| Aantekeningen |
- NH dopen Pijnacker:
24-07-1639 Cornelis; o. Jacob Joppen en Leentgen; g. ...; won. Nieuwkoop (of Noukoop)
15-12-1641 Huijbrecht; o. Jacob Joppen en Leentgen; g. Cornelis Joppen en Maertgen Joosten; won. Nieuwkoop
13-03-1644 Stijntgen; o. Jacob Joppen en Leentgen Cornelis; g. Maertgen Joosten; won. Nieuwkoop
---
f. 72
24-7-1638: Comp. Gerrit van Leeuwen, onze secretaris, en heeft verkocht aan Jacob Joppensz., tegenwoordig wonende in Nieucoop in Pijnacker, een huis en erf staande en gelegen in Nieucoop alwaar de voorsz. Jacob Joppensz. tegenwoorig woont.
Bron: Transporten, schuldbrieven en kavelingen van Pijnacker 1636-1646 door Teun van der Vorm
---
f. 41
(gesworens: Pieter Cornelisz. Broomer en Gerrit Jansz. van der Marck) 5-2-1648: Comp. Gerrit Leenertsz. van der Hoeff onze inwonende buurman en heeft verkocht aan Jacob Joppensz. mede onze inwonende buurman een partijtje slagturfland of flodderlandgelegen achter Nieucoop in Pijnacker te verongelden voor 3 hond.
f. 69v
12-5-1649: Comp. Gerrit Joostensz. van Schagen onze inwonende buurman en heeft verkocht aan Jacob Joppen Verboon mede onze inwonende buurman een partijtje flodderland gelegen achter Nieucoop in Pijnacker te verongelden voor 3 hond.
f. 110
(gesworens: Gerrit Leenertsz. van der Hoeff en Anthonis Jacobsz. Maetroos) 10-5-1651: Comp. Jacob Joppensz. Verboon onze inwonende buurman en heeft verkocht aan Cornelis Dircxsz. mede onze inwonende buurman, zijn huis en erf, schuur, barg, staande en leggende in Nieucoop in Pijnacker
f. 114
16-6-1651: Comp. Jacob Joppensz. Verboon wonende in het Noorteijnde van Pijnacker als getrouwd hebbende Jaepgen Fransdr. wed. en boedelbezitster van Claes Cornelisz. Berchout zal. en is schuldig aan Cornelis Cornelisz. Pijnacker wonende tot Pijnacker aan de Laen, de som van 400 car. gld. spruitende uit zaak van geleende en aangetelde penningen. [in de marge: gecasseerd d.d. 5-6-1654.]
f. 191v
30-5-1654: Comp. Jacob Joppensz. Verboon onze inwonende buurman als getrouwd hebbende Jaepgen Fransdr. nagelaten wed. van Claes Cornelisz. Berckhout zal. en bekende in voorsz. qualite schuldig te zijn aan Jan Leenertsz. Coonijnenburch wonende tot Segwaert de som van 700 car. gld. uit zaak van geleende en aangetelde penningen. [in de marge: afgelost d.d. 22-1-1663.]
Bron: Transporten, schuldbrieven en kavelingen van Pijnacker 1646-1657 door Teun van der Vorm
---
Jacob Joppen Verboon weduwnaar van Leentgen Cornelis, wonende tot Pijnacker ter eenre, en Joris Cornelisz. broeder, en Willem Michielsz. schoonbroeder van de voornoemde Leentgen Cornelis, en dienvolgende Oomen en bloedvoogden van de vijf nagelaten weeskinderen van genoemde Leentgen Cornelis bij genoemde Jacob Joppen Verboon verwekt, met namen. Job Jacobsz. Verboon, oud omtrent 12 jaren, Cornelis Jacobsz. Verboon, oud omtrent 10 jaren, Huijbrecht Jacobsz. Verboon, oud omtrent 8 jaren, Stijntge Jacobs Verboon, oud omtrent 6 jaren, en Sent Jacobsz. Verboon, oud omtrent 4 jaren, ter andere zijde, compareerden 11 maart 1650 tot het sluiten van een accoord betreffende de alimentatie van deze kinderen.
Bron: SA Schiedam, ONA Schiedam (toegangsnr. 243), inv.nr. 758, p. 457, d.d. 11-03-1650
|