| Aantekeningen |
- Reijer Gijsberts Geestdorp, ged. woerden 1637, won. Haanwijk onder Harmelen, schepen H. 1687 < Gijsbert Jans Geestdorp, beleend met de hofstede Geestdorp onder Woerden 1641, ovl. voor 1677 < Jan Philipsz Geestdorp, hoogheemraad Groot Waterschap Woerden 1608 < Philip Gerritsz Geesdorp, geb. ca. 1560, ovl. voor 1593. Jan Philipsz (van) Geestdorp, beleend met land in Kamerik 1599, volgt zijn vader op als bruiker van land in Geestdorp 1603 < Philips Gerritsz Proeyt, bruiker van land in Geestdorp, huw. na 1575 [Slootweg-1997, p 63; aanv. 1998, p 253].
Bron: Nederlandse Familienamenbank
[Gerrit Proeijt is schepen te Harmelen in 1538 (Utrechtse Parentelen deel 3)]
---
"De hofstede 'Geestdorp', in de dertiende en veertiende eeuw ongetwijfeld bewoond door de riddermatige familie van Geesdorp, kwam waarschijnlijk door vererving aan de Van der Haer's (Haazuylens), die het land in leen hielden van de bisschop. Zij verpachtten dit land, in de zestiende eeuw aan de familie Plomp, in de zeventiende eeuw aan de familie Geestdorp. De pachters hadden de gebouwen en 3 à 4 morgen land in eigendom. (...) In de zestiende eeuw werd een Jan Peter Koenensz. pachter. Zijn opvolgers noemden zich Geestdorp. Deze familie, die zich in de zeventiende eeuw sterk uitbreidde, bebouwde behalve 'Rijneveld' ook de hofstede 'Geestdorp' en enige andere landerijen in Geestdorp en Houdijk."
Bron: Heemtydinghen, juni 1969
---
Kamerik
143. 1 1/2 morgen land in Kamerik in twee kampen van 7 morgen gemeen met een kapelrie in de kerk van Kamerik (1630: en de leenman met zijn broers en zusters) voor op de landscheiding tussen Gerverskop en NieuwKamerik, oost: de nonnen van Oudwijk buiten Utrecht, beneden: Herman Nikolaas Boyenz., Reiner Maartensz. en Dirk Hermansz. van der Aa (1533: Jan Arnoutsz. c.s.; 1630: Matthijs Cornelisz. Bersingen; 1641: west: Jan Govertsz. de Wit).
6-11-1533: Jan Pietersz. voor Marieke, weduwe Pieter Koenenz., zijn moeder, bij overdracht door Adriaan Zegeromsz. voor Aleid Dirk Hermansz., diens vrouw, 288 fo. 68.
5-8-1540: Jan Pietersz. voor Marieke Pieter Koenenz., zijn moeder, 288 fo. 68.
21-5-1568: Jan Jansz. bij dode van Jan Pieter Koenenz., zijn vader, 288 fo. 68.
1-9-1575: Jan Reael voor Sweertje Arnoutsd., weduwe van Jan Jansz., 290 fo. 125.
13-12-1576: Jacob Jansz. van Geestdorp zoals Jan Jansz., zijn broer, 290 fo. 125.
14-4-1599: Jan Filipsz. bij dode van Sweertje Arnoutsd., zijn moeder, 290 fo. 125.
18-11-1628: Jan Filipsz., 290 fo. 125.
4-8-1630: Filips Jansz. ook voor zijn broers en zusters bij dode van Jan Filipsz., zijn vader, in verband met alle processen, eerst te komen aan de broers en zusters, 290 fo. 125.
27-3-1641: Gerard Jansz. bij overdracht door Filips Jansz., zijn broer, na kaveling, bevestigd door Pietertje Hendriksd., weduwe van Jan Filipsz., hun moeder, 291 fo. 130.
---
's-Gravesloot
[Fol. 325v] Jacob Hugensz vij5 mergen lants, bruijct Thomas Dircxsz ende Aert Bouwensz bij eede tsjaers den mergen iij k. gul. facit x out schilt xxx st.
Nu eijgenaers ende bruijckers die kijnderen van Philips Gerritsz Preijt
Bron: Oudschildgeld 1600
|