| Aantekeningen |
- Nr. 660 folio 133v. d.d. 17-12-1597. (doorgehaald).
Lodewijck Fransz. de Knibberch eiser contra Pieter Pietersz. Poot gedaagde om zijn naasting te institueren van de koop van een kustingbrief door de eiser gekocht van Pieter Cornelisz. Decker, sprekende op des gedaagdens hijpotheek en huizing in hetdorp Kethel.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 83, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 115 d.d. 13-11-1604.
In de zaak hangende voor het gerecht van Spaland tussen Jacob Joosten wonende te Kralingen en Cornelis Cornelisz. Hoeck wonende in de Kethel-noord, als voogden over de weeskinderen van zaliger Sijmon Cornelisz., eisers tegen Pieter Pietersz. Poot verweerder, inzake de kwestie en geschillen ontstaan nopens de betalingen van een jaar kusting en andere verschenen penningen van de woning en landen, door de voorn. Pieter Pietersz. van de eisers gekocht, staande en gelegen in Spaland, als ook van 7½ hond patrimonie en leenland, hetwelk Pieter Pietersz. sustineerde minder te hebben dan hem aan de woning gekocht was, volgens de meting van Mathijs Beijn gezworen landmeter, is besloten dat de zaak bij arbitrage en uitspraak afgedaan wordt en niet als rechters. Pieter Pietersz. zal mogen korten 7½ hond land ter somme van f 350. Aldus gedaan ten huize van Allert Jansz. bode van Spaland.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 87, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 404 folio 93v. d.d. ut supra. [02-06-1611]
Cornelis Harpersz. waard in de Blessgengraeff voor zichzelf als koper van ¼ part van de eigendom van dezelve huizing en als man en voogd van Lijsbeth Huijbrechtsdr. zijn huisvrouw, lijftochteresse van dezelve huizing, eiser en arrestant contra Gerrit Dircxz., Pieter Pietersz. Poot, Huijbrecht Huijbrechtsz. gearresteerden om eis te doen van seperatie van dezelve huizing, mitsgaders barg en schuur. De eiser komt ¼ van de kooppenningen toe van het huis in kwestie. Cornelis Jacobsz. is de koper van het ¼ part.
Nr. 405 folio 94 d.d. ut supra.
Gerrit Dircxz., Pieter Pietersz. Poot en Huijbrecht Huijbrechtsz. van Adrichem bode van Vlaardingerambacht eisers contra Heijnrick Jacobsz. waard in de Valck te Vlaardingen, gearresteerde als man en voogd van Neeltgen Pietersdr. zuster van de eisers, om te verantwoorden ¼ part van een huis en erf in het dorp Kethel genaamd Blessgengraeff, voor welk ¼ part hij zich zal gereed maken te onderhouden dagdicht en muurvast en een barg te repareren. Welk voorsz. ¼ part is overgenomen door Neeltgen Pietersdr. de zuster van de eisers en Gerrit Dircxz.en Huijbrecht Huijbrechtsz. van Adrichem voorn. en hebben het weder overgenomen van Pieter Pietersz. Poot voorn. Geconditioneerd wordt dat hun moeder Lijsbeth Huijbrechtsdr. haar leven lang in hethuis zal mogen blijven wonen
zonder het huis te verkopen.
Nr. 433 folio 102v. d.d. 19-10-1611.
Gerrit Dircxz., Pieter Pietersz. Poot en Huijbrecht Huibrechtsz. bode van Vlaardeinger-ambacht eisers contra Heijndrick Jacobsz. waard te Vlaardingen gedaagde om te procederen. De vrouw van Heijnrick Jacobsz. was ten tijde van dien nog minderjarig.Genoemd wordt nog een attestatie van Arnoult Rutgersz. van Waert. Gerrit Jansz. Brouck is de voogd geweest van de vrouw van Heijnrick Jacobsz. Voor vonnis wordt gewezen dat hij het ¼ part mocht verkopen.
Nr. 670 folio 171 d.d. 18-02-1622.
Pieter Pietersz. Poot, Huijbrecht Huijbrechtsz. en Gerrit Dircxz., allen voor hunzelf, Heijndrick Jacobsz. te Vlaardingen gehuwd met Neeltgen Pietersdr., mitsgaders Frans Evertsz. gehuwd met Maertgen Dircxdr., allen broeders en zusters en mitsdien kinderen van zaliger Lijsbeth Huijbrechtsdr. weduwe. Zij verklaren geen erfgenamen te willen zijn in de nagelaten boedel van Lijsbeth Huijbrechtsdr.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 84, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 101 folio 93 d.d. 21-11-1607.
Pieter Pietersz. Poot wonende Spaland heeft verkocht aan Huijbrecht Huijbrechtsz. zijn broeder, ¼ part van het huis en erf in het dorp Kethel waar hun moeder inwoont en waar uithangt Blesgesgraeff. Zelf heeft hij reeds ¼ part van het huis en erf ende resterende 2 vierde parten komen toe Heijndrick Jacobsz. wonende Vlaardingen en Gerrit Dircxz. wonende in de Zuidbuurt. Belend ten Z: en W: Adriaen Arijensz. Coppert, ten O: en N: ’s-herenweg. Belast met 6 st. per jaar. Prijs f 137-10-00, te betalen met f 75 contant en de rest op termijnen.
Nr. 194 folio 156v. d.d. 01-07-1611.
Pieter Pietersz. Poot wonende Spaland heeft verkocht aan Gerrit Dircxz. zijn broeder wonende in de Zuidbuurt van Maasland, ¼ part van het huis en erf waarin hun moeder tegenwoordig woont in het dorp Kethel genaamd Blesgensgraeff, waarvan hem comparant een gelijk ¼ part toebehoord, belend ten Z: en W: Arijen Arijensz. Coppert, ten O: en N: ’s-herenweg. Belast het gehele huis met 6 st. De koper zal zijn moeder in het huis moeten laten wonen gedurende haar leven. Prijs contant betaald.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 91, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 34 folio 146 d.d. niet gedateerd.
Inventaris gemaakt door Huijbrecht Pietersz. Poot weduwnaar Neeltge Pietersdr. Een woning als huis, schuur, barg en geboomte, staande annex de Groeneweg in de Kethelnoordpolder. Een erf of tuintje zuidwaarts van de woning aan de Groeneweg, zijnde erfpacht, te ontvangen door Ingeltgen Arens te Schiedam. Nog 2 morgen 3 hond land in de Kethel-noord waarvan 2 morgen leenland van de prins van Oranje en 3 hond gekomen van de pastorie van Kethel, belend ten Z: de weduwe van Pieter Pietersz. Poot de oude, ten N: jonkheer Johan van Mathenes, strekkende van het land van Trintgen Jacobs tot de Harreweg toe. Bruikwaren: 4 morgen van de abdij van Rijnsburg, 6 morgen van de erfgenamen van secretaris Duijth, 8 morgen 1 hond van de Heilige Geest en kerk van Kethel en nog 3 morgen 3 hond van de erfgenamen van Willem van Medenblick. Inschulden: De boedel komt toe van Pieter Arense van Bergen, vader van Neeltgen Pietersdr., haar moederlijk bewijs. Schulden: De weduwe van Pieter Pietersz. Poot, moeder van Huijbrecht, de
Nr. 35 folio 150 d.d. 09-08-1644.
Inventaris gemaakt door Martijntgen Cornelis weduwe Pieter Pietersz. Poot de oude. Een woning als huis, schuur, bargen en geboomte, gelegen op Vlaardinger-woud in de ambacht van Spaland, staande op de navolgende 2 morgen 3 hond land, gelegen als voren, belend ten W: Joris Cornelisz. van der Hoeff, ten O: zekere uiterdijken over de Hargweg, strekkende van de Zwet tot de Woudweg. Nog 6 morgen leenland van de prins van Oranje Frederik Hendrick als heer van Naaldwijk
en Honselersdijk, gelegen in Spaland, belend ten W: de voorn. van der Hoeff, Bruno van der Dussen en Dirck Maertensz. Heckenhoeck, ten O: zekere uiterdijken, strekkende van de Woudweg tot de voorn. Heckenhouck’s land. Nog een kamp land van 3 morgenin de Kethel-noord, belend ten N: Huijbrecht Pietersz. Poot, ten Z: van der Burgh brouwer in de Cinbel te Delft, strekkende van het land van Trintge Jacobs met zijn uiterdijk over de Hargweg. Nog een kamp van 2 morgen land als voren in Spaland, belend ten W: Cornelis Arense, ten O: de voorn. van der Dussen, strekkende van de Woudweg tot het land van de heer van Mathenesse. Nog een kamp van 3 morgen 3 hond land in de Kethel-noord, belend ten N: Cornelis Claessen Abswoude, ten Z: Joris Arensebeenhakker, strekkende van het land van de voorn. Joris Arensz. met zijn uiterdijk over de Harreweg. Bruikwaren: 14 hond land gebruikt van Hermen van der Beel, gelegen in Spaland. Nog 5 morgen gebruikt van Remont Muijs in Vrijenban onder Kethel-noord. Nog 3 morgen 4 hond
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 132, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 3 folio 2 d.d. 23-12-1654.
Huijbrecht Pietersz. en Dirck Pietersz. Poot zonen en erfgenamen van Pieter Pietersz. Poot en Martijntje Cornelisdr., beiden zaliger, voor hunzelf en vervangende de andere kinderen en kindskinderen en erfgenamen, hebben verkocht op 01-12-1654 aan Ds. Abrahamis Swalmius te Kethel, een perceel land verongeld voor 3 morgen 3 hond, bij meting bevonden zonder de uiterdijk met de weg 3 morgen 1 hond 95 roeden. Gelegen in Kethel-noord, belend ten O: de weduwe van Joris Arijensz., ten Z: dezelve weduwe, ten W: de Harreweg met de uiterdijk over dezelve weg en ten N: Cornelis Claesz. Abswoude. De jongste brief in dato 14-06-1630. Na opveiling in het openbaar verkocht op 17-01-1653. Prijs f 1.828-15-00. Er is onenigheid over de grootte van het land.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 92, door A. van der Tuijn [Hogenda]
---
Nr. 2 d.d. 23-05-1663.
Christiaen van Vliet procureur van Arien Pietersz. Oosterveen gedaagde contra Huijbrecht en Dirck Pietersz. Poot voogden van de nagelaten weeskinderen van zaliger Cornelis Pietersz. Poot, gewonnen bij Ariaentgen Andriesdr. Cleijwech, mede erfgenaamvan Martijntje Cornelisdr. die weduwe was van Pieter Pietersz. Poot, de voorn. weeskinderen grootvader en grootmoeder, eisers. De gedaagde heeft op 18 april laatstleden voor het Hof van Holland geobtineerd voor vergoeding van de ondermaat van 2 percelen land, door de gedaagde van de voorn. Martijntje Cornelisdr. in het jaar 1648 gekocht.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inv.nr. 88, door A. van der Tuijn [Hogenda]
|