| Aantekeningen |
- NH dopen Ridderkerk:
09-12-1629 Soetgen; o. Leendert Gerritse en Neeltjen Teunis
29-10-1631 Soetjen; o. Leendert Gerritse en Neeltjen Teunis
14-05-1634 Geerrit; o. Leendert Geerritsen en Neeltjen Teunis
09-03-1636 Cornelis; o. Leendert Gerretsen en Neeltjen Teunis
13-05-1638 Japhet; o. Leendert Geeritsen en Neeltjen Teunis
02-10-1639 Jan; o. Leendert Geeritse en Neeltjen Teunis
06-11-1644 Trijntien; o. Leendert Geeritsz en Neeltien Teunis; g. Grietie Leenders
23-06-1647 Theunis; o. Leendert Geertitsen en Neeltjen Teunis
14-08-1650 Neeltjen; o. Leendert Geeritsen en Aertjen Willems; g. Willemtjen Willems
17-01-1655 Willem; o. Leendert Geeritsen en Aertjen Willems; g. Teunis Willems en Lijsbeth Geerits
09-07-1656 Willem; o. Leendert Geeritsen Melieff en Aertjen Willems; g. Leentje Willems
---
Cornelis Foppen van Driell, toekomstige bruidegom, geassisteerd door Fop Danielsz van Driel en Maijcken Pieters - zijn vader en moeder - wonende te Oost IJsselmonde, tezamen met Arijen Foppen van Driel te Barendrecht, Cornelis Bouwensz Rooboll getrouwd met Ariaentgen Foppen van Driel te Klaaswaal en Dirck Cornelisz Bouwman wonende op het Zwijndrechtse Veer, getrouwd met Pietertgen Foppen van Driel - respectievelijk zijn broer en zwagers ter ene en Elisabeth Gerrits Mijnlieff, toekomstige bruid te IJsselmonde, geassisteerd door Lenert Gerritsz Mijnlieff, heemraad te Ridderkerk, Huijch Gerritsz Mijnlieff te Oud Beijerland en Arijen Gerritsz Mijnlieff te IJsselmonde, ter andere zijde verklaren dat zij gaan trouwen op huwelijkse voorwaarden.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 14, aktenr. 179, d.d. 27-02-1655
---
Meester Johannes Coeck, chirurgijn te Ridderkerk, a.s. man van Pleuntgen Cornelis van der Schoor, met Leendert Gerritse Mijnlieff, oud heemraad te Ridderkerk ter ene en Pleuntgen van der Schoor a.s. vrouw van Johannes Coeck met Cornelis Jacobse vanProeijen, oud heemraad te Ridderkerk wonend Derolus Ambacht, haar oom en voogd van moeders zijde voor zichzelf en voor Cornelis Jacobse van der Schoor, vader van de bruid ter andere zijde. Zij zullen trouwen op huwelijkse voorwaarden. Na de komst van kinderen zullen zij in gemeenschap van goederen verder gaan.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 205, d.d. 10-06-1667
---
Gerrit Leendertsz Mijnlieff wonend aan de Grasdijk te Ridderkerk. Hij benoemt tot zijn enige universele erfgenamen zijn broers en zusters en zijn zusters kinderen. Als voogd benoemt hij zijn vader Leendert Gerritsz Mijnlieff.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 219, d.d. 15-12-1667
---
Leendert Gerritsz Mijnlieff, oud heemraad, gehuwd met Aertjen Willems Dicke, wonend te Ridderkerk. Mocht hij eerder overlijden dan zal zij in volle eigendom behouden: woning, erf, boomgaard en beteelinge met het land genaamd de bocht, alwaarzij reeds wonen en 2 mergen land in Outrijerwaert. Hun 2 kinderen en ook de kinderen uit zijn eerder huwelijk zullen 2 mergen land erven aan de westzijdse weg strekkende van daar tot aan de blaakwatering in Nieuwrijerwaert. Aertjen Willems verklaart tot haar universele erfgenaam haar man. Haar 2 kinderen dienen onderhouden te worden en hen komt 2 mergen land genaamd het Wilderlant aan de westzijdse weg toe. Tot voogden benoemen zij Arijen Gerritsz Mijnlieff en Teunis Willemsz Dicke, haar broer en zwager.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 304, d.d. 21-05-1670
---
Leendert Gerritsz Mijnlieff, oud heemraad te Ridderkerk ter ene en Cornelis Foppen van Driell, heemraad te IJsselmonde, gehuwd met Lijsbeth Gerritse Mijnlieff ter andere zijde, verklaren in der minne overeenstemming te hebben bereikt betreffende dekaveling van de landen die hen toekomen na het overlijden van Ingetgen Leendertse, weduwe van Gerrit Arijensz Mijnlieff, hun ouders.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 307, d.d. 14-06-1670
---
Leendert Gerritsz Mijnlieff, oud heemraad te Ridderkerk. Testament van 21 mei 1670 blijft gehandhaafd. Er wordt aan toegevoegd dat zijn vrouw nog land zal toekomen, genoemd de Bocht te Outrijerwaert.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 308, d.d. 22-06-1670
---
Willem Pietersz Penning wonend te Ridderkerk verklaart schuldig te zijn aan Pieter van Gilst, gaarmeester van Ridderkerk, de somma van 235 gulden en 3 stuivers. Borg: Leendert Gerritsz Mijnlieff, oud heemraad.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 332, d.d. 11-04-1672
---
Cornelis Foppen van Driell, heemraad te Oost IJsselmonde, weduwnaar van Elisabeth Gerritse Mijnlieff ter ene en Leendert Gerritsz Mijnlieff, wonend te Ridderkerk, Huijch Gerritsz Mijnlieff wonend te Beijerlant en Arijen Gerritsz Mijnlieff, heemraadte Oost IJsselmonde, allen erfgenamen van Elisabeth Gerritse Mijnlieff, hun zuster, ter andere zijde. Er was een testament gemaakt op de langstlevende d.d. 9 januari 1656 tussen Cornelis en Elisabeth. Genoemd: Cornelislandeken, Willaertsdijcken, Wouter Pleunen, Arijen Jansz in 't Velt. Zij verklaren dit testament gezamenlijk en in vriendschap als niet gemaakt. Cornelis Foppen van Driell zal alle roerende en onroerende goederen, sieraden en geld blijven bezitten, 2 mergen en 50 roeden en 2 hout gelegen aan de Hoogenwech strekkende vandaar tot aan het land van Leendert Leentvaer, belend in 't Oosten Cornelis Marinusse de Guijt en in 't Westen Wouter Pleunen de Hen, 3 mergen land aan het Kerckedijcxken strekken vandaar tot de breeweteringe, belend in 't Oosten
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 360, d.d. 05-04-1674
---
Aertie Willems, weduwe van Leendert Gerritsz Mijnlieff, geassisteerd door Willem Leendertsz Mijnlieff als principaal en Arij Gerritsz Mijnlieff, heemraad in Oost IJsselmonde, als borg en mede principaal hebben een schuld van 400 gulden aan Jacob Cornelisz de Vries, dijkgraaf in Ridderkerk.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 19, aktenr. 50, d.d. 10-10-1680
|