| Aantekeningen |
- NB. Deze Jan Willemsz Ramp is niet de enige persoon uit deze tijd met deze naam. Wat bij betreft is het duidelijk genoeg dat deze Jan Willemsz Ramp is overleden tussen 1666 en 1668. Er is ook een Jan Willemsz Ramp te Waarder met de volgende broers: Claes Willemsz Ramp en Arien Willemsz Ramp.
---
NH dopen Linschoten:
03-04-1648 Gijsbert; o. Jan Willemsz Ramp op de Haer
29-04-1649 Dirck; o. Jan Willemsz Ramp
10-08-1651 Dirrick; o. Jan Willemsz Ramp
---
Op heden 7 oktober 1644 heeft Jan Willemsz Ramp, weduwnaar van Neeltken Geeloven, uitgekocht, Jan Geerloven, wonende in Meerloo onder IJsselstein, oom en bloedvoogd van de twee onmondige kinderen hierboven benoemd [Willem Jansz en Merrichgien Jans]. Alle roerende en onroerende goederen, waaronder een hofstede, berg en schuur met 18 morgen min 2 hond land, gelegen in de Linschoter Haar, zoals Neeltgien Geerloven het met haar dood heeft nagelaten, belast met 2.850 gulden. De kinderen hebben recht op de helft van de hofstede. De vader behoudt de roerende goederen, waarbij hij zijn kinderen elk 1.000 gulden belooft. De kinderen blijven hun vader dus elk 425 gulden schuldig. Tot hun volwassenheid neemt de vader de rente op zich. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden.
Alsoo inden heere gerust was Willem Jansz, naelatende tot sijn erffgenamen in conformite van de uijtcoop hier voor staende ende den 7 october 1644 gedaen bij Jan Willemsz Ramp des voorsz overleden vader, der selver sijnen vader ende Merriken Jans Ramp, sijn suster, soo sijn bij calculatie ende memorie hier ter weeskamer geexhibeert bevonden de dootschulden van de selven te bedragen een hondert ende vijftich gulden twaelff st. waer van sij elcx d'helfte moeten dragen, compt voort weeskinten portie alsulcx 75 gld. 6 st.
Jan Willemsz Ramp, vader van de voorn. kinderen heeft aen proces kosten consultatien als ander voor sijn voorn. dochter betaelt int proces tegen Jan Geerloffen ende Luijt Willemsz Ramp wegen de erffenisse van Elisabeth Jansz het voorn. kinten out moeije de somme van 30 gld.
Het voorn. kint Merrichgien Jans heeft van de vern. Elisabeth Jans, haere out moeije geerft vier hondert gulden hooftsoms de verbant subject sijn om indien de voorn. Merriken sonder kinderen kompt te sterven dat die in sulcken geval sullen weder gaen aen den vern. Jan Geerloffen ende Merriken Geerloffs ofte haere kinderen welcke vier hondert gulden capitaels Jan Willemsz Ramp onder genomen heeft ende belooft daer van te betaelen een jaerl. renthe van twintich car. gulden waer van het eerste jaer renthen verschenen is geweest op eersten maij 1654 breder vermogens obl. daer van gest. bij den notaris J.?. Mathe t'Utrecht ende bij den vern. Jan Willemsz Ramp ende bij den selven notaris geteeckent den eersten maij 1653 binnen Utrecht alhier vertoont ende in de obl. gelaten aen de voorn. Merriken Jans Ramp als nu gecomen sijnde tot den ouderdom van twee ende twintich jaeren voor memorie.
Jan Willemsz Ramp heeft aen de vern. sijn dochter betaelt de jaeren van de versz. obl. renten verschenen den 1en maij 1654 ende heeft daer aen gecort de versz. dartich gulden van het proces lasten hier boven gestelt ende haer toe gegeven aen gelt thien gulden.
De klederen, linnen, gelt, silver als anders bij den voorn. Willem Jansz naegelaten sijn gedeijlt aen twee deelen ende heeft de dochter Merriken Jans haer portie nae haer genomen gelijck sij bij desen heeft bekent.
De voorsz. posten sijn ter weesboecken gebracht bij Jan Willemsen Ramp ende Jan Geerloffs mitsgrs. Pieter ende Cornelis Willemsz Ramp, vader en oomen van de voorn. Merriken Jans int bij wesen ende ten presentie van de selve Merriken Jans Ramp die bekende met dese inbrenginge alhier haer vergenoecht wel geconsenteert te houden, verclarende de selve Merriken de voorn. Jan Geerloffs haeren oom ende bloetvoogt van haer moederensijde van sijne momboirschap ende voochdije bij desen te ontslaen, hem voor sijn gedaen moeten daer in ende toe aengewent bedanckende ende in dit geschiets in overstaen van de weesmrn. Hollant ende Diemerbrock den 8en januarij 1654.
Bron: RHC RL, WK Montfoort (beh.nr. M017), inv.nr. 113, fol. 51, d.d. 08-01-1654
---
Grietgen Bouwens, huisvrouw van Tijs Tonisz Hol, ca. 30 jaar oud, wonende in de Linschoter Haar, en Geertgen Pietersdr, jonge dochter, ca. 22 jaar oud, wonende te Linschoten, ze heeft verleden zomer als dienstmaagd gewoond ten huize van voornoemde Tijs Tonisz Hol, verklaren op verzoek van Arien Cornelisz van Blocklandt, wonende in de Lange Weide, dat Marichgen Jansdr Ramp, dochter van Jan Willemsz Ramp, ongeveer tussen de Woerdense paardenmarkt en Allerheiligen 1654 verschillende malen tegen de attestanten heeft gezegd dat zij en de requirant trouwbeloften aan elkaar hadden gedaan. Zij heeft daarom verschillende stukken goud- en zilvergeld van de requirant gekregen, iets wat voornoemde Marichgen Jans ook tegen de attestanten heeft gezegd.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8537, aktenr. 53, d.d. 05-03-1655
---
Kopie. Aelbertus Costerus, secretaris van het Waterschap van Woerden, geauthoriseerd tot het ontvangen van het geld van Nieuwerbrugge, heeft de erfgenamen van Meijnsgien Willemsdr gesommeerd om de belasting te betalen, vanwege de hofstede van Pieter Roelen Ramp. De erfgenamen zijn van mening dat ze niet voor de hofstede van Pieter Roelen Ramp hoeven te betalen, aangezien ze geen eigenaars zijn, maar wel van de hofstede van Meijnsgien Willemsdr, van wie ze erfgenamen zijn.
Pieter Willemsz Ramp
Jan Willemsz [Ramp]
Cornelis Willemsz Ramp
Luijt Willemsz [Ramp]
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8520, aktenr. 29, d.d. 30-08-1656
---
Jan Willemssen Ramp, buurman, wonende op de Haar, ons notaris goed bekend, ziek in bed gelegen. Hij verzoekt Trijntgen Jansdr, zijn huisvrouw, en zijn kinderen tot een eerlijke begravenis. Hij herroept alle testamenten en stelt een nieuw testament op. Hij laat na aan de kinderen van Merriken Jans, zijn overleden dochter, verwekt bij Henrick Anthonisz, met namen Willem en Aert Henricksz en Neeltgen Henricxdr elk 150 gulden. Als ze alle drie overlijden zonder kinderen na te laten, dan gaat het geld naar zijn nakinderen. Hij benoemt tot zijn erfgenamen de kinderen die hij met Trijntgen Jans, zijn huisvrouw, heeft verwekt, met namen Jan, Ghijsbert en Dirck Jansz en Neeltgen Jansdr. Tot uitvoerder van het testament wordt benoemd Cornelis Willemssen Ramp, zijn broer, om de hofstede, landen en roerende goederen te verkopen als dat nodig is.
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 287, d.d. 11-07-1666
---
Naam: Jan Willemsz Ramp
Woonplaats: Bodegraven
Hoedanigheid: belending, huurder
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8522, aktenr. 43, d.d. 25-01-1668
---
Cornelis Willemsz Ramp, wonende in Waarder, voor zichzelf en, naast later genoemde voogden, oom en bloedvoogd van de onmondige kinderen van Jan Willemsz Ramp, verwekt bij nagenoemde Trijntje Jans, mitsgaders Luijt Willemsz Ramp, wonende te Kromwijk. Idem Jan en Gijsbert Jansz Ramp, meerderjarige zonen en mede erfgenamen van voornoemde Jan Willemsz Ramp, Trintje Jans, weduwe van genoemde Jan Willemsz, mede voor zichzelf en als moeder en voogd, naast Jacob Jansz, mede oom en voogd, van de onmondige kinderen en mede erfgenamen van Jan Willemsz Ramp, verkopen op 09-02-1668 in een openbare verkoping een hofstede in het Weiland onder Bodegraven en in de Bodegraafse Meije, aanbestorven van Meijnsje Willemsz Ramp, conform het akkoord tussen voornoemde Jan Willemsz Ramp en voornoemde Cornelis en Luijt Willemsz Ramp op 27-03-1666 gepasseerd. Compareerden Hendrick Cornelisz Ramp, Dirck Cornelisz Ramp en Jacob Jansz Blanckesteijn, getrouwd met Woughje Cornelis Ramp, voor zichzelf en zich sterkmakende voor Marrigh
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beh.nr. B065), inv.nr. 1, fol. 2, d.d. 23-01-1668
---
Jacob Jansz Blanckesteijn, wonende te Boskoop, is schuldig aan Luijt Willemsz Ramp, voor de ene helft, en Trintje Jans, weduwe van Jan Willemsz Ramp, en haar meerder- en minderjarige kinderen, verwekt bij genoemde Jan Willemsz Ramp, voor de andere helft 8.048 gulden vanwege de koop van twee gerechte derde delen van een hofstede met huis, berg en schuur met 16 morgen 1 hond land, heden aan hem overgedragen, gelegen in het Weiland, aan de noordzijde van de Rijn, strekkende van de Rijn over de landscheiding met de Meijepolder tot de erfgenamen van Claas Gerritsz Verhaar, belend in het Weiland ten oosten Leendert Pietersz Ramp en ten westen Gijsbert Pietersz Ramp en in de Meijepolder ten oosten Cornelis Jansz Lomberson en ten westen voornoemde Gijsbert Pietersz. Cornelis Willemsz Ramp en Dirck Cornelisz Ramp treden op als borg. Afgelost op 21-05-1670.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beh.nr. B065), inv.nr. 1, aktenr. 3, fol. 3v, d.d. 30-05-1668
---
Genoemd worden de kinderen van Henrick Teunissen, wonende te Linschoten, en Merrichgien Jans Ramp. Genoemd wordt ook de heer Bor van Amerongen, landscommandeur van het Duitse Huis te Utrecht, als koper van de hofstede van Jan Willemsz Ramp zaliger.
Bron: RHC RL, ONA Montfoort (beheersnr. M023), inv.nr. 1447, fol. 314, d.d. 05-06-1668
---
83 Jan Willemsz Ramp 0-6-0
84 Luijdt Willemsz Ramp 0-6-0
Bron: RHC RL, NHG Linschoten (beheersnr. M086), inv.nr. 193, d.d. 03-01-1676
---
83. Jan Willemsz Ramp bij Jan Jansz Ramp betaelt 0-6-0
84. Luijt Willemsz Ramp bij Gerrit Bockhoof betaelt 0-6-0
Bron: RHC RL, NHG Linschoten (beheersnr. M086), inv.nr. 193, d.d. 07-07-1705
---
83. Jan Willemse Ramp, Jan Janse Rampe wed. 0-6-0
nu Dirck Jansz Ramp en bet. wegens 't verboecken bet. 6 st.
84. Luijt Willemse Ramp, Gerrit Boekhoven bet. 0-6-0
den 27 feb. 1728 dit graft get. op Willem Huijgen Rijseveld
Bron: RHC RL, NHG Linschoten (beheersnr. M086), inv.nr. 193, d.d. 30-07-1720
---
Linschoterhaar:
172. Een vierde deel van een viertel land (1457: in een weer van 9 morgen gemeen met Arent van Hove Dircxz.) in het gerecht van de heer van Montfoort, belend aan de zeezijde: de erfgenamen van Jacob van Denemercken, aan de landzijde: Johan Pietersz., strekkende van de Haerdijk tot het gerecht van de vrouwe van Wulvenhorst.
23-10-1631: Maertge Jans Spruyt te Woerden, gehuwd met Gerrit Dircxz. Bemmel, bij dode van haar nicht Aeltge Cornelis Elbertsz. Spruyt die het leen had geërfd van haar vader Cornelis Elbertsz.
28-2-1635: Jan Willemsz. Ramp te de Haer na overdracht door Marijtge Jansdochter Spruyt.
28-2-1660: Jan Jansz. Ramp bij dode van zijn vader Jan Willemsz. Ramp en draagt het leen over aan Floris Borre van Amerongen.
Bron: Repetorium op de lenen van de hofstad te Hontshol, 1253-1770 door C. Hoek
|