| Aantekeningen |
- 28-11-1637: Joris Cornelisz van Leeuwen, wonende aan de Groenendijk onder Hazerswoude met Gerrit Jansz Engelendaell, wonende in Achthoven onder Leiderdorp als borg, zijn schuldig aan de zussen Neeltgen en Trijntgen Jansdr, beiden ongehuwd, wonende te Koudekerk, een losrente van 43 gulden 15 stuivers per jaar, nl. aan Neeltgen 31 gulden 5 stuivers en aan Trijntgen 12 gulden 10 stuivers.
Bron: ELO, ona Leiden 499, aktenr. 185 (pagina 430/501).
17-1-1643: Cornelis Joris Heijndricxsz van Leeuwen, wonende aan de Hoge Rijndijk in Hazerswoude, testeert. Hij benoemt tot erfgenamen zijn vijf kinderen met namen Joris, Cornelis, Marijtgen, Ermpgen en Stijntgen Corneliszonen en -dochters, elk voor een zesde deel, en de kinderen van zijn dochter Aeltgen Cornelisdr van Leeuwen het laatste deel, waarvan hun moeder de lijftocht krijgt. Hij benoemt tot voogden van de kinderen van voornoemde Aeltgen Cornelisdr van Leeuwen zijn zonen Joris en Cornelis Cornelisz van Leeuwen.
Bron: ELO, ona Leiden 476 (Pagina 26/476).
24-4-1646: Dirck Claesz van Leeuwen, gehuwd met Maritje Cornelis Joris Hendricksdr van Leeuwen en wonende te Wassenaar, Floris Willemsz Keijser, gehuwd met Aeltje Cornelis Joris Hendricksdr van Leeuwen, speciaal tot deze scheiding gecommiteerd zijnde om het recht van de kinderen bij zijn huisvrouw geprocureerd te bewaren, wonende te Leiderdorp, Joris Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen, Cornelis Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen, Pieter Jansz van Leeuwen als vader en voogd over zijn kinderen bij Ermpje Cornelis Joris Hendricksdr van Leeuwen en Pieter Willemsz van Swanenburch, gehuwd met Stijntje Cornelis Joris Hendricksdr van Leeuwen, alle vier wonende te Hazerswoude, tezamen kinderen en kleinkinderen van Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen, delen de boedel. Dirck Claesz van Leeuwen ontvangt namens zijn vrouw een huis en erf met schuur en berg gelegen buitendijks, groot 2 hond, belend ten oosten Franck Claesz Verschool, ten westen Joris Cornelisz van Leeuwen, ten zuiden de Hoge Rijndijk en ten
Bron: GAAR, ora Hazerswoude 26, fol. 151v.
2-7-1646: Cornelis Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen verkoopt aan zijn broer Joris Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen 1/3 deel van 13 1/2 hond wei- en hooiland gelegen in de oude Groenendijkse polder, belast in zijn geheel met 2 gulden per jaarten behoeve van Cornelis van Hogenhoeck, 4 stuivers 8 penningen per jaar voor ......, belend in zijn geheel ten oosten Joris en Cornelis Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen, ten westen de kinderen van Johanna van Duijvelant, ten zuiden de Slingerka en ten noorden Maerten Cornelisz, waaronder begrepen het houtakkertje gelegen buiten de Slingerka en Joris verkoopt nu aan zijn zwager Pieter Jansz van Leeuwen 2/3 deel van de voornoemde 13 1/2 hond zoals hem aanbedeeld. Koopsom 1.000 gulden.
Bron: GAAR, ora Hazerswoude 26, fol. 168v.
23-3-1648: Joris Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen en Cornelis Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen als ooms en voogden over de minderjarige kinderen van Ermpje Cornelis Joris Hendricksz van Leeuwen bij Pieter Jansz van Leeuwen, verkopen aan Pieter Jansz van Leeuwen een derde gedeelte van 13 1/2 hond wei- of hooiland in de Oude Groenendijkse polder waaronder begrepen een houtakker gelegen buiten de Hoge Rijndijk, waarvan de rest de koper toebehoort, belast met 2 gulden per jaar ten behoeve van Cornelis van Hoogenhouck en 4 stuivers 8 penningen pacht ten behoeve van de kerk van Leiderdorp, belend in zijn geheel ten oosten de verkopers, ten westen de kinderen van jonkvrouw Johanna van Duijvelant, ten zuiden de Slingerka en ten noorden Maerten Cornelisz. Voldaan met een rentebrief boven de belasting van 600 gulden te lossen bij meerderjarigheid van de kinderen.
Bron: GAAR, ora Hazerswoude 26, fol. 327.
2-1-1653: Jorijs Cornelisz van Leeuwen, wonende aan de Groenendijk onder Hazerswoude, is schuldig aan Vranc Claesz Groenendijc 1.100 gulden aan geleend geld met 5% rente.
Bron: ELO, ona Leiden 407, aktenr. 163 (pagina 323/619).
31-10-1657: Joris Cornelisz van Leeuwen en Cornelis Cornelisz van Leeuwen, beiden wonende in Hazerswoude, ooms en bloedvoogden van moederskant van de kinderen van hun overleden zus Stijntgen Cornelisdr, verwekt bij Thonis Gerritsz van Leeuwen, voornoemde Joris Cornelisz als oom van Willem Pietersz, weeskind van Stijntgen Cornelis en Pieter Willemsz Swanenburch, verklaren geen weet te hebben gehad van een procedure tot executie. Dit proces was gestart door Cornelis Denijsz, oom en voogd van vaderskant van de voornoemde kinderen van Thonis Gerritsz.
Bron: ELO, ona Leiden 845, aktenr. 106 (pagina 177/511).
8-3-1667: Jan Jacobsz de Looper, wonende aan de Hoge Rijndijk in Zoeterwoude, ca. 74 jaar oud, verklaart op het verzoek van Joris Cornelisz van Leeuwen, wonende aan de Groenendijk onder Hazerswoude, dat hij uit de mond van za. Dirc Davidtsz van Borgongien, in leven wonende in Wateringen onder Monster, gehoord had dat Dirc Davidtsz op rente genomen had 146 gulden 12 stuivers, de kinderen van de getuige aanbestorven van hun oudoom Pieter Jan Dircxsz. Hij had in totaal 38 gulden 10 stuivers van Dirck Davidtsz ontvangen, zonder verder nog van iemand iets gekregen te hebben.
Bron: ELO, ona Leiden 461, aktenr. 65 (pagina 165/858).
8-4-1667: Jacob Jansz van Coppersluijs, wonende aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, en Jan Dircxsz van Egmont als man en voogd van Willempgen Jansdr van Coppersluijs, wonende te Oegstgeest, beiden kinderen van Jan Jacobsz de Looper en za. Trijntgen Andriesdr, hebben ontvangen van Joris Cornelisz van Leeuwen, wonende aan de Groenendijk onder Hazerswoude, 73 gulden 6 stuivers 5 penningen als helft van 146 gulden 12 stuivers 10 penningen, die voornoemde Joris Cornelisz van Leeuwen en Dirck Davidtsz van Borgondien als voogden van Jacob en Willempgen Jansdr van Coppersluijs op 3-1-1649 hadden ontvangen uit de desolate boedel van Dirc Jansz van Engelendaell en Geertgen Jacobsdr, de comparanten aanbestorven van hun oudoom Pieter Jan Dircxsz.
Bron: ELO, ona Leiden 461, aktenr. 89 (pagina 250/858).
1-9-1678: Joris Cornelisse van Leeuwen, wonende aan de Hoge Rijndijk onder Hazerswoude, testeert. Hij benoemt tot erfgenamen Jacob Jorisz van Leeuwen voor een vierde deel, Pieter Jorisz van Leeuwen voor een vierde deel, Ermpgie Joris van Leeuwen, weduwe van Claes Francke van der Laen, voor een vierde deel, en het kind of de kinderen van Trijntie Joris van Leeuwen en Barant Janse Starrevelt voor het laatste deel. Hij benoemt tot voogden Jacob en Pieter Jorisz van Leeuwen, met daarnaast de assistentie van Maerten Dirxe van Leeuwen bij de scheiding van de boedel.
Bron: ELO, ona Leiden 1154, aktenr. 128 (pagina 255/363).
17-5-1680: Jacob Jorisz van Leeuwen, Pieter Jorisz van Leeuwen, Ermpje Jorisdr van Leeuwen en Cornelis Barentsz Sterrevelt en Anthoni van Haften, gehuwd met Geertje Barentsdr Sterrevelt, beiden meerderjarig en Maerten Dircksz van Leeuwen, neef en gedurende descheiding als voogd over de drie minderjarige weeskinderen van Trijntje Jorisdr van Leeuwen, allen kinderen en kleinkinderen van Joris Cornelisz van Leeuwen, gewoond en overleden te Hazerswoude, delen de boedel. Jacob Jorisz van Leeuwen ontvangt een huis en erf met schuur en boomgaard aan de Hoge Rijndijk Buitenweg waarin hij woont, groot 1 hond, belend ten oosten Maerten Dircksz van Leeuwen, ten zuiden de Rijndijk, ten westen Dirck Ariensz en ten noorden de Rijn en nog 150 gulden welke Pieter Jorisz van Leeuwen aan hem moet toegeven. Pieter Jorisz van Leeuwen ontvangt 2 morgen land in de Oude Groenendijkse polder, belend ten oosten de kinderen van Marinus Goederus, ten zuiden de erfgenamen van Jan Vergraft, ten westen Ermpje Jorisdrvan Leeuwen me
Bron: GAAR, ora Hazerswoude 35, p. 296v.
|