| Aantekeningen |
- Claes Cornelisz Spruijts weeskind. Claes Cornelisz Spruijt bewijst zijn weeskind, verwekt bij Aechte Frericxdr, zijn overleden huisvrouw, genaamd Mechtelt, met Jan Maertensz van de Poll en Cornelis Jansz van Ouwerkerck, burgemeesters van Montfoort als oppervoogden van het voornoemde weeskind 1.650 schilden (14 st. per stuk) volgens het compromis d.d. 27-05-1546. De vader zal het kind opvoeden en onderhouden en jaarlijks 32 schilden uitkeren. Als onderpand geldt 8 morgen eigen land, gelegen in de Hogenpolder, belend ten oosten de kerk van Linschoten en ten westen IJsbrant Dircsz.
Op heden 19-06-1547 heeft Claes Cornelisz Spruijt verschillende geldstukken, samen 32 schilden waard, gegeven aan Mechtelt, zijn weeskind. (6 Franse kronen van 38 st. per stuk en 1 kroon van 37 st; 2 ...gelotten(?) van 3 gld. 2 st. per stuk; 1 Philipsgulden van 25,5 st. per stuk; 1 gulden en 13,5 stuivers aan zilvergeld)
Op heden 13-01-1567 heeft Claes Cornelisz Spruijt aan de burgemeesters te Montfoort vertoont een kwitantie d.d. 20-11-1566 van Jan Freriksz en Gerrit Jacobsz, wonende te Benschop, met duidelijke consent van voornoemde Jan en Gerrit Jacobsz om te casseren een ... op naam van Mechtelt Claesdr.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 47v, d.d. 25-11-1546
---
Het weeskint van Claes Cornelisz Spruijt, Mechtelt genaamd. Henric Henricsz, bode van Montfoort, heeft aangenomen van het voornoemde weeskind 32 Hollandse schilden met 6,25% rente. Als onderpand geldt een huis in de Hoogstraat. Akte d.d. 14-07-1547.
Voornoemde 32 schulden zijn rente die Claes Cornelisz Spruijt aan zijn weeksind heeft uitgekeerd volgens een bewijs d.d. 25-11-1546.
Claes Cornelisz Spruijt, mede erfgenaam van zijn dochter, heeft bovengenoemde hoofdsom ontvangen van Henrick Henricksz. Akte d.d. 19-10-1568.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 50v, d.d. 14-07-1547
---
Mechtelt Claes Cornelisz Spruijts weeskind. Aechte Evert Jansz weduwe met Cornelis Henricksz, haar gekozen voogd, heeft op rente aangenomen van het weeskind de hoofdsom 22 gld. 8 st. Als onderpand geldt land in IJsselveld.
Claes Cornelisz Spruijt als vader van het voornoemde weeskind en als actie hebbende van Jan Frericksz en Gerrit Jacobsz, heeft de hoofdsom ontvangen. Akte d.d. 31-01-1567
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 69, d.d. 28-01-1550
---
Het weeskind van Claes Spruijt, Mechtelt genaamd. Jacop Florisz heeft aangenomen van het weeskind een hoofdsom van 35 gulden met 6% rente. Als onderpand geldt 2 morgen land in Blokland.
Op heden ??-04-1566 heeft Claes Cornelisz Spruijt als vader van Mechtelt, zijn overleden weeskind met procuratie van Jan Fredricxsz en Gerrit Jacobsz uit Benschop de hoofdsom met renten ontvangen te hebben uit handen van Nelliken Jacob Florisz weduwe, wonende in Blokland.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 113, d.d. 24-08-1552
---
Claes Cornelisz Spruijt heeft opgelegd 27 Hollandse schilden ten profijte van Mechtelt zijn dochter vanwege een jaar rente van 32 Hollandse schilden per jaar rente.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 136, d.d. 06-08-1553
---
Machtelt Claes Cornelisz Spruijts weeskind. Evert Woutersz heeft aangenomen 18 gld. 15,5 st. met 6,25% rente. Als onderpand stelt hij 5 morgen eigen land in Heeswijk.
Op heden 29-01-1573 is Claes Cornelisz Spruijt als actie hebbende van Jan Fredricxsz en Gerrit Jacobsz als erfgenamen van Mechtelt Claesdr volledig betaald.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 138, d.d. 24-08-1553
---
Claes Cornelisz Spruijt en Henrick Dircksz Obij zijn landgenoten op de Haar die hier optreden als getuigen.
Bron: RHC RL, ORA Montfoort, (beheersnr. M017), inv.nr. 108, fol. 334, d.d. 13-01-1567
---
Dirck Dircxsz, Floris Willemsz en Adriaen Gosensz als gasthuismeesters van het St. Elisabeth-gasthuis te Oudewater, Jacob Adriaensz, Ghijsbert Gerritsz en Taets en Willem Jansz Coninck als getijdemeesters van de zeven getijden te Oudewater, met procuratie d.d. 01-04-1568 van de burgemeesters, schepenen en raad van Oudewater, ondertekend D. van Praet. Ze hebben overgegeven aan Claes Cornelisz Spruijt het eigendom van een viertel land, gelegen in de zuidzijde van Linschoten, strekkende van de opstal van de Linschoten tot de Snelrewaardse landscheiding, belend ten oosten en westen dezelfde Claes Cornelisz Spruijt.
Bron: RHC RL, ORA Snelrewaard en Lange-Linschoten (beh.nr. O059), inv.nr. 1873, d.d. 05-04-1568 (FS scan 15)
---
Linschoten
215. 2 morgen land in de Polre (1626: gemeen met 9 morgen van Gijsbert van Hardenbroek en mr. Johan Strick), boven: Gerard van Eycke (1622: weduwe en kinderen Albert Gozewijnsz.), beneden: Gijsbert die Gruter (1610: Marietje Jansdr., weduwe Jan Hendrik Hugenz.), (1626: oost: erven Hendrik Nikolaasz. Spruit, west: Jan Jansz.).
8-8-1540: Nikolaas Cornelisz. bij overdracht door Cornelis Willemsz., zijn vader, 288 fol. 89.
4-3-1567: Cornelis Nikolaasz. bij dode van Nikolaas Cornelisz., zijn vader, 288 fol. 89, 290 fol. 163.
18-4-1594: Hendrik Spruit Nikolaasz. voor Nikolaas Spruit, zijn neef, bij dode van Cornelis, diens vader, 290 fol. 163.
13-5-1610: Albert Gozewijnsz. bij overdracht door Nikolaas Spruit Cornelisz. met lijftocht van Elisabeth Cornelisdr., zijn vrouw, 290 fol. 163.
Bron: Repertorium op de lenen van de hofstede Montfoort, 1362-1649 door J.C. Kort
|