| Aantekeningen |
- 378 253 24-11-1620
voor pieter cornelisz dros (schout), willem jan cornelisz en waligh jansz (schepenen) stelt willem jansz van der soost (won. in rosendaal) verkocht te hebben aan cornelis arienssz (won. in rosendaal) 3m land gelegen in rosendaal over de tiendweg. Strekt van de halve thiendweg zuidwaarts tot de tweede dwarssloot. Belend ten oosten andries cornelisz en ten westen de bagynen te oudewater. Deze 3m en nog 1,5m mede gelegen in rosendaal. Strekt van de hooncopper landscheiding noordwaarts tot de eerste dwarssloot toe, bij herman ariensz in hoencoop van verscr. comparant gekocht verbonden staat voor 400 gl. hoofdgeld toebehorende stijntje hensbeeck. De koopsom is betaald (zie ook volgende acte). De acte is getekend door de schout en schepenen.
379 253v 24-11-1620
voor pieter cornelisz dros (schout), willem jan cornelisz en waligh jansz (schepenen) stelt willem jansz van der soost (won. in rosendaal) verkocht te hebben aan herman ariensz (won. in hooncoop) 1,5m land in rosendaal over de tiendweg. Strekt van de hooncoper landscheiding noordwaarts tot de eerste dwarssloot toe. Belend ten oosten andries cornelisz en ten westen de bagijnen van oudewater. Deze 1,5m en nog 3m staan verbonden onder de 400 gl. vermeld in voorstaande acte). De koopsom is betaald. De acte is getekend door de schout en schepenen.
Bron: ORA Haastrecht 1594-1623 door C.C.J. Lans [Hogenda]
---
Compareerden Arien Willemsz van der Soest jongman uyt Roosendael toecomende bruydegom gheassisteert met Willem Jansz van der Soest sijn vader ter eenre, ende Jan Cornelisz Geus als oom ende Dammis Gerritsz als broeder mede woonende in Roosendael voorsz van wegen ende haer sterck maeckende voor Marrichgen Gerritsdr jongedochter uyt Roosendael haere nichte ende suster toecomende bruyt ter andere sijden, zijn met elkaar overeengekomen dat vern. [Arien] Willem[sz] van der Soest en Marrichgen Gerritsdr met elkaar in den echten staat zullen treden onder huwelijkse voorwaarden. Te weten dat de bruydegom inbrengt de goederen die hij tegenwoordig bezit, waertegens de bruydt haar goederen inbrengt, geestimeert waerdich te wesen hondert Car. guldens, mitsgaders noch alle haere kleederen thaeren lijve behorende. Mocht hij overlijden, dan krijgt zij haar inbreng terug, alsmede uyt des bruydegoms goederen genieten ende verbetert wesen een somme van vijffhondert gulden. Getuigen: Eduwaert Saeyers en Pieter Jongsten
Bron: RHC RL, ONA Oudewater (beheersnr. O063), inv.nr. 1878, aktenr. 150, d.d. 10-07-1639
|