| Aantekeningen |
- In 1634 samen met Matgen Claes getuige bij de doop van zijn kleinzoon Claes in Overschie, zoon van Joris Claesse en Immetgen Beunen
---
Jacob Siersz, oud 50 jaar, ambachtsbewaarder van Schieveen en Jan Claesz, croosheemraedt van Schieveen, 54 jaar, verklaren op verzoek van Abraham Gerritsz, timmerman wonende bij de Swedtheul onder Overschie, dat na het overlijden van de molentimmerman Crijn Aryensz er door de geburen van Schieveen een nieuwe molentimmerman gekozen moest worden.
Als medeburen in de polder en als molentimmerlieden worden nog genoemd: Harmen Michielsz, Symon Cornelisz, Harmen Cornelisz Coeckoeck, Aryen Jansz, Jan Jacobsz, Claes Cornelisz, molenaar, Arent Pietersz, Claes Jorisz, molenaar, Pieter Cornelisz Beun, Vechter Euften, Jan Jansz alias Jonge Jan en Aryen Louwen, molentimmerman.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 91, aktenr. 318, d.d. 28-03-1623
---
Ons Voorgeslacht 1970 blz. 54:
Pieter Ariensz, brugwachter, als man en voogd van Maritie Lenerts, Claes Jorisz man en voogd van Aeltjen Lenerts, Pieter Ariensz Vogelaer vervangende Dirck Lenertsz Vogelaer getrouwd hebende Annitie Lenerts, alle voorkinderen, mits Adriaen Hubrechtsz met Lenert Hubrechtsz voor henzelve, Pieter Arentsz Vogelaer als man van Jannitje Hubrechts alle mede te Overschie en Joris Jacobsz Bleycker tot Schiedam getrouwd hebbend Lijsbeth Hubrechts wezende nakinderen dus erfgenamen van Jacobie Pieters lest weduwe van Hubrecht Ariensz Post beide zaliger, transporteren Maerten Cornelisz Metselaer een huis in het dorp Overschie. Akte voor sch. en schepenen 10 aug. 1616 [Transp. reg. Overschie).
|