| Aantekeningen |
- De twee nagelaten weeskinderen van Herman Adriaensz op de Haar, met namen Elizabeth en Anna Hermans, dochters, verwekt bij Marrichgen Arisdr, zijn huisvrouw. Henrick Claesz Spruijt, de zwager van voornoemde weeskinderen, heeft aangenomen op rente 133 gld. 13 st. 2 pen.; nog een hoofdsom van 233 gulden met 6,25% rente ten behoeve van de weeskinderen vanwege hun vaderlijke erfenis. Als onderpand geldt 4,5 morgen erfpacht gelegen in de Lagepolder onder Linschoten, belend ten zuiden en noorden de baron van Montfoort. Voogden van de voornoemde weeskinderen zijn Cornelis Adriaensz en Goswijn Adriaensz. In de marge: Op 08-08-1593 zijn Henrick Jansz de Jonge te Barwoutswaarder, man en voogd van Lijsgen Hermanesdr, en Willem Jacob Claesz als voogd van Annichgen Hermansdr ontvangen van Hendrick Claesz Spruijt, hun zwager, 133 gulden 13 st. 2 pen. vanwege hun vaders erfenis.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 94, d.d. 04-02-1580
---
De weeskinderen van Herman Adriaensz zaliger op de Haar, met namen Elizabet en Anna Hermans, dochters, verwekt bij Marrichgen Arisdr, zijn huisvrouw. Marrichgen Herman Adriaensz weduwe voor haarzelf en geassisteerd met Jonatas van Duijsel, haar gekozen voogd, en Henrick Claesz Spruijt beloven dat de voornoemde weeskinderen bij hun huwelijk van Marrichgen Henricxsdr, hun moeder, een goede koe of 25 gulden krijgen, aangezien Henrick Claesz bij zijn huwelijk ook een koe heeft ontvangen.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 95, d.d. 04-02-1580
---
De twee onmondige weeskinderen van Beertgen Hermansdr zaliger verwekt bij Henrick Claesz Spruijt, haar echtgenoot, met namen Claes, een zoon, en Grietgen, een dochter. Henrick Claesz Spruijt heeft uitgekocht de kinderen van hun moederlijke erfdeel. Hij zal de twee kinderen opvoeden en onderhouden. Als ze mondig zijn geworden, krijgen de kinderen 800 gulden met rente. Als onderpand geldt 4 morgen land, gelegen in de zuidzijde van de Lange Linschoten, strekkende van de Linschoten tot de Snelrewaardse landscheiding, belend ten oosten Jan Claesz en ten westen Peter Rijckensz c.s. Voogden van de kinderen zijn Goswijn Adriaensz, oudoom en bloedvoogd en Willem Jacob Claesz. In de marge: Henrick Claesz Spruijt heeft het erfdeel van zijn kinderen verhoogt van 800 naar 1.000 gulden, 18-05-1595.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 109, fol. 264, d.d. 18-02-1591
---
De drie weeskinderen van Cornelis Claesz Spruijt zaliger, met namen Claes, een zoon, Janneken en Neeltgen, dochters, verwekt bij Elizabeth Cornelisdr, zijn huisvrouw. Elizabeth Cornelisdr, weduwe van Cornelis Claesz Spruijt, geassisteerd door Cornelis Reijersz Ketelman, haar vader en gekozen voogd, doet uitkoop van de kinderen. De weduwe zal de kinderen opvoeden en onderhouden. Als ze mondig zijn, krijgen de kinderen 1.500 gulden. Als onderpand geldt 9 morgen eigen land, gelegen in de Hogenpolder onder Linschoten, belend ten oosten het Kapittel van Oudmunster en ten westen Jan Henrick Huijgsz bruiker; nog 6 morgen eigen land in de zuidzijde van de Lange Linschoten, gemeen met 2 morgen van de Memorieheren te Montfoort, belend ten oosten Henrick Claesz Spruijt en ten westen Delffgen en Nellichgen Jans; nog 1 morgen eigen land in Cattenbroek. In de marge: Henrick Claesz Spruijt als bloedvoogd van Claes, Jannichgen en Neeltgen, kinderen van Cornelis Claesz Spruijt verwekt bij Elizabeth Cornelisdr geven aa
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 39v, d.d. 20-11-1593
---
De twee onmondige weeskinderen van Beertgen Harmansdr zaliger, verwekt bij Henrick Claesz Spruijt, haar echtgenoot, met namen Claes, een zoon, en Grietgen, een dochter. Henrick Claesz Spruijt, vader van de twee kinderen, doet uitkoop van de moederlijke erfenis van de kinderen, met o.a. een huis, land, hof, huisraad, inboedel, enz. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden. De kinderen krijgen, als ze mondig zijn, elk 1.000 gulden met rente. Als onderpand geldt 6 morgen land gelegen in de hofstede in een weer van 10 morgen, waarvan de andere 4 morgen eigendom zijn van Hector Aertsz Obijn, strekkende van de Hogenpolder tot de Lange Linschoten noordzijderkade, belend ten noorden Thonis Henricxsz Spruijt c.s. en ten zuiden de heren van Oudmunster te Utrecht. In de marge: Henrick Claesz Spruijt vertoont een kwitantie d.d. 10-01-1610 waarin Cornelis Cornelisz als man en voogd van Grietgen Henricxdr aangeeft betaald te zijn door zijn schoonvader van het moederlijke erfdeel van zijn vrouw, 26-12-1611.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 54, d.d. 18-05-1595
[Het land van Hector Aertsz Obijn is mogelijk nr. 20 uit het repertorium op de lenen van de hofstede Heulestein.]
---
De vier onmondige kinderen van Antonis Henricxsz Spruijt zaliger, met namen Henrick, een zoon, Dieverken, Marrichgen en Thoengen, dochters, verwekt bij Willemgen Ariensdr, zijn huisvrouw. Kopie. Uitkoop. Jan Ariensz is broer en voogd van de weduwe. Peter Petersz Spruijt en Cornelis Petersz molenaar zijn bloedvoogden van de onmondige kinderen. Als onderpand verbindt de weduwe 2 morgen eigen land, gelegen in een weer van 7 morgen, op Linschoten, gemeen met de Heiligegeest te Utrecht, met huis en getimmerte, belend ten zuiden Henrick Claesz Spruijt en ten noorden Peter Petersz Spruijt.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 110, fol. 134, d.d. 27-09-1600
---
De vijf onmondige nagelaten weeskinderen van Adriana Jansdr zaliger, met namen Jan, een zoon, Beertgen, Marrichgen, Mechtelt en Annichgen, dochters, verwekt bij Henrick Claesz Spruijt. Henrick Claesz Spruijt, de vader van de kinderen, doet uitkoop van de kinderen ten overstaan van Jacob Jansz Coppert, hun oom en gerechte bloedvoogd. De vader zal de kinderen opvoeden en onderhouden tot hun mondige dagen, waarbij hij zijn kinderen in totaal 1.300 gulden zal uitkeren. Deze kinderen zullen net zoveel recht hebben op de 11 hond erfpachtland in de boedel als zijn andere voorkinderen. Als onderpand gelden alle onroerende goederen.
In de marge: Op 12-12-1619 heeft Claes Jansz Spruijt vertoond een akte [lastig leesbaar, [Merrichgen] Hendricx weduwe van Claes Petersz bakker heeft ontvangen 300 gulden?]
In de marge: Heden compareerde Heijnderick Claesz Spruijt. Luijt Huijgen is bloedvoogd, 07-06-1617.
In de marge: Gwuijde Aertsz, getrouwd met Berntgen Henricx, heeft uit handen van Hendrick Claesz Spruijt, zijn schoonvader, 300 gulden ontvangen, 26-10-1624.
In de marge: Dirck Claessen, getrouwd met Annetgen Henricx Spruijt, heeft ontvangen van Claes Jansz Spruijt 200 gulden ter voldoening van haar moederlijke erfenis, z.d.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 111, fol. 372, d.d. 25-01-1615
---
Er was onenigheid ontstaan tussen Jacob Jansz Coppert, schout te Rietveld, en Jan Claesz Spruijt, voogd van de vijf weeskinderen van wijlen Heijndrick Claesz Spruijt, verwekt bij Ariaentje Jansdr, aan de ene, en Merrichgen Jacobs, weduwe van Heijndrick Claes Spruijt, geassisteerd door Cornelis Jacobsz Juffer, haar echte man, met diens nagelaten kinderen aan de andere zijde. Het heeft te maken met waar de kinderen recht op hebben. Er zijn arbiters aangesteld. Jan Heijndricksz krijgt uit de boedel van Heijndrick Claesz, zijn vader, 7 jaar rente van 260 gulden hoofdsom met 6,25% wat neerkomt op 113 gld. 15 st.; Claes Pietersz, getrouwd met Merrichgen Heijndricksdr, krijgt voor 9 jaar aan rente 146 gld. 5 st.; Machtelt Heijndricksdr krijgt voor 4 jaar aan rente 65 gulden; Annichgen Heijndrixdr krijgt voor 1,5 jaar aan rente 24 gld. 7 st. 8 pen. Voor hun uitzet krijgen Jan Heijndricksz, Merrichgen en Machtelt Heijndrixdr elk 25 gulden en Annichgen Heijndrixdr als jongste dochter 50 gulden.
Bron: RHC RL, ONA Montfoort, (beheersnr. M023), inv.nr. 1446, fol. 123v, d.d. 04-06-1627
---
De twee onmondige weeskinderen van Hendrick Claesz Spruijt met namen Claes Hendricxsz en Trijntgen Hendricx. Jan Jacobsz als oom van de voornoemde weeskinderen heeft aangenomen van Jan Claesz Spruijt als bloedvoogd van de weeskinderen de hoofdsom van 100 gulden met 6% rente. Als onderpand stelt hij zijn huis, gelegen te Linschoten bij de Rooster, belend ten oosten ..., ten westen de dijk en ten zuiden het Rooster. In de marge: Claes Hendricksz Spruijt en Trijntgien Henrickx Spruijt hebben ontvangen uit handen van Jacob Jansz de hoofdsom van 100 gulden met rente, 26-05-1650.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 112, fol. 145v, d.d. 02-09-1627
---
"Claes Janssen Spruijt, huijsman wonende aende Linschoter Haer voor hem selven ende hem sterckmaeckende ende caverende de rato voor Jan Claessen Spruijt sijnen vader ter eenre, ende Trijntgien Henricxdochter geassisteert met Jan Hendricksen haeren halven broeder, mitsgaders Cornelis Cornelisz, Anthonis Aertsen, ende Cornelis Ghijsbertsen Sluijs haer swaegers hemluijden voor de selve Trijntgien mitsgaders Claes Hendricksen haeren broeder sterckmaeckende mits desen ter andere sijden, ende seijde de voorn. Claes Janssen Spruijt dat sijn vader sich gedraegen hebbende neffens Jan Jacobsen sal: over de voorn. Claes ende Trijntgien onmundige kinderen van Hendrick Claessen Spruijt, ten behoeve van deselve gecocht hadden van Willem van de Poelsal: op den vierden october anno 1629 een halve viertele eijgen lants leggende op de Linschooter Haer voor negen hondert gulden"
Naam: Claes Hendricksz Spruijt
Hoedanigheid: erfgenaam, bloedverwant
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 113, fol. 41, d.d. 22-11-1642
---
Linschoten
215. 2 morgen land in de Polre (1626: gemeen met 9 morgen van Gijsbert van Hardenbroek en mr. Johan Strick), boven: Gerard van Eycke (1622: weduwe en kinderen Albert Gozewijnsz.), beneden: Gijsbert die Gruter (1610: Marietje Jansdr., weduwe Jan Hendrik Hugenz.), (1626: oost: erven Hendrik Nikolaasz. Spruit, west: Jan Jansz.).
8-8-1540: Nikolaas Cornelisz. bij overdracht door Cornelis Willemsz., zijn vader, 288 fol. 89.
4-3-1567: Cornelis Nikolaasz. bij dode van Nikolaas Cornelisz., zijn vader, 288 fol. 89, 290 fol. 163.
18-4-1594: Hendrik Spruit Nikolaasz. voor Nikolaas Spruit, zijn neef, bij dode van Cornelis, diens vader, 290 fol. 163.
13-5-1610: Albert Gozewijnsz. bij overdracht door Nikolaas Spruit Cornelisz. met lijftocht van Elisabeth Cornelisdr., zijn vrouw, 290 fol. 163.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort
---
Linschoten Polre [Polder]
[Fol. 368] Noch die gemeen Choerheeren tot Montfoort twee mergen lants, bruijckt IJsbrant voorsz tsjaers den morgen om xliiij st. facit ij out schilt iiij st.
Nu bruijcker Henrick Claesz Spruijt
Noch Oudemunster ‘t Utrecht twee mergen landts, bruijckt IJsbrant voorsz den mergen tsjaers om xxxvj st. facit j out schilt xxx st.
Nu bruijcker Henrick Claesz voorsz
[Fol. 368v] Cornelis Willemsz Spruijt bruijckt vj5 mergen lants erffpachts bij eede tsjaers den mergen om xxiiij st. facit iij out schilt xxx st.
Nu Henrick Claesz
Linschoter Haar
[Fol. 437] Dirck Aertsz Obijn voorsz xiiij mergen lants, daer die vier mergen off erffpacht zijn, bruijckt Heijltgen Adriaens wedue bij eede die mergen tsjaers om ij phs. gul. facit xvj out schilt xxviij st.
Nu eijgenaers Aert Dircksz Obijn, ende die wedue ende erffgen. van Herman Crom elcx van vier mergen, Henrick Claesz Spruijt in erffpacht vier mergen ende twee mergen hem eijgen toebehorende, nu bruijcker der voorsz xiiij mergen Henrick Claesz Spruijt voorsz
[Fol. 438v] t’Bagijnhoff vier mergen lants, bruijckt Cornelis Willemsz Spruijt tsjaers om iij out schilt xiiij st.
Den eijgen blijft, nu bruijcker Henrick Claesz Spruijt
Noch bruijckt Cornelis voorsz anderhalve mergen erffpachts, bij eede tsjaers om j out schilt
Nu eijgenaer ende bruijcker Henrick Claesz Spruijt
[Fol. 439] Noch bruijckt Cornelis voorsz xvj5 mergen lands, hem selver toebehorende, bij eede die mergen j gouden gul. facit xj out schilt
Nu eijgenaers ende bruijckers Henrick Claesz Spruijt van iij5 mergen, ende Pieter Pietersz Spruijt xiij mergen
Bron: Oudschildgeld 1600
|