| Aantekeningen |
- NH dopen Koudekerk:
15-07-1665 Evert; o. Jan Evertsz en Trijntie Heijnderix; g. Aert Evertsz en Neeltie Everts
17-10-1666 Heijnderick; o. Jan Evertsz en Trijntie Heijndericks; g. Arien Heijndericksz en Annetie Ariens
24-02-1669 Annetje; o. Jan Evertse en Trijntje Henricks; g. Arij Henrickse en Geertje Henricks
07-09-1670 Heijnrick; o. Jan Evertze en Trijntje Heijndricks; g. Cornelis Heijndrick en Annetje Ariens
06-09-1671 Zijtje; o. Jan Evertse en Trijntje Heijnricks; g. Heijnrick Evertse en Neeltje Evertse
16-04-1673 Heijndrick; o. Jan Evertse de Blaser en Trijntje Heijnricks; g. Arij Heijndrickse en Geertje Heijndricks
02-05-1674 Heijndrijck; o. Jan Evertse en Trijntje Heijndrick; g. Arij Heijnrijcks en Geertje Heijnrijcks
02-10-1675 Stijntje; o. Jan Evertz Blaesers en Trijntje Henrijcks Breecklant; g. Jan Florisse IJperlaan en Lijntje Joris
03-11-1680 Heijnderick; o. Jan Evers en Thrijntie Heijnderickx; g. Arijen Heijnderickx en Geertie Heijnderickx
---
1687 158 voogd van de kinderen van Jan Evertsz Blaser, erve van Hendrick Danielsz Breecklant is Joris Isacxz van Cralingen
1687 280 de kinderen van Hendrick Danielsz zijn Cornelis Hendricksz Breecklant; de kinderen van Ary Hendricksz Breecklant te Alphen, over 'smeulenaers brugge; de kinderen van Jan Evertsz Blaser te Alphen en Geertgen Hendricks Breecklant die voor 'tmaken van 't quohier overleed
Bron: Kohieren van de penningen van Rijnland, van 1687 tot 1693 door P.W.C. van Kessel
---
Annetje Ariensdr, weduwe van Hendrick Danielsz Breecklant, Arie Hendricksz Breecklant en Cornelis Hendricksz Breecklant, Jan Evertsz Blaser, gehuwd met Trijntje Hendricksdr Breecklant en Wouter Jansz Sterrevelt, gehuwd met Geertje Hendricksdr Breecklant, allen kinderen van Hendrick Danielsz Breecklant, verkopen aan Willem Lourisz Breecklant, haar neef, 1/3 deel van een partij hooiland, groot 8 1/2 hond, waarvan de resterende 2/3 delen hem aangekomen zijn bij huwelijk zo van zijn eigen vader als van zijn schoonvader, belend ten oosten Jan Ariensz Witsenburch, ten zuiden en westen Clement Gerritsz Keth en ten noorden de Wetering. Koopsom 267 gulden 10 stuivers.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 33, p. 336, d.d. 29-03-1668
---
Marritgen Cornelisdr, weduwe van Evert Aartsz Blaser, is schuldig aan haar zoon Jan Evertsz Blaser, wonend te Koudekerk, een bedrag van 1.000 gulden. Gesteld onderpand: haar huis en erf in het Zuideinde van Alphen tussen de Heerestraat en het Kanaal, belend ten zuiden de kinderen van Hendrick Adriaensz Verbeeq, ten noorden Jan en Gerrit van Schaap.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 22, p. 68v, d.d. 28-12-1673
---
Marritgen Cornelisdr, weduwe van Evert Aertsz Blaser, nu wonend te Koudekerk, is schuldig Jan Evertsz Blaser, haar zoon, mede aldaar, een bedrag van 110 gulden. Gesteld onderpand: haar huis en erf in het Zuideinde van Alphen tussen de Heerestraat en het nieuw gegraven kanaal, belend ten zuiden de kinderen van Hendrick Verbeeq, ten noorden Joan en Gerardt van Schaep. Schuld geroijeerd 09-06-1681. (zie RA Alphen invnr. 22 folio 178 d.d. 09-03-1676)
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 22, p. 105, d.d. 19-06-1674
---
Los stuk, deels vergaan. Marritgen Cornelisdr van der Sluijs, weduwe van Evert Aartsz Blaser, wonend te Koudekerk, draagt op aan Jan Evertsz Blaser, haar zoon, een ledig erf achter de kerk te Alphen. Koopsom 70 (?) gulden. Zij verklaart schuldig tezijn aan de Grote Huisarmen van Alphen een bedrag van 200 gulden en aan Jacob Am..., wonend op het dorp Alphen, ook een bedrag van 200 gulden en stelt als onderpand haar huis en erf in 't Zuideinde van Alphen.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 22, p. 132, d.d. 21-11-1674
---
Marritgen Cornelisdr, weduwe van Evert Aartsz Blaser met Jan Evertsz Blaser, haar zoon, verkoopt aan Hendrick Hendricksz Dobbe, wonend te Alphen, een huis en erf in het Zuideinde van Alphen, tussen de Heerestraat en het nieuw gegraven kanaal, belend ten zuiden de kinderen van Hendrick Ariƫnsz Verbeeq, ten noorden Mr. Gerardt van Schaep. Koopsom 1.500 gulden. Schuld voldaan 09-06-1681. (zie ook RA Alphen invnr. 22 folio 105 d.d. 19-06-1674 en invnr. 27 folio 120 d.d. 09-11-1703)
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 22, p. 178, d.d. 09-03-1676
---
Gerrit Pietersz Outshoorn, wonende te Koudekerk, is 175 gulden schuldig aan Jan Evertsz Blaser, bakker te Koudekerk, wegens geleverd brood, met hypotheek op een derde gedeelte van 16 hond land in de Oostgeeren polder, hem aangekomen bij legaat van zijn overleden oom Eeuwout Gerritsz Outshoorn, belend ten oosten Claes Arisz van Violen met bruikwaar, ten zuiden Dirck Aertsz Craen, ten westen de weduwe van Louris Danielsz Breeklant en ten noorden de Dwarswetering. Afgelost d.d. 25-06-1682.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 35, p. 57v, d.d. 26-04-1676
---
Jan Jorisz Oosterling, Jan Florisz IJperlaen en Jan Evertsz Blaser door het gerecht van Koudekerk aangesteld als voogden over Claes Jorisz Oosterling en de kinderen van Neeltje Jorisdr Oosterling en het recht bij uitkoop of scheiding verkregen hebbend van Cornelis Jorisz Oosterling, overleden, allen erfgenamen ex testamento van Joris Claesz Oosterling en Maertje Dircksdr, verkopen aan Arie Abrahamsz Bent, wonende in het Westeinde, een partij land in de oude Delffpolder, belend ten oosten Gerrit Willemsz met bruikwaar, ten zuiden de erfgenamen van Arie Jansz van der Does, ten westen Maerten Ariensz Haesbroeck met bruikwaar en ten noorden de Dwarswetering en nog een partij land mede aldaar gelegen, belend ten oosten Dirck Gerritsz van Leeuwen, ten zuiden de erfgenamen van voornoemde Van der Does, ten westen Gerrit Willemsz voornoemd met bruikwaar en ten noorden de Dwarswetering. Koopsom 3.900 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Hazerswoude (toegangsnr. 143.1.01), inv.nr. 35, p. 66v, d.d. 05-06-1676
---
"Jan Florisz IJperlaen ende Jan Evertsz Blaser, beijde eerst als voogden over de minderjarige kinderen van Neeltgen Jorisdr Oosterling, mitsgs. noch als haer sterckmakende, ende de rato caverende voor Klaes Jorisz Oosterling, ende sulcx kind, kintskinderen ende mede erffgenamen van za. Joris Klaesz Oosterling ende Maertgen Dircxdr van Leeuwen"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1336, aktenr. 88, d.d. 01-10-1678
---
Krijntgen Jacobsdr Outshoorn, weduwe van Dirck Pietersz van Tol, nu ondertrouwd met Gerrit Jansz van Grieken, met Jacob Dircksz Outshoorn en Jan Dircksz van Tol, ter eenre en Steven Matheusz van Heijningen en Jan Evertsz Blaser, voogden overde kinderen van Cornelis Evertsz Blaser en Marritgen Pietersdr van Tol, beiden overleden, verklaren dat volgens testament van voorn. Dirck Pietersz en Krijntgen Jacobsdr d.d. 26-09-1666 voor notaris Johannes Ooms, waaruit blijkt dat voorn. kinderenmede-erfgenamen zijn van Dirck Pietersz en wel voor 550 gulden. Volgens akte d.d. 06-09-1662 waren de kinderen voornoemd aan Krijntgen Jacobsdr schuldig 1.400 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 22, p. 355, d.d. 03-08-1679
---
Jan Evertsz Blaser, wonend te Koudekerk, draagt over op Cornelis Jacobsz Maes een rentebrief d.d. 28-12-1673 inhoudend als rest 690 gulden, ten laste van Marritgen Cornelisdr, weduwe van Evert Aertsz Blaser, met als onderpand een huis en erfin het Zuideinde van Alphen. Koopsom 640 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 23, p. 10, d.d. 23-11-1679
---
"Jan Evertsz Blaeser backer als principael ende Cornelis Jansz IJperlaen timmerman als borg ende mede principael, beijde wonende tot Koudekerck (...) verklaerden bij deesen deuchdelijck schuldig te weesen aen ende ten behoeve van Floris Leendertsz Outshoorn mede wonende tot Koudekerck ofte desselffs recht verkrijgende een somme van driehondert ende vijfftigh guldens spruijtende over de tenietdoeninge van sekere obligatie ten laste van Jan Henrixsz Muijen"
Bron: ELO, ONA Leiden (toegangsnr. 506), inv.nr. 1156, aktenr. 69, d.d. 23-08-1681
---
Jan Hendricksz Muijen als voogd over de kinderen van Neeltgen Evertsdr Blaser, die weduwe was van Jan Leendertsz van der Lugt, Arien Hendricksz Breeklant en Hendrik Hendricksz Dobbe als voogden over de kinderen van Jan Evertsz Blaser en Trijntgen Hendricksdr Breecklant, verkochten op 29-01-1681 aan Mijntgen Pietersdr Verbeecq, weduwe van Cornelis Cornelisz Londersloot, een huis en erf in Alphen, belend ten oosten de koopster, ten zuiden de Bruggestraat, ten westen de Heerestraat, ten noordenmr. Hubert Rosenboom, heer van Schrevelsrecht, ordinaris raad in de Hoge Raad. Koopsom 520 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Alphen (toegangsnr. 112.1.02), inv.nr. 23, p. 127, d.d. 09-09-1682
---
Hendrick van Dobbe en Joris van Craalinge als voogd over de nagelaten kinderen van Jan Everse Blaser, verkopen aan Cornelis Jacobse van Heijningen een schuldbrief ter grootte van 225 gulden, welke schuld is gevestigd op een huis met erf in de Hoogewaard, toebehorend aan Cornelis Hendrickse Breecklant en waarvan de belendingen zijn vermeld in genoemde schuldbrief d.d. 04-01-1676. Koopsom 210 gulden.
Bron: GA Alphen a/d Rijn, ORA Koudekerk (toegangsnr. 145.1.09), inv.nr. 10, p. 96v, d.d. 30-10-1699
|