| Aantekeningen |
- NH dopen Zegveld:
27-10-1695 Merrighje; o. Meerten Janssen Groenevelt en Aeltje Aris in Zegveld; g. Niesje Cornelis Stehouwer
11-10-1696 Aegje; o. Meerten Janssen Groenevelt en Aeltje Aris in Zegveld; g. Merrighje Aris, vrouws zus
16-06-1700 Jan; o. Meerten Janssen Groenevelt en Aeltje Aris in Zegveld; g. vrouws zus
08-10-1702 Merrighje; o. Meerten Jansen Groenevelt en Aeltje Aris in Zegveld; g. Merrighje Aris, vrouws zus
26-12-1706 Lijsbeth; o. Meerten Janssen Groeneveld en Aaltge Aris in Zegveld; g. vrouws zus
---
Merrighie Willems, weduwe van Jan Mathijsz, geassisteerd door Willem Jelisz Verhaer, haar vader en gecoren voogd, aan de ene, en Mathijs Jansz Groenevelt als grootvader en voogd van Jan en Maerten Jansz Groeneveldt, nagelaten weeskinderen van voornoemde Jan Mathijsz verwekt bij Merrighje Willems Verhaer, aan de andere zijde. Uitkoop. Jan en Maerten hebben ieder recht op 100 gulden en bij overlijden van hun grootouders van moederskant nog eens 75 gulden. De weduwe onderhoudt de kinderen en laat ze naar school gaan.
Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 43, d.d. 18-04-1671
---
Cornelis Matijssen Groenevelt, Jan Hendriksz Groenendijk getrouwd met Lijsbet Tijssen Groeneveld, Hendrik Claesz den Dubbelden getrouwd geweest met Merrigje Tijssen Groenevelt, Pieter Hendriksz Noortlander in naam van zijn moeder Merrighje Tijssen Groenevelt, Jan Jansz Groeneveld, Meerten Jansz Groenevelt en Hendrik Jaspers Groenendijk, allen kinderen en erfgenamen van Tijs Jansz Groenevelt, in zijn leven gewoond hebbende te Kamerik, dragen over op Jan Claesz Plomp, bode van dit gerecht, een huis en erf op het dorp van Kamerik Staten Gerecht, strekkende van de straat "geut ofte paell" tot de heining van het kerkhof, belend ten zuiden de Kerkstraat en ten noorden het huis van de weduwe van Johan Freser, in zijn leven schout van dit gerecht. De koopsom is 500 gulden.
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 76, d.d. 09-05-1690 O.S.
---
Aart Jansz Raemburger, wonende te Zegveld, draagt over op Meerten Jansz Groeneveld, mede wonende te Zegveld, een hofstede met huis, berg, schuur en beplanting met ca. 17 morgen land, gelegen te Zegveld, waarvan 10 morgen met het huis is strekkende uit de Zegveldsewetering tot aan de Oude Meije en strekkende de 7 morgen van het erfje van de crediteuren van Ermbout Jansz tot de Kaeijsloot, belend de beide percelen ten oosten de heer Meerman en ten westen het Kapittel van Sint Marie te Utrecht en Nicolaes van Bersingen te Woerden. De 10 morgen is belast met een bisschopspacht van 2 gulden 4 stuivers per jaar. De 7 morgen is belast met een bisschopspacht van 18 stuivers per jaar. De koopsom bedraagt 2.700 gulden.
Schuldbrief volgt. Meerten Jansz Groeneveld is 1.200 gulden schuldig aan Claes Cornelisz van Rossum te Kamerik. De jaarlijkse losrente is 48 gulden. Als onderpand geldt het gekochte land. Afgelost op 21-07-1719 door Meerten Jansz Groeneveld.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2378, aktenr. 84, d.d. 03-05-1701
---
Meerten Jansz Groenevelt, wonende te Zegveld, is schuldig aan juffr. Catharina de Leeuw een bedrag van 1.196 gulden geleend geld voor de aankoop van 17 morgen land met huis en boomgaard te Zegveld, gekocht van Aert Jansz Raemburger. Juffr. de Leeuw heeft de mogelijkheid om het huis, de boomgaard en de landerijen over te nemen voor de oorspronkelijke koopsom van 2.700 gulden.
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 950, aktenr. 41, d.d. 25-06-1701
---
Juffr. Beaterix van Eijk, weduwe van Dirck van der Geer, geassisteerd door Jan Swaniken den Jongen, als enige erfgename van haar vader Mattijs Joosten van Eijk, wonende te Haastrecht, draagt over op Meerten Jansz Groeneveld, wonende te Zegveld, ca. 4 morgen 3 hond hooiland onder Zegvelderbroek, strekkende van de halve dwarssloot van Weijntje van der Tol, weduwe van Abraham van Dorssen, en de heer van Domselaar tot aan de buitenkant van de vlieren heijning over de Hollandsekade, belend ten oosten Zijmen Cornelisz Wieren en ten westen de heer van de Domeinen te Utrecht. Met de last van een bisschopspacht van 13 stuivers 6 penningen per jaar. De koopsom bedraag 75 gulden.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2379, aktenr. 47, d.d. 26-05-1720
---
Cornelis Aartsz Rietveld, getrouwd met Marrigje Aartsdr van Vliet, is schuldig aan Maarten Jansz Groeneveld, wonende te Zegveld, een bedrag van 1.600 gulden geleend geld met een rente van 4%, dus 64 gulden per jaar. Betaalt hij op tijd, dan hoeft hij slechs 3,5% rente te betalen, dus 56 gulden per jaar. Als onderpand geldt zijn hofstede met een huis, berg, schuur en 19 morgen land onder Zegveld.
In de marge: Maarten Jansz Groeneveld stemt in met een verlenging van 10 jaar, ingaande 25-11-1732, met 51 i.p.v. 56 gulden rente per jaar.
In de marge: Gerrit Jansz Schuijlenburgh, Arie Wouterse Saal en Jan Wouterse Zaal hebben van Cornelis Rietveld 110 gulden ontvangen, waarmee het bedrag is voldaan. Actum 02-09-1747.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2379, aktenr. 86, d.d. 25-11-1722
---
Maarten Schuijn en Merrigje Jans Griffioen, echtelieden, zijn schuldig aan Maarten Jansz Groeneveld, allen wonende te Zegveld, 50 gulden geleend geld met 4,5% rente. Als onderpand geldt hun huis genaamd "'t huijs d'Horde" met een boomgaardje te Zegvelderbroek.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2379, aktenr. 87A, d.d. 23-12-1722
---
Maarten Jansz Groenevelt en Aaltje Ariense van Heijningen, echtelieden, wonende te Zegveld in de provincie Utrecht, gezond van lichaam, maken hun testament op. Vanwege haar trouwe dienst krijgt hun dochter Marrigje Maartens Groenevelt de kleding van de testatrice, omdat ze helpt op de bouwerij, met daarnaast de optie op de hofstede waar de comparanten nu op wonen, inclusief ca. 21,5 morgen land, waarvan 17 morgen met huis, berg en schuur onder Zegveld en 4,5 morgen onder de Lage Zegvelderbroek, voor een bedrag van 2.500 gulden. Ze zal in dat geval aan de kinderen van haar overleden zus moeten uitkeren 1.250 gulden, de helft van de koopsom. Ze benoemen tot hun erfgenamen hun dochter Marrigje Maartens Groenevelt, of bij haar overlijden haar nakomelingen, en de kinderen van hun overleden dochter Aagje Maartens Groenevelt, met namen Arien en Jan Woutersz Zaal, ieder voor de helft. Tot voogden over eventuele minderjarigen worden benoemd Jan Cornelisz Dobbe te Waarder en Claas Gijsbertsz de Wet te Kamerik.
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1453, fol. 423, d.d. 11-09-1725
---
Willem Cornelisz Steehouwer, wonende te Zegveld in de provincie Utrecht, mij notaris goed bekend, geeft te kennen dat Gerrit Verhaar, burgermeester van Haastrecht, in zijn testamentaire dispositie d.d. 15-12-1718 bij notaris Andries Timmer te Gouda gepasseerd, heeft gelegateerd aan Jan Jansz Groenevelt, wonende te Kamerik, en Maarten Jansz Groenevelt, wonende te Zegveld, kinderen van Marrigje Willems Verhaar, ieder een bedrag van 7.500 gulden, met de expliciete voorwaarde dat beide erfgenamen aan zijn huisvrouw Joostje Isaaks Blom jaarlijke 150 gulden uitkeren voor de rest van haar leven. Maarten Jansz Groenevelt is na het overlijden van voornoemde burgermeester Gerrit Verhaar met de weduwe tot een akkoord gekomen om in één keer 1.400 gulden te betalen i.p.v. jaarlijks 150 gulden. Dit bedrag heeft de comparant betaald.
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1453, fol. 433, d.d. 31-10-1725
---
Leendert Jacobsz Lagerburg, ca. 22 jaar oud, wonende te Zegveld, en Pieter Jaspersz van Muijden, wonende te Woerden, leggen een verklaring af. Op donderdag 10-03-1729 's morgens rond 10 uur kwam Jasper Pietersz van Muijden naar zijn huis. Daarna kwamen naar zijn huis Maarten den Dekker en Lange Gerrit, beiden ook te Zegveld wonende. Ze gingen beide aan een kant van Jasper van Muijden zitten en begonnen Jasper uit te maken voor een dief: "Gij bend den dief, die het goet bij Gerrit Jansz gestoolen heeft". Jasper ontkende. De twee personen begonnen Jasper in elkaar te slaan. De huisvrouw van de deposant ging hulp zoeken, maar kon niemand vinden. Leendert wist de Maarten en Gerrit van Jasper af te trekken. Jasper bad de aanvallers om niet meer te slaan, zeggende: "ik ben den dief niet maar wil gaaren tot mijn ontschuld het gestoolene betaalen". Daarop zijn Jasper Pietersz van Muijden met Maarten en Gerrit naar Gerrit Jansz te Zegveld gegaan. De tweede attestant verklaarde dat op 10-03-1729 rond 1 uur 's m
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1453, fol. 540, d.d. 24-03-1729
---
[Aktenr. 117] Jan Jansz Groeneveld, wonende te Kamerik aan de Mijzijde, en Maarten Jansz Groeneveld, wonende te Zegveld, laten weten dat gisteren 29-06-1735 Willem Cornelisz Stehouwer, hun halfbroer, is overleden. Ze zijn van plan hem een christelijke begrafenis te geven. Ze willen echter nog niet de nalatenschap van de overledene aannemen.
[Aktenr. 118] Inventaris en boelcedul van Willem Cornelisz Steehouwer, overleden te Zegvelderbroek, door Jan Jansz Groeneveld en Maarten Jansz Groeneveld, halfbroers, opgesteld ten huize van de weduwe van Maarten Schuijn.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2380, aktenr. 117, d.d. 30-06-1735
---
Jan Jansz Groeneveld, wonende te Kamerik aan de Mijzijde, en Maarten Jansz Groeneveld, wonende te Zegveld, laten weten dat zij het dode lichaam van hun halfbroer Willem Cornelisse Stehouwer, op 29-06-1735 alhier overleden, hebben begraven naar hun christelijke plicht, zonder hierbij zich te gedragen als erfgenamen. De voornaamste nalatenschap van hun halfbroer was kleding die door motten en bederf waren aangetast. Ze verwerpen hierbij de erfenis.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2380, aktenr. 117, d.d. 13-12-1735
---
Jan Cornelisz Dobbe en Claas Gijsbertse de With, voogden van Adriaan en Jan Wouterse Zaal, onmondige nagelaten kinderen van Aagje Maartens Groeneveld, in huwelijk verwekt bij Wouter Ariensze Zaal, geven aan dat Maarten Jansz Groeneveld en Aaltje van Heijningen, in hun leven echtelieden, op 11-09-1725 voor notaris Dirk Swartendijk te Woerden een testament hebben gepaseerd. Marretje Maartens Groeneveld, nu huisvrouw van Gerrit Jansz Schuijlenburgh, heeft recht op alle kleding en juwelen van de testatrice, evenals de optie op de hofstede met 21,5 morgen land. Het testament is in werking gesteld na eerst het overlijden van Maarten Janse Groeneveld en daarna door diens weduwe Aaltjen van Heijningen. Gerrit Janse Schuijlenburg en Marrigje Maartens Groeneveld willen de optie niet uitoefenen, maar liever de hofstede openbaar verkopen, iets waar de voogden wel wat in zien.
Het Hof van Utrecht geeft toestemming om de hofstede in het openbaar te verkopen aan de hoogste bieder, d.d. 26-09-1739.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2381, aktenr. 1, d.d. 21-09-1739
---
[Aktenr. 2] Bovenstaande hofstede met 10 morgen land is verkocht aan Roelof van den Berg. Betaald met een custingbrief van 480 gulden.
[Aktenr. 3] Schuldbrief.
[Aktenr. 4] 7 morgen land wordt verkocht aan Goris Verburg voo 575 gulden.
[Aktenr. 5] 4 morgen 3 hond land wordt overgedragen aan Gerrit Jansz Schuijlenburg, waarvoor hij de helft van 99 gulden betaalt.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld en Zegvelderbroek (beheersnr. W180), inv.nr. 2381, aktenr. 2-5, d.d. 20-12-1739
---
Jan van Dobben, voogd van de twee nagelaten kinderen van Wouter Zaal, genaamd Arien en Jan Woutersz Zaal, die erfgenaam zijn van Maarten Jansz Groeneveld en Aaltje van Heijningen, hun grootouders van moederskant, ook erfgenaam van hun oudoom Jacob van Heijningen, maken machtig Willem van Vianen, notaris en procureur te Woerden, om te helpen bij het verwerken van de twee boedels (verhuren, huur in ontvangst nemen, kwitanties uitschrijven, rekeningen inzien, enz.).
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8642, aktenr. 9, d.d. 06-05-1745
|