| Aantekeningen |
- 4. Pietertgen Danielsdr.; tr. tussen 8 dec. 1597 en 23 nov. 1598 Lambrecht Heynricxz. Crommendijck, kleermaker, gerechtsbode van 's Gravenzande en Zandambacht, schepen, burgemeester en Heilige Geestmeester van 's-Gravenzande, op 25 okt. 1640"out ontrent 69 jaren", ovl. tussen 15 juni 1641 en 26 april 1643, zoon van Heynrick N.N. en Maritgen Jacobsdr.
Bron: Het geslacht 's Gravesande te Delft, zijn herkomst en zijn wapen (gevierendeeld, 1 en 4 Vlaanderen, 2 en 3 Holland) door H.K. Nagtegaal
---
f. 86 d.d. 3-6-1596: Comp. Maertge Jansdr. weduwe Pieter Jansz. cuijper alias geseijdt Pier Mijn Kindt met Claes Jansz. haar broeder gekoren voogd in deze, en bekende verkocht te hebben Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker wonende binnen de stad ’s Gravenzande haar huis en erve staande en gelegen binnen de voors. stad op het noordeinde.
f. 86v d.d. 3-6-1596: Comp. Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker onze inwoner en bekende schuldig te wezen Maertge Jansdr. weduwe Pieter Jansz. cuijper alias geseijdt Pier Mijn Kindt de som van 320 gld. uit zaak van koop van een zeker huis en erve staande op het noordeinde van de stad ’s Gravenzande
f. 228v d.d. 26-6-1606: Comp. de eerzame Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker onze inwoner en bekende verkocht te hebben aan Jan Willemsz. lijndraijer mede onze inwoner een zeker huis en erve staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande op het noordeinde.
f. 229 d.d. 26-6-1606: Comp. Jan Willemsz. lijndraijer onze inwoner en bekende schuldig te wezen aan Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker mede onze inwoner de som van 525 gld. uit zaak van koop van en bekende verkocht te hebben aan mede onze inwonereen zeker huis en erve staande en gelegen op het noordeinde binnen de stad ’s Gravenzande.
f. 230v d.d. 4-2-1607: comp. Aem Heijnricxsz. Cramer, Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker wonende binnende stad ’s Gravenzande, Claes Jacobsz. de Jonge en Jan Cornelisz. Duijnmeijer beide wonende in Zandambacht dewelke verklaart hebben als borg voorJan Gielisz. mede tot ’s Gravenzande, volgens haar openbare ‘verlijdinghe’ d.d. 22-6-1606, […], in verband met surseance van betaling en bedragen die zij schuldig zijn aan Cornelis de Bie wonende binnen de stad Delft.
f. 267 d.d. 11-1-1609: Comp. Adriaen Joestenz. wever onze inwoner wonende op het zuideinde en bekende verkocht te hebben aan Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker mede alhier tot ‘s Gravenzande een huis en erve hem comparant aangekomen bij huwelijk van zaliger Neeltge Louwen zijn huisvrouw was, staande en gelegen binnen deze stad op het zuideinde aan de Cortestraat.
f. 267 d.d. 11-1-1609: Comp. Lambrecht Heijnricxsz. cleermaecker onze inwoner en bekende schuldig te wezen aan Adriaen Joestenz. lindewever wonende op het zuideinde aan de Cortestraat de som van 550 gld. uit zaak van koop van een zeker huis en ervestaande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande op het zuideinde aan de Cortestraat.
Bron: Protocol van transporten en schuldbrieven van 's Gravenzande 1587 - 1618 door Teun van der Vorm
---
f. 257v d.d. 14-5-1613: Comp. Willem Andries Boegaert, Jacob Doesen Lucq elk voor hem zelf en uit naam van haar huisvrouwen, Lambrecht Heijnricxsz. en Cornelis Adriaensz. van der Burch alle tot ’s Gravenzande geassisteerd met Jan Willemsz. Popel inZandambacht te samen als geordonneerde voogden bij het gerecht van de stad ’s Gravenzande over de nagelaten weeskinderen van zaliger Claes Willemsz. van der Burch in de echt geprocreerd bij Maertge Pieters Oversloetsdr. eertijds mede tot ’s Gravenzande en te samen als erfgenamen in de boedel en goederen van zaliger Willem Claesz. van der Burch in zijn leven mede aldaar, en bekenden te samen elk voor zijn portie verkocht te hebben aan Crijn Pietersz. de nombre van 8 morgen 87 roeden eigen land gelegen in het Nieuweland buiten ’s Gravenzande binnen Zandambacht tussen de woning van Dirick Cornelisz. Tuijt en ‘topecel’?, tegen de woning van Louweris Willemsz. of Willem Woutersz. weg. Mitsgaders met de gerechtigheid dat hetzelve binnenland competeert
f. 310v d.d. 14-6-1616: Comp. Willem Andriesz. Boegaert, Jacob Doesen Lucq te samen als bloedvoogden uit naam elk van hun huisvrouw, Lambrecht Heijnricxsz. als gestelde en gekoren voogd bij de heren schout en gerecht van de stad ’s Gravenzande, allemede aldaar, zijnde te samen geassisteerd met Jacob Maertensz. wonende in de Maepolder in het ambacht van Monster als getrouwd hebbende Maertge Pieters Overslootsdr. eerst weduwe was van wijlen Claes Willemsz. van der Burch en overzulks schoon- enstiefvader van dezelve weeskinderen en mede comparerende, en bekenden elk in de voorsz. kwaliteit uit naam en vanwege de voorsz. weeskinderen van wijlen Claes Willemsz. van der Burch in de echt geprocreerd bij de voorn. Maertge Pietersdr. verkochtte hebben aan Cornelis Jorisz. van der Bie onze buurman [penningbrief: wonende in Zandambacht aan de Maasdijk] de nombre van 4 morgen 1 hond eigen patrimonie land gelegen in de polder van het Nieuweland binnen Zandambacht aan twee kampen, de ene groot 3 morgen en de ande
Bron: Protocol van transporten en schuldbrieven van Zandambacht 1603 - 1617 door Teun van der Vorm
---
f. 6 d.d. 20-3-1618: Comp. Willem Andriesz. Boegaert, Jacob Doesen Lucq en Lambrecht Heijnricxsz. bode, alle tot ’s Gravenzande en te samen voogden van de nagelaten weeskinderen van wijlen Claes Willemsz. van der Burch in zijn leven tot ’s Gravenzande, zijnde zij voogden in deze mede geassisteerd met Jacob Maertensz. [aanhef: Rottevall] in de Made tot Monster als getrouwd hebbende Maertge Pietersdr. laatst weduwe van de voorsz. Claes Willemsz. en moeder van dezelve weeskinderen in de echt geprocreerd bij de voorsz. haar eerste man, en bekenden zij comparanten in voorsz. kwaliteit verkocht te hebben aan Heijnrick Meessen onze buurman de nombre van 7 hond vrij eigen patrimonie land gelegen in het bedijkte Nieuweland binnen Zandambacht gemeen met Jacob Franchois in Den Haag als possesseur van een zekere vicarie en dat achter aan de woning genaamd Cornelis Dirickxsz. den Boom [penningbrief: Boems woning], met de gevolgen van de gerechtigheden dat het voorsz. binnenland competeert in deuitergorsen buit
f. 130v d.d. 11-6-1624: Comp. Lambrecht Heijnricxsz. bode van ’s Gravenzande en Zandambacht als oom en bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van zaliger Jan Gielisz. in de Poort in zijn leven binnen ’s Gravenzande en mede als aanvaard hebbende desselfs boedel in plaats van Beatrix Adriaensdr. desselfs weduwe was volgens schriftelijk akkoord d.d. 5-5-1624, en bekende hij comparant verkocht te hebben aan Jacob Engelsz. wonende aan de Maasdijk in Zandambacht de nombre van omtrent 17 hond eigengeestelijk land gekomen van het kapittel op het Hof in Den Haag gelegen in het bedijkte Nieuweland van Zandambacht strekkende van de Maasdijk af tot de Watering toe. Verder zoals hetzelve bij kaveling tussen Claes Jorisz. van Dijck en Cornelis Thobiasz. de voorsz. Jan Gielisz. schoonvader was op dezelve getransporteerd en erfenis aan Jan Gielisz. uit naam van zijn eerdere huisvrouw gekomen is.
f. 131v: Bijbehorende penningbrief bij Jacob Engelsz. wonende aan de Maasdijk in Zandambacht tot behoef van Lambrecht Heijnricxsz. als voogd van zijn broeders weeskinderen en als aanvaard hebbende de boedel in plaats van Beatrix Adriaensdr. desselfs Jan Gielisz. weduwe.
f. 175 d.d. 10-3-1626: Comp. Pieter Gijssen voegelaer weduwnaar van Maertge Jacobsdr. wonende aan de Maasdijk binnen Zandambacht en bekende zekere schifting, scheiding en uitkoop gedaan te hebben jegens de voogden van zijn twee onmondige weeskinderen in die tijd geassisteerd geweest zijnde met twee schepenen in Zandambacht conform de uitkoopcedulle daarvan zijnde en hier geinsereerd. Op de navolgende condities en voorwaarden bekende Pieter Gijssen voegelaer wonende in Zandambacht geassisteerd met Dirick Cornelisz. Tuijt van de Moer mede aldaar en Lambrecht Heijnricxsz. bode tot ’s Gravenzande en Zandambacht ter eenre zekere uitkoop gedaan te hebben jegens Oude en Jonge Cors Jacobszonen zijn zwagers, omen en bestorven bloedvoogden van de twee weeskinderen, geassisteerd geweest zijnde met Joris Pietersz. Houdt en Adriaen Cornelisz. de Goede als schepenen van Zandambacht, het ene weeskind genaamd Lijsbeth Pietersdr. oud omtrent 17 jaar en het andere Maertge Pietersdr. oud omtrent 15 jaar, die hij in de
f. 342 d.d. 17-8-1631: Comp. Jan Anthonisz. smidt weduwnaar van Claertge Cornelisdr. voor de helft, Jan Oziersz. smidt uit naam van zijn huisvrouw Maertge Cornelisdr. voor hem zelf
|