| Aantekeningen |
- NB. In deze tijd zijn er verschillende personen die Jan Jansz Ramp heten. Eén woont in Kamerik en één woont in Waarder.
---
NH dopen Oudewater:
28-06-1673 Pieter; o. Jan Jansz Ramp
NH dopen Woerden:
20-03-1683 Aghje; o. Jan Janse Ramp en Jannighje Dirck Bogar
23-05-1685 Willem; o. Jan Jansen Ramp en Jannighje Dircks Bogert; g. Eva Jelus [Kromwijk] (op de Haer)
---
Geertgen Jans, weduwe van Dirck Fredericksz Bogaert, geassisteerd door Franck van Loendersloot, aan de ene, en Frerick, Aeltgen, Neeltgen en Jannichie Dircx Bogaert, geassisteerd door Jan Jansz Ramp, haar man, allen meerderjarige en getrouwde kinderen van Dirck Fredericksz Bogaert, zich sterkmakende voor Jan en Aechie Dircx, hun minderjarige broer en zus, aan de andere zijde. Akkoord over de verdeling van de vadelijke erfenis. Geertgen Jans geeft aan elk kind 50 gulden. Als de minderjarige kinderen willen dat hun moeder het geld bewaart, kan dat met 4% rente. De kinderen krijgen geen uitzet mee. Als onderpand stelt ze haar huis, berg en schuur, gelegen te Kromwijk in de heerlijkheid van Vlooswijk.
Bron: RHC RL, WK Woerden (beh.nr. W035), inv.nr. 6, fol. 195, d.d. 23-11-1666
---
Compareerden Jan Jansz Ramp, Hendrick Jansz van der Helm ende Cors Cornelisz Croeff, alle inwoonders opde Zuyd en Noortsijde vande Langelinschooten respective, doch geen eygenaars van eenige huysen aldaar, van competenten ouderdom, dewelcke attesteerden, tuygden en verclaarden t’zamen en elcx besonder, ter requisitie en instantie vande gemeene eygenaars vande huysen aldaar staende, waar ende waarachtich te zijn, dat de Buyrte vande Zuyt ende Noortsijde vande Linschooten is gelegen tussen beyde de steden Oudewater ende Woerden, en dat dienvolgende de France volckeren so dagelicx als bij nacht aldaar met groote en cleyne pertijen soo nu soo dan zijn geweest, en de huysluyden niet alleen genouchsaem van alles berooft en totaliter geruyneert, maer oock verscheyde huysluyden gevangen genomen ende binnen Woerden in strickte vangenisse hebben geset, en deselve aldaar soo lange gehouden, totdat zij genootsaakt zijn geworden haar rantsoen met groot gelt te voldoen, jae dat noch onlancx, en geen veertien dage
Bron: RHC RL, ORA Oudewater (beheersnr. O063), inv.nr. 1891, aktenr. 178, d.d. 21-12-1672
---
72. Jacob Jansz bij Jan Jansz Ramp betaelt 0-6-0
83. Jan Willemsz Ramp bij Jan Jansz Ramp betaelt 0-6-0
84. Luijt Willemsz Ramp bij Gerrit Bockhoof betaelt 0-6-0
Bron: RHC RL, NHG Linschoten (beheersnr. M086), inv.nr. 193, d.d. 07-07-1705
---
72. Jacob Janse, Jan Janse Rampe wed. bet. 0-6-0
nu Claes Jansz Tibbe en bet. wegens 't verboecken 6 st.
83. Jan Willemse Ramp, Jan Janse Rampe wed. 0-6-0
nu Dirck Jansz Ramp en bet. wegens 't verboecken bet. 6 st.
84. Luijt Willemse Ramp, Gerrit Boekhoven bet. 0-6-0
den 27 feb. 1728 dit graft get. op Willem Huijgen Rijseveld
Bron: RHC RL, NHG Linschoten (beheersnr. M086), inv.nr. 193, d.d. 30-07-1720
---
LINSCHOTERHAAR
172. Een vierde deel van een viertel land (1457: in een weer van 9 morgen gemeen met Arent van Hove Dircxz.) in het gerecht van de heer van Montfoort, belend aan de zeezijde: de erfgenamen van Jacob van Denemercken, aan de landzijde: Johan Pietersz., strekkende van de Haerdijk tot het gerecht van de vrouwe van Wulvenhorst.
23-10-1631: Maertge Jans Spruyt te Woerden, gehuwd met Gerrit Dircxz. Bemmel, bij dode van haar nicht Aeltge Cornelis Elbertsz. Spruyt die het leen had geërfd van haar vader Cornelis Elbertsz.
28-2-1635: Jan Willemsz. Ramp te de Haer na overdracht door Marijtge Jansdochter Spruyt.
28-2-1660: Jan Jansz. Ramp bij dode van zijn vader Jan Willemsz. Ramp en draagt het leen over aan Floris Borre van Amerongen.
Bron: Repetorium op de lenen van de hofstad te Hontshol, 1253-1770 door C. Hoek
|