| Aantekeningen |
- NH dopen Kethel:
01-05-1637 Sijtge; o. Hubrecht Pietersz Poot [met Neeltje Pieters]
06-06-1638 Cornelis; o. Hubrecht Pietersz Poot
19-05-1641 Pietertge; o. Hubrecht Poot
21-12-1642 Pieter; o. Hubrecht Pietersz Poot
13-03-1644 Trijntge; o. Hubrechtsz Poot
02-09-1646 Pieter; o. Hubrecht Pietersz Poot [met Neeltje Hermens]
22-09-1647 Neeltge; o. Hubrecht Pietersz Poot
06-02-1650 Pieter; o. Hubrecht Pietersz Poot
29-10-1651 Zijthe; o. Hubrecht Pietersz Poot
27-06-1655 Harman; o. Hubrecht Pietersz Poot
22-04-1657 Cornelis; o. Hubrecht Pietersz Poot
26-10-1659 Heijnrick; o. Hubrecht Pietersz Poot; g. Maertge Jacobs
16-10-1661 Maerten; o. Hubrecht Pietersz Poot
30-03-1664 Pietertge; o. Hubrecht Pietersz Poot
---
Nr. 34 folio 146 d.d. niet gedateerd.
Inventaris gemaakt door Huijbrecht Pietersz. Poot weduwnaar Neeltge Pietersdr. Een woning als huis, schuur, barg en geboomte, staande annex de Groeneweg in de Kethelnoordpolder. Een erf of tuintje zuidwaarts van de woning aan de Groeneweg, zijnde erfpacht, te ontvangen door Ingeltgen Arens te Schiedam. Nog 2 morgen 3 hond land in de Kethel-noord waarvan 2 morgen leenland van de prins van Oranje en 3 hond gekomen van de pastorie van Kethel, belend ten Z: de weduwe van Pieter Pietersz. Poot de oude, ten N: jonkheer Johan van Mathenes, strekkende van het land van Trintgen Jacobs tot de Harreweg toe. Bruikwaren: 4 morgen van de abdij van Rijnsburg, 6 morgen van de erfgenamen van secretaris Duijth, 8 morgen 1 hond van de Heilige Geest en kerk van Kethel en nog 3 morgen 3 hond van de erfgenamen van Willem van Medenblick. Inschulden: De boedel komt toe van Pieter Arense van Bergen, vader van Neeltgen Pietersdr., haar moederlijk bewijs. Schulden: De weduwe van Pieter Pietersz. Poot, moeder van Huijbrecht, de
Nr. 35 folio 150 d.d. 09-08-1644.
Inventaris gemaakt door Martijntgen Cornelis weduwe Pieter Pietersz. Poot de oude. Een woning als huis, schuur, bargen en geboomte, gelegen op Vlaardinger-woud in de ambacht van Spaland, staande op de navolgende 2 morgen 3 hond land, gelegen als voren, belend ten W: Joris Cornelisz. van der Hoeff, ten O: zekere uiterdijken over de Hargweg, strekkende van de Zwet tot de Woudweg. Nog 6 morgen leenland van de prins van Oranje Frederik Hendrick als heer van Naaldwijk
en Honselersdijk, gelegen in Spaland, belend ten W: de voorn. van der Hoeff, Bruno van der Dussen en Dirck Maertensz. Heckenhoeck, ten O: zekere uiterdijken, strekkende van de Woudweg tot de voorn. Heckenhouck’s land. Nog een kamp land van 3 morgenin de Kethel-noord, belend ten N: Huijbrecht Pietersz. Poot, ten Z: van der Burgh brouwer in de Cinbel te Delft, strekkende van het land van Trintge Jacobs met zijn uiterdijk over de Hargweg. Nog een kamp van 2 morgen land als voren in Spaland, belend ten W: Cornelis Arense, ten O: de voorn. van der Dussen, strekkende van de Woudweg tot het land van de heer van Mathenesse. Nog een kamp van 3 morgen 3 hond land in de Kethel-noord, belend ten N: Cornelis Claessen Abswoude, ten Z: Joris Arensebeenhakker, strekkende van het land van de voorn. Joris Arensz. met zijn uiterdijk over de Harreweg. Bruikwaren: 14 hond land gebruikt van Hermen van der Beel, gelegen in Spaland. Nog 5 morgen gebruikt van Remont Muijs in Vrijenban onder Kethel-noord. Nog 3 morgen 4 hond
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 132, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 809 folio 230v. d.d. 12-08-1644.
Huijbrecht Pietersz. Poot weduwnaar van Neeltgen Pietersdr. verzoekt om boelhout voor zichzelf en hun 4 kinderen, genaamd: Sijtgen Huijbrechtsdr. oud 7 jaar, Trijntgen Huijbrechtsdr. 5 jaar, Pietertgen Huijbrechtsdr. 3 jaar en Pieter Huijbrechtsz. oud 2 jaar.
Nr. 810 folio 231 d.d. 28-06-1645.
Huijbrecht Pietersz. Poot wonende Noord-Kethel contra Joost Vrancken gedaagde. De eiser zegt dat hij en zijn voorzaten altijd, buiten memorie van mensen, heeft gebruikt en nog steeds gebruikt, een stukje land gelegen aan de Groeneweg, zijnde geapproprieerd en gemaakt tot een tuintje, de vruchten daarvan jaarlijks genoten en zonder belet van iemand geprofiteerd, de weg en het banwerk onderhouden en gemaakt.
Nr. 898 folio 269v. d.d. 01-10-1645.
Pieter Arijensz. van Bergen oud 79 jaar ……… Jorisz. Poldervaert oud 70 jaar ……. Jansz. molenaar oud gelijk (70?) jaar, Jan Jorisz. Brouck oud 64 jaar, allen wonende ambacht Kethel, welke tvv. Huijbrecht Pietersz. Poot, mede aldaar wonende, verklaard hebben dat het kooltuintje gelegen aan de Groeneweg neffens de woning van de requirant, over de 40 of 50 jaar is gebruikt door Cornelis Jansz. Quant en daarna door Pieter Ariensz. smid, die bruikers of huurders waren van een zeker huis en barg, door de requirant enige jaren geleden gekocht en afgebroken en er een tuintje van gemaakt.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 84, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 3 folio 2 d.d. 23-12-1654.
Huijbrecht Pietersz. en Dirck Pietersz. Poot zonen en erfgenamen van Pieter Pietersz. Poot en Martijntje Cornelisdr., beiden zaliger, voor hunzelf en vervangende de andere kinderen en kindskinderen en erfgenamen, hebben verkocht op 01-12-1654 aan Ds. Abrahamis Swalmius te Kethel, een perceel land verongeld voor 3 morgen 3 hond, bij meting bevonden zonder de uiterdijk met de weg 3 morgen 1 hond 95 roeden. Gelegen in Kethel-noord, belend ten O: de weduwe van Joris Arijensz., ten Z: dezelve weduwe, ten W: de Harreweg met de uiterdijk over dezelve weg en ten N: Cornelis Claesz. Abswoude. De jongste brief in dato 14-06-1630. Na opveiling in het openbaar verkocht op 17-01-1653. Prijs f 1.828-15-00. Er is onenigheid over de grootte van het land.
Nr. 96 folio 76 d.d. 03-12-1659.
Arijen Arijensz. Ham wonende aan de Harreweg heeft verkocht aan Huijbrecht Pietersz. Poot en Cornelis Abrahamsz. Corpershouck als Heilige geestmeesters van Kethel, een losrente van f 4 per jaar met een hoofdsom van f 100. Hij verbindt hieraan zijn huis en erf aan de Harreweg. Belend ten O: en Z: de Harreweg en ten W: de weduwe van procureur Gerard Vinck.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 92, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 2 d.d. 23-05-1663.
Christiaen van Vliet procureur van Arien Pietersz. Oosterveen gedaagde contra Huijbrecht en Dirck Pietersz. Poot voogden van de nagelaten weeskinderen van zaliger Cornelis Pietersz. Poot, gewonnen bij Ariaentgen Andriesdr. Cleijwech, mede erfgenaamvan Martijntje Cornelisdr. die weduwe was van Pieter Pietersz. Poot, de voorn. weeskinderen grootvader en grootmoeder, eisers. De gedaagde heeft op 18 april laatstleden voor het Hof van Holland geobtineerd voor vergoeding van de ondermaat van 2 percelen land, door de gedaagde van de voorn. Martijntje Cornelisdr. in het jaar 1648 gekocht.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 88, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 19 folio 17 d.d. 14-06-1673.
Huijbrecht Pietersz. Poot wonende Kethel-noordpolder heeft verkocht aan Trijntgen Huijbrechtsdr. zijn dochter, 3 morgen land gemeen in 2 kampen tezamen groot 6 morgen patrimoniaal land in de Kethelnoordpolder. Belend ten O:, N: en Z: Arien Willemsz. van Rijt met bruikwaar en ten W: Cornelis Cornelisz. Marckenburgh. De jongste brief in dato 13-05-1654. Vrij en niet belast. Prijs f 1.650, contant geld
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 93, door A. van der Tuijn [Hogenda]
|