| Aantekeningen |
- Op heden 21-11-1676 is door Leendert Pietersz Ramp, naaste bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van de overleden Pieter Willemsz Verhoeff en Neeltjen Jacobse van Staveren rekening gegeven van de administratie, inkomsten en uitgaven, ten overstaan van Gerrit Jacobse van der Horst, toeziende voogd, en de schout en weesmeesters. De kwitantie wordt in de weeskamer bewaard.
Ook is er geld opgenomen uit de weeskamer voor Cornelis Hoogenbergh koopman te Amsterdam, een bedrag van 400 hondert ducatons, wat neerkomt op 1260-0-0. Akte 21-11-1676.
Op 01-12-1676 is door de vervangende secretaris de originele rekening van de weeskinderen naar de weeskamer gebracht.
Op heden 06-12-1676 is door de voogd Leendert Pietersz Ramp uit de weeskist gelicht 630 gulden "om op intreste voor de kinderen te stellen" [te zorgen dat er rente over het geld wordt ontvangen?].
Op heden 18-12-1676 is door Gerrit Jacopsz van der Horst, toeziende voogd van de kinderen van Pieter Willemsz Verhoeff, uit de weekist gelicht een bedrag van 630 gulden om te verantwoorden.
Op de 06-02-1678 is door Leendert Pietersz Ramp, naaste bloedvoogd van de nagelaten weeskinderen van de overleden Pieter Willemsz Verhoeff en Neeltje Jacobs van Staveren, rekening gedaan van de administratie, inkomsten en uitgaven, ten overstaan van Gerrit Jacobsz van der Horst, toeziende voogd, en de schout en weesmeesters. De kwitantie wordt in de weeskamer bewaard. De secretaris maakt een kopie voor voornoemde Ramp, het origineel wordt in de weeskist gelegd. Deze rekening is op 01-04-1678 in de kist gelegd.
Op heden ondergenoemde datum compareerden voor de schout en weesmannen Leendert Pietersz Ramp als administrerende voogd van de weeskinderen van de overleden Pieter Willemsz Verhoeff. Hij geeft te kennen dat hij voor, en met toestemming van, de weeskinderen heeft ontvangen en geleend, uit handen van Gerrit Jacobsz Verhorst mede-voogd over de voornoemde kinderen, een bedrag van 389 gulden met 11 gulden, dus samen 400 gulden, met 5 gulden rente per 100 gulden. Gerrit Jacobsz van der Horst mag het bedrag niet binnen vier jaar opeisen. Getekend 06-02-1678.
Op den 04-06-1681 door Leendert Pietersz Ramp en Gerrit Jacobsz van der Horst voogden over de minderjarige weeskinderen van Pieter Willemsz Verhoeff.
Op heden 02-02-1688 is door Grietje, Aeltje, Willem en Huijbert Pietersz Verhoeff en vervangende en de rato caverende voor hun zwager Jan Leendertsz Groenevelt, nu meerderjarig, uit de weeskist gelicht een doos met hun rekeningen en documenten, bedankende Gerrit Jacobsz van der Horst, de schout en weesmeesters voor hun goede zorg en administratie. Ondertekend: A. Verhoef, A. Verhoef, W. Verhoeff, H. Verhoeff
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 194, d.d. 21-11-1676
---
Compareren Willem en Huijbert Pietersz Verhoeff en Jan Leendertsz Groenevelt, zich sterkmakend en de rato caverend voor hun minderjarige zus Aagje Pieters Verhoeff, samen kinderen en erfgenamen van Pieter Willemsz Verhoeff en Neeltje Jacobs van Staveren, beide overleden, hun vader en moeder. Ze verklaren samen verkochte te hebben aan de heer C. de Jongh van Ellemeet, ontvanger-generaal van de Verenigde Nederlanden, een huis, berg, schuur, bepoting en beplanting met ca. 26 morgen 3 hond wei-, hooi- en teelland, gelegen in de Meijehornpolder onder Bodegraven, strekkend van de Oude Meije tot aan de landscheiding, belend ten zuiden de erfgenamen van de heer Coeijmans, ten noorden Pieter van Leelijen cum socijs. Het land is belast met een bisschopspacht van 5-1-0 jaarlijks te betalen aan het Oudmunster te Utrecht. De comparanten zijn betaald een bedrag van 8.265 gulden.
Bron: RHC RL, ORA Bodegraven (beheersnr. B065), inv.nr. 3, fol. 182v, aktenr. 365, d.d. 24-04-1699
---
Op den 29e novemb. 1705 is ter weeskamere alhier vertoont het testament tusschen Hubert Pietersz Verhoeff ende Maria Willems Hollander te samen egteluijden naergelaten hebbende een dogter Neeltie Hubertsz gepasseert voro den notaris Cornelis Hoet ende sekere getuijgen tot Gouda in dato den 22e sept. 1702 inhoudende seclusie van de weeskamere alhier.
Bron: RHC RL, Weeskamer Bodegraven (beheersnr. B068), inv.nr. 2, fol. 227, d.d. 24-11-1705
---
"Een obligatie onder de hand gepasseerd door Pieter Jansz Voogelesang en Maria Willemzdr Hollander in dato den 3 Jann 1711 en nu ten laste van hunne kinderen en erffgenaamen wonende inde Lange Weijde onder de provincie van Utregt (...) Een obligatie onder de hand ten laste van Jacob Jans Boeff en Neeltie Huijberts Verhoeff woonende in de Langeweijde onder de provincie van Utregt"
Naam: Maria Willems Hollander
Woonplaats: Lange Weide
Hoedanigheid: geldnemer, huwelijkspartner
Bron: RHC RL, ONA Reeuwijk (beheersnr. R066), inv.nr. 6957, aktenr. 40, d.d. 26-09-1748
|