| Aantekeningen |
- NH dopen Abcoude:
05-10-1721 Cijtje; o. Jacob Janze en Trijntje
27-11-1729 Jacob; o. Jacob Janze Timmer en Aaltje
28-01-1731 Gijsbert; o. Jacob Janze Timmer en Aaltje; g. Johanna Eek
29-03-1733 Willem; o. Jacob Janze Timmer en Aaltje Jacobs; g. Johanna Eek
26-06-1735 Aaltje; o. Jacob Janze Timmer en Aaltje Jacobs; g. Nelletje Jans
---
"verhuurd aen ende ten behoeve van Jacob Janse Timmer wonende in de Bijlemer, dog altans binnen de stad Utrecht, die ook bekende in huure aen te nemen vier en een halff mergen weijland gelegen in west Bijlemer alsmede het huijs te Bijlemerhorst"
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 1053, aktenr. 140, d.d. 12-12-1723
---
Den 9 september ao. 1726 heeft Jacob Janszen Timmer in het stuk van 't begraafregt aangegeven het lijk van sijn huijsvrouw Trijntje Franszen als onvermogende om deswegen aan t gemene land iets te komen betalen. En sal tot Abkoude werden begraven.
Dit getekend door Jacob Janszen Timmer
Den 26 decemb. ao. 1729 heeft Jacob Janszen Timmer wonende over de Zoodeweg ten opsigte van t begraafregt aangegeven het lijk van sijn soon Jacob Jacobsz Timmer als onvermogende.
Den 26 maij 1733 heeft Jacob Janszen Timmer wonende over de Zoodweg in het begraafregt het lijk van sijn soon Willem als onvermogende.
Den selven 25 april ao. 1740 heeft Jacob Jansze Timmer wonagtig over de Soodweg in t begraafregt aangegeven het lijk van sijn knegt Mijns Gerretsze Timmer als onvermogende.
Den 20 julij 1745 heeft Jacob Jansze Timmer aangegeven het lijk van sijn dienstmaagd Gijsjen Hendriks als onvermogende.
Den eersten maij ao. 1752 heeft Jacob Jansz Timmer, wonende over de Soodweg in het begraafregt aangegeven het lijk van sijn soon Jan Jacobsz Timmer in de classis van drie guldens.
Bron: Bijlmermeer - Registers van ontvangst van de impost op het begraven
---
"aen en ten behoeve van Jacob Janse Timmer wonende in de Bijlemer dewelke alhier mede compareerde bekende in huere aen te nemen, seeckere vier en een half mergen weijlant gelegen in west Bijlemermeer, alsmede alleen het nieuwe boere huijs met sijn werff item beijde de twee opcamerties en de solderties .. ende kelder daer onder van het heeren huijs welken haeren ingang hebben door de keuken, dog welken ingang veranderd sal worden"
Bron: HUA, ONA Utrecht (toegangsnr. 34-4), inv.nr. 934, aktenr. 174, d.d. 07-06-1734
---
"Aaltje Jacobs weduwe van Jacob Jansz Timmer, met wien zij in gemeenschap van goederen getrouwt is geweest, en dus uit eige hoofde, en nogh als bij testament hier nagenoemt gestelde meede erfgenaame voor een kinds gedeelte, ter eerster, Cornelis Jansz van Lokhorst als in huwelijk hebbende Zijtje Jacobs Timmer en zij Zijtje Jacobs Timmer ten deesen met de voornoemde haaren man geadsisteert en daar denselven specialijk geauthoriseert, ter tweeder, ende nogh de voornoemde Aaltje Jacobs en mess.Mattheus Groenewout en Eldert Loenen in qualiteit als (bij acte in dato 30 junij des jaars 1752 naar den notaris mr. Gerard Burghout en getuijgen alhier gepasseert) aangestelde voogdesse en voogden over Gerrit Jacobs Timmer en Trijntje Jacobs Timmer, de twee minderjarige nagelatene kinderen van wijlen de voornoemde Jacob Jansz Timmer in huwelijk verwekt bij de eerste comparante Aaltje Jacobs (...) woonende de eerste comparante in de Bijlmermeer, de tweede en derde comparanten in Duijvendregt, de vierde comparant bi
Bron: SA Amsterdam, ONA Amsterdam (toegangsnr. 5075), inv.nr. 11523A, aktenr. 201235, d.d. 20-11-1753
|