| Aantekeningen |
- Eemnesser familie van oorsprong uit Rotterdam: terug te voeren tot ca. 1300, maar hier te beginnen bij de Kralingse tak: Maertgen Pietersdr Nachtergael, geb. verm. Capelle a/d IJssel ca. 1575 (& Jan Adriaensz Proper) > Pieter Jansz Nachtegael (ook wel Proper alias Nachtegael) (ca. 1610-na 1679) [H. van Hees, 'Korte geschiedenis van de familie Nagtegaal', in: Historische Kring Eemnes 20 (1998), nr 2, p 96].
Bron: GBG Familienamen
---
NH dopen Kralingen:
10-09-1645 Grietgen; o. Pieter Jansz Proper
21-09-1653 Marijtgen; o. Pieter Jansz Proper
29-09-1655 Claes; o. Pieter Jansz Proper
03-11-1658 Marijtgen; o. Pieter Jansz Proper
---
Comp Pieter Aertsz voor zichzelf voor de ene helft en Michiel Aertsz als vader en voogd van zijn twee jongste kinderen, mitsgaders Pieter Jansz Proper gehuwd met Maritge Michiels, mede een dochter van de voornoemde Michiel Aertsz, tezamen erfgenamen en hij Michiel Aertsz zo veel de vrucht aangaat, voor de andere helft, ex testamento erfgenamen van zaliger Ariaentje Michiels, die weduwe was van wijlen Aert Pietersz, en hebben verkaveld.
Bron: ORA Hillegersberg, inv.nr. 1823, fol. 14v. 29-04-1634 [Hogenda/J.J. Vervloet en H.N. Berghuis]
---
Pieter Janss Nachtegael, wonende in Cralingen, bekent 800 gulden schuldig te zijn aan Franck Eeuwoutss, wonende in Cralingen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 372, aktenr. 78, d.d. 03-03-1643
---
Pieter Janssen Nagtegaal te Kralingen bekent een schuld van 400 gulden te hebben aan Isbrant Vethuijsen, koopman, ter zake van geleend geld.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 607, aktenr. 84, d.d. 08-05-1651
---
Pieter Jansz Nachtegael, wonend aan de Veenwech onder Cralingen, en zijn borgen Pieter Pietersz van Doorne en Geertje Maertensdr, weduwe van Jan Jansz, zijn 350 gulden schuldig aan Teuntje Pietersdr, weduwe van Arent Dircxsz van der meer wegens de koop van 5 tijdkoeien. Geroyeerd op 03-11-1657.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 552, aktenr. 182, d.d. 15-11-1651
---
Huygh Jansz Proper, voor zich zelf en Pieter Jansz als borg, beiden wonende in Kralingen, bekennen 50 gulden schuldig te zijn aan de Diaconie van de Armen te Kralingen. De schuld moet met rente worden afgelost.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 555, aktenr. 91, d.d. 21-04-1654
---
Pieter Jansz Nachtegael, wonend aan de Veenwecht onder Cralingen, is 300 gulden schuldig aan Jan Ariensz, steenbakker, wonend te Cappelle op Dijssel bij de nieuwe herberg, wegens het lenen van geld. In de marge: De obligatie is op 2-5-1656 betaald door Pieter Jansz Nachtegael aan Riggert Pietersz, secretaris te Capelle, die de gemachtigde is van Commertgen Cornelis, weduwe van Jan Ariensz, steenbakker, en de andere erfgenamen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 586, aktenr. 130, d.d. 23-05-1654
---
Crijn Ariensz Buys, arbeider, wonende buiten de Oostpoort in de Voorpolder te Kralingen, draagt 40 gulden voor geleverd brood, over aan Leendert Willemsz, huistimmerman, wonende aan de Veenweg te Kralingen. Het geld verdiende hij als arbeidsloon van Pieter Jansz Nachtegael en Dirck Cornelisz Patroon, beiden wonende te Kralingen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 555, aktenr. 137, d.d. 26-06-1654
---
Jan Brentsz van Westerhoudt 38 jaar oud, gerechtsbode van Schieland, verklaart op verzoek van Maria Fijck weduwe van Mr. Maerten Dou, dat hij op 13 Juli 1654 vier morgens land heeft bezocht gelegen aan de Veenweg, waar een woning op heeft gestaan waarin Willem Schoonderlaeht heeft gewoond. Het werd in huur gebruikt door Ariaentje Fransdr, laatst weduwe van Gerrit Tol, schoolmeester te Kralingen, en daarna getrouwd met Jan Gerritsz Crijnenburgh. Het land is begraasd en gemaaid en verkocht. Er is nog een stuk land groot drie morgen gelegen aan de Veenweg strekkende tot aan de Doornkade en grenst aan Claes Maertensz. Het is door Ariaentje Fransdr verhuurd voor 40 gulden aan Pieter Jansz Nachtegael wonende te Kralingen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 555, aktenr. 152, d.d. 14-07-1654
---
Pieter Jansz Nachtegael, wonend in het ambacht van Kralingen bekent schuldig te zijn aan Catarina Jansdr, jonge dochter, een bedrag van 100 gulden, ter zake geleend geld.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 557, aktenr. 86, d.d. 02-05-1656
|