| Aantekeningen |
- NH dopen Valkenburg:
09-03-1692 Pieter; o. Joost Pieterze en Steijntie Cornelis; g. Maertje Pieters
06-05-1696 Cornelis; o. Joost Pieterse van Leeuwen en Steintie Cornelis Raaphorst; g. Willemeintie Cornelis Raaphorst
30-07-1702 Jacob; o. Joost Pieterse van Leeuwen en Steijntie Cornelis Raaphorst; g. Hillegond Jacobs Swaanenburg
---
"Dat werd bevestigt door Huybert Doterum, koffieschenker te Leiden en door Steyntje Cornelis van Raephorst de huisvrouw van Joost Pieters van Leeuwen. (...) Steyntje Cornelis liep omstreeks dat uur op straat. Ze hoorde dat Pleuntje werd opgeklopt door de broeders vrouw (de vrouw van de broer van de baljuw). Ze zag Pleuntje daarna, met niets dan haar rok over haar hemd, naar de plaats des onheils snellen. Om kort daarna weer naar buiten te komen, zeer ontsteld en niets zeggend dan "Och Heer!" Hetgeen voor Steyntje voldoende reden was om ook naar binnen te gaan. Daar zag ze de vrouw van de baljuw in de bedstede liggen, dood. Maar haar wangen voelden nog warm aan, dacht ze."
"41) Twee huizen van IJsbrand Kouwenhoven, en nu Joost van Leeuwen; 1 lantaarn, 1 hoosvat, 1 tobbe." (aan brandweergereedschap)
Bron: Zicht op oud Valkenburg (ZH): Van de Romeinse tot de Franse tijd. Door Jan Portengen.
---
"Toen de bewijzen daarvan geleverd moesten worden was er sprake van tegenstrijdige verklaringen. Pieter van Leeuwen, schipper en zijn vrouw Pleuntje Pieters van der Speck, en Arend Westerhout, bouwman met Aarje Claes zijn huisvrouw waren gekomen opverzoek van de gedaagde. Allen te Valkenburg woonachtig. Het was wel lang geleden, zo'n zes jaar, maar het viertal herinnerde het zich nog best."
"15) Een huis van Pieter van Leeuwen; 1 emmer, 1 tobbe." (aan brandweergereedschap)
Bron: Zicht op oud Valkenburg (ZH): Van de Romeinse tot de Franse tijd. Door Jan Portengen.
---
Joost Pietersz van Leeuwen, wonende te Valkenburg, is schuldig aan Cornelis Outshooren, gerechtsbode te Valkenburg, getrouwd met Grietie Cranenburgh, dochter en erfgename van wijlen Cors Pietersz Cranenburgh, 194 gulden vanwege een bedrag dat voornoemde Cranenburgh voor de comparant heeft betaald aan Jacob Hoflandt, scheepmaker aan de Kniplaan te Voorschoten op 10-01-1702, voor de koop van een Rijnschip.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1651, aktenr. 15, d.d. 29-01-1703 (scan 65)
|