| Aantekeningen |
- Joost IJsbrantsz, ende Catarina Jansdr sijn huijsvrouwe, met Henrick, Jan, Martijn, Annetgen, Dieuwertgen, ende Josijntgen, heure kinderen – 8 hoofden
Bron: Aarlanderveen - Hoofdgeld 1623
---
NH dopen Alphen:
23-11-1622 Josijntien; o. Joost Isbrandtsz
09-06-1624 Annetgen; o. Joost Isbrandtsz
NH ondertrouw Leiden 20-06-1653 Jacob Joostensz Baeckenes geb. te Alphen en Trijntgen Tomasdr geb. te Bergen op Zoom
NH trouwen Ter Aar 18-01-1659 Jan Joosten Baeckenes geb. te Alphen en Maertje Leenderts geb. te Langeraar.
Doopgetuige bij het dopen van verschillende kinderen van Jacob Joosten Bakenes: Cathrijne (14-04-1653, Leiden) en Isbrant (13-01-1656, Alphen)
---
27-9-1615: Thomas Egbertsz pannebakker ca. 24 jaar oud en Joost IJsbrantsz pannebakker ca. 28 jaar oud, beide wonende te Alphen, verklaren op verzoek van IJsbrant Joostensz pannebakker mede wonende te Alphen dat ze bekend zijn met de os die op verzoek van Jan Cornelisz Victorij in beslag is genomen en dat de os toebehoord aan Dirck Oom Claesz en niet aan Gerrit Oom Claesz. Dirck heeft de os gekocht van Harman Jansz van Camerick.
Bron: ELO, ona Leiden 177, aktenr. 200 (pagina 327).
2-1-1621: Joost IJsbrantsz pannenbakker te Alphen ca. 32 jaar oud verklaarde op verzoek van Reijnoult van Oij dat hij in de jaren 1619, 1620 en 1621 ca. 600 "lastensoe" pan- en estrikaarde heeft gekocht, om pannen en estrikken van te bakken, van de kinderen en erfgenamen van oude Jan Sijmontsz mede wonende te Alphen.
Bron: ELO, ona Leiden 207, aktenr. 2 (pagina 48).
20-2-1629: Hillegont Jansdr, weduwe van Dirck Dircksz Hals met haar voogd Joost Isbrants, is schuldig aan Jan Cornelisz Veraer, scheepmaker, een jaarlijkse losrente van 8 gulden, hoofdsom 150 gulden. Gesteld onderpand: 5 hond land met een hennipakkertje daarin gelegen, strekkende van het land van Cornelis Dircksz tot het land van de kinderen van Sijmon Sijmonsz, belend ten westen Cornelis Dircksz en ten oosten Cornelis Gerritsz den Ruijgen.
Bron: GAAR, ora Oudshoorn 2B, fol. 30.
21-3-1642: Hillegont Jansdr, weduwe van Dirck Dircksz met Joost Isbrants Bakenes als voogd, Jan Dircksz en Pieter Dircksz als oom en voogd van de vijf onmondige weeskinderen van Dirck Dircksz en Hillegont Jansdr, verkopen aan Cornelis Dircks de Heer 5 hond land onder Oudshoorn, belend ten westen en zuiden Cornelis Dircksz, ten noorden Michiel Sijmonsz en ten oosten Claes Claesz. Koopsom 525 gulden.
Bron: GAAR, ora Oudshoorn 4, fol. 103v.
24-1-1645: Heijndrick Joostensz Bakenes is schuldig aan Willem Sijmonsz van der Burch 900 gulden wegens koop van een pontje met mast, etc. Borg zijn vader Joost Isbrantsz Bakenes.
Bron: GAAR, ora Oudshoorn 4, fol. 143.
24-10-1648: Joost Isbrantsz Baeckenes, pannenbakker te Alphen, als principaal en Jacob Joosten en Anneken Joosten Baeckenes, beiden meerderjarige kinderen van voornoemde Joost Isbrantsz Baeckenes, als borgen en mede schuldenaren, heeft van de heer Benjamin van Halewijn, heer van Zuidwijk enz., gekocht pannenbakkersaarde om pannen van te bakken, wat hij voor 1-11-1650 zal ophalen uit 1 morgen heelland in een partij van ca. 2,5 morgen, nu in gebruik door Willem Jan Ouwejannen. Hij betaalt hiervoor 1.200 gulden.
Bron: ELO, ona Leiden 688, aktenr. 15 (pagina 32/256).
12-7-1649: Joost Isbrantsz Bakenes pannenbakker ca. 63 jaar oud, wonende aan de lage zijde onder Aarlanderveen in de parochie van Alphen, heeft verklaard op het verzoek van Jacob Gerbertsz de Jager zuivelkoper mede wonende te Aarlanderveen dat hij met de requirant en andere lieden op 06-05-1648 is geweest ten huize van Cornelis Steffensz van Steeckelenburch waard in de "Paus" aan de lage zijde. Toen de requirant al "hooch aen den dranck was" kwam Adriaen Maertensz Vercade naast de requirant zitten. De requirant maande Vercade om te betalen voor geleverde boter. Joost verklaart over wat er onderling is gezegd en afgesproken.
Bron: ELO, ona Leiden 403, aktenr. 187 (pagina 290).
6-4-1650: Joost Isbrantsz Baeckenes pannenbakker wonende te Alphen verklaarde zich te constitueren als borg en principaal schuldenaar voor Sijmon Cornelisz van Swieten wonende te Oudshoorn zijn zwager voor een bedrag van 352 gulden, schuldig aan Isaack Croeser koopman te Leiden wegens geleverde winkelwaren.
Bron: ELO, ona Leiden 825, aktenr. 48 (pagina 63).
23-6-1654: Jan Gijsbertsz Camerick, voor zichzelf, Dirck van Wijck, tegenwoordig schepen en vroedschap van Woerden, en Willem Claesz Ploij, oud-hoogheemraad van het Grote Waterschap van Woerden, voogden van de weeskinderen van Dirck Jacobsz de Horn en Cornelia Meijnevelt, beiden overleden, machtigen Gerrard van Gorcum, secretaris van Rietveld en procureur te Woerden, om geld te vorderen van Joost IJsbrantsz van Baeckenes, wonende te Aarlanderveen.
Bron: RHCRL, ona Woerden 8510, aktenr. 189.
5-9-1654: Jan Gijsbertsz Camerick, voor zichzelf, Dirck van Wijck, schepen en vroedschap van Woerden, en Willem Claesz Ploij, oud-hoogheemraad van het Grote Waterschap van Woerden, voogden van de weeskinderen van Dirck Jacobsz de Horn, machtigen Willem van Ravesteijn, procureur bij het Hof van Holland, om uit hun naam en die van Joost IJsbrantsz Bakenes en Cornelis Pietersz van der Sluijs te ageren en recht te spreken tegen Arien Lenertsz de Jongh of Leendert Leendertsz de Jongh, wonende te Rotterdam, diens broer.
Bron: RHCRL, ona Woerden 8536, aktenr. 124.
21-10-1664: Gijsbert Huijbertsz de Wit en Arien Jansz Ploij, beiden oud-hoogheemraden van het Grote Waterschap van Woerden en voogden van de weeskinderen van za. Aechgen Jansdr van Camerick, verwekt bij ds. Tobias Mos, Gijsbert Huijbertsz de Wit zich sterkmakende voor Beatricx Jansdr van Camerick, weduwe van Jasper Hartoch, kleinkinderen en erfgenamen van Jan Gijsbertsz van Camerick, machtigen Dirck van Wijck, kameraar van het Grote Waterschap van Woerden en oud-burgemeester van Woerden, administraterende voogd van de weeskinderen van za. Dirck Jacobsz de Horn, om van Arent Jorisz van der Gaech of IJsaack Claesz van Wormer, diens borg, te ontvangen het geld dat ze nog schuldig zijn vanwege de koop van een huis en erf gelegen in Aarlanderveen, gekomen van Joost IJsbrantsz Baeckenes.
Bron: RHCRL, ona Woerden 8546, aktenr. 83.
|