| Aantekeningen |
- Zie ook: Historische Leiden in Kaart, PersoonId = 9375.
---
5-1-1575: Louris Cornelisz snijder, Quirin Cornelisz slotenmaker, wonende te Delft, Cornelis Sijmonsz metselaar als man en voogd van Immitgen Cornelisdr, Pieter Florisz schoenmaker als man en voogd van Martgen Cornelisdr, Trijntgen Cornelisdr weduwe van Gerrit Egberts, snijder van Warmond, en Joesgin Cornelisdr weduwe van Pieter Willemsz van Catwijck, voornoemde Trijntgen en Joosgen elk met voornoemde Louris Cornelisz, hun broer, als gekozen voogd, allen erfgenamen van Dircgen Lourisdr, hun overleden moeder en schoonmoeder, hebben ontvangen van Dirck Jacopsz schoenmaker 74 gulden, waar voornoemde Dircgen Lourisdr recht op had vanwege de verkoop van een huis en erf staande aan de Vliet.
Bron: ELO, Waarboek 67 E-1571, fol. 219v (pagina 221/351).
5-1-1575: Louris Cornelisz snijder, Quirin Cornelisz slotenmaker, wonende te Delft, Cornelis Sijmonsz metselaar als man en voogd van Immetgen Cornelisdr, Trijntgen Cornelisdr weduwe van Gerrit Egberts, snijder van Warmond, en Joosgen Cornelisdr weduwe van Pieter Willemsz van Catwijck, voornoemde Trijntgen en Joesgen elk met voornoemde Louris Cornelisz, hun broer, als gekozen voogd, verkopen aan Pieter Florisz schoenmaker, hun zwager, 5/6e deel van een huis en erf gelegen in de Steenschuur over Zevenhuizen, waarvan Pieter Florisz het laatste zesde deel bezit.
Bron: ELO, Waarboek 67 E-1571, fol. 220 (pagina 221/351).
10-2-1577: Reijer Gerritsz kleermaker, van Warmond, nu wonende te Leiden, bewijst Cornelis Reijersz en Jan Reijersz, zijn twee onmondige weeskinderen, verwekt bij Ghijsbertgen Cornelisdr, ten overstaan van Gerrit Dircxsz linnenwever, getrouwd met Elijsabeth Cornelisdr en dus oom en voogd van moederskant van de weeskinderen, hun moederlijke erfenis, elk 10 gulden te betalen als ze 20 jaar oud zijn. Dit bedrag is verzekerd op zijn huis en erf gelegen in het dorp Warmond in de Middelbuurt, belend aan de ene zijde Gerrit Egbertsz kleermaker, zijn vader, en aan de andere zijde Sijmon Jansz.
Bron: ELO, ona Leiden 46, fol. 35v (pagina 36/154).
|