| Aantekeningen |
- Jan (Johannes) Hasevoet heeft ervaring opgedaan als chirurgijn op de VOC-schepen Erasmus en 't Slot van Honingen. De Erasmus was vanaf 1652 in gebruik bij de VOC totdat het in 1669 werd opgelegd (tijdelijk buiten gebruik gesteld) in Batavia.Het kon 200 last (400 ton) vervoeren. Johannes is tijdens de eerste reis van de Erasmus meegegaan naar Batavia. Op 10 mei 1653 vertrok het schip van Goeree en het kwam op 27 januari 1654 aan in Batavia. De terugreis zal hij met een ander schip hebben uitgevoerd, want de Eramus keerde pas in 1660 terug in Nederland. 't Slot van Honingen was een spiegelretourschip, gebouwd in 1654 voor de Kamer van Rotterdam op de VOC-werf in Rotterdam. Vanaf 1654 is het schip door de VOC gebruikt, waarbij het vier keer op en neer naar Batavia voer, tot het op 13 september 1665 op de Doggersbank door de Engelsen veroverd werden op de VOC. Dit was tijdens de Tweede Engels-Nederlandse oorlog, nadat de Engelsen op 13 juni 1665 de Slag bij Lowestoft van Nederland wonnen en daarn
Bron: http://www.vocsite.nl
---
Remonstrants dopen Rotterdam:
19-01-1666 Hester; o. Johannes Hasevoet en Cornelia de Haen
21-02-1668 Maria; o. Jan Hasevoet en Cornelia de Haen
28-09-1703 Lodewijck; o. Jan Hasevoet en Susanna Brandt (volwassendoop, 23 jaar)
12-10-1703 N.n.; o. Jan Hasevoet en Susanna Brandt (volwassendoop, 30 jaar)
---
"SLOTHANY 3rd Rate 60, 772bm. Dutch SLOT VAN HONINGEN, captured 1665. Hulked 1667. Sold 1686."
Bron: Ships of the Royal Navy door J.J. Colledge en Ben Warlow
---
Huych Cornelisz den Brasser die gevaren heeft als stuurman op het schip waarop Dirck Claesz van Dongen capiteijn was, Pauwels Claesz Blandeff als hoochbootsman, Frans Jansz Granaetappel als timmerman, Johannes Hasevoet als chirurgijn en Jacob Pietersz Scharp als bootsgesel leggen op verzoek van de vrouw van Van Dongen een verklaring af. Ze waren met Van Dongen op zee ter bescherming van de haringvloot ten zuiden van Fayershil toen op 22 juli de Engelse oorlogsvloot verscheen. Eerst bleven zebuiten schot maar later werden ze aangevallen. Toen ze al enkele treffers hadden gehad wilde Van Dongen het schip nog niet opgeven maar zolang mogelijk doorvechten. Vrijwel al hun masten en zeilen waren afgeschoten en al de convooyschepen behalve Veenhuysen werden overmeesterd. Zij waren de laatsten. Pauwels Blandeff en Jacob Scharp verklaren nog dat zij na de verovering op het schip gebleven zijn en dat nadat de gaten gedicht waren de Engelsen met pompen geprobeerd hebben het schip drijvende te houden. NB: Voor Pa
[Rank: kapitein; Name: Dirk Claesz van Dongen; Admirality: R(otterdam); guns: 24; sailors: 80; Ship: Paulus. Bron: http://17th-centurynavwargaming.blogspot.nl]
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 155, aktenr. 221, d.d. 28-08-1652
---
Teunis Abrahamsz Spainjart die gevaren heeft met capiteijn Dirck Claesz van Dongen als bootsgesel, Claes Jacobsz Malta als schieman, Gillis Pietersz de Roos als bootsgesel, Pieter Jacobsz van Stienevelt als bootsgesel, Arie Ariensz Boele als bootsgesel, Arien Leendertsz van der Mijl als ondertimmerman verklaren dat hetgeen in de vorige acte getuigd is waar is. Malta en Stienevelt zeggen dat zij na de inneming ook op het schip gebleven zijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 155, aktenr. 221a, d.d. 03-09-1652
---
Johannes Hasevoet, chirurgijn, vertrekt binnenkort met het schip Erasmus naar Oost-Indie. Hij benoemd zijn vader Jan Cornelisz Hasevoet tot zijn enige erfgenaam.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 504, aktenr. 193, d.d. 25-04-1653
---
Wijnant van Katersvelt, gewezen secretaris in Batavia, Cornelis van Crakouw, gewezen coopman, en Elias de Radt, gewezen adsistent, allen in dienst van de Oostindische compagnie, leggen een verklaring af op verzoek van Eduart Auxbrebijs en Johannes Hasevoet. Zij zijn allen op het kantoor van Claes de With, notaris te Batavia geweest en hebben verscheidene akten gezien.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 395, aktenr. 251, d.d. 02-11-1658
---
Joannes Hasevoet, chirurgijn op het schip 'het Sloth van Honingen', gereed liggen om naar Oost-Indie te gaan, machtigt Jan Cornelisse Hasevoet, zijn vader, en Elias de Jonge om zijn middelen te beheren.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 660, aktenr. 235, d.d. 09-12-1658
---
Anthonij du Plouijs, wonende te Amsterdam, bekent 2000 gulden schuldig te zijn aan Johannes Hasevoet, chirurgijn, die met het schip 'Sloth van Hooningen' is uitgevaren naar Oost Indiƫ.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 571, aktenr. 134, d.d. 21-03-1659
---
Hester van Londerseel, bejaerde dochter van wijlen Assuerus van Londerseel wonend op 't Steyger, herroept haar testament van 26/01/1654 en haar codicil van 09/10/1657, beide gepasseerd voor notaris Vitus Mustelius. Zij benoemt tot erfgenaam haar neef Jan Cornelisz Hasevoet en bij zijn overlijden zijn vrouw Sara Harmens. Zij legateert aan: de kinderen van Hasevoet en zijn vrouw, genaamd Agnieta en Sara Jans 200 gulden, Jan en Pieternella van Londerseel, Grietge Daniels van Gelder, Grietge en Lijsbeth Harmens, haar neven en nichten, ieder een zilveren lepel, de Mennoniste Gemeynte die men de Vlamingen noemt 300 gulden. Indien hiertegen geprotesteerd wordt gaat dit geld naar Bastiaen van Weenigem, Andries Jacobs en Jan Boenes om te verdelen. Zij stelt tot voogden Lieven Jans Hasevoet, coordewercker en Johannes Hasevoet, chirurgijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 229, aktenr. 64, d.d. 17-09-1662
---
Jan Phenicx, oud 49 jaar en meester Johannes Hasevoet, chirurgijn, oud 33 jaar, verklaren op verzoek van Susanna Ariensdr Blom, weduwe van Hercules Pijl, wonende in de Nieuwestraet en haar kinderen Stijntge, Jan, Beatris, Arent en Susanna Hercules Pijl, dat Lambert Herculesz Pijl, hun zoon en broer in 1658 met het schip genaamd 't Slot van Honingen als assistent naar Oostindien is gevaren. Dat deze volgens de boeken van de bewindvoerders van de Oostindise compagnie is gestorven en geenandereerfgenamen nalaat dan zijn moeder en zijn 5 broers en zusters. Johannes Hasevoet verklaart tevens dat hij met genoemde Lambert Herculesz met hetzelfde schip naar Oostindien is gevaren.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 236, aktenr. 206, d.d. 06-10-1664
---
Elisabeth Fransdr Pieck, weduwe van Nicolaes Sas, medicine doctor, benoemt haar zoons Erasmus Nicolaese Sas en Johannes Nicolaese Sas tot haar erfgenamen. Zij maakt een bepaling ten aanzien van Elisabeth Fransdr Sas, dochter van wijlen haar zoon Francois Sas, die gewoond heeft te Batavia in Oost-indiƫ en aldaar is overleden. Tot voogden over haar minderjarige kinderen en executeurs van haar testament benoemt zij Francois Nideck, kapitein op een oorlogschip ter zee, en Johannes Hasevoet, chirurgijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 920, aktenr. 6, d.d. 03-02-1667
---
Jan Isaacksz Armijs, meester scheepmaker, en zijn vrouw Barbera Jorisdr de Graeff bekennen een bedrag van 1.400 gulden schuldig te zijn aan Johan Hasevoet, chirurgijn. Zij hebben het geld geleend ter afdoening van een schuldbrief ten laste van hun huis, loots, scheepmakerije, en gereedschappen alhier, gelegen op de noordhoek van het Taenhuys, en het huis op naam van Barber Jansdr aan de zuidzijde van de Lange Dijckstraet.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 3843, aktenr. 182, d.d. 19-12-1667
---
Cornelis den Haen, heelmeester, wonende in de Lamsteeg, benoemt tot erfgenamen zijn dochter Hester den Haen, gehuwd met Adriaen de Buijser, wonende in Amsterdam, zijn ongehuwde dochters Catarina den Haen en Magdalena den Haen, en de beide nagelatenkinderen van zijn overleden dochter Cornelia den Haen, verwekt door Jan Hasevoet, chirurgijn, genaamd Hester Hasevoet en Cornelia Hasevoet. Hij stelt zijn neef Anthonij de Heijde, wonende te 's-Gravenhage, en Adriaen de Buijser aan tot voogden vanzijn minderjarige erfgenamen, met de bepaling dat zij andere personen tot voogd mogen benoemen, met uitzondering van zijn stiefzoon Mattheus Brandt, chirurgijn te Amsterdam, en Jan Hasevoet. Het testament is op 16-09-1670 herroepen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 920, aktenr. 183, d.d. 28-11-1668
---
Cornelis den Haan, heelmeester, wonend in de Lamsteegh, benoemt tot zijn erfgenamen: Hester den Haan, zijn dochter, getrouwd met Adriaen de Buijser, wonend in Amsterdam, voor een vierde deel, Catharina en Magdalena den Haan, zijn ongehuwde dochters, elk voor een vierde deel, Hester en Cornelia Hasevoet, de kinderen van zijn overleden dochter Cornelia den Haan, die verwekt zijn door Jan Hasevoet, meester-chirurgijn, tezamen voor het resterende vierde deel. Tot voogd over de minderjarige erfgenamen worden benoemd: Adriaen de Buijser, zijn schoonzoon, hiervoor genoemd, en Anthonij de Heijde, zijn neef uit 's-Gravenhage. Het testament is herroepen door een testament van 9 maart 1679, opgemaakt bij dezelfde notaris.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 921, aktenr. 80, d.d. 16-09-1670
---
Catharina den Haan, meerderjarig en ongehuwd, benoemt haar vader Cornelis den Haan, heelmeester, tot haar erfgenaam. Mocht hij overleden zijn als zij sterft, dan komen in zijn plaats, iedere partij voor een derde deel: Hester den Haan, haar zuster,die getrouwd is met Adriaen de Buyser in Amsterdam, Magdalena den Haan, mede haar zuster, getrouwd met Jan Abrhamsz Volboet, koopman te Haarlem, en Hester en Cornelia Hasevoet, de nagelaten kinderen van Cornelia den Haan, haar overleden zuster, waarvan de vader is Jan Hasevoet, meesterchirurgijn. Voor de laatste partij zijn enkele aanvullende bepalingen. Tot voogd over de minderjarige erfgenamen benoemt ze haar zwagers Adriaen de Buyser en Jan Volboet, en Anthony de Heyde, haar neef uit 's-Gravenhage. De akte is opgemaakt in het huis van haar vader, aan de westzijde van de Lamsteegh.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 923, aktenr. 356, d.d. 09-03-1679
|