| Aantekeningen |
- NH dopen Oudshoorn:
30-12-1708 Lijsbet; o. Sijme Pieters en Pleuntje Jacobs; g. Neeltje Pieters
15-06-1710 Marrigje; o. Sijmon Pieterze van Heijningen en Leuntje Jacobs Ram; g. Grietje Pieters van Heijningen
01-05-1712 Meijnsje; o. Sijme Pieters en Pleuntje Jacobs; g. Neeltje Pieters
15-08-1713 Pieter; o. Sijmon Pieterz van Heijningen en Pleuntje Jacobs Ram; g. Neeltje Pieters
29-03-1716 Huijch; o. Sijmen Pieterz van Heijningen en Pleuntje Jacobs Ram; g. Geertje Jacobs Ram
21-03-1717 Huijgh; o. Sijmen Pieterze van Heijningen en Pleuntje Jacobs Ram; g. Geertje Jacobs
01-10-1719 Dirk; o. Sijmon Prs van Heijningen en Leuntje Jacobs Ram; g. Annetje Arijens van den Bos
---
Willem Pietersz Vis verkoopt aan Simon Pietersz van Heijningen een huis, erf, schuur en zomerhuis in de Grote polder, strekkende van de Oudshoornsedijk tot aan de weduwe van Pieter Dirksz van Heijningen, belend ten westen de weduwe van Willem Michielsz en ten noorden de weduwe van Pieter Dirksz van Heijningen. Koopsom 475 gulden.
Bijbehorende akte (02-05-1719): Simon Pietersz van Heijningen, wonend in de Ridderbuurt, is schuldig aan Hendrik Ariensz Elshout, wonend in het Westeinde van Hazerswoude, een bedrag van 400 gulden, terug te betalen in vier jaar tegen 4% rente. Gesteld onderpand: bovengenoemde onroerende goederen. Geroijeerd 26-05-1741.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 13, p. 208v, d.d. 02-05-1719
---
Lijsbet Sijmons Cappiteijn, weduwe van Pieter Dirksz van Heijningen, wonende in de Ridderbuurt, is schuldig aan Hendrik Ariensz Elshout, wonende in het westeinde van Hazerswoude, een bedrag van 600 gulden tegen 4%. Gesteld onderpand: 1 morgen 5 hond 75 roeden land in Grote polder, belend ten oosten Cornelis Klaasz den Haan, ten zuiden het land van de Oudshoornse kerk, ten westen Cornelis van Oosten en Josina Spruijt en ten noorden Gijsbert Dirksz van Wieringen; nog 1 morgen 3 hond landliggend als voren, belend ten oosten Dirk Ariensz van der Horst, ten zuiden zijzelf en Dirk Sijmonsz Reijnsburger,ten westen het voornoemde land van de Oudshoornse kerk en ten noorden Cornelis Klaasz den Haan; nog 1 morgen land liggend als voren, belend ten oosten Dirk Sijmonsz Reijnsburger, ten zuiden Cornelis van Oosten en Josina Spruijt, ten westen voorgenoemde land van de kerk van Oudshoorn en ten noorden zijzelf. Borg is Simon Pietersz van Heijningen, wonende in de Ridderbuurt. Geroijeerd 06-05-1722.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 13, p. 236, d.d. 02-02-1720
---
Willem Willemsz van Tol verkoopt aan Sijmon Pietersz van Heijningen een huis en erf in de Ridderbuurt, groot 50 roeden, strekkende uit de noordwetering tot aan de weduwe van Huijgh Dirksz de Heer, belend ten westen voornoemde weduwe en ten oosten Cornelis van Oosten c.s. Koopsom 150 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 38, d.d. 04-05-1722
---
Evert Jacobsz Ram, Maarten Jacobsz Ram, Jan Dirksz Boot, gehuwd met Geertje Jacobs Ram en Sijmon Pietersz van Heijningen, gehuwd met Pleuntje Jacobs Ram, kinderen en erfgenamen van Jacob Jacobsz Ram en Aaltje Maartens, verkopen aan Sijmon Dirksz Reijnsburger een huis, erf, berg en zomerhuis met 1 morgen land daaraan gelegen in de Ridderbuurt in de Grote polder, strekkende uit de noordwetering tot de koper, belend ten oosten Cornelis Sijmonsz Schenkevelt en ten westen Jacob Klaasz Weselenburgh. Koopsom 525 gulden 4 stuivers.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 94, d.d. 05-05-1723
---
Maarten Jacobsz Ram en Sijmon Pieters van Heijningen, gehuwd met Pleuntje Jacobs Ram, kinderen en erfgenamen van Jacob Jacobsz Ram en Aaltje Maartens, verkopen aan Evert Jacobsz Ram en Jan Dirksz Boot de helft van 2 morgen veenland of water in de Grote polder, belend ten oosten zijzelf, ten zuiden Dirk Sijmonsz Coleijn, ten westen Jan Dirksz Boot en ten nooden Sijmon Klaasz Reijnsburger; nog de helft van 283 1/2 roeden veenland of water, liggend als voren, strekkende van Evert Jacobsz Ram tot de weduwe van Hendrik Dirksz Polen, belend ten oosten Jan Dirksz Boot en ten westen de weduwe van Arij Willemsz van den Bos; nog de helft van 1 morgen veenland of water, liggend als voren, belend ten oosten en westen zijzelf, ten zuiden RoelDirksz en ten noorden de weduwe van Willem Mighielsz; nog de helft van 1 morgen veenland of water, liggend als voren, belend ten oosten Willem Willemsz van Tol, ten zuiden Roel Dirksz, ten westen zijzelf en ten noorden de weduwe van Willem Mighielsz, deandere helften bezaten d
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 14, p. 95, d.d. 05-05-1723
---
Simon Pietersz van Heijningen verkoopt aan Dirk Huijgen de Heer een huis en erf met twee schuurtjes in de Ridderbuurt in de Grote polder, te verongelden voor 50 roeden, strekkende uit de noordwetering tot de koper, belend ten oosten de erfgenamen van president Rosenboom en ten westen de koper. Het bergschuurtje mag tot 24-06-1730 door Jan Dirksz Boot gehuurd blijven, koper ontvangt de huur. Jongste waarbrief d.d. 04-05-1722. Koopsom 80 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 15, p. 83, d.d. 31-03-1730
---
Rentebrief. Simon Pietersz van Heijningen leent van Arij Jansz Verruijt, wonende in de jurisdictie van Aarlanderveen, 250 gulden. Gesteld onderpand: een huis en erf in de Ridderbuurt, strekkende uit de Noordwetering tot aan de droogmakerijen, belend ten oosten Gerrit Klaasz Reijnsburger en ten westen Dirk Jansz en Willem Dirksz Lelijvelt. Geroijeerd 10-01-1749.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 18, p. 261, d.d. 26-05-1741
---
Simon Pietersz van Heijningen verkoopt aan Jacob Verruijt en Neeltje Tonis van der Brugge, weduwe van Arij Verruijt, een huis en erf, schuur en zomerhuis in de Ridderbuurt, strekkende uit de Noordwetering tot aan de droogmakerij, belend ten westen Crijn van Leeuwen en ten oosten Hendrik Mulder. Laatste waarbrief d.d. 02-05-1719. Koopsom 340 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 19, p. 12, d.d. 10-01-1743
|