| Aantekeningen |
- mr. Matheus Evertsz van Heyningen, 1601
Bron: Welgeborenen Rijnland 1500-1665 door drs. R.A. van der Spiegel
---
Mattheus Everts (van Heyningen), huw. Alphen 1559 [Slootweg-1997; aanv. 1998, p 254].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
---
Cornelis Worboutsz is schuldig aan Matheeus Evertsz een losrente van 6 gulden per jaar, hoofdsom 100 gulden. Gesteld onderpand: 3 1/2 morgen land onder Alphen, strekkend van de Toegang tot de hemmen toe, belend ten oosten Jonge Pieter Pietersz te Wensveen, ten westen Jacob Coppier.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 1, p. 4v, d.d. 02-05-1582
---
Jan Heijnricxz, wonend in de Gnephoek, is schuldig Matheus Evertsz een bedrag van 77 gulden. Gesteld onderpand: zijn huis en erf in de Gnephoek tussen de Rijn en de Lage Rijndijk, belend ten oosten Ghijsbert Cornelisz, ten westen Cornelis Dircxsz Vall.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 41, d.d. 26-05-1586
---
Mr. Matheeus Evertsz, waard te Alphen, met procuratie van jonkheer Johan van Oostrum te Delft, laat 2 schuldbrieven bekrachtigen t.b.v. Jan van Renesse. Voor een van de brieven is als onderpand gesteld 8 morgen land te Alphen, strekkend uit de Rijntot aan het dwarsveld toe, belend ten oosten de erfgenamen van Dirck Claesz, en ten westen Claes Willemsz.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 86v, d.d. 13-10-1587
---
Mr. Matheeus Evertsz, Cornelis Sijmonsz Hogeburch en Ghijsbert Pieter Ewoutsz, kerkmeesters van Alphen, met mr. Jan van der Lucht, chirurgijn te Alphen, compareren. De kerkmeesters verkopen Pieter Jorisz, schoenlapper, een erf in Alphen achter de school, strekkende van de Papenstraat tot het privaat van de school of de wilgenboom, belend ten oosten van het schoolsteegje van de Papenstraat af tot het privaat, ten westen de Molenvliet of de sloot van de erven van mr. Jan Duijck te Leiden. Mr. Jan van der Lucht verkoopt Pieter Jorisz een huis staand op hetzelfde erf. Koopsom 25 gulden. Met schuldbrief.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3, p. 113v, d.d. 20-03-1588
---
Dirck Willemsz (van) Leeuwen draagt over op Matheus Evertsz twee bezegelde brieven sprekende op 5 morgen land, liggende bij de Kwakel in Oudshoorn, te weten een rentebrief van 25 gulden per jaar ten laste van Philip Claesz van Leeuwen en eenschuldbrief. Getuigen: schout Willem Aertsz en Cornelis Pietersz van Leeuwen.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 65v, d.d. 10-03-1594
---
Matheus Evertsz is schuldig aan Dirck Willemsz (van) Leeuwen 612 gulden, te betalen in jaarlijkse termijnen. Gesteld onderpand: 5 morgen land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornseweg tot aan de Duikerwetering belend ten oosten Willem Claesz en ten westen Arien Dircksz Stooff voor en Jan Meessen achter.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 66, d.d. 10-03-1594
---
Matheus Evertsz draagt over op Jan Lijcklaesz in de Lagewaard drie bezegelde brieven sprekende op 5 morgen land, belast met 25 gulden per jaar.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 66v, d.d. 10-03-1594
---
Jan Lijclaesz van Koudekerk ontvangt van Matheus Evertsz bovengenoemde 5 morgen land en neemt tot zijn last een rentebrief van 25 gulden per jaar toekomende Philip Claesz van Leeuwen en een schuldbrief van 612 gulden toekomende Dirck Willemsz van Leeuwen.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 67, d.d. 10-03-1594
---
Beatris Jacopsdr, weduwe van Leendert Thonisz met Matheus Evertsz, haar voogd en Sijmon Thonisz als oom en voogd van Jacop Lenaertsz, Maritgen en Hillegont Leendertsdr, weeskinderen van Lenaert Thonisz, verkopen aan Claes Willemsz 1½ morgen 1 hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornseweg tot het land van Claes Willemsz, belend ten oosten Sijmon Michielsz en ten westen Claes Willemsz voornoemd. Gesteld onderpand voor schuldbrief: 1½ morgen eigen land onder Oudshoorn, strekkende van de Nieuwe Sloot westwaarts tot de Dwarssloot, belend ten zuiden schout Willem Aertsz en ten noorden Gerrit Willemsz Bouman.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 80, d.d. 09-12-1594
---
Jacob Matheeusz van Heijningen, wonende in Den Haag, Jan Jansz van Heijningen, schout van Oudshoorn, getrouwd met Griete Matheeusdr, kinderen van "den ouden bedde", deels erfgenamen van Matheeus Evertsz van Heijningen, zijn uitgekocht door MaritgenStevensdr, weduwe van Matheeus voorn., van alle goederen van Matheeus Evertsz.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 3a, p. 84v, d.d. 03-09-1602
---
Steven Matheeusz van Heijningen heeft na de dood van zijn ouders Matheeusz Evertsz van Heijningen en Marrijtgen Stevensdr, in 1605, van zijn broers en zusters in het geheel overgenomen een huis en erf met oliemolen, schuur en verder timmerwerk in het Noordeinde van Alphen, strekkende van de Rijn tot de Heereweg, tegen betaling van 4.200 gulden. Bij de grote brand van 19-05-1619 is zijn bezit totaal vernield. Hij is van de koopsom nog 415 gulden schuldig aan zijn broer Jacob en verzoektuitstel van betaling, hetgeen hem wordt toegestaan. Als onderpand stelt hij het voorn. erf met huis, belend ten zuiden Philips van Leeuwen en Maritgen Sijmonsdr, weduwe van Cornelis Cornelisz Jonge Coster, ten noorden de steeg van de kinderen van mr. Jacob van Leeuwen en de weduwe van Bouwen Adriaensz, snijder. In navolgende eensluidende akten RA Alphen, toegangsnummer 112.1.02, inv.nr. 6 folio 44 en 45v is hij schuldig aan zijn zusters Neeltgen en Annitgen respectievelijk 404 en 509 gulden.
Bron: Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 6, p. 43, d.d. 04-05-1620
---
ZOO staat het op de grafzerken in de kerk te Rijnsaterwoude en op de Schouten zegels.
Mattheus Everts (was hij een van Heijningen of was zijne moeder uit dit geslacht ?) was schoolmeester te Alfen toen hij door de >Con. majt.< benoemd werd tot notaris aldaar, waarvoor hij 26 Jan. 1579 den eed aflegde voor het Hof van Holland. Hij had eene olieslagerij. Hij komt ook voor 20 Mrt 1588 als kerkmeester aldaar, genoemd Mr. Mattheus Everts. Zijn prothocol is nog niet gevonden, maar een zijner notarieele acten dd. 7 Juni 1600 is opgenomen in het leenregister van Poelgeest fo. 159 en daarin noemt hij zich Matheus Evertsz. van Heyningen.
Van zijne kinderen komen voor: Evert v. H., die 12 Mei 1611 het deel van zijn broeder Steven in den oliemolen in het Noordeinde van Alfen kocht, en gehuwd was met de dochter van Gerrit Gijsbertsz. (Proth. van Alfen). Steven woonde aan den Heerenwegin het noordeinde van Alfen naast Philip Claesz. van Leeuwen. Zijne vrouw Hoesgen was dochter van Cornelis Meesz. (Bartholomeusz.) van Heyningen. Voorts waren er nog meer zonen, o.a. Jan van Heyningen (Nav. t.a.pl. zegt dat hij Schout te Alfen was; waaruit blijkt dit?) en ook dochters. Behalve Cornelis Meesz. was er ook een Cornelis Aertsz. van Heyningen, die 7 Dec. 1584 land in Alfen kocht van: Claes en Pieter Jansz. van Leeuwen, Jeroen Willesen, Saers Symons man van Grietie Jans en Alyt Jans met Claes Jansz. haar broeder, allen erfgenamen van Jan Willemsz. van Leeuwen (Proth. Alfen).
Bron: De Navorscher, jaargang 68, 1919, p. 210
|