| Aantekeningen |
- Reijer Gijsberts Geestdorp, ged. woerden 1637, won. Haanwijk onder Harmelen, schepen H. 1687 < Gijsbert Jans Geestdorp, beleend met de hofstede Geestdorp onder Woerden 1641, ovl. voor 1677 < Jan Philipsz Geestdorp, hoogheemraad Groot Waterschap Woerden 1608 < Philip Gerritsz Geesdorp, geb. ca. 1560, ovl. voor 1593. Jan Philipsz (van) Geestdorp, beleend met land in Kamerik 1599, volgt zijn vader op als bruiker van land in Geestdorp 1603 < Philips Gerritsz Proeyt, bruiker van land in Geestdorp, huw. na 1575 [Slootweg-1997, p 63; aanv. 1998, p 253].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
"in presencie van Jan Philipsz van Geestdorp"
Naam: Jan Philipsz
Woonplaats: Geestdorp
Hoedanigheid: getuige
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8499, aktenr. 67, d.d. 27-04-1614
---
Naam: Jan Philipsz
Woonplaats: Geestdorp
Hoedanigheid: geldgever, machtiger
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8499, aktenr. 88, d.d. 04-06-1615
---
19-6-1628: Phillips van Heijningen gemt. van Jan Phillipsz woonende op Geestdorp buijtten Woerden eijr. contra Jan Dircxsz schoenmr. gede. om betaelinge van vijftien guln. als reste van meerder somme van coop van seemhonich volgens t'register. Concludeert tot qtie. ende bij proe. tot nampt. cum expen. In de marge: Nieuwerbrugge voorde gede. ende mitten selven pnt. versouct copie vuijtten eijs ende vuijt d'eijrs. register, d'eijr. fit. (scan 246)
16-10-1628: Jan Phillipsz buijtten Woerden eijr. ende Jan Dircxsz om t'antwoorden. In de marge: Nieuwerbrugge voorden gede. qt. ten fijne van niet ontfanckel. cum exxen., eijr. tijt te replicken. (scan 248)
7-11-1628: Jan Phillipsz buijtten Woerden contra Jan Dircxsz schoemmaecker gedaechde om voorts te procederen. Gede. versouct alzoo eijr. off niemant van sijnent weegen en compareert. Comparuit ende absolutie vander instantie cum expen. Schepenen verleenen den gede. compariut ende abstie. vander instantie mitte costen, behoudens dat den eijr. ten naesten noch gehoort zal mogen werden. (scan 251)
4-12-1628: Jan Phillipsz woonende buijtten Woerden eijsscher contra Jan Dircxsz schoenmaker gedaechde om voorts te procederen. Etc. (scan 253)
15-1-1629: Jan Phillipsz eijr. contra Jan Dircxsz gedaechde om voorts te procederen. Den 15 januarij 1629 compe. in juditio van schepenen Jan Dircxsz schoenmr. d'welcke vercl. zijnne genomen conclusie ende defentie in dese sake gedaen te laeten vaeren ende bekennende den eijs, mit putie. de costen te willen betaelen tot tauxatie, dienvolgens condempneren schepenen den gede. inden eijs mitte costen. (scan 257)
12-2-1629: Jan Dircxsz schoenmr. eijr ende arrestant contra Jan Phillipsz van Geesdorp gearresteerde gede. D'eijr. seijt ende waerheijt is sulcxs dat hij ontrent vier jaeren geleeden gecoft heeft vanden gearre. gede. vier halve vaeten sich honich ijder halff vat voor xxiiij pond welcken honich de erffgen. van Aert Flipsz toe behoorde en tot wiens huijse de coopmanschap geschiet is, ende dat op conditie dat hij eijr. drie off vier dagen beraet hadden, om de coop aen ofte aff te gaen staen, binnen welcken tijt van drie of vier dagen hij eijr. bescheijt door zijn knecht Jan Atansz ten huijse van versz. Aert Philipsz (daer bescheijt was belooft te seggen) geseijt heeft, van dat hij de coop aenging, ende all hoe wel d'voorsz. gearresteerde gede. wel behoort hadde, conform de voorsz. sijne conditie de leverantie te doen, daerom d'eijr. mit sijne huijsvr. om die t'ontfangen is geweest, is echter alsdoen daer van gebleven in gebreecke, waer deur den eijr. merckel. is vercort, vermits den hoonich in corten tij
12-3-1629: Jan Dircxsz schoenmr. eijr. ende arrestant contra Jan Phillipsz gearreste. gede. om t'antwoorden. Schepenen verleenen t'1e deffit salvo purge ten naesten. (scan 261)
26-3-1629: Jan Dircxsz schoemaecker eijr. contra Jan Phillipsz gedaechde om voorts te procederen. Vervolg. (scan 263)
18-6-1629: i.d. (scan 268)
2-7-1629: Jan Dircxsz eijr. contra Jan Phillipsz gede. Heijningen van weegen Jan Phillipsz seijt te vreden te sijn bij eede te verclaeren int alderminste inden eijr. vuijt saecke inden eijs geroert niet gehouden te zijn, ende in reconventie pnt. bij eede te verclaren de versz. Jan Phillipsz de iiij pond 10 st. van den twee vaeten selffs gecort te zijn. Jan Dircxsz accepteert de pntie. van eede voor soo veel de conventie aengaet, ende in reconventie sustineert mitte leverantie van twee vaten te mogen volstaen. Schepenen partijen bij den anderen op hoope van accoort niet accordeerende sullen recht doen naer behooren. (scan 270)
24-9-1629: Jan Dircxsz eijr. contra Jan Phillipsz gede. om voorts te procedeeren. In state alsoo den gede. overleeden is. (scan 274)
Bron: GAAR, ora Zwammerdam 3.
---
11-9-1630: Aert Claesz, burger van Woerden, is schuldig aan de weeskinderen van za. Jan Philpsz, in leven wonende te Geestdorp, 150 gulden met 6,25% rente. Onderpand: boomgaard op de Nes buiten Woerden.
Bron: RHCRL, wk Woerden 5, fol. 127 (FS scan 174/200)
---
Pietertgen Heijndricxdr weduwe van Jan Philipsz geassisteert met Gijsbert Heijndricxsz haar broer en voogd, ook Philips Jansz en Ghijsbert Jansz elk voor hen zelf, Walich Jansz man en voogd van Sweertgen Jansdr, mitsgaders Philips Jansz Plomp en Ghijsbert Heijndricxsz voorsz. voogden van Gerrit en Aert Janszoonen, ook van Marrichgen, Hillichgen, Weijntgen, Annichgen en Jannichgen Jansdr allen kinderen van voorsz. Jan Philipsz zaliger, dragen over in eigendom aan Dirck Gerritsz de helft van 8,5 morgen land, gelegen in Zegvelderbroek.
RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2374, aktenr. 16, d.d. 13-10-1630
---
21-11-1640: Pietgen Heijndricksdr, versterkt met haar broer Gijsbert Heijndricks als gekozen voogd, vertoont een inventaris en boedelscheiding, in eigendom bezeten door haar en haar tien kinderen, verwekt bij Jan Philipsz van Geestdorp, gepasseerd op 16-7-1640. Ze bewijst de drie jongste kinderen met namen Aert Jansz, Annichgen en Jannichgen Jansdr, met hun voogden Claes Jansz Plomp en Philips Jansen Geestdorp, hun vaderlijke erfenis. Elk van de drie kinderen krijgt 541 gld. 10 st. 22-2-1648: Phillips Jansz Geesdorp als voogd van Jannichgen Jans Geesdorp heeft het geld namens Jannichgen ontvangen van de weduwe van Jan Phillipsz Geesdorp, zijn moeder. 14-5-1642: Aert Jansz, weeskind, heeft zijn vaderlijk bewijs ontvangen. 14-5-1642: Gijsbert Hendricxsz Stedehouder en Claes Jansz Plomp als voogden van Annichgen Jansdr hebben het vaderlijk bewijs ontvangen.
Bron: RHCRL, wk Woerden 5, fol. 323 (FS scan 212/542)
---
"de eerbare Pietgen Heijndricks dochter weduwe wijlen Jan Philipsz Geestdorp woenende op Geestdorp inde poorterije van Woerden vernt., geassisteert ende versterckt wesende met haer broeder Gijsbert Heijndricksz woenende op Rietvelt int bailliuschapvan Woerden, mij notaris en de ondersz. getuijgen zeer well bekent (...) dat Philips Iansz ende Gijsbert Iansz Geestdorp hare zoonen, mitsg. Waling Jansz scheepmr. getrouwt hebbende Sweertgen Ians dochter elcx twee hondert guldens (...) soo verclaert sij testatrice, naer haer doot, uijt hare gereeste goederen, voor uijt te maecken ende te legateren, aen de selve hare seven kinderen met namen Gerrit ende Aert Iansz hare soonen, mitsg. Merrichgen, Hillichgen, Weijntgen, Annichgen, ende Jannichgen Jans hare dochters elcx twee hondert guldens metten intreste"
Naam: Jan Philips Geestdorp
Woonplaats: Geestdorp
Hoedanigheid: huwelijkspartner
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8505, aktenr. 29, d.d. 05-04-1645
---
"De E. Gijsbert Heijndricksz Stehouwer voor hem selven, Pietgen Heijndricksdr Stehouwer geassisteert met Philips Jansz Geestdorp tegenwoordig regeerende burgemr. deser stede Woerden haren outsten soon en gecooren voocht in desen, Dirck Gerritsz inde qualiteijt als man ende voocht van Annichgen Heijndricksdr Stehouwer, Jan Iacobsz Coppert als getrouwt hebbende Merrichgen Heijndricks Stehouwer, Cornelis Jacobsz Coppert inde qualiteijt als man ende voocht van Hillichgen Heijndricksdr Stehouwer tsamentlijcke kinderen ende benevens Willem Heijndricksz Stehouwer woonende tot Segvelt kinderen ende erffgenamen van za. Merrichgen Willemsdr. haeren overleden moeder, die weduwe was van Heijndrick Gijsbertsz Stehouwer beijde inden Heere gerust tot Segvelt vernt."
Naam: Pietgen Heijndricksz Stehouwer
Woonplaats: Woerden
Hoedanigheid: erfgenaam, machtiger, bloedverwant
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8510, aktenr. 69, d.d. 04-05-1647
---
Kamerik
143. 1 1/2 morgen land in Kamerik in twee kampen van 7 morgen gemeen met een kapelrie in de kerk van Kamerik (1630: en de leenman met zijn broers en zusters) voor op de landscheiding tussen Gerverskop en NieuwKamerik, oost: de nonnen van Oudwijk buiten Utrecht, beneden: Herman Nikolaas Boyenz., Reiner Maartensz. en Dirk Hermansz. van der Aa (1533: Jan Arnoutsz. c.s.; 1630: Matthijs Cornelisz. Bersingen; 1641: west: Jan Govertsz. de Wit).
6-11-1533: Jan Pietersz. voor Marieke, weduwe Pieter Koenenz., zijn moeder, bij overdracht door Adriaan Zegeromsz. voor Aleid Dirk Hermansz., diens vrouw, 288 fo. 68.
5-8-1540: Jan Pietersz. voor Marieke Pieter Koenenz., zijn moeder, 288 fo. 68.
21-5-1568: Jan Jansz. bij dode van Jan Pieter Koenenz., zijn vader, 288 fo. 68.
1-9-1575: Jan Reael voor Sweertje Arnoutsd., weduwe van Jan Jansz., 290 fo. 125.
13-12-1576: Jacob Jansz. van Geestdorp zoals Jan Jansz., zijn broer, 290 fo. 125.
14-4-1599: Jan Filipsz. bij dode van Sweertje Arnoutsd., zijn moeder, 290 fo. 125.
18-11-1628: Jan Filipsz., 290 fo. 125.
4-8-1630: Filips Jansz. ook voor zijn broers en zusters bij dode van Jan Filipsz., zijn vader, in verband met alle processen, eerst te komen aan de broers en zusters, 290 fo. 125.
27-3-1641: Gerard Jansz. bij overdracht door Filips Jansz., zijn broer, na kaveling, bevestigd door Pietertje Hendriksd., weduwe van Jan Filipsz., hun moeder, 291 fo. 130.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort
---
Oud-Kamerik
[Fol. 254v] Die secretarius tot Woerden mit zijn broeders vier mergen landts henluijden selver toebehorende bij eede die mergen tsjaers om iiij k. gl. facit vij out schilt xxvj st.
Nu eijgenaer ende bruijcker Jan Philipsz cum socio
Nieuw-Kamerik
[Fol. 263] Jan Robbertsz t Oudewater vij mergen landts, bruijckt Jan Jacobsz ende Jan Petersz tsjaers om lxv st. facit xxj out schilt xxviij st.
Nu eijgenaers ende bruijckers Henrick Cornelisz Nes ende Jan Philipsz cum socio
Bron: Oudschildgeld 1600
|