| Aantekeningen |
- Jacob Janssen Schuijlenburch, voor zichzelf en als man en voogd van Grietgen Thomas, idem Claes en Jan Cornelisz, broers, beide voor hen zelf, idem Cornelis Martensz, getrouwd met Aeltgen Cornelis, mitsgaders Cornelis Claesz als vader en voogd van Henrick, Marten, Dirck en Marrichgen Cornelis, zijn minderjarige kinderen, verwekt bij Niesien Thomas, zijn overleden huisvrouw, geassisteerd door Cornelis Mertensz van Rossum, kuiper, idem Abraham Adriaensz Plemper, voor zichzelf en als man en voogd van Marrichgen Thomas, zijn huisvrouw, vertichten met elkaar als erfgenamen van Thomas Ermboutsz, hun vader en schoonvader, landen en een huis, hof, berg en schuur, gelegen in Zegvelderbroek, en de legaten afkomstig van Steventjen Henrickx, de overleden moeder van Thomas Ermboutsz, alles ten behoeve van Ermbout Thomasz als mede erfgenaam.
Bron: RHC RL, ORA Zegveld (beheersnr. W180), inv.nr. 2375, aktenr. 35, d.d. 20-05-1644
---
Cornelis Maertensz van Rossum te Kamerik verkoopt aan Adriaen Jansz Focker te Kamerik de helft van 2 morgen 5 hond land in het Noordeinde van Nieuwkoop buitenweg, welke andere helft toekomt aan Hillegont Claesdr, het geheel strekkend van het land van Cornelis Pietersz tot de Masloot, belend ten oosten Willem Jan Lauwen c.s. en ten westen Aris Cornelisz Quast c.s. Koopsom 417 gulden.
Bron: ELO, ORA Nieuwkoop en Noorden (toegangsnr. 162.1.06), inv.nr. 63, fol. 112v, d.d. 21-06-1644 (Prins)
---
Cornelis Meertensz van Rossum, wonende in het dorp Kamerik Mijzijde heeft in een erfkoop verkocht aan Cornelis Cornelisz Griffioen de jonge, ook wonende te Kamerik Mijzijde, een huis en erf, waar de verkoper tegenwoordig woont, gelegen in het dorp Kamerik op de Mijzijde, strekkende van de Kameriker wetering tot de halfsloot van Gerrit Claesz, belend ten zuiden de steeg en ten noorden voornoemde Gerrit Claesz; nog een partij aarde, as, vuilnis, steen en dergelijke, gelegen op het erf van het verkochte huis, 2 à 3 eiken bedsteden en meubele goederen. De koopsom is 2.000 gulden, waarvan 1.200 voor het huis en erf.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8514, aktenr. 55, d.d. 16-12-1646
---
Compareerden Cornelis Meertensz van Rossem, ca. 44 jaar oud, en Pieter Jansz van Rossem, ca. 45 jaar oud, beiden mede wonende te Kamerik Mijzijde, verklaren [op verzoek van Heijndrick Elbertsz, wonende te Kamerik Mijzijde] dat in de afgelopen 24 jaar drie of vier dammen, gelegen in bovengemelde buursloot, zonder belet gebruikt zijn. Er heeft nog nooit iemand moeite mee gehad.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 61, d.d. 28-05-1647
---
Staat en inventaris gemaakt door Claes Cornelisz Plomp, wonende te Kamerik Staten Gerecht, weduwnaar en boedelhouder van Marichgen Cornelisdr, zijn overleden huisvrouw.
"Cornelis Maertensz van Rossum comt volgens sijn cedulle de somme van 2-18-0"
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8535, aktenr. 125, d.d. 28-10-1653
---
Lijsbeth Cornelisdr, weduwe van Heijndrick Elbertsz, ca. 56 jaar oud, wonende te Kamerik Mijzijde, die op verzoek van Cornelis Maertensz van Rossum als man en voogd van Merrichgen Claes Fockert, die een dochter was van Claes Willemsz Fockert, welke Claes Willemsz een susterling [neef, kinderen van zussen of broer en zus] was van Wilburch Jacobs Ruijs, in haar leven tweede huisvrouw van Pieter Dircksz van Adrichem, voormalig schout van Kamerik Mijzijde, verklaarde zich nog goed te herinneren dat zij ca. 35 à 36 jaar geleden speelgenoot was van Aeltgen Gijsen, toen zij bruid was, zijnde de voornoemde Aeltgen Gijsen nog in leven als huisvrouw van Jan Govertsz de Wit, wonende te Kamerik Mijzijde, en dat Aeltgen Gijsen een dochter was van schout Gijs en voornoemde Wilburch Jacobs Ruijs. Ze waren speelgenoot, omdat ze buurkinderen waren en veel tijd met elkaar doorbrachten, zoals ze nu nog gebuur is met Jan Govertsz de Wit. Ze kan zich goed herinneren dat Pieter Dircksz van Adrichem een grote, mooie kamer
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 159, d.d. 16-01-1654
---
Cornelis Maertensz van Rossum, ca. 52 jaar oud, wonende te Kamerik Staten Gerecht, die op verzoek van Lijsbeth Cornelis, weduwe van Heijndrick Elbertsz, verklaart dat hij vele jaren naast de requirante heeft gewoond, zowel aan de zuid- als noordzijde, zoals dat nu ook nog het geval is, dat hij goed weet dat toen de requirante kwam te trouwen met haar overleden man, dat ze schiftelijk contract had op de hofstede waar ze nu nog woont op Kamerik Mijzijde. In hetzelfde contract heeft Claertgen Poolen, de moeder van de requirante, het recht bedongen om gebruik te maken van het voorhuis, de zuidkamer en opkamer. Dezelfde Claertgen heeft met haar zoon Jan Cornelisz daar gebruik van gemaakt, maar vervolgens de requirante en haar man onfatsoenlijk bejegend en het huis hebben vernield. Ze besloot uiteindelijk met haar man te verhuizen naar Teckop en Bodegraven en de hofstede te verhuren. Uiteindelijk hebben Claertgen Poolen en Jan Cornelisz twee huizen, die door Claertgen Polen in lijftocht werden bezeten, afge
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8509, aktenr. 160, d.d. 16-01-1654
---
Korte staat van de boedel van Merrichgen Claes, overleden op de Mijzijde.
"[betaelt] aen Cornelis Meertensz van Rossum 0-10-0"
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8521, aktenr. 34, d.d. 23-08-1662
---
Neeltgen Jans, weduwe van Claes Elbertsz, wonende te Kamerik Staten Gerecht, voor haar zelf en als moeder en voogdesse van Trijntgen Claes, haar onmondige weeskind, verwekt bij voornoemde Claes Elbertsz, die gezien het overlijden van Cornelis Meertensz van Rossum, haar voormalige voogd, heeft gekozen Mathijs van Roijen, schout te Kamerik Mijzijde, machtigt hem tot voogd van haar en haar weeskind.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8511, aktenr. 42, d.d. 16-01-1664
---
Grietgen Jacobs Verheul, weduwe van Claes Zegrumsz [van den Bosch], gewoond hebbende te Houtdijk en nu wonende te Kamerik, gezond van lichaam, had eerder met haar man een testament opgesteld. Toen was haar enige zoon, Zegrum Claesz, hun leven, die intussen zonder nageslacht is overleden. Ze wil dat de goederen en middelen, die overblijven na het aflossen van alle schulden, worden verdeeld voor een vierde deel aan de kinderen van Huijbert Jacobsz, haar overleden volle broer, het tweede vierde deel aan de kinderen van Pietgen Jacobs, haar overleden volle zus, het derde vierde deel aan Hillichgen Claes Focker, haar halfzus, en het laatste vierde deel aan Merrichgen Claes Focker, mede haar halfzus.
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beh.nr. W054), inv.nr. 8522, aktenr. 18, d.d. 11-01-1667
---
Johan Freser, schout van Kamerik Staten Gerecht, voor zichzelf en als man en voogd van Mechteldt de Moelre, zijn huisvrouw, heeft in een erfkoop verkocht aan Merrighjen Claes, weduwe van Cornelis Maertensz van Rossum, een erfje gelegen te Kamerik, waarvan de andere helft in bezit is van de weduwe van Cornelis Jansz timmerman, strekkende van de Kameriker wetering tot aan de sloot van de verkoper, belend ten zuiden voornoemde weduwe van Cornelis Jansz timmerman en ten noorden de koper zelf. De koopsom is 180 gulden. [De volgende akte is de verkoop van de andere helft aan Jannichje Pieters, weduwe van Cornelis Jansz timmerman.]
Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 52, d.d. 15-05-1671
---
Johan Freser, schout van Kamerik Staten Gerecht, voor zichzelf en als man en voogd van Mechtelt de Moelre, zijn huisvrouw, dragen over aan Merrichie Claes, weduwe van Cornelis Meertensz van Rossum de helft van een erf gelegen te Kamerik Staten Gerecht, waarvan de andere helft toebehoort aan de weduwe van Cornelis Jansz timmerman, strekkende van de Kameriker wetering tot de sloot van Johan Freser, belend ten zuiden de weduwe van Cornelis Jansz timmerman en ten noorden voornoemde Merrichie Claes weduwe.
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 980, aktenr. 85, d.d. 20-06-1671
|