| Aantekeningen |
- Jacob Cornelisz Cuper, wonende te Leiden, als voogd van Maritgen Jacobsdr, zijn nicht, verkoopt in deze hoedanigheid Michiel Pieter Ewoutsz, wonende te Oudshoorn, 2 morgen 1/2 hond land in Oudshoorn, strekkend van de Oudshoornseweg tot de Achterzwette, belend ten oosten Heijnrick Egbertsz te Leiden, ten westen Cornelis Neel Ghijsz. Koopsom 300 gulden, betaald met een losrente. Schuld geroijeerd 01-05-1615.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 2, p. 25, d.d. 14-10-1584
---
Johan van Amerongen, met procuratie van Ghijsbrecht van Nesse, vader en voogd over zijn onmondige zoon Cornelis van Nesse (Ghijsbrecht is oud-burgemeester van Haarlem), verkoopt aan Louris Daensz, wonende te Rijnsaterwoude, 4 à 5 morgen landin Oudshoorn, het laatst gebruikt door Michiel en Aert Pietersz, belend ten westen Jan Gerritsz Hoven en ten oosten de Woudweg, strekkende van Jacop Verlaeten land af tot de afterswette toe. (ook (!): van Gerrit Willemsz Bouman (belend ten westen)en ten oosten de Woudweg. Getuigen: Jacop Pietersz van Graft en Cornelis Cornelisz Zomer.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 15v, d.d. 05-11-1592
---
Cornelis Michielsz, wonende in de Gnephoek bij de Heimansbrug, is schuldig aan de Heilige Geestmeesters van Alphen een jaarlijkse losrente van 6 gulden 5 stuivers, hoofdsom 100 gulden. Gesteld onderpand: zijn huis, berg, schuur met 3½ morgen½ hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Rijn tot het land van Mees Jacobsz Verloet, belend ten oosten de Heimansweteringkade en ten westen Pieter Cornelisz. Borg zijn vader Michiel Pietersz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1A, p. 120v, d.d. 02-12-1596
---
Neeltgen Jansdr, weduwe Michiel Pietersz met haar broer Maerten Jansz als voogd ter eenre en Sijmon Michielsz, Cornelis Michielsz, Jan Michielsz, Gerrit Willemsz Bouman, man en voogd van Jannetge Michielsdr, Jacop Cornelisz, als vader en voogd van zijn kinderen bij zijn overleden vrouw Steffanijge Michielsdr, allen erfgenamen van Michiel Pietersz, hun vader, ter andere zijde regelen de boedelscheiding. Neeltgen Jansz behoudt het huis, schuur en erf onder Aarlanderveen, belend ten oosten de Lage Rijndijk, ten westen de Rijn, ten zuiden Rhocus Claesz en ten noorden de weduwe en erfgenamen van Cornelis Neel Ghijssen. Bovendien zullen haar kinderen jaarlijks aan haar uitkeren de som van 112 gulden 10 stuivers zolang zij leeft. Als losrente met hoofdsom van 1.800 gulden, welk laatste bedrag na haar dood door de kinderen te verdelen. Enkele zoons zullen haar jaarlijks voorzien van "twee schepelen appelen en vijftich bos tacken". De kinderen valt ten deel een huis, berg, schuur ende vogelkooi en al het landb
* Deze akte komt voor in het artikel Eendenkooien in Rijnland in de vroegmoderne tijd van Milja van Tielhof, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 13 (2004): http://www.jvdn.nl/Downloads/WG/2004/TWG2004_047-059.pdf.
** Deze akte bevat de oudst bekende vermelding van de naam 'Weselenburch'.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 31, d.d. 07-01-1603
---
De erfgenamen van Michiel Pietersz (zie vorige akte) dragen over op hun broer Sijmon Michielsz drie brieven inhoudende 4 morgen land, aankomende Floris Bruijnensz.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 32v, d.d. 07-01-1603
---
Cornelis Michielsz en Gerrit Willemsz Bouman, zwagers, delen een woning, landen en vogelkooi, hen ten deel gevallen bij het overlijden van Michiel Pietersz, hun vader en schoonvader. Cornelis Michielsz behoudt de vogelkooi met de beplanting en het teelland daaromheen, groot 2 morgen, onder Oudshoorn, belend ten oosten de landen van het Sint Pietersgasthuis te Amsterdam, ten noorden en westen de landen van Gerrit Willemsz Bouman en ten zuiden Aert Pieter Eeuwoutsz en Sijmon Michielsz; nog 1½ morgen en 2½ hond land onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornse weg tot de Duikerwetering, belend ten oosten Jan Huijgensz en Jonge Dirck Gerritsz en ten westen de erfgenamen en weduwe van Jacop Willemsz van der Burch te Leiden; nog 4½ morgenland plus 1 hond onder Oudshoorn, strekkende van de Oudshoornse weg tot de Duikerwetering, belend ten oosten Clement Pietersz en Joris Cornelisz en ten westen Bouwen Govertsz. In de akte wordt zijn moeder genoemd, te weten Neeltgen Jansdr. Gerrit Willemsz Bouman valt t
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Oudshoorn (toegangsnr. 113.1.02), inv.nr. 1B, p. 67v, d.d. 30-10-1605
|