| Aantekeningen |
- NB. Ik ben er niet zeker van dat het dezelfde Dingman Jacobsz betreft in de eerste twee aktes. Dingman Jacobsz wordt online vaak gekoppeld aan Jacob Willemsz Jacobsz, op de Vuijlendam, en Merrichie Jordaensdr (zie Brandwijk, Gijbeland en Molenaarsgraaf 17e eeuw door H. de Bruijn; in dit document wordt de koppeling niet gemaakt). Ik zie daar geen bewijzen voor.
---
Willige Langerak
4D. 3 morgen min ½ hont (1616: aan de tiendweg), strekkend van de Lek tot de achterwetering, boven: Adriaan Jacobsz., beneden: Jacob Bastiaansz.
19-7-1616: Dingman Jacobsz. na de dood van zijn vader bij overdracht door Dirk Antonsz., gehuwd met Lijsken Jans, A fol. 30v-31.
16-12-1616: Dionis Christiaansz. bij overdracht door Dingman Jacobsz., A fol. 31v.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Langerak te Willige Langerak, ca. 1440-1791 door J.C. Kort
[Dingman lijkt het land over te nemen van Jacob Christiaansz.]
---
Arijaentge Bastiaens, weduwe van Cornelis Jacobsz Groenevelt, geassisteerd door [leeg], haar gecoren voogd, is schuldig aan Dingman Jacobse Groenevelt, wonende te Willige Langerak, 75 gulden geleend geld met 5,5% rente. Als onderpand geldt haar huis en erf op de Varkensmarkt.
Bron: SAMH, ORA Schoonhoven (toegangsnr. 1058), inv.nr. 165, d.d. 14-10-1637 (FS scan 161)
---
Huijbert Jacobsz Hoogendoorn, onze ingelanden buurman, is schuldig aan Dingman Jacobsz 1.200 gulden geleend geld tegen 5,5% rente. Afgelost op 30-03-1642.
Bron: RHC RL, ORA Willige Langerak (beh.nr. L152), inv.nr. 2307, d.d. 18-04-1638 (FS scan 146)
---
Willemtgen Maertens van der Poll, weduwe van Jacob Cornelisz Hollaer, wonende aan de Meern onder Vleutenm, ziek op een stoel zittende, met vertoon van een bezegelde octrooibrief van notaris Jacob van Steenre, grifier bij het Hof van Utrecht, herroept haar oude testamenten en stelt een nieuwe op. Cornelis Jacobsz Hollander, haar oudste zoon, houdt 4 morgen leenroerig land gelegen te Reijerscop, waarbij door hem 1.700 gulden in de gemene boedel moet worden ingebracht. Ze benoemt tot erfgenamen voornoemde Cornelis Jacobsz, Marten Jacobsz Hollander, Gerrit Jacobsz Hollander, Jannichgen Jacobs, huisvrouw van Digman Jacobsz, Trijntgen Jacobs, weduwe van Cornelis Dircxsz en Antonia Jacobs, huisvrouw van Willem Claesz, haar zes kinderen. De comparante staat borg voor 1.600 gulden die Cornelis Jacobsz schuldig is aan Willem Jonathas van Duijssel, secretaris van Lekdijk benedendams.
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 231, aktenr. 16, d.d. 30-06-1640
---
Cornelis Jacobsz Hollander, Gerrit Jacobsz Hollander en Willem Claesz Velthuisen, man en voogd van Antonia Jacobs Hollander, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Digman Jacobsz, wonende in de "Dortschen Weert" en Jannichgen Jacobs Hollander, echtelieden, hun zwager en zus, samen met Marten Jacobsz Hollander en Dirck Henrixsz, getrouwd met Trijntgen Jacobs Hollander, kinderen van Willemtgen Martens van der Poll en daardoor voor een vierde deel rechthebbenden van de goederen die Aert de With, hun neef, in Weerd overleden, heeft nagelaten, machtigen Marten Jacobsz Hollander en Dirck Henrixsz om tot een boedelscheiding te komen en de goederen te verkopen.
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 220, aktenr. 43, d.d. 01-03-1649
---
Jannichgen Jacops, weduwe van Dingeman Jacopsz, met haar gecoren voogd Pieter Jacopsz, wonende te Brandwijk, aan de ene, en Bastiaen Cornelisz Groenevelt als neef en voogd van de vijf mondige en onmondige kinderen, verwekt bij voornoemde Dingeman Jacopsz, aan de andere zijde. Boedelscheiding ten overstaan van de schout en heemraden te Brandwijk en Gijbeland. De kinderen zijn Jaepgen Dingemans, getrouwd met Willim Jansz, schoolmeester te Brandwijk, Ariaentgen Dingemans, Kor Dingemansz, Merrichgen Dingemans en Cornelis Dingemansz. Voornoemde Pieter Jacopsz maakt zich sterk voor de twee dochters, Ariaentgen en Merrichgen Dingemans. Elk van de kinderen krijgt 1 morgen land, gelegen in het westeinde van Brandwijk, in een hofstede van 11 morgen groot samen met een huis en berg, belend ten oosten de weduwe en kinderen van Jan Gerritsz en ten westen Adrijaen Jansz c.s. Uitzondering is Kors Dingemansz, die 2 morgen land krijgt, waarvan 1 morgen leenland is van Kasteel Liesveld, met een zwarte merrie met een ve
Bron: RA Dordrecht, WK Brandwijk (toegangsnr. 902), inv.nr. 1, d.d. 09-09-1655 (FS scan 27)
---
Brandwijk
5. 3½ (1560: 1) morgen land (1628: in een hofstad van 11 morgen) in het dorp Brandtwijck, belend ten oosten: (1528: het klooster van de Donck, 1628: Coen Cornelisz. en Cornelis Ariensz. Haen), ten westen: Jacob Jordaensz., (1558: de erfgenamen van Jacob Jordaensz., 1628: het convent van der Donck), (1528: strekkende van de Brandwijcse weg tot aan de kade, 1628: de Overwaertse kade).
8-10-1642: Dingman Jacobsz. te Brandtwijck na overdracht door Cornelis van Someren, medicijn van Dordrecht, en Jan Pietersz. Vekemans, notaris aldaar (7976, fol. 30).
Bron: De leenkamer van de hofstad te Liesveld te Groot-Ammers, circa 1341-1650 door C. Hoek
|