| Aantekeningen |
- Melis Coenen, ziek wezende, herroept zijn oude testamenten en stelt een nieuwe op. Hij legateert aan Bastiaen Jansz, de zoon van zijn broer, 150 gulden, een van zijn beste paarden en zijn beste mantel. Als hij overlijdt terwijl de huur van de hofstede nog loopt, mag Bastiaen Jansz deze overnemen. Tot erfgenamen benoemt hij Coen Jansz, Bastiaen Jansz, Peter Jansz, Truijchgen Jans, Anna Jans en Gerrichgen Jans, samen voor twee delen, en zijn zus Mensgen Coenen voor maximaal een deel.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 18-02-1620 (FS scan 345)
---
Jan Cornelisz Prins, mede schepen, maakt zijn testament op. Hij legateert uit kracht van het octrooi d.d. 03-01-1593, verstrekt door het Kapittel van Oudmunster te Utrecht, aan Cornelis Jansz Prins, zijn oudste zoon, 4 morgen erfpachtland, met huis, bergen en schuur, gelegen in Kortenhoeven, waar de comparant tegenwoordig woont, waarvan de erfpacht is 6 gld. 6 st. en vier kapoenen per jaar. Het goed moet in de familie blijven. Hij legateert aan zijn andere kinderen, uit kracht van het octrooi d.d. 18-06-1611, verstrekt door de Heer Walraven, heer van Brederode, vrijheer van Vianen, 2 morgen leengoed. Cornelis Jansz mag dit leen op zich nemen voor 1.400 gulden uit zijn erfportie. De andere kinderen krijgen allemaal 4 morgen land, wat zal moeten worden getaxeerd door de schout en schepenen, aangezien niet alle landen even veel waard zijn. Hiervan zijn uitgezonder zijn jongste kinderen, verwekt bij Mariken Jacobs, zijn overleden vrouw, die recht hebben op 7,5 hond land in Scherpenswijk, gemeen met Melis
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 22-02-1621 (FS scan 372)
---
Compareerde Aelbert Aertsz de Graeff bode tot Lexmont ende verclaerde van wegen Emmichgen Joosten wede. van Melis Coenen onder Roeloff Dircxsz Stout schout van Laeckervelt als administratie hebbende van Job Dircxsz zijnen zal. broeder gearrest. te hebben soedaenige als Bastiaen Jan Coenen ende Coen Jansz aen hem competeren omme nijet weerloos te worden voor ende alleer den boedel van Melis Coenen zoe veel aengaet de kijnderen van Maeij Selen zall zijn voldaen op poene van andermaell te bep. ende sij schout int arest gaff dat hij Bastiaen nijet schuldich was ende voorts de rest stont, acte voor Phs. Weijer Thonis Jansz schepenen den lesten aprilis 1627.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 30-04-1627 (FS scan 537)
---
Coen Jansz, Bastiaen Jansz, Claes Cornelisz en Beernt Gerritsz, allen erfgenamen van Amelis Coenensz, dragen over aan Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, een halfscheiding van 3,5 morgen land gelegen in Kortenhoeven, gemeen met Cornelis Gerritsz Prins. Schuldbrief volgt.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 28-05-1627 (FS scan 540)
---
Er was onenigheid ontstaan tussen Maijgen Jacobs, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Prins, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, samen kinderen van voornoemde Jan Cornelisz Prins, verwekt bij voornoemde Marie Jacobs, geassisteerd door Huijbert Jacosbz en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, aan de ene, en Cornelis Jansz, Gerrit Jansz als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen en de kinderen van Cornelis Reijeren, samen voorkinderen van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Niclaes van der Lingen, schout te Lexmond, en Aert Gosensz aan de an dere zijde. Het gaat over de boedelscheiding.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 61, d.d. 18-02-1630 (FS scan 660)
---
Maijgen Jacobs, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz en Roeloff Stout, schout te Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Jansz Prins, Gerrit Jansz Prins, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, hun zusters, hier mede present, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van een werfje gelegen in Kortenhoeven, de helft van 2,5 morgen land, gekomen van Melis Coenen, gelegen te Scherpenswijk, die tijdens het huwelijk van de voornoemde weduwe en Jan Cornelisz zaliger is gekocht. De weduwe behoudt de helft van 2,5 morgen gelegen te Scherpenswijk. Cornelis Jansz c.s. krijgt het werfje gelegen te Kortenhoeven, waarbij ze aan Marie Jacobs 50 gulden uit moeten keren, en de voogden van Cornelis Reijersz betalen nog eens 36 gulden aan de wedue. Cornelis Jansz neemt ook het huis en hof
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 65v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 665)
---
Marie Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz, haar broer, en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Reijersz als vader en voogd van zijn twee onmondige weeskinderen, verwekt bij Gijsbertgen Jans, zijn overleden huisvrouw, mitsgaders Cornelis Jansz Prins als oom en mede voogd, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van 1,5 morgen land gelegen te Scherpenswijk en 1,5 morgen gelegen in Bolgerijen, door Jan Cornelisz nagelaten en door testament gewild dat de kinderen enige van deze landen erven. Marie Jacobs is ten deel gevallen de 1,5 morgen in Bolgerijen. Cornelis Reijersz c.s. krijgen de 1,5 morgen in Scherpenswijk. De kinderen krijgen 50 gulden van de wedue. In de marge: De kinderen hebben dit bedrag ontvangen, 10-10-1630.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 66v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666)
---
Cornelis Jansz Prins, aan de ene, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, samen kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz Prins zaliger, Clara en Adriaentgen bijgestaan door Gerrit Jansz en Roel Jansz de Rie, mitsgaders Grietgen bijgestaan door Huijbert Jacobsz, haar oom en gekozen voogden, aan de andere zijde. Cornelis Jansz is gerechtigd in zijn bestemoeders goederen, maar is niet in staat om het land van zijn vader over te nemen. Daarom krijgen zijn zussen uit 4 morgen erfpachtland en 2 morgen leengoedland uit hun vaders nagelaten goederen de 2 morgen land, gelegen achter het heerlijke goed. Cornelis Jansz hoeft niet mee te betalen aan de reparatie van het huis, hij moet nog wel 150 gulden betalen aan de weduwe van Jan Cornelisz en hij wordt uitgesloten van de 500 gulden die Roel Jansz de Rie als huwelijk goed uit de boedel heeft genoten.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 67, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666)
---
Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen Jans, bijgestaan door Cornelis Jansz, hun broer en gekozen voogd, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, bijgestaan door Huijbert Jacobsz, haar oom en gekozen voogd, samen kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz Prins, scheiden door middel van blinde loting de landerijen die hun vader door zijn dood heeft nagelaten. Gerrit Jansz krijgt 5 morgen land, gelegen in Kraaijendaal aan de zuidzijde van de Heikoppersteeg, strekkende van de halve Lakerveldsedijk tot de halve korte kade; nog 7,5 hond land gemeen met de weduwe van Jan Cornelisz Prins in Scherperswijk gelegen. Claertgen Jans krijgt een akkertje land gelegen in Kortenhoeven naast Cornelis Cornelisz van Noordeloos' akker, strekkende van de kooi van Jan Cornelisz tot de halve weth of plas; nog een akker land, aldaar gelegen naast het heerlijk goed van Cornelis Jansz, strekkende van het halve weth tot over de hoge dijk tot de halve w
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 67v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 667)
---
Claesgen Ewouts, weduwe van Peter Jan Coenen, als moeder en voogdesse van haar kinderen bij hem verwekt, en Coen Jansz als oom en naaste bloedvoogd van de onmondige kinderen, mitsgaders mede voogd van de onmondige kinderen van Lauwerens Jacobsz verwekt bij Annegen Jans, hebben met goedkeuring van de kamer van justitie te Vianen d.d. 26-01-1631 overgedragen aan Aelbert Aertsz, gerechtsbode te Lexmond, 2,5 morgen land gelegen in Kraaijendaal achter aan de kade, belend boven Elias Jansz of Anna Corsen en beneden de Heikoppersteeg, zoals het de kinderen is aanbestorven door het overlijden van Amelis Coenraetsz de Graeff. Schuldbrief volgt.
Bron: RAZU, ORA Lakerveld (toegangsnr. 64), inv.nr. 407, d.d. 28-05-1631 (FS scan 264)
---
Grietgen Jan Prinsdr, wonende te Lexmond, gezond van lichaam, herroept alle voorgaande testamenten en stelt een nieuwe op. Ze laat haar roerende en onroerende goederen na aan Willemken Jan Prins, haar zus. De erfgenamen moeten uitkeren aan Sijken, Sara, Cornelis en Adriaentgen Jan Prins, haar halfzussen en halfbroer, 6 gulden per persoon. Ze legateert aan Maria Jacobsdr, haar moeder, 10 gulden per jaar uit haar boedel.
Bron: RAZU, Stadsgerecht Vianen (toegangsnr. 410), inv.nr. 9, d.d. 20-12-1632 (FS scan 566)
---
Grietgen Jan Prinsendr, geassisteerd door Cornelis Jansz Prins, haar broer en gekozen voogd, draagt over aan Cornelis Cornelisz van Noordeloos een huis en hennipwerf binnendijks en een boomgaardje buitendijks, strekkende van de halve dijk tot de halve waardsloot, eertijds toebehorende Ingins Gijsbertsz; nog 2 morgen land gelegen binnen de Kweldam, samen in Kortenhoeven, belend boven Adriaentgen Jans en beneden voornoemde Cornelis Cornelisz van Noordeloos. Compareerde mede Willemken Jans, geassisteerd door Adriaen Jansz, haar ondertrouwde en toekomende man, en Maijgen Jacobs, geassisteerd door Jan Cornelis Weijer, haar man en gekozen voogd, mitsgaders Cornelis Jansz Prins, voor zichzelf, constitueren hen borg.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 70v, d.d. 13-05-1633 (FS scan 84)
---
Adriaen Jansz Roijen als man en voogd van Willemken Jansdr, mitsgaders Jan en Cornelis Jansz de Rie, als broers, voogden van de twee onmondige kinderen van Roel Jansz de Rie, verwekt bij voornoemde Willemken Jans, dragen over aan Grietge Jansdr een halfscheiding van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, gemeen met Marie Jacobs, haar moeder, belend ten oosten de Vicarie waarvan eigenaar is Gerrit van Weert en ten westen de kinderen van IJmert de Groten.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 121, d.d. 23-07-1635 (FS scan 134)
---
Coenraet Jansz en Grietgen Jansdr, echtelieden, wonende te Lexmond, beiden gezond, maken hun testament op. De langstlevende krijgt lijftocht van alle goederen. Grietgen Jans, mocht zij de langstlevende zijn, krijgt nog 800 gulden.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 145v, d.d. 31-12-1636 (FS scan 159)
---
Mercelis Mercelisz, wonende te Lexmond, draagt over aan Coenraet Jansz, lakenkoper te Lexmond, wat hij heeft verdiend in dienst van de Staten der Verenigde Nederlanden met twee paarden, het ene op de naam van de comparant en de andere op naam van Mercelis Huijbertsz.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 163v, d.d. 05-01-1638 (FS scan 177)
---
Compareerde Vincent Aelbertsz gerechtsbode ende verclaerde van wegen Coenraet Jansz laeckencoper tot Lexmond gerechtel. gearrest. te hebben sodanige pen. als Hermen Gerritsz competeren van Adriaen Jansz Roijen dselve nijet weerloos te worden op pene da.., actum in kennisse van de schout Jan Cornelisz Weijer en Aert Bastiaensz schepenen desen 21en junij 1639.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 185v, d.d. 21-06-1639 (FS scan 199)
---
Mercelis Mercelisz, wonende in Kortenhoeven onder Lexmond, heeft voor zichzelf en zich sterkmakende voor Maijgen Mercelisdr overgedragen aan Coenraet Jansz, lakenkoper te Lexmond, en Bastiaen Sijloffsz, mede wonende aldaar, zijn en Maijgen Mercelis verdiensten in dienst van de Staten der Verenigde Nederlanden, met twee paarden.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 192, d.d. 30-12-1639 (FS scan 205)
---
Cornelis Cornelisz Vettert, man en voogd van Geertruijt Gerritsdr, draagt over aan Coenraet Jansz, lakenkoper te Lexmond, een erf gelegen aan de westzijde van het dorp Lexmond, strekkende van de halve dijk tot de eerste halve sloot van het hoogland, belend ten noorden Henrick Lambertsz bakker en ten zuiden Gerrit Jansz kleermaker.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 23, d.d. 27-06-1641 (FS scan 235)
---
Geertruyt Jansdr uit Groeningen, wonende in het huis van Abram van Barten, buurman van Jacob Duyffhuysen, notaris, machtigt Coenraet Jansz, haar broer wonende te Lexmont om grond te kopen in Groeningen of elders.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 207, aktenr. 56, d.d. 20-06-1645
[Geertruijt Jans van Groningen, j.d. wonende te Lomberdstraet, gaat op 13-05-1646 te Rotterdam in ondertrouw met Jacob Jacobsse, geboren te Rotterdam, wonende ook in die straat.]
---
Cornelis Cornelisz Vettert, wonende te Lexmond, draagt over aan Margrite Jan Prins, weduwe van Coenraet Jansz, mede wonende aldaar, een actie van een hypotheek volgens een gerechtelijke akte d.d. 23-03-1648 die ze hebben afgesloten ten behoeve van Gijsbert Henricxsz, gepasseerd voor het gerecht van Lexmond.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 37v, d.d. 14-10-1651 (FS scan 43)
---
Maijgen Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz, ziek op bed liggende, herroept oude testamenten en stelt een nieuwe op. Ze legateert aan Grietgen Jans, haar dochter, weduwe van Coenraet Jansz, het eigendom van de helft van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, waar ze de andere helft al van bezit, en een eiken kist. Jan Roeloffsz de Rie en Jan Roeloffsz Prins, broers, voorkinderen van Willemken Jans, haar overleden dochter, krijgen beiden 1,5 morgen land gelegen op Leijdenbolgerij(?). De kinderen van voornoemde Willemken Jans zaliger, verwekt bij Adriaen Jansz van Roijen, krijgen de helft van 2,5 morgen land in Scherperswijk, gemeen met Adriaentgen Gerritsdr de Brouwer, en 300 gulden van Grietgen Jans. Aan Trijntgen, de oudste dochter van Willemke Jans, legateert ze een rok; aan Marigen, haar zus, een huik; en aan Bastiaentgen een rok; verder worden de nakinderen uitgesloten van de erfenis. Tot erfgenamen worden benoemd Grietgen Jans, voor de ene helft, en voornoemde Jan Roeloffsz de Rie en zijn broer,
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 54v, d.d. 06-09-1652 (FS scan 60)
---
Willem Cornelisz Weijer en Adriaen Willemsz Cremer, mitsgaders Joost, Adriaen, Cornelis en Jan Philipsz als erfgenamen van Jan Cornelisz Weijer zaliger, voor de helft, en Grietgen Jans, weduwe van Coenraet Jansz, mitsgaders Jan Roeloffsz Prins en Cornelis Jansz de Rie en Cornelis Jansz Prins, vanwege Jan Roeloffsz de Rie, zijn broer, erfgenamen van Maijgen Jacobs, hun moeder en bestemoeder, voor de andere helft, dragen over aan aan Dirck Adriaensz, wonende te Lexmond, een huis en erf, gelegen aan de oostzijde van Lexmond, strekkende van de halve Dijkstraat tot de halve sloot van Claes Cornelisz Bongert, belend ten noorden het kind van Gerrit Claesz en ten zuiden de erfgenamen van Elias Jansz.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 79, d.d. 18-09-1653 (FS scan 84)
---
Compareerde Aelbert Vincenten gerechtsbode alhier, ende verclaerde van wegen Aert Marijnisz gerechtel. gearresteert te hebben onder Grietgen Jans wede. van Coenraet Jansz alsodanige huerpen. als hij verschult sal wesen aen Cornelis Marijnisz, acte voor schout Spinhoven ende Jan Coenraetsz schepenen op den 5en junij 1663.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 447, fol. 66, d.d. 05-06-1663 (FS scan 300)
---
Adriaentgen Jan Prinsendr, weduwe van Adriaen Jansz, geassisteerd door Jan Adriaensz, haar zoon, en Hendrik Gijsbertsz, haar zwager, voor haar zelf en mede voor Grietjen Jan Prinsendr, weduwe van Coenraet Jansz van Groeningen, vanwege Reijer Cornelisz, haar neef zaliger; Jan Gerritsz Brouwer, Cornelis Cornelisz van Noordeloos, Gijsbert Dircxsz, Cornelis Adriaensz, Willem Gerritsz en Cornelis Henricxsz als mannen en voogden van hun huisvrouwen, en Jan van Hees als rechthebbende van Dirk Gerritsz Brouwer, mitsgaders Jan Cornelisz Prins en Hendrik Jansz van Oosterum als man en voogd van Teuntgen Prinsen, mondige kinderen van Cornelis Jansz Prins, voor hen zelf en hen sterkmakende voor de onmondige kinderen van voornoemde Cornelis Jansz Prins, allen erfgenamen van Clara Jansz Prinsendr. Ze dragen over aan Adriaentgen Aertsdr, weduwe van Cornelis Jansz Prins, Jan Cornelisz Prins en Hendrik Jansz van Oostrum een vierde deel, en de overige comparanten drie vierde delen, van 5 morgen land, gelegen te Kortenho
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 448, d.d. 08-06-1669 (FS scan 31)
---
Compareerde Aelbert Vincenten de Graeff geregtsbode alhier ende verclaerde van wegen Griet Jans wede. van Coenraet Jansz geregtelijk gearresteert te hebben alsoodanige p..gten, koorn ende andersints ook drie swartkolde jaerling peert allen toebehoorende Willem Tonisz Nieuboer en tegenwoordig zijnde op seeckere agt mergen lants gelegen op Cortenoever bij den voorsz Nieuwboer vande arrestante in huere hebbende omme daer aen te verhalen de verscheenen ende onbetaelde pagtpenningen, actum in kennisse van de schout, Noordeloos ende Van der Cleij schepenen op den 14e augustij 1672.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 448, d.d. 14-08-1672 (FS scan 91)
---
Adriaen de Bout, man en voogd van Vrouwijn van Groeningen, wonende te Utrecht, en Annigje Gibo, weduwe en boedelhoudster van Jan Coenraetsz van Groeningen, geassisteert door Jan Bastiaensz Lossert, haar gekozen voogd, erfgenamen van Grietje Jans Prins zaliger, dragen over aan Hugo Schoonenburg een vijfde deel van 4 morgen, gelegen in Kortenhoeven, gemeen met de koper, die vier vijfde delen heeft gekocht van Gijsbert van der Leijden, procureur te Leerdam, belend boven Hendrik Hermensz en beneden Claes Goossensz, strekkende van de halve weertsloot tot de halve wetering. De koopsom is 200 gulden. Als waarborgen stellen zich Adriaen Jansz van Mourick en Cornelis Aelberden, wonende te Achthoven.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 448, d.d. 18-06-1677 (FS scan 207)
---
Aedriaen de Bout, burger en koopman te Utrecht, man en voogd van Vrouken Coenraets van Groeningen, hier present, is schuldig aan Jan Aedriaensz Tienoven en Hendrick Gijsbertsz nomine uxoris 450 gulden vanwege hun gedeelte van twee obligaties, door hun moeder Grietien Jans Prins gepasseerd, de ene van 750 gulden op 29-09-1661, gelicht door Aeriaentie Prins, afgelost 100 gulden en nog openstaand 650 gulden; nog een obligatie van 150 gulden mede ten behoeve van voornoemde Aeriaentie Prins van 15-02-1671, samen 800 gulden, waarvan de comparanten 450 gulden schuldig zijn. Vrouken Coenraets heeft al 100 gulden gekregen met haar eerste man, Steven van Ammerongen, en de overige 350 gulden komen tot last van Annege Gibo Abeerst, weduwe van Jan Coenraets van Groeningen, hun schoonzus. De comparanten zullen over de hoofdsom van 450 gulden jaarlijks een losrente van 5% betalen. Als onderpand stellen ze de helft van 8 morgen land, gemeen met hun voornoemde schoonzus, gelegen in Kortenhoven, belend boven de heer He
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 449, d.d. 27-04-1680 (FS scan 302)
---
Kopie. Grietgen Jans Prins, weduwe van Coenraet Jansz van Groeningen, wonende te Lexmond, gezond van lichaam, herroept haar testament van 23-02-1670 voor Anthonij Delneff, notaris te Vianen, en stelt een nieuwe op. Ze benoemt tot enige erfgenaam Jan Coenraets van Groeningen, haar zoon, voor de ene helft. Ze prelegateerd aan haar dochter hetzelfde als haar zoon heeft gekregen. Ze wil niet dat haar erfgoederen door haar dochter Vrouken Coenraets of door haar man Steeven van Ammerongen worden verkocht. De bedoeling is dat de goederen binnen de familie blijven, dus niet mogen vererven op de kant van Steeven van Amerongen, haar schoonzoon. Gepasseerd voor notaris Gerard Adriaensz van Leent, notaris te Vianen, op 28-11-1670.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 449, d.d. 27-04-1680 (FS scan 303)
|