| Aantekeningen |
- ORA H'berg, inv. nr. 1822, fol. 124v. 10-05-1629
Comp Arien Dirksz Couwael ter eenre en Arien Ariensz en Aeltge Ariens, beiden voor zichzelf, geassisteerd met Pouwels Ariensz en Jan Andriesz, hun omen en voogden in deze, Jacob Arien Michielengehuwd met Leentge Ariens, de voornoemde Pouwel Arienszen Jan Andriesz als geordonneerde voogden van Ariaentge en Maritge Ariens, en Pouwels Ariensz en Jan Andriesz, mitsgaders Jacob Arien Michielen voornoemd, allen in naam van Cornelis Claes Coomen gehuwd met Machteldge Ariens, allen kinderen erfgenamen van Maritge Ariens, geprocreƫerd bij de voornoemde Arien Dirksz Couwael, ter andere zijde en hebben verkaveld.
---
Arijen Aryensz, Jacob Aryensz Kerckhoff, man van Leentgen Aryensdr en Jan Leendertsz, man van Areaentgen Aryensdr, allen wonend onder Hillegonsberch, namens Jan Cornelisz Bosch, man van Marritgen Aryensdr, wonend te Berckel, David Cornelisz,man vanAeltgen Aryensdr, wonend te Delft, allen kinderen of erfgenamen van Aryen Dircxsz Couwael, die in zijn leven gewoond heeft op de Rotte in Cleynpolder, machtigen Cornelis Claesz, man van Machteltgen Aryensdr, mede-erfgenaam van Aryen DircxszCouwael, om van Eeuwout Adryaensz van Bijlwerff, ontfanger over het quartier alhier, een bedrag van 1.000 gulden te ontvangen, en van Jan Govertsz Thoen gelden, in mindering van een brief te zijner laste in de boedel gevonden, verzekerd op 5 morgenen 5 hont lants, gelegen in Ruijbroeck in Cleynpolder. Poulus Uijttenbrouck, secretaris van Schiebrouck, verklaart dat Aryen Dircxsz Couwael niet meer andere kinderen en kleinkinderen heeft nagelaten dan bovengenoemde.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 380, aktenr. 175, d.d. 18-05-1638
---
Jan Leendertsz wonend in Hillegonsberch zegt 2.000 car. gulden schuldig te zijn aan zijn zwager Jacob Cornelisz die daar ook woont over geleend geld.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 198, aktenr. 242, d.d. 11-02-1639
---
Transportbrief; Gevende partij: Arien Ariensz Couwael, Cornelis Claesz Coomen, Jacob Ariensz Kerckhoff en Jan Corn. Boschen; Begiftigde partij: Jan Lenertsz Ouwerkerck; Gift: 3 morgen Kleinpolder en Rubroek
Bron: SA Rotterdam, Transportbrieven Hillegersberg (toegangsnr. 6-01), inv.nr. 630, d.d. 25-05-1639
---
Jan Cornelisz Bosch, schoenmaker te Berckel, weduwnaar van Maertge Ariensdr, Arien Ariensz Couwael aan de Rotte, Cornelis Claesz Comen, Jacob Ariensz Kerckhof te Butterdorp onder Hillegonsberch en Jan Leendertsz Ouwerkerck, ook aldaar, broeder en zwagers van de overledene en voogden over haar kinderen worden het eens over de verdeling van de nalatenschap.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 250, aktenr. 40, d.d. 22-01-1647
---
Jacob Paets, brouwer in de Druyff, machtigt Cornelis van Hijselendoorn, procureur van de Hoogen Raedt, om namens hem voor genoemde raad te verschijnen i.v.m. een kwestie met Allert Corneliss en diens borg Jan Leendertss Ouwerkerck, welke kwestie 4-4-1647 voor schout en schepenen van Schiebroeck is gepasseerd.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 276, aktenr. 91, d.d. 25-09-1654
---
Aeltgen Arijensdr, weduwe van David Cornelis Outgelt, wonend in Bergschenhoek, benoemt haar 3 zusters: Machteltgen Arijensdr, vrouw van Cornelis Claesz Comen, Arijaentgen Arijensdr, vrouw van Jan Leendertsz Ouwerkerck, en Leentgen Arijensdr,weduwe van Jacob Arijensz Kerckhoff, tot erfgenamen. Deze moeten wel aan de kinderen van haar broer Arijen Arijensz Couwael, met namen Marijtgen en Claesgen Arijens, en aan de 2 kinderen van haar overleden zuster Maertgen Arijens en diens man Jan Cornelisz Bosch, met namen Marijtgen Jans en Arij Jans, een zilveren ducaat van 3 gulden 3 stuivers uitkeren. Als executeur en voogd over de minderjarigen benoemt ze Willem Jansz van Huchten, een goede kennis uit Bergschenhoek.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 678, aktenr. 188, d.d. 27-03-1658
---
Jan Leendertsz Ouderkerck uit Hillegersberch en Ariaentgen Ariens, de vrouw van Arien Jansz Ouderkerck, zijn oudste zoon,verklaren, dat hij Jan Leendertsz op 18 september 1666 bij Pieter de Lange is geweest om al zijn betalingen te doen.Hij heeft betaald met geld en met turf voor het logement van De Lange in Rotterdam en voor zijn huis bij St Elbrechts (nu: Toepad). Verder leent hij nog 500 gld van De Lange.
Bron: SA Rotterdam, ONA Rotterdam (toegangsnr. 18), inv.nr. 379, aktenr. 135, d.d. 01-05-1667
---
Erfgenamen van Jan Leendertsz Ouwerkerck
Bron: SA Rotterdam, Kavelcedullen Hillegersberg (toegangsnr. 6-01), inv.nr. 864, d.d. 1671
---
"reeckeningh, bewijs ende reliqua, die doet Cornelis Arie Reijmen, als vooght over Jan Vranckensz Cos, naergelatene minderjarige soon van Franck Ariensz Cos (...) betaelt aen meester Adriaen van der Wolff secretaris tot Hillegersbergh als curateur over den boedel vande wede. van Jan Leendertsz Ouwerkerck in minderinge van elff hondert en negentigh gulden bij Jan Vrancken belooft over koop van een woninge met de bepotinge en beplantinge daer op staende enige mergens lant off water gelegen aenden Berghwegh de somme van een hondert en negentigh gulden dus j ce xc gl."
Bron: SA Rotterdam, ONA Berkel en Rodenrijs (toegangsnr. 1250), inv.nr. 5, aktenr. 119, d.d. 23-06-1688
---
Weduwe van Jan Leendertsz Ouwerkerck
NB: Insolv. boedel
Bron: SA Rotterdam, Boedelpapieren Hillegersberg (toegangsnr. 6-01), inv.nr. 2123, d.d. 1693
|