| Aantekeningen |
- NH dopen Benthuizen:
31-10-1649 Trijntjen; o. Maerten Cornelissen en Haduwe Jans; g. Cornelis Jacobsen en Pleune Jans
26-02-1651 Willem; o. Maerten Cornelissen en Haduwije Jans; g. Arjaentje Jans en Jacob Cornelissen
13-09-1652 Sijmon; o. Maerten Cornelisz en Hadewij Jansdr; g. Maertgen Cornelis en Jacob Cornelisz
NH dopen Zoetermeer:
21-07-1657 Trijntje; o. Marten Cornelisz; g. Jacob Cornelisz en Pleuntje Jansz
---
Vermeld in de kerfboeken van Zegwaart. Van 1652 tot 1659 als molenaer aan De Leijtse Walle, van 1660 tot 1680 en 1685 tot 1688 aan leijtsewalle (waarvan de laatste jaren geroijeeert). Zijn zoon Willem woont in 1708 bij de elleboogsche molen, een molen aan de elleboogsche wetering.
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1601-1650 te Zegwaart als: Maerten Corneliss Slootwech - 15 juni 1646
---
Komt voor in Transporten en hypotheken 1651-1685 te Zegwaart als: Maerten Cornelis Slootwegh (1665; nu won. Gelderswoude), Maerten Cornelissz Slootwegh (1668; won. Zegwaart), Maerten Cornelisz Slootwegh (1674; molenaar te Zegwaart) en Maerten Cornelisz Slootwegh (1682; won. Zegwaart) van 23 oktober 1665 tot 30 april 1682.
---
Maerten Cornelisz Slootwech, wonende aan de Leidsewallen onder Zegwaart, en Willem Cornelisz Slootwech, mede wonende te Zegwaart, als borg, zijn schuldig aan Gerrit Jansz Brouchuijsen 600 gulden aan geleend geld met 5% rente.
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 776, aktenr. 121, d.d. 18-04-1665 (scan 190)
|