| Aantekeningen |
- Jan Joostensz [wonende te Rossum in Bommelerwaard] is schuldig aan Claes Crijnensz en de voorkinderen van Jan Jansz de Rije zaliger 175 gulden aan landpacht. Borgen zijn Joost Gijsbertsz de Haer en Peter Aertsz Vos. In de marge: Frans Jansz, schout te Meerkerk, en Cornelis Jansz de Rie, zijn zwager, mitsgaders Jan Jansz de Rie, hun sterkmakende voor Peter Gerritsz, schout te Polsbroek, mede hun zwager, en voor de kinderen van Roeloff Jansz de Rie, hebben ontvangen van Maij Joosten, weduwe van Peter Aertsz Vos 125 gulden, geen datum.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 31-05-1621 (FS scan 381)
---
Gerrit Jan Petersz, wonende in Spinhoven, is schuldig aan Jan Jansz en Roell Jansz de Rije, al hun broers en zussen, 225 gulden geleend geld met 5,5% rente. Als onderpand geldt een vierde deel van 3 morgen land gelegen in Spinhoven onder Lexmond, waar Peter Jansz tegenwoordig woont.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 09-02-1623 (FS scan 423)
---
Claes Crijnensz, ziek van lichaam, stelt zijn testament op. Als eerste legateert hij aan Roeloff en Cornelis Jansz de Rije, de voorkinderen van zijn vrouw, de hofstede waar hij tegenwoordig woont, 9 morgen groot, waarvan 3 morgen eigen grond en 6 morgen leengoed. Hij legateert tevens aan de twee kinderen de hofstede "Blommendael", ook leengoed, 9 morgen groot, mits dat ze de originele koopsom betalen. De armen van Lexmond krijgen 50 gulden. [Er wordt ook genoemd Jannichgen Crijnen, een kind. Het gaat over de zussen en broer van de testateur.]
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, fol. 183, d.d. 11-09-1625 (Hofoda scan 205)
---
Claes Geerloffsz, wonende over de Lek in Jaarsveld, heeft van de kinderen van Jan Jansz de Rije, vanwege een schuld van de andere erfgenamen van Claes Crijnensz, ontvangen 60 gulden.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 442, d.d. 11-02-1626 (FS scan 511)
---
Willem Herbertsz, wonende te Meerkerk, voor zichzelf en zich sterkmakende voor zijn andere broers en zussen, voor de helft; Jan, Roeloff en Cornelis Jansz de Rije, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Adriaentgen de Rije, hun zus, mitsgaders Frans Jansz, schout te Meerkerk, als man en voogd van Sijken Jan de Rijendr, voor een vierde deel; Cornelis Crijnen, wonende te Jaarsveld, voor zichzelf en zich sterkmakende als bloedvoogd voor de onmondige nagelaten kinderen van zijn zus Haesken Crijnen zaliger, evenzo van de kinderen van Janneken Crijnen, zijn andere zus, Jan Fredericxsz, wonende te Lopik, voor hem zelf en als man en voogd van Mechtelt Cornelisdr, samen voor een vierde deel. Ze dragen over aan Gijsbert Jansz Blonckert en het kind van Claes Geerloffsz, genaamd Geerloff Claesz, 3 morgen eigen land, gelegen te Lakerveld, strekkende van de Rietwetering tot over de kade, belend boven en beneden Heijndrick Jansz.
Bron: RAZU, ORA Lakerveld (toegangsnr. 64), inv.nr. 406, d.d. 22-07-1627 (FS scan 223)
---
Er was onenigheid ontstaan tussen Maijgen Jacobs, weduwe en boedelhoudster van Jan Cornelis Prins, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, samen kinderen van voornoemde Jan Cornelisz Prins, verwekt bij voornoemde Marie Jacobs, geassisteerd door Huijbert Jacosbz en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, aan de ene, en Cornelis Jansz, Gerrit Jansz als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen en de kinderen van Cornelis Reijeren, samen voorkinderen van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Niclaes van der Lingen, schout te Lexmond, en Aert Gosensz aan de an dere zijde. Het gaat over de boedelscheiding.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 61, d.d. 18-02-1630 (FS scan 660)
---
Maijgen Jacobs, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz en Roeloff Stout, schout te Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Jansz Prins, Gerrit Jansz Prins, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, voor hen zelf en hen sterkmakende voor Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, hun zusters, hier mede present, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van een werfje gelegen in Kortenhoeven, de helft van 2,5 morgen land, gekomen van Melis Coenen, gelegen te Scherpenswijk, die tijdens het huwelijk van de voornoemde weduwe en Jan Cornelisz zaliger is gekocht. De weduwe behoudt de helft van 2,5 morgen gelegen te Scherpenswijk. Cornelis Jansz c.s. krijgt het werfje gelegen te Kortenhoeven, waarbij ze aan Marie Jacobs 50 gulden uit moeten keren, en de voogden van Cornelis Reijersz betalen nog eens 36 gulden aan de wedue. Cornelis Jansz neemt ook het huis en hof
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 65v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 665)
---
Marie Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz Prins, geassisteerd door Huijbert Jacobsz, haar broer, en Roeloff Dircxsz Stout, schout van Lakerveld, haar gekozen voogden, aan de ene, en Cornelis Reijersz als vader en voogd van zijn twee onmondige weeskinderen, verwekt bij Gijsbertgen Jans, zijn overleden huisvrouw, mitsgaders Cornelis Jansz Prins als oom en mede voogd, aan de andere zijde. Boedelscheiding door blinde loting van 1,5 morgen land gelegen te Scherpenswijk en 1,5 morgen gelegen in Bolgerijen, door Jan Cornelisz nagelaten en door testament gewild dat de kinderen enige van deze landen erven. Marie Jacobs is ten deel gevallen de 1,5 morgen in Bolgerijen. Cornelis Reijersz c.s. krijgen de 1,5 morgen in Scherpenswijk. De kinderen krijgen 50 gulden van de wedue. In de marge: De kinderen hebben dit bedrag ontvangen, 10-10-1630.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 66v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666)
---
Cornelis Jansz Prins, aan de ene, Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, hun huisvrouwen, Clara, Adriaentgen en Grietgen Jans, samen kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz Prins zaliger, Clara en Adriaentgen bijgestaan door Gerrit Jansz en Roel Jansz de Rie, mitsgaders Grietgen bijgestaan door Huijbert Jacobsz, haar oom en gekozen voogden, aan de andere zijde. Cornelis Jansz is gerechtigd in zijn bestemoeders goederen, maar is niet in staat om het land van zijn vader over te nemen. Daarom krijgen zijn zussen uit 4 morgen erfpachtland en 2 morgen leengoedland uit hun vaders nagelaten goederen de 2 morgen land, gelegen achter het heerlijke goed. Cornelis Jansz hoeft niet mee te betalen aan de reparatie van het huis, hij moet nog wel 150 gulden betalen aan de weduwe van Jan Cornelisz en hij wordt uitgesloten van de 500 gulden die Roel Jansz de Rie als huwelijk goed uit de boedel heeft genoten.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 67, d.d. 25-03-1630 (FS scan 666)
---
Gerrit Jansz Brouwer als man en voogd van Sijgen Jans, Clara, Adriaentgen Jans, bijgestaan door Cornelis Jansz, hun broer en gekozen voogd, mitsgaders Roel Jansz de Rie als man en voogd van Willemken Jans, en Grietgen Jans, bijgestaan door Huijbert Jacobsz, haar oom en gekozen voogd, samen kinderen en erfgenamen van Jan Cornelisz Prins, scheiden door middel van blinde loting de landerijen die hun vader door zijn dood heeft nagelaten. Gerrit Jansz krijgt 5 morgen land, gelegen in Kraaijendaal aan de zuidzijde van de Heikoppersteeg, strekkende van de halve Lakerveldsedijk tot de halve korte kade; nog 7,5 hond land gemeen met de weduwe van Jan Cornelisz Prins in Scherperswijk gelegen. Claertgen Jans krijgt een akkertje land gelegen in Kortenhoeven naast Cornelis Cornelisz van Noordeloos' akker, strekkende van de kooi van Jan Cornelisz tot de halve weth of plas; nog een akker land, aldaar gelegen naast het heerlijk goed van Cornelis Jansz, strekkende van het halve weth tot over de hoge dijk tot de halve w
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 443, fol. 67v, d.d. 25-03-1630 (FS scan 667)
---
Jan Jansz de Rie, Roel Jansz en Cornelis Jansz de Rie, broers, mitsgaders Peter Gerritsz, schout van Polsbroek, hun zwager, machtigen samen Frans Jansz Hacker, schout te Meerkerk, ook hun zwager, om vanwege de boedel van hun ouders te vorderen van verschillende debiteuren.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 16v, d.d. 01-03-1631 (FS scan 22)
---
Jan Jansz de Rie, Roeloff en Cornelis Jansz de Rie, mitsgaders Frans Jansz Hacker, schout te Meerkerk, als man en voogd van Sijken Jan de Rie, en Peter Gerritsz van Rietvelt, schout te Polsbroek, als man en voogd van Adriaentgen Jan de Rie, samen kinderen en erfgenamen van Jan de Rie den ouden en Roeltgen Roeloff Stoutendr, hun ouders, hebben onderling verloot de landerijen hen aangekomen door het overlijden van hun ouders. Jan Jansz de Rie krijgt 7,5 morgen land leengoed, gelegen te Achthoven, staande op zijn naam, waarvan hij al 1/2 morgen bezit; nog 1.000 gulden; nog een huisje, erf en timmerwerf, gelegen aan de noordzijde van het dorp Lexmond. Roeloff Jansz de Rie krijgt 9 morgen leengoed, genaam "Blommendael" en moet 1.600 gulden betalen aan de crediteuren van de boedel. Frans Jansz, schout te Meerkerk, krijgt 3 morgen land, gelegen tussen Blommendael en de 6 morgen van Cornelis de Rie en de schout van Polsbroek, strekkende van de halve dijk achterwaarts op; nog een kamp land van 2 morgen groot,
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 20v, d.d. 19-04-1631 (FS scan 27)
---
Roeloff Jansz de Rie en Willemken Jansdr, echtelieden, Roeloff Jansz ziek op bed liggende en Willemken Jans gezond, maken hun estament op. De langstlevende krijgt lijftocht van de goederen. Ze willen dat alle goederen eerlijk tussen de kinderen worden verdeeld.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 41, d.d. 05-05-1632 (FS scan 47)
---
Grietgen Jan Prinsdr, wonende te Lexmond, gezond van lichaam, herroept alle voorgaande testamenten en stelt een nieuwe op. Ze laat haar roerende en onroerende goederen na aan Willemken Jan Prins, haar zus. De erfgenamen moeten uitkeren aan Sijken, Sara, Cornelis en Adriaentgen Jan Prins, haar halfzussen en halfbroer, 6 gulden per persoon. Ze legateert aan Maria Jacobsdr, haar moeder, 10 gulden per jaar uit haar boedel.
Bron: RAZU, Stadsgerecht Vianen (toegangsnr. 410), inv.nr. 9, d.d. 20-12-1632 (FS scan 566)
---
Willemken Jansdr, weduwe en boedelhoudster van Roeloff Jansz de Rie, geassisteerd door Cornelis Jansz Prins, haar broer en gekozen voogd, aan de ene, en Jan en Cornelis Jansz de Rie, broers, voogden van de twee nagelaten kinderen van voornoemde Roeloff Jansz de Rie, aan de andere zijde. Er wordt geloot op wiens naam het leengoed in de boedel komt te staan, met het land, huis, berg en schuur. De weduwe houdt de helft, terwijl de kinderen de andere helft bezitten.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 59, d.d. 08-02-1633 (FS scan 65)
---
Willemken Jans, weduwe en boedelhoudster van Roeloff Jansz de Rie, geassisteerd door Cornelis Jansz Prins, haar broer en gekozen voogd, aan de ene, en Jan Jansz de Rie en Cornelis Jansz de Rie, broers, voogden van de twee onmondige kinderen van voornoemde Roeloff Jansz de Rie, aan de andere zijde. Uitkoop. De weduwe zal de kinderen opvoeden en onderhouden voor 12 jaar, waarbij ze gebruik mag maken van het huis, de hofstede en 9 morgen land, genaamd "Blomendael". Voor de kinderen is ook de helft van de jaarlijkse inkomsten en de opbrengst van de verkoop van 2 morgen land in Kortenhoeven.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 60, d.d. 16-02-1633 (FS scan 66)
---
Grietgen Jan Prinsendr, geassisteerd door Cornelis Jansz Prins, haar broer en gekozen voogd, draagt over aan Cornelis Cornelisz van Noordeloos een huis en hennipwerf binnendijks en een boomgaardje buitendijks, strekkende van de halve dijk tot de halve waardsloot, eertijds toebehorende Ingins Gijsbertsz; nog 2 morgen land gelegen binnen de Kweldam, samen in Kortenhoeven, belend boven Adriaentgen Jans en beneden voornoemde Cornelis Cornelisz van Noordeloos. Compareerde mede Willemken Jans, geassisteerd door Adriaen Jansz, haar ondertrouwde en toekomende man, en Maijgen Jacobs, geassisteerd door Jan Cornelis Weijer, haar man en gekozen voogd, mitsgaders Cornelis Jansz Prins, voor zichzelf, constitueren hen borg.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 70v, d.d. 13-05-1633 (FS scan 84)
---
Adriaen Jansz Roijen als man en voogd van Willemken Jansdr, mitsgaders Jan en Cornelis Jansz de Rie, als broers, voogden van de twee onmondige kinderen van Roel Jansz de Rie, verwekt bij voornoemde Willemken Jans, dragen over aan Grietge Jansdr een halfscheiding van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, gemeen met Marie Jacobs, haar moeder, belend ten oosten de Vicarie waarvan eigenaar is Gerrit van Weert en ten westen de kinderen van IJmert de Groten.
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 444, fol. 121, d.d. 23-07-1635 (FS scan 134)
---
Maijgen Jacobsdr, weduwe van Jan Cornelisz, ziek op bed liggende, herroept oude testamenten en stelt een nieuwe op. Ze legateert aan Grietgen Jans, haar dochter, weduwe van Coenraet Jansz, het eigendom van de helft van 8 morgen land, gelegen in Kortenhoeven, waar ze de andere helft al van bezit, en een eiken kist. Jan Roeloffsz de Rie en Jan Roeloffsz Prins, broers, voorkinderen van Willemken Jans, haar overleden dochter, krijgen beiden 1,5 morgen land gelegen op Leijdenbolgerij(?). De kinderen van voornoemde Willemken Jans zaliger, verwekt bij Adriaen Jansz van Roijen, krijgen de helft van 2,5 morgen land in Scherperswijk, gemeen met Adriaentgen Gerritsdr de Brouwer, en 300 gulden van Grietgen Jans. Aan Trijntgen, de oudste dochter van Willemke Jans, legateert ze een rok; aan Marigen, haar zus, een huik; en aan Bastiaentgen een rok; verder worden de nakinderen uitgesloten van de erfenis. Tot erfgenamen worden benoemd Grietgen Jans, voor de ene helft, en voornoemde Jan Roeloffsz de Rie en zijn broer,
Bron: RAZU, ORA Lexmond en Achthoven (toegangsnr. 64), inv.nr. 446, fol. 54v, d.d. 06-09-1652 (FS scan 60)
---
Adriaen Jansz van Roijen, weduwnaar van Willemken Jans, en Cornelis Jansz de Rie en Cornelis Jansz Prins als voogden van diens kinderen, mitsgaders Jan Roeloffsz de Rie en Jan Roeloffsz Prins, mede kinderen, genoegzaam mondig, dragen over aan Adriaen Henrixsz een 1,5 morgen land gelegen in Kraaijendaal over de korte kade, gekocht van Peter Floren, belend ten noorden Willem Cornelisz Cleijne en ten zuiden Jan Dircxsz.
Bron: RAZU, ORA Lakerveld (toegangsnr. 64), inv.nr. 409, d.d. 22-05-1653 (FS scan 42)
---
Dezelfde personen als in de vorige akte dragen over aan Henrick Willemsz 3 morgen min 1 hond land gelegen in Scherperswijk, belend ten oosten Gijsbert Henrixsz en ten westen Pieter Gijsbertsz.
Bron: RAZU, ORA Lakerveld (toegangsnr. 64), inv.nr. 409, d.d. 22-05-1653 (FS scan 43)
---
Adriaen Jansz Roijen, getrouwd geweest met Willemken Jans, voor de helft, en Cornelis Jansz de Rie en Cornelis Jansz Prins als voogden van de voor- en nakinderen van voornoemde Willemkan Jans, van wie hier present is Jan Roeloffsz Prins, voorzoon, zich sterkmakende voor Jan Roeloffsz de Rie, zijn broer, dragen over aan Jacob Willemsz de Montenegro 1,5 morgen land gelegen in Kraaijendaal over de korte kade tot aan de Zerickkade, belend ten oosten de kinderen zelf en ten zuidwesten Willem Cornelis Cleijne.
Bron: RAZU, ORA Lakerveld (toegangsnr. 64), inv.nr. 409, d.d. 08-06-1654 (FS scan 55)
---
Lexmond
612. Het huis te Bloemendaal (1542: in de parochie Lexmond) met het land (1505: met hofstede, boomgaarden, griendingen en toebehoren; 1569: groot ca. 9 morgen), strekkend van de dijk van Bloemendaal tot Hendrik Hendriksz. (1420: Dirk Hendriksz.), boven: kinderen Hubert van Bloemendaal met nr. 625 (1505: de leenman met land van wijlen Reiner van Hemert; 1596: de leenheer met de Geer), beneden: Werner Jansz. zoals Jan van Asselt (1420: Gijsbert van den Berge; 1505: de leenheer; 1569: Eva van Wijk, gehuwd met Pelgrim van Loon; 1596: Thomas van Cassiopijn en Eva van Zandwijk, diens moeder; 1614: de leenman; 1628: Frans Jansz. Hacker; 1653: Cornelis Jansz. de Rie), behalve de achterste kamp van Bloemendaal, groot 9 à 10 hont, naast Hendrik Hendriksz., (1476: vermeerderd met 2 morgen in Lexmond in Bloemendaal, zijnde de achterste kamp in de Nes, boven: Reiner van Hemert, beneden: Walraven, zoon van de leenheer), 1569: 50 pond jaarlijks waardig.
2-12-1614: Nikolaas Krijnen bij overdracht door Jan van Bloemendaal, 26 fol. 252v-253.
5-3-1628: Rudolf Jansz. de Rie bij dode van Nikolaas Krijnen, zijn stiefvader, 27/2 fol. 102v103.
3-7-1633: Cornelis Prins Jansz. voor Willempje Jansdr., weduwe Rudolf Jansz. de Rie, half als lijftocht en half bij making door haar man, 28 fol. 41v-42.
23-11-1653: Jan Rudolfsz. de Rie bij dode van Willempje Jans, zijn moeder, 29 fol. 154v-155.
16-3-1665: Matthijs Fransz. van Royen te Lexmond bij overdracht door Jan Rudolfsz. de Rie, 29 fol. 271v-272.
Bron: Leenhoven van de heren van Vianen, 1292-1666 door J.C. Kort
|