| Aantekeningen |
- 210 23 2-6-1617
voor Cornelis Willemsz Stolwijck* (tek)(schout), Jan Gijsbertsz Arckel (tek) en Huijch Gheennesz (tek) (heemraden) stelt Anthonis Jansz als man van Catharina Lenertsdr. waar hij blijkende geboorte bij heeft, verkocht te hebben aan Wouter Heijndriksz6m land, gelegen in Bonrepas. Strekt van de diepte van de Vlist tot de Lopikerkade. Belend ten zuiden Willem Gijssen cs en ten noorden t gemenelandskade van Lopik. Is alleen belast met de gemene landsrenten.
---
216 27 4-12-1618
voor Cornelis Willemsz Stolwijck* (tek)(schout), Meerten Bastiaansz (merk) en Huijch Gerritsz (tek) (heemraden) stelt Wouter Heijnricksz (won. Polsbroek) verkocht te hebben aan t gemene land van Bonrepas de seijch-seijchkade in bonrepas neffens de Lopikerkade, zoals die in comparants land gemeen ligt, met de halve sloot ter wederzijde. Strekt van de bonrepasser molenwerf tot de hekken staande op het oosteinde op de voorn. kade, omtrent de polsbroeker boom, leggende over de lopiker vliet. Houdende de vern. kade in lengte van de molenwerf af tot het voorscr. hek toe 236 roeden. Belent ten zuiden de vern. comparant met zijn land en kennipwerf en ten noorden de lopiker kade.
---
219 29 24-7-1620
voor Cornelis Willemsz Stolwijck* (tek)(schout), Antonis Jansz (tek) en Wouter Jansz (merk)(heemraden) stelt Jacob Lenertsz (won. aan de Vlist) verkocht te hebben aan t gemene land van Bonrepas de kade of land daar de boendersemolen eertijds op stond, en genaamd de oude molenwerf. Gelegen in bonrepas, strekt van uit de diepte van t waterschap van de Vlist tot achter aan de bonrepasser gemenelands scheijkade, waar boven die gemene landskade van Lopik en beneden Wouter Heijndricksz is.
---
253 59v 24-9-1624
voor Cornelis Willemsz Stolwijck* (tek)(schout), Ghijsbert Jacobsz Ridder (tek) en Jan Andriesz (merk) (heemraden) stelt Hendrik Evertsz Veer van Loo (burgemeester van Schoonhoven) verkocht te hebben aan Hendrick Stoffelen (won. Polsbroek) een werfje of houckgen erfs genaamd de molenwerf, waar eertijds een molen op stond, gelegen op de oostzijde van de Vlist. Belend ten zuiden de gemenelandskade van de twaalfhoven en ten noorden het land eertijds toebehoord hebbende de regulieren van de HEM.Hierbij ligt een los half blad eenzijdig beschreven (fo 59A), zijnde een kwitantie getekend door C. van Eich, met de vermelding dat hij ontvangen had van Wouter Hendricksz Stoffelen de som van 13 stv. over het recht van de graaflijke nakoop van een hoekje land waar de molen heeft opgestaand en gelegen aan de Vlist en bij dezelve gekocht van Hendrik Evertsz Veer van Loo voor 21 pond vlg's de copie van de koopcedulle dd 19-9-1623. Actum 23-8-1624.
---
1. d.d. 31-3-1629
Dirck Jacobsz., Pieter Cornelisz. nominus uxoris, Aert Jansz. en Jan Dircxz. geh. met Lyntgen Jans, allen kinderen en erfgenamen van Jacob Jansz. ende Heyltgen Dircksdr., haere vader ende moeder, bestevader ende bestemoeder, mitsgaders schoonvader ende schoonmoeder respectieve, tr. aan Wouter Hendricksz., won. in Zuidpolsbroek, twee hennipwerven gen. ‘de Kerckwerven ofte Steenbergen’, belast met een erfpacht van 3 gulden per jaar toecomende de Polsbroekse kerck.
---
7. d.d. 27-5-1630
Neeltgen Bastiaans, wedu van Frderick Cale, geass. met Claes Fredericks Cale, haer soon, mitsgaders Claes Frederiks Cale, voor hem selven en zich sterk makende voor Jan Frederiks Cale, zijn broeder, de kinderen van Dirckgen Fredericks zalr., zijn zuster, tr. aan Jan Eymbertsz. als heylige geestmeester t.b.v. de Heylige Geest, een huysken, gelegen omtrent den overtocht, belend ten oosten Willem Jansz. en ten westen Wouter Hendricx metterwoon gen. ‘Steenbergen ofte Hoogwerf’.
---
313 127v 22-3-1634
voor Hugo Rutgersz Blomvliet* (tek)(schout), Ghijsbert Jacobsz Ridder (tek) en Cornelis Jansz Schijff (merk)(heemraden) stelt Cornelis Woutersz Boeff gehuwd met Adriaentge Willemsdr. (won. Zuidpolsbroek) verkocht te hebben aan Ghijsbert- en Jacob Jansz Erckel, mitsgaders Ariaentje Jansdr. Erckel (broeder en zuster, won. aan de Vlist) omtrent 3m 3h land, zijnde de helft van omtrent 7m, gemeen en onverdeeld. De wederhelft is van Gerrit Hendriksz. Gelegen in Bonrepas en strekt met de dijk uit de Vlist tot de schutterskade. Belend ten noorden Wouter Hendriksz en ten zuiden Willem Jansz. Verder nog de helft van de heuvel, gemeen als voren, gelegen voor de 8m van vern. Willem Jansz
---
408 46 23-2-1650
voor Hugo Blomvliet (schout), Jacob Woutersz Vlist en Cors Willemsz (heemraden) stelt Hendrik Woutersz (won. Zuidpolsbroek) verklaard uit naam en van wegen Leentge Peetters weduwe en boedelhoudster van Wouter Hendriksz Stoffel, zijn moeder) verkochtte hebben aan Jan Ghijsbertsz een werfje of hoekje erf genaamd de molenerf, waar eertijds een molen opgestaan heeft, gelegen op de oostzijde van de Vlist. Belend ten zuiden de gemene landskade van de twaalf hoelen en ten noorden t schanselant toekomende Jacob Wouttersz cs. Is getekend door a.g. bullick secr. In de marge staat: de 40ste penn. en de nakoop 2 lb.
---
118. d.d. 10-2-1651 [losse akte]
Leentge Pieters, wedu en boedelhoudster van wijlen Wouter Hendricksz. Stoffel, won. binnen de voors. heerlijkheid, tr. aan Hendrick Woutersz. ende Jan Huybertsz., haere soon ende swager, den eygendom van een seeckere hennipwerf, genaempt 'Steenbergen', goot 1 hondt landt, met de laste van een erfpachtrente van 3 gulden sjaers aencomende de parochiekerke van Polsbroek, belent suytwaerts de kerckcade en noortwaertsde schuttercade, streckende tot het Vlister lant toe.
---
Bronnen: RA Polsbroek/RA Vlist en Boenrepas ontleend aan http://www.den-uijl.nl
---
158. 14 1/2 morgen land in Polsbroek op de noordzijde in het gerecht van Gerard van Vliet, neef van de leenheer, (1534: van de heer van Montfoort; 1550: van Aremberg) achter de hofstede van Brakenburg, die Johan van Almelo, neef van de leenheer, houdt, (1410: vermeerderd met de hofstede Nijenburg met 5 morgens tijns- en tiendvrij aan het eind van het land van de leenheer in Polsbroek; 1549: bijeen het goed Slappendel, jaarlijks f 108.- waardig).
17-6-1616: Accoord door Johan Snel, procureur, voor Wijnand van Wijngaarden, domproost en grootbaljuw van Luik, met Hugo Jansz. Bout en Wouter Hendriksz., nazaat van Pieter Jansz. Duyst, voor de wees van Balichje Bouwens over de verkoop in 1592 aanHugo Bout van 19 1/2 morgen, genaamd Slappendel, en de onkosten, G fo. 83v-86.
Het leen 158 gesplitst in 158 A, 158 B en 158 C.
158 A. Drie vierde deel van de helft van het leen.
11-1-1637: Jan Cornelisz. Moesgens voor Margje Wouters, zijn vrouw, bij dode van Baartje Wouters, haar zuster, 1 fo. 2-3 en fo. 28.
23-5-1638: Jan Hendriksz. Bout, neef van Jan Hugenz., zoon van Hugo Jansz. Bout, bij dode van zijn neef, 1 fo. 17-18.
27-5-1647: Gerard Gijsbertsz. voor Margje Jans, weduwe van Cornelis Woutersz. Kooiman, bij accoord, 1 fo. 66v-67v en fo. 72v-73.
158 B. Twee achtste deel in de oostelijke helft van het leen en de helft van de westelijke helft.
2-1-1633: Gerard Gijsbertsz. voor Balichje Buyens, zijn vrouw, bij dode van Hugo Jansz. Bout, G fo. 177v-178~.
8-2-1643: Gerard Gijsbertsz. van Dam te Oudewater ook voor Gijsbert, zijn zoon, bij dode van Balichje Buyens beiden met de helft, 1 fo. 52-53~ en fo. 94.
158 C. De helft van de westelijke helft van het leen.
2-1-1633: Wouter Hendrik Stoffelsz. voor Leentje, dochter van Pieter Duyst, zijn vrouw, bij dode van Hugo Jansz. Bout, G fo. 176.
27-12-1653: Hendrik Woutersz., zoon van Leentje Pieters Duyst, weduwe van Wouter Hendrik Stoffelsz., 1 fo. 105v-106.
Bron: De lenen van de hofstede IJsselstein, 1310-1656 door J.C. Kort
---
218. Een viertel land in Lopik, (1405: groot 5 morgen), boven: erven Dirk Ramp (1398: Herman Gerardsz.), beneden: de heren van St. Marie te Utrecht, (1398: gepacht door Heineman Heinemansz.).
1-2-1605: Jacob van Albout, kapitein van een compagnie voetknechten, bij dode van Gerard, zijn broer, LRK 140 fo. 18v-19.
28-6-1609: Hendrik Stoffelsz. bij overdracht door Jacob van Albout, LRK 221 fo. 46.
13-11-1617: Stoffel Hendriksz. bij dode van Hendrik Stoffelsz., zijn vader, LRK 142 c.Sticht fo. 7.
23-6-1626: Wouter Hendriksz. voor Neeltje Stoffelsd., zijn nicht, bij dode van
Stoffel Hendriksz., haar vader, waarna overdracht aan Jan Pelle Adriaansz. te Lopik, LRK 144 c.Sticht fo. 20.
Bron: Ons Voorgeslacht 333, J.C. Kort, De leenkamers van de heren van Egmond, (Jaargang 38, november 1983, nr. 333). Ontleend aan http://www.den-uijl.nl
|