Treffers 601 t/m 650 van 5,326
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 601 | 29-11-1682 ... (o. Willem Andriesz van Staveren) - Nieuwkoop NH dopen Bodegraven: 13-05-1685 Jan; o. Willem Andries van Staveren en Annetie Jans van Outshoorn 01-08-1688 Andries; o. Willem Andries van Staveren en Annigie Jans Outshoorn 10-07-1695 Dirck; o. Willem Andriesz van Staveren en Annighie Jans Outshoorn (tot Swammerdam gedoopt) --- "De voorsz tien hont gras gewas is ingeseth bij Willem Andriesz van Staveren op een so. van 17-0-0" Naam: Willem Andriesz van Staveren Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2397, aktenr. 39, d.d. 04-07-1701 --- Naam: Willem van Staveren (weduwe van) Hoedanigheid: hypotheekgever Type akte: hypotheek Inhoud: Boerderij met negentien morgen land in de Meijepolder. Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 5, aktenr. 77, fol. 117, d.d. 29-05-1728 --- Naam: Willem Andriese van Staveren (erven van) Hoedanigheid: transportant Type akte: transport Inhoud: Boerderij met negentien morgen land in de Meijepolder. Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 6, aktenr. 61, fol. 74v, d.d. 18-11-1737 | van Staveren, Willem Andries (I3001)
|
| 602 | 29-5-1594: Ghijsbert Bastiaensz verkoopt aan Jan Claesz, Crijn Claesz en Ariaentge Claesdr, elk voor een derde deel, 4 morgen land gelegen in Ruijbroek, belend ten oosten Daniel Claesz te Dordrecht en ten westen de erfgenamen van Lau Ariensz. Belast met een hoofdsom van 138 gulden. Bron: RAD, ora Wijngaarden 4 (FS scan 126/657). 9-11-1623: Vertichting door Bastiaen Gijsen van zijn drie minderjarige weeskinderen, verwekt bij Maergen Jansdr, zijn overleden huisvrouw. Bastiaen Gijsen, weduwnaar van Maergen Jansdr, geassisteerd door Ghijs Bastiaensz, zijn vader, aan de ene, Job Lenaertsz van 's-Gravendeel, geassisteerd door Claes Marinisz, wonende in Oud-Beijerland, als ooms en gerechte bloedvoogden van moederskant van de drie nagelaten onmondige minderjarige weeskinderen, met namen Barbar, ca. 5 jaar, Neeltgen, ca. 3 jaar, en Jannegen, ca. 14 weken oud. Bastiaen Gijsen houdt alle goederen in de boedel. Hij zal zijn kinderen opvoeden en onderhouden tot ze 16 jaar oud zijn. Dan krijgen de kinderen 5 pond. De voogden zullen Jannegen Bastiaensz tot aanstaande mei onderhouden op hun kosten, waarna Bastiaen Gijsen het kind thuis zal halen en onderhouden. 8-5-1639: Het voorgaande beloofde geldbedrag is voor de helft betaald door Bastijaen Gijsen aan Jacob Claesz, getrouwd met Barber Gijsen. Bron: RAD, ora 's-Gravendeel 2, fol. 218 (FS scan 604/694). 12-7-1628: Kopie van een testament, gepasseerd op 9-6-1609 bij notaris Herman Spiegel te Dordrecht, geëxtraheerd uit de principale kopie in bezit van Gijsbert Bastiaensz, wonende te Wijngaarden. Crijn Claesz en Adriaentken Claesdr, zijn zus, beiden uit Wijngaarden, testeren. De langstlevende krijgt lijftocht van de goederen. Ze benoemen tot hun erfgenamen de kinderen van Cornelis Claesz, hun broer, voor een derde deel, de kinderen van Crijn Adriaensz, de zoon van Neltken Claes, hun overleden zus, van wie de moeder is Maerijken Willem Warboutsdr, ook voor een derde deel, en de kinderen van Gijsbert Bastiaensz, wonende in de Bonaventura, de zoon van Marijken Claes, hun overleden zus, voor een gelijke derde deel. De kinderen van Cornelis Claesz krijgen 8 morgen en 4 morgen land gelegen in Ruijbroek, geschat op 150 gulden per morgen, samen 1.800 gulden. De kinderen van Gijsbert Bastiaensz krijgen 14 morgen land gelegen in Wijngaarden, ook geschat op 150 gulden per morgen, samen 2.100 gulden, met nog 100 Bron: RAD, ora Wijngaarden 4 (FS scan 223/657). 18-3-1629: Ghijsbert Bastiaensz, onze buurman, voor zichzelf, aan de ene, en Bastiaen, Jacop en Cornelis Gijsbertsz, broers, en Andries Adriaensz als man en voogd van Janken Gijsbertsdr en Adriaen Jacopsz als oom en voogd van Marijken en Aertken Gijsbertsdr, samen en ieder voor zijn deel, aan de andere zijde. Boedelscheiding van de boedel en goederen die voornoemde Gijsbert Bastiaensz met Marijken Jacopsdr, zijn overleden huisvrouw, in leven gemeenschappelijk bezeten hebben. Eerst wordt gecasseerd een testament dat onder Gijsbert Bastiaensz was berustende, gemaakt door Crijn Claesz en Adriaentgen Claesdr, gepasseerd op 9-6-1609. De partijen krijgen ieder de helft van 7 morgen land met huis en getimmerte, gelegen in Wijngaarden, belend ten oosten Wouter Jansz en ten westen Adriaen Adriaensz; nog samen een weertje land van 7 morgen, ook gelegen in Wijngaarden, belend ten oosten Maerten Geemensz en ten westen Gijsbert van Haerlem. Gijsbert Bastiaensz betaalt de komende twee jaren de lasten van de 14 morg Bron: RAD, ora Wijngaarden 3 (FS scan 24/657). 16-4-1633: Bastiaen Ghijsbertsz, wonende in het dorp 's-Gravendeel, transporteert aan Cornelis Ghijsbertsz, zijn broer, wonende in Wijngaarden, ca. 1 morgen 1 hond land gelegen in Wijngaarden, in twee weren elk van 7 morgen, met huis en hof; 350 roeden is gelegen in het huisweer van Ghijsbert Bastiaensz, belend ten oosten Wouter Jansz en ten westen Ad. Adriaensz, de andere helft, ook 350 roeden, is gelegen in een weer van 7 morgen, belend ten oosten Maerten Geemansz en ten westen Ghijsbert van Haerlem. Bron: RAD, ora Wijngaarden 4 (FS scan 292/657). 22-8-1644: Bastiaen Ghijsbertsz, wonende in het dorp 's-Gravendeel, verkoopt aan Cornelis Ghijsbertsz, zijn broer, tegenwoordig wonende in het dorp Sliedrecht, 1 morgen 216 roeden en ca. 4 voeten land, de voornoemde comparant aangekomen door het overlijden van Ghijsbert Bastiaensz, zijn overleden vader, gelegen in twee weren van elk 7 morgen groot, gelegen in Wijngaarden; als eerste in een weer genaamd Ghijsbert Bastiaensz huisweer, belend ten oosten Wouter Jansz en ten westen Adriaen Adriaensz, nog in een weer belend ten oosten de weduwe en kinderen van Maerten Geemansz c.s. en ten westen Tuenis Willem Nele. Bron: RAD, ora Wijngaarden 4 (FS scan 326/657). | Bastiaans, Gijsbert (I4250)
|
| 603 | 29-6-1586: Beatris Frans Harmansdr, Jan Cornelisz weduwe, met haar gekozen voogd, Tonis en Jan, haar zonen, verwekt bij haar voornoemde man Joris Adriaensz, elk voor henzelf, Aert Floren als man en voogd van Beatris Adriaen Fransdr, en Gerrit Willemsz Ringel als voogd van Gerrit Dircksz weeskind, verwekt bij Marrichgen Adriaen Fransdr, Jacob en Daem Adriaen Daemsz zonen, broers, elk voor henzelf, en Heijnrick Adriaen Daemsz als voogd van het weeskind van Gerrit Cornelisz, verwekt bij Marrichgen Adriaensdr, Aert Jansz als man en voogd van Claesgen Adriaensdr, Frans en Cornelis Adriaensz, broers, en Neeltgen Adriaensdr met haar gekozen voogd, elk voor henzelf, en Anthonis Jacobsz als voogd van Marrichgen Peter Jacobsdr, verwekt bij Anna Fransdr, als erfgenamen van Aertgen Frans Harmansz weduwe, hun moeder en grootmoeder, hebben overgegeven aan Heijmen en Adriaen Jansz smid, broers, het eigendom van 6 morgen eigen land gelegen in een weer van 8 morgen, met een huisje erop staande, waarvan de and Bron: RHCRL, ora Benschop 255, blz. 118 (Hofoda scan 235/502). | Harmens, Frans (I1281)
|
| 604 | 29. Jann. [1749] ontfangen van Jan Gts Roest, zullende trouwen met Trijntie Jacobs van Leeuwen J.D. van Alphen Bron: Aarlanderveen - Registers van ontvangst van de impost op het trouwen en begraven --- 7 7b. is bij Jan Rousch en Antje van der Star beijde wonende onder de Heerlijkheijd van Alckemade aangevinge gedaan van sig in den echten staat te begeven op Homade onder het classis van f3:- dus voor hun beijde. | Gezin: Jan Gerrits Roest / Antje Pieters van der Star (F1754312164)
|
| 605 | 29. { Willem Wolters, Jenneken | Willems, Jenneke (I3561)
|
| 606 | 29: do: Arijaantje Willemsz Rip, is begrave in de kerk, boven in N: 211, eens beluijd met beijde klokken, 't middelk: roef & metz[elaar] f 9-7- [voor de koster] f 1-12- betaald | Rip, Ariaantje Willems (I2699)
|
| 607 | 29e Brand van der Kleijn heeft aangevinge gedaan van sijn moeders lijk genaemt Jannetje Pieters Keijser op pro deo. | Keizer, Jannetje Pieters (I3872)
|
| 608 | 29e do: Maarten Jansz: Groenevelt alhier gestorven is na Zegvelt vervoerd en ontfangen f 6 = = Bron: Haastrecht - Registers van ontvangst van impost op het begraven --- den 5 dito, Meerten Gronevelt Begraven inde kerk f 3 - 3 - 0 Bron: Zegveld - NH begraven | Groeneveld, Maarten Jans (I1223)
|
| 609 | 2e maart [1670] getrouwt Jan Janse Ouwerkerck J.M. [en] Ariaentje Jacobs J.D. Bron: Bergschenhoek - NH trouwboek --- 24 decemb 1,2,3 Jan Janse Ouwerkerck wedr. van Arijaentje Jacobs met Maertje Jans J.D. van Cralinghen. --- den 11 jannew. Jan Jansz Ouwerkerck wedr. van Ariaantjen Jacobs woonende aan den Bergschen Hoeck met Maartjen Jans j.d. wonende aan de Boschkae, sijn na vertoonde attestatie uijt de kerke van den Bergschen Hoek alhier getrouwt. | Gezin: Jan Jans Ouwerkerk / Maartje Jans Groeneveld (F1754312500)
|
| 610 | 2e. Johannis de Voogel geeft aant lijk van zijn moeder genaamt Geertje Langenberg onder de classis van f 3:-:- | Langenberg, Geertje Gerrits (I2042)
|
| 611 | 2en Meij het lijk van Kaatje van Leeuwen wede. Vergunst aangegeeven om te begraaven door Grietje Vergunst. Pro Deo. | van Leeuwen, Kaatje Pieters (I2125)
|
| 612 | 3 141 Pietertje Brunt vr. Gerrit Vergeer | Brunt, Pietertje (I525)
|
| 613 | 3 57v E Willem Jansz van Soest 3 57v Marritgen Cornelis huisvrouw 3 57v Arien Willemsz van Soest, kind 1 3 57v Jannichgen Willems van Soest, kind 2 3 57v Annichgen Willems van Soest, kind 3 4 57v Willem Jansz van Soest, huisbaas van Lenaert Geerlofsz 4 57v Lysbet Willems huisvrouw 4 57v Lenaert Geerlofsz inw bij Willem Jansz 4 57v Geerlof Lenaertsz kind Bron: Hoofdgeld van Haastrecht en Rosendaal van 1622 door P.J. den Hoed [Hogenda] | Cornelis, Marritje (I740)
|
| 614 | 3 7br. is gedoopt Pleuntje daer vader van is Jacob Jacobsz en moeder Aeltje Maertens. Getuijge Leuntje Dircx. | Ram, Pleuntje Jacobs (I2629)
|
| 615 | 3 desemb. Bregie Huijgen weduwe van Joost van der Plas op Kattenburg in de kleijne straet voor bij de tweede dwarstraet f 20-0- voor baer ende roef f 1-10 1702 25 januarij betaalt f 21-10 | Huigen, Bregje (I1528)
|
| 616 | 3 Geurt Tomasse van Eck en Krijntje Peters van Leeuwen een soon gebooren op donderdag den 14 Jan. gedoopt den 17 en genaemt Peter. | van Ek, Pieter Geurts (I1012)
|
| 617 | 3 Gijsbert Doesburgh in de peperstr. 3 | Doesburg, Gijsbert (I909)
|
| 618 | 3 Junij begraven Cornelis de Man overleden op Rietveld op t kerkhoff op de begr: een uur geluijd 't beste kleed ter secr. van Rietveld aangeg: alhier verloont, prodeo. | de Man, Cornelis Jans (I2248)
|
| 619 | 3 Junij Cornelis Hogendoorn van sijn vrouw Claasje Linschoten overleden in den Landen van Steijn ... op 3 Gl. | Linschoten, Claasje Pieters (I2191)
|
| 620 | 3 Junij. Tweede Pinksterdag. [Kinderen] Jan [Ouders] Jan Frederick Blankert, Marijtje van Herwijnen [Getuigen] Aaltje Martens | Blankert, Jan Jans (I305)
|
| 621 | 3 Karijna Tobias wed. v. Samwel Montee aen Kerkhoff, laet kind[eren] na, aent klokh[uijs] begrave | Tobias, Trijntje (I3718)
|
| 622 | 3, 3 15-12-1605 Tomas; get. Willeboort Wolfersen, Marritgen Franck Bron: Klapper dopen Zoetermeer en Zegwaard, 1601-1650 | van der Wilt, Thomas Jans (I3587)
|
| 623 | 3, 69 2-12-1609 Sara; get. Job Symonss, Marritge Cornelis, Marritge Dircx Bron: Klapper dopen Zoetermeer en Zegwaard, 1601-1650 | Berkelaar, Sara Ariens (I272)
|
| 624 | 3-1-1604: Barber Jansdr, weduwe van Jacob Claesz secretaris, geassisteerd door Claes Jacobsz, haar zoon en gekozen voogd, heeft n.a.v. de rekening, bewijs en reliqua van het erfhuiscedul van de nagelaten weeskinderen van za. Hillitgen Crijnendr, 98 gld. 7 st. 12 pen. aan gaargeld en rente betaald. Bron: SMH, wk Waddinxveen 1, fol. 201 (FS scan 162/408). 29-6-1609: Belending van Barber Jansdr weduwe van Jacob Claesz secretaris. Bron: SMH, wk Waddinxveen 2, fol. 3v (FS scan 202/408). | Claas, Jacob (I4219)
|
| 625 | 3-2-1631: Willem Jan Sijmonsz, wonende in de Willens, voor twee derde delen, Pieter Pietersz, wonende aan de singel in de stad Gouda en Lourens Pietersz, wonende te Reeuwijk, samen voor het resterende derde deel, verkopen aan Aert Ponsz, wonende aan de Lange Weide onder het sticht van Utrecht een stuk land ca. 3 morgen groot, gelegen in Kort-Gravecoop onder Sluipwijk, strekkende van Oukoop westwaarts tot de Kerfwetering, belend ten noorden de erfgenamen van Willem Roelen en ten zuiden de weduwe van Dirck Jacobsz en Crijn Joosten van der Neut, belast met een erfpacht van 2 gulden per jaar, te betalen aan de kerk van Sluipwijk en de rentmeester van de geestelijke goederen te Delft, en een rente van 4 gld. 4 st. per jaar toekomende de Aalmoezeniers te Gouda. Schuldbrief van 882 gulden volgt. Bron: RHCRL, ora Sluipwijk 2, fol. 86v (FS scan 295/430) 24-4-1637: Elisabet Heijndricxdr, weduwe van Aert Ponsen te Lange Ruige Weide met als voogd haar zoon Jan Aertsz, verkoopt aan Aelbert Pietersz in de Hoorn een perceel land in de Meijepolder, verongeld voor 4 morgen 33 roeden, belend ten oosten de erfgenamen van Geertruijt van Berckenroode, ten zuiden Cos Heijndricxsz Wiltenburch, ten westen en noorden Cornelis Heijndricx Cossen Wiltenburch. Met recht van overpad over het land van Cos Heijndricxsz volgens akte d.d. 09-02-1620 van Heijndrick Cosz. Koopsom 3.150 gulden. Bron: ELO, ora Nieuwkoop en Noorden 61, fol. 154v --- De volgende twee aktes komen uit het artikel Parenteel Floris Jansz. door Nico P. den Hollander (Ons Voorgeslacht 2009, nr. 610). Op 24-3-1642 komen de erfgenamen van Aert Ponsz. bijeen, n.l. zijn weduwe Lijsbeth Hendrickxdr., Jan Aertsz. (x Geertgien Cornelisdr.), Pancras Evertsz. (x Merrichgien Aertsdr.), Trijntgien Aertsdr. en Neeltgien Aertsdr. De ‘jonge dochters’ Trijntgien en Neeltgien Aertsdr. worden bijgestaan door hun neven Claes Cornelisz. en Andries Gerritsz. Pancras Evertsz. en Merrichgien Aertsdr. krijgen 2000 gld. RHCRL ora LRW 24, fol. 260 Op 11-1-1660 transporteren de erfgenamen van zal. Aert Ponsz. Dobbe en zal. Lysbeth Henrixdr., waaronder Pancras Evertsz. (x Merrichgien Aertsdr. Dobbe) en Willem Joostensz. (x Neeltgien Aertsdr. Dobbe) aan de andere twee erven namelijk Jan Aertsz. Dobbe en Gijsbert Jansz. Hogenes (x Trijntgien Aertsdr. Dobbe) hun deel van een hofstede van 14 m. 5 h. in het Laageinde van de Langeweide en de oosterhelfte van 3 m. hooiland in Gravekoop onder Sluipwijk. In totaal betalen Jan Aertsz. Dobbe en Gijsbert Jansz. Hogenes hier 5000 gld. voor. RHCRL ora LRW 25, fol. 98v --- De volgende akte geeft een mooi overzicht van de nakomelingen van Aert Ponsz Dobbe: 27-10-1690: Kopie. Jan Panken, wonende in Willeskop, Hendrick Panken tot Oudewater, Jacob Panken voor zijn moeder Willempje Panke te Bodegraven, Wilm Aerde getrouwd met Aeltje Panken, Pieter Pietersz getrouwd met Marritge Panken aan de Langeweide en Cornelis Panken de jonge in Willeskop, kinderen van Marritge van Dobbe, Thomas Gillisz getrouwd met Marritge Wilms, wonende in Willeskop, vervangende zijn zwager Jan Jansz de Bruijn, getrouwd met Weijntge Willems, kinderen van Neeltje van Dobbe, Wilm Jansz, wonende aan de Waddinxveensebrug, Dirck Jansz, wonende aan de Gouwsluis, vervangende zijn verdere broers en zussen, kinderen van Jan Aertsz van Dobbe, Wilm Claesz Roest en Jan Pietersz van Assendelft, getrouwd met Grietgen Claes Roest, kinderen van Claes Perickel te Oudewater, Roel Panken aan de Nieuwerbrug, Huijg Panken, Pieter Panken, wonende aan de Langeweide, vervangende hun verdere broers, kinderen van Panck Jansz, en vervangende de verdere erfgenamen van vaderskant van Andries Gerritsz van Dobben 5-1-1691: Cornelis Panken, voor zichzelf en vervangende zijn broers en zussen, kinderen van Marritje van Dobbe, Thomas Gillisz getrouwd met Maritje Wilms, wonende in Willeskop, en Jan Jansz de Bruijn getrouwd met Weijntje Wilms, kinderen van Neeltje van Dobbe, Jan Jansz van Dobbe, wonende aan de Nieuwerbrug, en Cornelis Jansz, wonende op Langeweide, vervangende hun broers en zussen, kinderen van Jan Aertsz van Dobbe, Jan Pietersz van Assendelft getrouwd met Grietje Claes Roest, voor zichzelf en vervangende Willem Claesz Roest, kinderen van Claes Perikel te Oudewater, Huijg Panken, Pieter Panken, beide wonende op Langeweide, Cornelis Gerritsz van Heden getrouwd met Annetje Panken, voor henzelf en vervangende hun broers, kinderen van Panck Jansz, Jan Gijsen Hogenes, wonende aan de Bodegraver Meije, kind van Trijntje Aerts van Dobbe, vervangende de comparanten de verdere erfgenamen van vaderskant van Andries Gerritsz van Dobbe, machtigen de weesmeesters van Gouda en Johan Crabeth, notaris en procureur, o Bron: RHCRL, ora Lange Ruige Weide 1, aktenr. 204 (FS scan 347/374). --- Langeweijde [1536] Lambert Gelisz bruijckt xxvij mergen ende iiij hont lants hem selven toebehorende bij eede tsjaers den mergen om v schilt facit xlvj out schilt v st. [1599] Nu eijgenaers ende bruijckers de wedue van Pons Jacobsz van xv mergen, Aert Ponsz haer zoen x mergen ende Daem Jansz tot Waerden ij mergen iiij hondt Bron: Oudschildgeld inv.nr. 1675, fol. 314 [1656] Eijgenaer ende bruijcker Pancras Janssz van 2 mergen 1 hond, Lijsbeth Henrix weduwe van Aert Ponssz eijgenerse ende Jan Aertsz haer soon bruijcker van 14 mergen 5 hond, Jan Aertsz selff eijgenaer ende bruijcker van 3 mergen, d'voorn. Pancras Jansz noch eijgenaer ende bruijcker van 2 1/2 mergen, Henrick d'Lange eijgenaer ende bruijcker van 2 1/2 mergen ende Jonker. van Alckemades weduwe eijgenerse ende Henrick d'Lange bruijcker van 2 mergen 4 hond die nu nader gereeckent wort voor 2 1/2 mergen. Bron: Nico P. den Hollander - Landeigenaren en -gebruikers in Langeweide, Ruigeweide en Kortenhoeven in 1536, 1599 en 1656 (Gens Nostra 2002 nr. 6), gebaseerd op RHCRL, schoutambt Lange Ruige Weide (beh.nr. R027), inv.nr. 21. --- Aert Ponsz weduwe eigenaar van 4 morgen 5 hond land, bruiker Jan Aertsz Dobbe. Aert Ponsz weduwe eigenaar van 10 morgen land, bruiker Jan Aertsz Dobbe. Bron: Landeigenaren en -gebruikers in Lange Ruige Weide in 1643 (Ons Voorgeslacht, Nico P. den Hollander) | Dobbe, Aart Pons (I899)
|
| 626 | 3-2-1650: Huijden den iije feb. ao. 1650 is in de weeskist gebracht een vertichtbrieff aengaende t’weeskint nagelaten bij sa. Jan Claesz van Lelijesteijn geprocreert bij Geertgien Aertsdr ende noch twee obligatien een op Pieter Dircxsz van Lelije. van 1000 gl. ende d’ander op Aert Woutersz te Damme ende sijne borgen van 400 gl. tpt verseeckering vant bewijs. Actum uts. present Thomas van Blijdesteijn schout ende alle de weesmrn. 4-12-1650 of 1651: Huijden sijn ter weeskiste gebracht inde versz. doos een obligatie bij Claes Claesz Plemper verleden, van drie hondert drie ende veertich gl. xv st., ende noch een obligatie ofte hanteijcken verleden bij Dirck Claesz Lelijesteijn van een duijsen een ende dartich gl. Alles spruijtende wt de boedelscheijdinge van des versz. kints grootvader sa. genaemt Claes Dircxsz op Nieucoop overleden, conform copie auctentijcq aldaer tot Nieucoop voor schout, weesmrn. ende gerecht gepasseert in de doos van den weeskinderen van sa. Pieter Claesz geleijt. Actum desen iiije decemb. present Blijdesteijn schout ende alle de weesmrn., in kennisse bij mij voocht desen get. Dirck Claessen Lelijsten 6-5-1652: Huijden inde kist gebracht een obligatie verleden bij Dirck Claesz van Lelijesteijn, ten behoeve t’voorsz weeskint verleden, van 343-15-0. Actum den sesten meije ao. 1652. Present schout Blijdesteijn, Sijmon Dircxsz ende Hendrick Claesz weesmrn. 8-3-1654: Op huijden den viije martij 1654 heeft Dirck Claesz van Lelijesteijn den obligatie van een duijsent gl. ende noch een obligatie van 343-15-0 bij hem verleden wt de weeskist gelicht, ende voorts daer in gebracht te hebben een rentebrieff off een verlijdbrieff bij inventaris blijckende t’samen van 2000 gl. Actum ende present schout Blijdesteijn, van der Neut ende Sijmon P. schoenmaker, weesmrn. van Bodegraven. 2-3-1665: Huijden is seecker acte gepasseert bij Geertgen Aerts wede. te vooren van Jan Claesz van Lelijesteijn, item bij Claes Claesz Plemper ende bij Dirck Claesz van Lelijesteijn, als voocht ende oom van Aert Jansz van Lelijesteijn, noch minderjarich sijnde, met den verclaringe van ja denut…, voor schout ende weesmrn. tot haere dechargie, in dato den ije martij 1665. Sijnde de acte onder de secretaris berustende. 13-5-1669: Op huijden den xiije meije 1669 soo verclaerden Aert Jansz van Lelijesteijn jegenwoordige meerderjarige soon van zal. Jan Claesz van Lelijesteijn, geteelt bij Geertjen Aertsdr wederom getrout sijnde, met Claes Claesz Plemper, als dat Dirck Claesz van Lelijesteijn, sijn oom ende bloetvoocht, ende Claes Claesz voornt. sijn schoonvader, reeckeningen int cort hebben gedaen, resepctive van haerluijder administratie, ontfangh ende vuijtgeeff gehadt, tsedert den 4e februarij 1664 volgende de reeckeningh, hem vertoont, ende dat ten overstaen van schout ende weesmren. van Bodegraven volgende de respective quitantien daer van sijnde, hem gebleecken ende overgelevert, bij welcke reeckeninge ende liquidatie Claes Claesz Plemper suijvers schuldich ende ten achteren blijft, aen den selve Aert Jansz de somme van negenthien hondert xlv gl. achtien stuij. viij pen. ende Dirck Claesz Lelijesteijn de somme van drije duijsent twee hondert xliiij gl. viij stuij. viij pennin. daer onder begrepen is van Claes Cla 1-6-1669: Bekenne ick ondergesz. ontfangen te hebben wt handen eerste van Claes Claasz Plemper ende Dirck Claasz van Lelijensteijn de sommens inde boven staende acte van quitinge vermelt welcke sijluijden respectivelijck bij sloth van reecken. mij waeren schuldigh gebleven, quiterende haer oversulcx bij desen met bedanckinge van haere goede betalinge. Acten ter overstaen ende in presentie van schoud en weesmrs. van Bodegraven, hebbe ick dese onderteijckent huijden den je junij 1669. Aert Jansen van Lelisteijn Bron: RHCRL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 123 (FS scan 133) --- Dirck Claesz Leliesteijn aan de Meije is 1.325 gulden schuldig aan de weduwe en kinderen van Pieter Claesz Leliesteijn. Gesteld onderpand: een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de oude Meije tot het land van de nazaten van Jacob Gerritsz Vermij, belend ten oosten de heer van Rijswijck en ten westen Cornelis Pietersz; nog een perceel land aldaar, strekkend van genoemde nazaten tot het land van Jacob Evertsz, belend ten oosten Cornelis Jan Floren en ten westen deze nazaten; nog een perceel land aldaar, strekkend van de landen van de nazaten tot aan de Masloot, belend ten oosten en westen genoemde nazaten; nog een huis, erf, berg, schuur en hofstede aan de oude Meije onder Nieuwkoop. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 65, fol. 152, d.d. 10-11-1652 (Prins) --- Dirck Claesz Leliesteijn aan de Meije is 2.000 gulden schuldig aan Aert Jansz Leliesteijn, kind van de overleden Jan Claesz Leliesteijn. Gesteld onderpand: een perceel land in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, strekkend uit de oude Meije tot het land van de nazaten van Jacob Gerritsz Vermij, belend ten oosten de heer van Rijswijck en ten westen Cornelis Pietersz; nog een perceel land aldaar, strekkend van genoemde nazaten tot het land van Jacob Evertsz, belend ten oosten Cornelis Jan Floren en ten westen deze nazaten; nog een perceel land aldaar, strekkend van de landen van de nazaten tot aan de Masloot, belend ten oosten en westen genoemde nazaten; nog een huis, erf, berg, schuur en hofstede aan de oude Meije onder Nieuwkoop. Geroijeerd d.d. 00-05-1669. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 65, fol. 151v, d.d. 10-11-1652 (Prins) --- Dirck Claesz Lelijesteijn aan de Meije is 2.400 gulden schuldig aan Adrianus van Waerder, minderjarige zoon van de overleden Cornelis van Waerder en Grietgen Adriaensdr van Sevenhoven. Voogd van het kind is Aelbert van Wieringen. Gesteld onderpand: 16 morgen wei-, hooi- of hennepland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, bestaande uit een perceel weiland, strekkend uit de oude Meije tot het land van de nazaten van Jacob Gertsz Vermij, belend ten oosten de kinderen van de heer van Rijswijck en ten westen Pieter Cornelis Pietersz; mede een perceel hooiland strekkend van genoemde nazaten tot het land van Gert Jacob Evertsz, belend ten oosten Cornelis Cornelis Jan Floren en ten westen genoemde nazaten; nog een perceel hooiland, strekkend van het land van de nazaten tot de Masloot, belend ten oosten en westen de nazaten; nog de helft van een huis, erf, berg en schuur gelegen over het houten bruggetje. Geroijeerd d.d. 31-05-1668. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, fol. 251, d.d. 10-11-1652 (Prins) --- Dirck Claesz Lelijesteijn te Nieuwkoop verkoopt aan Leentgen Pieters, minderjarige kind van de overleden Pieter Claesz Lelijesteijn, geboren bij Maeritgen Bouwensdr van Diemen, een perceel wei- als hooiland in het Zuideinde in de polder, verongeld voor 3 morgen, strekkend van het land van Pieter Dircksz Coij tot dat van Grietgen Luijten, weduwe van Jacob Willemsz, bakker, belend ten oosten de erfgenamen van Jan Dircksz van Swieten en ten westen de Uitwetering. Koopsom 2.200 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 66, fol. 256v, d.d. 10-05-1662 (Prins) --- Huijden hebben wij Cornelis Bouwensz van Dijemen ende Dirck Claesz van lelijen.. uit de weeskist geligt de obligatie van Willem Dirck Huijgen, competerende Leentgien Pietersdr, gecomen uit de boedel van Marrichgien Pieters weduwe, haere oudt moeije, gedateert den iije meije 1642, belovende wij volgens ordre. van de heeren staten de pen. ter somme van 500 gl. daerinne verhaelt, weder te verantwoorden, als naer behoort, te .. vant weeskint vernt., toirconde get. bij vernt. voogden. Bron: RHCRL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 134, d.d. 02-06-1662 --- Compareerde ter weeskamer van Bodegraven Leentje Pietersdr meerderjaarige weeskint van za. Pieter Claasz Lelijensteijn welke verclaarde ende bekende wt de weeskiste gelicht ende door handen van schoud ende weesmrn. van Bodegraven vernt. ontfangen te hebben int bij wesen van Dirck Claasz van Lelijensteijn, Cornelis Bouwensz van Diemen ende Jan Cornelis Roeloffsz, welke int geene versz. staet waaren consenteerende, als namentlijck een copie wtte acts van scheijdinge gepasst. voor gerechte van Nieuwcoop in dato den 15 novemb. 1650 ende der auteurisatie den 4 julij 1651, item een huijrcedulle van Dirck Claasz vernt. in dato den 5 meij 1662 als mede een inventaris vande goederen van Fijtgien Andries de 1e octob. 1660 inde weeskist gebracht, seecker verlijde obligatie ende acte van aenneming. Bron: RHCRL, WK Bodegraven (beh.nr. B068), inv.nr. 2, fol. 134, d.d. 05-05-1662 --- Gerrit Jacobsz van der Horst te Aarlanderveen ruilt met Dirck Claesz Lelijesteijn een henneptuin in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 36 roeden, belend ten oosten de koper, ten zuiden Pieter Egbertsz en ten westen en noorden genoemde van der Horst. Dirck Claesz Lelijesteijn stond daarvoor af een sniep weiland aldaar, groot 100 roeden, belend ten oosten de Uitwetering, ten zuiden hijzelf, ten westen van der Horst. Lelijesteijn ontvangt nog 30 gulden van Van der Horst. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 150, d.d. 31-05-1668 (Prins) --- Dirck Claesz Lelijesteijn in de Lagewaard onder Oudshoorn verkoopt aan Pieter Egbertsz van Pijlen de helft van een huis en erf met twee bergen en een schuur in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, verongeld voor 11 morgen 5 hond, strekkend van het huis van Pieter Cornelisz tot het volgende land; nog een perceel weiland, strekkend uit de oude Meije en genoemd erf tot het land van de kinderen van de heer van Rijswijk, belend ten oosten deze kinderen en Michiel Pietersz de Bruijn, ten zuiden de andere helft van het huis en erf en ten westen Pieter Cornelis Pietersz; nog een perceel hooiland met henneptuin, strekkend van het land van de nazaten van Jacob Gerritsz Vermij tot het land van Gerrit Jacobsz van der Horst, belend ten oosten de kinderen van de heer van Rijswijck en de verkoper en ten westen de nazaten van genoemde Vermij; nog een perceel hooiland aldaar, belend ten oosten, westen en zuiden de genoemde nazaten Vermij en ten noorden de korte Masloot. Koopsom 10.200 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 150v, d.d. 31-05-1668 (Prins) --- Cornelis Cornelisz van Dorpen te Alphen draagt over aan Dirck Claesz Lelijesteijn, nu wonend in de Lagewaard onder Oudshoorn, een perceeltje weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 2 morgen, belend ten oosten de Uitwetering, ten zuiden en westen de kinderen van de heer van Rijswijck en Jan Tonisz en ten noorden Gerrit Jacobsz van der Horst. Koopsom 1.600 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 149v, d.d. 31-05-1668 (Prins) --- Dirck Claesz Lelisteijn onder Oudshoorn draagt over aan Rijck Maertensz Binck aan de Meije drie percelen veenland naast elkaar gelegen in het Zuideinde van Nieuwkoop in de Wouden, groot 18 roeden, belend ten oosten Jan Pietersz Schuijlenburg, ten zuiden Pieter Cornelisz Vermij, ten westen Crijn van Dijck en ten noorden de weduwe van Jan Dirck Jannen. Koopsom 16 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 169v, d.d. 19-11-1668 (Prins) --- Gerrit Jacobsz van der Horst draagt over aan Dirck Claesz Lelijesteijn te Oudshoorn een kamp hooiland in het Zuideinde van Nieuwkoop buitenweg, groot 1 1/2 morgen, strekkend van Jan Theusz Crijger of de korte Masloot tot het land van genoemde Lelijesteijn, belend ten oosten de Uitwetering en ten westen de verkoper. Koopsom 866 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 67, fol. 186, d.d. 08-04-1669 (Prins) --- Hendrick Jansz Cleijnen, weduwnaar en boedelhouder van Elisabet Claes Leliesteijn, aan de ene, en Dirck Claesz Leliesteijn als oom en bloedvoogd van Aeltgen Hendricx Cleijnen, onmondige dochter van voornoemde Hendrick Jansz Cleijnen, verwekt bij voornoelde Elisabet Claes Leliesteijn, aan de andere zijde. Uikoop. Bron: RHCRL, ORA Zegveld (beh.nr. W180), inv.nr. 2376, aktenr. 176, d.d. 13-12-1671 (OS) --- Willempje Bouwens, weduwe en boedelhoudster van Dirck Claesz Leliesteijn, mitsgaders nog als moeder en voogdesse over haar minderjarige kinderen verwekt bij voornoemde Lelisteijn, idem nog Claes Dircxse Leliesteijn, mitsgaders Grietie Claes Leliesteijn, beiden meerderjarige kinderen en mede erfgenamen van voornoemde Dirck Claesz Lelisteijn, allen wonende te Oudshoorn aan 's Molenaarsbrug, zijn schuldig aan mr. Jacob van Varik 1.600 gulden vanwege vier jaar aan landpacht van diens woning en landen aan 's Molenaarsbrug, van 1676 t/m 1679. In mindering van de schuld hebben ze overgedragen aan de heer Varick een aantal koebeesten, bouwgereedschap en huisraad. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1154, aktenr. 165, d.d. 14-12-1679 (scan 344) | Leliestein, Dirk Claas (I4063)
|
| 627 | 3-5-1582: Arent van der Hooch, poorter van Haarlem, en Thijs Jacobsz, buurman te Alphen, wonende in de Steekt. Thijs Jacobsz krijgt in eeuwige erfpacht een uiterdijk in de Steekt, tussen de Rijn en de Hoge Rijndijk, naast een perceel genaamd "de kleine geeren", belend ten noorden de Rijn, ten zuiden de Rijndijk voorn., ten westen Willem Cornelisz te Leiden, ten oosten Jan Conincx te Haarlem. Pachtsom 40 stuivers per jaar. Met schuldbrief, geroijeerd 16-05-1612. Bron: GAAR, ora Alphen 1, fol. 23v 16-6-1585: Harman Roetersz, wonende te Alphen in de Steekt, verkoopt Nicolaes van Alckemaede 3 morgen land onder Oudshoorn, strekkend van de Oudshoornseweg tot in de duikerwetering, belend ten oosten Sijmon Thonisz, ten westen Claes Jansz. Gestelde garantie: 6 morgen land onder Alphen aan de oostzijde van de Gouwe, strekkend uit de Toegang tot de Groeneweg, belend ten oosten Jan Maertensz, ten westen Mathijs Jacobsz. Borg: Mathijs Jacobsz stelt als onderpand 4 1/2 morgen land in Alphen ten oosten van de Gouwe, strekkend van het land van Jan Maertensz tot de Groeneweg, belend ten oosten Harman Roeten, ten westen Leen Ghijsz. Bron: GAAR, ora Alphen 3, fol. 17v 10-6-1591: Inventaris en staat van de goederen in de boedel van Neeltgen Ghijsbertsdr, weduwe van Mathijs Jacobsz in de Steekt als boedelhoudster. Als eerste een woning met huis, berg en schuur en 9 morgen eigen land in het Steekt onder Alphen, strekkende van de Rijn over de Toegang tot Harman Roeten, belend ten oosten Lenaerdt Ghijsen en ten westen Jan Conincx e.a.; nog 3 morgen land in Alphen als voren, strekkende van Leen Ghijsz tot de Groeneweg, belend ten oosten Harman Roeten en ten westen Lenerdt Ghijsz; nog 1,5 morgen land als voren, strekkende van Thomas Thomasz tot de Groeneweg, belend ten oosten Lenert Ghijsen en ten westen mr. Claes Diert in Den Haag; nog 3 morgen land als boven, strekkende van Cornelis Cornelisz Honscoop tot de Groeneweg, belend ten oosten Sijmon Eijmberden en ten westen Harman Roeten; nog 6 morgen land als voren, strekkende van de Toegang tot de Groeneweg, belend ten oosten Eijmbert Sijmonsz en ten westen St. Catharinagasthuis te Leiden; nog 3 morgen land als boven, strek Bron: GAAR, wk Alphen 1, aktenr. 23 (FS scan 25/492) 27-6-1591: Maerten Jacobsz, inwoner van Aarlanderveen, neemt de voogdij aan van de kinderen van Mathijs Jacobsz, zijn broer, verwekt bij Neeltgen Ghijsendr in het Steekt onder Alphen. Borg is Jan Ghijsz, wonende in het Steekt. Bron: GAAR, wk Alphen 1, aktenr. 24 (FS scan 29/492) 14-3-1608: Neeltgen Ghijsendr, weduwe van Mathijs Jacobs met Jacob Mathijsz als zoon en voogd, verklaart 2 morgen land in de Steekt te zullen uitgraven om te benutten als pot- of panaarde. Het perceel belend ten zuiden en noorden zijzelf, ten westen de zoon van Jan Coninck, ten oosten Lenaert Ghijsen. Gesteld onderpand (als garantie van wederdichtmakinge): 3 morgen weiland over de Molenwetering in de Steekt, belend ten zuiden de Toegang, ten oosten Lenaert Ghijsen, ten westen Cornelis Claesz, ten noorden de Molenwetering. Bron: GAAR, ora Alphen 4, fol. 5 8-4-1609: Neel Ghijsendr, voor één helft, en Jacob Mathijsz, Gijsbert en Jan Mathijsz, voor de andere helft, kopen van Jan Conincxsz te Haarlem 9 morgen land in de Steekt, zijnde leenland van de Grafelijkheid van Holland. Koopsom 3.600 gulden. Bron: GAAR, ora Alphen 4, fol. 33 24-8-1609: Neeltgen Ghijsendr, weduwe van Mathijs Jacobsz, met Jacob Mathijsz, haar zoon en voogd, voor één helft, en Jacob Mathijsz voorn. en Ghijsbert Mathijsz, mede vervangend hun broer Jan Mathijsz, als erfgenamen van hun vader Mathijs Jacobsz, voor de andere helft, dragen over op Cornelis Pietersz in de Steekt, een koopbrief van 2 morgen land in het Rijneveld. Koopsom 300 gulden. Bron: GAAR, ora Alphen 4, fol. 38 24-8-1609: Neeltgen Ghijsendr, weduwe van Mathijs Jacobsz, met Jacob Mathijsz, haar zoon en voogd, voor een helft en Jacob Mathijsz voorn. en Ghijsbert Mathijsz, mede vervangend hun broer Jan Mathijsz, als erfgenamen van hun vader Mathijs Jacobsz, voor de andere helft, dragen over op Cornelis Pietersz in de Steekt, een koopbrief van 1 morgen land in het Rijneveld. Koopsom 100 gulden. Bron: GAAR, ora Alphen 4, fol. 38 11-12-1615: Ghijsbert en Jan Mathijsz, broers, erfgenamen van Thijs Jacobsz, hun vader, dragen over op Dirck Dirck Reijersz, wonende in de Steekt, een koopbrief op 3 morgen land in het Rijneveld, strekkende van Dirck voorn. tot de Groeneweg, belend ten oosten de erven van Sijmon Eijmbertsz, ten westen de weduwe van Harman Roeten. Borg: Cornelis Pietersz. Koopsom 630 gulden. Met schuldbrief. Bron: GAAR, ora Alphen 5, fol. 20 11-12-1615: Ghijsbert en Jan Mathijsz, broers, erfgenamen van hun vader Thijs Jacobsz, verkopen Cornelis Pieter Heijnricxsz 1 1/2 morgen land in het Rijneveld, strekkende van het land van de weduwe van Thomas Thomasz tot de Groeneweg, belend ten oosten Lenaert Ghijsen, ten westen Heijnrick Pieter Heijnricken. Koopsom 490 gulden. Bron: GAAR, ora Alphen 5, fol. 21 --- Alphen 9-4-1609: Jacob Matthijsz. ook voor Gijsbert en Jan, zijn broers, met de helft en Neeltje Gijsendr., zijn moeder, met de andere helft bij overdracht door Jan Jan Conincxz., LRK 194 fol. 221v. 7-10-1613: Jacob Matthijsz. ook voor Gijsbert en Jan, zijn broers, bij dode van Neeltje Gijsen, hun moeder, met de andere helft, LRK 141 c. Nd.-Holland fol. 18. 28-4-1617: Jan Matthijsz. met het geheel half uit het goed van zijn moeder na kaveling en met twee derde van de andere helft bij overdracht door Jacob en Gijsbert Matthijsz., zijn broers, LRK 142 c. Nd.-Holland fol. 33. Bron: Repertorium op de Grafelijke lenen in Rijnland, 1222-1650 door J.C. Kort | Jacobs, Mathijs (I4155)
|
| 628 | 3-6-1602 (o.s.): Gerrit Cornelisz als man en voogd van Aeltgen Fransdr en Willem Adriaensz als man en voogd van Marichgen Gerritsdr, als mede-erfgenamen van Dievertgen Adriaen Daemsz weduwe, hun huisvrouwen oudemoeder, geven over aan Heijnrick Adriaensz en Aert Jansz als man en voogd van Claesgen Adriaensdr, hun huisvrouwen ooms, alle rechten op 5 morgen land in de Zuidzijde van Benschop boven de kerk, belend boven Adriaen Stevensz met 6 morgen 2 hond land en beneden Gerrit Willemsz alias Ringels erfgenamen met hun hofstede. Bron: RHCRL, ra Benschop 256, fol. 65 (FS scan 320/480). | Cornelis, Gerrit (I4282)
|
| 629 | 3-9-1694. Van de Ledematen gesturven: Goosse Corsse de Rooij | de Rooij, Gosen Cors (I2731)
|
| 630 | 3. Adriaentken Heymensdr., samen met haar man eigenaar en pachter van landerijen op Lang-Bolgerijen, Zijderveld, Zoichwijck, de Rolle, Rietveld en een huis en erf in de ‘Nyeuwstadt aan de Zantstraet’ te Culemborg, overl. na 15-1-1620 tr. vóór19-12-1589 Aert Jan Joosten, heemraad van het land van Culemborg (vermeld 1600), komt op 7-11-1609 komt voor als ‘corporael’ voor de Nieuwstad in een lijst van | Joosten, Aart Jan (I1803)
|
| 631 | 3. Evertje d. van Jan Hernsen en Jenneken Willems | Jans, Evertje (I1679)
|
| 632 | 3.408 Claes Thonisz. Geboren circa 1584 te Langerak, zoon van Anthonis Aertsz. (zie 6.816) en Maritge Claesdr. (zie 6.817). Bouwman. Hij bezat 10 morgen land te Langerak. Overleden voor 11 mei 1631. Gehuwd met 3.409 Adriaentge Jansdr. de Best, geboren circa 1585 te Langerak, dochter van Jan Willemsz. de Best (zie 6.818) en Maritje Dircksdr. (zie 6.819). Overleden voor 27 februari 1627. Bron: H. de Bruin (Den Hoorn); Barjesteh, Kwartierstaten, 126. Uit dit huwelijk: 1. Teunis Claesz. Capiteijn (zie 1.704). Bron: Kwartierstaat Roodnat-Hoek. De voorouders van Jan Roodnat (geboren 1928) door A. Bothof | Teunis, Claas (I3129)
|
| 633 | 3.410 Barent Jansz. Geboren ± 1575 te Langerak, zoon van Jan Dircksz. (zie 6.820) en Grietje Ningensdr. (zie 6.821). Hij woonde te Langerak. Overleden voor 17 oktober 1616. Gehuwd (zij trouwde later met Claes Willemsz. de Soij). Echtgenote is 3.411 Neeltje Willemsdr. Geboren ± 1580. Overleden na 22 maart 1652. Bron: De Keijzer, onderzoek. Uit dit huwelijk: 1. Aegje Barentsdr. (zie 1.705). Bron: Kwartierstaat Roodnat-Hoek. De voorouders van Jan Roodnat (geboren 1928) door A. Bothof | Jans, Barent (I1749)
|
| 634 | 3.412 Cornelis de Groot, geboren circa 1580. Overleden voor 1644. Gehuwd voor de kerk circa 1610 (zij trouwde later met Dirck Huijgensz.). Echtgenote is 3.413 Joosje Meeuwsen, geboren circa 1585. Overleden na 17 april 1655. Bron: H. de Bruin (Den Hoorn). Uit dit huwelijk: 1. Cornelis Cornelisz. de Groot (zie 1.706). Bron: Kwartierstaat Roodnat-Hoek. De voorouders van Jan Roodnat (geboren 1928) door A. Bothof | Meeuwsen, Joosje (I2306)
|
| 635 | 3.414 Dirck Claesz. Geboren circa 1582 te Langerak, zoon van Claes N.N. (zie 6.828) en Trijntgen Dircksdr. (zie 6.829). Overleden 1650/1651. Gehuwd voor 9 maart 1605 (zij was eerder – voor 1592 – getrouwd met Jan Matthijsse de Jongh). Echtgenote is 3.415 Susanna Sarvels, geboren ± 1575 te Langerak. Overleden voor 1 december 1643. Bron: H. de Bruin (Den Hoorn). Uit dit huwelijk: 1. Annigje Dircksdr. (zie 1.707). Bron: Kwartierstaat Roodnat-Hoek. De voorouders van Jan Roodnat (geboren 1928) door A. Bothof | Claas, Dirk (I598)
|
| 636 | 30 Aderjanis van Rooijen | van Rooij, Adrianus (I2727)
|
| 637 | 30 Augusti. zijn bij ons tot den huwelijken staat wettelijk ingeschreven Dirk Boudewijn van Lelienstijn J.M. met Maartie Sijmens van der Meer J.D. beijde woonende alhier | Gezin: Dirk Boudewijns Leliestein / Maartje Simons van der Veer (F1754313029)
|
| 638 | 30 dito aangevinge gedaen van Willem Willemsz de Jong onder de classis van dertig gulden dus 30-0-0 | de Jong, Willem Willems (I1777)
|
| 639 | 30 dito van 't lijk van Anthonij Bergshoef overleeden op Barwoutswaarder f 15 - " - | Bergshoeff, Anthonie Cornelis (I263)
|
| 640 | 30 ditto is gedoopt Sijmen daer vader van is Pieter Dircksz en moeder Lijsbet Sijmens. Getuijge Neeltje Pieters. | van Heiningen, Simon Pieters (I1329)
|
| 641 | 30 do. aengebragt bij Huijg Dirkse Ramp het lijk van sijn moeder Marrigje Huijgen als gehorende onder de classis prodeo. | de Kolen, Marrigje Huigen (I1940)
|
| 642 | 30 do. Baeffien Jacobs huijsvrouw van Huijgh Joosten comt vant Rockin f 8-- | Jacobs, Baafje (I1625)
|
| 643 | 30 Jan Zijmonsz Ruijl en Lumtje Pieters een dochter Antje | Ruil, Anne Jans (I2754)
|
| 644 | 30 maart ao. 1659 Leendert Willemsz wednaer. van z. Arijentje Jans met Ingetjen Meesen wedu. van za. Dirck Willemsz beijde van Moerdrecht, getrout den 20 april anno 1659 Bron: Moordrecht - NH trouwboek | Gezin: Leendert Willems Bloot / Ariaantje Jans (F1754314183)
|
| 645 | 30 Maes s. van Willem Maasen en Jantje Henderik | Willems, Maas (I3560)
|
| 646 | 30 meij Geertruij Ranswijk van haar man Jan Gijlswijck acte pro deo | Gijlswijk, Jan Pieters (I1153)
|
| 647 | 30 Novem. gedoopt het kindeken van Jan Pietersz, genaemt Pieter Jansen. | Lindenburg, Pieter Jans (I2189)
|
| 648 | 30 octob Lijsbeth, dochter van Dirck Isbrantse Roseboom & Annichje Co[rnelis] | Roseboom, Lijsbet Dirks (I2741)
|
| 649 | 30 Tileman Rocourt, Anna Monte, Joanna | Recourt, Johanna (I2645)
|
| 650 | 30-5-1591 (o.s.): Joris Adriaensz, voor zichzelf, Aert Floren als man en voogd van Beatris Adriaensdr, met wie hij kinderen heeft, Jacob Harmansz en Gerrit Willemsz alias Ringel als voogden van Marrichgen Gerrit Dircksdr, verwekt bij Marrichgen Adriaensdr, met consent van de drost van IJsselstein en burgemeesters van Benschop, als erfgenamen van Adriaen Fransz en Tuentgen, zijn huisvrouw, hun ouders en grootouders, geven over aan Jannichgen Steven Joestensz weduwe en Ewout Jacobsz als man en voogd van Joest Stevensdr het eigendom van 2 morgen eigen land gelegen in een weer van 8 morgen in de Zuidzijde van Benschop, boven de kerk, belend boven het Convent te IJsselstein met 10 morgen en beneden het Kapittel te IJsselstein met 7 morgen. Bron: RHCRL, ora Benschop 255, blz. 165v (Hofoda scan 332/502). 7-1-1606 (o.s.): Beatris Aert Floren wedue geassisteert met Adriaen Aertsz haren zoen hairen gecoren voocht ende hant ter eenre ende Catrijn Floor Aerts wede. als boedelhardster ter andere zijden sijn geaccordeert ten eersten alsoe Beatris Ernst Florisz het weeskijnt van Floor haren zoen ende Catrijn voorsz. inden cost gehouden heeft, nu vrouwe lichtmisse naestcomende derdalf jaren soe sel sij het selve weeskijnt noch houden een jaer dair nae als tot vrouwe lichtmisse toe ao. duijsent ses hondert ende seven sonder ijet dair van te genieten, des en sal tselve kijnt geen vordel hebben, noch Beatris en sel oick geen vordel hebben. Ende alsoe Floor Aertsz ten huwelicke gehadt heeft 62 gul. ende noch een koe ende een vaers, ende een half jaer teercosten soe is geaccordeert als enich van hair kijnderen namelick Adriaen ende Dirck sonen ende Anthonia hair dr. comen te huwelicken soe sel Beatris voirsz. die selve een half jaer die cost geven sonder ijet daer oft begeren ende costga... dat Beatris voirsz. alsd Bron: RHCRL, ora Benschop 240 (FS scan 212/578). | Floris, Aart (I1061)
|