| Aantekeningen |
- NH dopen Oudewater:
05-12-1635 Lijsbet; o. Daem Piettersz
28-02-1638 Geertgen; o. Daem Pietersen van de Ruijgeweij
20-10-1645 Ariaentgen; o. Daem Pietersen
30-05-1647 Marrichjen; o. Daem Pietersz
06-10-1649 Marrichjen; o. Daem Pietersz
05-03-1651 Claes; o. Daem Pietersz
30-04-1653 Andries; o. Daem Pietersz
18-11-1654 Jan; o. Daem Pietersz
---
[Gevonde dese navolgende ledematen. Bij Th. Dol. Roland 1670 den 4 maij]
[In 't west eijnde van Waerder]
98 Jasper Gijse Camrijk. doot
99 Marige Lambers, sijn huijsvrouw. doot
Bron: Waarder - Lidmatenboek
---
6-12-1650: Heer en mr. Johannes Heurnius, raad en rentmeester-generaal van de Domeinen 's lands van Utrecht, machtigt Jan Francken om voor het gerecht van Waarder aan Daem Petersz van der Lee te transporteren een partij land van 4 morgen, laatst gebruikt door Daem Petersz van der Lee wonende op de hofstede van Jan Fransz int Holl, liggende in de voornoemde hofstede, met huis erop, strekkende van de Waarderwetering tot de Ruigeweidse landscheiding, belend ten oosten sr. Burchgraeff, koopman te Amsterdam, en ten westen Jan Adriaensz int Holl.
HUA, ona Utrecht 264, aktenr. 200.
14-12-1650: Pieter Willemsz Besten, Pieter Diertensz Ramp en Joost Ariensz uit Hol, met procuratie van Leendert Ockertsz van Stolwijck, Willem Albertsz van Stolwijck, Leendert Jansz Claren, Gerrit Sijmonsz Swartendijck, Jan Jacobsz Heijningen en Pieter Gerritsz c.s, allen geburen en ingezetenen van de Zwartendijk en het Hol van Waarder [onder Driebruggen], machtigen Hiob de Vos, procureur voor de Hoge Raad en het provinciale hof van Holland in naam van Jan Pancken, Leendert Ockertsz, Willem Albertsz, Pieter Claesz int Hout, Leendert Jansz, Gerrit Sijmonsz, Roeloff Jansz Stolck, Willem Cornelisz, Thonis Hendricxsz, Panck Dircxsz, Daem Pietersz, Jacob Claesz weduwe, Jacob Claesz, Tonis Jan Francken en Pieter Floren in de zaak tegen Pieter Willemsz Ramp, Gijsbert Willemsz Ramp, Willem Jansz, Cornelis Geerloffsz en Wouter Dircxsz, ingelanden van Kort-Waarder gelegen in de Westeinder polder van Waarder, mitsgaders de dijkgraaf en hoogheemraden van het Waterschap van Woerden.
Bron: RHCRL, ona Woerden 8532, aktenr. 67 (scan 131/193).
---
Akte van ontvangst, gepasseerd voor schout en weesmeesters van Waarder door PIETER ABRAMS als man en voogd van LIJSBETH DAMEN, en de jongere kinderen van DAEM PIETERS VAN DER LEE en MARICHJEN LAMBERTS wegens de uitkering door hun stiefvader van de nalatenschap van HEYLTJEN VRANCKEN, hun grootmoeder, 1662 oktober 31.
Bron: Reeuwijkse bronnen deel 7, Waarder Weeskamer 1642-1800
---
4-3-1692: Merrichjen Lamberts Verhoeff, eerste weduwe van Daem Pietersz van der Lee en laatst van Jasper Gijsen Camerick, wonende in het Westeinde van Waarder, testeert. Ze revoceert het testament van 4-9-1691 gepasseerd bij notaris Beuckel van der Hout en getuigen, evenals voorgaande testamenten. Haegje Damen van der Lee, dochter van Geertjen Damen van der Lee, verwekt bij Daem Pieterssen van der Lee, krijgt na haar overlijden haar hofstede met ca. 9 morgen 3 hond land, gelegen in het Westeinde van Waarder, strekkende van de Ruigeweidse landscheiding tot de Waardsewetering, belend ten oosten Jan Willemsz Boerefijn c.s. en ten westen Cornelis Willemsz Pols als bruiker. Haegje Damen van der Lee moet daarvoor 1.000 gulden inbrengen in de boedel en 50 gulden uitkeren aan Daem Pieterssen van der Lee, zoon van Pieter Damen van der Lee, overleden aan de Driebruggen. Ze benoemt tot haar erfgenamen haar zoon Leendert Damen van der Lee, wonende te Aarlanderveen, haar dochter Pietertje Damen van der Lee, wonend
Bron: RHCRL, ona Woerden 8559, aktenr. 61 (scan 172/333).
29-10-1697: Compareerde Merrige Lamberts eertijds weduwe van Daam Pietersz van der Lee en nu van Jasper Gijsen Kamerijk, geassisteerd met Leendert Damen van der Lee haar zoon die verklaarde te transporteren aan Gerrit Floren Oudenes, beiden wonende te Waarder, een hofstede van 9 morgen 3 hond land, met huis, berg en schuur, gelegen in het Westeinde van Waarder, tegenwoordig door partijen bewoond, strekkende van Adriaan Wittert koopman te Rotterdam tot achterin de Ruigeweidse landscheiding, belend ten oosten Jan Willemsz Boerefijn en ten westen de heer Daniel Bernard te Amsterdam. Zijnde de hofstede onbelast. De koopsom van 1050 gulden is voldaan en daarmee kan de koop worden afgerond.
Bron: RHCRL, ora Waarder 15, fol. 60.
|