| Aantekeningen |
- In 1599 woont in Benthuizen een Willem Willemss Keyser en aan Den Hogenboom in Benthuizen een Willem Janss Keyser. Beiden zijn ze in het bezit van een verrejager, een lange stok met een ijzeren punt waarmee stieren in bedwang gehouden kondenworden.
Bron: 1599 Weerbare mannen Benthuizen, Benthorn en Hoogeveen
---
NH dopen Benthuizen:
10-11-1624 Pieter; o. Dirck Willemsz Keijser en Ermtgen Lenertsd; g. Hubert Willemsz Keijser en Trijntgen Philipsd
---
Dirck Willemsz Keijser
Ermpgen Lenaertsdr., zijn huisvrouw
kinderen: Ysbrant, Willem, Lenaert, Maritgen en Aechgen
Trijntgen Phlsdr., van Segwaert, haer dienstmaecht
Benthuizen f.697v
Bron: Kohier Hoofdgeld over Rijnland (1622) samengesteld door J. Heemskerk
---
Dirck Willemsz Keijser ij hont
Bron: Morgenboek Benthuizen 1620
---
138.
Wy, Geraerdt Wijten, bailliu ende schout, Bartholomees Prss. de Heij ende Corn. Janss Mous, schepenen van den ambachte ende heerlicht. van Benthuyssen, oirconden, dat voor ons gecomen ende verscheenen zijn:
IJsbrant Janss, Wm. Dircxss Keijser, Leendert Dircxss Keyser, Corn. Gilliss den Haen, getrouwt hebbend Maertgen Dircxdr Keyser, ende Pr. Dircxss Keijser, alle wonend alhyer tot Benthuijssen, kindren ende sulcxs erffgenaemen, elcxs voor een vijfde pt.van Ermtgen Leendertsdr., die eerst weduw was van Jan IJsbrantss, ende laetst van Dirck Willemss Keijser, gewoont hebbende ende overleden zijnde alhijer tot Benthuijsen, verclaerende ende te kennen geevende, hoe dat sij comparanten voornt. met malcandren in aller minne ende vruntschap hadden geschift, gescheyden ende gedeelt, gel. sy alsnoch schiften, scheijden ende deelden mits desen, alle de onroerende goedren, sulcxs ende jn der vougen dezelve bij de voors. Ermtgen Leendertsdr. metter doot ontruijmt ende naergelaeten sijn, ende dat in vougen ende manieren hyernaervolgende, naementl. ende voor eerst, dat de voors. IJsbrant Janss in eijgendomme zal hebben ende wert hem dienvolgende by desen aenbedeelt een gerechte vijerde paert vaneen stuck weylants, groo
141.
Wij, Geraerd Wijten, bailliu ende schout, Bartholomees Prss. de Hey ende Corn. Janss Mous, schepenen van den ambachte ende heerlicheijt van Benthuijsen, oirconden, dat voor ons gecomen ende verscheenen is:
IJsbrant Janss, wonend alhyer tot Benthuijssen, verclaerende uijtterhant vercocht te hebben ende opdrouch dienvolgende bij desen aen ende ten behouve van:
Wm. Dircxss Keijser, onsen jnwonende buijrman, ofte sijns actie vercrijgende, een gerechte vyerde paert van seventhien honden lants, wesende van zuijtwaerts an het tweedegedeelte, gelegen alhijer tot Benthuijssen jnt ije bon, hem comparant by scheijdinge aenbedeelt uijt den boedel van zijn za. moeder, Ermtgen Leendertsdr., belent zynde ten zuyden Cornelis Gilliss den Haen, ten westen Corn. Prss. Verkade, ten noorden Pr. Dircxss Keijser, ende ten oosten hij Wm. Dircxss Keijser selffs, ende dat vrij zonder eenige lasten doch als buijrlanden, wijders met zodanige conditien, servituijten, vrijdommen ende waaringe als begreepen staen jn de respective oude waerb., mitsgrs. de scheijdinge daervan zijnde, die hij comparant tot dyen eynden aenden cooper transporteerde ende overgaeff bij desen, ende dat met alle het recht toe ende aenseggen vandijen, beloovende hy comparant voornt. t voors. vercochte lant te vrijen ende waeren van alle commer ende beswaeringe die daerop geduirende den tijt sijns eijgendoms soud
143.
Wij, Geraerd Wijtens, bailliu ende schout, Jacob Joriss van der Beer ende Bartholomees Prss. de Heij, schepenen in den ambachte ende heerlicheijt van Benthuijsen, oirconden, dat op huijden voor ons gecomen ende gecompareert syn geweest:
Isbrant Janss, Willem Dircxss Keyser, Leendert Dircxss Keyser, Pr. Dircxss Keyser, ende Corn. Gilliss de Haen, getrouwt hebbend Maertge Dircxdr Keijser, alle kindren ende erffgen., elcxs voor een vyfde pt. van Ermpgen Leendertsdr., lest wedue was van Dirck Willemss Keijser, in haer leven gewoont hebbende ende overleden zijnde tot Benthuijsen, dewelcke verclaerden voor haer, haren erven ende nacomel., hoe dat d voors. Ermtge Leendertsdr. in haer leven hadde vercocht ende dat zij comparanten dienvolgende by desen transporteerden ende opdroegen mits desen aen ende ten behoue van:
Pieter Gilliss Cort, onsen inwoonende buijrman, ofte sijn wederactie gecrijgende, een perthijtgen flodderlants, gelegen in de oude Polder int ije bon in desen ambachte, te verongelden volgende t’ mergenbouck voor ij mergen iiij hont met een turffschuijr daerop staende, belent ten oosten Dirck ende Willem Janss Mous, ten zuijden de voors. Dirck en Willem Janss Mous met Willem Theuniss van der Willic, ten westen de voors. Willem Theuniss ende den cooper selffs, ende ten noorden de Moolevaert, vrij wesende als buijrlant, tot welcken eijnde zij comparanten mede aen den cooper transporteerden ende overgaeffen de oude opdracht- ende waerbrieven, die haer comparantes vader za. in zijn leven daervan heeft ontfangen, ende omme daermede gewonnen ende verlooren te werden als recht is. Ende nopende de lasten die t’ zedert date van de jongste waringe opt vercofte lant soude mogen zijn gestelt daervooren verbint zij comparanten haer persoon ende goederen, roerende ende onroerende, presente endetoecomende, subje
144.
Oirconden, dat op huijden voor ons gecomen ende gecompareert is geweest:
Pieter Gilliss Cort, onsen inwoonende buijrman, dewelcke (uijt coope van een perthijtge flodderlants, gelegen in de oude Polder int ije bon in desen ambachte, te verongelden volgende t’ mergenbouck voor ij mergen iiij hont met een schuijr daerop staende, belent ten oosten Dirck ende Willem Janss Mous, ten suijden de voors. Dirck en Willem Janss Mous met Willem Theuniss van der Willic, ten westen de voors. Willem Theuniss ende hij comparant selffs, ende ten noorden de Moolevaert, voor hem, zijnen erven ende nacomel. wel ende deuchdel. bekende schuld. te wesen aen ende ten behoue van:
de kindren ende erffgen. van Ermpgen Leendertsdr., lest wedue van Dirck Willemss Keijser, onse inwoonende buijrluijden, ofte den houder van desen, de somme van vijffhondert carol. guldens, ten xL grooten het stuck, die hij comparant wel ende getrouwel. gelooft te betalen met hondert ende vijftich gl. gereet, als St. Jacobj 1651 hondert ende St. Jacob 1652 vijftich guldens verscheenen sijnde, doch St. Lambert dach daeraenvolgende ten langsten wel betaelt ende voorts met termijnen van vijftichguld. t’ sjaers, waervan den eersten termijn verscheenen ende ommegecomen is geweest Jacobij dach in den jare xvjC drijeenvijftich, geduijrende zoo voorts van jare te jare ter voller ende effectueeler betalingem doch telckens mede St. Lambert daeraenvolgende wel betaelt ijder termijn precijs ende zonder langer dilaij, mitsgaders geheel vrij ende zonder eenigerhande cortinge te mogen doen, t zij van de Xe, XXe, XXXe , XLe, Le meerder ofte minder penn., beden, subventijen, nijet jegenstaende eenige placcaten ofte r
Bron: 1652-1657 Transporten Benthuizen (RA Benthuizen inv. 21)
|