Treffers 851 t/m 900 van 5,326
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 851 | Aan de Rijndijk: Henrick Sijmonsz, ende Adriaentgen Jacobs dochter sijn huijsvrouwe, met Sijmon, Cornelis, Jan, Neeltgen, Gerit, Belijtgen, ende Pouls, hare kinderen – 9 hoofden Bron: Zoeterwoude - Hoofdgeld 1623 --- Jan Heijndricxsz van Heijningen viskoper, geb. ca. 1601, won. in de kerkbuurt te Leiderdorp Gerrit Henricxsz van Heijningen visser, geb. ca. 1608 of 1613, won. aan de hoge rijndijk te Zoeterwoude Pouwels Henricxsz van Heijningen visser, geb. ca. 1614 won. te Leiderdorp --- "verschenen zijn Adriaentgen Jacobsdr wede. van za. Henric Simonsz wonende (zij compten) aen den hogenrijndijc in Soeterwou de voornt. geadsisteert bij mij schout voornt. als haer gecoren voocht in desen ter eenre, ende Simon Henricxsz wonende tot Rijswijc, Corn. Henricxsz wonende aen den lagenrijndijc in Leijderdorp, Gerrit Henricxsz mede wonende tot Rijswijc ende Neeltgen Henricxdr jonge dochter wonende bij de voorn. Adriaentgen haar moeder alle meerderjarige kinderen en sich funderende erfgenamen van de voorn. Henric Simonsz, in desen mede vervangende Jan Henricxsz heur broeder wonende mede in Leijderdorp ende hen voor den zelven sterckmakende, ter andre zijden, verclarende ende bekennende zij compten. aen beijde sijden (de voorn. Neeltgen geadsisteert bij mij schout voornt. als haer gecoren voocht in desen) met den anderen al wel en volcomentlic verdragen en overeen gecomen te zijn, nopende voldoeninge van t'recht van successie off erffenisse twelc zij voorgemelde kinderen, eenichsins op den boed Bron: ELO, wk Zoeterwoude 79, fol. 78, d.d. 16-03-1630 [Zie inv.nr. 30, d.d. 05-1630 onder Weeskamer Zoeterwoude inv.nr. 4 t/m 35 door A. van der Tuijn op Hogenda voor een gedetailleerde boedelinventaris.] --- "Adriaentgen Jacobsdr weduwe en voor alswel boedelhouster van za. Henric Simonsz wonende aen den hogenrijndijc in Soeterwoude geadsisteert bij Corn. Henrixsz wonende in Leijderdorp haer soon en gecoren voocht in desen. Ende bekende zij voorn. Adriaentgen Jacobsdr voor d'een helfte, gelijc mede en voorn. Henric Simonsz in zijn privé naem van wegen hem zelven en voorts ooc van wegen sijne broeders en suster (...) wel en deuchdel. schuldich te wesen aen Lijsbeth Adriaensdr wedue van za. Reijer Dirxsz de Haes lakencoopster int Cromhout tot Leijden de somme van hondert vijfenvijftich gul. tien stuvers tot xl groten t stuc" Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 299, aktenr. 34, d.d. 13-03-1630 (scan 81) --- 22-5-1632: Volckgen Aelbrechtsdr, weduwe van Jacob Joachimsz visser, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, testeert. Ze stelt tot haar erfgenamen Adriaentgen Jacobsdr, weduwe van Henrick Sijmonsz, Heuntgen Jacobsdr, huisvrouw van Adriaen Claesz van Schalckwijck, bode te Leiderdorp, Crijntgen Jacobsdr, weduwe van Cornelis Aelbrechtsz visser, Cornelis Jacobsz visser, Neeltgen Jacobsdr, weduwe van Cornelis Jacobsz Capp, en de kinderen van Aechgen Jacobsdr, verwekt bij Cornelis Jan Bouwensz, beide overleden, allen kinderen en kleinkinderen, elk voor een gelijke zesde deel. Bron: ELO, ona Leiden 495, aktenr. 6 (pagina 16/525). 10-12-1635: Adriaentgen Jacobsdr, weduwe van Henrick Simonsz van Heijningen, wonende te Leiderdorp, geassisteerd door de notaris als gekozen voogd, als aanneemster, aan de ene, en Volckgen Aelbertsdr, weduwe van Jacob Joachimsz, in leven visser, haar moeder, geholpen door Dirck Willemsz van Borsselen steenplaatser als haar bijstaande voogd, als besteedster, aan de andere zijde. Adriaentgen Jacobsdr zal Volckgen Aelbertsdr, haar moeder, in huis nemen, verzorgen, eten en drinken geven, van 1-12-1635 tot 30-11-1636 voor 60 gulden. Bron: ELO, ona Leiden 497, aktenr. 185 (pagina 500/569). | van Heijningen, Hendrik Simons (I3655)
|
| 852 | Aan de Rijndijk: Volckgen Aelbertsdr weduwe van Jacob Joachimsz visscher, met Claes Lenaertsz, ende Lenaert haer dienstknechts – 4 hoofden Bron: Zoeterwoude - Hoofdgeld 1623 --- [Den xiiijen aprilis anno 1576] Bastiaen Joachemsz van Leijden visscher met Jacob Joachemsz [marge: bescheijt te brengen van zijn vaeder] met Warboutgen Woutersdr van Noortwijck vergeselschapt met Maritgen Claesdr haer moeije. Bron: Leiden - NH ondertrouw --- 27-8-1580: Joachim Jorisz ca. 69 jaar oud, wonende in de ambacht van Zoeterwoude, en Sebastiaen Joachimsz ca. 23 jaar oud, wonende in de ambacht van Voorschoten, beiden vissers. Verklaren op verzoek van Aelbert Korssen mede visser dat woensdag 24 augustus door de requirant en Dirckgen Cornelisdr vrouw van Floris Aelbertsz, de schoondochter van de requirant, is gekocht een [onbekende maat] vis. Er ontstond een ruzie met Jacop Jansz de zoon van Agnijes Jan Potten weduwe waarbij geslagen is met een roeiriem. ELO, ona Leiden 9, aktenr. 212 (pagina 292). [Sebastiaen Joachimsz is dus geboren in ca. 1557, een jongere broer van Jacob. Joachim Jorisz zou de vader kunnen zijn, geboren in ca. 1511, hoewel wat aan de oude kant. Het zou dan echter logisch zijn geweest dat de familierelatie werd genoemd in de akte. Dat is niet het geval.] 13-12-1590: De schout en schepenen komen tot een vonnis, naar aanleiding van de stukken aan hen gegeven door Jacob Joachimsz, Pieter Woutersz en Dirck Woutersz, ooms en bloedvoogden van de vier onmondige weeskinderen van Sebastiaen Joachimsz en Werboutgen Woutersdr, beiden overleden, tegen allen die aanspraak maken op een huis en erf die de voogden met consent van de schout en weesmeesters van Zoeterwoude op 18-09-1590 in het openbaar hebben verkocht aan Cornelis Jacobsz Neleman te Leiderdorp, het huis en erf gelegen aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, belend ten noorden Jacob Joachimsz en ten zuiden Aelbert Cornelisz Visscher, strekkende van de Hoge Rijndijk tot de Rijn. Bron: ELO, ora Zoeterwoude 47, fol. 141v (FS scan 173). 9-2-1591: Jacob Joachimsz Visscher heeft gekocht en is daarom schuldig aan de weesmeesters van Zoeterwoude aan de weeskinderen van Bastiaen Joachimsz Visscher, zijn broer, en Werboutgen Woutersdr, beiden overleden, een losrente van 3 gld. 2 st. 8 pen. per jaar met een hoofdsom van 50 gulden. Als onderpand geldt een huis en erf, gelegen aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, belend ten noorden Henrick Harmants schoenmaker, ten zuiden Cornelis Jacobsz Neleman, strekkende van de Hoge Rijndijk tot de Rijn. Bron: ELO, ora Zoeterwoude 47, fol. 151 (FS scan 182). 2-3-1595: Dirck Arisz Bostelman, wonende aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, verkoopt aan Jacob Joachimsz Visscher, zijn zwager, mede wonende aldaar, een leeg erfje gelegen aan de Hoge Rijndijk bij het veer van Leiderdorp onder Zoeterwoude. Betaald met een obligatie. Bron: ELO, ora Zoeterwoude 49, fol. 105v (FS scan 499). 29-5-1599: Cornelis Jacopsz Verdoes, ca. 53 jaar oud, wonende te Leiderdorp, en Jacop Joachimsz visser, ca. 46 jaar oud, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, verklaren op het verzoek van Dirck Arijsz bostelman, wonende aan de Hoge Rijndijk, dat ze rond de laatste kerst, voor 1 januari j.l., ten huizen van de requirant waren, toen de requirant van Jacop Cornelisz Neleman kocht ca. 1 morgen land genaamd het Geerken, gelegen te Zoeterwoude, voor 100 gulden en het overnemen van een losrente van 12 gulden per jaar. Bron: ELO, ona Leiden 27, aktenr. 85 (pagina 138/310). 2-9-1625: Volcgen Alberts, weduwe van Jacob Joachimsz, in leven visser, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, met de notaris als gekozen voogd, heeft haarzelf voor Adriaen Claesz van Schalcwijc, wonende te Leiderdorp, haar schoonzoon, borg gesteld voor een jaarlijkse rente van 15 gl. 12 st. 8 pen. met een hoofdsom van 250 gulden, afgesloten op 13-??-1625, schuldig aan de Heilige Geest van Leiderdorp. Bron: ELO, ona Leiden 245, aktenr. 62 (pagina 171/421). 22-5-1632: Volckgen Aelbrechtsdr, weduwe van Jacob Joachimsz visser, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, testeert. Ze stelt tot haar erfgenamen Adriaentgen Jacobsdr, weduwe van Henrick Sijmonsz, Heuntgen Jacobsdr, huisvrouw van Adriaen Claesz van Schalckwijck, bode te Leiderdorp, Crijntgen Jacobsdr, weduwe van Cornelis Aelbrechtsz visser, Cornelis Jacobsz visser, Neeltgen Jacobsdr, weduwe van Cornelis Jacobsz Capp, en de kinderen van Aechgen Jacobsdr, verwekt bij Cornelis Jan Bouwensz, beide overleden, allen kinderen en kleinkinderen, elk voor een gelijke zesde deel. Bron: ELO, ona Leiden 495, aktenr. 6 (pagina 16/525). 31-12-1632: Volckgen Aelbertsdr, weduwe van Jacob Joachimsz, in leven visser, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, geassisteerd door de notaris als bijstaande voogd, is schuldig aan mr. Pieter Mathon, wonende te Leiden, 66 gld. 18 st. met 6,25% rente als rest van bieraccijns, die Pieter Mathon van haar zoon Cornelis Jacosbz visser tegoed heeft. Bron: ELO, ona Leiden 465 (pagina 374/377). 25-3-1634: Volcgen Albertsdr, weduwe van Jacob Joachimsz, in leven visser, geholpen door Cornelis Jacobsz, mede visser, haar zoon, en Adriaen Claesz Schalwijck, haar schoonzoon, als bijstaande voogden, verkoopt na openbare veiling aan Andries Clouck, boekverkoper te Leiden, een huis en erf gelegen in Zoeterwoude aan de Hoge Rijndijk, tussen de Meerburgerwetering en de schout van Leiderdorp, belend ten noorden Cornelisz Gerritsz Roucoop en ten zuiden Neeltgen Jacobsdr, laatst weduwe van Cornelis Albertsz Cap, strekkende van de Rijn tot de Hoge Rijndijk. Belast met 10 stuivers per jaar aan de Heilige Geest van Leiderdorp en 15 stuivers per jaar aan erfpacht aan het Convent van Roomburg (waarvan de andere 15 stuivers wordt betaald door Neeltgen Jacobsdr). Er rust een hoofdsom van 200 gulden op die Adriaen Claesz Schalcwijck schuldig is aan de Heilige Geest van Leiderdorp. De koopsom is 1.125 gulden. ELO, ora Zoeterwoude 22, fol. 9 (FS scan 247/522). 10-12-1635: Adriaentgen Jacobsdr, weduwe van Henrick Simonsz van Heijningen, wonende te Leiderdorp, geassisteerd door de notaris als gekozen voogd, als aanneemster, aan de ene, en Volckgen Aelbertsdr, weduwe van Jacob Joachimsz, in leven visser, haar moeder, geholpen door Dirck Willemsz van Borsselen steenplaatser als haar bijstaande voogd, als besteedster, aan de andere zijde. Adriaentgen Jacobsdr zal Volckgen Aelbertsdr, haar moeder, in huis nemen, verzorgen, eten en drinken geven, van 1-12-1635 tot 30-11-1636 voor 60 gulden. Bron: ELO, ona Leiden 497, aktenr. 185 (pagina 500/569). | Visser, Jacob Joachims (I3657)
|
| 853 | aangetekend den 14 Novemb. [1749] Gerrit van der Schelling weduwenaar van Antje van Ruijten hier gebooren en woonagtigh met Leentje Janse Moij jonge dogter gebooren te Kalslagen en hier woonagtig. Alhier getrouwt den ... Bron: Nieuwveen - NH trouwboek | Gezin: Gerrit Cornelis van der Schelling / Antje Jacobs van Ruiten (F1754313250)
|
| 854 | Aangezien haar man Claas Floris van Leeuwen doopgetuige is bij kinderen van Hendrik en Jan Cornelis Vos, beiden zonen van Cornelis Cornelis Vos, lijkt het me logisch dat Marijtje ook een dochter is van Cornelis Cornelis Vos. | Vos, Marijtje Cornelis (I3434)
|
| 855 | Aangezien Marrigje Floren uit Bekenes komt, zou het een zus kunnen zijn van Bouwen Florisz van der Burgh en Aeltgen Florisdr van der Burgh. | Floren, Marrigje (I1057)
|
| 856 | AB 425/HG 753 ..-..-1661 Schipper, Arij Sijmonsz Bron: HVBR, 1651-1700 begraven Berkel en Rodenrijs --- Noch ontfangen ter saecke Arij Sijmonsz. Schipper inde noortkerck begraven ende beluijt is 6 gld. Bron: Archief kerkvoogdij Berkel inv. 753 - Begraven 1634-1661. | Schipper, Arie Simons (I2824)
|
| 857 | Abraham Elingh inde Houtsteegh onver[mogend] | Eling, Abraham Jans (I1019)
|
| 858 | Abraham fils de Charles le Clercq et Thoinette du Bu, Testes Charles Charleij, Guilbert du Bue, Marie la femme de Jaques Nutin, et Marie du Bu | de Klerk, Abraham Carels (I1894)
|
| 859 | Abraham Gerritsz man van Trijntgen Jacobsdr huystimmerman Overschie, mede namens zijn zwager Anthonis Jacobsz Overschie, en namens zijn schoonmoeder Magdaleentgen Anthonisdr weduwe van Jacob Jacobsz Overschie, verder compareert Anthonis Cornelisz Overschie, mede namens zijn zusters Trijntgen Cornelisdr Overschie, Vroutgen Cornelisdr Overschie, Annitgen Cornelisdr Overschie, alle vier kinderen van Cornelis Anthonisz en Emmitgen Jorisdr Overschie, ten derde compareert Dirck Cornelisz Versijde man van Sebastiaentgen Cornelisdr Overschie, en Willem Pietersz man van Merritgen Cornelisdr Berckel. Zij allen tezamen machtigen Bartholomeus van der Velde procureur, om hen te vertegenwoordigen in de zaak die zij hebben met, Adriaen Cornelisz van Roon, gerechtsbode te Bleyswijck als voogd over Neeltgen Jansdr weeskind van Jan Jacobsz Vermeer en Neeltgen Sebastiaensdr. [Overschie en Berckel zijn hier woonplaatsen.] Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 89, aktenr. 134, d.d. 12-10-1631 | Jacobs, Jacob (I1586)
|
| 860 | Abraham IJsaacxsz, jongman wonende te Gerverscop in het gerecht van Moersbergen, toekomende bruidegom, geassisteerd door Dirck IJsaacxsz, zijn broer, wonende te Kockengen, aan de ene, en Claesgen Gerrits, jonge dochter, toekomende bruid, geassisteerd door Aeltgen Dirx, haar moeder, en Phillips Jansz van Geestdorp, wonende te Woerden, haar voogd, aan de andere zijde. Huwelijkscontract. Abraham IJsaacxsz brengt in zijn goederen ter waarde van 1.000 gulden. De bruid brengt in het vierde deel van 4,5 morgen land gelegen te Kortenhoef en 700 gulden aan contant geld. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 213, aktenr. 77, d.d. 09-05-1641 --- Marten Jansz, wonende te Bussum, getrouwd met Elsgen Gerrits, voor een vijfde deel, Abraham IJsacksen, getrouwd met Claesgen Gerrits, mede voor een vijfde deel, Willem Gijsbertsz, geassisteerd door Dirck Abrahamsz, zijn neef, mede voor een vijfde deel, en voornoemde Dirck Abrahamsz als gerechtelijke voogd van Gijsbert Gijsbertsz, geassisteerd door de schout en weesmeesters van Kortenhoef, voor het vierde vijfde deel, samen kinderen van Gerrit Crijnen Bosman en van Ghijsbert Willemsen, verwekt bij Aeltgen Dircx, hun overleden moeder en schoonmoeder, toonden aan dat ze, samen met Sweer Cornelisz, getrouwd met Weijntgen Gerrits, hun zwager, van hun overleden moeder en schoonmoeder hadden geërfd o.a. een huis, erf en naastgelegen landen, gelegen in dit gerecht, strekkende van de dijk tot de Hollandse bodem, belend ten zuiden Ghijsbert Jan Claesz c.s. en ten noorden de weduwe van Gerrit Jansz Dorlant. De comparanten doen afstand van dit huis en land ten behoeve van voornoemde Sweer Cornelisz, hun zwager. Bron: ORA Kortenhoef, inv.nr. 3383, fol. 200, d.d. 06-06-1647 (FS scan 498) --- Abraham Isaacxsz, wonende te Gerverscop, als man en voogd van Claesgen Gerrits, en daarom mede erfgenaam voor een vijfde deel van Aeltgen Dirx, zijn overleden schoonmoeder, machtig Cornelis Nijsz, wonende te Kortenhoef, weduwnaar en boedelhouder van voornoemde Aeltgen Dirx, om te vorderen en ontvangen de opbrengst van de verkochte goederen, de inschulden en alles wat Dirck Spijcker aan de boedel schuldig is. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 220, aktenr. 71, d.d. 05-05-1649 --- Weijntgen Bossen, weduwe en boedelhoudster van IJsack Dircksz, geassisteerd door Matijs IJsacksz, haar zoon, voor de ene helft, mitsgaders voornoemde Mathijs IJsacksz, Abraham IJsacksz en Jacob IJsacksz, elk voor hen zelf, Dirck Claesz als man en voogd van Merrichgen IJsacks, en nog voornoemde Dirck Claesz als voogd van de drie onmondige kinderen van sijn broer Willem Claesz, verwekt bij Trijntgen IJsacks, elk mede voor hun deel in de andere helft, machtigen Dirck IJsacksz, hun zoon, broer en zwager, om voor het gerecht van de Indijk onder het baljuwschap van Woerden te transporteren aan Gerrit IJsacksz, mede hun zoon, broer en zwager, 3 morgen 5 hond land, gelegen te Indijk, strekkende van de halve sloot van der Gerverscoperdijk tot de halve Indijk, belend boven oostwaarts Dirck Cornelisz Blom als bruiker ten westwaarts Wouter Evertsz Hollenboom en de weduwe van Cornelis Aertsz met eigen landen. Bron: RHCRL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 129, d.d. 03-08-1650 --- Sweer Cornelisz Backer, getrouwd met Weijntgen Gerrits, Abraham IJsacxsz, getrouwd met Claesgen Gerrits, en Marten Jan Rijcxsz als vader en voogd van de nagelaten weeskinderen verwekt bij Elsgen Gerrits, voor drie vierde delen erfgenamen van Gijsbert Gijsbertsz, hun schoonbroer, alhier overleden, machtigen Willem Gijsbertsz, hun zwager, om te vorderen van Dirck Abrahamsz te Nieuwkoop de 104 gulden die ze samen met de geconstitueerde tegoed hebben. Bron: ORA Kortenhoef, inv.nr. 3383, fol. 491, d.d. 22-10-1657 (FS scan 601) --- Abraham Isacksz, wonende te Gerverscop, en Dirck Claesz, wonende te Vleuten, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Weijntgen Mathijs Bosch, hun moeder en schoonmoeder, aan de ene, en Willem Claesz, wonende op de Eng, eerder weduwe van Trijntgen Isacks, voor hem zelf en als vader en voogd van zijn drie onmondige kinderen, bij haar verwekt, aan de andere zijde. Het betreft de uitkoop van Weijntgen Mathijs Bosch van de erfenis van Isack Dircxsz, haar overleden man, en van Dirck en Mathijs IJsacksz, overleden zwagers. Abraham IJsacksz en Dirck Claesz zullen aan Willem Claesz jaarlijks betalen de rente van 500 gulden. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 417, aktenr. 34, d.d. 12-02-1658 --- Abraham Isaacksz en Claesgen Gerrits, echtelieden, wonende te Gerverscop, gezond, lijftochten elkaar in al hun goederen. Ze prelegateren aan hun oudste zoon, mits hij nog leeft bij het overlijden van Abraham Isaacksz, 50 gulden. Tot erfgenamen benoemen ze hun kinderen. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 394, aktenr. 42, d.d. 14-04-1660 --- Jonkheer Ghijsbrecht Ruijsch, luitenant, machtigt Abraham Isaacxsz, wonende te Gerverscop, om voor het gerecht van Spengen te transporteren aan Harbert van Houwert, secretaris van de Kapittel van Sint Pieter te Utrecht, 27,5 morgen land in twee partijen. Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 314, aktenr. 18, d.d. 18-02-1661 | Isaks, Abraham (I328)
|
| 861 | Abraham Janssen Elingh J.M. tot Gouda Jannigje Dircks J.D. woond. in de Roobeers steegh tot Gouda Getrout den 27 dito 1690 | Gezin: Abraham Jans Eling / Jannigje Dirks (F1754312644)
|
| 862 | Abraham Spruijt J.M. op de Schiedamsen Dijk met Pieternelletje van der Hoeven J.D. in de Halvemaansteegh. beijde van Rotterdam hier getroud den 1. Jun. 1716. Bron: Rotterdam - NH trouwboek --- Abraham Ariense van der Spruijt wedr. wonende in de St. Jacobs-straat met Grietie Boudewijns van der Staal j.d. in de Doelstr. beijde van Rotterdam Hier getrout den 13 Julij 1713 [moet zijn 1717] | Gezin: Abram Ariens van der Spruit / Grietje Boudewijns van der Staal (F1754313031)
|
| 863 | Abraham van der Lee 00-00-1778 aan het eind van de Zwaardslootseweg tapper en herbergier 02/286-6 --- Abraham Simonsz van der Lee, meerderjarig jongman, wonende te Zoetermeer, geeft aan schuldig te zijn aan Matthias Willem Adam de Rhoer, predikant te Gouda, een bedrag van 1000 gulden geleend geld. Hij belooft het bedrag in anderhalf jaar af te lossen. Compareerde mede Simon van der Lee, vader van de eerste comparant, en Grabel van der Drift, de aanstaande schoonvader van de eerste comparant, beiden wonende te Zoetermeer en bekend bij de notaris, die zich borg stellen. Getuigen zijn Cornelis van der Drift en Arij Klapwijk. Marge: Bewijs van aflossing geleverd op 03-04-1772. Bron: SA Zoetermeer, ONA Zegwaart (toegangsnr. 18), inv.nr. 8907, aktenr. 835, d.d. 27-03-1767 --- Abraham van der Lee en Jannetje van der Drift, wonende in de Zoetermeerse Meer[polder] onder Zoetermeer, mij notaris bekend, herroepen al hun testamenten en codicillen. In hun nieuwe testament benoemen ze de langstlevende tot erfgenaam. De langstlevende moet de kinderen opvoeden tot hun 20e jaar of de huwelijkse staat. De bedoeling is dat de kinderen leren lezen en schrijven, en een opleiding krijgen tot een eerlijk handwerk of beroep. Als de kinderen 25 jaar zijn of in het huwelijk treden, krijgen ze een uitzet mee naar het vermogen van de langstlevende en een zilveren ducaton, dit in plaats van de legitieme portie. Als er geen kinderen zijn, dan gaat de erfportie naar de ouders van de eerststervende. Als voogd wordt naast de langstlevende benoemd Arij van der Lee en Claas van der Drift, de broers van de testateuren. Getuigen zijn Simon Alans en Pieter Fanell [of Fariell]. Bron: SA Zoetermeer, ONA Zegwaart (toegangsnr. 18), inv.nr. 8908, aktenr. 913, d.d. 16-11-1768 | van der Lee, Abraham Simons (I2060)
|
| 864 | Abram Jan Cornelise Pijl Aeltien Alberts Trintien Heindericks | Pil, Abraham Jans (I2575)
|
| 865 | Abram Daniel van der Kraan J.M. onder Benthuijsen met Marijtje Ariens Poelgeest J.D. van Hazerswoude pro deo aangetekent den 12 Jann. getrouwt te Benthuijsen den 27 Jannuarij [1731] Bron: Hazerswoude - NH trouwboek --- den 21 sept. Abraham Craan wr. van Maartje Poelgeest en Marijtje Spek J.d. won. te Soeterwoude en Hazerswoude | Gezin: Abraham Daniels van der Kraan / Marritje Pieters Spek (F1754313221)
|
| 866 | Abram Jansz J.M. van Leijmuijden met Ingnetge Cornelis J.Dr. mede van Leijmuijden bevesticht Leijmuijden 19 febr. 1651 | Gezin: Abraham Jans de Lange / Ingetje Cornelis (F1754312263)
|
| 867 | Achternaam: Ham, van der Voornaam: Hendrik Regiment en/of garnizoensplaats: Soldaat onder Capt. Prop, Schots Regiment Datum/jaar: 1-1-1595 ca 1615 Bijzonderheid en bron: -Huwelijk te Gorinchem met Jenneke Goverds (van den Bosch). -Zoon Gerrit Hendricks van der Ham, lapper en schoenlapper, geb. te Gorinchem, olv. te Lexmond in 1694, gehuwd (1) 24-1-1638 Gorinchem met Cornelia Pouwels, gehuwd (2) 26-2-1640 Gorinchem met Grietje Maartensdr de Boer Met dank aan Oscar den Uijl en Bertus A. de Langhe Bron: http://members.home.nl/riandirksen --- Prop, capt. John 1588 Rotterdam, Bergen op Zoom 1592 Delft 1593 Delft 1595 Gorinchem, Breda, Heusden Verwijzing: Mac Lean | van den Ham, Hendrik (I1269)
|
| 868 | Acte van geboorte van Trijntje van Dam In het jaar een duizend acht honderd twintig, den dertienden der maand maart, des voormiddags om tien uren, is voor ons schout, officier van den burgerlijken stand, der Gemeente van Kalslagen, Provincie Holland noordelijk gedeelte, gecompareerd: Pieter van Dam oud een en dertig jaren, van beroep kuiper, binnen deze gemeente woonachtig, denwelke ons verklaard heeft, dat op den elfden dezer lopende maand des namiddags ten twee uren, uit hem declarant en Trijntje Gijlswijk, desselfs huisvrouw, een kind van het vrouwelijk geslacht, gebooren is, verklarende tevens aan het zelve de voornaam van Trijntje te wille geven. Deze verklaringen, zijn geschied in tegenwoordigheid van den heer Joannes van Beusekom, oud een en dertig jaren, geemployeerd ter secretarie alhier, en Albert Berghoef oud vijf en veertig jaren, van beroep schipper, beide te Leijmuuiden woonachtig. En hebben de vader van het kind en de getuigen deze acte van geboorte, na dat hun dezelve was voorgelezen, nevens ons onderteekend. | van Dam, Trijntje (I799)
|
| 869 | Acte van overlijden van Klaasje van Dam In het jaar achttienhonderd zeventien, den vierden der maand april, de namiddags om drie uren, zijn voor ons Burgemeester, officier van den Burgelijken Staat der Gemeente van Leijmuiden, Provincie Holland Noordelijke gedeelte, gecompareerd Matthijsde Rhijnsburger oud dertig jaren, van beroep werkman in de Gemeente Woubrugge (...) Johannes van Beusekom, oud acht en twintig jaren, secretaris van de Burgemeester voornoemd binnen de (...) verklaard hebben dat op den derden der lopende maand desmorgens om twee uren Klaasje van Dam, moeder van aangeevende Matthijs de Rhijnsburger een (...) weduw. van Gerardus van Beusekom, oud zeven en zestig jaren, overleden is, in haar huis (...). --- Overlijdensakte Klaasje van Dam, 03-04-1817, Leimuiden Aktedatum: 04-04-1817 Aktenummer: 6 Datum overlijden: 03-04-1817 Plaats overlijden: Leimuiden Tijdstip: 02:00 uur Overledene: Klaasje van Dam Partner: Gerardus van Beusekom Aangever: Matthijs de Rhijnsburger en Joannes van Beusekom Soort akte: Akte van overlijden Gemeente: Leimuiden Toegangsnummer: 123.1.16 Archief van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Leimuiden, 1811-1960 (1988) Inventarisnummer: 58 | van Dam, Klaasje Willems (I791)
|
| 870 | Adi 5. 9bre inde Langheweij ghedoopt Maritie Coenen dochter van Koen Janse, ende Burchie Jans, peetie Pietertie Jans | van der Kluijt, Maria Coenen (I1912)
|
| 871 | Adij [= op de dag] Arie Jansz de Knegt op het kerkhof begraven f 6:10:- | de Knegt, Arie Jans (I1921)
|
| 872 | Adriaan Cornelis Huijgen als erfgenaam, van Aaltje Pieter Jans van Stolwijk, voor 1/5 van zijn vader, in 1689 1/20 van Aart Aarts van Molenaarsgraaf, hij is ook familie van Jacob Cornelis Boom. RG.1 49. 6-1-1711 Comp. Krijntje Egberts, weduwe van Arij Cornelis Huijghen, is geld schuldig. Arien Cornelis Huijgens, won. boveneijnd Gijbeland, ovl. voor 6-1-1711 Tr. ca 1655 te Brandwijk Crijntje Egberts van de Afterbroeck beide lidm. op Vuijlendam 1689 en 10-11-1698 kinderen: Maerten Jordaan tr. 1710 Hoornaar, Lijntje Laurens Neeltje tr. 1705 Noordeloos, Hendrick Jacobsz Huijg tr. 1714 GNK, Anneken Jacobs van Houwelingen Egbert lidm. 1689; begraven 20-7-1740 oud 83 jaar Willem lidm. 1689; tr. te Polsbroek Cornelia lidm. 1689; tr. Huijg Leenderts Muijs - - - - - - -RA Bron: Gezinsreconstructies Brandwijk, Gijbeland en Molenaarsgraaf 17e eeuw door H. de Bruin [Hogenda] | Huigen, Adriaan Cornelis (I1530)
|
| 873 | Adriaan was bewoner van de Ossekamp. In 1569 werd bij de inning van de 100e penning vermeld: Ariaen Jansz, alias Oscamp. Hij pachtte de krijtende tiende (een belasting op kleinvee) van de heer van Vianen. Verder huurde hij 9 morgen land in de polder Zevenhoven van de vicarie van het Sint Joost-altaar in de kerk te Vianen, dit perceel was de Ossecamp. In het begin van januari 1573 brak de Lekdijk door bij Ameide. Aan de herstelwerkzaamheden droeg Adriaen Jansz Oscamp zijn steentje bij als gezworen landmeter van Ameide. Als Adriaen Jan Dircksz Oscamp leverde hij 11 vimmen riet en 6 schuiten hooi, terwijl hij ook nog 19 ritten met zijn wagen maakte om materialen aan te voeren. Bron: http://home.planet.nl/~emhabben/oskam.html | Oskamp, Adriaan Jans (I2441)
|
| 874 | Adriaen Adriaensz Jonge Wiltvang, wonende te Gouda, verkoopt aan Gelis Gerritsz, zijn zwager, wonende te Bodegraven buiterkerk, de helft van 5 morgen 3 hond land in het Broekveld, waarvan Gelis Gerritsz de andere helft bezit, strekkende van de Oud Bodegraafsedijk tot het land van Gerrit Jansz, belend ten oosten Gerrit Evertsz en ten westen Huijch Pietersz Hoeck. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 16, p. 25, d.d. 28-11-1608 --- Arien Ariensz, wonende te Gouda, verkoopt aan Gelis Gerritsz, zijn zwager, de helft van 6 morgen land, strekkend van de Zuidzijderkade tot de gemene sloot, belend ten noordoosten Cornelis Pietersz, ten zuidwesten Pieter Dircxsz Hoeck. Mede de helft van een laantje (-veldje) met een henneptuintje tussen de Buitendijk en Binnendijk van Zwammerdam, belend ten noordoosten Cornelis Pietersz, ten zuidwesten Dirck Ariensz Twaelffhoven. Gelis Gerritsz neemt weer voor zijn rekening o.a. de helft van 700 gulden hypotheek. Nog o.a. 200 gulden hoofdsom. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 16, p. 32, d.d. 18-02-1609 --- Dirck Adriaensz, wonende te Nieuwkoop, verkoopt aan Jelis Gerritsz, wonend te Bodegraven de helft van een henneptuintje, genaamd "de slu...e werf" tussen de Binnen- en Buitendijk van Zwammerdam, belend ten zuiden Pieter Dircxsz met de andere helft, ten westen Jelis Gerritsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 16, p. 48, d.d. 13-06-1610 --- Meijnssen Heijndricksdr, weduwe van Huijbert Tonisz, met Gerrit Gijsbertsz, bode van Bodegraven, haar voogd, Jan Huijbertsz, Tonis Huijbertsz, Joost Pietersz, man en voogd van Marijtgen Huijbertsdr, voornoemde Tonis Huijbertsz, als voogd van zijn onmondige zusters en broers, genaamd Dirck en Pieter Huijbertsz, Lijsbet en Barbar Huijbertsdr, verkopen aan Jelis Gerritsz een werfje van ca. 9,5 roeden en 6,5 roeden land in het Broekveld. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 16, p. 74, d.d. 27-03-1612 --- Gerrewert Dircxsz, wonend te Bodegraven en Dirck Adriaensz Twaelffhoven, wonend te Nieuwkoop, als ooms en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Pieter Dircxsz en Geertgen Ariensz, beiden overleden, gewoond hebbend in Oud Bodegraven, verkopen aan Gielis Gerritsz, wonend te Oud Bodegraven, 1 1/2 morgen land, zijnde de helft van 3 morgen in Oud Bodegraven, strekkend van over de Binnendijk tot in de Meensloot; nog een tuintje met de helft van een laantje tussen de Binnen- en de Buitendijk te Zwammerdam, belend ten zuiden Gerrit Jan Dircxsz met de wederhelft van de 3 morgen en ten noorden Gielis Gerritsz zelf. Belast o.a. met een hoofdsom van 100 gulden. Nog 13 1/2 hond land in de Wonne, strekkend van de Groenewegswetering tot aan de Siende, belend enerzijds de erfgenamen van Marijtgen Fransz en anderzijds de kinderen van Pieter Willemsz Verhoeff. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 16, p. 91, d.d. 30-11-1612 --- Op huijden den Ien december 1612 hebben Dirck Ariensz XIIhoven ende Gelis Gerritsz als getrout hebbende Meijnsgen Ariensdr, kinderen van Arien Willemsz, in Out Bodegraven vuijt de weeskist gelicht een doos met de brieven daer inne sijnde, toecoomende de selve kinderen ter presentie van Heijndrick Gerritsz weesmr. ende den schout ende mij secretaris. Bron: RHC RL, WK Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 5A, fol. 33, d.d. 01-12-1612 --- Opden 21en meij 1614 bijden secs. vuijt dese doos gelicht een rentebrieff spreeckende opde wede. ende kinderen van Gielis Gerritsz woonende in Out Bodegraven houdende capitael vier hondert gulden Bron: RHC RL, WK Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 4, d.d. 21-05-1614 --- Ghielis Gerritszs kinderen vuijt Out Bodegraven een doos met brieven. Dese kinderen hebben vercost gehadt aen Willem ende Jan Claesz van der Neut, vierdalff morgen lants gelegen int Weijlant voor 1525-0-0 te bemelen 1629 ende 1630 welcken de helfte welcke penningen sij ontfangen ende bemelt hebben aenden twee derden deelen vanden acht morgen 1h lants gelegen int Broecvelt bij henluijden gecost van Jan Dirck Ingensz. Wij Willem Gielisz, voor mijn selven, Jan Jansz van Buijterkerck getrout hebbende Adriaentgen Gielisdr, Jan Ghijsbertsz Blonck man ende voocht van Marijtgen Gielisdr, ende Adriaen Gielisz, mitte voorsz sijne broeder ende swagers voor zoo veel het noot sij in desen geassisteert ende voor den selven de rato caverende, bekennen ende belijden bij desen vuijt handen den schout ende weesmrn. tot Bodegraven gelicht ende ontfangen te hebben de doos met alle brieven ende anders als wij onder haer off inde weeskiste berustende hebben gehadt, henluijden daer van geheel ende al quijterende bij desen ende henluijden van haere goede bewaeringe ende regeringe bedanckende, belovende henluijden oock van alle naemaeninge ende vordere moeijenisse te indemneren. Ende in oirconde desen geteijckent huijden den 13en december 1626. Willem Jelisz Jan Jansz van Buirker Jan Gijsen Blonck Aerijen Jelisz Bron: RHC RL, WK Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 59, d.d. 13-12-1626 --- (moet zijn 1629?). Jan Dirck Hagens wonend in het Weiland in Bodegraven, Huijch Jacobsz de Hooch, man en voogd van Grietgen Jansdr, Pieter Floor, man en voogd van Adriaentgen Jansdr, Ghijsbert Pietersz, man en voogd van Jannitgen Jansdr, Jan Stoffelsz, man en voogd van Marrichen Jansdr, en Dirck Pietersz, man en voogd van Annitgen Jansdr, samen kinderen van wijlen Neeltgen Ariensdr, dragen op aan Meijnsgen Ariensdr, weduwe van Jillis Gerritsz voor 1/3 deel en aan de kinderen, die zij had bij haar voornoemde man voor 2/3 deel, 8 morgen 1/2 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot in de Groenewegswetering, belend ten noorden Sijmon Ghijsbertsz Plemper, ten zuiden Cornelis Jacobsz van der Ghijssen. Belast met een losrente, hoofdgeld 300 gulden, toekomend Adriaen Dircxsz van Hout. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 18, p. 210v, d.d. 22-05-1630 --- van dese penningen weder vuijtgeset aen Meijns Ariensdr wede. van Gielis Gerritsz in Out Bodegraven principael Jan Jansz haer swager [= schoonzoon] ende Willem Gielis in borgen vijff hondert gulden om intrest tot 4-5-0. Bron: RHC RL, WK Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 44A, d.d. 10-05-1635 --- Willem Gillisz, wonend te Bodegraven, verkoopt aan zijn moeder Meijnsgen Ariensdr 1/3 deel van 8 morgen 1/2 hond land in het Broekveld, waarvan aan de koopster het overige 2/3 deel toebehoort, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk totde Groenewegswetering, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Onderwater en ten noorden Jan Sijmensz Plemper. Koopsom 500 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, p. 153, d.d. 05-11-1635 --- Meijnsgen Ariensdr, weduwe van Gillis Gerritsz, wonend te Bodegraven, verkoopt aan haar zwager Jan Gijsbertsz 2/3 delen van 8 morgen 1/2 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Groenewegswetering, belend ten zuiden Dirck Jacobsz Onderwater en ten noorden Jan Sijmensz Plemper. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, p. 176v, d.d. 18-10-1636 --- Meijnsgen Ariensdr, weduwe van Gillis Gerritsz, wonend te Oud Bodegraven, verkoopt aan Jacob Huijbertsz, wonend te Reeuwijk, 2 morgen hooiland in het Broekveld, strekkend van de dwarssloot toekomend koper en verkoopster tot aan het land van voornoemde Jacob Huijbertsz, belend ten oosten Jacob Huijbertsz en de kinderen van Gerrit Evertsz, ten westen Mees Huijgensz. Koopsom 435 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Zwammerdam (toegangsnr. 114.1.02), inv.nr. 19, p. 184v, d.d. 18-02-1637 --- Dirck Jansz, wonende te Zoeterwoude, Jan Jansz Craen, wonende onder Bodegraven, Willem Jansz, wonende op de Bree onder Woerden, Hendrick Claesz lakenkoper te Bodegraven, man en voogd van Lijsbeth Jans, en Jan Gerritsz Twaelffhoven, wonende onder Zwammerdam, getrouwd met Marichgen Jans, allen kinderen van de overleden Jan Gerritsz; Willem Gillisz, wonende onder Zwammerdam, voor zichzelf, en zich sterkmakende voor Ariaentgen Gillis, zijn zus, en Bouwen Aertsz Gravesteijn, oom en voogd van Aeltgen Jans Blonck, Gijsbert Jansz Blonck en Neeltgen Jans Blonck, geauthoriseerd door de schout en weesmannen van Zwammerdam volgens de akte d.d. 23-01-1658, en Jacob Meeusz getrouwd met Marichgen Jans Blonck, alle vier kinderen en representerende hun moeder, de overleden Marichgen Gillis, mitsgaders Arien Gillisz, wonende te Oud-Bodegraven, allen samen kinderen en kleinkinderen van Gillis Gerritsz; Jan Joosten Verhaer, wonende aan de Lange Weide voor zichzelf en met procuratie d.d. 16-01-1658 te Lange Ruige Weide va Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8540, aktenr. 25, d.d. 28-01-1658 | Verhaar, Gillis Gerrits (I3288)
|
| 875 | Adriaen Adriaensz Portegael, Claes Willemsz, Bartelmees Willemsz, Jan Aertsz, schoenmaker te Woerden, Willem Aertsz Schout als oom en voogd van Jacob, zoon van Jacob Jansz, schoenmaker, vervangende mede Dirck Cornelisz, schuitenmaker, allen erfgenamen van Pieter Corsz en zijn vrouw, verkopen 2 1/2 morgen land onder Oudshoorn, strekkend van de Oudshoornseweg tot halverwege de dwarssloot, belend ten oosten Lenert Lenertsz, ten westen Jan Pietersz. De koper neemt tot zijn last een rentebrief van 100 gulden, ten gunste van Catrijn Jansdr te Schoonhoven en een rentebrief van 25 gulden op naam van Ariaen Willemsz Goutsbloem. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 10v, d.d. 04-06-1582 --- Dirck Cornelisz, schuitenmaker van Woerden, erfgenaam van Heijnrick Jansz, zijn zwager (= schoonzoon) en Lijsbeth Dircxdr, zijn dochter, draagt over op Claes Willemsz, wonende te Oudshoorn, een rentebrief van 6 gulden per jaar op Claes Jansz, schoenmaker. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 11, d.d. 05-06-1582 --- Aris Dircxsz Capiteijn, getrouwd met Geerte Jansdr, verkoopt Claes Willemsz, wonende te Oudshoorn, 4 morgen 1 hond land uit de boedelscheiding van Jan Aertsz, zijn schoonvader, gelegen onder Oudshoorn, strekkend van de Oudshoornseweg tot het land van Cornelis Jacobsz Rijcken, belend ten oosten Cornelis Jansz bij de Oostheul, ten westen Willem Willemsz. Koopsom 540 gulden. Met schuldbrief. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 2, p. 33v, d.d. 16-01-1585 --- Cors Cornelis Vrericxsz verkoopt Claes Willemsz in Oudshoorn 4 hond land in Oudshoorn, belend ten oosten, zuiden en westen Claes Willemsz voorn., ten noorden de comparant zelf. Gesteld onderpand: de helft van 10 hond land, de andere helft toekomende Jacob Pieter Sijmonsz, strekkend in het geheel van de weg af tot het land van Marije Thomasz, belend ten oosten jonkheer Vincent van Lockhorst, ten westen Hillegont Bruijnen. Betaald met een schuldbrief van Benne Jansz, groot 800 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 78, d.d. 28-06-1587 --- Claes Willemsz, van Rijnsaterwoude, nu wonende te Oudshoorn, is schuldig aan Kors Neel Vrericksz 250 gulden. Gesteld onderpand: 7½ hond land in de ban van Oudshoorn, strekkende van Maerten Jacopsz land tot de Duikerwetering, belend ten oosten Claes Claesz Kool en ten westen Pieter Cornelisz Thijssen. Borgen: Dirk Dircxsz, wonende te Oudshoorn en Jacop Geritsz, waard te Rijnsaterwoude. Getuigen: Jasper Maertensz en Dirck Jan Pietersz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 10, d.d. 05-07-1592 --- Cornelis Sijmen Schouten, wonende in de Alpherhoorn onder Alphen, verkoopt aan Heijnrick Egbertsz, poorter van Leiden, als voogd over de weeskinderen van zijn overleden broer Gerrit Egbertsz, een akkertje land in het Oudshoorn, liggende naast de woning van de weeskinderen, strekkende van de Duikerwetering tot het land van Claes Jansz, belend ten oosten Claes Jansz voornoemd en ten westen de voornoemde weeskinderen. Getuigen: Claes Willemsz en Dirck Cornelisz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 16v, d.d. 15-11-1592 --- Kors Neel Vrericxsz, wonende over de Nieuwe Sloot, is schuldig aan Aart Jansz, man en voogd van Thijsgen Claesdr, Ghijp Claesz, Jaepgen Claesdr en Trijntgen Claesdr een jaarlijkse losrente van 5 gulden, hoofdsom 76 gulden. Gesteld onderpand: 3 morgen land onder Oudshoorn, strekkende van de sloot achter het huiswerf van Pieter Gerritsz Donen tot het land van Cornelis Pietersz van Leeuwen, belend ten oosten Pieter Gerritsz voornoemd en ten westen de Gemeneweg. Getuigen: Dirck Jan Pietersz en Claes Willemsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 54v, d.d. 23-12-1593 --- Beatris Jacopsdr, weduwe van Leendert Thonisz met Matheus Evertsz, haar voogd en Sijmon Thonisz als oom en voogd van Jacop Lenaertsz, Maritgen en Hillegont Leendertsdr, weeskinderen van Lenaert Thonisz, verkopen aan Claes Willemsz 1½ morgen 1 hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornseweg tot het land van Claes Willemsz, belend ten oosten Sijmon Michielsz en ten westen Claes Willemsz voornoemd. Gesteld onderpand voor schuldbrief: 1½ morgen eigen land onder Oudshoorn, strekkende van de Nieuwe Sloot westwaarts tot de Dwarssloot, belend ten zuiden schout Willem Aertsz en ten noorden Gerrit Willemsz Bouman. Claes Willemsz te Oudshoorn is schuldig aan de erfgenamen van Leendert Thonisz de som van 330 gulden. Bedrag volledig voldaan 24-08-1597. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 80, d.d. 09-12-1594 --- Adriaentgen Pietersz, weduwe en boedelhoudster van Jan Pietersz met Jacop Jansz, haar mans broer als voogd, is schuldig aan haar moeder Anna Willemsdr 200 gulden. Gesteld onderpand: haar huis, inboedel en erf onder Oudshoorn aan de Rijn, strekkende ten noorden van Cornelis Jansz Verhoels erf af tot het Heiliggeest erf toe, gekomen van Hillegont Claesdr, waar bruiker van is Claes Willemsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 88, d.d. 28-05-1595 --- Claes Willemsz te Oudshoorn is schuldig aan de Heilige Geestmeesters van Alphen een jaarlijkse losrente van 4 gulden 10 stuivers, hoofdsom 72 gulden. Claes Willemsz stelt als onderpand 2 morgen 4 hond land met huis en timmerwerk onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornseweg tot het land van de weduwe van Heijnrick Adriaen Banen, belend ten oosten en westen Claes Willemsz zelf. Een oude koopbrief is van Elijsabeth, weduwe van Jan Pieters, d.d. 31-07-1560. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 97v, d.d. 01-12-1595 --- Dirck Cornelisz, wonende over de Nieuwe Sloot, draagt over op Claes Willemsz een eigenbrief van 3½ hond land onder Oudshoorn. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 179, d.d. 17-12-1598 --- Gerrit Cornelisz wonende aan de Lage Zijde van Alphen onder de jurisdictie van Aarlanderveen, verkoopt aan de broers Claes en Willem Willemsz, wonende te Oudshoorn, 3 morgen land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornse weg tot het ambacht van Ter Aar, belend ten oosten Cornelis Gerrit Pietersz en ten westen Cornelis Jansz bij de Oostheul. Claes en Willem Willemsz zijn schuldig aan Gerrit Cornelisz 762 gulden wegens koop van de bovengenoemde 3 morgen land. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 20, d.d. 21-02-1602 --- Claes Willemsz Henneman, boelhouder voor zichzelf en zijn overleden vrouw, verkoopt aan Claes Dircxsz, wonende in het Noordeinde van Alphen, omtrent 7½ hond land onder Oudshoorn, strekkende van Maerten Jacopsz tot aan de Duikerwetering, belend ten oosten Claes Claesz Cool en ten westen Pieter Cornelisz. Als garantie stelt Claes Henneman: zijn huis en erf onder Oudshoorn, belend ten oosten de Lage Rijndijk, ten zuiden en westen de Rijn en ten noorden Anna Willemsdr, weduwe Pieter Sijmonsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 63v, d.d. 22-07-1605 --- Claes Willemsz, wonende achter in Oudshoorn, geeft over aan Jacop Claesz een bezegelde brief, inhoudende 3½ hond land onder Oudshoorn, met transfix. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 83, d.d. 17-01-1607 | Willems, Claas (I3545)
|
| 876 | Adriaen Bastiaensz Vuijren wordt genoemd in de belastingkohieren van Lopik tussen 1643 en 1649. --- Kopie. Neeltgen Reijersdr, weduwe en boedelhoudster van Jelis Adriaensz, koopt uit haar zes kinderen, verwekt bij voornoemde Jelis Adriaensz, met namen Adriaen en Reijer Jelisz en Meijnsgen, Marichgen, Aeffgen en Grietgen Jelisdr; Marichgen geassisteerd door Hendrick Bastiaensz en Aeffgen door Adriaen Bastiaensz, hun mannen en voogden; de kinderen samen geassisteerd door Adriaen en Engbert Schrevelsz, hun ooms en bloedvoogden, en de schout en burgemeesters van Lopik als oppervoogden. De weduwe houdt alle goederen en zal aan ieder kind betalen 1.100 gulden en een koe. Marge: Adriaen Bastiaensz, getrouwd met Aeffgen Jelis, heeft 1.100 gulden ontvangen van Neeltgen Reijers, d.d. 23-05-1619. Henrick Bastiaensz, getrouwd met Marichgen Jelisdr, heeft 1.100 gulden ontvangen, d.d. 07-11-1619. Jan Jansz, man en voogd van Meijnsgen Jelisdr, heeft 1.100 gulden ontvangen, d.d. 30-05-1624. Bron: RHCRL, ORA Lopik (beh.nr. L149), inv.nr. 1339, fol. 47v, d.d. 18-05-1619 (FS scan 53) --- De kinderen van Jelis Adriaensz en Neeltgen Reijersdr, in hun leven echtelieden, met namen Adriaen en Reijer Jelisz en Meijnsgen, Marichgen en Grietgen Jelisdr, mitsgaders de twee onmondige kinderen van Aeffgen Jelisdr; Meijnsgen Jelisdr geassisteerd door Jan Jansz out-burgemeester van Jaarsveld en Marichgen met Cornelis Jansz, hun mannen en voogden; de twee weeskinderen van Aeffgen, met namen Jelis en Bastiaen, geassisteerd door Adriaen Sebastiaensz Vuren, hun vader, en de schout en burgemeesters van Lopik als oppervoogden. Jan Jansz, Cornelis Jansz en de twee weeskinderen krijgen elk, en de twee weeskinderen samen, voor hun portie 875 gulden. Adriaen en Reijer Jelisz en Grietgen Jelisdr houden alle roerende en onroerende goederen in de boedel. Bron: RHCRL, ORA Lopik (beh.nr. L149), inv.nr. 1339, fol. 187, d.d. 18-03-1627 (FS scan 191) | van Vuren, Adriaan Bastiaans (I3971)
|
| 877 | Adriaen Cornelissen jongman van Swijndrecht ende Lijsbeth Cornelis jonge dochter van Hendricken Ambacht eerste gebodt gegeven den 4 maij bevesticht in Swijndrecht den 25 maij 1642. | Gezin: Adriaan Cornelis Bijkerk / Lijsbet Cornelis (F1754312012)
|
| 878 | Adriaen Cornelisz alias Groot, Adriaen Cornelisz Craen --- Adriaen Cornelisz, Neel Cornelisz, ouwe Jan Cornelisz en jonge Jan Cornelisz, Crijn Aertsz, man en voogd van Maritje Cornelisdr, Sijmon Jacobsz, man en voogd van Frije Cornelisdr, Adriaen Willemsz Veltheer, man en voogd van Maddelena Cornelisdr en Anna Cornelisdr, weduwe van Jeroen Foppensz met Adriaen Cornelisz, haar broer en voogd, verkopen aan hun broer Jacob Cornelisz Craen elk hun portie en aandeel van de landen die hun vader Cornelis Adriaensz hen als zijn kinderen gegeven heeft, groot 3 morgen min 1/2 hond land in twee percelen buiten weg, belend het ene ten westen Dirck Willemsz Roos, ten oosten Boeijen Adriaensz, ten noorden Aeltje Jan Adriaensz en ten zuiden de Voorweg en het andere, belende ten westen Philips Gerritsz, ten oosten Adriaen Jansz backer en Claes Dircksz, ten zuiden en noorden Aeltje Jan Adriaensz, voor 16 pond waar de voorzegde comparanten elk 2 pond hebben ontvangen, uitgezonderd ouwe Jan Cornelisz, aangezien deze al meer voor zijn huwelijk heeft gehad. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 110, d.d. 02-11-1557 --- Eeuwout Cornelisz is schuldig aan zijn schoonvader Adriaen Cornelisz 22 1/2 gulden per jaar met hypotheek op 2 1/2 morgen 2 1/2 hond land, waarvan de penningen roerende zijn, belend ten oosten Neel Adriaensz, ten westen en zuiden Willem Eeuwoutsz en ten noorden de dwarswetering en nog op zijn woning groot niet ingevuld, strekkende uit de Rijn zuidwaarts over de Slingerkade tot de oude Wilck, belend ten oosten Hendrick Jansz en ten westen Jan Adriaensz. Afgelost 13-07-1568. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 247v, d.d. 00-12-1559 --- Adriaen Cornelisz verkoopt aan zijn zwager Eeuwout Cornelisz een bezegelde brief d.d. 13-01-1548 van 2 1/2 morgen 1/2 hond land. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 495v, d.d. 27-10-1562 --- Adriaen Cornelisz verkoopt aan zijn schoonzoon IJsbrant Claesz 3 morgen 5 hond land gekomen van Adriaen Jacob Govertsz wat blijkt uit twee aangehechte brieven, belast met 9 gulden ten behoeve van de erfgenamen van Frans Gerritsz Gool, 6 pond hollands losrente per jaar ten behoeve van Immetgen, weduwe van Jacob Govertsz volgens de brief d.d. 30-12-1553 alsmede 3 morgen liggend aan het westeinde van het voornoemde land, belend ten oosten Jacob Dircksz en Andries Claesz, ten westen Jacob Cornelisz Craen en Adriaen Cornelisz, ten noorden Jacob Dircksz en de erfgenamen van Machtelt Nijs Gerritsz en ten zuiden naast het oostweer dat over de Nieuwe vaart strekt Jacob Dircksz voornoemd. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 530v, d.d. 05-03-1563 --- Adriaen Cornelisz alias Groot is schuldig aan Eeuwout Cornelisz Schoeneman, zijn zwager en Dirck Willemsz, coman te Leiden, 621 gulden met hypotheek op 4½ morgen land, belend ten oosten de Oostka, ten westen Cornelis Cornelisz Craen, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Adriaen Cornelisz voorsz. en de weduwe van Adriaen Willemsz Craen met haar kinderen, hetwelk hij bij decreet van de Vierschaar van Hazerswoude gekocht heeft van Dirck Jansz, alsmede op 3 morgen land, belend ten oosten Adriaen Jansz backer en ten westen Jacob Cornelisz Craen, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de nieuwe vaart toe. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 538v --- Adriaen Cornelisz verkoopt aan zijn zwager Eeuwout Cornelisz vier brieven van erfpacht en transport die hij eerder van Willem Dircksz Ket ontvangen heeft van 3½ morgen land, belend ten oosten Gerrit Cornelisz en Eeuwout Gerritsz bruikers, ten westen Neel Adriaensz en Roelof Adriaensz, ten zuiden dezelfde Roelof Adriaensz en ten noorden de dwarswetering. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 6v, d.d. 06-09-1565 --- Adriaen Cornelisz verkoopt aan zijn zijn zwager Eeuwout Cornelisz 3 morgen land dat hem bij de boedelscheiding van zijn vader Cornelis Adriaensz ten deel is gevallen, belend ten oosten en zuiden Cornelis Claes Woutersznz, ten westen Jan Cornelisz Craen en ten noorden de dwarswetering. Hij moet een brug onderhouden. De boedelscheiding is van 17-12-1565 en er wordt een oude brief overhandigd van 12-03-1533 gepasseerd door Adriaen Willem Hendricksznz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 93v, d.d. 29-07-1566 --- Eeuwout Cornelisz Schoeneman heeft geruild met ouwe Jan Cornelisz Craen. Jan ontvangt 3 morgen land, belend ten oosten en zuiden Cornelis Claes Woutersznz en ten westen Cornelis Cornelisz Craen, mede-erfgenaam van oude Cornelis Adriaensz, breder blijkende uit de twee brieven en ten noorden de dwarswetering, zoals hij het gekocht heeft van Adriaen Cornelisz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 114, d.d. 02-12-1566 --- Garbrant Meesz, Wollebrant Cornelisz, man en voogd van Neeltje Meesdr, Claes Adriaensz Mast en Hendrick Jansz Zas tezamen vervangende Pieter Meesz als voogden over de drie onmondige weeskinderen van jonge Mees Garbrantsz, allen wonende te Leiden, verkopen aan Adriaen Cornelisz alias Groot een perceel land gelegen boven weg, zo groot en klein als Cornelis Willemsz gebruikt en laatst bij Jan Aelbrechtsz gehuurd, strekkende van de Achterweg zuidwaarts tot Cornelis Gerritsz Keijser, belend ten oosten Cornelis Willemsz en ten westen Jan Hugenz, met waarborg de helft van een perceel land in de Waterganck, waarvan de andere helft toebehoort aan Claes Adriaensz Mast, belend ten westen Chieltgen, weduwe van Cornelis Branckensz, ten zuiden de Kerkweg en ten noorden de Burchooch. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 141, d.d. 16-04-1567 --- Adriaen Cornelisz alias Groot is schuldig aan Cornelis Cornelisz Boertgen te Zoeterwoude 450 gulden, te betalen elk jaar 45 gulden, en beloofde de schuldeiser te indemneren van een jaarlijkse rente van de helft van 6 gulden, waarvan de andere helft ten laste blijft van de schuldeiser, staande gehypothekeerd op land als hierna volgt, hetwelk Adriaen Cornelisz van Cornelis Cornelisz had gekocht, groot 2 morgen, belend ten oosten de weduwe van Gerrit Cornelis Vranckensznz, ten westen Cornelis Aert Willemsznz, ten noorden de schuldenaar en ten zuiden de Kerkweg met waarborg 3½ morgen 1½ hond land, gekocht van Erck oude Dircks weduwe, belend ten oosten de schuldenaar, ten westen de erfgenmane van Jacob Eeuwoutsz, ten zuiden de Nieuwe vaart en ten noorden de dwarswetering, belast met 6 gulden per jaar. Afgelost 17-01-1569. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 290v, d.d. 29-11-1568 --- Adriaen Cornelisz heeft ontvangen van zijn zwagers Eeuwout Cornelisz en IJsbrant Claesz 225 gulden waarvoor hij hen opdraagt het vruchtgebruik van 16½ hond land gelegen binnen weg gekomen van Leendert Claesz, strekkende van de Voorweg tot de Achterweg, belend ten oosten Jacob Aelbertsz en Cornelis Aelbertsz en ten westen Huijch Gerritsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 295v, d.d. 08-12-1568 --- Adriaen Cornelisz verkoopt aan zijn zwager IJsbrant Claesz een perceel land volgens de brief van 16-03-1567. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 296, d.d. 12-12-1568 --- Adriaen Cornelisz heeft kwijtgescholden en opgedragen Gerrit Lourisz te Koudekerk, bezitter van zekere 14 hond land, bij hem eertijds gekocht van Sijmon Pietersz, belast met 5 groot per jaar, welke bij Adriaen ontslagen zijn en hem aankwamen als mede-erfgenaam van Cornelis Adriaensz zijn vader en die deze op het goed sprekende had. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 431v, d.d. 21-03-1570 --- Adriaen Cornelisz Groot is schuldig aan de curator van de boedel van Sijmon Jan Reijersznz 370 gulden wegens koop van de beterschap van 2½ morgen, belast met 9 pond hollands eeuwige erfpacht, te verzoeken als het versterft met de halve pacht en bij verkoop met de hele pacht volgens de oude brieven waarbij Willem Jacobsz Craen eertijds het land in erfpacht had uitgegeven, met hypotheek op het gekochte land, belend ten oosten de Oostkade, ten westen en ten zuiden de erfgenamen van Willem Jacobsz Craen, ten noorden de nieuwe vaart. Borgen Jacob Cornelisz Craen en Cornelis jonge Dirck Claesz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 467, d.d. 18-09-1570 --- Adriaen Cornelisz, Jacob Cornelisz, Cornelis Cornelisz, ouwe Jan Cornelisz, jonge Jan Cornelisz, Magdalena Cornelisdr, weduwe van Adriaen Willemsz Veltheer met Zeger Adriaensz haar zoon en gekoren voogd, Anna Cornelisdr weduwe van Mr Jeroen Foppensz met Leendert Jeroensz haar zoon en voogd, Fije Cornelisdr weduwe van Sijmon Jacobsz met Adriaen Sijmonsz haar zoon, Crijn Aertsz man en voogd van Maritje Cornelisdr verkopen IJsbrant Claesz een huis met berg en schuur alsmede 7 hond land, belend ten oosten Jan Cornelisz en Cornelis Claesz, ten westen Jacob Jansz Wittebol, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de nieuwe vaart. Item de voorsz. woning zo die bewoond werd door Cornelis Adriaensz hun vader is belast met 15 stuivers per jaar, welke ten noorden Cornelisz Craen als bezitter van 3 morgen land die hij achter de woning heeft liggen tot zijn laste heeft en betalen moet. Iten jonge Jan Cornelisz als bezitter van het land noordwaarts van de woning moet het banwerk maken op de noordzijde van de nieuwe vaa Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 488, d.d. 29-10-1570 --- Eeuwout Cornelisz Schoeneman heeft met consent van Adriaen Cornelisz Groot, zijn schoonvader, op de vierde dag na pasen laatstleden verkocht aan Gerrit Nijss 14½ hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten Andries Claesz, ten westen Cornelis Nijss, ten zuiden IJsbrant Claesz en ten noorden de dwarswetering, terwijl de koper de volgende lasten moet betalen: de helft van 7 gulden 10 stuivers per jaar, de helft van 6 gulden per jaar en de helft van 12 gulden per jaar, waarvan IJsbrant Claesz mede zwager van Adriaen Cornelisz de andere helft moet betalen als bezitter van 11 hond land, welke mitsgaders de landen van Gerrit Nijss voorsz. eertijds zijn gekocht van Cornelis Jorisz tot Koudekerk volgens twee oude eigendomsbrieven, die Adriaen Cornelisz daarvan heeft gehad en nu onder IJsbrant Claesz zijn. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 567v, d.d. 07-01-1571 --- Dirck Jansz had verkocht aan Adriaen Cornelisz alias Groot 4½ morgen land, belend ten oosten de Oostka, ten westen Mees Dircksz, ten noorden Adriaen Cornelisz voorsz. en de weduwe en de weeskinderen van Adriaen Willemsz Craen en ten zuiden de Voorweg, zo het hem was aanbestorven bij overlijden van Willem Jacobsz Craen zijn huisvrouwen vader en nog aan Adriaen Jacob Govertsz een huis en erf hem aangekomen van Neeltje Eeuwoutsdr zijn moeder, belend ten oosten Jan Cornelisz Jut en ten westen Eeuwout Cornelisz Schoeneman met een huis en erf dat hij gekocht heeft van de weduwe van Pieter Jansz Wittebol, ten zuiden Jan Cornelisz voorsz. en ten noorden de Voorweg, met voorwaarden dat hij "deselve goederen soude leveren bij decretie der Vierschaer van Haserswoude", waartegen geprotesteerd hadden de testatoirs van za. Willem Jansz Craen als Cornelis Adriaensz Vogelaer, de schout van Boskoop, Pieter Dircksz Gool en Thomas Dircksz alsmede heer Dirck de Vrije pastoor van Zoeterwoude. Zweer Harmensz van der Poll Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 535v, d.d. 30-08-1571 --- Melten Aelbertsz, wonende aan de Achterweg, is schuldig aan Adriaen Cornelisz alias Groot 7 gulden 5 stuivers per jaar met hypotheek op 2 morgen 4½ hond weiland gelegen binnen weg, strekkende van de Achterweg noordwaarts tot de Voorweg, belend ten oosten Jacob Aelbertsz en ten westen Huijch Gerritsz, waarvan 8 hond leenland is, zoals hij het van de schuldeiser heeft gekocht. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 594v, d.d. 16-03-1572 --- Adriaen Cornelisz Groot is schuldig aan de weeskinderen van Dirck Ottensz en Fijtje Willemsdr 44 gulden wegens koop van vee met hypotheek op 5 morgen 1 hond land, belend ten oosten Fije Cornelisdr zijn zuster en Huijch Gerritsz en ten westen Adriaen Jansz backer en de gemene weg, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot Huijch Gerritsz land toe. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 644v, d.d. 02-03-1573 --- Adriaen Cornelisz Groot is schuldig aan Michiel Gerritsz, wonende te Koudekerk, 7 gulden per jaar met hypotheek op 12 morgen land, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de nieuwe vaart en dan met twee weren voort te dwarsweteringe toe, belend ten oosten Adriaen Jansz backer, IJsbrant Claesz en Gerrit Nijss en ten westen Eeuwout Jacobsz te Koudekerk en Jacob Cornelisz Craen; zijn woning van 5 morgen 1 hond land, strekkende van de Voorweg tot de nieuwe vaart en voorts tot Huijch Gerritsz land toe, belend ten oosten Fije Cornelisdr, weduwe van Sijmon Jacobsz en Huijch Gerritsz, ten westen Adriaen Jansz backer en de gemene weg, betaald met zekere obligatie die Adriaen Cornelisz schuldig was aan Michiel Gerritsz en nu gecasseerd is. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 17, p. 647v, d.d. 10-04-1573 --- IJsbrant Claesz namens zijn vrouw en Maritje Adriaensdr, weduwe van Eeuwout Cornelisz Schoeneman met IJsbrant Claesz, haar zwager en gekoren voogd, bekennen dat Adriaen Cornelisz Groot, hun vader, in zijn leven had verkocht aan Adriaen Jacobsz Craen 3½ hond land belast met 6 gulden en 3 gulden per jaar zoals Adriaen had gekocht van Adriaen Jacob Hendricksz, zoals blijkt uit de brief van 14-01-1566, waarvan Adriaen Jacobsz Craen verklaarde nooit een brief te zijn gemaakt en door hem niet bezwaard, welk land met dezelfde lasten hem was toegedeelt door de gemene erfgenamen van Marij Willemsdr, zijn overleden vrouw. Nog compareren Ymme Willemsdr, weduwe van Hendrick Aertsz, Aeltje Willemsdr en Neeltje Willemsdr, zusters met Adriaen Jacob Hendricksz, hun voogd in deze zaak elk voor een vierde gedeelte ergenamen van Maritje Willemsdr, hun zuster en dragen nu over aan Hendrick Bouwensz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 190v, d.d. 25-01-1579 --- Datum en pagina verdwenen. IJsbrant Claesz, man en voogd van Fijtje Adriaensdr ter eenre en Maritje Adriaensdr, weduwe van Eeuwout Cornelisz Schoeneman met Joris Cornelisz, haar gekoren voogd ter andere zijde, stellen dat tussen IJsbrant en Eeuwout was gemaakt een scheiding van eigendom van de huizen en landen in de boedel van Adriaen Cornelisz Groot en Geertje Dircksdr, hun ouders, zonder dat dit beschreven was en delen alsnog toe aan IJsbrant een huis met berg en schuur alsmede 5 morgen land, strekkende van de Voorweg noordwaarts af tot aan het land dat IJsbrant gekocht heeft van Frans Cornelisz en het land van Claes Andriesz, belend ten oosten Adriaen Sijmonsz en Claes Andriesz en ten westen Adriaen Jansz backer en de gemene weg; 2 morgen 3 hond land erfpacht, gelegen buiten weg, belend ten oosten de Oostka, ten westen Adriaen Willemsz Craen kinderen, ten zuiden Dirck Jansz brouwer te Delft en ten noorden de Kerkweg of nieuwe vaart; de helft van 4½ morgen land, belend ten oosten Dirck Jansz met de Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 256v, d.d. 14-09-1579 --- Cornelis Jacobsz Craen voor zichzelf en zich sterk makende voor Erckjen Jacobsdr, Jan Dircksz, gehuwd met Maritje Jacobsdr, Anna Jacobsdr, het weeskind van Jan Jacobsz Craen en de kinderen van Machtelt Jacobsz, kinderen en kindskinderen van Jacob Cornelisz Craen, nog de voorsz. Cornelis Jacobsz Craen, gehuwd met Aeltje Eeuwoutsdr, mede dochter van Marijtje Adriaensdr, in dier kwaliteit mede voor zichzelf en zich sterk makende voor de drie nog in levend zijnde kinderen van Maritje Adriaensdr, mitsgaders voor Adriaen Roelofsz, zoon van Erm Adriaensdr, kleinkinderen van Adriaen Cornelisz Craen, jonge Adriaen Jansz Craen voor zichzelf en zich sterk makende voor ouwe Cornelis Jansz Craen, ouwe Adriaen Jansz Craen, jonge Cornelis Jansz Craen, de kinderen van ouwe Pieter Jansz Craen en het kind van jonge Pieter Jansz Craen, kinderen en kleinkinderen van Jan Cornelisz Craen, Job Jansz voor zichzelf en zich sterk makende voor Vranck Jacobsz, gehuwd met Grietje Jansdr, voor Maritje Jansdr, weduwe van Gerrit Wil Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 22, p. 737, d.d. 01-05-1618 | Groot, Adriaan Cornelis (I3773)
|
| 879 | Adriaen Cornelisz ende Maritgen Stoffelsdr sijn huijsvrouwe met Dirck, oude Maritgen, jonge Maritgen ende Jannetgen heurl kinderen - 6 hoofden Bron: Hoofdgeld Nieuwkoop anno 1623 door F.J.A.M. van der Helm [Hogenda] --- Adriaen Cornelisz Vermij te Nieuwkoop verkoopt aan zijn zonen Stoffel Ariensz en Dirck Ariensz Vermij een erf met een perceel land en een schip met toebehoren, verongeld voor 1 morgen 1 hond, het land in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de Vorendijk tot het land van Arien Cornelisz, belend ten oosten Arien Cornelisz Vermij en ten westen Bastiaen Willemsz. Belast met een schuld van 400 gulden. Koopsom 800 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 57, p. 10v, d.d. 06-08-1616 --- Adriaen Cornelisz Vermij te Nieuwkoop verkoopt aan Gerrit Ghijsbertsz te Aarlanderveen een perceel veenland in het Zuideinde over de Achterweg in de zestig roeden, strekkend van de landscheiding tot aan het pad, belend ten oosten de weduwe of erfgenamen van Pieter Gerrit Jan en ten westen Ghijsbert Sijmonsz. Koopsom 318 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 57, p. 11, d.d. 26-12-1616 --- Marritgen Willemsdr, weduwe van Jan Cornelisz Vermij met als voogd haar broer Ouwe Jan Willemsz, voor een helft en Arien Cornelisz Vermij als oudste zoon en voogd van zijn vader Cornelis Willemsz Vermij voor 1/4 deel en Arien Cornelisz voor zichzelf en handelend namens Marigen Cornelisdr, weduwe van Pieter Claesz en Jacob Jansz getrouwd met Neeltgen Cornelisdr, verkopen aan Zevert Jansz een perceeltje land in het Zuideinde van Nieuwkoop over de Achterweg als 1/6 deel van een groot perceel veenland, strekkend in het geheel van het veenpad tot het land van Dirck Heijndricx, belend ten zuiden Jan Willemsz en ten noorden Jacob Cornelisz Trom. Koopsom 10 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 57, p. 27v, d.d. 21-11-1616 --- Stoffel Jacobsz als voogd over Marritgen Stoffelsdr, weduwe van Arien Cornelisz Vermij ter ene en Pieter Claesz Duijerniet als voogd over de kinderen van Jannitgen Pietersdr en de overleden Cornelis Ariensz Vermij en Abram Cornelisz als voogd over de kinderen van Annichgen Abramsdr en Stoffel Ariensz Vermij, dragen over aan Dirck Ariensz Vermij een perceel land met banken veenland in het Zuideinde binnenweg, verongeld voor 1 hond, strekkend van het weiland van Dirck Ariensz en Marritgen Stoffelsdr tot het land van Jacob Evertsz, belend ten oosten Jacob Gerritsz Vermij en ten westen de Strekvaart of Bastiaen Willemsz. Koopsom niet vermeld. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 59, p. 37, d.d. 14-01-1628 --- Marritgen Stoffelsdr, weduwe van Arien Cornelisz Vermij met als voogd Aris Cornelisz Quast, verkoopt aan Pieter Gerrit Jacobsz een erf land in het Zuideinde binnenweg, strekkend van de werf van de kinderen van Arien Cornelisz Vermij tot dat van Dirck Ariensz, belend ten oosten Jacob Gerritsz en ten westen Dirck Ariensz Vermij. Koopsom 168 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 60, p. 171v, d.d. 15-05-1634 --- Marritgen Stoffelsdr, weduwe van Arien Cornelisz Vermij met als voogd Aris Cornelisz Quast, verkoopt aan haar zoon Dirck Ariensz Vermij de helft van een huis en erf met een perceel weiland in het Zuideinde van Nieuwkoop binnenweg, verongeld voor 3 1/2 hond, strekkend van de Vorendijk tot het huis en erf van Dirck Ariensz en tot de andere helft, strekkend van de werf van Pieter Gerritsz tot het land van Dirck Ariensz, belend ten oosten Jacob Gerritsz Vermij en ten westen Dirck Ariensz zelf. Koopsom 250 gulden. Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 60, p. 172, d.d. 15-05-1634 | Vermij, Arien Cornelis (I3341)
|
| 880 | Adriaen Diercksz van Sally, secretaris, en Lysbet Willems Kinderen: Dirck (15), Neeltgen (13), Willem (10) en Hendrick (3) Bron: Hoofgeld Moordrecht 1622 (Ons Voorgeslacht/P.J. den Hoed) --- Aelbert Pietersz bakker en Willem Cornelisz smid, getrouwd met Aeltgin Pietersdr, voor de ene helft, Pieter Cornelis met procuratie van Claesgin Willems, weduwe van Heijnderick Heijnderickxsz Monsterman, schoolmeester geweest te IJselstein, mitsgaders van hun weeskind, Jan Willemsz Lens als man en voogd van Jannichgin Willems, Willem Maertsz als man en voogd van Neeltgin Willems en Adriaen Dirckxsz van Salen als man en voogd van Lijsbet Willemsdr, voor de andere helft, allen kinderen en erfgenamen van Pieter Caerelsz Vermeul en Aechte Willemsdr, verkopen aan IJsbrant Jansz, schoolmeester te Moordrecht, een huis en erf gelegen in het dorp Moordrecht, strekkende van de dijkwetering tot het kerkhof, belend ten oosten het Papenerf en ten westen de Buurkerk. [In de opvolgende schuldbrief wordt gesproken over Pieter Carelsz, hun vader, en Aechte Willems, de laatste huisvrouw van voornoemde Pieter.] Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 0019), inv.nr. 36, fol. 139v, d.d. 23-05-1618 (FS scan 390) [Pieter Carolisz Vermeul is weduwnaar van Sijchgen Pietersdr.] --- Adriaen Dircksz van Saelen procureur, onze buurman, verkoopt aan Gerrit Anderiesz kleermaker een huis en erf gelegen in het Achterland onder Moordrecht, strekkende van de Hoogweg tot de dwarssloot, belend ten oosten de comparant zelf en ten westen het erf van Geerte Vranckendr zaliger. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 0019), inv.nr. 36, fol. 250, d.d. 26-09-1620 (FS scan 501) --- Lijsbet Willems, weduwe van Adriaen Dircksz van Zaelen, met Pieter Cornelisz van Leuwen, haar oom en gekozen voogd, is schuldig aan Jasper Ariensz timmerman een losrente van 4 gulden per jaar met een hoofdsom van 64 gulden. Als onderpand geldt haar huis en erf gelegen in het Achterland onder Moordrecht, strekkende van de Veenweg tot Arien Jacobsz Block, belend ten oosten Willem Ellertsz en ten westen Gerridt Anderisz snijder. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 0019), inv.nr. 37, fol. 182v, d.d. 17-02-1624 (FS scan 715) [Pieter Cornelisz van der Leeu is weduwnaar van Marritge Thonen.] | van Zalen, Adriaan Dirks (I4096)
|
| 881 | Adriaen Gerritsz en Marritgen Jans huisvrouw Kinderen: Claes, Jan, Dirck, Maerten, Marritgen, Annichgen en Jaepgen Bron: Hoofdgeld Boskoop en Middelburg anno 1622 (Ons Voorgeslacht, P.J. den Hoed) --- Arien Gherit Claesz wordt als weerbare man genoemd te Laag-Boskoop in 1599. --- 1596 Reijerscoop Die papelijcke proven tot Boscoop eijghen Dirck Gheritsz bruijcker tot Alphen ende is groet ij morgen iiij hont lxvj roeden Dat voornt. lant bruijckt ende compt nu eijghen toe Arij Gherit Claesz Gheertgien Gerrit Claesz weduwe eijgen Claes Gherijtsz haer soen bruijcker ende is groet j morgen iiij hont lviij roeden (1 morgen, 458 roeden) Dit voornt. bruijckt nu eijgen Arij Gherrit Claesz 1600 Laag-Boskoop die papelijcke proeven tot Boscoop eijgen Dirck Gherrijtsz bruijcker tot Alphen ende is groet ij morgen iiij hont lxvj roeden (2 morgen 466 roeden) dit voors. lant compt nu eijgen. Arij Gherrit Claesz 1608 Laag-Boskoop Die papelicke provende tot Boscoop eijgen Dirck Gherritsz bruijcker tot Alphen ende is ghroot ij morgen iiij hont lxvj roeden Die voorsz. lant compt nu eijghen Adriaen Gherritsz Gheertgen Gherridts Claes weduwe eijgen Claes Gherritsz haer saliger bruijcker ende is groot j morgen iiij hont lviij roeden En voorsz. lant compt nu eijgen Arien Gherrit Claesz 1612 Laag-Boskoop Claes Geritsz met Willem Jansz eijgen ende sij bruijkent erffpacht leggende bij westen die Goudtcade ende is groot xiij morgen j hond vj roe Adriaen Gerit Claesz hier van v morgen v hond l roe (5 morgen 550 roeden) Geertgien Gerit Claesz weduwe nu eijgen ende bruijcker Adriaen Gerit Claesz en is groot j morgen iiij hond lviij roe 1616 Laag-Boskoop Claes Geritsz met Willem Jansz eijgen ende sij gebruijkent erffpacht leggende bij westen die Ghoudtcade ende is groot xiij morgen j hond vj roe Adriaen Gerit Claesz hier van v morgen v hond l roe Geertgien Gerit Claesz weduwe eijgen nu Adriaen Gerit Claesz en is groot j morgen iiij hond lviij roe Bron: 3972-3972 Morgenboeken van Boskoop, Middelburg, Randenburg en Zuidwijk, Splintersambacht en 6483-6483 Morgenboeken van Reyerskoop en de Biezen onder Boskoop, 1596-1804 --- 14-3-1593: Dirck Sijmonsz, wonende te Boskoop, verkoopt Jacob Adriaensz, eveneens wonende te Boskoop, de helft van 3 morgen 1 1/2 hond land waarvan de koper de andere helft reeds bezit in de Waterganck, belend ten oosten Adriaen Gerrit Claesz, ten westen Pieter Willem Jansz, ten zuiden de Voorweg en ten noorden de vogelkooi van Dirck Jacobsz Rijck gekomen van Jan Hectorsz van Chamu, voldaan met een schuldbrief. Bron: GAAR, ora Hazerswoude 20, fol. 300 3-3-1631: Roet Harmensz, wonende in de Steekt, verkoopt Adriaen Gerritsz van Heijningen 10 1/2 hond land in 't Rijneveld, strekkend van het land van de kinderen van Huijbert Roellen tor de Groeneweg, belend ten oosten Gerrit van Os, ten westen en noorden de kinderen van Huijbert Roellen. Koopsom 685 gulden 10 stuivers. Bron: GAAR, ora Alphen 10, fol. 103v 11-5-1644: Jan, Claes, Dirck en Gerrit Commersz en Marrichgen en Haesgen Commersdr, met Arien Gerritsz, als oom en voogd, mede Arien Gerritsz en Jan Commersz als ooms en voogden van 's moederszijde over de weeskinderen van Annichgen Commersdr en Neeltgen Commersdr, mitsgaders Cornelis Pauwelsz en Cornelis Eeuwoutsz als ooms en voogden van 's vaderszijde van voorn. weeskinderen van Annichen Commersdr en Wouter Pauwelsz; Henrick Claesz, oom en voogd van 's vaderszijde, over de nagelaten kinderen van Neeltgen Commersdr en Aem Claesz, verkopen Marrichgen Claesdr, weduwe van Sijmon Claesz, een perceel land, verongeld voor 5 morgen 4 1/2 hond met een huis, berg, schuur in de Nesse, strekkend 2 morgen 4 1/2 hond van de Notweg tot de vogelkooi, en 3 morgen van de kooi tot de Banweg, belend ten oosten Dirck Gijsbertsz, de weduwe van Sijmon Claesz en Marrichgen Aelbertsz, weduwe, ten westen de kinderen van Commer Gerritsz zelf. Koopsom 3.100 gulden. Bron: GAAR, ora Alphen 14, fol. 58v 11-11-1648: Joris Verburch, notaris te Leiden, verkoopt Johan Roosenboom 1 morgen 4 hond 25 roeden land in 't Rijneveld, strekkend van de Boskoopse landscheiding tot het land van Joris voorn., belend ten oosten Arien Gerritsz van Heijningen, ten westen Jan Thijsz. Koopsom 675 gulden. (zie ook invnnr. 15 folio 149v d.d. 01-06-1651.) Bron: GAAR, ora Alphen 15, fol. 56 5-5-1650: Adriaen Gerritsz van Heijningen en Marritgen Jans, echtelieden wonende te Boskoop in de Biezen, ondanks hun ouderdom nog redelijk gezond, testeren. Ze benoemen tot erfgenamen hun zes kinderen met namen Claes Ariensz Heijningen, Dirck Ariensz Heijningen en Maerten Ariensz Heijningen, mitsgaders Marritgen, Jaepgen of Jacobmijntje en Annitgen Ariens Heijningen, van wie al twee getrouwd zijn, nl. Claes en Marritgen. Zij hebben al voor 200 gulden aan kleding en uitzet gehad. Hun jongste zoon, Maerten Ariensz Heijningen, had manslag begaan, waar 1.000 gulden nodig was voor het zoenen. Annitgen Ariens Heijningen heeft last van lammigheid en de vallende ziekte. Voor haar moet worden gezorgd. Ze is erfgenaam voor een bedrag van 120 gulden per jaar ten laste van de andere kinderen. Bron: SMH, ona Gouda 156, fol. 284 4-2-1661: Claes Fredricxsz Raemsburgh, wonend te Boskoop, verkoopt Cornelis Ariensz in de Biesen 1 morgen 425 roeden land, strekkend van de Boskoopse landscheiding tot het land van Michiel van Ringh, belend ten oosten de kinderen van Arien Gerritsz van Heijningen, ten westen Jan Mathijsz Hogeveen. Koopsom 750 gulden. Bron: GAAR, ora Alphen 18, fol. 91 | van Heiningen, Adriaan Gerrits (I3695)
|
| 882 | Adriaen Hermansz Bijll, jm. van Lexmond 1e/3e procl 3/17-11-1644 Lopik + huw. Marighen Jans, wede Willem Gerritsz - - - - - - -L Bron: Lopik en Cabauw door H. de Bruin --- 1-7-1651 f27v Comp. Adriaen Hermans Bijl trp. aen Bastiaen Henricx Hardebol en omgekeert --- 12-7-1651 f28 testament Comp. Herman Egberts Bijl sieck sijnde, heeft ook leengoet 4-12-1644, legateert Herman Egberts Bijl zoon van Egberts Hermans Bijl schout van Lakerveld een erfgen buijtendijks gelegen voor de hofstede van Adriaen Hermans Bijl ende aen Cornelis Hermans Bijl sijn zoon het beste merrie peert, aen Maria Bijl suster f 100 voor getrouwe diensten. Dan Lijsbeth Hermans hvr van Gerrit Isbrants op Lakerveld, Jannegen Hermans hvr. van Jan Bronckhorst mitsg de 2 kind van Hoven Hermans, Meerigen Hermans hvr. van Dirck Peters, Egbert Hermans Bijl schout, Cornelis en Maria Bijl vs mitsg Metgen hvr. van Jan Henricks ende Adriaen Hermans Bijl t'samen sijn kinderen en kints kinderen. Dat de vs Lijsbeth, Jannegen mitsg de 2 kinderen Van Hoven Hermans sijne voor kinderen vooruit de som van f 250,- --- 8-10-1651 f34 3 blz. lootcedulle Comp. Lijsbeth Dircks Stouten, wede van Herman Egberts Bijl, geass. met Wijn Peters de Rhie haer zwager en gecoren voogd, ter eenre en ter andere zijde Gerrit Isbrands en Jan Hermans Bronckhorst als man en voocht van hvr. Peter en Hoofventgen Hovensdr geass. met Aert Cornelis de vor hare gecoren voogd als kinderen van Hooven Hermans Bijl za mitsg Dirck Peters man en voocht van hvr. ende Egbert Hermans Bijl schout, Cornelis Hermans Bijl ende Maria Bijl geass met Dirck Adriaens, mitsg. Jan Henricks van Keeckum man en voocht van hvr. en Adriaen Hermans Bijl, alle erfgen etc. --- 12-10-1651 f36 Jan Hermans Bronckhorst voocht van zijn huijsvrouw (Jannetjen Hermansdr Bijl) en verkregen het recht van Peter Hovens, Hoventgen Hovens en Dirck Peters als man en voogd van zijn huijsvrouw (Merichje Hermens zie 61) ende Egbert Hermens Bijl schout van Lakervelt, Cornelis Hermens Bijl, Maria Bijl geass. met Dirck Adriaense haer voogd, mitsgaders Jan Henricx van Keeckum als man en voogd van zijn huijsvrouw (Metgen Hermans Bijl zie folio 54 is schuldig aen Jan Hermans Bronckhorst) en Adriaen Hermens Bijl, Gerrit Isbrands en Lijsbeth Hermens echtel, alle kinderen en erfgenamen van Herman Egberts Bijl, zalgr. vader en grootvader. --- Bron: http:www.den-uijl.nl ontleend aan RA NA Lexmond, H. de Bruin --- 15-8-1668 Lexmond RA.9 foto 002 Comp. Johan Samson, van de camer van justitie van Vianen. Vermeld Adriaen Hermensz Bijl zijn huijsinge ende getimmer mitsg. 5 mergen lants oostwaarts de weduwe van Hermen Egberts Bijl zijn moeder en westwaarts Jan Gerrits Kersbergen. 8-3-1669 Lexmond RA.9 foto 017 cessie Comp. Adriaan Hermensz Bijl wonende op Achthoven aan Claas de Rie en Dirk Wijnants de Rie, goederen uit erfhuis. 29-7-1669 Lexmond RA.9 foto 030 rentebrief Comp. Adriaan Hermensz Bijl schuldig aan Dirck Wijnants de Rie en Claas Cornelisz de Rie met hare broers en suster. 29-7-1669 Lexmond RA.9 foto 030 rentebrief Adriaen Hermensz Bijl aan Dirck Wijnants de Rie, Claes Cornelis de Rie met hare broeders en suster. 10-2-1672 Lexmond RA.9 foto 079 Comp. Johan Samson deurwaarder te Vianen uit naam van Buijen Petersz van der Pijl jegens Adriaen Hermens Bijl, 7 hond lant. 10-8-1676 Lexmond RA.9 foto 175 arrest Comp. Claes de Bruijn deurwaerder te Vianen een arrest ten verzoeke van Henrick van een gerechte helft van 2 mergen gemeen met de weduwe van Dirck Pietersz gelegen op Achthoven oostwaarts Jan Hendrix van Bronkhorst ende westwaarts Lijsbet Dirx toebehorende de weduwe van Adriaen Hermense Bijl. 15-9-1678 Lexmond RA.10 foto 006 Comp. Hans Casper Benders deurwaerder te Vianen heeft uit naam van de weduwe van Boudewijn van der Pijl contra de weduwe van Adriaen Hermens Bijl dd. 21-11-1671 op de hofstede met 14 mergen land op Achthoven. 4-11-1693 Lexmond RA.12 foto 123-24 repudiatie Comp. Dirk Adriaensz Bijl en Hermen Adriaensz Bijl gebroeders; mitsg. Aeldert Gerritsz als in huwelijk hebbende Jannigje Adriaensdr Bijl, wonende op Achthoven voor haer selve ende rato caverende voor Neeltje en Swaantje Adriaens Bijl, haar susters;te kennen gevende dat gisteren haar moeder Maijchje Jans is overleden, zien af etc. van de erfenisse. Bron: Lexmond en Achthoven, regesten rechterlijk archief door H. de Bruin | Bijl, Adriaan Hermans (I302)
|
| 883 | ADRIAEN Heyndrickss, uit Zegwaart 3, 48 5-3-1606 Jacop; get. Cornelis Heyndr., Marritgen Heyndricx, Pieter Cornelis 3, 69 2-12-1609 Sara; get. Job Symonss, Marritge Cornelis, Marritge Dircx 3,110 21-6-1615 Anneke; get. Cornelis Pls, Marthen Henrix, Betgen Pieters Bron: Klapper dopen Zoetermeer en Zegwaard, 1601-1650 --- Adriaen Henricxz Berckelair Trijntgen Cornsdr., sijn huijsvr. kinderen: Jacob, Sara en Annetgen Segwaertse wech in Segwaert f. 632 Bron: Kohier Hoofdgeld van Rijnland (1622): Zoetermeer en Zegwaard door J. Heemskerk | Berkelaar, Arie Hendriks (I273)
|
| 884 | Adriaen Jacobsz Dwaling Pleuntgen Henricxdr, sijn huijsvr. Ruckeveen in Zegwaard f. 682 Bron: Kohier Hoofdgeld over Rijnland (1622): Zegwaart en Zoetermeer --- [118] Adriaen Jacobsz. Dwalinck ? (doorgestreept) Bron: Morgenboek Zegwaart, 1580 (binnenweg/bovenweg) --- (fol. 26) Adriaen Jacobsz. Dwalinck (fol. 26) Adriaen Jacobsz. Dwalinck 2,5 h. blyft (fol. 27) Aryen Jacobsz. Dwalinck (fol. 28) Adriaen Jacobsz. Dwalinck (fol. 30) Adriaen Jacobsz. Dwalinck 2 h. (fol. 30) Cornelis Dircksz. Brouwer ende Adriaen Jacobsz. Dwalinck tsm. Bron: Morgenboek Zegwaart, 1580 (buitenweg PB) --- (fol. 13v) Adriaen Jacobsz. Dwalinck 2,5 h. blyft (fol. 14) Adriaen Jacobsz. Dwalinck 2 m. 1 h. 1 q. blyft (fol. 15v) (Adriaen) Jacobsz. Dwalinck 2 h. blyft Bron: Morgenboek Zegwaart, 1580 (buitenweg OA Rijnland) --- Nr. 83 folio 58 d.d. 24-05-1579. Jan Jacob Jannen en Belitgen Jacobsdr. weduwe Jan Wouter Joesten geassisteerd met Jan Jacobsz. voorsz. als haar gekozen voogd heeft verkocht aan Cornelis Jansz. Robol een huis en erf met poting en planting gelegen Binnenweg, eertijds toebehoord hebbende Claes Jacobsz. Dwalinck, strekkende van de Rokkeveense weg tot Wouter Joosten, belend ten NO: Cornelis Eggertsz. en ten ZW: Arien Jansz. Vrij als buurland. Jan Jacob Jannen verbindt hieraan tot waarborg een stuk weiland van 1 morgen gelegen Binnenweg, strekkende van de Groeneweg tot Sijmon Vranckensz., belend ten NO: Jan Jacobsz. zelf met zijn ingelanden en ten ZW: de Berkelse landscheiding. Belitgen Jacobsdr. verbindt hieraan een stuk weiland van 4 hond gelegen Binnenweg, strekkende van Rokkeveen tot Adriaen Jacobsz. Dwalinck, belend ten NO: Lenert Arien Clos en ten ZW: Cornelis Gerritsz. Zij bekennen hiervan voldaan te zijn met een schuldbrief, heden verleden. Bron: Rechterlijk archief Zegwaart, 1574-1581 (Hogenda) --- den Ruckeveen 9 Adriaen Jacobsz Dwalinck Bron: Kohier van de 18e en 100e penning Zegwaart-Buitenweg, 1578 --- hier eynden die Hornen voor Segwaerdt - Arijen Jacobsz Dwaling 01/304-25 Die landen geleegen tusschen die Ruckeveen ende Molewech beginnende aende Schinckelwech geduyerende tot die lantscheyding toe geheeten den Breen acker - Arijen Jacobsz Dwalinck 01/304-41v - Adriaen Jacobsz Dwalinck 01/304-42 - Adriaen Jacobsz Dwaling 01/304-42v - Adriaen Jacobsz Dwalinck 01/304-42v - Adriaen Jacobsz Dwalinck 01/304-44 - Adriaen Jacobsz Dwalinck 01/304-49 - Adriaen Jacobsz Dwalinck 01/304-49v Bron: Kohier van de verponding te Zegwaart, 1584-1624 --- Adriaen Jacobszn Dwaling een huysgen ende erff mit schuyer, barch, geboompte ende een mergen weylant ofte hoeylant de timmeraets geprijsseert jaarlicxs in huyere waerdich te weesen drie gulden thyen stuyvers ’t mergen lants op elff gulden acht stuyvers. Bron: Kohier van de verponding te Zegwaart, 1628 --- Dwaling, Adriaen Jacobss (won. in Zegwaert op de Ruckeveen) RA 37, 31v 18- 5-1607 Bron: Transporten en hypotheken Zoetermeer, 1601-1650 --- Dwalinck, Adriaen Jacobsz 40, 77v 30-12-1587 41, 108 17-11-1591 41, 108v 17-11-1591 41, 391v 13- 3-1594 41, 392 13- 3-1594 Dwalinck, Adriaen Jacobss (won. aen de Ruckeveen) 42, 25v 8- 1-1595 Bron: Transporten en hypotheken Zegwaart, 1571-1600 --- Dwaling, Adriaen Jacobss 43, 65 30-12-1602 44, 31 22-11-1605 44, 385 11- 3-1609 44, 385v 11- 3-1609 45, 340v 5-11-1612 47, 235v 4- 1-1621 47, 237v 4- 1-1621 48, 133v ..-..-1631 za. Dwaling, Adriaen Jacobs 49, 59 8- 6-1633 49, 60 8- 6-1633 Bron: Transporten en hypotheken Zegwaart, 1601-1650a --- za. Baertgen Dircxs, geh.m. Adriaen Jacobs Dwaling 44, 31 22-11-1605 za. Apolonia Henricxdr., geh.m. za. Adriaen Jacobsz Dwaling 49, 59 8- 6-1633 49, 60 8- 6-1633 Bron: Transporten en hypotheken Zegwaart, 1601-1650b --- Hier es Segwaerdt voleyndt ende es beginnende den Ruckeveen Adriaen Jacobsz Dwalinck ½ vierendeel Bron: Zegwaart Koningsbede 1579 --- Adriaen Jacobss Dwalinck 152v Adriaen Jacobss Dwalinck 153 Adriaen Jacobss Dwalinck 155v Aryen Jacobss Dwalinck 155v Bron: Dingboek van Zegwaart, 1572-1587 --- Adriaen Jacobss Dwaling Zw06 329v Bron: Dingboek Zegwaart, 1598-1627 (namenindex) | Dwaling, Adriaan Jacobs (I965)
|
| 885 | Adriaen Jansz Pier Jan Ariaentgen Cornelisdr, sijn huijsvrouw kinderen: Maritgen, Baertgen, Tonis, Pieter, Jan, Aeltgen en Vranck Segwaertse wech in Segwaert f. 630v Bron: Kohier van het Hoofdgeld over Rijnland, 1622 --- Adriaen Pier Jan Achter Segwaert van de Ooskade 96 1606-1606 11 v Adriaen Pier Jan Segwaert 96 1613-1613 7 r Adriaen Pier Jan Segwaert 96 1614-1614 7 r Adriaen Pier Jan Segwaert 96 1615-1615 7 v Adriaen Pier Jan Segwaert 96 1616-1616 7 v Adriaen Pier Jan Segwaert 96 1617-1617 7 v Bron: Kerfboeken Zegwaart, 1590-1808 --- Adriaen Jansz Pier Jan 01/304-34 Bron: Kohier van de verponding te Zegwaart, 1584-1624 --- (fol. 64) Adriaen Janszn Pier Jan heeft een plancken huysgen mit een schuyer ende plantage getacxeert ende geprijsseert in huyere vrijs gelts jaerlicxs waerdich te weesen zeeven gulden Bron: Kohier van de verponding te Zegwaart, 1628 --- Adriaen Jan Pier Jannen 158 Adriaen Jan Pier Jannen 35 Adriaen Jan Pier Jannen, 26 Bron: Index op dingboeken van Zegwaard, okt. 1609-okt. 1612 --- Adriaen Jan Pier Jannen 44 Adriaen Jan Pier Jannen 65v Adriaen Jan Pier Jannen 67 Bron: Index op dingboeken van Zegwaard, augustus 1616-januari 1618 --- WK 172. Goederenlijst van wijlen Adriaen Jansz Pier Jan, 1632 Bron: Inventaris van de archieven van het Plaatselijk Bestuur van Zegwaart - deel II: Schout en schepenen van Zegwaart (Rechterlijk archief), 1572-1811 / Schout en weesmanen van Zegwaart (weeskamer), 1568-1812; door Ronald Grootveld | Pier Jan, Arien Jans (I2515)
|
| 886 | Adriaen Jansz. de Vet was gehuwd met Katrijn, dochter van Pieter Karre; zij waren de ouders van: - Pieter Adriaensz. de Vet, genaamd Karre - Jan Adriaensz. de Vet, genaamd Karre Bron: Rotterdamsche regeeringsgeslachten uit den Bourgondisch-Oostenrijkschen Tijd door mr. R. Bijlsma --- Adriaen Jansz. de Vet had tot echtgenoote Katrijn, dochtervan Pieter Pietersz. Karre; de zoon Pieter uit dit huwelijk noemt zich Pieter Adriaensz. Karre, in tegenstelling met zijn broeder Jan (vernoemd naar Jan de Vet), die meestal voorkomt als JanAdriaensz. de Vet. Pieter Adriaensz. Karre heeft een zoon Adriaen, die den ouden geslachtsnaam weer opneemt, en zich -— naar grootvader Adriaen de Vet — met den naam Adriaen Pietersz. de Vet noemt. Eene dochter van Pieter Adriaensz. Karre is gehuwd met Hendrick Zweersz.; de zoon Adriaen uit dit huwelijk — blijkbaar vernoemd naar zijn oom Adriaen Pietersz. de Vet — noemt zich Adriaen Hendricxz. de Vet. Eene dochter van dezen Adriaen Hendricxz. de Vet werd echtgenoote van Andries Quirijnsz.; de zoon Adriaen uit dit huwelijk heet Adriaen Andriesz. de Vet. Zijn nageslacht blijft den naam De Vet dragen. Bron: Een oud-Rotterdamsch gebruik (naamsoverneming in verband met vernoeming), door mr. R. Bijlsma | de Vet, Adriaen Jans (I3375)
|
| 887 | Adriaen Janszn heeft een quaet huysgen mit twie morgen quaet landts geëstimeert voor 3 gulden 'sjaers: 6 st. Bron: Zoetermeer verpondingen 1543. --- Adryaen Janszn huurt een huys mit zijn erf van Claes Jacobszn Tymmerman dit jaer voir twye karolusgulden; compt den 10en penninck 4 s. (‘t Westeijnde, woningen mitte landen) Andries ende Neel Vogellair hebben gehuurt die vogelrie dit jaer voir 20 karolusgulden; compt den 10en penninck 2 karolusgulden. (Op ’t Scheyt) Bron: Zoetermeer verpondingen 1553. --- ‘t Huystgen dat Adryaen Jansz anno 53 huierde, van Claes Jacobsz Tymmerman heeft anno 57 ledich gestaen overmits de peste dattet daer al uuyt gesturven was ergo niet. Bron: Zoetermeer verpondingen 1557. --- "In oktober 1556 heerste er in dorpen in de omgeving van Leiden pest. Ziekenverzorgers gingen vanuit Leiden naar Stolwijk, Waddinxveen en andere plaatsen in de regio om zieken te verplegen, die besmet waren met de 'gave Gods, pestilencie en de hetekoortsen'. (...) Ook in andere Hollandse steden en een aantal dorpen heerste in 1557 pest." (Gezondheidszorg in Leiden in de late middeleeuwen van Rudolph Ladan) | Vogelaar, Andries Jans (I3426)
|
| 888 | Adriaen Maertensz, wonende aan de Zegvelder Meije, draagt over aan Heijndrick Heijndricxsz, wonende mede aan de Zegvelder Meijer, 2 morgen 1,5 hond land, gelegen in Zegvelderbroek, belend ten oosten Louris Dircxsz en ten westen Geertgen Harmens, weduwe van Doede Flooren, strekkende van de halve Slimwetering tot de Dieperwetering. De koopsom is 1.025 gulden. Bron: RHC RL, ORA Zegveld (beheersnr. W180), inv.nr. 2374, aktenr. 27, d.d. 22-04-1633 --- Cornelis Jansz Huberch, poorter van Gouda, draagt over aan Leendert Doedensz, wonende onder dit gerecht, een hofstede met huis en berf en ca. 4 morgen 3 hond land, gelegen te Zegvelderbroek, belend ten oosten het weeskind van Maerten Adriaensz en Geertgen Hermens, weduwe van Doeden Flooren, en ten westen Mathijs Bars en Dirck Doedensz, strekkende van de Diepe Meije tot Jan Cornelisz. Bron: RHC RL, ORA Zegveld (beheersnr. W180), inv.nr. 2374, aktenr. 57, d.d. 09-11-1637 --- Jan Pitersz van Staverden, jongman, 24 jaar 9 maanden, en Hillichien Piters van Staverden, jonge dochter, 23 jaar 10 maanden oud, beiden kinderen van Piter Simonsz van Staverden, verwekt bij Anniche Hendericksdr, zijn eerste vrouw, samen wonende te Zegvelderbroek, staan toe dat hun vader met rente leent 500 gulden. Als onderpand geldt 3 morgen land gelegen te Zegvelderbroek, strekkende van de Slimwetering tot de Diepe Meije, belend ten oosten de Ridders en ten westen de kinderen van Antonis Jansz Spruijt; nog 2 morgen 1,5 hond land te Zegvelderbroek, belend ten oosten Laurens Dircksz en ten westen Geertgen Hermans weduwe van Doede Floren, strekkende van de halve Slimwetering tot de Diepe Meijewetering. Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 124, d.d. 11-05-1672 --- Zegvelderbroek [Fol. 276v] t’Capittell ten Dom t Utrecht xxiiij mergen lants, bruijckt Dirck Thomasz tsjaers om viij out schilt Nu eijgenaers t’capittel van Sinte Marien ‘t Utrecht, bruijcker Doede Florensz Bron: Oudschildgeld 1600 | Floris, Doeden (I1062)
|
| 889 | Adriaen Pouwelsz doet panden Jan Daemsz achtervolgende de clacht, acte in juditio op woend. int gading ao. 1561. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 210, d.d. 28-01-1561 (Scan 101) --- Interogatoria den e. schout ende gerechte van Benscop geexhibeert van wegen Adriaen Pouwelsz op ende versus Coen Jansz ende Elbert Martensz ged[aagd]e om kennis der wairheijt te dragen van tgundt hun ged[aagd]e int naevolgende gevraecht sal worden of bij weijgeringe van desz elx hondert gul. dair voor. [Aan Elbert Martensz, ca. 31 jaar oud, gedaagde, wordt gevraagd of hij bovenop zijn erfenis van zijn overleden moeder Sophia uit de boedel van zijn vader Marten Jansz heeft gehad 600 schilden, enkele dieren en drie jaar lang gebruik van de helft van 10 morgen land. Peter Jansz Verhouff, Peter Coenensz en Steven zijn ooms en Jannichgen Peters is tante van de gedaagde. Elbert Martensz en Coen Jansz waren eens te Schoonhoven tijdens de paardemarkt met Marten Jansz, Peter Jansz Verhoeff, Cornelis Gerritsz e.a. Marten Jansz en Cornelis Gerritsz waren daar tot een akkoord gekomen. "Soe zijn veraccordeert Merten Jansz ende Cornelis Gherritsz sinen swager bij tuschen sprecken van Peter Jansz Verhoeff ende Coen Jansz sinen broeder. (...) Tuijcht Elbert gedaechde dat hij blijft bij dat scrift dat Coen Jansz sijn oem van dien verdeng(?) tuschen Marten Jansz saliger ende Cornelis Gerritsz sijn swager gemaeckt heeft. (...) Item dat Elbert gedaichde verclaren sel dat een tijt gelegen is dat hij met Adriaen Pouwelsz Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 210, d.d. 20-06-1561 (Scan 165) --- Cornelis Gerritsz eijscher contra Adriaen Pouwelsz ged[aagd]e versouck doen. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 210, d.d. 1561 (Scan 125, 133, 135) --- Adriaen Pouwelsz heeft betaald of tot zijn last genomen vanwege het land van Jan Loichsz(?) weduwe [allerlei namen en bedragen genoemd]. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 214, d.d. 30-04-1566 (Scan 8) [Op 06-06-1566 (scan 9) heeft Adriaen Pouwelsz 200 schilden afgelost. Dirck Gorisz en Adriaen Gorisz stellen zich borg (scan 10).] --- Adriaen Pouwelsz verwillecoort Geertgen Gerrit Aertsz Langendr 120 gulden met 6% rente. Afgelost op 11-06-1567. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 214, d.d. 23-06-1566 (Scan 12) --- Adriaen Pouwelsz verwillecoort Lijsbet Claes Cornelisz dochter 50 schilden met 6% rente. Afgelost op 22-02-1585 door de erfgenamen van Adriaen Pauwelsz. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 214, d.d. 28-07-1566 (Scan 15) --- Adriaen Pouwelsz draagt iets over aan Gerrit Willemsz alias Ringel n.a.v. een besluit op de rechtsdag van afgelopen dinsdag. Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 215, d.d. 15-01-1570 (Scan 220) --- Adriaen Pauwelsz en Aeff Martensdr, zijn huisvrouw, hebben onterft Sophia, hun dochter, huisvrouw van Jan Gerritsz Lange, en hebben ik haar plaats ingesteld tot erfgenamen de kinderen die Sophia heeft gekregen of zal krijgen. Sophia krijgt de lijftocht van het deel van de kinderen. Bij haar huwelijk heeft Sophia 700 schilden meegekregen. De rest van de kinderen heeft bij hun overlijden ook recht op een zelfde bedrag. [De akte is lang, maar bevat verder geen relevante informatie.] Bron: RHCRL, ORA Benschop (beh.nr. L146), inv.nr. 215, d.d. 24-02-1570 (Scan 222) | Pouwels, Adriaan (I3889)
|
| 890 | Adriaen x Geertruyt Floris (Geertruyt is later hertrouwd met Adriaen Jacobsz Craen) 1. Dirck Adriaensz 2. Floris Adriaensz 3. Maritje Adriaens x Leendert Dircksz Roos 4. Martijntje Adriaens x Leendert Crijnenz 5. Leentje Adriaens x Hendrick Cornelisz Crooswijck 6. Jan Adriaensz a. Maritje Jans x Cornelis Cornelisz Buijtewech 7. Cornelis Adriaensz Croon --- Dirck Jacobsz van Montfoort, wonende te Leiden is schuldig aan Jacob Christiaensz, onmondig weeskind van Christiaen Florisz eerst 10 gulden 10 stuivers per jaar hem aangekomen bij overlijden van Jan Florisz, Pieter Florisz en Geertruyt Florisdr, zijn ooms en moei, alsmede 27 gulden hem aangekomen als voren, met hypotheek op 3 morgen 4½ hond land gelegen binnen weg, belend ten oosten Willem Pietersz Craen en ten westen Adriaen Jacob Bouwensz weduwe, 3 morgen land gelegen boven weg, strekkendevan de Achterweg zuidwaarts tot de landscheiding toe, belend ten oosten Anna Joost Jacob Govertsz weduwe en ten westen Maritje Adriaens van der Veer. Genoemd wordt nog Cornelis Gerritsz van der Laen gehuwd met Beatrix Jacobsdr van Montfoort. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 18, p. 447v, d.d. 06-07-1581 --- Cornelis Adriaensz Croon stelt dat zijn stiefvader Adriaen Jacobsz Craen en zijn broers Dirck Adriaensz en Floris Adriaensz te zijnen behoeve van Jacob Cornelisz Craen op rente hebben genomen 150 gulden en wel door Tijman van der Graft te Leiden 49gulden daarom hem comparant 2 koeien waren geschottet; Willem Stevensz timmerman 48 gulden tot betaling van timmering aan zijn huis; Marten Jaspersz snijder 12 gulden, Jacob Pietersz Craen 7 gulden en Margriet Bruijnendr zijn moeije de rest tot voldoening van de wei van zijn twee koeien en alimentatie van zijn kinderen, welke gelden hij zal betalen als zijn moeder Geertruid Florisdr zal zijn overleden, met waarborg de twee koeien in de wei van Griet Bruijnendr voorsz. alsmede op een huis enerf gelegen buiten weg, belend ten oosten Jacob Pietersz Craen en ten westen Cornelis Hendricksz, strekkende van de Voorweg noordwaarts tot de nieuwe vaart toe en de beterschap van 3 hond land gelegen binnen weg, gekomen uit de boedel van HendrickGerritsz Liefste, belend t Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 89, d.d. 03-03-1591 --- Adriaen Jacobsz Craen ter eenre, Dirck Adriaensz en Floris Adriaensz elk voor zichzelf, Leendert Dircksz Roos, man en voogd van Maritje Adriaensdr, Leendert Crijnenz, man en voogd van Martijntje Adriaensdr, Hendrick Cornelisz Crooswijck, manen voogd van Leentje Adriaensdr, Cornelis Cornelisz Buijtewech, man en voogd van Maritje Jansdr representerende de plaats van haar vader Jan Adriaensz en Jacob Vasz, voogd over de weeskinderen van Cornelis Adriaensz Croon, allen als erfgenamen van hun moeder en bestemoeder Geertruyt Florisdr, delen de boedel. Adriaen ontvangt de woning als huis met berg en schuur alsmede 5 morgen 4 hond 16 roe land gelegen buiten weg, belend ten oosten Sijmon Dircksz en Evert Jacobsz te Leiden, ten westen ouwe NeelJoostenz, Bertge Gijsbertsdr, weduwe van Jan Engebrechtsz, ten noorden Mees Willemsz en ten zuiden de Voorweg, belast met 52 1/2 stuivers per jaar papelijke proven of pacht; 15 gulden losrente per jaar en zal ontvangen 15 gulden losrente als de boedel competeert van de we Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 499v, d.d. 27-11-1595 | Floris, Geertrui (I1064)
|
| 891 | Adrian Bastiaensen int beneden ende van Lopick ende Aeftgen Gillis int boven ende van Lopick ten derdenmael afgeroepen 19 octob. stijl. vet. Getrouwt in Lopick 26 octob. stijl. vet. 1617 | Gezin: Adriaan Bastiaans van Vuren / Aafje Gillis (F1754314105)
|
| 892 | Adriana Gijsbert Aertszdr, tegenwoordig getrouwd met Goesen Gerritsz, samen met Dirck Roelesz Stout, haar andere voogd in dezen, ziek op bed liggende, stelt haar testament op. Ze benoemt tot erfgenamen haar zonen Jan Cornelisz Prins en Gijsbert Anthonisz, Jan Cornelisz verwekt bij Cornelis Willemsz en Gijsbert Anthonisz bij Thonis Jacobsz Stichter. De goederen van Jan Cornelisz gaan naar zijn kinderen, maar hij krijgt hier het vruchtgebruik van. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 440, d.d. 26-09-1590 (FS scan 84) --- Tot een akkoord zijn gekomen Adriana Gijsbert Aertszdr, geassisteerd door Dirck Stout schout, haar gekozen voogd, met consent van Jan Cornelisz Prins, haar zoon, aan de ene, en Goesen Gerritsz, de echte man van voornoemde Adriaen[a], aan de andere zijde. Na haar dood erven Jan Cornelisz en Gijsbert Thonisz, kinderen van voornoemde Adriaenken, 2 morgen heerlijk goed van Vianen, gelegen aan de westzijde van het erfpacht, en 2 morgen eigen land, gelegen aan de oostzijde van Ingens Gijsbertsz werf, strekkende van de hoge dijk tot de halve sloot van jhr. Willem van der Noet. Goesen Gerritsz houdt 4 morgen genaamd "Den Doeren Bonghert", gelegen aan de westzijde van de boomgaard en landen van de erfgenamen van Anna Wouters en aan de westzijde van Cornelis Kijck c.s., belast met een hoofdsom van 100 gulden. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 440, d.d. 26-09-1590 (FS scan 85) --- Na het maken van de staat en inventaris door Jan Cornelisz Prins van de goederen die Maergrieta Herbersdr, zijn overleden huisvrouw, door haar dood heeft nagelaten, heeft Jan Cornelisz als vader van zijn zes kinderen, verwekt bij voornoemde Maergrieta Herbertsdr, met namen Herbert Jansz, Cornelis Jansz, broers, Sicken Jans, Claertken Jans, Ghijsbertken Jans en Adriaentken Jansdr, zussen, verticht met Thonis Thonisz, burger te Utrecht, neef van voornoemde kinderen en dus naaste bloedvoogd van moederszijde, geassisteerd door de schout en schepenen van Lexmond. Als eerste heeft Adriana Ghijsberts Aertszdr, de overleden moeder van Jan Cornelisz en grootmoeder van de kinderen, in haar testament d.d. 26-09-1590 aan Jan Cornelisz lijftocht toegewezen van haar nagelaten landen en goederen, namelijk 4,5 morgen ten noorden van de Heikoppersteeg; nog 2 morgen aldaar naast de werf van Justus Ghijsbertsz; nog 2 morgen achter dezelfde werf van Justus Ghijsbertsz; nog 8 morgen gelegen aan de Heikoppersteeg, gekocht Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 441, fol. 38v, d.d. 28-03-1608 (FS scan 223) --- Melis Koenensz legateert de kinderen van Mariken Jacobsdr, huisvrouw van Jan Cornelisz Prins, 100 gulden. Jan Cornelisz Prins of zijn kinderen mogen naast de halfscheiding van 2,5 morgen land, gelegen in Scherperswijk, gemeen met voornoemde Jan Cornelisz Prins. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 441, d.d. 25-01-1614 (Hofoda scan 165) --- Jan Cornelisz Prins, mede schepen, maakt zijn testament op. Hij legateert uit kracht van het octrooi d.d. 03-01-1593, verstrekt door het Kapittel van Oudmunster te Utrecht, aan Cornelis Jansz Prins, zijn oudste zoon, 4 morgen erfpachtland, met huis, bergen en schuur, gelegen in Kortenhoeven, waar de comparant tegenwoordig woont, waarvan de erfpacht is 6 gld. 6 st. en vier kapoenen per jaar. Het goed moet in de familie blijven. Hij legateert aan zijn andere kinderen, uit kracht van het octrooi d.d. 18-06-1611, verstrekt door de Heer Walraven, heer van Brederode, vrijheer van Vianen, 2 morgen leengoed. Cornelis Jansz mag dit leen op zich nemen voor 1.400 gulden uit zijn erfportie. De andere kinderen krijgen allemaal 4 morgen land, wat zal moeten worden getaxeerd door de schout en schepenen, aangezien niet alle landen even veel waard zijn. Hiervan zijn uitgezonder zijn jongste kinderen, verwekt bij Mariken Jacobs, zijn overleden vrouw, die recht hebben op 7,5 hond land in Scherpenswijk, gemeen met Melis Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, fol. 35, d.d. 22-02-1621 (FS scan 372) --- Gerrit Jansz Solderman draagt over aan Cornelis, Claertgen en Adriaentgen Jans, kinderen van Jan Cornelisz Prins, een vijfde deel van 8 morgen land, in zijn bezit door zijn huisvrouw, waarvan 4 morgen gelegen is in De Nes, strekkende van de halve dijk tot aan de halve tochtsloot, belend ten noorden Aert Gosensz en ten zuiden Jan Adriaen Corsz, de rest gelegen in Kortenhoeven, belend boven .. Sperwouw en beneden Griet Claes of haar kinderen. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, fol. 71v, d.d. 19-07-1622 (FS scan 409) --- Cornelis Jansz Prins, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Claertgen en Adriaentgenz, zijn zussen, geeft aan dat zijn vader Jan Cornelisz Prins heeft voldaan aan de vertichting van hun moeders goederen d.d. 24-03-1613. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, fol. 71v, d.d. 19-07-1622 (FS scan 409) --- Er was onenigheid ontstaan tussen Maijgen Jacobs, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Prins, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, samen kinderen van voornoemde Jan Cornelisz Prins, verwekt bij voornoemde Marie Jacobs, geassisteerd door Huijbert Jacosbz en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, aan de ene, en Cornelis Jansz, Gerrit Jansz als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen en de kinderen van Cornelis Reijeren, samen voorkinderen van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Niclaes van der Lingen, schout te Lexmond, en Aert Gosensz aan de an dere zijde. Het gaat over de boedelscheiding. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 61, d.d. 18-02-1630 (FS scan 660) --- Maijgen Jacobs, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz en Roeloff Stout, schout te Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Jansz Prins, Gerrit Jansz Prins, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, hun zusters, hier mede present, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van een werfje gelegen in Kortenhoeven, de helft van 2,5 morgen land, gekomen van Melis Coenen, gelegen te Scherpenswijk, die tijdens het huwelijk van de voornoemde weduwe en Jan Cornelisz zaliger is gekocht. De weduwe behoudt de helft van 2,5 morgen gelegen te Scherpenswijk. Cornelis Jansz c.s. krijgt het werfje gelegen te Kortenhoeven, waarbij ze aan Marie Jacobs 50 gulden uit moeten keren, en de voogden van Cornelis Reijersz betalen nog eens 36 gulden aan de wedue. Cornelis Jansz neemt ook het huis en hof Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 65v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 665) --- Marie Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz, haar broer, en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Reijersz als vader en voogd van zijn twee onmondige weeskinderen, verwekt bij Gijsbertgen Jans, zijn overleden huisvrouw, mitsgaders Cornelis Jansz Prins als oom en mede voogd, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van 1,5 morgen land gelegen te Scherpenswijk en 1,5 morgen gelegen in Bolgerijen, door Jan Cornelisz nagelaten en door testament gewild dat de kinderen enige van deze landen erven. Marie Jacobs is ten deel gevallen de 1,5 morgen in Bolgerijen. Cornelis Reijersz c.s. krijgen de 1,5 morgen in Scherpenswijk. De kinderen krijgen 50 gulden van de wedue. In de marge: De kinderen hebben dit bedrag ontvangen, 10-10-1630. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 66v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666) --- Grietgen Jan Prinsendr, geassisteerd door Cornelis Jansz Prins, haar broer en gekozen voogd, draagt over aan Cornelis Cornelisz van Noordeloos een huis en hennipwerf binnendijks en een boomgaardje buitendijks, strekkende van de halve dijk tot de halve waardsloot, eertijds toebehorende Ingins Gijsbertsz; nog 2 morgen land gelegen binnen de Kweldam, samen in Kortenhoeven, belend boven Adriaentgen Jans en beneden voornoemde Cornelis Cornelisz van Noordeloos. Compareerde mede Willemken Jans, geassisteerd door Adriaen Jansz, haar ondertrouwde en toekomende man, en Maijgen Jacobs, geassisteerd door Jan Cornelis Weijer, haar man en gekozen voogd, mitsgaders Cornelis Jansz Prins, voor zichzelf, constitueren hen borg. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 70v, d.d. 13-05-1633 (FS scan 84) --- Cornelis Jansz Prins, Claertgen Jan Prinsendr, geassisteerd door Adriaen Jansz Roijen, haar zwager en gekozen voogd, mitsgaders Adriaen Jansz als man en voogd van Adriaentgen Jan Prinsendr, zussen en broers, mede erfgenamen van Grietgen Herbertsdr, hun overleden moeder, verdelen door loting de landerijen die hun moeder door haar dood heeft nagelaten. Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 80, d.d. 01-07-1633 (FS scan 93) --- Maijgen Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz, ziek op bed liggende, herroept oude testamenten en stelt een nieuwe op. Ze legateert aan Grietgen Jans, haar dochter, weduwe van Coenraet Jansz, het eigendom van de helft van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, waar ze de andere helft al van bezit, en een eiken kist. Jan Roeloffsz de Rie en Jan Roeloffsz Prins, broers, voorkinderen van Willemken Jans, haar overleden dochter, krijgen beiden 1,5 morgen land gelegen in Bolgerijen. De kinderen van voornoemde Willemken Jans zaliger, verwekt bij Adriaen Jansz van Roijen, krijgen de helft van 2,5 morgen land in Scherperswijk, gemeen met Adriaentgen Gerritsdr de Brouwer, en 300 gulden van Grietgen Jans. Aan Trijntgen, de oudste dochter van Willemke Jans, legateert ze een rok; aan Marigen, haar zus, een huik; en aan Bastiaentgen een rok; verder worden de nakinderen uitgesloten van de erfenis. Tot erfgenamen worden benoemd Grietgen Jans, voor de ene helft, en voornoemde Jan Roeloffsz de Rie en zijn broer, voor de Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 54v, d.d. 06-09-1652 (FS scan 60) --- Lexmond 665. Een viertel land in Cortenover, waarvan 2 morgen gemeen met Jan Simonsz., boven: Jan van Lakerveld (1545: erven Wouter Verdonk), beneden: Pieter Matthijsz. (1545: erven Arnout Jansz.), en 2 morgen, (1593: genaamd Schaapsakker), gemeen met Luitgen Rudolfsz., boven: Aleid van der Eem (1593: Adriaan Gijsbertsz.; 1630: Klara, dochter van Jan Prins), beneden: de heren van Oudmunster te Utrecht (1593: met erfpacht). 665B. Het tweede perceel, (1569: 16 pond jaarlijks waardig). 13-1-1585: Jan Prins Cornelisz. voor Gijsbert Antonsz., zoon van Adriana Gijsbertsdr., bij overdracht door Koenraad van Heteren, 25 fol. 48. 3-1-1593: Jan Prins Cornelisz. bij dode van Gijsbert Antonsz., zijn (half)broer, met lijftocht van Adriana Gijsbertsdr., zijn moeder, en de belenders zijn verwisseld, 26 fol. 6v-7. 17-8-1630: Cornelis Prins bij dode van Jan, zijn vader, 28 fol. 12. Bron: Leenhoven van de heren van Vianen, 1292-1666 door J.C. Kort --- Jan Cornelisz Prinche wordt beleend met 2 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, belend boven de heren van Oudmunster door hen in erfpacht gehouden, en beneden Ariaen Gijsbertsdr, hem aangekomen door het testament van Gijsbert Anthonisz, zijn broer, met de voorwaarde dat Ariaen Gijsbertsdr, zijn moeder, lijftocht heeft aan de voornoemde 2 morgen. Extract van het testament: Op 21-07-1592 compareerde voor ons schepenen en leenmannen Gijsbert Anthonisz, ziek in bed liggende, en heeft uit kracht van het octrooi, versterkt door de heer van Brederode, vrijheer van Vianen, tot erfgenaam aangewezen Jan Cornelisz Prins, zijn broer, van 2 morgen leengoed, gelegen in Kortenhoeven aan de westzijde van een erfpachtland, genoemd "De Schaapakker". Bron: HUA, Leenhof te Vianen (toegangsnr. 1240), inv.nr. 26, fol. 6v, d.d. 03-01-1593 --- "Allen den ghenen die desen brief zullen zien off hoiren lesen doe ic verstaen Gijsbert Antonisz dat ic vanden e. heeren deecken ende caple. der kercke van Oudemunster tUtrecht" in erfpacht heb ontvangen een viertel land, vanouds gelegen in Kortenhoeven in de parochie van Lexmond, met huis, berg en getimmerte, belend boven Willem Hermansz en beneden Wouter van den Doncks erfgenamen, jaarlijks voor drie oude gouden Franse schilden en vier kapoenen. Bron: HUA, Kapittel van Oudmunster te Utrecht (toegangsnr. 223), inv.nr. 1611-1, d.d. 08-02-1576 "Allen den ghenen die desen brieff sullen sien ofte horen lesen doe ick verstaen Cornelis Jansz Prins dat ick doort overlijden van Jan Cornelisz Prins mijne vader ende achtervolgende desselffs testament voor schout ende schepenen tot Lexmont" in erfpacht heb ontvangen een viertel land, vanouds gelegen in Kortenhoeven in de parochie van Lexmond, met huis, berg en getimmerte, belend boven Willem Hermansz en beneden Wouter van Donckx erfgenamen, jaarlijks voor drie oude gouden Franse schilden en vier kapoenen. Bron: HUA, Kapittel van Oudmunster te Utrecht (toegangsnr. 223), inv.nr. 1611-2, d.d. 11-10-1630 | Prins, Jan Cornelis (I2614)
|
| 893 | Aeghje Cornelisdr van Londersloot, vrouw van Jan Teunisz Borst, wonende te Alphen, kloek en gezond van lichaam, maakt haar testament op. Als erfgenaam in al haar goederen benoemt ze haar man Jan Theunis Borst. Hij moet bij haar overlijden uitkeren aan haar moeder Neeltgen Warbouts een bedrag van 100 gulden. Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 893, aktenr. 94, d.d. 07-08-1655 (scan 184) --- Cornelis Maerten Gerrit Heijnen verkoopt aan zijn zoon Theunis Cornelis Maertensz de voorste helft van een huis en erf, de achterhelft is al in bezit van Theunis, bij Aarlanderveen Dorp, strekkende van de Aarlanderveensedijk tot de achterhelft van het huis, belend ten zuiden de weduwe van Aert Huijgen en ten noorden de weduwe van Cornelis Jacobsz Loendersloot en Jan Salomonsz van Swanenburch. De comparant mag in deze voorhelft blijven wonen zijn leven lang. Koopsom 800 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Aarlanderveen (toegangsnr. 111.1.02), inv.nr. 63, p. 37, d.d. 20-12-1655 --- Potentiële ouders: Warbout Pietersz ende Meijnsgen Roelendr sijn huijsvre met Trijntgen, Machteltgen ende Neeltgen heure kinderen - 5 hoofden Bron: Hoofdgeld Aarlanderveen anno 1623 Matthijs Pieter Warboutsz, wonende te Aarlanderveen, verkoopt aan zijn zuster Jannetgen Pietersdr, wonende op de Vrijenhoef, 1½ hond weiland in de Noordeinderpolder, strekkende van het land van de comparant tot het land van de koopster, belend ten zuiden Jan Cornelis Lijpiens en ten noorden Joost Dircxsz Verlaen. Koopsom 280 gulden. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Aarlanderveen (toegangsnr. 111.1.02), inv.nr. 3, p. 15, d.d. 31-12-1637 | Warbouts, Neeltje (I2008)
|
| 894 | Ael Jan Lammen is schuldig aan Jan Dircksz 4 gulden. Cornelis Adriaen Jansz moet leveren aan Jan Dielofsz 200 ton turf. Adriaen Verdoes is schuldig 8 gulden. Adriaen Dirck Dielofsz is schuldig aan Cornelis Aelwijnsz 6 gulden 5 stuivers wegens visserij. Neel mijn zoon is schuldig aan Jacob Willemsz Ket 7 1/2 gulden van arbeidsloon. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 9v, d.d. 00-03-1555 --- Cornelis Brunenz geeft procuratie op Reijer Maertensz, Jan Woutersz, Willem Brunenz, Adriaen Vranckensz, Cornelis Alewijnsz en Roelof Adriaensz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 18v, d.d. 19-05-1555 --- Sijmon Cornelisz Hemelop geeft procuratie op Reijer Martijnsz, Willem Mourijnsz en Cornelis Aelwijnsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 78v, d.d. 00-09-1556 --- Cornelis Woutersz machtigt Adriaen Vranckensz, Cornelis Aelwijnsz, Reijer Maertensz en Pieter Jansz Wittebol. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 94v, d.d. 00-06-1557 --- Pieter Dircksz, wonende te Leiderdorp, machtigt Pieter Jansz, Reijer Maertensz, Cornelis Aelwijnsz, Hendrick Gerritsz, Adriaen Vranckensz, Adriaen Jacobsz en Jan Woutersz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 100, d.d. 22-07-1557 --- Jacob Jansz Wittebol is schuldig aan Anthonis Dircksz, rector van het Sint Jheronimus College te Delft, een losrente van 18 gulden per jaar met hypotheek op 4 1/2 morgen 1 1/2 hond land binnen weg, strekkende van de Voorweg zuidwaarts tot de Achterweg, belend ten oosten de Oostkade en ten westen de erfgenamen van Cornelis Vranckensz alsmede op zijn huis, berg en schuur met 14 morgen land omtrent de kerk van Hazerswoude, strekkende van de Voorweg tot Rijnenburgerland, belend ten oosten de oude Neel Adriaensz met zijn woning en de erfgenamen van Gerrit ..... en ten westen Aelbrecht Bruijnenz backer, Jacob Cornelisz Craen en de erfgenamen van Adriaen Bruijnenz te Koudekerk, 11 hond rietland buiten weg, belend ten noorden en ten oosten Philips Gerritsz, ten zuiden Wouter Adriaensz Pollant en ten westen Jan Dircksz te Koudekerk en Sijmon Philipsz. Borgen zijn zwagers Sijmon Dircksz en Cornelis Aelwijnsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 634, d.d. 29-01-1564 --- Met schepenen van Benthuizen en Bleiswijk. Cornelis Aerntsz, Huijbert Aerntsz en hun vader Aernt Eeuwoutsz, allen wonende te Hazerswoude en Cornelis Cornelisz alias het Hooft, wonende te Benthuizen, zijn schuldig aan Cornelis Aelwijnsz 300 gulden wegens koop van 2 1/2 morgen land in Bleiswijk, belend ten noorden Aelbrecht Willemsz, ten oosten de oude lee, ten zuiden de schuldeiser en ten westen de Middelvaart met hypotheek op het gekochte en door Aernt Eeuwoutsz op een huis, berg en schuur en 4 morgen land in Hazerswoude, strekkende van het zuiden van de Hogeveense vaartskant noordwaarts tot de Notweg, belend ten oosten de Hazerwoudse westzijde en ten westen Joachim Adriaensz en Sijmon Gerritsz en door Cornelis Cornelisz op een huis, berg en schuur en 5 1/2 morgen land in Benthuizen, strekkende van het noordeinde van de Heerweg zuidwaarts tot de Oostkade, belend ten westen Maritje Adriaensdr, Pieter Korssen en Pieter Woutersz en ten oosten het kerkhof met de kosterij en Claes Hendricksz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 16, p. 649, d.d. 17-04-1564 --- Maritge Cornelisdr, weduwe van Jan Cornelisz, wonende in den Vrijen noock met Cornelis Aelwijnsz, haar vader, ter eenre en Leendert Cornelisz als oom en bloedvoogd van Aeltge Jansdr, Ariaentje Jansdr en Claes Jansz haar weeskinderen, oud resp. 14, 12, 8 en 4 jaar ter andere zijde. De moeder behoudt de gehele boedel. Elk kind bij 18 jaar 46 gulden met hypotheek op een huis en erf met 1 grote morgen land, belend ten noorden Pieter Woutersz ten oosten de Otweg, ten zuiden Pieter Woutersz en ten westen de erfgenamen van Adriaen IJsbrantsz; 1 morgen 2½ hond land in Benthuizen, belend ten westen de Hogeveense vaart, ten oosten de kinderen van Adriaen IJsbrantsz, ten zuiden Hubert Leendertsz en ten noorden de kinderen van Adriaen IJsbrantsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 531, d.d. 08-04-1588 --- Maritje Cornelisdr, weduwe van Jan Cornelisz wonende te Vrijenoock met Cornelis Aelwijnsz, haar vader en Leendert Cornelisz als oom en naaste bloedvoogden van Aeltje, Maritje en Ariaentje Jansdr en Claes Jansz, onmondige weeskinderen, oud resp. 14, 12, 8 en 4 jaar. Moeder behoudt de boedel en zal de kinderen onderhouden tot hun 18e jaar en dan elk uitkeren 46 gulden, mits dat de weduwe zal ontvangen de penningen die zullen komen van de zoene van haar vader dood met hypotheek op haar huis met 1 grote morgen, belend ten noorden en ten zuiden Pieter Woutersz, ten oosten de Otweg en ten westen de erfgenamen van Adriaen IJsbrantsz; 1 morgen 2½ hond land in Benthuizen, belend ten westen de Hogeveensevaart, ten oosten en ten noorden de erfgenamen van Adriaen IJsbrantsz en ten zuiden Hubert Leendertsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 647, d.d. 18-04-1588 | Aalwijns, Cornelis (I3733)
|
| 895 | Aelbert Fransz is schuldig aan Antonij Emmerseel 220 gulden vanwege het casseren van een obligatie, te betalen in jaarlijkse termijnen van 40 gulden. Jan Tonis Fransz, Sent Heijnricxsz, Arien Willemsz Houter en Tonis Jansz van Strijen stellen zich borg. Compareerden mede Jan Aelbertsz, Cornelis Aelbertsz en Ariaentgen Aelberts, meerderjarige dochter, die beloofden de borgen van hun borgtocht te bevrijden. Bron: SAMH, ONA Moordrecht (toegangsnr. 48), inv.nr. 6103, fol. 130, d.d. 02-03-1659 (FS scan 232) --- Arien Willems Houtter, onze inwoner, is schuldig aan Neeltgen Ariens, weduwe van Gerrit Dircxs Stolcker, 4.430 gulden geleend geld vanwege het casseren van een obligatie d.d. 28-10-1660 voor notaris Laurens Balbian te Gouda op naam Gerrit Dircxs Stolcker. Als onderpand geldt zijn hofstede en landerijen gelegen in het Middelland onder Moordrecht, strekkende van de Veenweg tot Cornelis Gijsen, belend ten oosten Cornelis Cornelisz Schoutten en ten westen de weduwe van Arij Gorisz; nog een stuk veenland gelegen alsvoren, strekkende van de Tiendeweg tot Oth Gijsen, belend ten oosten Crijn Ariensz c.s. en ten westen Sent Heijndricxs c.s.; nog een stuk veenland gelegen alsvoren, strekkende van Sent Heijndricx tot Gijsbert Ariensz, belend ten oosten voornoemde Sent Heijndricxs en ten westen de Buurvliet; nog een stuk veenland gelegen in het Achterland, strekkende van de achterwetering tot Willem Dircxs Goor, belend ten oosten Willem Goor en ten westen Claes Willemsz kaaskoper. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 0019), inv.nr. 48, fol. 347, d.d. 28-08-1668 (FS scan 358) | Houter, Arie Willems (I3965)
|
| 896 | Aeltgen Dircksdr Blom, weduwe van Fredrick Dircksz Boogaert, mij notaris goed bekend, ondanks haar ouderdom nog kloek en gezond. Als eerste heeft ze vertoond brieven van octrooi en consent, die aan haar en haar man Fredrick Dircksz zaliger door het Hof van Utrecht zijn verleend op 15-03-1617 , waarmee zij voorgaande testamenten die zij en haar man hebben gemaakt, ongeldig verklaart. Als tweede wil ze dat de notariële akte d.d. 14-03-1646 voor notaris Willem Verheij, waarin 3 morgen erfpachtland wordt besproken, wordt gevolgd. Als derde wil ze dat de vaderlijke erfenis van haar overleden zoon Abraham Fredricksz na haar overlijden zal worden verdeeld onder de kinderen en erfgenamen. Ten vierden moet het legaat aan Fredrick Aertsz, haar dochters zoon, afgesloten voor notaris Wouter Geestdorp op 23-02-1645, ook in stand blijven. Ten vijfde wil ze haar schulden en doodschulden goed hebben geregeld. Ze legateert aan haar drie kinderen, Dirck Fredricksz, Merrichgen en Belichgen Fredricksdr, elk een Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8505, fol. 119v, d.d. 06-10-1648 --- Jan Fredericksz, wonende te Kromwijk onder de heerlijkheid van Vlooswijk, aan de ene, Aert Roelen van Swanenburch, getrouwd met Marrichgen Fredericxdr, wonende op de Bree, Hendrick Jansz, getrouwd met Belichgen Fredericxdr, wonende te Bodegraven, voor zichzelf, naast Geertgen Jansdr, huisvrouw van Dirck Fredricksz, zich sterkmakende voor voornoemde Dirck Fredricksz, aan de andere zijde, allen kinderen en erfgenamen van Aeltgen Dircxdr, die weduwe was van Frederick Dircksz Boogaert, hun overleden vader en moeder. Er was onenigheid ontstaan over de boedelscheiding. Jan Fredericksz is van mening dat de testamentaire dispositie door Aeltgen Dircxdr op 06-10-1649 voor notaris Costerus ongeldig moet worden verklaard. Het is een lange akte waarin iedereen aangeeft wat ze aan de boedel schuldig zijn. Er wordt de hulp van arbiters ingeschakeld om de boedelscheiding te regelen. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8532, aktenr. 46, d.d. 21-06-1650 --- Jan Heijndricksz Westvliet, 50 jaar oud, en Dirck Fredricksz Bogert, 46 jaar oud, beiden wonende te Vlooswijk, verklaren op verzoek van Cornelis Vlooswijck, heer van Vlooswijk, Diemerbroek en Papekop, dat de heerlijkheid Vlooswijk en de bijbehorende jurisdictie aan elkaar verbonden zijn, strekkende van het huis waar tegenwoordig Luijt Willemsz in woont, staande op het einde van de Westenrijk tot in de Molenvliet van Kromwijk, in welke heerlijkheid van Vlooswijk op 10-07-1650 ene Jan Webster de schouw wilde voeren en personen wilde beboeten. De ene comparant is geboren te Vlooswijk en de andere op Westenrijk. Ze zijn daar opgegroeid en hebben er continu gewoond. Voor zover ze weten is het Westenrijk eertijds gekomen van ene Cornelis, daarna Gerrit, daarna Barthout en daarna Gerrit Claesz van Vlooswijck en nu toebehorend aan Jan Claesz Vlooswijck. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 113, d.d. 08-08-1650 --- Compareerden nog Geertgen Jans, huisvrouw van Dirck Fredricksz Boogeert, mede wonende in de heerlijkheid van Vlooswijk, mitsgaders Huijch Jansz, ca. 18 jaar oud, haar knecht, die net als Jan Heijndricksz Westvliet en zijn vrouw, op het voorgaande verzoek verklaren dat aan het begin van het korenverbouwen is gekomen voornoemde mr. Cornelis, geassisteerd met de opperbouwknecht ven voornoemde Webster, Andries genaamd, en Dirck Vier, ieder met een hooivork in de hand. De comparanten vroegen wat ze wilden, waarbij het antwoord was dat ze kwamen om de tienden te halen, waarop de comparanten aangaven dat de tienden hen zelf toekwamen, aangezien ze dit land hadden gepacht. Vervolgens hebben de twee dienaren met geweld en dreigen de tienden van hun land gehaald, ook al was het gewas nog niet klaar. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 118, d.d. 13-09-1650 --- Staat en inventaris van de boedel en goederen die Aeltgen Dircxdr zaliger, weduwe van Dirck Fredericxsz Bogaert, in haar leven gewoond hebbende op Kromwijk onder Vlooswijk, door haar dood heeft nagelaten. Opgesteld door Frans Lourisz van Loenderslooth en Claes Jansz Wijngerden, executeurs, in het bijzijn van Jan Fredericksz, Dirck Fredericxsz, Aert Roelen Swanenburch als getrouwd met Marrichgen Fredericxdr en Hendrick Jansz als man en voogd van Belichgen Fredericx. Onroerende goederen: 3/4e deel van ca. 5 morgen 5 hond patrimoniaal eigen land, gelegen op Kromwijk in de heerlijkheid van Vlooswijk, gemeen met een hofstede van 29 morgen 4 hond, waarvan de rest (behalve 5 morgen 4 hond) toekomt aan Johan Vlooswijck, heer van Vlooswijk, 1/4e deel is van Jan Fredericxsz; nog ca. 3 morgen erfpacht land gemeen met voornoemde 5 morgen 4 hond. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8533, aktenr. 83, d.d. 20-05-1651 --- Staat en inventaris, gemaakt door Rijckgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Fredericxsz Bogaert, van de gehele boedel en goederen die voornoemde Rijckgen Jansdr en Jan Fredericxsz samen hebben bezeten en door zijn dood zijn nagelaten. Onroerende goederen: 5 morgen 4 hond patrimoniaal eigen land, gelegen op Kromwijk onder de heerlijkheid van Vlooswijk; nog 3 morgen erfpachtland. Dirck Fredericxsz Bogaert komt tot last van de boedel 500 gulden. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8535, aktenr. 130, d.d. 30-01-1654 --- Hendrick Jansz, wonende in het Weiland onder Bodegraven, weduwnaar van Belichgen Fredericxdr Bogert, aan de ene, en Dirck Fredericxsz Bogaert, Merrichgen Fredericxdr Bogert, weduwe van Aert Roeloffsz van Swanenburch, geassissteerd door Frederick Aertsz Swanenburch, haar zoon en gecoren voogd, en Rijckgen Jansdr, weduwe van Jan Fredericxsz Bogaert, geassisteerd door Franck Laurisz van Loenderslooth, hoogheemraad van het Grote Waterschap van Woerden, haar gecoren voogd, als moeder en voogdesse van haar twee onmondige kinderen, mitsgaders Dirck Fredericxsz Bogert als oom en bloedvoogd van vaderskant van de voornoemde twee weeskinderen, samen erfgenamen van voornoemde Belichgen Fredericxdr Bogaert, hun overleden zus en tante, aan de andere zijde. Hendrick Jansz heeft de staat en inventaris van de nagelaten goederen op laten stellen is er een akkoord tot uitkoop gesloten. Hij geeft hen alle kleding van de overledene en 5.000 gulden, te betalen in twee termijnen. Hendrick Jansz behoudt de hele boedel, zowel Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8536, aktenr. 126, d.d. 04-10-1654 --- Liquidatie, scheiding en deling tussen Marichgen Fredericxdr Bogert, weduwe van Aert Roeloffsz van Swanenburch, geassisteerd door Roeloff Aertsz Swanenburch, haar zoon en gecoren voogd, Rijckgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Fredericxsz Bogert als moeder en voogdesse van haar twee nagelaten kinderen, geassisteerd door Franck Laurisz van Londerslooth, schout van 's-Gravesloot, haar gecoren voogd, en Geertgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Dirck Fredericksz Bogert, als moeder en voogdesse van haar kinderen, mede geassisteerd door voornoemde Franck Laurisz van Loenderslooth, haar gecoren voogd, allen erfgenamen van Belichgen Fredericxdr Swanenburch [moet zijn Bogert], hun zus en tante. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8537, aktenr. 120, d.d. 28-05-1655 --- Marichgen Fredericxdr Bogaert, weduwe van Aert Roeloffsz van Swanenburch, wonende op de Bree onder Woerden, geassisteerd door Roeloff Aertsz Swanenburch, haar zoon en gecoren voogd, Geertgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Dirck Fredericxsz Bogaert, wonende te Vlooswijk, voor haarzelf en als moeder en voogdesse van haar kinderen, geassisteerd door Frederick Aertsz Swanenburch, haar neef en gecoren voogd, en Hendrick Jansz, weduwnaar en boedelhouder van Belichgen Fredericxdr Bogaert, wonende in het Weiland onder Bodegraven, welke Marichgen Frederic, Dirck Fredericksz en Belichgen Fredericx, naast ook Jan Fredericxsz Bogert zaliger, mede erfgenamen zijn van Aeltgen Dircx die weduwe was van Dirck Fredericxsz Bogert, machtigen Cornelis Jansz Westveen, schepen en vroedschap te Woerden, om in hun naam voor de schout en het gerecht van Vlooswijk ten behoeve van Rijckgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Jan Fredericxsz Bogert, vertichting en afstand te doen van hun 3/4e deel van ca. 5 morgen 4 hond p Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8537, aktenr. 77, d.d. 13-06-1655 --- Wouter Gijsbertsz Sweer met procuratie van Cornelis van Vlooswijck, heer van Diemerbroek en Papekop, burgermeester te Amsterdam, heeft verpacht en verhuurd aan Geertgen Jansdr, weduwe van Dirck Fredricksz Boogaert, ca. 16 morgen land buiten Woerden, op Vlooswijk, als laatste door de huurster zelf gebruikt, voor de duur van 5 jaar voor 300 gulden per jaar en twee rijksdaalders aan pacht. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8518, aktenr. 73, d.d. 22-10-1657 --- Geertgen Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Dirck Fredericksz Bogaert, wonende te Vlooswijk, geassisteerd door mij notaris als haar gecoren voogd, is schuldig aan Cornelis van Vlooswijck, heer van Vlooswijk, Diemerbroek en Papekop, burgermeester van Amsterdam, 608 gulden aan achterstallige landpacht van een hofstede en landen door de comparante in huur gebruikt. Ze betaalt 30 gld. 8 st. aan rente per jaar. Als onderpand gelden alle roerende goederen die op het land aanwezig zijn. Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8542, aktenr. 95, d.d. 24-12-1660 --- Geertgen Jans, weduwe van Dirck Fredericksz Bogaert, geassisteerd door Franck van Loendersloot, aan de ene, en Frerick, Aeltgen, Neeltgen en Jannichie Dircx Bogaert, geassisteerd door Jan Jansz Ramp, haar man, allen meerderjarige en getrouwde kinderen van Dirck Fredericksz Bogaert, zich sterkmakende voor Jan en Aechie Dircx, hun minderjarige broer en zus, aan de andere zijde. Akkoord over de verdeling van de vadelijke erfenis. Geertgen Jans geeft aan elk kind 50 gulden. Als de minderjarige kinderen willen dat hun moeder het geld bewaart, kan dat met 4% rente. De kinderen krijgen geen uitzet mee. Als onderpand stelt ze haar huis, berg en schuur, gelegen te Kromwijk in de heerlijkheid van Vlooswijk. Bron: RHC RL, WK Woerden (beh.nr. W035), inv.nr. 6, fol. 195, d.d. 23-11-1666 | Boogaart, Dirk Frederiks (I3836)
|
| 897 | Aeltgen Jansdr (A, wonende bij Claes Ariensz en Maritgen Cornelisdr) wede van Pieter Jacob Corsz met Jacob, Claes, Cornelis, Cors ende Maritgen heure kinderen - 6 hoofden Bron: Hoofdgeld Hazerswoude anno 1623 [Hogenda] --- Jan Jacobsz Wittebol maakt zich sterk voor Floris Doesz en zijn vrouw Marijtgen Cornelisdr ter ene, Pieter Jacob Corsz man en voogd van Aeltgen Jansdr, Jan Arijensz man van Marijtgen Jansdr, Poulsz Arijentsz man van Arijaentgen Jansdr ter andere zijde. Allen erfgenamen van Claes Jansz, hun zoon en broer respectievelijk, onmondig weeskind van Jan Cornelis Woutersz. Ze hebben een custingbrief van 50 gulden uit de weeskist gelicht, waarvan een bewijsbrief d.d. 18-04-1588 in de boedel van Jan Cornelis Woutersz aanwezig was. Hiermee worden de voogden en administrateurs van Claes Jansz van hun taak ontheven. Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.02), inv.nr. 2, fol. 2 Leendert Dircxsz wonende aan de Achterweg, man van Marijtgen Pietersdr nagelaten dochter van Pieter Jacob Corsz, heeft de erfenis ontvangen die zijn vrouw heeft gekregen van haar grootmoeder [= tante] Weijntgen Jacob Corsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.02), inv.nr. 2, fol. 60v, d.d. 12-11-1625 Cornelis en Cors Pietersz kinderen van Pieter Jacobs Corsz hebben al hun documenten uit de weeskist ontvangen. Ze bedanken de baljuw, weesmannen en hun voogd voor bewezen diensten en ontheffen ze van hun taak. Bron: GA Alphen a/d Rijn, WK Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.02), inv.nr. 2, fol. 106v, d.d. 04-08-1637 --- Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corstensz met IJsbrant Cornelisz, haar broer, ter eenre en Cornelis Corstensz met Adriaen Jacobsz Loot als voogden over Pieter, Anna, Pouwels, Martijn en Crijn, haar kinderen bij Jacob Corstensz en de voorsz. Adriaen Jacobszn, ook voor hem zelve als voorzoon van Jacob Corstensz ter andere. Zij stelt dat zij op 30-08-1585 haar voorsz. 5 kinderen voor haar vaderlijk goed als volgt bewezen heeft en dat de kinderen toen 14, 12, 9, 7 en 4 jaar waren en zij zal ze opvoeden tot hun 18e jaar en dan elk 5 pond groot vlaams betalen met waarborg haar woning gelegen binnen weg, belend ten oosten Cornelis Dircksz Roes, ten westen Willem Gerrit Ponsznz en Jacob Doesz, ten zuiden Cornelis Cornelisz Roes en Adriaen Jacobsz Loot en ten noorden de Voorweg groot 5 morgen; nog 6 hond land gelegen buiten weg, belend ten oosten IJsbrant Cornelisz, ten westen de weduwe van Jan Hendricksz alias Jan Maet te Koudekerk, ten zuiden Crijn Aertsz en ten noorden Cornelis Gerritsz scheepmaker. Zi Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 366, d.d. 23-02-1587 --- IJsbrant Cornelisz, Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz met IJsbrant voorsz. haar broer en rechte voogd, Pieter Jansz en Volckert Claesz zijn elk schuldig zekere rentebrief tot laste van de boedel van Cornelis Adriaen IJsbrantsznz, vader van de voorsz. IJsbrant en Maritje, te weten IJsbrant 7 gulden, Maritje 5½ gulden, Pieter Jansz 5 gulden 10 stuivers tezamen 18 gulden per jaar ten behoeve van Burchje, Gerrit Bueckelsz weduwe te Leiden en Volckert 30 stuivers per jaar ten behoeve van iemand wonende te Utrecht met waarborg elk hun portie als zij bij de boedelscheiding hadden ontvangen te weten IJsbrant Claesz 6½ hond land belend ten oosten Gijsbert Gijsbertsz en Dirck Hendricksz, ten westen de voorsz. Maritje en Pieter Jansz, ten zuiden Jan Pietersz Moeij en ten noorden Jacob Gerrit Louwerisznz te Koudekerk, Maritje 5½ hond land belend ten oosten IJsbrant Cornelisz, ten westen Maritje Jan Maets, ten zuiden Crijn Aertsz en ten noorden Pieter Jansz voorsz. alsmede haar woning met 4 morgen land Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 471, d.d. 16-08-1587 --- Maritge Cornelisdr, weduwe van Jan Cornelisz, wonende in den Vrijen noock met Cornelis Aelwijnsz, haar vader, ter eenre en Leendert Cornelisz als oom en bloedvoogd van Aeltge Jansdr, Ariaentje Jansdr en Claes Jansz haar weeskinderen, oud resp. 14, 12, 8 en 4 jaar ter andere zijde. De moeder behoudt de gehele boedel. Elk kind bij 18 jaar 46 gulden met hypotheek op een huis en erf met 1 grote morgen land, belend ten noorden Pieter Woutersz ten oosten de Otweg, ten zuiden Pieter Woutersz en ten westen de erfgenamen van Adriaen IJsbrantsz; 1 morgen 2½ hond land in Benthuizen, belend ten westen de Hogeveense vaart, ten oosten de kinderen van Adriaen IJsbrantsz, ten zuiden Hubert Leendertsz en ten noorden de kinderen van Adriaen IJsbrantsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 19, p. 531, d.d. 08-04-1588 --- Gerrit Ponsz verkoopt Pieter Jacobsz 2 1/2 hond land, belend ten oosten Dirck Pietersz Boos, ten westen Cornelis Cornelisz Thoen en Cornelis Cornelisz alias Cleijn Nees, ten zuiden de Voorweg en ten noorden Jan Cornelisz van Soetermeer, voldaan met een schuldbrief, onder overhandiging van het recht van de oude brieven. Pieter Jacob Corsz is schuldig aan Gerrit Ponsz 160 gulden met hypotheek op het gekochte. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 442, d.d. 24-04-1595 --- Pieter Jacob Corsz verkoopt Gerrit Ponsz een akker slagturfland gelegen binnen weg, belend ten oosten de koper, ten westen en noorden Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz en ten zuiden de koper, voldaan met een schuldbrief ten behoeve van Jacob Doesz gepasseerd. Volgt schuldbrief ten behoeve van Jacob Doesz als actie hebbende van Pieter Jacob Corsz, groot 96 gulden met hypotheek op het gekochte alsmede op een akker ten oosten daaraan liggend, belend ten westen en noorden Maritje Cornelisdr voorsz., ten oosten Cornelis Dircksz Roos en ten zuiden Gerrit Ponsz. Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 464v, d.d. 20-08-1595 --- Pieter Woutersz voor zichzelf, Leendert Cornelisz, Pieter Bouwensz, man en voogd van Anna Cornelisdr, Jacob Jansz, zoon van Wijffien Cornelisdr, Adriaen Pietersz, zoon van Maritje Cornelisdr, Jan Cornelisz, man en voogd van Maritje Pietersdr, Pieter Jacobsz, man en voogd van Aeltje Jansdr, Leendert Cornelisz voorsz., oom en voogd over Maritje Jansdr, Claes Jansz en Ariaentje Jansdr, kinderen van Jan Cornelisz en Aecht Jacobsdr, weduwe van Adriaen Aertsz te Schiedam met Mees Willemsz, haar gekoren voogd en Pieter Woutersz last hebbende van Adriaen Jacobsz en Ariaentje Meesdr namens haar man Cornelis Pietersz, mede wonende te Schiedam "die zij zeide tzee gevaren te weese", Mees Willemsz voorsz. zich sterk makende voor Dirckje Dircksdr, weeskind van Dirck Jacobsz en voor Jan Snijder te Pijnacker, man en voogd van Maritje Jacobsdr als gedescendeerd zijnde van Hillegont Woutersdr, bekennen voor hun erfgenamen verkocht hebben aan Dirck Cornelisz Keijser en zijn vrouw Maritje Dircksdr het recht en actie als Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 20, p. 477, d.d. 18-10-1595 --- Poulus Jacobsz, Crijn Jacobsz, Gerrit Ponsz, gehuwd met Anna Jacobsdr, Maerten Roelenz, wonende te Zevenhuizen, gehuwd met Maritje Jacobsdr, Jacob Pietersz en Pieter Dircksz Cabouter, gehuwd met Neeltje Pietersdr, kinderen van Pieter Jacobsz en nog dezelfde Jacob en Pieter met Cornelis Pieter Corsz als voogden over Claes, Cornelis, Cors en Maritje Jacobs, alsnog onbejaarde kinderen van Pieter Jacobsz, gezamenlijk erfgenamen van Maritje Cornelisdr, weduwe van Jacob Corsz, hun overleden moeder, grootmoeder en schoonmoeder, scheiden door tussenspreken van Ruth Adriaensz en Cornelis Cornelisz Roos, buurlieden, de boedel. Poulus Jacobsz Maerten Roelenz en de kinderen van Pieter Jacobsz ontvangen tezamen 1.260 roeden land zijnde 3/5 deel van een perceel van 3 grote morgen gelegen aan de Binnenweg, belend in zijn geheel ten oosten Adriaen Cornelisz Roos, ten westen Leendert Willemsz en Cornelis Hendricksz Crooswijck, ten zuiden de rest van de 3 morgen en ten noorden eensdeels de Voorweg en eensdeels de Dwars Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 23, p. 632, d.d. 23-06-1624 --- Jacob Pietersz, Pieter Dircksz Cabouter, gehuwd met Neeltje Pietersdr, voor hen zelf en nog met Cornelis Pieter Corsz als voogden over Claes, Cornelis, Cors en Maritje Pieters, allen kinderen van Pieter Jacob Corsz, en Inge Dircksz Backer, wonende te Zevenhuizen met procuratie van Maerten Roelenz, eveneens wonende te Zevenhuizen, man en voogd van Maertje Jacob Corsdr, ter eenre en Poulus Jacobsz ter andere zijde. Betreft scheiding van 3/5 deel van 3 grote morgen en 5 hond land gelegen Binnenweg, hen aangekomen bij scheiding van Maritje Cornelisdr, hun overleden moeder, schoonmoeder en grootmoeder. Jacob Pietersz, Pieter Dirck Cabouter en de minderjarige kinderen met Maerten Roelenz tezamen ontvangen de twee westwaardse kampjes te verongelden voor 2/5 van 3 grote morgen 5 hond land, belend ten westen Leendert Willem Gerritsz, ten oosten Poulus Jacobsz, ten zuiden Crijn Jacob Corsz en ten noorden Poulus Jacobsz en Crijn voornoemd, belast met 31 stuivers per jaar Poulus Jacobsz ontvangt hebben het oostka Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 23, p. 685, d.d. 11-11-1624 | Cors, Pieter Jacob (I3724)
|
| 898 | Aeltie O: Arijen Woutersen, Deliaentie Arijens G: Corn. Wouters, Jannichie Meertens, Joosien Arijens. 5 meij | Ariens, Aaltje (I164)
|
| 899 | Aerdt Dircksz, j.m. van Vreelandt, ende Trijntjen Jans, j.d. van Vreeland, beijde alhier wonende, zijn op hare drie onverhinderde huwelijks voorstellingen alhier in den echten-staet bevestigt den 18 septemb. 1670 | Gezin: Aart Dirks Dorland / Trijntje Jans Cruijver (F1754312824)
|
| 900 | Aerijaentgin Cornelisdr, weduwe van Cornelis Ellertsz, geassisteerd door Dirck Dirckxsz Thoen, haar gekozen voogd, hebben met consent van Pleun Heijnderickxsz steenbakker overgedragen aan Joris Jorisz Vindevogel een huis en erf met schuur, gelegen in het dorp Moordrecht, strekkende van het buurpad tot het papen erf, belend ten oosten Jan Jansz de Wevers weduwe en ten westen Arien Kersz. Bron: SAMH, ORA Moordrecht (toegangsnr. 19), inv.nr. 36, d.d. 20-06-1618 (FS scan 394) --- Kinderen: Jan Cornelis Ellertsz x Neeltgen Jansdr Schouten Jannichgen Cornelisdr, weduwe van Jan Cornelisz Soos Beatris Cornelisdr x Jan Pietersz Peetoom Neeltgen Cornelisdr x IJsbrant Jansz schoolmeester Geertje Cornelisdr x Goossen Maertensz | Ellerts, Cornelis (I3997)
|