, d. 01-02-1699; g. Coenraet de Geus, Peternelle de Geus
- Ida, d. 27-07-1700, g. Joris Bleiswijk, Ida Hensbroek
- Catharina (Caatje)
(In 1721 zijn de erfgenamen van Maerten Jansz Hensbroek: Johanna, Catharina en Marijtge Hensbroek en Joris Bleijswijck.)
Ida Jans Hensbroeck x Joris Jacobsz Bleiswijk, otr. Rijswijk, tr. 07-12-1687 te Delft (Ida is op onbekende datum overleden, haar man en 1 minderjarig kind achterlatend.)
- Jacobus, d. 06-11-1688; g. Claas Dircksz van Claveren, Ariaantie Jacobs Bleiswijck, Arijaantie Jans Hensbroeck
- Joannes, d. 26-04-1690; g. Maarten Heinsbroek, Ariaantie Heinsbroek
- Jacobus, d. 26-12-1691; g. Maarten Hensbroeck, Jannetie Joris Bleiswijk, Katrijne Hensbroeck 
Hensbroek, Ariaantje Jans (I1389)
 
3671 Mogelijke kinderen:
Jan Ghijsbert Aelbertsz (ora Zwammerdam 1584, 1588, 1594)
Elbert Gijsbert Aelbertsz (morgenboeken Bodegraven)
---
34: Proevenland van heer Jacob van Endegeest te Leiden (E), Gijsbert Aelbertsz (B) – 7 morgen 383 roeden
1580: Maerten van Endegeest te Leiden en Pieter Gijsbertsz te Bodegraven samen (34+K)
1588: Endegeest Claesz te Leiden en Pieter Gijsbert Aelbertsz samen (34+K)
1592: Pieter Gijsbert Aelbertsz (34+K)
1596: Weduwe van Pieter Gijsbert Aelbertsz (B)
1600: Provenier Endegeest Claesz te Leiden (E), weduwe van Pieter Gijsbert Aelbertsz met haar kinderen (B)
1604: Provenier (E), weduwe van Pieter Gijsbertsz met haar kinderen (B)
1608: Provenier Endegeest Claesz te Leiden (E), Leentgen weduwe van Pieter Gijsbert Aelbertsz met haar kinderen (B)
1612: id.
1616: Leentgen Pieter Gijsbertsz weduwe en haar kinderen (B)
1620: Provenier Endegeest Claesz te Leiden (E), Willem Pieter Gijsbertsz (B)
1624: id.
1628: Willem Pieter Gijsz (B)
1636: jkr. Jan van Endegeest (E), Willem Pieter Gijsbertsz (B)
1640: jkr. Pieter Gerritsz van Endegeest (E), Willem Pieter Gijsbertsz (B)
1644: id.
1648: Erfgenamen van de heer van Endegeest (E), id. (B)
1656: id.
1660: id.
1664: id. (E), Cornelis Willemsz Verswaen (B)

K: Gijsbert Aelbertsz’ hoeve (E/B) – 5 morgen 550 roeden
1580: Maerten van Endegeest te Leiden en Pieter Gijsbertsz te Bodegraven samen (34+K)
1588: Endegeest Claesz te Leiden en Pieter Gijsbert Aelbertsz samen (34+K)
1592: Pieter Gijsbert Aelbertsz (34+K)
1596: Weduwe en kinderen van Pieter Gijsbert Aelbertsz (E/B)
1600: id.
1604: id.
1608: id.
1612: id.
1616: id.
1620: Willem Pieter Gijssen (E/B)
Bron: Bodegraven - Morgenboeken 1580-1680 
Aalberts, Gijsbert (I4187)
 
3672 Mogelijke kinderen:
Neeltje Hendriks Stolker
Chiel Hendricks Stolcker, tr. 18-01-1674 te Benschop met Jannigje Leenderts
Ingentje Hendrix Stolker, tr. 01-02-1680 te Benschop met Maarten Claassen 
Stolker, Hendrik Cornelis (I3037)
 
3673 Mogelijke ouders van Maria.
NH dopen Gouda:
16-03-1664 Jannijchije; o. Jillijs Jansz en Marijchije Frans; g. Stefgen Ghijsberts
18-06-1669 Sijna; o. Jillis Jansen en Marrichijen Jans; g. Trintijen Wouters
---
Mogelijk aanknopingspunt is zus Sijnatje Jelis van Riecken (zie vorige dopen).
Daniel Willemsz van Boxel wordt een zwager genoemd (akte 02-02-1703). Hij laat te Gouda minimaal drie kinderen dopen:
08-01-1690 Willem; o. Daniel van Boxhel en Madaleentie Gerets
02-02-1691 Elijsabeth; o. Daniel Boeckschel en Madaleentie Gerrits; g. Catharijna Jans
05-10-1692 Willem; o. Daniel van Rocksel; g. Catelijntie Jans
[Daniel Willemsz van Boxel komt op 24-05-1701 als weduwnaar van Annetje Jans de Jonge voor in WK Gouda met een kind van 4 weken.] 
van Rijken, Maria Gillis (I2672)
 
3674 Mogelijke vader is Teunis Vreecken. Hij laat een Marritje dopen in 1645, maar ook in 1651. Teunis, Marritje (I3125)
 
3675 Mogelijke vader:
Andries Jansz jonghman van Wijck, met Hendrickghen Jansdr wede. van Adriaen Claesz van Schalckwijck beijde woonende tot Schalckwijck, met attestatie nae Schalckwijck den 17e januarij [1630].
Bron: Wijk bij Duurstede - NH trouwboek
---
"Corns. Andriessen, laest wedenaer van Neeltien Corns. ende nu weder hertrout sijnde aen Aeltien Geurts, woonen. in Schalckwijck, ter eenre, ende Jannichie Cornelis sijne 1e. compts. mundige dochter out ontrent xxvij jaren geprocureert bij devoorsz. Neeltien Corns. za."
Akte: Uitkoop - uit de boedel van Neeltien Cornelis
Uitkoper: Cornelis Andriessen, eerder wedr. Neeltien Cornelis
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 730, aktenr. 40, d.d. 28-04-1677
---
"Cornelis Andriesz woonende in Schalckwijck die oock huert bij desen, seeckere huijsinge hoffstee boomgaerden, mitsgaders de weijen, soo binnen als buijtens-dijx gelegen op Pothuijsen aenden Heull, onder de gerechte van Schalckwijck samen groot ontrent tusschen de ses ende seven mergen"
Akte: Huur en verhuur
Huurder: Cornelis Andriess
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 429, aktenr. 321, d.d. 11-12-1679
---
"vier mergen soo weij als bouwlandt leggende onder den gerechte van Schalckwijk (...) op sestich gul. is gemijnt bij Cornelis Andriesz in Schalckwijck koper gebleven voor desen van ses hondert vijf en sestich gul."
Akte: Openbare verkoping
Huurder: Cornelis Andriesz
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 533, aktenr. 58-7, d.d. 13-10-1692
---
"omme naer haer beesten te sien vreselijck te mishandelen, dat hij de vader met een sprinck stock die hij te vooren dien ouden man hadde ontweldicht vehemente slagen heeft gegeven, dat de stock in stucken brack, ende de voorn. Corns Andriessen als voor doodt op het voorsz gehuerde landt bleeff leggen, den tijdt van omtrent twee uijren, als wanneer hij wat wede bij sijn selven komende, ende niet konnend naer huijs toegaen, het naeste bij tot Hendrick Jansen Moolenaer [zijn schoonzoon] gegaen is, alwaer hij door een chirurgijn wordende verbonden, bevonden wierde, dat hij een gat in sijn hooft, en een aen sijn hande hadde, alsmede het hooft schouderblaeden en d'arm gecontondeert en aen de quetsueren eenige daegen te bedde is blijven"
1697 22/5 [HUA Hof 99-9 nr.97 CvS] Jan Baers zoon van Teunis Baers te Schalkwijk molesteerde Cornelis Andriesz en Geurt Cornelisz diens zoon
---
Akte: Koop en verkoop - vee en roerende goederen
Verkoper: Cornelis Andriesse Colleverius
Bijzonderheden: Geurt Colleverius neemt zyn vader in de kost en kwiteert deze voor moederlyk erfdeel
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 951, aktenr. 49, d.d. 27-11-1706
---
Akte: Huur en verhuur
Verhuurder: Cornelis Andriesse Colverius
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 951, aktenr. 50, d.d. 27-11-1706
---
"Cornelis Andriesz Colverius wonende in Schalckwijck (...) sijn voordochter Jannichje Cornelis Colverius, huijsvrouw van Henrick Jansz in den Eng"
Akte: Testament
Testateur: Cornelis Andriesz Colverius
Bijzonderheden: voordochter Jannichje Cornelis Colverius, geh. met Henrick Jansz Uutteneng ontvangt legitieme portie
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 1091, aktenr. 82, d.d. 26-01-1712
---
"Hendrick Jansz in den Engh in huwel. hebbende Jannitje Cornelis Colverius daar hij blijvende geb: bij heeft die een dogter en mede erfgenaam is voor soo veel de legitime portie aengaat van haar overleden vader Corn. Andriessen Colverius ter eenre,en Geurt Cornn. Colverius mitsgrs. Anthonij de Heus in huwelijk hebben. Neeltje Corn. Colverius mede kinderen"
Akte: Uitkoop - uit de boedel van hun vader + Cornelis Andriessen Colverius
Tweede partij: Hendrick Jansz in den Engh, zwager
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 952, aktenr. 327, d.d. 07-06-1716 
Colverius, Cornelis Andries (I617)
 
3676 Mogelijke vader:
Cornelis Jansz stelt als onderpand twee morgen land gelegen in Kort-Blokland, belend ten oosten Gijsbert Thonisz Boregraver en ten westen Willem Jan Ouwe Gerritsz.
Bron: RHCRL, ORA Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 110, fol. 50v, d.d. 01-09-1594

Graf: Vande Sacraments Choor tot die geer. Regel 6, graf 2.
22-01-1600 Gijsbert Anthoniszn van Bodegraven
23-05-1646 Aaggen Gijsberts van Bodegraven
Bron: RHCRL, NHG Oudewater-Hekendorp (beh.nr. O070), inv.nr. 359, fol. 149

Mogelijke broers en zus:
Jan Gijsbertsz
Geerlof Gijsbertsz
Cornelis Gijsbertsz
Aagje Gijsbertsdr
---
Graf: De middelkerk. Vanden Dorpel van 't hoog Choor. Regel 12, graf 8.
1601 Kind van Anthonis de Bodegraver
1602 Geerlof Gijsbertzn
10-02-1616 Kind van COrnelis den Boorver
09-07-1624 Dochter van Cornelis den Boever
21-09-1628 Kind van Cornelis den Bover
Bron: RHCRL, NHG Oudewater-Hekendorp (beh.nr. O070), inv.nr. 359, fol. 111v
---
Huwelijk van Thoenis Gijsbertsz en Marrichje Jan Gerrits te Oudewater.
Bron: NHG Oudewater-Hekendorp (beheersnr. O070), inv.nr. 51, fol. 101v, d.d. 14-05-1600
---
Getuigen zijn Jan Pietersz van de Mije en Anthonis Gijsbertsz Boriver, poorters van Woerden.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8498, aktenr. 53, d.d. 27-05-1606
---
Jan Jacopsz Qaij, wonende bij de kerk van Benschop, verkoopt aan Jacop Cornelisz Hopman, wonende in Snelrewaard, een obligatie op naam van Anthonis Gijsbertsz Borever, destijds wonende te Overbetuwe en tegenwoordig te woerden, gepasseerd op 21-10-1611, inhoudende vier Utrechtse mud weit.
Bron: RHCRL, ONA Oudewater (beh.nr. O063), inv.nr. 1877, fol. 28v, d.d. 01-11-1616
---
Heijndrick Fransz van Schadenbroeck geeft in erfpacht aan Thonis Gijsbertsz Boriver een stuk erf, naast ander land dat door de comparant in erfpacht wordt gehouden van Oudmunster te Utrecht, gelegen in het Oudeland buiten Woerden, strekkende van de Oudelandsedijk tot het land van de comparant, belend ten oosten Jan Andriesz schoenlapper en ten westen Hendrick Barentsz. De erfpacht beslaat 6 Brabantse stuivers (12 groten) per jaar.
Bron: RHCRL, ORA Woerden (beh.nr. W017), inv.nr. 45, aktenr. 219, fol. 164, d.d. 07-02-1619
---
Bodegraven (blz. 343, 443)
den Boriver (blz. 365)
Verponding Woerden 1671 door R.A. van der Spiegel 
Bodegraver, Teunis Gijsberts (I392)
 
3677 Mogelijke vader:
Jan Lenaertsz uit Hekendorp wordt op 29-6-1599 poorter van Oudewater.

3-4-1641: Jan Leendertsz Decker, wonende in Hekendorp, is getuige.
RHCRL, ona Oudewater 1879, aktenr. 4
---
20-7-1633: Rudt Jansz, weduwnaar van Marritgen Pietersdr, aan de ene, Claes Jacopsz Prins, wonende te Stolwijk, als man en voogd van Jannitgen Ruttendr, Claes Maertensz Blonck als man en voogd van Arijaentgen Ruttendr, Jan Ruttensz voor zichzelf, mitsgaders Steven Sijmonsz als gestelde en Jan Maertensz gekozen en dus gerechte en administraterende voogden van Krijntgen en Martijntgen Ruttendr en Pieter Ruttensz, kinderen van voornoemde Rudt Jansz verwekt in zijn tweede huwelijk bij voornoemde Marritgen Pietersdr, hun overleden moeder, aan de andere zijde, ten overstaan van de schout en Dirck Govertsz en Jacop Heijndricxsz Tempelier, weesmeesters, komen tot een boedelscheiding. Rudt Jansz houdt al het vee, de huisraad en inboedel, inclusief alle schulden. Elk kind krijgt 36 gld. 19 st., te betalen bij mondigheid of een huwelijk.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 4, fol. 190 (FS scan 348/665)

6-12-1638: Jan en Pieter Ruttensz, broers, elk voor henzelf, Pieter Cornelisz, getrouwd met Marritgen Ruttendr, Boudewijn Arijensz, getrouwd met Leentgen Ruttendr, Claes Jacopsz Prins, getrouwd met Jannitgen Ruttendr, Meerten Claessen Blonck, getrouwd met Arijaentgen Ruttendr, Leendert Jansz Decker, getrouwd met Martijntgen Ruttendr, mitsgaders Jacop Gerritsz Haegen, getrouwd met Crijntgen Ruttendr, allen kinderen en erfgenamen van Rut Jansz, hun overleden vader, delen de boedel en goederen die hun vader door zijn dood heeft achtergelaten. Ieder krijgt voor zijn deel van de erfenis 79 gld. 9 st. 8 pen.
Bron: RHCRL, ora Reeuwijk 5, fol. 62 (FS scan 477/665)

25-2-1642: Leendert Jansz Decker en Martijntgen Ruttendr, echtelieden wonende te Reeuwijk, beiden gezond, testeren. De langstlevende zal alle goederen in de boedel behouden en de kinderen moeten opvoeden en onderhouden. Uitsluiting van het gerecht en de weeskamer. De langstlevende wordt voogd.
Bron: RHCRL, ona Oudewater 1879, aktenr. 22

25-8-1642: Maerten Maertensz Blonck, wonende te Reeuwijk, verkoopt aan Leendert Jansz scheepmaker, zijn buurman, een stuk land genaamd De Kooi gelegen in Ravensberg onder Sluipwijk, ca. 4 hond groot, belend ten oosten en zuiden de verkoper, ten noorden deels de verkoper en verder Dirck Aelbertsz en de kinderen van Pieter Aelbertsz en ten westen Jan Maertensz Blonck. De koopsom was 200 gulden.
Bron: RHCRL, ora Sluipwijk 3, fol. 51v (FS scan 60/582)

Naam: Leendert Jansz Decker
Bedrag: 4 gulden, 7 stuivers
Inhoud: Geleverde pektonnen en teer.
Bron: RHCRL, Schoutambacht Reeuwijk 31, 1643

29-3-1647: Leendert Jansz Decker verkoopt aan Huijbert Stevensz van der Sloot een erf met huis gelegen op 's-Gravenbroek, strekkende van Belitgen Cornelisdr weduwe noordwaarts tot Marritgen Meertensdr weduwe, belend ten oosten de weduwe van Claes Claesz Lantsgelooff en ten westen de gemene vaarwetering. De verkoper mag de helling met het gereedschap houden, net als een schoorbalk voor het scheepmakersambt en de berg. De koper mag de eerstvolgende 50 jaar geen scheepsmakerij beginnen, behalve als de zoon of zonen van de koper scheepmaker willen worden.
RHCRL, ora Reeuwijk 6, fol. 7v (FS scan 13/598)

19-2-1649: Jan Heijndricksz in der Hoven, bakker te Reeuwijk, verkoopt aan Leendert Jansz Decker een korenwindmolen met gereedschap en toebehoren, staande op De Zaten op het land van de koper, aankomende de Grafelijkheid, belast met een verponding van 8 gulden per jaar en een windrecht van 3 gulden per jaar. De koopsom is 700 gulden. Er volgt een rentebrief aan Adrijaen Huijbertsz van Eijck, schout van Reeuwijk, vanwege een hoofdsom van 700 met een jaarlijkse losrente van 37 gulden. Als onderpand stelt Leendert Jansz Decker zijn woning met huis, berg, schuur en een korenwindmolen en gereedschap, gelegen in De Zaten, strekkende van Jan Heijndricxsz in der Hoven noordwaarts tot Cornelis Dircxsz, belend ten oosten de gemene vaarwetering en ten westen Cornelis Dirck Govertsz. Afgelost op 2-11-1653.
RHCRL, ora Reeuwijk 6, fol. 54 (FS scan 59/598)

Op 27-6-1601 koopt Cornelis Jansz van Boskoop bij de Grafelijkheidskamer voor 3 gulden het windrecht vanwege een korenmolen in Reeuwijk. Op de website van RHC Rijnstreek en Lopikerwaard staat een stukje over Korenmolen De Windlust (De naam van een nieuwe molen, 20 meter van de plek van de oude molen.)

7-5-1649: Leendert Jansz Decker scheepmaker, wonende te Reeuwijk, verkoopt aan Huijbert Stevensz van der Sloot, ook wonende te Reeuwijk, een vogelkooi gelegen in Ravensberg onder Sluipwijk, strekkende van Maerten Maertensz Blonck en voornoemde Huijbert Stevensz tot Cornelis Albertus de Jager, belend ten oosten voornoemde Maerten Maertensz en ten westen de koper zelf, zowel met water als land, te verongelden voor 4 hond land. De koopsom is 250 gulden.
Bron: RHCRL, ora Sluipwijk 3, fol. 132 (FS scan 143/582)

26-5-1650: Leendert Jansz Decker, onze inwonende buurman, is schuldig aan Adrijaen Huijbertsz van Eijck, schout van Reeuwijk, een hoofdsom van 500 gulden met een jaarlijkse losrente van 25 gulden. Als onderpand stelt hij zijn woning en hofstede met huis, berg, schuur en een korenwindmolen en gereedschap, gelegen in De Zaten, strekkende van Jan Heijndricxsz in der Hoven noordwaarts tot Cornelis Dirck Jansz, belend ten oosten de gemene vaarwetering en ten westen Cornelis Dirck Govertsz. Geroyeerd op 16-11-1680.
RHCRL, ora Reeuwijk 6, fol. 87v (FS scan 94/598)

27-5-1651: Leendert Jansz Decker heeft in het openbaar verkocht aan Jan Jansz Blonck, timmerman te Reeuwijk, een huis, een schuur en een scheepmakershelling, gelegen in De Zaten, strekkende van de verkoper zuidwaarts tot de "glindinge" van Jan Heijndricksz in der Hoven, belend ten oosten de gemene vaarwetering en ten westen Cornelis Dirck Govertsz. De verkoper krijgt het recht van overpad van zijn 3 morgen land met korenwindmolen ten noorden van dit huiserf. De koopsom is 1.131 gulden.
RHCRL, ora Reeuwijk 7, fol. 4v (FS scan 115/598)

19-8-1658: Leendert Jansz Decker molenaar en Martijntgen Rutten, echtelieden wonende bij de Reeuwijkse brug onder Reeuwijk, Martijntgen ziek, testeren. De langstlevende is erfgenaam en moet de kinderen opvoeden en onderhouden. De kinderen krijgen 100 gulden uitgekeerd. De langstlevende is voogd. Seclusie van de weeskamer.
Bron: SMH, ona Gouda 365II, fol. 109, 19-8-1658

6-5-1669: Jan Pietersz Kleijn, getrouwd met Jaepje Leenderts, heeft uit de weeskist gelicht de kopieën van de inventaris van de boedel van za. Marritjen Rutten en een obligatie ten behoeve van voornoemde Jaepje Leenderts, ten laste van Leendert Jansz korenmolenaar van 91 gld. 7 st., haar erfdeel uit de boedel van Marritje Rutten.
Bron: RHCRL, wk Sluipwijk 1 (FS scan 9/87)

29-6-1677: Mr. Joris de Vries, getrouwd met Annitien Leenderts Decker, Lourens Jansz Robbaert, getrouwd met Maria Leenderts Decker, en Jan Pietersz Cleijn, getrouwd met Jaepie Leenderts Decker, kinderen en erfgenamen van Leendert Jansz Decker za., verkopen aan Jan Leendertsz Decker, mede-erfgenaam van voornoemde Leendert Jansz Decker, drie vierde delen van een korenwindmolen met gereedschap, mitsgaders een huis, berg, schuur en erf met een naastgelegen partij land, te verongelden voor 3 morgen, gelegen in het blok De Zaten onder Reeuwijk, belend ten oosten de gemene vaarwetering, ten westen Jan Pietersz Goutcade, ten noorden Adriaen van Eijck schout en ten zuiden Jacob Dircksz Boij, waarvan het resterende vierde deel in het bezit van de koper is. Het is recht van overpad over de erven van Boij. Het land is belast met 12 stuivers per jaar aan Gravenpacht en 3 gulden per jaar aan windrecht toekomende de Grafelijkheid. Tevens is het land onderpand van een rentebrief van 400 gulden toekomende Adriaen van
RHCRL, ora Reeuwijk 9, fol. 116 (FS scan 128/440)
[Jan Leendertsz Decker verkoopt op 13-5-1697 de korenwindmolen aan Jelis Ariensz Penhart.] 
Decker, Leendert Jans (I821)
 
3678 Mogelijke vader: Willem Gerritsz Veen, schepen van Oudhuizen (bij Wilnis)
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 288, aktenr. 66, d.d. 31-08-1632
---
Compareerde Ghijsbert Willemsz Veen, wonende te Laag-Nieuwkoop, enige erfgenaam van Willems Ghijsbertsz Veen, zijn overleden zoon, en daarom voor de helft gerechtigd. Henrick Dirxsz van de Haer, jongman voor zichzelf, en als voogd van Adriaen Dirxsz en Cornelisz Dirxsz van de Haer, zijn onmondige broers, en Marrichgen Dirx van de Haer, zijn onmondige zus, zich voor hen sterkmakend, samen met zijn zus Claesgen Dirx van de Haer erfgenaam van hun overleden moeder Grietgen Adriaens Knijff, en daarom van 4/5e deel (zonder het 1/5e deel van Claesgen) van de andere helft is gerechtigd. Ze hebben in een gestadige erfkoop verkocht aan Jan Ghijsbertsz Veen, jongman te Laag-Nieuwkoop, en Claesgen Dirx van de Haer, jonge dochter wonende aan de Haer, die mede compareerde, het huis en hofstede, met twee bergen, twee schuren, bakhuis en ander getimmerte, gelegen aan De Haar op 8 morgen land, toebehorend aan de heer van Schonauwen. Dit inclusief 4 paarden, 13 koeien, 9 varkens en overige levende have, twee wagens, ee
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 207, aktenr. 135, d.d. 04-07-1633
---
Compareerde Henrick Dirxsz wielmaker en burger van Utrecht, Jan Ghijsbertsz Veen en zijn huisvrouw Claesgen Dirx, wonende aan De Haar, mitsgaders Cornelis Tijsz, wonende te Boskoop bij Gouda, en Adriaen Eersten Knijff, wonende te Harmelen, ooms en voogden over Adriaen, Cornelis en Marichgen, de drie onmondige kinderen van Grietgen Adriaen Knijffsdr, verwekt bij Dirck Matijsz haar overleden man, en daarom erfgenamen van Grietgen Adriaen Knijffsdr voornoemd, die in de laatste jaren van haar leven huisvrouw was van Willem Ghijsbertsz Veen, die een broers is van voornoemde Jan Ghijsbertsz Veen, die korte tijd na Grietgen is overleden en zijn goedern aan zijn vader Ghijsbert Willemsz Veen heeft nagelaten. Grietgen heeft als eerste nagelaten, als erfgenaam van haar iets eerder overleden zoon Mathijs Dirxsz, een huis en hofstede bij de Wittevrouwenpoort te Utrecht, die Mathijs van Pons Ponsz de Leeuw wielmaker heeft gekocht en in 1632 door willig decreet van het gerecht van Utrecht heeft ontvangen. Als tweed
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 207, aktenr. 194, d.d. 30-11-1633
---
Compareerden Johan Gijsbertsz Veen voor zichzelf en getrouwd met Claesgen Dircx, Gijsbert Aertsz Rosendael getrouwd met Marrichgen Gijsbert, Gijsbert Fredericx als vader en voogd van zijn kinderen gekregen met Willemtgen Gijsberts Veen en zich voor hen sterkmakend, Jacob Jansz de Jongh getrouwd met Hillichgen Gijsberts Venendr, Willem Dircx Houtselaer getrouwd met Arrisgen Gijsberts Venendr, Gerrit Huijgen getrouwd met Grietgen Gijsbert Venendr, samen mede-erfgenamen en kinderen van Gijsbert Willemsz Veen en Neeltgen Joachimsdr, in hun leven echtelieden, hun ouders en schoonouders en de grootouders van hun kinderen. Ze verklaren dat Joachim Gijsbertsz Veer, oudste zoon van het voornoemde echtpaar en leenvolger, bij de maagscheiding was toebedeeld een weiland van 1,5m gelegen in het gerecht van De Haar, de Rijndijk oostwaarts, de Laag-Nieuwkoperdijk noordwaarts en Huijch Cornelisz westwaarts, leenroerig aan het Huys ter Haer. De comparanten maken machtig Aernoldus van Oostwaert en Niclaes van der Kemp,
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 348, aktenr. 101, d.d. 26-08-1645 
van Veen, Gijsbert Willems (I3202)
 
3679 Morgenboek 1568 Zoetermeer
Adryaen Jansz. Meenteman: 4 h.
Adryaen Janssen Meenteman: 1 m.
---
Morgenboek 1576 Zoetermeer
Adryaen Jansz. Meenteman: 1 m. 5 h.
---
Morgenboek 1580 Zoetermeer
Adriaen Janssen Meenteman: 1 m. 2 h.
Adriaen Janssen Meenteman: 1 m. 4 h.
Adriaen Janssensz. Meenteman: 1 m.
---
Genoemd in verpondingen van Zoetermeer 1584-1624: Adriaen Jansz Meenteman.
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1571-1600 te Zegwaart als
Adriaen Janss Menteman (won. Soetermeer)
30 oktober 1590
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1589-1600 te Zoetermeer als
Adriaen Janss Ouwe Meent(eman), Adriaen Janss anders genomt Meenteman en Adriaen Janss Meenteman
van 4 april 1590 tot 4 september 1598.
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1601-1650 te Zoetermeer als
Adriaen Janss Meenteman/Meent (oude)
van 16 februari 1601 tot 4 maart 1614. 
Meenteman, Adriaan Jans (I2273)
 
3680 Morgenboek 1580 Zoetermeer
Adriaen Aryensz. Jonge Meente(m)an: 8 h.
Adriaen Aryenssen Jonge Meenteman: 6,5 h.
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1601-1650 te Zegwaart als
Adriaen Adriaensz Meenteman
15 april 1611
---
Genoemd in dingboek van Zoetermeer 1600-1605
---
Zoetermeer 1622 hoofdgeld
Adriaen Adriaensz Meenteman
Voorwech Soetermeer f. 590v
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1589-1600 te Zoetermeer als
Adriaen Adriaenss Jonge Meent(eman)
van 8 mei 1594 tot 23 februari 1599.
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1601-1650 te Zoetermeer als
Adriaen Adriaensz Meent (Jonge), Adriaen Adriaenss Meenteman (won. Voorweg) en Adriaen Adriaenss za. Meent (Jonge)
van 15 oktober 1603 tot 19 november 1631. 
Meent, Adriaan Adriaans (I2272)
 
3681 Morgenboek van Rijnsaterwoude, 1592, in de Overbuert
Tames Cornelisz 1 morgen
Willem Cornelis Tamesz 4 morgen 4,5 hondt
---
9-10-1611: Rentebrief. Tamis Cornelisz is schuldig aan Jan Jansz, wonende te Waddinxveen, weeskind van Jan Ghijsen zaliger, een losrente van 3 gld. 2 st. 8 pen. per jaar met een hoofdsom van 50 gulden. Hij heeft het geld ontvangen uit handen van Arien Jansz, broer van het voornoemde weeskind. Als onderpand geldt zijn huis en erf met een naastgelegen akkerland gelegen te Rijnsaterwoude, belend ten oosten de Overbuurtsedijk, ten zuiden de weduwe en kinderen van Jan Heijndrick Pietersz, ten westen Willem Jansz en ten noorden Giel Jansz.
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 45 (FS scan 51).

15-8-1612: Aert Corsz verkoopt aan Tames Cornelisz 4 hond land gelegen in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, belend ten oosten Jan Dircxsz, ten zuiden en noorden Pieter Jansz en ten westen de Overbuurtsedijk. De koopsom is 150 gulden.
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 1, fol. 102v.

14-10-1613: Tames Cornelisz, wonende in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, is schuldig aan Jan Jansz, wonende te Waddinxveen, weeskind van de overleden Jan Gijsbertsz, een jaarlijkse losrente van 6 gulden 5 stuivers met een hoofdsom van 100 gulden. De comparant heeft het geld ontvangen van de oom en voogd Arijen Jansz. Als onderpand geldt zijn huis, werf en naastgelegen land in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, belend ten oosten de Overbuurtsedijk, ten zuiden Pieter Cornelisz Backer, ten westen Willem Jansz en ten noorden Michiel Jansz.
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 1, fol. 188.

4-2-1614: Anthonis Claesz van der Muelen draagt over aan Tamis Cornelisz het recht, gekomen van Adrijaen Cosmasz van Staekenbroeck, betreffende een principaal decreetbrief met 1 morgen akker- en waterland. Schuldbrief volgt. [Het betreft 1 morgen in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, belend ten oosten de Overbuurtsedijk, ten zuiden Pieter Woutersz, ten westen Antonis Claesz zelf en ten noorden Jan Heijndircxsz. De koopsom is 64 gulden.]
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 1, fol. 218.

7-11-1614: De nagelaten kinderen van Martgen Cornelis Tames, in leven wonende in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, met namen Huijbert Jansz en Jan Jansz, als zonen en kinderen voor henzelf, Jan Jan Huijberden als man en voogd van Anna Jansdr, Pieter Cornelisz bakker als man en voogd van Martgen Jansdr, Tames Cornelisz met speciale last van Anthonis Cornelisz, zijn broer, volgens de akte van 3-11-1614, als gerechte voogden zich sterkmakende voor de onmondige Appolonia Jans en Aeltgen Jansdr, allen kinderen en erfgenamen van voornoemde Martgen Cornelisdr. Ze delen de moederlijke erfenis. [Het betreft o.a. een huis, erf, schuur en boomgaard in de Overbuurt van Rijnsaterwoude met 3 morgen 1 hond land.]
Bron: ELO, wk Rijnsaterwoude 1, fol. 109v (FS scan 126/548).

21-1-1619: Compareerden voor notaris en getuigen Tames Cornelisz Moij en Stijntgen Bastiaensdr, echtelieden, wonende te Rijnsaterwoude in de Overbuurt. Stijntgen is ziek, Tames Cornelisz gezond. Ze maken hun testament op. De langstlevende wordt tot erfgenaam benoemd. Als de langstlevende ook overlijdt, zal hun jongste kind Willem Thamesz behouden het beste bed met een hoofdkussen en beddengoed. De comparanten benoemen tot hun erfgenamen hun kinderen. De langstlevende belooft de kinderen op te voeden en te onderhouden tot achttien jaar.
Bron: ELO, ona Leiden 180, fol. 132, d.d. 21-01-1619 (pagina 322/686).

30-12-1619: Ik Gerrit Willemsz van Heijningen schout te Rijnsaterwoude, Leimuiden en Vriezekoop, laat weten dat voor mij en voor Pieter Bouwersz en Lenert Jansz schepenen in hetzelfde ambacht tot kennis van dezen gekomen en gecompareerd zijn Thames Cornelisz wonende in de Overbuurt van Rijnsaterwoude als vader, ter ene, Willem Pietersz getrouwd met Appolonia Thamisdr, Claes Huijghensz getrouwd met Marritgen Thamisdr, Neeltgen Thamisdr ca. 21 jaar oud, Cornelis Thamisz ca. 19 jaar oud, Machtelt Thamisdr ca. 15 jaar oud en Willem Thamisz ca. 13 jaar oud, met mij schout voornoemd en Gijsbert Jansz vervangende in dezen Jacob Heijndricxsz zijn mede-broeder weesmeester van het voornoemde ambacht, met speciale procuratie van Bastiaen Pietersz de neef van voornoemde kinderen, die aan ons de authoriteit geeft om hem, als oppervoogden, te vervangen en volgens dezelfde procuratie met datum 21-12-1619, ons schepenen voorgelezen en vertoond, zo vertegenwoordigen wij schout en weesmeesters de voornoemde vier onmond
Bron: ELO, wk Rijnsaterwoude 1, fol. 213 (FS scan 230/548).

5-2-1620: Tamas Cornelisz Moij, wonende in Rijnsaterwoude, testeert. Hij revoceert zijn testament van 21-1-1619 bij notaris Adriaen Paets en getuigen gepasseerd. Hij wil dat zijn goederen na zijn overlijden ab intestato vererven.
Bron: ELO, ona Leiden 231, aktenr. 49 (pagina 192/215).

10-5-1620: Thamis Cornelisz voor de ene helft, Claes Huijghensz man en voogd van Marritgen Thamisdr, Pons Cornelisz man en voogd van Neeltgen Thamisdr, Cornelis Thamisz, Machtelt en Willem Thamisz, nagelaten weeskinderen, allen verwekt bij Stijntgen Bastiaensdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Thamis Cornelisz, geassisteerd door mij schout en Ghijsbert Jansz, vervangende Jacob Heijndricxsz, zijn mede broeder weesmeester van dit ambacht, last hebbende van Bastiaen Pietersz, neef van de kinderen, elk voor een gerechte zesde deel van de andere helft. Ze dragen over aan Willem Pietersz, hun zwager, man en voogd van Appolonia Thamisdr, erfgenaam van het resterende zesde deel, een bezegelde schouten eigenbrief, in het verleden door Pieter Woutersz Slager opgesteld, sprekende van 1,5 morgen 1 hond land, volgens de eigenbrief d.d. 20-05-1615, die aan deze brief is toegevoegd. Willem Pietersz wordt eigenaar van de 1,5 morgen 1 hond land, gelegen te Rijnsaterwoude, belend ten oosten de Doyssen, ten zuide
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 2, fol. 254v.

10-5-1620: Thamis Cornelisz voor de ene helft, Willem Pietersz man en voogd van Appolonia Thamisdr, Pons Cornelisz man en voogd van Neeltgen Thamisdr, Cornelis Thamisz, Machtelt en Willem Thamisz, nagelaten weeskinderen, allen verwekt bij Stijntgen Bastiaensdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Thamis Cornelisz, geassisteerd door mij schout en Ghijsbert Jansz, vervangende Jacob Heijndricxsz, zijn mede broeder weesmeester van dit ambacht, last hebbende van Bastiaen Pietersz, neef van de kinderen, elk voor een gerechte zesde deel van de andere helft. Ze dragen over aan Claes Huijgensz, hun zwager, man en voogd van Marritgen Thamisdr, erfgenaam van het resterende zesde deel, een bezegelde schouten eigenbrief, in het verleden door Aert Corsz opgesteld, sprekende van 4 hond land, volgens de eigenbrief d.d. 15-08-1612, die aan deze brief is toegevoegd. Betaald met een custingbrief. [Schuldbrief volgt. Claes Huijgensz, wonende aan de Drecht onder Vriezekoop, is schuldig aan Thamis Cornelisz voor de ene
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 2, fol. 256.

16-11-1620: Cornelis Cornelis Pancraesz verkoopt aan Pancraes Cornelisz en Jacob Cornelisz als ooms en voogden van Matheus, Annetgen, Aeltgen en Jan Jans, zonen en dochters van Jan Cornelis, een perceel land aan de Kever, verongeld voor 9 hond, die Cornelis Cornelisz is ten deel gevallen uit de boedel van zijn moeder Leentgen Cornelisz, belend ten oosten Tonis Cornelisz, bakker en Mees Dircksz, schipper, ten zuiden Louris Claesz, ten westen de Kever, ten noorden Cornelis Huijbertsz “uijt te Veen”, getaxeerd op 900 gulden.
Bijbehorende akte: Pancraes Cornelisz en Jacob Cornelisz als ooms en voogden van Matheus, Annetgen, Aeltgen en Jan Jans, zonen en dochters van Jan Cornelisz, verkopen aan Cornelis Cornelis Pancraesz een perceel land aan de Rijt, verongeld voor 1 morgen, het erfdeel de kinderen toekomend door overlijden van hun grootvader Cornelis Pancraesz, belend ten westen Claes Cornelisz, ten noorden en oosten de koper, ten zuiden Pieter Jansz en Tamis Cornelisz. Dit onroerend goed geruild tegen de bovengenoemde 9 hond (folio 80). Getaxeed op 600 gulden.
Bron: ELO, ora Alkemade 73, fol. 80 (B. Prins).

13-4-1622: Transportbrief. Thames Cornelisz, voor de ene helft, Claes Huijgensz als man en voogd van Marritgen Thamesdr, Willem Pietersz als man en voogd van Appolonia Thamisdr, Cornelis Thamesz, Machtelt en Willem Thamisdr, nagelaten weeskinderen, allen verwekt bij Stijntgen Bastijaensdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Thames Cornelisz, geassisteerd door de schout en Gijsbert Jansz, vervangende Jacob Heijnricxsz, zijn mede broeder weesmeester, met procuratie van Bastijaen Pietersz, gerechte voogd van de weeskinderen, elk voor een zesde deel eigenaar van de andere helft, dragen over aan Poncrijaen/Pons Cornelisz als man en voogd van Neeltgen Thamesdr, eigenaar van het resterende zesde deel, alle recht en acties zoals het hen is aangekomen van Anthonis Claesz van der Meulen, inhoudende de principaal- en transportbrief 1 morgen uitgemoerde veenakker. Betaald met een custingbrief. Getuigen: Jan Willemsz en Maerten Cornelisz, schepenen.
Schuldbrief. Poncriaen Cornelisz, wonende in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, is schuldig aan Thames Cornelisz voor de ene helft en nagelaten kinderen en erfgenamen van wijlen Stijntgen Bastijaensdr, in haar leven huisvrouw van voornoemde Thames Cornelisz, samen voor de andere helft, 150 gulden te betalen in 25 gulden contant geld en de rest in vijf termijnen. Als onderpand geldt het gekochte ca. 1 morgen uitgemoerde veenakker, gelegen te Rijnsaterwoude, belend ten oosten de Overbuurtsedijk, ten zuiden Pieter Woutersz, ten westen Anthonis Claesz en ten noorden Pieter Jansz Koninck, waarvan een twaalfde deel reeds in hun bezit is. Getuigen: Jan Willemsz en Maerten Cornelisz, schepenen.
Bron: ELO, ora Rijnsaterwoude 3, fol. 161v (FS scan 170).

19-2-1623: Transportbrief. Thamis Cornelisz, voor de ene helft, Cornelis Pietersz als man en voogd van Apolonia Thamisdr, Claes Huijgensz, getrouwd met Marritgen Thamisdr, Ponciaen Cornelisz als man en voogd van Neeltgen Thamisdr, Cornelis Thamisz, Machtelt en Willem Thamis, kinderen en erfgenamen van Stijntgen Bastiaens zaliger, in haar leven verwekt bij Thamis Cornelisz, geassisteerd door de schout en Gijsbert Jansz, vervangende Jacop Henricxsz, zijn mede broeder weesman, met last van Bastiaen Pietersz, neef van de kinderen, elk voor een zesde deel, dragen over aan Jan Dirck Corssen een bezegelde schouten eigenbrief d.d. 12-07-1607 op naam van Gijsbert Willemsz van Tol, inhoudende 1/2 morgen land met akker of water, met nu een huisje en schuur. Betaald met een custingbrief. Getuigen: Jan Willemsz en Jan Henricxsz Akerboom, schepenen.
Custingbrief. Jan Dirck Corsz, wonende nu in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, is schuldig aan Thamis Cornelisz, voor de ene helft, en de nagelaten kinderen en erfgenamen van Stijntgen Bastiaensdr zaliger, voor de andere helft, 450 gulden te betalen in zeven termijnen vanwege de koop van bovenstaand huis, erf, schuur en boomgaard met een naastgelegen veenakker land of water, ca. 1/2 morgen groot, gelegen te Rijnsaterwoude, belend ten oosten de Overbuurtsedijk, ten zuiden Pieter Cornelisz bakker, ten westen Willem Jansz en ten noorden Michiel Jansz; verder nog 1,5 morgen land, zo heelland als veenakker of water, gelegen te Rijnsaterwoude, belend ten oosten de erfgenamen van Jan Cornelisz Ruijch, ten zuiden Pieter Jansz Jonge Jannen, ten westen de Overbuurtsedijk en ten noorden voornoemde Pieter Jansz. Getuigen: Jan Willemsz en Jan Henricxsz Akerboom, schepenen.
ELO, ora Rijnsaterwoude 3, fol. 236v (FS scan 246).

5-1-1626: Ouwe Cornelis Adriaensz en Ouwe Maritgen Adriaens, mondige zoon en dochter, nog Jonge Cornelis Adriaensz, Jan Adriaensz en Jonge Maritgen Adriaensdr, onmondige zonen en dochter, samen geassisteerd door Gijsbert Jansz, weesmeester alhier, oom van vaderskant, en Thamis Cornelisz, oom van moederskant, voogden, mitsgaders Lenert IJsbrantsz, getrouwd met Jaepgen Adriaensdr, nagelaten kinderen en erfgenamen van Adriaen Jansz en Aeltgen Cornelisdr, beiden overleden, in hun leven wonende in de Overbuurt van Rijnsaterwoude, delen met elkaar de erfenis van hun ouders. [Het betreft een huis en aardig wat stukken land in Rijnsaterwoude en een stuk land in Vroonland onder Esselijkerwoude.]
Bron: ELO, wk Rijnsaterwoude 2, fol. 23v (FS scan 322/548). 
Cornelis, Tamis (I731)
 
3682 mr. Matheus Evertsz van Heyningen, 1601
Bron: Welgeborenen Rijnland 1500-1665 door drs. R.A. van der Spiegel
---
Mattheus Everts (van Heyningen), huw. Alphen 1559 [Slootweg-1997; aanv. 1998, p 254].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
Cornelis Worboutsz is schuldig aan Matheeus Evertsz een losrente van 6 gulden per jaar, hoofdsom 100 gulden. Gesteld onderpand: 3 1/2 morgen land onder Alphen, strekkend van de Toegang tot de hemmen toe, belend ten oosten Jonge Pieter Pietersz te Wensveen, ten westen Jacob Coppier.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 4v, d.d. 02-05-1582
---
Jan Heijnricxz, wonend in de Gnephoek, is schuldig Matheus Evertsz een bedrag van 77 gulden. Gesteld onderpand: zijn huis en erf in de Gnephoek tussen de Rijn en de Lage Rijndijk, belend ten oosten Ghijsbert Cornelisz, ten westen Cornelis Dircxsz Vall.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 41, d.d. 26-05-1586
---
Mr. Matheeus Evertsz, waard te Alphen, met procuratie van jonkheer Johan van Oostrum te Delft, laat 2 schuldbrieven bekrachtigen t.b.v. Jan van Renesse. Voor een van de brieven is als onderpand gesteld 8 morgen land te Alphen, strekkend uit de Rijntot aan het dwarsveld toe, belend ten oosten de erfgenamen van Dirck Claesz, en ten westen Claes Willemsz.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 86v, d.d. 13-10-1587
---
Mr. Matheeus Evertsz, Cornelis Sijmonsz Hogeburch en Ghijsbert Pieter Ewoutsz, kerkmeesters van Alphen, met mr. Jan van der Lucht, chirurgijn te Alphen, compareren. De kerkmeesters verkopen Pieter Jorisz, schoenlapper, een erf in Alphen achter de school, strekkende van de Papenstraat tot het privaat van de school of de wilgenboom, belend ten oosten van het schoolsteegje van de Papenstraat af tot het privaat, ten westen de Molenvliet of de sloot van de erven van mr. Jan Duijck te Leiden. Mr. Jan van der Lucht verkoopt Pieter Jorisz een huis staand op hetzelfde erf. Koopsom 25 gulden. Met schuldbrief.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 113v, d.d. 20-03-1588
---
Dirck Willemsz (van) Leeuwen draagt over op Matheus Evertsz twee bezegelde brieven sprekende op 5 morgen land, liggende bij de Kwakel in Oudshoorn, te weten een rentebrief van 25 gulden per jaar ten laste van Philip Claesz van Leeuwen en eenschuldbrief. Getuigen: schout Willem Aertsz en Cornelis Pietersz van Leeuwen.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 65v, d.d. 10-03-1594
---
Matheus Evertsz is schuldig aan Dirck Willemsz (van) Leeuwen 612 gulden, te betalen in jaarlijkse termijnen. Gesteld onderpand: 5 morgen land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornseweg tot aan de Duikerwetering belend ten oosten Willem Claesz en ten westen Arien Dircksz Stooff voor en Jan Meessen achter.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 66, d.d. 10-03-1594
---
Matheus Evertsz draagt over op Jan Lijcklaesz in de Lagewaard drie bezegelde brieven sprekende op 5 morgen land, belast met 25 gulden per jaar.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 66v, d.d. 10-03-1594
---
Jan Lijclaesz van Koudekerk ontvangt van Matheus Evertsz bovengenoemde 5 morgen land en neemt tot zijn last een rentebrief van 25 gulden per jaar toekomende Philip Claesz van Leeuwen en een schuldbrief van 612 gulden toekomende Dirck Willemsz van Leeuwen.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 67, d.d. 10-03-1594
---
Beatris Jacopsdr, weduwe van Leendert Thonisz met Matheus Evertsz, haar voogd en Sijmon Thonisz als oom en voogd van Jacop Lenaertsz, Maritgen en Hillegont Leendertsdr, weeskinderen van Lenaert Thonisz, verkopen aan Claes Willemsz 1½ morgen 1 hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornseweg tot het land van Claes Willemsz, belend ten oosten Sijmon Michielsz en ten westen Claes Willemsz voornoemd. Gesteld onderpand voor schuldbrief: 1½ morgen eigen land onder Oudshoorn, strekkende van de Nieuwe Sloot westwaarts tot de Dwarssloot, belend ten zuiden schout Willem Aertsz en ten noorden Gerrit Willemsz Bouman.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 80, d.d. 09-12-1594
---
Jacob Matheeusz van Heijningen, wonende in Den Haag, Jan Jansz van Heijningen, schout van Oudshoorn, getrouwd met Griete Matheeusdr, kinderen van "den ouden bedde", deels erfgenamen van Matheeus Evertsz van Heijningen, zijn uitgekocht door MaritgenStevensdr, weduwe van Matheeus voorn., van alle goederen van Matheeus Evertsz.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3a, p. 84v, d.d. 03-09-1602
---
Steven Matheeusz van Heijningen heeft na de dood van zijn ouders Matheeusz Evertsz van Heijningen en Marrijtgen Stevensdr, in 1605, van zijn broers en zusters in het geheel overgenomen een huis en erf met oliemolen, schuur en verder timmerwerk in het Noordeinde van Alphen, strekkende van de Rijn tot de Heereweg, tegen betaling van 4.200 gulden. Bij de grote brand van 19-05-1619 is zijn bezit totaal vernield. Hij is van de koopsom nog 415 gulden schuldig aan zijn broer Jacob en verzoektuitstel van betaling, hetgeen hem wordt toegestaan. Als onderpand stelt hij het voorn. erf met huis, belend ten zuiden Philips van Leeuwen en Maritgen Sijmonsdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Jonge Coster, ten noorden de steeg van de kinderen van mr. Jacob van Leeuwen en de weduwe van Bouwen Adriaensz, snijder. In navolgende eensluidende akten RA Alphen, toegangsnummer 112.1.02, inv.nr. 6 folio 44 en 45v is hij schuldig aan zijn zusters Neeltgen en Annitgen respectievelijk 404 en 509 gulden.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 43, d.d. 04-05-1620
---
ZOO staat het op de grafzerken in de kerk te Rijnsaterwoude en op de Schouten zegels.
Mattheus Everts (was hij een van Heijningen of was zijne moeder uit dit geslacht ?) was schoolmeester te Alfen toen hij door de >Con. majt.< benoemd werd tot notaris aldaar, waarvoor hij 26 Jan. 1579 den eed aflegde voor het Hof van Holland. Hij had eene olieslagerij. Hij komt ook voor 20 Mrt 1588 als kerkmeester aldaar, genoemd Mr. Mattheus Everts. Zijn prothocol is nog niet gevonden, maar een zijner notarieele acten dd. 7 Juni 1600 is opgenomen in het leenregister van Poelgeest fo. 159 en daarin noemt hij zich Matheus Evertsz. van Heyningen.
Van zijne kinderen komen voor: Evert v. H., die 12 Mei 1611 het deel van zijn broeder Steven in den oliemolen in het Noordeinde van Alfen kocht, en gehuwd was met de dochter van Gerrit Gijsbertsz. (Proth. van Alfen). Steven woonde aan den Heerenwegin het noordeinde van Alfen naast Philip Claesz. van Leeuwen. Zijne vrouw Hoesgen was dochter van Cornelis Meesz. (Bartholomeusz.) van Heyningen. Voorts waren er nog meer zonen, o.a. Jan van Heyningen (Nav. t.a.pl. zegt dat hij Schout te Alfen was; waaruit blijkt dit?) en ook dochters. Behalve Cornelis Meesz. was er ook een Cornelis Aertsz. van Heyningen, die 7 Dec. 1584 land in Alfen kocht van: Claes en Pieter Jansz. van Leeuwen, Jeroen Willesen, Saers Symons man van Grietie Jans en Alyt Jans met Claes Jansz. haar broeder, allen erfgenamen van Jan Willemsz. van Leeuwen (Proth. Alfen).
Bron: De Navorscher, jaargang 68, 1919, p. 210 
van Heiningen, Matheus Everts (I1333)
 
3683 Mutueel testament Jacob Cornelisse Rijnsburger en Neeltje Cornelisse Ameronge, echtelieden wonende in de Ridderbuurt te Oudshoorn, gegoed beneden 2.000 gulden. Getuigen: Cornelis Nieuwkerkeen Dirk Ariens Buurman.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.2.01), inv.nr. 37, d.d. 13-04-1756
---
Jacob Cornelisz Rijnsburger verkoopt aan Cornelis Nieuwkerk de helft in een huis en erf in de Ridderbuurt, groot 130 roeden, strekkende uit de Noordwetering tot Huijg Dirksz Lelijvelt en Dirk Klaasz Rijnsburger, belend ten oosten voornoemde Lelijveld en Rijnsburger en ten westen Jan van Leeuwen en Hendrik Olij. Koopsom 210 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.2.01), inv.nr. 21, p. 256v, d.d. 28-04-1758
---
Dirk Cornelisse Rijnsburger, wonende in de Tempel onder Reeuwijk, Jacob Cornelisse Rijnsburger te Korteraar. Jan Cornelisse Rijnsburger te Oudshoorn, Pieter Cornelisse Rijnsburger in de Tempel te Reeuwijk, Lijsje Cornelisse Rijnsburger getrouwd metDirk Jacobse de Groot te Korteraar en Marijtje Cornelisse Rijnsburger gehuwd met Cornelis van Oosten te Oudshoorn, geven te kennen dat hun moeder Marijtje Dirkse Outshoorn weduwe van Cornelis Dirkse Rijnsburger op 28-11-1775 in de Ridderbuurt te Oudshoorn was overleden, een zodanige sobere boel naliet, dat de kinderen alleen voor de begrafenis willen zorgen. Getuigen: Willem van de Werken en Jan van Iep.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.2.01), inv.nr. 45, d.d. 05-12-1775 
Rijnsburger, Jacob Cornelis (I2689)
 
3684 NA ’s-Gravenhage (11:81 dd 20-7-1624) Jacob Gerrits Bleijcker is borg voor Dirck Pieters Tol, die aan Judith Hendricx fl.580 te betalen heeft vanwege een boete, waartoe hij veroordeeld is.
NA ’s-Gravenhage (197:50 dd 26-7-1649) Door inktschade lastig leesbaar: X ten behoeve van Judith Hendricx en Judith Hendricx zelf leggen een verklaring af over een zilveren lepel.
NA ’s-Gravenhage (213:270 dd 19-5-1650) Robbert du Harlingh meestersmid en Nicolaas vander Brugge als principaal en borg, beloven aan (niet ingevuld) of toonder fl.200 Caroli op pand van hun bezittingen
NA ’s-Gravenhage (181:340 dd 12-4-1652; moeilijk leesbaar) Robbert Harleijn, meester slotenmaker, echtgenoot van Judith Hendricks, verklaart met? Jan Willem Linde(mever?) dat Jacomijntje Franse, weduwe Arent Jans van Bock (?) altijd een fatsoenlijkhuishouden gevoerd heeft.
NA ’s-Gravenhage (322:140 dd 10-3-1655) Mr Hendrick van der Meulen, chirurgijn te Rijswijk, verkoopt aan Cornelis du Harlijn, idem te idem, een obligatie van fl.100 ten laste van Arie Claasen bakker en Pieter N. als borg, gedateerd 7-12-1669.
NA ’s-Gravenhage (322:142 dd 11-3-1655) Mr Hendrick van der Meulen, chirurgijn te Rijswijk, verkoopt aan Cornelis du Harlijn, idem te idem, zijn medicamenten en toebehoren voor fl.188, met een betalingsregeling.
NA ’s-Gravenhage (410:335 dd 17-4-1658) Robbert du Harlingh verkoopt aan Jan Guldemont de jonge een stukje erf groot drie roedeboeten in het vierkant achter zijn huis aan de Langegracht voor fl.22,50.
NA ’s-Gravenhage (379:14 dd 29-1-1663, nauwelijk leesbare print) Robbet du Harlingh aan Jan N.N., verhuur huis aan de Langegracht tot 1665 voor fl.145 per jaar.
NA ’s-Gravenhage (186:55 dd 2-4-1664) Juijdic Hendricx huisvrouw van Robbert du Harlingh, oud 75 jaren, verklaart op verzoek van Arent van Straeten, vleeshouweer, dat zij op 14-10-1663 des zondagochtends rond 0800 in Arents huis was en daar een pachter met ander volk zag, die vroeg “heeft u niet meer vlees dan wat hier hangt”- waarop de slager zei “neen, ik heb gisteren een half lam geleend (?) van Willem van Teijlingen, hetgeen ik tekort kom?” (?)
NA ’s-Gravenhage (186:254 dd 27-8-1665) Robbert en Judith testeren op de langstlevende; vervangt een testament van (26-1-1651 bij Warmenhuijzen?); Neetje uit het eerste bed wordt vermeld met een extra legaat van 76 (?) gulden, verder delen alle kinderen uiteindelijk gelijk.
NA ’s-Gravenhage (272:182 dd 15-5-1660) Philips van Leeuwen is schuldig aan Judith Hendricks fl.600 voor ongeleverde goederen die hij belooft te restitueren aan Judith of haar erven met interest; borg is zijn zoon Sent (=Vincent).
NA ’s-Gravenhage (447:50 dd 10-2-1671) Judith Hendricxs weduwe met Floris van Tongeren, meester beeldhouwer, en Johan Louckers, notaris, volgens akte van 13-1-1671 en met toestemming van de schepenen dd. 2-2-1671, verkoopt aan Meijndert van Soe(st)bergen, bode van de Staten van Holland, een rijtje huizen aan de Lange Gracht, met dien verstande dat Judith daar de rest van haar leven met haar dochter mag blijven wonen in de kamer die ze nu bewoont. Prijs: fl.5150, waarvan fl.3150 direct aan deaflossing van schulden wordt besteed.
NA ’s-Gravenhage (447:52 dd 10-7-1671) Judith geeft Van Tongeren en Louckers permissie de huizen aan Van Soestbergen over te dragen.
NA ’s-Gravenhage (447:136 dd 7-5-1671) Judith geeft Van Tongeren en Louckers (nogmaals) procuratie voor haar op te treden inzake de overdracht van huizen aan Van Soestbergen.
NA ’s-Gravenhage (448:13 dd 13-1-1672) Judith benoemt Van Tongeren en Louckers tot uitvoerders van haar testament en bezorgers van haar lichaam.
NA ’s-Gravenhage (473:340 dd 4-3-1677) Judith maakt de boedel op die haar man bij zijn overlijden naliet; belangrijkste item naast huisraad en dieren was de reeks huizen; verder nog een lening van fl.500 waarop 150 terugontvangen was.
NA ’s-Gravenhage (910:149 dd 31-3-1678) Juffrouw Maria Kunst, huisvrouw van Jan de Vries, kwartiermeester van een compagnie ruiters, verklaart ten verzoeke van de weduwe en kinderen van Martinus du Harlingh, meestersmid, dat zij een vrouw genaamd Sibille wonend in het Hofje van Nieuwkoop kort geleden tweemaal heeft horen verklaren dat zij voor Judith Hendricx, moeder van Martinus, enig zilverwerk en “webbe linden” “om geld verzet” had.
NA ’s-Gravenhage (474:141 dd 3-5-1679) Judith Hendricks, weduwe etc., geeft procuratie aan Willem Schuijtskil, advocaat, om voor haar een proces te voeren tegen de weduwe en kinderen van Martinus du Harlingh.
Ook nog niet nagezien: RA Den Haag 5,fol 839, 8-10-1683, haar nalatenschap (met meer schulden dan baten). Op 15-5-1682 ook al dood (Prometheus X:151)
Bron: http://www.siskens-van-heijst.nl
---
Robbrecht du Harlijn en Judith Henricxdr, echtelieden, inwoners van 's-Gravenhage, beiden gezond, maken hun testament op. Du Harlijn heeft geprelegateert aan den armen een rosenobel in specie. Judith Henricxdr heeft gelegateert aan haar broers Abraham Henricxz een rijksdaalder en aan Henrick Henricxz een rosenobel. Du Harlijn benoemt tot erfgenamen, mocht hij geen kinderen verwekken bij voornoemde Judith Henricx, Aeltgen du Harlijn, zijn dochter verwekt bij Lijntge Dircxdr, zijn laatst overleden huisvrouw, en Judith Henricxdr, zijn tegenwoordige huisvrouw, elk voor een gerechte helft. Mocht Aeltgen eerder overlijden, dan vervalt haar erfdeel aan zijn huisvrouw. Judith Henricxdr benoemt tot erfgenaam, mocht hun huwelijk kinderloos blijven, haar man Robrecht du Haerlijn. Mocht hij eerder overlijden, dan vervalt zijn erfdeel aan zijn dochter Aeltgen.
Bron: GA Den Haag, ONA Den Haag (toegangsnr. 0372-01), inv.nr. 9a, fol. 162, d.d. 26-01-1626
---
Sara Bartolomeeus, weduwe van Pieter Melisz, en Adriaen Servaesz bakker, beiden van competente ouderdom, wonende in Den Haag, verklaren op het verzoek van Robbert Harlingh mr. smid, wonende mede in Den Haag. Ze heeft Trijn, huisvrouw van Laurens Commens diverse malen horen zeggen dat de huisvrouw van de requirant 's nachts om 12 uur gestolen ijzer heeft gekocht van twee personen, de ene klein en de andere groot, de ene met kolder en de andere zonder kolder.
Bron: GA Den Haag, ONA Den Haag (toegangsnr. 0372-01), inv.nr. 164, fol. 294, d.d. 24-04-1642 
Duharling, Robrecht (I940)
 
3685 NA, Hof van Holland 5802 d.d. 4-9-1581: [...] en Reynier Ysbrantsz. alias Roesenboem, schout van Heeckendorp als officier ‘van de plecke daer tfeyt geschiet is’ (met dank aan H.M. Kuypers).
Bron: Schouten van Hekendorp en Waarder: één of twee Rosenbomen? door G. Verwoerd in Ons Voorgeslacht juni 2024 (nr. 773). 
IJsbrants, Reinier (I4258)
 
3686 Naam: Aert Gielen
Woonplaats: Willeskop
Inhoud: Dienstplichtig bij het dijkleger van Lekdijk Benedendams en de IJsseldam vanwege het bezit of gebruik van grond in Willeskop.
Opmerkingen: Voorzien van een spade, latere vermelding: een klauwstok.
Bron: RHC RL, Monsterrollen Willeskop (beheersnr. H067), inv.nr. 718, aktenr. 1, d.d. 00-00-1631
---
"De twee naegelaten weeskijnderen van za. Burchjen Jacobs geprocreert bij Aert Chielen met namen Jacob Aertsz een soon ende Merrichgen Aerts een dogter. Aert Chielen vader van de voorn. twee weeskijnderen heeft vuijt gecost ende bewesen Jan Jacobsz ende Frans Jacobsz oomen ende bloetvoochden van de twee onmondige weeskijnderen (...) actum voor de e. Jan Woutersz van Louff ende Hendrick Snel burgemrs. ende weesmrs. der stede Montfoort op huijden den xx october 1637. Compareerde ter weeskamer der stede Montfoort Jacob Aertsz dewelcke bekende door handen van Aert Chielen sijne vader ontfangen te hebben de somme van vijff hondert gul. (...) den iijen meij 1644. Alsoo Jan Cornelisz Neelen als getrout hebbende Merrichgen Aerts gecompareert is voor Dirck van Hollant burgemr. ende weesmr. indertijt dewelcke bekende door handen van Aert Chielen sijn schoenvader ontfangen te hebben de somme van vijff hondert gul. (...) den xixen april 1650"
Naam: Aert Chielen
Beroep: bouwman
Hoedanigheid: erfgenaam, huwelijkspartner, bloedverwant
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 113, fol. 5, d.d. 20-03-1637/03-05-1644/19-04-1650
---
"Jan Cornelisz toecomende bruijdegom geassisteert met Cornelis Gerritsz Nelen sijnen vader ter eenre, ende Merrichgien Aertsdr toecomende bruijt geassisteert met Aert Chielen haeren vader ende Jacob Aertsz haeren broeder ter andere zijde (...) hebben desen elcx onderteeckent in Willeschup ter huijse van des voors. bruijts vader den sevenden aprilis des jaers xvje negen ende veertich"
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 74, d.d. 07-04-1649
---
Naam: Aert Gielen
Inhoud: Dienstplichtig bij het dijkleger van Lekdijk Benedendams en de IJsseldam vanwege het bezit of gebruik van grond in Willeskop.
Opmerkingen: Voorzien van een puthaak met een zak.
Bron: RHC RL, Monsterrollen Willeskop (beheersnr. H067), inv.nr. 718, aktenr. 6, d.d. 30-11-1657 
Michiels, Aart (I2329)
 
3687 Naam: Annigje Pols
Leeftijd: 32 jaar
Burgerlijke staat: gehuwd
Partner: Willem van der Neut
Uitgever akte: Nederlands-hervormde gemeente Waarder
Opmerkingen: Het betreft hier slechts een korte aantekening, waarbij niet staat vermeld waarheen deze persoon vertrokken is.
Bron: RHC RL, NHG Waarder (beheersnr. R047), inv.nr. 170b, fol. 14b, subnr. 910, d.d. 12-09-1771 
Pols, Annigje Ariens (I2589)
 
3688 Naam: Arijen Thomisz
Geslacht: Man
Woonplaats: Rosendeel
Aktedatum: 22-03-1671
Bron: RHC RL, Begraven Oudewater (beheersnr. O064), inv.nr. 322, fol. 100 
Teunis, Arien (I3122)
 
3689 Naam: Bart Gerritse Rietveld (ofte den Tapper)
Geslacht: Man
Opmerkingen: Mogelijk is zijn beroep tapper.
Bron: RHCRL, Kerkmeesters te Benschop (beh.nr. L171), inv.nr. 73, aktenr. 1 
Rietvelt, Bart Gerrits (I2670)
 
3690 Naam: Catrijn Cornelis
Geslacht: Vrouw
Opmerkingen: De middelkerk. Vanden Dorpel van 't hoog Choor. Regel 10, graf 8.
Bron: RHCRL, NHG Oudewater-Hekendorp (beh.nr. O070), inv.nr. 359, fol. 105v

Begraven in dit graf:
Cornelis Dirxzn, 1573
Dirck van Noortwijk, 1573
Cathrijn van Noortwijk, 1573
Catrijn Cornelis, 21-05-1606
Claartge Hendrix Amels, 19-06-1607
Merritgen Dirxdr, 02-10-1623
Jacob Dirxzn, 25-09-1643
Catrina, dochter van ds. Gijboo, 07-07-1652
Aefgen Dircks, vrouw van Ghijboo, 28-11-1660
Gibbo Theodori Aberst, 10-08-1667
De moeder van Jan Coenraetsz van Groeningen, 24-02-1673 
Cornelis, Trijntje (I659)
 
3691 Naam: Cornelis Corsz
Woonplaats: Jaarsveld
Hoedanigheid: geldnemer
Bron: RHC RL, ORA Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 115, aktenr. 22, d.d. 13-05-1622
---
Naam: Cornelis Corsz
Inhoud: Dienstplichtig bij het dijkleger van Lekdijk Benedendams en de IJsseldam als inwoner van Jaarsveld in de leeftijd van 18 tot 60 jaar.
Opmerkingen: Voorzien van een verjager. Akte is ongedateerd, omstreeks 1630.
Bron: RHC RL, Monsterrollen Jaarsveld (beh.nr. H067), inv.nr. 709, aktenr. 1
---
Fijtgen Vredricx, weduwe van Cornelis Corssen, draagt over aan Gerrit Cornelis Corssen, haar zoon, ca. 2,5 morgen eigen land met huis, hof en boomgaard, gelegen op Overjaarsveld, strekkende van Lopik, over de Hoge Dijk tot de halve dijksloot, belend boven de erfgenamen van Anna Borre en beneden Gerrit Cornelis Corssen zelf.
Bron: RHC RL, ORA Jaarsveld (beh.nr. L148), inv.nr. 866, fol. 134v, d.d. 06-05-1645 
Cors, Cornelis (I3850)
 
3692 Naam: Cornelis Hoogendoorn
Leeftijd: 4 jaar
Ouders: Willem Hoogendoorn en Baartje van Soelen
Inhoud: De akte was opgemaakt voor een verhuizing naar Bloemendaal.
Uitgever akte: Armbestuur van Willens
Bron: RHC RL, Akten van indemniteit Stein (beheersnr. R012), inv.nr. 1, fol. 71, d.d. 07-08-1743
---
NH dopen Gouderak:
12-09-1734 Maria; o. Willem Klaasz Hogendorp en Baartje van Soelen; g. Trijntje Willems [van Rosse]
28-10-1736 Klaas; o. Willem Klaasz Hogendoorn en Baartje Kornelisse van Soelen; g. Dirkje Ingens de Baas
NH dopen Haastrecht:
10-05-1739 Cornelis; o. Willem Hoogendoorn en Baartje van Soelen; g. Dirkje Ingensdr den Baas
18-02-1742 Neeltje; o. Willem Klaesze Hoogendoorn en Baartje Cornelisze van Zoelen; g. Dirkje Ingens 
Hogendoorn, Willem Claas (I1433)
 
3693 Naam: Cornelis Hoogendoorn
Leeftijd: 4 jaar
Ouders: Willem Hoogendoorn en Baartje van Soelen
Inhoud: De akte was opgemaakt voor een verhuizing naar Bloemendaal.
Uitgever akte: Armbestuur van Willens
Bron: RHC RL, Akten van indemniteit Stein (beheersnr. R012), inv.nr. 1, fol. 71, d.d. 07-08-1743 
Hogendoorn, Cornelis Willems (I1437)
 
3694 Naam: Cornelis Jan Henrick Huigensz
Woonplaats: Willeskop
Hoedanigheid: hypotheekgever
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 111, fol. 323v, d.d. 29-01-1612
---
Naam: Cornelis Jan Henrick Huijgensz
Beroep: bouwman
Woonplaats: Willeskop
Hoedanigheid: hypotheekgever
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 111, fol. 328v, d.d. 21-05-1612
---
Naam: Cornelis Jan Henrick Huijgensz
Woonplaats: Willeskop
Hoedanigheid: geldnemer
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 114, fol. 117-118, d.d. 31-01-1618
---
Er is een wettig huwelijk gesloten tussen Jacob Jansz jongesel van de Linschoten, toecomende bruydegom, geassisteert met Jan Aertsz sijn vader, Franck Aertsz sijnen oom, ende Hagen Aertsz sijn oom ende rechte bloetvoocht, ter eenre, ende Gauchgien Cornelisdr jonghedochter uyt Willeschop, toecomende bruydt geassisteert met Cornelis Jansz van de Linschoten haeren vader, ende Cornelis Sijmensz haeren swager ter andere sijde. Huwelijkse voorwaarden: dat Jan Aertsz met Jacob Jansz sijnen soone, tot subsidie ende onderstant van het huwelijk belooft te geven zevenhondert gulden, met noch ontrent sesendartich gulden hem aenbestorven doort overlijden van Aert Hagensz sijn bestevader zaliger, ende hem verder in cledinge ende redinge uyt te setten. Waerjegens Cornelis Jansz van de Lintschoten tot subsidie van het huwelijk zijn dochter belooft vijfhondert gulden.
Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beheersnr. O063), inv.nr. 1878, aktenr. 10, d.d. 25-10-1635
---
"Anthonis Ghijsbertsz Drost bruijdegom jongman geassisteert met Cornelis Jansz van Linstschoten ende Neeltge Dircx sijne behoude oom en meije ter eenre ende Aeltge van Langelaer geassisteert met den e. Thime van Wee.. [Thijman van Weede] haer behout oom ter andere sijde"
Naam: Cornelis Jansse van Linschoten
Hoedanigheid: bloedverwant, huwelijkspartner
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1445, fol. 33, d.d. 02-05-1642
---
"het onmondige weeskint van sal. Ghijsbert Dircksen Drost ende Lijsbeth Pellen in haer leven echte luijden met namen Cornelia Dircx Drost (...) Cornelis Janssen van Linschoten oom ende voocht van Cornelia Ghijsbertsz voorn. naegelaten weeskint van sal. Ghijsbert Dircxsen Drost"
Naam: Cornelis Jansz van Linschoten
Hoedanigheid: bloedverwant, voogd
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 113, fol. 45v, d.d. 29-07-1644
---
"Cornelis Janssen van Linschooten ende Neeltken Dircx Drost echteluiden wonende in Willeschup ons notaris ende getuijgen wel bekent"
Naam: Cornelis Jansz van Linschooten
Woonplaats: Willeskop
Hoedanigheid: huwelijkspartner, testateur
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 10, d.d. 22-12-1644
---
Naam: Cornelis Jansz van Linschooten
Woonplaats: Willeskop
Hoedanigheid: erfgenaam, huwelijkspartner, bloedverwant, verkoper
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 117, fol. 27, d.d. 04-07-1644
---
"den eersamen Cornelis Jansz van Lintschoten woonende in Williscoop, in de qualiteijt als oom ende voocht van Gouwichgen Bartholomeus Ruijs jegenwoordich woonende ten huijse van e. Willigen Huijgensz van der Geer out cameraer slants ende groote waterschap van Woerden (...) te vorderen van Gerrit Bartholomeusz Ruijs haer constituantes outste broeder woonende in Segvelderbroeck een hooffsomme van drie hondert vijftich gul. (...) spruijtende soo ten opsichte van haer consituantes vaders besterffenis off anders van penningen die haer moeder tot proffijte van hare samentlijcke kinderen albereijts uijtgekeert heeft"
Naam: Cornelis Jansz van Linschoten
Woonplaats: Williscoop
Hoedanigheid: voogd, bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 80, d.d. 07-11-1647
---
"Cornelis Sijmonsz ende Magdaleentgien Cornelisdr echte luijden wonende in Willeschup, dewelcke ons notaris ende getuijgen verclaerden dat Cornelis Jansz van Linschooten ende Neeltken Dircx Drost, haeren vader ende schoonvader ende stiefmoeder respective beha.. ende possideerden twee mergen erfpacht lants soo groot soo cleijn die op Willeskop in sijn belending gelegen sijn"
Naam: Cornelis Jansz van Linschooten
Beroep: bouwman
Woonplaats: Willeskop
Hoedanigheid: bloedverwant, huwelijkspartner, testateur
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 104, d.d. 26-07-1651
---
"Jacob Jansz man ende voocht van Geuken Cornelisdr, Hendrick Theunisz man ende voocht van Adriaentken Cornelisdr, Gerrit Gerritsen Cort man ende voocht van Basteaenken Cornelis ende Claes Jansz Crijnen man ende voocht van Annichgen Cornelis bijde welcke sij elcx levende geboorte hebbende sijn ende Janneken Cornelisdr naegelaten wede. van Jacob Gerritsz gesterckt met Cornelis Sijmonsz haeren outste swager ende gecoren voocht in desen, alle swagers ende kinderen van Cornelis Jansz van Linschooten"
Naam: Claes Jansz Crijnen
Hoedanigheid: bloedverwant, huwelijkspartner
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 105, d.d. 26-07-1651
---
"Neeltken Dircx Drost huijsvrouw van Cornelis Jansz van Lintschoten woonende in Willeskop ons notaris ende getuijgen wel bekent (...) legateert ende besprack aen Neeltken Ghijsberts Drost haeren nichte een somme van thien car. guldens drie noch aenGhijsbert Jansz Blocklander de ouden, een somme van vijff hondert guldens tot xx stuijvers het stuck noch aen den voorn. Ghijsbert Jansz Blocklander den ouden, Cornelis Jansz en Ghijsbert Jansz de jonge en Merrichgen Jansen te samen, noch twee duijsent gelijcke guldens legateert mede aen Gijchgien Teunis Drost vijff hondert gelijcke guldens eens noch aen Dirck Claessen soon van Claes Jan Crijnen in Blocklant"
Naam: Claes Jan Crijnen
Woonplaats: Blokland
Hoedanigheid: bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 109, d.d. 21-01-1653
---
"Compareerde ter weeskamer ende voor weesmrs. der stede Montfoort Cornelis Janssen van Linschooten ende Neeltgen Dircx Drost echte luijden wonende in Willeschup de welcke bekenden voor haer haer erve ende naecomel. wettel. verrecht ende wel ende deuchdel. schuldich te wesen Cornelis Ghijsbertsz Drost naegelaten weeskint van sal. Ghijsbert Drost een jaeren losrente van vijf ende veertich gulden jaerl."
Naam: Cornelis Jansz van Linschoten
Hoedanigheid: erflater, geldnemer
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 113, fol. 47, d.d. 12-05-1654
---
"deerbare Neeltje Dircx Drost nu huijsfrouw van Aert Jansz van Rijneveltsdam wonende op den Heemstede mij notario bekent, gesont van lichaem ende haer verstant wel machtich sijnde , ende verclaerden in crachte van brieven van octroije haar ende haer vern. man, soe sij seijden bij den hour versz. verleendt den 26 aug. 1654, te hebben gemaeckt als sij legateerde ende maeckte mits desen aen ende ten behouve van haer comparantes eerste zal. man Corn. Jan Henrick Huijgens dochter met namen Bastiaentje Cornelis huijsfrouw van Gerrit Gerritsz nu wonende op Mastwijck"
Codicil - toewyzing legaat aan Bastiaentje Cornelis, gehuwd met Gerrit Gerritss, wonend op Mastwyk, dochter van eerste echtgenoot van comparante, behoudens lyftocht van Aert Janss van Ryneveltsdam
Eerste partij: Neeltje Dircx Drost, eerder wed. Cornelis Jan Henrick Huygens
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 272, aktenr. 153, d.d. 08-10-1659 
Linschoten, Cornelis Jans (I2196)
 
3695 Naam: Dirck Reijersz
Woonplaats: Blokland
Hoedanigheid: belending
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 111, fol. 365v, d.d. 12-12-1614
---
Naam: Dirck Reyerssen Drost
Hoedanigheid: belending
Opmerkingen: Deze akte is waarschijnlijk opgesteld in het jaar 1626.
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1446, fol. 114, d.d. 00-00-1626
---
Dirck Reijersz Dros en Merrichgen Ghijssen
Woonplaats: Montfoort
Hoedanigheid: erflater, huwelijkspartner, bloedverwant
Bron: RHC RL, Weeskamer Montfoort (beheersnr. M017), inv.nr. 117, fol. 12, d.d. 13-03-1641 
Drost, Dirk Reiers (I936)
 
3696 Naam: Dirck van Vliet (de oude)
Opmerkingen: De middelkerk, regel 3, graf 2. Schout van Papekop.
Bron: RHCRL, NHG Oudewater (beh.nr. O070), inv.nr. 360, fol. 159 
van Vliet, Dirk Aarts (I3915)
 
3697 Naam: Dirkije Livens
Opmerkingen: De middelkerk, regel 3, graf 2.
Bron: RHCRL, NHG Oudewater (beh.nr. O070), inv.nr. 360, fol. 159 
Lievens, Dirkje (I3916)
 
3698 Naam: Eechgen Cornelis
Relatie: Weduwe van Lieven Gerritse
Opmerkingen: De middelkerk, regel 6, graf 5.
Bron: RHCRL, NHG Oudewater (beh.nr. O070), inv.nr. 360, fol. 176v 
Cornelis, Eegje (I3918)
 
3699 Naam: Gibbo Theodori Ab Eerst
Opmerkingen: Dominee, predikant te Oudewater.
Bron: RHCRL, DTB Oudewater (beh.nr. O064), inv.nr. 322, fol. 38
---
Naam: Gibbo Theodori Aberst
Opmerkingen: De middelkerk, regel 10, graf 8. Predikant.
Bron: RHCRL, NHG Oudewater-Hekendorp (beh.nr. O070), inv.nr. 360, fol. 201 
Ab Eerst, Gibbo Theodorus (I63)
 
3700 Naam: Heijndrick Gerritsz Stehouwers
Woonplaats: Rietveld
Hoedanigheid: getuige
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8500, aktenr. 125, d.d. 12-11-1615
---
Mr. Carel Martens, ontvanger van de gaarder te Utrecht, draagt over aan Marrichgen Willems, weduwe van Henrick Gijsbertsz, een halve morgen land, voorheen van de pastorie van Zegveld, gelegen te Zegveld in een weer van 10 morgen, strekkende voor de helft uit de Zegvelderwetering tot de Oude Meije, belend ten oosten de erfgenamen van Jacob de Graeff en ten westen het Convent van Oudwijk.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2375, aktenr. 39, d.d. 22-03-1645
---
Willem Heijndricksz Stehouwer, wonende te Zegveld, voor zichzelf en zich sterkmakende voor zijn broers en zussen, samen erfgenamen van Merrichgen Willems zaliger, hun moeder die weduwe was van Heijndrick Gijsbertsz, overleden te Zegveld, verkoopt in een erfkoop aan Claes Elbertsz, wonende te Zegveld, 10 morgen land te Zegveld als vrij eigen patrimoniaal goed, strekkende van de Halve Zegvelderwetering tot aan de Oude Meije, belend ten oosten de weduwe van Jacob Bicker en ten westen Joost Gerritsz.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8514, aktenr. 61, d.d. 10-02-1647
---
Gijsbert Heijndricksz Stehouwer, voor zichzelf, Pietgen Heijndricksdr Stehouwer, geassiteerd door Philips Jansz Geestdorp, tegenwoordig burgermeester van Woerden, haar oudste zoon en gecoren voogd, Dirck Gerritsz als man en voogd van Annichgen Heijndricksdr Stehouwer, Jan Jacobsz Coppert, getrouwd met Merichgen Heijndricks Stehouwer, Cornelis Jacobsz Coppert als man en voogd van Hillichgen Heijndricksdr Stehouwer, samen kinderen en, naast Willem Heijndricksz Stehouwer, wonende te Zegveld, kinderen en erfgenamen van Merrichgen Willemsdr, hun overleden moeder, die weduwe was van Heijndrick Gijsbertsz Stehouwer, beiden overleden te Zegveld, machtigen hun broer en zwager Willem Heijndricksz Stehouwer om in hun naam voor het gerecht van Zegveld over te dragen aan Claes Elbertsz, mede wonende te Zegveld, 10 morgen land gelegen te Zegveld als vrij eigen patrimoniaal goed.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 69, d.d. 04-05-1647 
Stehouwer, Hendrik Gijsberts (I3013)
 

      «Vorige «1 ... 70 71 72 73 74 75 76 77 78 ... 107» Volgende»


Deze site werd aangemaakt door The Next Generation of Genealogy Sitebuilding v. 14.0.3, geschreven door Darrin Lythgoe © 2001-2026.

Gegevens onderhouden door Timon Schuurman.