| Aantekeningen |
- Ouderling te Kamerik: Jacob Gerritz Spengen 1704, 1705
Bron: Kamerik - Lidmatenboek
---
"Staet ende inventaris int corte gedaen maecken bij Geertgen Cornelis weduwe wijlen Cornelis Cornsz. Oucamerick anders genoemt geweest Corns. Cornelis Jaspertsz noopende alle de goederen ende middelen welcke zij Geertgen Corns. gemeen met den voorn. haren overleden man beseten heeft, ende bij gevolge voor de eene gerechte helfte bij hem Cornelis Corsz. tot behoeve van sijne achtergelaeten weeskinderen sijn ontruijmt gestelt ende opgeschreven als volcht. (...) Cornelis Meerten Collen de vader vande boedellhouster comt uijt desen boedell volgens de obligatien de somme van 4400-0-0 (...) Geertgen Cornelisdochter weduwe wijlen Cornelis Cornsz. Oucamerick geassisteert ende versterckt met Willem Cornelisz Coll haren broeder ende gecooren voocht in desen ter eenre, ende Tonus Jochumsz van Veen woonende inden Breudijck zoone van Annichgen Cornelis die een suster was van de overleden Cornelis Cornelisz Oucamerick, ende sulcx in dier qualite eenichste ende naeste neeff ende bloetvoocht van svaders sijde van de
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8521, aktenr. 51, d.d. 10-12-1663
---
"Maerten Cornelisz de Jonge jonghman, geassisteert met Cornelis Maertens de Jonge sijn vader, Willem Maertens de Jonge ende Gijsbert Dircxse Camerijck sijn oomen toecomende bruijdegom ter eenre, met Aertjen Cornelis Griffioen jonge dochter geassisteert met Geertgen Cornelis Coll haer moeder met Antonis Jochumsz Veen ende Willem Cornelis Coll haer oomen, toecomende bruijt ter andere sijden"
Bron: RHC RL, ONA Kamerik (beheersnr. W178), inv.nr. 931, aktenr. 100, d.d. 10-11-1671
---
"Aertgen Cornelis Griffoen weduwe ende boedelhouster van Maerten Cornelisen de Jonge wonende onder den gerechte van Portengen mijn notario wel bekent de welcke verclaerde te consitueren ende maghtigh te maecken gelijck sij compte. doet bij desen A. Vijandt procur. in den gemelte Ed. Hove van Utrecht special. omme van wegen haer compte. waer te nemen de saecke van haer compte. als gerequireerde contra de erfgenamen van Cornelis Maertensen voor de meergemelte Ed. Hove"
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8551, aktenr. 69, d.d. 10-10-1674
---
"Harmen Jansz van Spengen, den welcken bekende hoe dat hij comparant deuchdelijck schuldich was aen ende tot behoeve van Merrichgen Meertens weduwe van Aert Meertensz woonende tot Noorden volgens drie distincte obligatien, mitsgaders eenige intresten op de selve verloopen die op de rugge van de gemelte obligatien noch nieten sijn affgeschreven, als mede ten laesten uijt crachte van eenige geleende off verschooten penningen, te samen een capitale somme van seven hondert guldens van xl grooten t'stuck ende alsoo hij comparant aengesocht was van de voorn. Merrichgen Maertens omme voor de geseijde somme van penningen naerder verseeckeringe te hebben, soo verclaerde hij comparant in crachte van desen, voor de deuchdelijckheijt van de voorgemelte sijne schul, ende tot voldoendinge der selver, aen de voorn. Merrichgen Meertens ende haren erven, specialijck te cederen ende transporteren sijn contingente deell ende portie in de erffenisse ofte naelatenschap van Cornelis Meertensz overleden in Camerick sijns co
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8512, aktenr. 81, d.d. 28-04-1675
---
Naam: Aertgen Cornelis
Inhoud: Besloten wordt om wekelijks uit de Gasthuismiddelen aan Aertgen Cornelis een stuk brood en drie stuivers te bedelen.
Bron: RHC RL, ORA Woerden (beheersnr. W017), inv.nr. 126, fol. 36v, d.d. 02-12-1677
---
"ten versoecke van Jacob Gerritsz Spengen geestimeert seecker huijs twee bergen twee schueren en verdere bepotinge en beplantinge, mitsgrs. het henniplant als den voorn. Jacob Gerritsz Spengen onder seeckere hofstede onder omtrent acht mergen lants gecost heeft van de kinderen van Jacob Cornsz. Zaell, ende van de kinderen ende erffgen. van Romer Jansen ende Stijntgen Jacobs Zaell, een somma van twaelff hondert gulden"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 980, aktenr. 193, d.d. 18-04-1681
---
"Corn. Gerr. Spengen, Jacob Henr. Zaell, Willem Cornelisz van Eijck als getrout hebbende Jannichjen Japen ende Geertgen Jacobs Zaell wede. van Corn. Corns. Griffioen geassist. met Jan Claes Plomp als haren gecoren voocht in desen alle kinderen ende erffgen. van Neeltgen Ariens wede. van Jacob Corns. Zaell mitsgrs. Jan Romerden, Corns. Pietersz als getrout hebbende Grietjen Romerden, Jan Tijssen als getrouwt hebbende Merrichjen Romerden, Claes Jansz Zaell als getrouwt hebbende Geertgen Romerden allen kinderen ende erffgen. van Romer Jansen ende Stijntgen Jacobs Zaell, de welcke verclaerden in volcomen eijgendom te cederen, transporteren ende over te geven gelijck sij doen bij desen aen ende ten behoeve van Jacob Gerritsz Spengen seeckere hofstede bestaende in een huijs, twee bergen, twee schueren, bepotinge ende beplantinge mitsgrs. acht mergen lants weij, hoij en henniplant gelegen in Nieuw Camerick"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 980, aktenr. 197, d.d. 17-05-1681
---
"Jacob Gerritsz Spengen jongman wonende in Oudt Camerick, mijn notaris wel bekent, sijnde bij gesonden verstande ende lichaeme (...) verclaerde hij testateur tot sijne eenige universeele erfgenaem geinstitueert te hebben gelijck hij doet bij desen Gerrit Cornelisz Spengen sijn testateurs broeders zoon, ofte bij voor overlijden desselffs wettige descendenten, ende indien mochte gebeuren dat alvoorens den voorn. Gerrit Cornelisz Spengen sonder kint ofte kinderen naer te laeten quam te overlijden soo vervlaerde hij testateur tot sijne eenige universeele erfgenaem alsdan te institueren Cornelis Gerritsz Spengen sijn testateurs broeder"
Bron: RHC RL, ONA Woerden (beheersnr. W054), inv.nr. 8554, aktenr. 35, d.d. 10-01-1685
---
"ten versoecke van Jacob Gerritsz Spengen, geestimeert soodanige vierdepart van een huijsze twee bergen twee schueren bepootinge ende beplantinge, mitsgaders een vierde part van t'hennip lant, als den voorn. Jacob Gerritsz Spengen ontrent een en dertigh mergen lants gelegen aen twee perseelen op out ende nieuw Camerick onder desen gerechte, heeft gecost van de heer Godefridus de Vianen, ende dat voor de somme van ses hondert gulden"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 45, d.d. 05-10-1688
---
"de heer Godefridus de Vianen dewelcke bij desen verclaerden te cederen, transporteeren ende in volcoomen eijgendom op te dragen aen ende ten behoeve van Jacob Gerritsen Spengen ende Aertjen Cornelis Griffioen echteluijden, woonende onder desen voorschreven gerechte seeckere vierdepart van een huijsinge berghen ende schueren bepotinge ende beplantinge daer op staende, ende een vierdepart van ontrent een en dertigh mergen soo weij hoij als hennip lant staende ende gelegen onder desen gerechte van out- ende nieuw Camerick aen twee percelen, gemeen met de erffgen. van Roetgert van Milligen voor een vierde part ende den getransporteerde in desen voor de resterende twee vierde parten"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 46, d.d. 11-10-1688
---
"Jacob Gerritsz Spengen in qualite als speciale procuratie van Coenraet Meskes weduwenaer, ende boedelhaerster van zal. Barbara Cloetingh, mitsgaders Hermannus Cloetingh wijncooper ende borger binnen Utrecht, voor sigh selven ende hem sterckmaeckende ende de rato caverende voor Maria Cloetingh ende Poulus Staell notaris s'hoofs van Utrecht, als in houwelijck hebbende Mechteldis Cloetingh (...) bij desen verclaerden te cederen, transporteeren ende in volcomen eijgendom op te dragen aen ende ten behoeve van Cornelis Gerritsz Spengen des compnts. broeder woonende onder desen gerechte, seeckere vier mergen hoij ende wijlant, soo groot ende klijn deselve in Outcamerick staten gerecht gelegen sijn bij den cooper lest in huere gebruijckt"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 48, d.d. 11-10-1688
---
"Cornelis Jansz van Spengen, Harmen Jansz, Willem Jansz, Gerrit Jansz, Merrighje Jans wede. van Hermen Jacobsz van Heusden alle broeders en susters, voor de eerste staeck, Cornelis Gerritsz Spengen en Jacob Gerritsz Spengen beijde broeders voor de twede staeck, Hendrik Gerritsz van Eijk, Annighje Gerrits van Eijk wede. van Claes Zaell voor de derde staeck en voor de vierde off laetste staeck Lambert Jansz Hardevelt als getrout hebbende Gerrighje Philipsz, Pieter van Geell als getrouwt hebbende Weijntje Philipsz, Folkert Gerritsz Heero als getrout hebbende Jannigje Philips alle te samen erfgenamen van Jan Hendriksz Spengen Zaell"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 83, d.d. 24-07-1690
---
"Hendrik Willemsz Ramp als getrout hebbende Marrighje Cornelis Griffioen daar hij op dese tijt levende blijkende geboort bij heeft en Jacob Gerritsz Spengen als in huwelijk hebbende Aeltjen Cornelis Griffioen daer hij mede op dese tijt levende blijkende geboorte heeft samentelijke kinderen en erfgenamen van zal. Grietjen Cornelis Coll, in haer leven gewoont hebbende in desen Gereghte in out Kamerik te kennen gevende hoe dat sij gemeen hadden in eijgendom eerstelijk ontrent drie en een halff mergen hooij lant gelegen onder den gereghte van Willis"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 88, d.d. 06-10-1690
---
Jacob Gerritsz Spengen en Dirck Cornelisz Gravesteijn getrouwd met Grietje Henricx [Zaal] laatst weduwe van Cornelis Gerritsz Spengen ten ene zijde, Huijbert Krijnen getrouwd met Anneken Cornelis te voren weduwe en boedelhoudster van Jan Hendricks Spengen en voogdesse van haar onmondige kinderen ter andere zijde. Tussen de partijen was er een proces ontstaan bij het Hof van Utrecht over de nalatenschap van hun oudoom Jan Heijndricks Spengen de jongen. Er was een inventaris opgemaakt op 22-07-1690 van de boedel van Jan Heijndricks Spengen de jongen. Er was ook nog de staak van Gerrit Hendricksz Spengen waar de kinderen van de vrouw van de derde comparant [Anneken Cornelis] voor een vierde recht op hadden.
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 928, aktenr. 367, d.d. 03-08-1695
---
"Hendrick Willemsz Ramp soo voor sijn selven, alsmede bij uijtkoop t'heeft becomenhebbende tot den gemeijnen boedel van hem compnt. en Merrichjen Cornelis Griffioen sijn vrouw zal, ende Jacob Gerritsz van Spengen soo voor sijn selven en als in huwelijck hebbende Aertien Cornelis Griffioen"
Akte: Akkoord - over definitieve regeling van diverse geschillen ter voorkoming van verdere processen
Bron: HUA, ONA Utrecht, (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 903, aktenr. 211, d.d. 18-09-1697
---
"Johan van Asperen secrets., Gerrit Jansz Verleer ende Jacob Gerritsz Spengen schepenen van Camerick"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 245, d.d. 20-11-1699
---
"ten versoeke van Jacob Gerritsz Spengen voor zijn zoon Gerrit Jacobsz, geestimeert het hennipland als de voorn. Jacob Gerritsz Spengen in qte. voor onder seekere perceel van tien mergen soo weij hooij als hennipland sijnde leenroerig aende heerlijkheijt van Tul op Twael heeft gekoft van joffren Willemina van de Graef (...) geleegen in Nieuw Camerik staten geregt, voor een so. van twaelffhondert gulden"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 981, aktenr. 309, d.d. 26-07-1705
---
"Hendrik Ramp voor sijn selven, ende in qte. als vader ende voogt over sijn onmondige dogter Merrigje Hendriks Ramp, geprocreerd bij Merrigje Cornelis Griffioen sijn overleeden huijsvrouw zalr., ende nog de voorsz. Merrigje Hendriks Ramp voor haer selven ende Aartje Cornelis Griffioen, wed. ende boedelhaersterse van Jacob Gerritsz van Spengen, mitsgaders Gerrit Jacobsz van Spengen, haren soone, dewelke te samen ende in qte. voorsz. verklaren bij desen te cederen, transporteeren ende in volkoomen eijgendom op te dragen aen ende ten behoeve van Jacobus Blom woonende aen het Woertse Verlaet, seekere huijsinge, erve ende boom met alle 't geene daer in aart en nagelvast is, met de bepootinge ende beplantinge daer op staende ende geleegen aen het Woertse Verlaet"
Bron: RHC RL, ORA Kamerik-en-de-Houtdijken (beheersnr. W179a), inv.nr. 982, aktenr. 30, d.d. 09-10-1709
---
Kamerik
63. 8 morgen 2 hont land, (1413: vermeerderd tot 11 morgen), in (1412: het kerspel) OudKamerik (1623: in het gerecht van de Staten van Utrecht, strekkend van Kamerikker wetering tot de landscheiding), zuid: de heren van St. Marie te Utrecht (1623: Jan Maartensz.), noord: Machteld Heerkens en Arnout Rijklandsz. (1623: Jan Cornelisz.).
63A. De noordelijke helft van het leen.
11-4-1629: Cornelis Jaspersz. bij overdracht door Johan Cornelisz., 137 B fol. 74.
5-10-1650: Cornelis Cornelisz. bij dode van Cornelis Jaspersz., zijn vader, 137 C fol. 28v-29.
29-1-1664: Tonis Jochumsz. voor Aagje Cornelis en Aartje Cornelis, zusters, zijn nichten, bij dode van Cornelis Cornelisz., hun vader, 137 C fol. 109.
63B. De zuidelijke helft van het leen.
7-2-1663: Cornelis Jaspersz. bij overdracht door Willem Jansz., 137 C fol. 102.
29-1-1664: Tonis Jochumsz. voor Aagje en Aartje Cornelis, zusters, zijn nichten, bij dode van Cornelis Cornelisz. (!), hun vader, 137 C fol. 109v-110
Bron: De lenen van de hofstede Abcoude, 1270-1664 door J.C. Kort
|