| Aantekeningen |
- NH dopen Leiderdorp:
20-07-1625 Heijndrick; o. Cornelis Heijndricksz en Lijsbeth Jacobs; g. Simon Simonsz, Simon Heijndricksz en Ariaentge Jacobs
21-03-1627 Jan; o. Cornelis Heijndricksz en Lijsbeth Jans; g. Arent Jansz, Cornelis Jansz en Machtelt Arents
07-05-1628 Simon; o. Corn. Heijndricx en Lijsbet Jans; g. Corn. Jacobsz, Willem Corn. en Aeltge Jansdr
13-07-1631 Mouring; o. Cornelis Heijndricx en Lijsbeth Jans
---
"Adriaentgen Jacobsdr weduwe en voor alswel boedelhouster van za. Henric Simonsz wonende aen den hogenrijndijc in Soeterwoude geadsisteert bij Corn. Henrixsz wonende in Leijderdorp haer soon en gecoren voocht in desen. Ende bekende zij voorn. Adriaentgen Jacobsdr voor d'een helfte, gelijc mede en voorn. Henric Simonsz in zijn privé naem van wegen hem zelven en voorts ooc van wegen sijne broeders en suster (...) wel en deuchdel. schuldich te wesen aen Lijsbeth Adriaensdr wedue van za. Reijer Dirxsz de Haes lakencoopster int Cromhout tot Leijden de somme van hondert vijfenvijftich gul. tien stuvers tot xl groten t stuc"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 299, aktenr. 34, d.d. 13-03-1630 (scan 81)
---
"verschenen zijn Adriaentgen Jacobsdr wede. van za. Henric Simonsz wonende (zij compten) aen den hogenrijndijc in Soeterwou de voornt. geadsisteert bij mij schout voornt. als haer gecoren voocht in desen ter eenre, ende Simon Henricxsz wonende tot Rijswijc, Corn. Henricxsz wonende aen den lagenrijndijc in Leijderdorp, Gerrit Henricxsz mede wonende tot Rijswijc ende Neeltgen Henricxdr jonge dochter wonende bij de voorn. Adriaentgen haar moeder alle meerderjarige kinderen en sich funderende erfgenamen van de voorn. Henric Simonsz, in desen mede vervangende Jan Henricxsz heur broeder wonende mede in Leijderdorp ende hen voor den zelven sterckmakende, ter andre zijden, verclarende ende bekennende zij compten. aen beijde sijden (de voorn. Neeltgen geadsisteert bij mij schout voornt. als haer gecoren voocht in desen) met den anderen al wel en volcomentlic verdragen en overeen gecomen te zijn, nopende voldoeninge van t'recht van successie off erffenisse twelc zij voorgemelde kinderen, eenichsins op den boed
ELO, Weeskamer Zoeterwoude (toegangsnr. 0500E), inv.nr. 30, fol. 78, d.d. 16-03-1630
---
Mattgen Adriaensdr, weduwe van Jan van Schagen, haar eerste man, een dochter van Bettgen Huijgen, die een zus was van Arent Huijgensz en dus voor een negende deel eigenaar van 5,5 morgen land te Bodegraven, waar eertijds een huis op heeft gestaan, dat bewoond is geweest door Jan Boom. Heeft de comparante, geassisteerd door de notaris als gekozen voogd, mitsgaders Arent Jansz van Schagen en Cornelis Henricxsz van Heijningen, haar zoon en schoonzoon, gemachtigt Jan Henricxsz om in haar naam voor het gerecht van Bodegraven over te dragen aan Arent Jansz Paau, biersteker te Valkenburg, voornoemde negende deel.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 192, aktenr. 60, d.d. 05-03-1632 (scan 185)
---
"Simon Henricxsz van Heijningen wonende te Rijswijck mij notario bekent, ende heeft heeft .. hem selven geconstitueert als borge ende mede principaell schuldenaer van Gerrit Henricxsz van Heijningen zijn broeder wonende tot Leijderdorp remunchierende ten dien eijnden de benefisien ordinis seu excussionis des
volcomentl. onderrecht zijnde ende sal ter behouve van de naergelaeten weeskinderen van sa. Cornelis Henricxsz van Heijningen ende Elisabeth Jansdr van Schaegh gewesene echteluijden beijde sa.ge. zijn comparants broeder ende schoonsuster respective"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 498, aktenr. 155, d.d. 09-04-1636 (scan 365)
|