| Aantekeningen |
- NH dopen Ridderkerk:
04-04-1638 Willem; o. Pieter Willemsen en Sijchken Pieters
23-10-1639 Inigje; o. Pieter Willemsse en Sijchje Pieters
18-05-1642 Pieter; o. Pieter Willemsz en Sijchgen Pieters
09-02-1648 Baeltjen; o. Pieter Willemsen Penninck en Sijghjen Pieters; g. Stijntjen Willems en Roockjen Aerts
---
Henrick Pleunen, ouderling, en Willem Pleunen zijn broer, bekennen schuldig te zijn aan het Armenhuis van Ridderkerk, 150 carolusgulden. Pieter Willemsz Penning, de gewezen Armenmeester, heeft deze som aan hen geleend.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 14, aktenr. 24, d.d. 17-11-1646
---
Pieter Willemsz Penning bekent aan de Armen van Ridderkerk 275 gulden schuldig te zijn.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 14, aktenr. 61, d.d. 22-11-1647
---
Pieter Willemsz Penning, waarsman van Nieuw Reijerwaard, bekent schuldig te zijn aan Pieter Eijnhout, schoolmeester, 50 gulden. Jan Teunisz, snijer, en Arijen Aertsz te Heerjansdam, treden op als borg.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 14, aktenr. 65, d.d. 12-01-1648
---
Grietgen Leenderts, weduwe en boedelhoudster van Joris Jan Dammisz, geassisteerd door Fop Leendertsz van Driel - haar broer - en Jan Cornelis Maertensz; Maerten Arijen Maertensz en Pieter Arijensz Hollander, beiden wonende in Willemstad - haar zwagers - ter eenre en Daem Cornelisz van der Giessen te Ridderkerk, getrouwd met Ariaentgen Jorisdr. - voornoemde Grietgen's dochter - ter andere zijde. Het geschil tussen moeder en dochter betreffende de nalatenschap, wordt door tussenkomst van Pieter Willemsz Penning - heemraad alhier - en Tonis Cornelis Maertensz, in der minne geschikt.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 14, aktenr. 210, d.d. 23-03-1656
---
Cornelis Pietersz Op ten Dijck en Jan Teunisz, snijer, bekennen schuldig te zijn aan Henrick Cornelisz Anwech woonachtig te Carnisse, 350 gulden. Als borg treden op Pieter Cornelisz Op ten Dijck, vader van Cornelis, en Pieter Willemsz Penning, oud heemraad te Ridderkerk.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 14, aktenr. 313, d.d. 17-08-1659
---
Jan Teunisz, snijer, is aan Pieter Willemsz Penning 180 gulden schuldig.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 10, d.d. 11-07-1660
---
Pieter Arijen Jaspersz wonende te Krimpen aan de Lek, overhandigt aan Hermes Celosse, dominee, een aantal obligaties op naam staand van Pleun Cornelisz de Hen, Pleun Quirijnen Huijser, Pieter Willemsz Penning, Cornelis Quirijnen Huijser en Arijen Quirijnen Huijser - de jonge, Bastiaen Arijensz Notenboom wonende te Oud Beijerland aan de Zinkweg als principaal en Arij Arijensz Nuchteren, Huijch Gijsbrechtsz Nuchteren, Jacob Arijensz Nuchteren en Cornelis Blasius Blijgeest. Een en ander volgensde uitgewerkte notitie.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 89, d.d. 02-08-1663
---
Pieter Willemsz Penning oud heemraad alhier verklaart schuldig te zijn aan Dirck Willemsz, timmermansgezel, een bedrag van 200 honderd gulden.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 109, d.d. 19-04-1664
---
Pieter Willemsz Penning oud heemraad alhier, ziek op bed liggend, benoemt al zijn kinderen uit zijn huwelijk met Cijtgen Pieters tot erfgenamen. Tot voogden over eventuele minderjarige erfgenamen benoemt hij Pieter Gerritsz Kroeff, zijn zwager en Daem Cornelisz van de Giessen, zijn neef.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 15, aktenr. 117, d.d. 22-05-1664
---
Pieter Gerritsz Knoest te 's Gravendeel bekent schuldig te zijn aan Pieter Willemsz Penning 30 gulden die aan zijn zoon Hendrick Pietersz Knoest in 1672 zijn verstrekt. Hij zal nu in mei 1676 de schuld aflossen.
Bron: SA Rotterdam, ONA Ridderkerk en Rijsoord (toegangsnr. 1277), inv.nr. 2, aktenr. 109, d.d. 17-01-1676
|