| Aantekeningen |
- Geboren ca. 1520 te Kethel. Overleden ca. 1598 te Schiedam.
Bouwman en schepen te Kethel en Spaland (1575, 1576 en 1586).
Bron: Stambom van Jan Post en www.pepost.nl
---
De Westabspolder van de 50e penning van het jaar 1580.
Joest Jorisz. Post, 11-10-00.
Bron: Rechterlijk archief Kethel en Spaland, inventarisnummer 30.
---
- Nr. 13 d.d. 23-11-1575. Present de schepenen: Joest Jorijsz. Post, Kors Pietersz., Jan Jaspersz., Jan Adriaensz., (Lourijs) Jacopsz. en Jorijs Pietersz. bakker. Jan Adriaensz. schepen gehuwd met Reijmtgen Jorijsdochter, doet afstand van de erfenisvan Jorijs Cornelisz. zijn huisvrouws zaliger vader, eertijds woonachtig in het dorp Kethel.
- Nr. 33 d.d. 18-01-1576 stilo curie. Aanwezige schepenen:Joest Jorijsz. Post, Jan Ariensz. (Entten?), Jorijs Pietersz., Lourijs Jacobsz., Kors Pietersz. Scaep en Jan Jaspersz. Op de dag als boven heeft Jan Gherijtsz. van Vlaerdick geconstitueerd Jan Doessen om recht voor hem te spreken voor deze vierschaar tegen een ieder.
- Nr. 37 d.d. 01-02-1576 stilo curie. Aanwezige schepenen: Joest Jorijsz. Post, Kors Pietersz., Jan Jaspersz., Lourijs Jacopsz., Jan Ariensz. en Jorijs Pietersz. bakker. Op de dag als boven zo IJedde Dirricxdr. …….. Thoentgen Dirricxdr., weeskinderen van Dirrick Gherijtsz. zaliger gedachtentis gekozen tot voogd Lenart Jorijsz. en Jorijs Maertijnsz. Knapper.
- Nr. 38 d.d. 01-02-1576 stilo corie. Compareerde voor Jan Doessen schout van Kethel, Joest Jorijsz. Post en Kors Pietersz. schepenen in Kethel: Cornelis Ariensz. wonende in Kethel op de Harreweg, eertijds op Vlaardinger-woud en bekende opgedragen te hebben aan Ariaen Ariaensz., Huijbrecht Ariaensz. zijn broeders en Jacop Fransz. zijn zwager, 2 koebeesten waarvan een zwart "roggeIt" oud omtrent 8 jaar en een zwart bont oud omtrent 10 of 11 jaar. Dezelfde comparant draagt op 2 bedden met 3 dekens, 2 "hetelen" een linnen en wollen en alle andere huisraad die hij als bezittter afdoet ter zake van een lening van £ 32 groot Vlaams, gekomen van de koop van Cornelis Adriaensz. woning. Door de trouble heeft hij de £ 32 niet kunnen betalen.
- Nr. 64 d.d. ut supra. Op de dag als boven heeft Joest Jorijsz. Post en Jorijs Pietersz. bakker hun rechtdag in staten gesteld op Pieter Cornelisz. Post zijn uitgedaagde eigen landen op de naaste rechtdag.
- Nr. 99 d.d. ut supra. Jan Doessen schout 55 jaar, Joest Jorijsz. Post 60 Jaar, Adriaen Gherijtsz. oud 40 jaar, Jacop (Harrecxz.), Cornelis Jacobsz. 45 jaar, (Arien) Stevensz. omtrent 34 jaar en Gherijt Jansz. Moelen oud omtrent 49 jaar.
Interrogatie inzake de uitspraak op 17-02-1580 stilo corie, uitgesproken door Heijndrick Duijst van
Delft geboren: (...)
- Nr. 110 d.d. 30-01-1593.
- Nr. 111 d.d. 1593. Ten verzoeke van de eerzame Pieter Pietersz. van Opmeer cum socijs heer van Parijs, om te vragen aan Cors Pietersz. oud omtrent 72 jaar, Joost Jorisz. Post oud omtrent 72 jaar, Louris Jacobsz. oud omtrent 56 jaar (doorgehaald isMaritgen Iacobsdr.), allen wonende in Kethel, of het waarachtig is dat de woning en hofstede, tegenwoordig bewoond door ene Jacob Vrericxz. Noortlander, gelegen in het zuideinde van het dorp Kethel aan de oostzijde van de heerweg, voor en in de trouble door ene Jan Iorisz. Post gepossideerd en bezeten (doorgehaald is; en dat dezelve woning en hofstede, zijnde huis, schuur, barg en geboomte in der tijd op de hofstede staande, voor eigen door Jan Iorisz. Post gepossideerd is geweest en in eigendom bezeten door ene Louris Iansz. zijn Jan Iorisz. voorzaat) en dat zij deposanten gehoord hepben en verstaan dat de voorn. hofstede door ene Louris Iansz. de voorzaat van Jan Iorisz. en zijn ouders, mede in eigendom gepossideerd en bezeten hebben,zonder dat zijlieden
Bron: Rechterlijk archief van het ambacht Kethel en Spaland, inventarisnummer 87. Bijlagen bij de dingboeken.
---
- Nr. 3 folio 3 d.d. ut supra. Ten zelve dage is Joost Jorisz. Post door het voorsz. gerecht gesteld en geordonneerd ipv. Cornelis Pietersz. Adrichem die is overleden, tot taxateur van de landen …….de voorsz. ambachte nevens Jan Jaspersz. …….Sijmonsz. in de polder, mede geordonneerde collecteurs, alles achtervolgende de ordonnantie.
- Nr. 75 folio 19 d.d. 05-02-1586. Schepenen Dammis Jansz., Cornelis Pietersz., Cornelis Cornelisz. en Jan Arisz., mitsgaders Joost Jorisz., Willem Sijmonsz. en Jan Jaspersz. ipv. de absenten. (...)
- Nr. 85 folio 21 d.d. 09-01-1586. Op heden zijn vergaderd geweest ten huize van Cornelis Jansz. bode van Kethel, het gerecht, buren en gemene ingelanden van Kethel; te weten Arien Stevensz., Arien Pietersz., Claes Willemsz. Cruijer, Cornelis Cornelisz., Dammis Jansz., Jacob Oliviersz. en Tobias Maertensz. allen schepenen van Kethel, Arien Gerritsz. smid en Cornelis Crijnen tegenwoordige ambachtbewaarders van Kethel, Jan Jaspersz., Joost Jorisz., Willem Sijmonsz., Dirck Jansz., Joris Ariensz. en Arien Leendertsz.,allen geburen en ingelanden van Kethel. Zij hebben gezamelijk ……………… van de verkochte ambachtslanden te Zoetermeer volgens de brieven daarvan verleden, te helpen dragen tot ontlasting van dezelve Pieter Cornelisz. en Louris Jacobsz. van verdere waring.
- Nr. 267 folio 70v. d.d. ut supra. Joost Jorisz. Post eiser contra Pieter Jansz. gedaagde om te kennen of ontkennen zijn brieven van obligatie in dato 16-05-1591, om te betalen de somme van f 28 ter zake van deugdelijke schulden van dezelve obligatie.
- Nr. 325 folio 78d. d.d. d. 03-02-1593. Willem Ariensz. bakker eiser contra Joost Jorisz. Post zijn schoonvader, gedaagde om te geheugen en gedogen dat de eiser gerevoceerd, gecasseerd en te niet gedaan heeft het verlij van consent die de eiser voor schout en schepenen van Kethel gepasseerd had, van dat de voorn. Joost Jorisz. de goederen die de voorn. Willem Ariensz. bij het overlijden van Joost Jorisz. uit naam van zijn huisvrouw zou mogen erven en zal mogen maken bij testament op zijn eisers kinderen, te procreren bij de voorn. Joost Jorisz. dochter. Alzo Joost Jorisz. in gebreke blijft zijn belofte te voldoen en de toezegging die hij aan de eiser ter zake van dien gedaan had van dat hij de eiser buiten zijn eisers kosten zou doentimmeren een woonhuis waar hij eiser met zijn huisvrouw gedurende hun beider leven in zullen wonen, of hetzelve te beteren met f 300 carolus.
- Nr. 326 folio 79v. d.d. 03-02-1593. Willem Ariensz. bakker eiser contra Joost Jorisz. Post zijn schoonvader.
- Nr. 327 folio 79v. d.d. ut supra. Joost Jorisz. constitueert Cornelis Jansz. bode
- Nr. 330 folio 79v. d.d. ut supra. Willem Ariensz. eiser contra Joost Jorisz. Post zijn schoonvader gedaagde
- Nr. 459 folio 99v. d.d. 01-06-1594. Joost Jorisz. Post eiser contra Pieter Cornelisz. Decker gedaagde.
- Nr. 542 folio 112 d.d. 8-07-1595. Joost Jorisz. Post eertijds wonende aan de Oudendijk en tegenwoordig binnen Schiedam, heeft in levende lijve gelegateerd en ook voldaan, hetwelk bij deze wordt erkend, aan de Heilige Geest van£ 2 Vlaams, mitsgader £ 6 Vlaams t.b.v. de kerk van Kethel, waarvoor hij wordt bedankt.
- Nr. 828 folio 174v. d.d. 6-03-1585.st ten huize van Jan Mathijsz. waard te Schiedam, alwaar de requirant huur maakte met ene Geertruid de dochter van Catharina van Berckenroede, geassisteert door ene Willem Oom van Rotterdam, van zekere landen waarin begrepen was het erf waar de requirant tegenwoordig op getimmerd heeft. Hierover is een kwestie ontstaan.
- Nr. 830 folio 175v. d.d. 05-03-1586. T.v.v. ………. Cornelis Florisz. oud 54 jaar, Joris Florisz. oud 45 jaar, Annitgen Cornelisdr. oud 75 jaar, Adriaen Cornelisdr. oud 65 jaar en Adriaen Jansdr. oud 76 jaar, verklaren eerst Cors Pietersz., Adriaen Jansdr. en Annitgen Cornelisdr., dat het hun nog goed bekend is dat de sloot tussen de weg en het erf van Matgen Rochusdr., nu gekocht door Jacob Oliviersz. timmerman, voor lange jaren her gekomen en gestrekt is geweest tot aan het kerkepad, gelegen tussen het voorsz. erf van Matgen Rochusdr. en de huizing van Jacob Oliviersz. en dat dezelve sloot tot zover die nu strekt gedempt is door Jacob Dircxz. of Matheus Jacobsz. zijn zoon, gewezene possesseurs van het voorn. erf en dat dezelve nadat de sloot was gedempt en er bargen op had gezet, in dezelve sloot een planting had gemaakt waar de schuiten komende uit de Noord-kethel en elders, aanmeerden en vastmaakten. Cors Pietersz. verklaart nog alleen dat hij geweest is …………… Claes Alewijnsz. in le
- Nr. 863 folio 186 d.d. ut supra. Louris Pietersz. timmerman nomine uxoris eiser contra Cornelis Jansz. bode van Kethel om te betalen f 14-14-00 ter zake van geleende penningen door de eiser zijn huisvrouws vader, in leven uitgeleend en nu bij overlijden van dezelve Joost Jorisz. aangeërfd.
Bron: Rechterlijke archief Kethel en Spaland, inventarisnummer 83. Dingboek.
|