| Aantekeningen |
- Verzoekschrift van ambachtsbewaarders en achtemannen aan Johan van Oldenbarnevelt om het schoutambt aan Pouwel Arentsz te verpachten en hen te machtigen om na het overlijden van Arentsz het schoutambt aan iemand anders te mogen verpachten
Bron: SA Archief, Ambachtsarchief Berkel en Rodenrijs (toegangsnr. 1306), inv.nr. 59, d.d. 29-04-1604
---
"Tussen 1542 en 1570 waren de vier schouten grote landbezitters met meer dan twintig morgen land in het ambacht. Drie van hen vervulen in Berkel een of meerdere ambachtsfuncties voordat ze schout werden. Pouwels Aertsz. Conijnenburg, die zesendertigjaar lang in Berkel de functie van schout pachtte (1575-1611), had in 1561 veertien morgen landbezit binnen het ambacht. In het kervenboek uit 1604 staat hij genoteerd voor zes morgen land. Uit het kohier van het monnikengeld uit 1590 blijkt dat deze zes morgen zijn eigendom was."
Bron: Landlieden en hoogheemraden: De bestuurlijke ontwikkeling van het waterbeheer en de participatiecultuur in Delfland in de zestiende eeuw door Carla de Wilt
|