| Aantekeningen |
- Jacob Siersz, oud 50 jaar, ambachtsbewaarder van Schieveen en Jan Claesz, croosheemraedt van Schieveen, 54 jaar, verklaren op verzoek van Abraham Gerritsz, timmerman wonende bij de Swedtheul onder Overschie, dat na het overlijden van de molentimmerman Crijn Aryensz er door de geburen van Schieveen een nieuwe molentimmerman gekozen moest worden. Als medeburen in de polder en als molentimmerlieden worden nog genoemd: Harmen Michielsz, Symon Cornelisz, Harmen Cornelisz Coeckoeck, Aryen Jansz, Jan Jacobsz, Claes Cornelisz, molenaar, Arent Pietersz, Claes Jorisz, molenaar, Pieter Cornelisz Beun, Vechter Euften, Jan Jansz alias Jonge Jan en Aryen Louwen, molentimmerman.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 91, aktenr. 318, d.d. 28-03-1623
---
Anthonis Cornelisz Overschie, Abraham Gerritsz huistimmerman Overschie, Anthonis Jacobsz Overschie, machtigen Bartholomeus van der Velde procureur, om hen te vertegenwoordigen voor het Hof van Holland.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 88, aktenr. 451, d.d. 22-05-1628
---
Adryaen Cornelisz van Roon gherechtsbode te Bleyswijck, en Anthonis Cornelisz, en Abraham Gerritsz huystimmerman, beiden wonende aan de Swedtheul onder Overschie, komen overeen een tussen hen gerezen geschil over de betaling van een bedrag van 136 gulden, 1 stuiver en 8 penningen, speciaal wat betreft de competentie van het gerecht van Bleyswijck, voor te leggen aan arbiters in Sgravenhaghe. Partijen zullen op 11.09.1628 te 's-Gravenhage bij elkaar komen om de uitspraak te vernemen. Adryaen Cornelisz van Roon handelt als aangewezen voogd over Neeltgen Jansdr, onbejaerde nagelaten dochter van wijlen Neeltgen Sebastiaensdr, en van wie de vader is Jan Jacobsz Vermeer. Anthonis Cornelisz en Abraham Gerritsz handelen voor zichzelf en tevens namens Anthonis Jacobsz, wonende te Overschie.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 84, aktenr. 489, d.d. 02-09-1628
---
Abraham Gerritsz man van Trijntgen Jacobsdr huystimmerman Overschie, mede namens zijn zwager Anthonis Jacobsz Overschie, en namens zijn schoonmoeder Magdaleentgen Anthonisdr weduwe van Jacob Jacobsz Overschie, verder compareert Anthonis Cornelisz Overschie, mede namens zijn zusters Trijntgen Cornelisdr Overschie, Vroutgen Cornelisdr Overschie, Annitgen Cornelisdr Overschie, alle vier kinderen van Cornelis Anthonisz en Emmitgen Jorisdr Overschie, ten derde compareert Dirck Cornelisz Versijde man van Sebastiaentgen Cornelisdr Overschie, en Willem Pietersz man van Merritgen Cornelisdr Berckel. Zij allen tezamen machtigen Bartholomeus van der Velde procureur, om hen te vertegenwoordigen in de zaak die zij hebben met, Adriaen Cornelisz vanRoon, gerechtsbode te Bleyswijck als voogd over Neeltgen Jansdr weeskind van Jan Jacobsz Vermeer en Neeltgen Sebastiaensdr. [Overschie en Berckel zijn hier woonplaatsen.]
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 89, aktenr. 134, d.d. 12-10-1631
---
Abraham Gerritsz, wonend aan de Swetheul buiten Ouwerschie, bekent 400 gulden schuldig te zijn aan Catharijna Kievits, weduwe van Symon Tromp. Pieter Cornelisz, molenaer op de Broekse molen, stelt zich borg.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 312, aktenr. 175, d.d. 17-04-1651
---
Trijntge Jacobs, weduwe van Abraham Gerritsz van Oosten, wonend aan de Swetheul onder Ouwerschie, bekent 300 gulden schuldig te zijn aan Cornelis Jansz Vermeulen, wonend Terbregge onder Hillegontsbergh, wegens geleende gelden. Gerrit Abrahamsz van Oosten, zoon van Trijntge Jacobs, stelt zich borg voor de betaling. N.B. Deze akte komt overeen met ONA 317 akte 85.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 318, aktenr. 350, d.d. 19-05-1658
|