| Aantekeningen |
- Vlaamse tekenaar, graveur, etser en prentmaker
Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/Jan_van_Londerseel
---
Op verzoek van de weduwe van Hans Londerseel vettewaryerster, wordt een verklaring afgelegd door: Jan Coueer of Couheere, 38 jr. cramer en vettewaryer, Abraham Amijs, 36 jr. cramer en vettewaryer Jan Jacobs, 32 jr. cramer en vettewaryer in de Berendans, betreffende het feit, dat zij jarenlang seep verkocht hebben, waarbij Jacob Bontenbal gewezen pachter van de impost van de seep, bij het peilen nooit een peilstok gebruikt heeft, waardoor de peiling vrij willekeurig geschiedde.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 53, aktenr. 592, d.d. 23-06-1625
---
Perijntje van Daelen, weduwe van Jacob Dircxs, oud 64 jaar, verklaart op verzoek van Pieter Jansz Schelboom, wonende in Willemstadt, dat zij begin 1649 is ontboden ten huize van Jannetje Jansdr, zuster van wijlen Koert Jansz. Aldaar overhandigde Schelboom aan Jannetje Jansdr 70 gulden, zijnde de pacht over 1647 van een stuk land, gelegen in de Heyningen bij Willemstadt en 3 jaar rente over 100 gulden. Ook 18 gulden, 15 stuivers, zijnde de interest van 250 gulden over 1648. Hiervoor heeft hijgeen kwitantie ontvangen. Jannetje Jansdr stelde vast dat nu nog de pacht over 1648 resteerde.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 337, aktenr. 320, d.d. 18-10-1649
---
Peryntge van Londerseel, weduwe van Johannes van Londerseel, bekent 400 gulden schuldig te zijn aan Jop Huijbrechtsz Ackerman. Haar zoon Jan van Londerseel is aanwezig en stelt zich borg. NB. Akte doorgestreept, schuld voldaan 27-09-1660.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 312, aktenr. 34, d.d. 09-09-1650
---
Jan van Londerseel, wonende te Schiedam, en Jan Cornelisz Hasevoet, als vader en voogd van zijn kinderen met de overleden Hester van Londerseel, zijn samen mede-erfgenamen van de alhier overleden Perijntjen van Dalen, weduwe van Hans van Londerseel. Zij komen met Pieternelle en Jannetje van Londerseel, nagelaten meerderjarige dochters van de voornoemde Perijntje van Dalen, overeen dat zij afstand doen van de nalatenschap van hun overleden moeder resp. schoonmoeder daar de schulden en de baten tegen elkaar opwegen en in geval van verkoop van winkelwaren en andere goederen de kosten de waarde van de desolate boedel te boven gaan. Pieternelle en Jannetje, beiden jonge dochters, zullen zich met de winkel bezig gaan houden met behulp van kredieten van familie, die ook de schulden en lasten van de boedel zullen betalen. Pieternelle en Jannetje aanvaarden de verwerping van de boedel door Jan van Londerseel en Jan Cornelisz Hasevoet. N.B. Jan van Londerseel tekent als Johannes van Londerseel, Jannetje tekent
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 339, aktenr. 38, d.d. 11-04-1651
|